20240618 Getekend Raadsvoorstel meicirculaire 2024
Tekst van het document
{{signer1}} 18/06/2024 15:25:58 CEST
Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) <gido.oudekotte@aalsmeer.nl ID: 801c809e-7169-43ce-95a3-b6c948c2fc03
RAADSVOORSTEL
Auth: Scribble
{{signer2}} 18/06/2024 15:51:07 CEST
Signed By: Vellenga, Sj. (Sjoerd) <sjoerd.vellenga@aalsmeer.nl> ID: 801c809e-7169-43ce-95a3-b6c948c2fc03 Auth: Scribble
Zaaknummer:
Z24-065512
Voorstel van:
college van burgemeester en wethouders
Datum: Portefeuillehouder:
Behandelend ambtenaar:
Inge Harmsen 06-34559876 inge.harmsen@aalsmeer.nl Kernorganisatie
18 juni 2024 wethouder ing. S.A.S. Spaargaren
Onderwerp
Meicirculaire 2024 Raadsbesluit
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten:
1. 2.
Kennis te nemen van de uitkomsten van de meicirculaire 2024 De financiële gevolgen uit de meicirculaire 2024 overeenkomstig dit voorstel, zoals geschetst onder A1, A2, B en C, te verwerken in de programmabegroting 2024 en het meerjarenperspectief 2025 – 2028.
Samenvatting
Dit raadsvoorstel gaat over de uitkomsten van de meicirculaire 2024 over de uitkering gemeentefonds. Gemeenten ontvangen van het rijk een algemene uitkering uit het gemeentefonds. Het rijk informeert gemeenten over mutaties in de algemene uitkering via circulaires gemeentefonds. Deze meicirculaire is de eerste circulaire van het jaar. Per saldo heeft de meicirculaire 2024 een positief effect op de gemeentefinanciën van Aalsmeer. In dit raadsvoorstel doen wij u een voorstel over de verwerking daarvan. Doel
De ontwikkelingen van de meicirculaire 2024 worden in dit raadsvoorstel vertaald naar hun betekenis voor de programmabegroting 2024 en de meerjarenraming 2025 - 2028 van Aalsmeer. Prestatie
De raad informeren over de financiële mutaties in de algemene uitkering uit het gemeentefonds naar aanleiding van de meicirculaire 2024 en de wijzigingen daarvan op de begroting 2024 en het meerjarenperspectief 2025-2028 en dit voorstel als addendum toe te voegen aan het voorstel over de 1e bestuursrapportage 2024 en de Kadernota 2025 (raadsvergadering 4 juli 2024). Voorgeschiedenis en context
Op 27 mei is de meicirculaire 2024 gepubliceerd. De meicirculaire 2024 geeft een actualisatie van de ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds ten opzichte van de septembercirculaire 2023 en is gebaseerd op de Voorjaarsnota van het Rijk. Door het moment van publicatie kon de uitkomst van deze circulaire niet meer in de 1e bestuursrapportage 2024 en Kadernota 2025 worden verwerkt. Dit aanvullende raadsvoorstel is daarom in de aanbiedingsbrief van de betreffende documenten al aangekondigd. Een link naar de meicirculaire 2024 vindt u hier: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/circulaires/2024/05/27/meicirculairegemeentefonds-2024. [.docx] 101/F105a/ICT
2 van 8
Pagina
Overwegingen die hebben geleid tot het voorgestelde besluit
Onderstaand overzicht geeft een recapitulatie van de uitkomsten van de meicirculaire 2024. Na dit overzicht volgt per post een toelichting en de overwegingen die hebben geleid tot het voorgestelde besluit. Uitkomsten meicirculaire 2024
bedrag x 1.000 euro 2026 2027 2028
2024
2025
1a. Incidenteel: - mutaties oude jaren - opgenomen in Kadernota
130 130
0
0
0
0
1b1. Structureel in Kadernota: - Voorjaarsnota Rijk - werkdrukverlaging jeugdbescherming
40
-1.286 40
-623 40
-754 40
-698 40
921
913
907
-40 0
700 546 0
665 700 -1.703 0
665 700 -1.564 0
665 700 -1.614 0
1.206 582 -500 1.288
1.206 -890 -894 -578
1.206 1.014 -589 1.631
1.206 580 -294 1.492
1.206 3.001 -2.665 1.542
488
277
277
277
277
-146 653
665 136 1.078
136 413
136 413
136 413
291 -291
115 -115
113 -113
116 -116
117 -117
A. Effect meicirculaire B. BUIG-gelden
2.071 0
1.046 0
341 0
341 0
341 0
C=A+B. TOTAAL EFFECT MEICIRCULAIRE & BUIG
2.071
1.046
341
341
341
WAARVAN: C.1. Structureel C.2. Incidenteel -> ten gunste van algemene reserve totaal
