CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

20210215 Agenda en actieplan klimaatadaptatie Aalsmeer.pdf

3.Raad (besluitvormend) 4 maart 2021, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Agenda en actieplan Klimaatadaptatie Aalsmeer 2021-202614.823 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Agenda en actieplan klimaatadaptatie Aalsmeer 2021-2026

Verantwoording Titel Opdrachtgever Auteur(s)

Aantal pagina’s Datum

Colofon Agenda en actieplan klimaatadaptatie Aalsmeer Gemeente Aalsmeer

Tauw bv Zekeringstraat 43g Postbus 20748 Projectteam Klimaatadaptatie gemeente Aals1001 NS Amsterdam meer: Wim Kok, Mirjam Bakker, Chris Fase, Mar- T +31 20 60 63 22 2 cel Clewits en Paul Nagtegaal. E info.amsterdam@tauw.com Adviesbureau Tauw: Leon Valkenburg, Barbara Bekhof en Gwendolijn Vugs.

58 10 december 2020

2

Inhoudsopgave Voorwoord 4 Samenvatting

5

1. Inleiding

8

Het proces klimaatadaptatie 8 2. Werkwijze

10

2.1. Stapsgewijze aanpak

10

2.2

Risicodialogen 11

2.3

Twee-sporen beleid

2.4

Doelstellingen van de Agenda en het actieplan Klimaatadaptatie

2.5

Leeswijzer

2.6

Doelgroepen

11

11 12

3. Weten: de opgave 14 3.1. Wat komt er op de gemeente af? 4. Weten: de klimaatstresstesten 4.2

Hitte

4.3

Droogte 21

14

16

18

4.5. Waterveiligheid 22 5. Willen: risicoanalyse en prioritering van kwetsbaarheden 27 5.1

Werkwijze: Indeling in categorieën en op de kaart

5.2

Prioritering per klimaattrend

28

6. Willen: ambities en richtlijnen voor een klimaatbestendig Aalsmeer

36

36

6.1

De sturingsfilosofie

6.2

Ambities en richtlijnen 37

6.2.1.

28

36

Wateroverlast: inrichten voor op extreme buien 38

6.2.2. Hitte: beperken van de impact 39 6.2.3.

Droogte: vergroten sponswerking

40

6.2.4. Overstroming: regionaal samenwerken aan gevolgbeperking 6.3

Toetsing ambities

41

7. Werken: klimaatadaptatieagenda 44 7.1

Algemeen geldende principes

44

7.2

Overzicht klimaatadaptatieagenda 2021-2026 44

7.3

Klimaatadaptieve gemeente en organisatie

7.4 Meekoppelen met andere projecten

47

7.5

49

Onderzoeks- & maatregelagenda

8. Werken: financiële gevolgen 8.1

Benodigde middelen

8.2 Baten

51

51

53

3

45

40

11

Voorwoord De “Agenda en actieplan Klimaatadaptatie Aalsmeer 2021-2026” beschrijft acties die wij als gemeente willen ondernemen om toe te werken naar een klimaatbestendig Aalsmeer. Uiteindelijk willen wij in 2050 een klimaatbestendige gemeente zijn. Klimaatverandering gaat ook onze gemeente aan. Het wordt warmer, droger en tegelijk nemen regenbuien steeds meer in hevigheid en aantallen toe. Bekend uit het nieuws zijn de vele activiteiten en plannen die moeten bijdragen aan het tegengaan van klimaatverandering. Daarnaast, en daar gaat dit plan over, willen wij maatregelen treffen om de negatieve gevolgen van de klimaatverandering te kennen en te beheersen. Dit noemen wij klimaatadaptatie, het zodanig aanpassen van de ruimte dat we de gevolgen van de klimaatverandering weliswaar niet geheel kunnen voorkomen, maar wel beter kunnen beheersen. Klimaatverandering heeft voor ons negatieve gevolgen. Dit wordt zichtbaar in vier onderscheidbare trends: toenemende wateroverlast op straat en toenemende grondwateroverlast door meer regen en zwaardere buien; toenemende droogte en grondwatertekort door warmere en langere zomers; toenemende hittestress door steeds hogere temperaturen; en tot slot, een toenemend risico op calamiteiten vanuit de regionale boezems en vaarten door meer regen. Klimaatadaptatie is een proces dat zich over decennia uitstrekt.

