20230207 Inspreken De Hoeksteen R. Huijgens en M. Akerboom.pdf
Tekst van het document
Inspreken beeldvormende raadscommissie Ruimte – project De Hoeksteen, dinsdag 7 februari 2023 Na bestudering van de ‘Nota van Beantwoording De Hoeksteen geanonimiseerd’ en de ‘Startnotitie De Hoeksteen’ kunnen we concluderen dat veel vragen zijn beantwoord, maar dat er ook nog heel veel onduidelijkheden over zijn gebleven. Een van aandachtspunten die nog onduidelijk is en voor meerdere uitleg vatbaar, is puntparagraaf 4.5 in de Startnotitie. Het gaat om de randvoorwaarden voor groen en natuur. De startnotitie beschrijft op pagina 23, 2e alinea: “Voor het essentieel foerageergebied van gewone dwergvleermuis is het van belang dat een aaneengesloten foerageergebied aanwezig is met voldoende groen en open plaatsen.
Door een deel van het grasveld te behouden en de aanwezigheid van open, groene tuinen rondom het plangebied (er vanuit gaande dat deze tenminste 10 jaar een dergelijke indeling behouden) welke aansluiten op het grasveld blijft een voldoende groot foerageergebied voor gewone dwergvleermuis aanwezig”. Hier wordt de aanname gedaan dat in de groene tuinen rondom het plangebied (dat zijn vooral de tuinen van Berkenlaan 25 en 27) voor tenminste de komende tien jaar behouden blijft. De gemeente gaat er voor het gemak vanuit dat de groenvoorziening bij de buren bijdragen aan de te bereiken doelstelling. Die garantie kan en wil ik op dit moment niet geven, omdat het niet mogelijk is om zo ver in de toekomst te kijken. Dit legt een beperking op voor de vrijheid van de bewoners van genoemde percelen. Dat kann niet de bedoeling zijn.
Een ander punt van onduidelijkheid gaat over de sloot die rond de grenzen van het plangebied zijn voorzien. Enerzijds staat er in de startnotitie paragraaf 4.6 getekend hoe de sloot eruit gaat zien en hoe de maatvoering zal zijn. Dat betekent dat er tenminste 2 meter ruimte aan beide kanten van de sloot zal worden gerealiseerd om onderhoud (baggeren) mogelijk te maken. Op dit moment staat op de erfscheiding tussen het perceel van Berkenlaan 25 een volwassen beukenhaag. In de Nota van beantwoording De Hoeksteen, blz. 9 onder punt 4b, vermeld de beantwoording: “De watergang krijgt alleen aan de zijde van het gemeentelijke perceel een strook van 2 meter om baggerwerkzaamheden uit te kunnen voeren. De situatie aan de kant van particuliere eigendommen ten aanzien van de watergang wordt opgelost met een beschoeiing. Dit wordt aangepast in de Startnotitie. In paragraaf 4.6 en 5.1 van de startnotitie is dit aangepast.” In paragraaf 4.6 van de startnotitie staat: “Aan de zijde waar particulieren eigendommen grenzen aan de nieuwe watergang wordt bij het opstellen van het inrichtingsplan openbare ruimte bekeken of deze beschermingszone noodzakelijk is of dat een andere oplossing, zoals beschoeiing kan worden gerealiseerd.
Bij het opstellen van het inrichtingsplan openbare ruimte wordt de exacte begrenzing tussen de watergang en achtertuinen van de betreffende eigenaren ter plaatse afgestemd.” Dit antwoord geeft geen beter inzicht. Hier wordt gesteld dat de oplossing nader moet worden uitgewerkt in overleg. Er had moeten staan dat de sloot 2 meter vanaf de erfgrens begint, en dat alle onderhoud aan de nieuwe sloot door de ontwikkelaar wordt uitgevoerd. Door de herinrichting van de erfgrens wordt de kans groot dat de groene haag niet kan worden gehandhaafd buren ook moeten investeren in het herstellen van de (groene) erfscheiding. Dat kan toch niet de bedoeling zijn. We verwachten een schriftelijke garantie dat de sloot zal worden uitgevoerd zoals beschreven in 4.5 van de startnotitie en dat de buren hun eigen tuinen niet opnieuw in te hoeven richten.
R. Huijgens en M. Akerboom