341 1.730 2.071
341 705 1.046
341 0 341
341 0 341
341 0 341
A. Uitkomsten meicirculaire A.1. budgettair meicirculaire 2024 ev.
- Vervallen opschalingskorting - Vervallen jeugd 500 miljoen - aanpassing maatstaven / areaal - opgenomen in Kadernota
1b2. Structureel: - aanpassing maatstaven / areaal - accres - nominaal/areaal - samenhangende mutatie stelpost nominaal/areaal
1c. Overig - ontwikkeling WOZ - Incidenteel BTW-compensatiefonds - Vervallen jeugd 500 miljoen jaar 2025 - overig
311
A.2. taakmutaties 2a. toegekende taakmutaties 2b. aanpassing bijbehorende uitgavenbudgetten
A.1. Budgettair effect meicirculaire 2024ev Het budgettair effect is te onderscheiden in incidentele en structurele effecten. Zowel de structurele effecten als incidentele effecten worden toegevoegd aan het begrotingsresultaat. De regel “1b1 structureel in Kadernota” geeft aan dat op een aantal belangrijke mutaties is geanticipeerd via de Kadernota en dat deze aannames nu ook conform kunnen worden geëffectueerd via het accres.
Pagina
3 van 8
1a incidenteel - afrekeningen oude jaren (2022/2023) De meicirculaire bevat bijstellingen over 2022/2023. De belangrijkste is een verhoging van de uitkeringsfactor 2023 met 3 punten, goed voor afgerond € 0,13 miljoen stijging van de algemene uitkering. Dit is het gevolg van actualisering van de landelijke volumes voor verschillende maatstaven. 1b1 structurele mutaties conform Kadernota Op basis van de Voorjaarsnota 2024 van het Rijk anticipeert de Kadernota voor een aantal grote mutaties op de meicirculaire. Dit betreft: • In de Voorjaarsnota 2024 van het Rijk is de nieuwe financieringssystematiek vervroegd van 2027 naar 2024. Het betekent dat volume accres vanaf 2024 wordt gebaseerd op een 8 jaars historisch gemiddelde (t-9 t/m t-2) van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). Op basis van deze informatie is in de Kadernota een korting op het accres verwerkt die afloopt van € 1,3 miljoen in 2025 naar € 0,7 miljoen in 2028; • In oktober 2023 hebben het ministerie van Justitie en Veiligheid en de VNG een bestuurlijk akkoord gesloten over het verlagen van de werkdruk in de uitvoering van de jeugdbescherming en jeugdreclassering door de gecertificeerde instellingen (GI’s). In het bestuurlijk akkoord is afgesproken het Rijk vanaf 2024 structureel jaarlijks € 30 miljoen bijdraagt aan deze werkdrukverlaging.
In de Kadernota is vooruitlopend op meicirculaire al rekening gehouden (gedeeltelijke) dekking van de stijging van de lasten uit deze middelen. • Het schrappen van de opschalingskorting. Dit heeft voor Aalsmeer een structureel positief effect van € 0,9 miljoen met ingang van 2026. Het bestaande begrotingskader bevatte een verlaging van de algemene uitkering met dit bedrag dat nu vervalt; • Het rekening houden met extra Jeugdgelden ad. € 0,665 miljoen structureel in 2026 en verder. In 2025 leidt dit tot een incidenteel voordeel, omdat hiermee in de Kadernota 2025 nog geen rekening was gehouden (zie 1c). De ingeboekte extra Jeugdgelden vallen uiteen in twee onderdelen: a) Het huidige demissionaire Kabinet heeft een ingeboekte besparing van macro € 511 miljoen voor het jaar 2025 geschrapt; b) Het hoofdlijnenakkoord van de formerende partijen bevat de afspraak om de onder a) bedoelde korting ook na 2025 structureel te schrappen. ad. 1b2 structureel: algemene mutaties accres, uitkeringsfactor, areaal/nominaal, c.a. Aanpassing maatstaven /areaal en bijstelling nominaal (accres1 en maatstaven) De bijstellingen op accres en maatstaven/uitkeringsfactor vinden plaats op twee niveaus: • Voor het lopende jaar 2024 en het eerstvolgende begrotingsjaar 2025 vindt een “harde” en gedetailleerde uitwerking plaats; • Voor het meerjarig perspectief, de jaren 2026-2028 is de uitwerking trendmatig.