Om nu beleid vast te leggen tot 2050 is een uitdaging. Wij willen een gefaseerde aanpak op dit nieuwe dossier. Het voorliggende plan beschrijft onze ambities tot 2026 en het legt de kaders daarvoor vast. Ons beleid en de bereikte resultaten gaan we regelmatig evalueren zoals ook het Rijk dat voorschrijft. Op deze manier profiteren we van nieuwe inzichten en kennis en kunnen we actief bijsturen als dat nodig is. Om het ontwikkelproces efficiënt te doorlopen, hebben wij de werkwijze gevolgd van het nationale Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie, dat sinds 2017 klimaatadaptatiebeleid stuurt. Negatieve effecten van klimaatverandering zijn tot op zekere hoogte te beheersen. Als bestuurders maken wij ons daarom sterk voor ambities die bij Aalsmeer passen. Schade en hinder door wateroverlast willen we kunnen beheersen. We willen voorkomen dat bij extreem veel regen het water de woningen binnenstroomt; voor vitale functies als zorgcentra leggen we die lat zelfs nog wat hoger. We willen voorkomen dat gezondheidsstress door hitte in de zomer minstens niet toeneemt. De kans op overstromingen is weliswaar heel klein, maar de gevolgen kunnen dan groot zijn. De sleutel tot beheersing van de gevolgen ligt in een goede samenwerking met betrokken partijen zoals de waterschappen.

Maar als gemeente willen wij bijdragen aan het nog verder verkleinen van de overstromingskans door een passende inrichting van onze buitenruimte. Grondwateroverlast in woningen willen wij minimaliseren door een betere inrichting en beheer. En wij willen voorkomen dat toenemende droogte onomkeerbare schade veroorzaakt aan gebouwen, wegen en natuur. Dit proces wordt een succes als wij samenwerken met tal van betrokkenen. Waterschappen, overheden, belangengroepen, ons eigen gemeentelijk apparaat en onze bewoners en bedrijven zijn belangrijke spelers en partners om resultaten te boeken. Wij kunnen niet zonder deze spelers en hebben hun actieve betrokkenheid nodig. Dit plan biedt ons voor het eerst de ruimte om met elkaar de negatieve gevolgen van klimaatverandering het hoofd te bieden. De acties zijn verwoord in de voorliggende klimaatadaptatie agenda voor de komende 5 jaar. Halverwege het proces heeft de gemeenteraad ook actief meegedacht en mede richting gegeven aan de prioritering en de ambities. Met een doordacht plan zetten wij in op uitvoering binnen projecten, onderzoek en de borging van klimaatadaptatie binnen onze organisatie. Naar onze overtuiging is dit plan daarin geslaagd.

Wilma Alink en Robert van Rijn wethouders

4

Samenvatting Klimaatadaptatie is voor de gemeente Aalsmeer een belangrijke transitie. Het is essentieel om de leefomgeving aan het veranderende klimaat aan te passen. De hete en droge zomers van 2018, 2019 en 2020 hebben het belang van klimaatadaptatie extra duidelijk gemaakt. Klimaatverandering versnelt op de vier belangrijkste klimaattrends:

Het Rijk heeft in het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) de landelijke aanpak van klimaatadaptatie vastgesteld. Gemeenten en het Rijk hebben hierin met elkaar afgesproken dat klimaatadaptatie vanaf 2020 een integraal onderdeel is van het beleid, zodat in het jaar 2050 ons land klimaatbestendig ingericht is. De gemeente Aalsmeer volgt de landelijke aanpak voor klimaatadaptatie via de volgende stappen:  Kwetsbaarheid in beeld brengen (weten)  Risicodialogen voeren en ambities (willen)  Klimaatadaptatieagenda opstellen (werken), waarin - Meekoppelkansen worden benut - Stimuleren en faciliteren - Reguleren en borgen - Handelen bij calamiteiten De kennis over klimaatadaptatie neemt toe en er wordt veel ervaring opgedaan. Het hele proces vereist daarom dat beleid jaarlijks wordt gemonitord en geëvalueerd en in 2025 wordt bijgesteld. Dit plan is een eerste beleidsopzet voor de eerstvolgende jaren. Vanwege de complexiteit van deze transitie naar 2050, biedt dit eerste beleidsplan met name richting en sturing aan het hele proces. Geleidelijk worden de inzichten concreter en zal het hele proces de komende decennia uitmonden in concrete projecten met concrete klimaatadaptieve maatregelen.

Kwetsbaarheid in beeld (weten) Met behulp van de regionale klimaatstresstesten heeft de gemeente Aalsmeer de lokale impact voor de vier klimaattrends op hoofdlijnen en knelpuntlocaties in kaart gebracht: 1. Wateroverlast: de kaart laat de waterdieptes zien op straat en tegen gebouwen bij een extreme regenbui; en de grondwateroverlast. Er zijn 9 locaties in de gemeente als knelpunt voor wateroverlast aangewezen. 2. Hitte tijdens een hittegolf: de kaart geeft de gevoelstemperatuur tijdens een extreem hete dag weer. Er zijn 3 locaties in de gemeente als hitteknelpunt aangemerkt. 3. Droogte: de gevolgen van een langdurig droogte voor bodemdaling en het grondwater zijn aangegeven. Voor droogte is 1 knelpunt benoemd. 4. Waterveiligheid: de kans op een dijkdoorbraak bij extreme waterstanden is in beeld gebracht. Bij de analyse zijn geen locatie specifieke knelpunten geconstateerd voor waterveiligheid.

