20240409 Getekend raadvoorstel Paraplubestemmingsplan Archeologie en Cultuurhistorie Aalsmeer 2024 (002)
Tekst van het document
{{signer1}} 10/04/2024 07:53:38 CEST
Signed By: Oude Kotte, G.E. (Gido) <gido.oudekotte@aalsmeer.nl ID: 9bec7f6e-61ab-40d3-8896-e3b5903bfea5
RAADSVOORSTEL
Auth: Scribble
{{signer2}} 09/04/2024 19:59:55 CEST
Signed By: Vellenga, Sj. (Sjoerd) <sjoerd.vellenga@aalsmeer.nl> ID: 9bec7f6e-61ab-40d3-8896-e3b5903bfea5 Auth: Scribble
Zaaknummer:
Z23-102096
Voorstel van:
college van burgemeester en wethouders
Datum: Portefeuillehouder:
Behandelend ambtenaar:
Esther Schutter - Bos 0627924870 e.schutter-bos@amstelveen.nl Stedelijke Ontwikkeling
2 april 2024 wethouder mr. L.B. Kabout
Onderwerp
Vaststellen bestemmingsplan “Paraplubestemmingsplan Archeologie en Cultuurhistorie Aalsmeer 2024” Raadsbesluit
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten:
1. Over de beantwoording van de ingediende zienswijze te besluiten overeenkomstig de bijgevoegde Nota van Beantwoording en Staat van Wijzigingen; 2. Het bestemmingsplan “Paraplubestemmingsplan Archeologie en Cultuurhistorie Aalsmeer 2024”, met bijbehorende toelichting en bijlagen, als vervat in de bestandenset met planidentificatienummer NL.IMRO.0358.PP05-VG01, gewijzigd vast te stellen conform de bijlage ‘Nota van Beantwoording en Staat van wijzigingen’ bij dit raadsbesluit; 3. Te bepalen dat voor de locatie van de geometrische planobjecten gebruik is gemaakt van de ondergrond welke is ontleend aan de Topografische Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) met datum 5 oktober 2023. Samenvatting
Met dit bestemmingsplan wordt een juridisch-planologisch kader geboden voor het gemeentelijk archeologisch beleid, waarbij een omissie in de geldende regels van vigerende bestemmingsplannen wordt hersteld. Doel
De gewenste doorwerking van het gemeentelijk archeologisch en cultuurhistorisch beleid juridisch-planologisch te verankeren voor de gehele gemeente in één bestemmingsplan. Prestatie
Het bestemmingsplan, dat het juridisch-planologisch kader biedt voor het gemeentelijk archeologisch beleid, vaststellen voor het gehele grondgebied van de gemeente. Voorgeschiedenis en context
Op dit moment wordt in de vigerende bestemmingsplannen een juridisch-planologisch kader geboden voor de archeologische verwachtingen binnen het gemeentelijk grondgebied. De onderzoeksplicht bij bodemingrepen is echter op een niet geheel juiste manier vertaald. Dit leidt voor initiatiefnemers van bouwplannen tot onnodige onderzoek lasten. Middels onderhavig paraplubestemmingsplan worden de kaders voor het noodzakelijk maken van een archeologisch onderzoek op de juiste manier gesteld. De regels met betrekking tot de dubbelbestemmingen archeologie in de vigerende bestemmingsplannen worden vervangen door het nu voorliggende bestemmingsplan. Overwegingen die hebben geleid tot het voorgestelde besluit
Benodigd is een paraplubestemmingsplan welk de thans geldende bepaling voor de juridische verplichting naar een archeologisch onderzoek hersteld. In diverse bestemmingsplannen is de
[.docx] 101/F105a/ICT
Pagina
2 van 3
voorwaarde voor een archeologisch onderzoek voorafgaand aan het bouwen als volgt verwoord (voorbeeld voor gebieden waar het regime ‘Waarde – Archeologie 2’ geldt): “Op de in lid 26.1 bedoelde gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten behoeve van overige aan deze gronden toegekende bestemmingen worden gebouwd indien deze bouwwerken voldoen aan de volgende regels: b. ter plaatse van de aanduiding ‘waarde archeologie 2’ de bodemingrepen daardoor tot een maximale diepte van 0,40 meter reiken én het bouwwerk een oppervlakte van maximaal 500 m2 bedraagt” Zoals ook is terug te lezen in het gemeentelijk archeologisch beleid is beoogd hiermee te regelen dat archeologisch onderzoek noodzakelijk is wanneer de bodemingrepen, in geval van een ‘Waarde – Archeologie 2’- regime, zowel de maximale diepte van 0,40 meter als de oppervlakte van 500 m2 overschrijden. Echter wordt middels bovenstaande bepaling geregeld dat bouwwerken alleen gebouwd mogen worden mits deze maximaal 0,4 meter diep reiken én een maximale oppervlakte hebben van 500 m2; zodra aan slechts één van deze twee voorwaarden kan worden voldaan zou archeologisch onderzoek moeten plaatsvinden. Dit is niet wat in het gemeentelijk archeologisch beleid beoogd wordt te regelen en is per abuis foutief in de regels opgenomen.