Deze benadering doet recht aan de “zachtheid” van toekomstige accresramingen. Wat de “harde uitwerking 2024/2025” betreft is sprake van forse areaaleffecten door schommelingen in de volumes van de maatstaven. Het in 2023 ingevoerde nieuwe verdeelmodel kent deels andere, maar vooral ook minder maatstaven met grotere gewichten. Als de volumes voor de maatstaven worden geactualiseerd (macro en lokaal) leidt dat tot beduidend grotere mutaties dan voorheen. Omdat dit model nieuw is, ontbreekt daarbij nog het ervaringsgevoel, hetgeen de schommelingen vooralsnog onvoorspelbaar maakt. “Accres” is de gemeentefondsterm voor groei. Dit accres c.q. deze groei kan ook negatief zijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen nominaal accres (de totale mutatie inclusief inflatie) en reëel accres (de totale mutatie geschoond voor inflatie). De inflatiecomponent bevat naast loon- en prijsontwikkeling in enge zin ook een (beperkte) ruimte voor jaarlijkse autonome ontwikkelingen/groei. Tenzij anders vermeld wordt met accres het nominaal accres bedoeld. 1
Pagina
4 van 8
De meicirculaire bevat een incidenteel voordeel in 2024 van € 0,311 miljoen vanwege de uitkering van een batig saldo in 2023 op het BTW compensatiefonds (BCF). Voor wat betreft de nominale ontwikkeling is de meicirculaire gebaseerd op de macroeconomische prognoses in het Centraal Economisch Plan van het CPB (CEP, maart 2023). Dit levert een neerwaartse bijstelling op door een lagere indexering. Voor het meerjarig perspectief, de jaarschijven 2026-2028, volgt de uitwerking een eigen trendmatige raming. Landelijk zijn de accressen naar beneden bijgesteld op basis van gewogen gemiddeld 0,5 procent punt minder indexering (nominale ontwikkeling). Aan de uitgavenkant is dit vertaald in een samenhangende verlaging van de eigen gemeentelijke reservering op de stelpost nominaal (lopende lonen/prijzen). Deze meerjarig, trendmatige reservering is nu gebaseerd op een prijsontwikkeling van 3% per jaar in plaats van 3,5% en op een loonontwikkeling (incl. sociale lasten) van 4,5% in plaats van 5%. Voor Aalsmeer betekent dit een verlaging van de stelpost nominaal met € 0,3 miljoen naar € 2,175 miljoen per jaar. De laatste jaarschijf 2028 komt “nieuw” in de meerjarenbegroting. Het structurele accres en de samenhangende stelpost nominaal zijn hierdoor beide verhoogd.
1c overig – ontwikkeling WOZ Het verdeelstelsel voor de algemene uitkering houdt rekening met verschillen in belastingcapaciteit tussen gemeenten. De achterliggende gedachte is, dat gemeenten met hogere WOZ-waarden geacht worden meer eigen belastinginkomsten te genereren en minder geld uit het gemeentefonds nodig hebben2. De herberekening van het onderdeel WOZ/belastingcapaciteit levert een voordeel op van afgerond € 0,3 miljoen structureel vanaf 2025. In 2024 is sprake van positief effect van € 0,5 miljoen. Voor Aalsmeer geldt dat voor de niet woningen een plafond voor de aftrekpost bestaat van € 35.000 x aantal inwoners. Hierdoor is de aftrekpost in het gemeentefonds niet € 6,0 miljoen maar € 4,2 miljoen. 1c-4) Overige algemene mutaties (incidenteel) Naast diverse overige mutaties wordt het incidentele nadeel in ‘24/’25 met name verklaard door herverdeeleffecten tussen de jaren op het toevoegen en uitnemen van incidentele bedragen. Daarnaast betreft het onder andere enkele (negatieve) correcties op maatstaven voorgaande jaren die in het afgelopen half jaar zijn aangepast. A.2. Taakmutaties Onder de noemer taakmutaties behandelt deze paragraaf nieuwe toevoegingen aan de algemene uitkering vanwege specifieke maatregelen (taakmutaties).