5

Risicodialoog en ambities (willen) In samenwerking met in- en externe partijen heeft de gemeente Aalsmeer per klimaattrend de belangrijkste aandachtspunten, knelpunten en/of risico’s prioriteit gegeven. Daarvoor zijn drie criteria gebruikt: Onacceptabel, Onwenselijk, Acceptabel. Bij prioritering zijn zowel generieke als locatie specifieke knelpunten vastgesteld. In maart 2020 is een informatieve sessie met de gemeenteraad georganiseerd over klimaatadaptatie. De bijeenkomst vond plaats halverwege het klimaatadaptatieproces en heeft richting gegeven aan de prioritering en ambities voor de aanpak van klimaatadaptatie. Ambities klimaatadaptatie Aalsmeer Na de prioritering is een beleidskader ontwikkeld voor klimaatadaptatie met ambities, normen en richtlijnen. Aalsmeer maakt daarbij gebruik van de kennis van de Metropool Regio Amsterdam (MRA). Hieronder staan de vier ambities kort weergegeven. De ambities zijn verder uitgewerkt in hoofdstuk 6. Ambitie: bij een bui van 70 mm in één uur stroomt er vanuit de openbare ruimte geen water gebouwen in; daarnaast blijven nutsvoorzieningen en vitale objecten functioneren bij een bui van 90 mm in één uur. Op openbaar en privaat terrein streeft de gemeente ernaar dat regenwater als waardevol product wordt gezien.

De gemeente streeft ernaar dat regenwater zoveel mogelijk opgevangen wordt waar het valt, hergebruikt wordt (groen, grondwater, toilet) of vertraagd wordt afgevoerd. Ambitie: de hitte impact is in 2050 niet erger dan in 2020; knelpunten van kwetsbare groepen uit de stresstest zijn onderzocht en waar nodig maatregelen getroffen. De negatieve gezondheidsimpact op kwetsbare groepen wordt verkleind; de openbare ruimte, gebouwen, nutsvoorzieningen en vitale functies worden hittebestendiger ingericht. Ambitie: Droogte leidt niet tot onomkeerbare schade aan gebouwen, infrastructuur en natuur.

Ambitie: Om de waterveiligheid blijvend te borgen draagt de gemeente actief bij aan de regionale samenwerking. Het waterschap is leidend bij dijkversterkingen. De Veiligheidsregio is leidend bij gevolgbeperking van overstromingen. De ambities voor wateroverlast en hitte zijn getoetst met impactanalyses: de kwetsbare panden kaart en de afstand tot koele plekken kaart. Deze kaarten geven aan waar de gemeente een opgave heeft. Een belangrijk deel van de klimaatopgave zal binnen het particulier bezit moeten worden gerealiseerd. Voor het bevorderen van de bewustwording en actiebereidheid bij bewoners en bedrijven zijn aansprekende (appellerende) acties nodig. In dit plan wordt hiervoor met een “bewonersagenda” een 1e aanzet gedaan. Klimaatadaptatieagenda (werken) De gemeente Aalsmeer heeft de acties voor klimaatadaptatie vastgelegd in de klimaatadaptatieagenda. Deze klimaatadaptatieagenda bestaat uit een set factsheets, voor het oplossen van knelpunten en klimaatadaptief handelen van de eigen organisatie voor de periode van 2021-2026, en voor de uitvoering klimaatadaptieve projecten in de periode van 2021-2050. Als basis voor alle maatregelen hanteert de gemeente Aalsmeer de volgende algemene principes bij de uitvoering:  We maken ruimte voor een klimaatbestendige inrichting.  We werken samen in een netwerksamenleving met een gedeelde verantwoordelijkheid.

 Onacceptabele knelpunten lost de gemeente samen met partners binnen 10 jaar op.  Voor de uitvoering van projecten wordt aangehaakt bij de bestaande processen en investeringen.

6

Werken aan het klimaat vindt plaats aan de hand van een continu leerproces.

De volgende acties zijn in beeld gebracht voor het behalen van de ambities: Onderdeel 1 1.1 1.2 1.3

Klimaatadaptieve gemeente en organisatie Een klimaattoets met bijbehorende criteria invoeren in beleid, LIOR en projecten als uitwerking van de klimaatambities Borgen van klimaatrichtlijnen binnen bestemmingsplannen en vergunningentrajecten Bewonersagenda klimaat

2 2.1 2.2

Meekoppelen in projecten MeerjarenProjectenPlan (MPP) en meekoppelkansen Klimaatkansen in grootstedelijke ontwikkelingen (nieuwbouw projecten)