In de praktijk betekent bovenstaande regel dat bij de bodemroerende ingrepen van meer dan 0,4 meter diep archeologisch onderzoek nodig zou zijn. Beoogd werd te regelen dat dit archeologisch onderzoek pas noodzakelijk zou zijn wanneer ingrepen van meer dan 0,4 meter diep plaatsvinden op een oppervlakte groter dan 500 m2. Op dit moment is het archeologisch onderzoek daarmee juridisch gezien benodigd bij het slaan van één paal, hetgeen leidt tot een onnodige onderzoek last. Voorliggend bestemmingsplan kent een nieuwe juridische bepaling waarmee het gemeentelijk archeologisch beleid op de juiste wijze is vertaald in de regels. Op het ontwerpbestemmingsplan zijn twee zienswijzen ingediend. Eén van de twee zienswijzen is pro-forma ingediend. Een termijn is meegegeven voor het aanvullen van de zienswijze, maar er zijn geen aanvullingen aangeleverd. Deze zienswijze is daarom buiten beschouwing gelaten. Op de andere zienwijze is wel nader ingegaan. Een samenvatting en beantwoording van deze zienswijze is terug te vinden in de ‘Nota van Beantwoording en Staat van Wijzigingen’, welk is bijgevoegd als bijlage 4 bij dit bestemmingsplan. Hier is ook te lezen dat in het ontwerpbestemmingsplan per abuis omissies in de verbeelding zijn ontstaan. In het definitieve bestemmingsplan zijn de archeologische regimes, conform de beleidskaart archeologie, opgenomen in de planverbeelding.
Keuzemogelijkheden/alternatieven
Dit aspect is niet van toepassing. Participatie
Gedurende de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan heeft een ieder 6 weken de tijd gehad een zienswijze naar voren te brengen. Er is één zienswijze ingediend, waarin is tegemoetgekomen. Kanttekeningen en risico’s
Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Omdat het ontwerp van het bestemmingsplan voor die datum ter inzage is gelegd, is op grond van artikel 4.6 lid 2 van de Invoeringswet Omgevingswet het oude recht (de Wro) van toepassing. Het vastgestelde (vast te stellen) plan gaat onderdeel uitmaken van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan. Financiën
Niet van toepassing.
Pagina
3 van 3
Vervolgstappen Uitvoering en procesplanning
Na besluitvorming door uw raad wordt het besluit bekend gemaakt door publicatie in het digitale Gemeenteblad en de Nieuwe Meerbode. Daarnaast wordt het bestemmingsplan digitaal beschikbaar gesteld via de landelijke voorziening en op de gemeentelijke website. De analoge versie van het plan wordt ter inzage gelegd in het raadhuis van Aalsmeer en het raadhuis van Amstelveen. Gedurende zes weken na publicatie van het besluit kunnen belanghebbenden hiertegen beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het bestemmingsplan treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beroepstermijn afloopt. Indien binnen de beroepstermijn een verzoek om een voorlopige voorziening is ingediend, treedt het besluit niet in werking voordat op dat verzoek is beslist. Evaluatie
Dit aspect is niet van toepassing. Duurzaamheidsaspecten
Dit aspect is niet van toepassing. Bijlagen
1) Concept raadsbesluit Paraplubestemmingsplan Archeologie en Cultuurhistorie Aalsmeer 2024 2) Paraplubestemmingsplan Archeologie en Cultuurhistorie Aalsmeer 2024 (regels, verbeelding, toelichting en bijlagen) 3) Nota van Beantwoording en Staat van Wijzigingen (zie bijlage 4 bij de toelichting van het bestemmingsplan)
De secretaris,
De voorzitter,
drs. Sj. Vellenga
mr. G.E. Oude Kotte
Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.