De algemene beleidslijn is, dat het in deze gevallen gaat om wijzigingen in taken/ werkzaamheden en dat er een directe relatie is met samenhangende uitgavenbudgetten waarmee verrekening plaatsvindt. Afhankelijk van de aard en omvang van de maatregel kan nadere besluitvorming plaatsvinden aan de hand van aparte advisering. Onderstaand overzicht zet deze mutaties op een rij, waarna een postgewijze toelichting volgt.
Technisch werkt dit via een negatieve verdeelmaatstaf (aftrekpost) belastingcapaciteit. Het negatieve bedrag via deze verdeelmaatstaf wordt weer verdeeld via de overige verdeelmaatstaven en de uitkeringsfactor zodat de koek even groot blijft. De aftrekpost wordt berekend door de werkelijke WOZ-waarde per gemeente te vermenigvuldigen met landelijke geldend rekentarieven voor woningen en niet-woningen. Daarbij doet 80% van de woningwaarde mee en 70% van de waarde nietwoningen. 2
Pagina
Specificatie taakmutaties 2024 a) Uitvoeringskosten Omgevingswet b) BRP-experiment c) Aanpak armoede en schulden d1) Participatie - in relatie tot AM-Match d2) Participatie - beschut werk e) Bommenregeling Totaal toekenning taakmutaties
122 2 31 93 22 21 291
2025
5 van 8
bedrag x 1.000 euro 2026 2027 2028
31 60 24
31 57 25
31 57 28
31 56 30
115
113
116
117
Ad. a) Uitvoeringskosten Omgevingswet Voor invoeringskosten 2024 voor de nieuwe Omgevingswet ontvangt Aalsmeer € 122.000. De uitvoeringskosten 2024 en 2025 zijn reeds in de begroting 2024 opgenomen met als dekking de egalisatiereserve AA. Deze reserve is bij uitstek geschikt om implementatie van nieuwe wetgeving voor Amstelveen en Aalsmeer mogelijk te maken. Voor dit doel ontvangen rijksmiddelen vloeien weer terug naar deze reserve. Ook voor 2025 staat nog een bedrag op de Rijksbegroting gereserveerd. Het is de bedoeling over de inzet/verdeling daarvan duidelijkheid te verschaffen via de meicirculaire 2025. Ad. b) BRP-experiment In het najaar van 2023 is met het besluit experimenten bijhouding BRP een experiment in werking getreden met het oogmerk ingeschrevenen in de BRP op het woonadres te informeren over inschrijvingen op het betreffende adres. Het experiment moet uitwijzen of sprake is van een lastenverzwaring in termen van uitvoering en kosten. Gemeenten ontvangen een vergoeding van € 2.000 voor de verplichte medewerking aan de evaluatie. Ad.
c) Aanpak armoede en schulden Als onderdeel van de door het Kabinet gepresenteerde Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden, die in juli 2022 aan de Tweede Kamer is gepresenteerd, heeft het kabinet in 2023 incidentele middelen via het gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar gesteld als investering in betere dienstverlening door gemeenten op het gebied van armoede en schulden, zoals het verdubbelen van het gebruik van de schuldhulpverlening en het tegengaan van kinderarmoede. Dit bedrag wordt nu structureel gemaakt vanaf 2024. Voor Aalsmeer komt dit neer op een bedrag van € 31.000. Ad d1/d2) Participatie (WSW & Beschut werk) De bedragen die Aalsmeer ontvangt via de Decentralisatie uitkering Werk zijn geactualiseerd. Deze uitkering bestaat uit twee componenten, te weten het WSW-budget en het budget beschut werk. Meerjarig wordt het WSW-budget afgebouwd en groeit het budget beschut werk. Dit laatste vanwege de te verwachten groei van deze doelgroep door afbouw c.q. inperking van de WSW en de Wajong. Het WSW-budget heeft als direct samenhangende post de gemeentelijke bijdrage aan AM-Match. Beide budgetten worden in 2024 geïndexeerd voor loon- en prijsontwikkeling. Daarnaast wordt het WSW-budget in 2024 incidenteel extra verhoogd om gemeenten tegemoet te komen bij de financiële uitdagingen die zij ervaren rondom de infrastructuur van sociale ontwikkelbedrijven.