3 3.1 3.2 3.3

Onderzoeksagenda Verdiepingsonderzoek diverse gebieden in relatie tot wateroverlast en grondwateroverlast Verdiepingsonderzoek kwetsbare verblijfsplekken tot hittestress en verkoeling Verdiepingsonderzoek diverse gebieden in relatie tot droogte en grondwateronderlast

De financiële paragraaf brengt het kostenplaatje van de klimaatadaptatieagenda voor de gemeente Aalsmeer in beeld. Op basis van de huidige inzichten is een bedrag van 1,66 miljoen euro berekend voor klimaatmaatregelen in de periode 2021-2026. Een belangrijk deel hiervan, ruim 1,38 miljoen euro, kan gedekt worden uit reguliere budgetten en een klimaatopslag van 10% in het kosten dekkingsplan van het (nog vast te stellen) Gemeentelijk Rioleringsplan Aalsmeer 2021-2026. De aanvullend benodigde middelen bedragen € 280.000 tijdens de periode van dit plan (2021-2026).

Wateroverlast Raadhuisplein september 2018, bron Peters Hotnews

7

1. Inleiding Het proces klimaatadaptatie Klimaatadaptatie is een transitie, het aanpassen van de leefomgeving aan het veranderende klimaat. Alle overheden en vele andere organisaties dragen hier aan bij. De stip op de horizon is in 2017 gezet op “2050”. De lezer begrijpt dan onmiddellijk dat het om de lange adem gaat. We spreken over zeker drie decennia, waarin vele opeenvolgende gemeentebesturen aan deze transitie sturing moeten geven. Aanpassing van de openbare ruimte aan de verwachte verandering van het klimaat, zodat de verwachte toenemende neerslag zonder grote waterschades verwerkt kan worden, de negatieve effecten van verwachte toename van temperatuur (hittestress) en droogte zo klein mogelijk blijven en de kans op overstromingen uit oppervlaktewater minimaal blijft. Klimaatadaptatie is een langjarig proces en vergt een grondige uitwerking van de transitie naar een klimaatbestendige buitenruimte in 2050. Het plan geeft vooral richting en sturing aan het hele proces en biedt kaders. Met andere woorden, dit nieuwe beleid is het begin. De agenda en het actieplan Klimaatadaptatie is de start van het proces dat uiteindelijk moet uitmonden in concrete projecten, concrete maatregelen en een vanzelfsprekende borging in onze samenwerkende organisatie. Om de ambities waar te maken zal het keuzes vragen van ons allemaal.

Gemeenten vormen de spil waarin klimaatadaptatie uiteindelijk gefaseerd tot stand zal komen. Het Rijk heeft daarom aangegeven dat het om regelmatig terugkerende beleidsprocessen gaat, ondersteund door beleidsplannen. Het Rijk schrijft voor dat risicodialogen de kern vormen van de eerste fasen: dialogen met overheden en betrokken maatschappelijke partijen. Gemeenten zijn hiervan veelal de trekker. Waterschappen, veiligheidsregio’s, regionale samenwerkingsverbanden en de GGD’s zijn voorbeelden van partijen die met de gemeenten samenwerken als het gaat over knelpunten, gebiedskennis, vakinformatie, wensen en eisen met betrekking tot klimaatadaptatie. Met de resultaten van deze gesprekken stellen gemeenten in 2020 hun eerste beleid op. Het voorliggende plan reikt tot 2026. In 2025 zal de gemeente de klimaatstresstesten opnieuw moeten uitvoeren. Periodiek vindt monitoring van het proces en de resultaten plaats. De evaluatie hierop wordt teruggekoppeld aan de Raad, waarbij beleid wordt bijgesteld en, indien nodig, voor de volgende cyclus middelen worden aangevraagd. De kennis over klimaatadaptatie neemt in snel tempo toe en er wordt veel ervaring opgedaan. Het is een dynamisch, onderzoekend, lerend en creërend proces. Dit eerste beleidsplan over klimaatadaptatie is dan ook een momentopname. We werken immers met de kennis en ervaring waarover de gemeente nu kan beschikken.

Het hele proces vereist daarom dat beleid regelmatig wordt geëvalueerd en bijgesteld. Klimaatadaptatie is een proces dat zich niet beperkt tot de openbare ruimte. Het betreft alle buitenruimte en gebouwen in de stedelijke omgeving, ook het particuliere bezit, zowel woningen/tuinen als bedrijven(terreinen). Dit geldt nog sterker voor Aalsmeer, omdat de gemeente een andere dan gemiddelde verdeling kent tussen land en water, én tussen openbare en particuliere ruimte: minder dan een kwart van het niet-water oppervlak bestaat uit openbare ruimte (22%) en ruim driekwart is particuliere ruimte (78%). Een derde van het totale oppervlak van de gemeente bestaat uit water, vrijwel geheel openbaar. Deze verdeling maakt duidelijk dat om klimaatadaptatie tot een succes te maken, maatre-

8

gelen in de openbare ruimte alléén niet voldoende zullen zijn: een belangrijk deel van het klimaatbeleid zal gericht moeten zijn op nieuwbouw in de stedelijke ontwikkelingen en in de particuliere omgeving; waaraan zowel bewoners als bedrijven bijdragen.

Figuur 1.1 Openbare Ruimte Aalsmeer; bron Kijk op Amstelland, bruin = openbare ruimte

Klimaatadaptatie staat niet op zichzelf. Het Aalsmeerse actieplan voor klimaatadaptatie raakt aan andere beleidsopgaven en plannen van de gemeente, zoals de Omgevingswet, het Gemeentelijk Rioleringsplan Aalsmeer 2021-2026, maar ook aan de energietransitie en circulaire economie. Wat doen we nu al? De gemeente onderneemt al klimaatadaptieve acties, vooruitlopend op het beleid. Voorbeelden daarvan zijn genoemd in tabel 1.2. Voorbeelden van klimaatadaptieve maatregelen in Aalsmeer in uitvoering 1 2 3

Onderzoek naar de oorzaken en de bestrijding van grondwateroverlast in de wijk Vogelbuurt (Hornmeer) Afkoppelen van het hemelwater van het gemengd rioolstelsel en de aanleg van een gescheiden riolering is standaard in gemeentelijke reconstructies en herinrichtingen in Aalsmeer. Het monitoren van de grondwaterstanden. Voor het beheer van het grondwater en om te kunnen acteren op eventuele grondwaterproblematiek heeft de gemeente een eigen grondwatermeetnet.

Tabel 1.2 Voorbeelden van klimaatadaptieve maatregelen in Aalsmeer in uitvoering

9

2. Werkwijze Het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie is een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Het Deltaplan is opgebouwd aan de hand van 7 ambities, een werkwijze waar Aalsmeer direct op aansluit en dat de opbouw van dit beleid bepaalt. Deze werkwijze houdt in:  Kwetsbaarheid in beeld brengen (weten)  Risicodialoog voeren en ambities en strategie opstellen (willen)  Uitvoeringsagenda opstellen (werken), waarbij we als gemeente: - Meekoppelkansen benutten (werk-met-werk) - Stimuleren en faciliteren - Reguleren en borgen - Handelen bij calamiteiten

Figuur 2.1 Methodiek Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie

2.1. Stapsgewijze aanpak Weten  Het bepalen van de urgentie, de ernst en de omvang van de problemen (kennis inventariseren), samen met belanghebbende partijen. Klimaatstresstesten nemen hier een centrale positie in.  Knelpunten en risico’s in Aalsmeer lokaliseren. Willen  In samenwerking met in- en externe partijen bepalen wat de belangrijkste aandachtspunten, knelpunten en/of risico’s zijn en deze prioriteren. Daarvoor zijn drie criteria gebruikt: Onacceptabel, Onwenselijk, Acceptabel.  Een nieuw beleidskader creëren met ambities, normen en richtlijnen. Werken  Gericht op het aanpakken van onacceptabele en ongewenste knelpunten.  Samenwerking zoeken met belanghebbende partijen.  Het beleid borgen in de gemeentelijke beleids- en werkprocessen. 10

  

Het bepalen van de gewenste rollen die partijen en gemeente kunnen aannemen. Meekoppelen: maatregelen zoveel mogelijk binnen de kaders van het MPP uitvoeren. Het ontwikkelen van een klimaatadaptatieagenda met activiteiten en projecten.

2.2 Risicodialogen In Aalsmeer hebben we een aantal risicodialogen gevoerd, met partijen en met leden van de gemeenteraad. Deze zijn voorafgegaan door een “beheerderssessie”, waarin onze gebiedsbeheerders en waterschappen de technische informatie van de klimaatstresstesten op kaart hebben getoetst en hebben aangevuld met gebiedskennis.

2.3 Twee-sporen beleid Aalsmeer kiest voor een tweesporenbeleid met betrekking tot klimaatadaptatie. 1. Verankeren in beleidsontwikkeling: beleid, klimaattoets in projecten 2. Een gelijktijdige en praktische aanpak in:  klimaatadaptieve maatregelen uitvoeren waar dat noodzakelijk en mogelijk is (oplossen knelpunten en meekoppelen met projecten);  intern onderzoek naar de juiste klimaatadaptieve maatregelen;  voorlichting over klimaatadaptatie naar de samenleving. Dit is nodig om ervaring en kennis op te doen om daarmee het beleid en uitvoering te voeden.

2.4 Doelstellingen van de Agenda en het actieplan Klimaatadaptatie 1. Het bewustzijn vergroten van de impact van de verwachte klimaatveranderingen in Aalsmeer. 2. Inzicht geven in ernst en omvang van de problematiek in Aalsmeer en waar welke problemen kunnen gaan optreden. 3. Kaders en technische normen stellen als uitgangspunt voor maatregelen. 4. Aanpak concreet maken voor geïdentificeerde knelpunten (“factsheets”). 5. Een eerste indruk van de kosten die met dit proces en deze projecten gemoeid gaan.