De bijdrage beschut werk wordt structureel extra verhoogd bovenop de reeds voorziene meerjarige ingroei. Ten slotte zijn de gegevens van de onderliggende maatstaven voor de verdeling van beide budgetten aangepast.
Pagina
6 van 8
Concreet betekenen deze mutaties voor Aalsmeer een verhoging van de bijdrage WSW van € 93.000 en van de bijdrage beschut werk van € 22.000 in 2024. Voor 2025 en verder betekent dit een verhoging van respectievelijk € 0,06 miljoen en € 0,02 miljoen structureel. Ad. e) Bommenregeling De bommenregeling is bedoeld voor gemeenten die veel kosten hebben op het gebied van het ruimen van ontplofbare oorlogsresten. Alle uitkeringen vanuit deze regeling worden door de gemeenten gezamenlijk gedragen via de algemene uitkering. Aalsmeer ontvangt een bijdrage voor restanten bij Fort Kudelstaart. B. Bijstandsbudgetten / BUIG-gelden Het Ministerie van SZW heeft op 6 mei 2024 de nader voorlopige vastgestelde budgetten voor de bijstandsgelden 2023 gepubliceerd3. Deze gelden worden aangeduid als BUIGgelden (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorziening Gemeenten). Het gaat om een budget dat gemeenten ontvangen voor het verstrekken van bijstandsuitkeringen. Inkomstenkant: bijstelling € 263.000 hoger budget (inclusief € 332.000 verwachte indexering*) De huidige begroting bevat een BUIG-budget van € 5.611.000 conform het eind 2023 door het Rijk gepubliceerde voorlopige budget 2024. Inmiddels heeft het Rijk een nader voorlopig budget vastgesteld, dat voor Aalsmeer € 69.000 lager uitkomt op € 5.542.000. De optredende verlaging heeft samengevat een tweeledige oorzaak: 1.
Nieuwe CPB-ramingen en inmiddels bekende realisatiecijfers over 2023 zijn verwerkt in bijgestelde volume- en prijsontwikkelingen. Dat leidt tot lagere macrobudgetten en langs die weg ook tot een lager budget voor Aalsmeer. Dit gaat om € 99.000. 2. Op het deelbudget LKS is sprake van een voordelig herverdeeleffect van € 30.000 door de verwerking van actuelere historische gegevens. * Het huidige BUIG-budget 2024 nog is gebaseerd op prijspeil 2023. Bij de definitieve vaststelling van het BUIG-budget in het najaar wordt een indexering toegevoegd naar prijspeil 2024. Om het budget goed te kunnen vergelijken met de actuele uitgavenontwikkeling (al wel prijspeil 2024) houden we aan de inkomstenkant op basis van een eigen inschatting vooralsnog rekening met een te verwachten indexering van 6%, neerkomend op een bedrag van € 332.000. Uitgavenkant: bijstelling € 130.000 meer uitgaven Aan de uitgavenkant houden we rekening met een uitgavenstijging van € 130.000 van € 5.165.000 naar € 5.295.000. Deze mutatie is als volgt te specificeren: • Prijs- en volumeontwikkeling € 27.000 • Bijstelling correctie verhaal/kwijtschelding € 103.000 • totaal € 130.000 Ten aanzien van de bestandsontwikkeling (volumecomponent) zien we in de eerste vier maanden van 2024 stabilisatie van het bestand uitkeringsgerechtigden.