2.5 Leeswijzer Dit rapport beschrijft de analyse, de ambities en de klimaatadaptatieagenda. De structuur van het rapport is gebaseerd op de kernbegrippen Weten, Willen en Werken. In het WETEN (hoofdstukken 3 en 4) is de informatie over de klimaattrends opgenomen waarover wij op dit moment beschikken. Het is een eerste stand van zaken van de kennis die zich in hoog tempo verder ontwikkelt. Deze huidige kennis is in dit rapport vastgelegd in de kaarten die zijn opgenomen. In het WILLEN (hoofdstukken 5 en 6) zijn visie en beleid beschreven: wat willen we uiteindelijk bereiken en tot op welk beschermingsniveau (ambitie: normen en richtlijnen). Hiervoor zijn onderkende risico’s geanalyseerd, geprioriteerd en op de kaart gezet. Daarmee is een basiskader vastgelegd om naar een klimaatbestendig Aalsmeer in 2050 toe te werken.

11

Tot slot, in het WERKEN (hoofdstukken 7 en 8) is een aanzet voor de te volgen integratie van klimaat. Deze bestaat uit een agenda voor de klimaatadaptatie (hoofdstuk 7) met projectbeschrijvingen (‘factsheets’) en in hoofdstuk 8 een globale inschattingen van de kosten, voor zover nu bekend.

Hoofdstuk 1 Inleiding

Hoofdstuk 2 Werkwijze

Hoofdstuk 3 De opgave "weten"

Hoofdstuk 4 Klimaatstresstesten "weten"

Hoofdstuk 5 Risicoanalyse "willen"

Hoofdstuk 6 Ambities en richtlijnen "willen"

Hoofdstuk 7 Klimaatadaptatieagenda "werken"

Hoofdstuk 8 Financiën "werken"

Figuur 2.2. Opbouw rapport

2.6 Doelgroepen Dit rapport is enerzijds bedoeld voor ambtenaren, bestuurders en betrokken partijen, anderzijds wordt ook de samenleving nadrukkelijk betrokken bij klimaatadaptie. Concrete doelgroepen zijn:  De gemeenteraad en het gemeentebestuur van Aalsmeer: Het bestuur geeft de kaders aan voor klimaatadaptatiebeleid;  Beleidsmakers: Borging van klimaatadaptatie in het beleid van Aalsmeer en de werkwijze van de samenwerkende organisatie;  Programmamanagers en projectleiders: meekoppelen van klimaatadaptatie in projecten;  Samenwerkende partijen: Het vormen van samenwerkingen in lokaal en regionaal verband. Zie voor een overzicht figuur 2.3.  Samenleving: bewustwording van de eigen rol in klimaatadaptatie.

12

GGD Amstelland

VEILIGHEIDS REGIO METROPOOLREGIO AMSTERDAM

AGV WATERNET

ISARIZ

KLIMAATADAPTATIE AALSMEER

RIJNLAND

Projecten en Advies

COLLEGE EN RAAD AALSMEER

VAKBELEID  Groenbeleid  Rioolbeleid  Waterbeleid  Wegenbeleid

NME

Stedelijke Ontwikkeling

Centrale Beheer taken

Communicatie

PROJECT REALISATIE MPP

BEHEER  Gebiedsbeheer  Rioolbeheer  Waterbeheer  Wegenbeheer  Groenbeheer  Afvalbeheer  LIOR/DIOR

BELEIDSPROJECTEN AALSMEER  Energietransitie  Omgevingswet  Assetmanagement  KLIMAATADAPTATIE

Figuur 2.3. Beleidsomgeving Klimaatadaptatie Aalsmeer. Overzicht van organisaties, beleid, beheer en uitvoering.

13

3. Weten: de opgave 3.1. Wat komt er op de gemeente af? Het klimaat verandert sneller dan verwacht. Ook in Aalsmeer zijn de effecten hiervan te merken. Op 25 juli 2019 is bijvoorbeeld voor het eerst 40 ºC gemeten in Nederland. Op die dag werd 36,3 ºC gemeten op Schiphol. Temperaturen tot ver boven de 30 graden waren vroeger uitzonderlijk, maar de laatste jaren komen deze warme dagen steeds vaker voor. Het jaar 2020 was bijvoorbeeld het jaar met het hoogste aantal tropische dagen achter elkaar. Deze metingen passen in de trend van structureel warmere zomers, ook in Aalsmeer. Klimaatverandering in Nederland is ingedeeld in vier klimaattrends (figuur 3.1). Deze beschrijven de vier belangrijkste klimaatontwikkelingen:

Figuur 3.1 Klimaattrends De trends van klimaatverandering zijn eenduidig, maar nieuwe wetenschappelijke inzichten volgen elkaar snel op. Daar zit een onzekerheidsfactor in. Om deze onzekerheid een plek te geven zijn klimaatscenario’s ontworpen, die de bandbreedte van klimaatverandering weergeven. Samengevat zorgen de klimaattrends in Nederland voor de volgende opgave: 1. Hitte: het wordt warmer. De KNMI-klimaatscenario’s uit 2014 geven aan dat de gemiddelde temperatuur in 2050 1-2 ºC hoger zal zijn en dat voor warme zomerdagen een langduriger temperatuurstijging wordt verwacht van 2 tot 3 dagen. Hittegolven duren langer en worden heviger, waardoor de gezondheid sterker onder druk komt te staan. 2. Wateroverlast: de neerslag wordt heviger, er valt méér regen in minder tijd. De riolering alléén kan deze buien niet meer verwerken. Onderzoek door het KNMI en adviesbureau HKV (2015; 2018) geven aan dat de hoeveelheid neerslag, met dezelfde herhalingstijd, met 10% is toegenomen vergeleken met onderzoek uit 2004. 3. Droogte: er komen langere perioden voor zonder neerslag, waardoor de grondwaterspiegel tijdens deze perioden langer daalt en daardoor ook dieper uitzakt. De zomers van 2018, 2019 en 2020 zijn voorbeelden van zeer droge zomers met zeer lage grondwaterstanden. 4.

Waterveiligheid: de zeespiegel stijgt continu, waardoor zonder aanvullende maatregelen meer kans bestaat op overstromingen. Naast dijkversterking is het belangrijk aandacht te hebben voor gevolgbeperking van overstromingen met een doordachte ruimtelijke inrichting en een adequate crisisbeheersing. Anders dan bij de andere klimaattrends is waterveiligheid geen aspect waar de gemeente primaire verantwoordelijkheden heeft. Het voortouw ligt bij de waterschappen, het Rijk en de Veiligheidsregio’s. Om inzicht te krijgen in de impact van de klimaattrends op lokaal niveau, zijn de klimaattrends vanuit landelijk beeld vertaald in effectberekeningen. Dit zijn de klimaatstresstesten. Deze klimaatstresstes-

14

ten zijn in essentie openbaar gemaakte kaartensets waarin effecten van klimaatverandering zijn weergegeven vanuit verschillende invalshoeken en detailniveaus. Deze kaarten vormen voor Aalsmeer de inhoudelijke basis voor het nieuwe beleid. We hebben verschillende stresstesten gebruikt. Waterschap Amstel Gooi en Vecht (AVG/Waternet), Rijnland, de Metropool Regio Amsterdam (MRA) en de provincie Zuid-Holland hebben in de regio eigen ontwikkelde stresstesten gepubliceerd. Het belangrijkste verschil tussen deze stresstesten zijn de verschillende uitgangspunten voor de achterliggende berekeningen en het soort getoonde informatie. Aalsmeer heeft alle stresstesten beoordeeld en gekozen voor de uitgangspunten zoals gebruikt door de MRA (http://mra.klimaatatlas.net). Deze stresstest wordt ook door andere gemeenten in de regio gebruikt. Zo ontstaat in onze regio enige uniformiteit in de inzichten van de klimaateffecten. Alleen voor de wateroverlast stresstestkaart is gebruik gemaakt van www.klimaateffectatlas.nl. Het detailniveau varieert per klimaattrend. De stresstesten wateroverlast en hitte volgen specifieke landelijke rekenvoorschriften, de stresstesten droogte en waterveiligheid volgen landelijke kwalitatieve richtlijnen. In het volgende hoofdstuk zijn de stresstesten toegelicht en zijn de klimaateffecten voor Aalsmeer nader geanalyseerd.

15

4. Weten: de klimaatstresstesten De klimaatstresstesten brengen de lokale impact van de vier klimaattrends op hoofdlijnen in beeld. Ze zijn gemaakt volgens de landelijke richtlijnen van het Deltaprogramma. Diverse adviesbureaus waaronder TAUW en Nelen & Schuurmans voeren de berekeningen uit in samenwerking met onder andere de waterschappen. 1. 2. 3. 4.

Wateroverlast: wat zijn de waterdieptes op straat en tegen gebouwen bij een extreme regenbui? Hitte: wat is de gevoelstemperatuur tijdens een extreem hete dag? Droogte: wat zijn de gevolgen van een langdurig droge periode? Waterveiligheid: wat gebeurt er bij een dijkdoorbraak; waar komen overstromingen voor en hoe diep?