De verwachte ontwikkelingen aan de inkomstenkant van € 263.000 hoger budget en de verwachte meeruitgaven ter grootte van € 130.000 leiden dan vooralsnog per saldo tot een voordelig resultaat van € 133.000. Gezien de schommelingen is het voorstel om dit niet vrij te laten vallen, maar deze middelen via een stelpost beschikbaar te houden. Bij het opstellen van de 2e bestuursrapportage 2024 in het najaar wordt de ontwikkeling van de Het eerste voorlopige BUIG-budget 2024 is in oktober 2023 bekend gemaakt, in mei 2024 vindt een bijstelling plaats (nader voorlopig budget) en in oktober 2024 volgt de definitieve vaststelling van het BUIG-budget 2024 met tegelijkertijd de bekendmaking van het voorlopig budget 2025. 3
Pagina
7 van 8
werkelijke kosten bij de toekenning van het definitief budget 2024 en het voorlopig beeld 2025 opnieuw in beeld gebracht.
Keuzemogelijkheden/alternatieven
BTW compensatiefonds Hiervoor is onder 1b2 ingegaan op afrekening van de onderuitputting BCF. De huidige systematiek is dat de onderuitputting BCF wordt verantwoord in het jaar dat deze door het Rijk verrekend wordt met de gemeenten. De provinciaal toezichthouder staat gemeenten toe om een meerjarige stelpost op te nemen als inschatting op de jaarlijkse over- of onderschrijding van het plafond. Dit op basis van de laatst bekende afrekening. In dit geval is dat € 214 miljoen in 2023. In geval Aalsmeer hiervoor zou opteren betekent dat ca. € 0,3 miljoen per jaar aan aanvullende inkomsten. Het risico hierbij is dat de onderuitputting van jaar tot jaar fluctueert en daarmee geen garantie van een stabiele stroom van inkomsten biedt. Om die reden zijn de inkomsten uit het BCF niet in het meerjarenperspectief opgenomen. Participatie
Niet van toepassing Kanttekeningen en risico’s
Ten tijde van de decembercirculaire 2023 leverde het CBS nieuwe statistieken op voor de maatstaf “huishoudens lage inkomens met drempel”. Er waren veel grote voor- en nadeelgemeenten. Ook het Rijk werd door deze grote effecten verrast. Naar de toekomst is het plan om meer stabiliteit in stelsel te brengen door te gaan werken met een driejarig gemiddelde op deze maatstaf. Aalsmeer behoort in dit geval tot de (grote) voordeelgemeenten, maar het kan voor Aalsmeer ook de andere kant op bewegen met een (fors) structureel nadeel. Financiën
Uit de tabel blijkt dat, rekening houdend met het voorschot in de Kadernota 2025 op de meicirculaire 2024, het effect ervan voor alle jaren positief is. Het totaal effect van de jaren 2024 tot en met 2028 telt op tot € 4,140 miljoen voordelig. Structureel verbetert het perspectief ten opzichte van de Kadernota 2025 met € 0,341 miljoen positief. In 2025 is het resultaat daarnaast € 0,705 miljoen incidenteel positief voornamelijk als gevolg van de extra jeugdgelden die in de Kadernota 2025 vanaf 2026 zijn opgenomen. In de 1e bestuursrapportage 2024 is een per saldo nadelig effect uit bijstellingen gepresenteerd van € 274.000. In het raadsvoorstel bij de 1e bestuursrapportage 2024 hebben wij u hiervoor geen dekkingsvoorstellen voorgelegd in afwachting van de uitkomst van de meicirculaire en de verwachte positieve effecten daaruit. In onderstaande tabel is het begrotingsresultaat opgenomen na de 1e bestuursrapportage 2024 en de Kadernota 2025 en de voorgestelde toevoeging van effect uit de meicirculaire 2024 aan het begrotingsresultaat: (bedragen * € 1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
1e bestuursrapportage 2024/ Kadernota 2025
-274
193
811
-1.932
-3.035
Meicirculaire 2024
2.071
1.046
341
341
341
Pagina
8 van 8
Begrotingsresultaat na meicirculaire 2024 1.797 1.239 1.152 -1.591 -2.694
Vervolgstappen Uitvoering en procesplanning
Na de raadsvergadering van 4 juli sturen wij dit voorstel samen met de 1e bestuursrapportage 2024 en Kadernota 2025 ter informatie aan Gedeputeerde Staten. Evaluatie
Niet van toeassing Duurzaamheidsaspecten
Niet van toepassing Bijlagen
Meicirculaire 2024
De secretaris,
De voorzitter,
drs. Sj. Vellenga
mr. G.E. Oude Kotte
Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.