Dit hoofdstuk vat de inhoudelijke informatie samen. Analyse van de stresstesten: QuickScan Het doel van de analyse van de stresstesten in deze fase van het beleid is het signaleren van aandachtspunten of knelpunten in Aalsmeer voor de vier klimaattrends. De analyse moet beschouwd worden als een QuickScan. De aandachtspunten of knelpunten die eruit naar voren komen zijn locaties of gebieden (straten, gebouwen, groen) waar de effecten van één of meer klimaattrends aanzienlijk zijn, en waar sprake kan zijn van overlast of van aantasting van vitale en kwetsbare functies. Gedetailleerdere analyses om maatregelen op te baseren zijn onderwerp van nader onderzoek. De stresstesten geven niet aan of een effect acceptabel is of niet. Dit is het onderwerp van de risicoanalyse in hoofdstuk 5.

4.1 Wateroverlast Wat is wateroverlast? Korte, hevige buien komen steeds vaker voor. De riolering van de gemeente is berekend op 20 mm neerslag in een uur, een bui die in het huidige klimaat ongeveer 1 keer per 2 jaar voor komt. Water komt op straat te staan als de bui groter is dan 20 mm in een uur (maximale verwerkingscapaciteit van de riolering). Het is daarom bij extreme buien niet de vraag óf water op straat komt, maar vooral waar het water naartoe stroomt en blijft staan. De klimaatstresstest brengt in beeld waar water op straat voor komt bij zeer zware buien, en waar het water tegen gebouwen aan staat. Naast wateroverlast door extreme buien, zorgen langdurig natte perioden voor grondwateroverlast in Aalsmeer. Bijvoorbeeld door opstijgend (grond)water in kruipruimtes of kelders. Over grondwateroverlast is gerapporteerd in het nieuwe Grondwaterzorgplan 2021–2026 van Aalsmeer. De resultaten ervan zijn bij de QuickScan op de stresstesten betrokken, omdat de impact van grondwateroverlast voor Aalsmeer van belang is. De klimaatstresstest wateroverlast Het landelijke Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie en de MRA schrijven voor om de effecten van een extreme bui van 70 mm in 1 uur als uitgangspunt te nemen. Dit is een bui met 50 mm per uur meer neerslag dan waar de gemiddelde riolering op is berekend. In het klimaat van 2050 komt deze bui 1x per 100 jaar voor.

Dat is ongeveer 15% zwaarder dan de vergelijkbare bui in het huidige klimaat. De bui die nu 1x per 100 jaar voorkomt is 60 mm in 1 uur.

16

De risicokaart grondwateroverlast De grondwaterrisicokaart Hoog Grondwater Aalsmeer (bron: Grondwaterzorgplan Aalsmeer, Wareco 2020) maakt onderscheid in 4 risicocategorieën voor grondwateroverlast. Te zien is welke gebieden in Aalsmeer het meest kwetsbaar zijn voor grondwateroverlast. Deze informatie is opgenomen in de wateroverlastkaart (figuur 4.2). De onderbouwing van de grondwateroverlastcategorieën is toegelicht in bijlage 1. Analyse wateroverlast en grondwateroverlast in Aalsmeer De wateroverlast kaart toont de impact van de extreme bui op het stedelijk gebied en het regionale watersysteem in Aalsmeer. De kaart toont 6 categorieën van voorkomende waterdiepten in centimeters. De werkwijze is als volgt. De categorieën met de grootste waterdiepten in de straten zijn gecombineerd met de informatie over kwetsbare en vitale gebouwen. Deze locaties zijn geïdentificeerd als knelpunten en in dit rapport benoemd met een indicatie van het specifieke probleem op die locatie. Enkele opvallende locaties zijn: Nr.

locatie

Problematiek wateroverlast (70 mm/uur) en zeer hoog grondwaterrisico.

1

Einsteinstraat

2

Hornmeer

3

Zwarteweg Baccarastraat

4

Aalsmeer centrum

5 6

Uiterweg Polderzoom

7

Tussen de Linten Oosteindedriehoek Linneauslaan – AH Blauwstraat

Hoog risico wateroverlast (tot >20 cm waterdiepte). Bereikbaarheidsproblemen toegangswegen door grote waterdiepte. Hoog risico op grondwateroverlast (grote kans op hoge grondwaterstanden met stijgingen tot 50 cm: natte kruipruimtes en kelders. Blank staande straten tot >20 centimeter waterdiepte. Hoog risico op grondwateroverlast (grote kans op hoge grondwaterstanden met stijgingen tot 50 cm: natte kruipruimtes en kelders. Blank staande straten tot >20 centimeter waterdiepte Hoog risico op grondwateroverlast (grote kans op hoge grondwaterstanden met stijgingen tot 50 cm: natte kruipruimtes en kelders. Blank staande straten tot >20 centimeter waterdiepte Bereikbaarheidsproblemen/wateroverlast Hoog risico op grondwateroverlast en water op maaiveld tot >20 centimeter waterdiepte water op maaiveld tot >20 centimeter waterdiepte

8 9

water op maaiveld tot >20 centimeter waterdiepte Blank staande straten tot >20 centimeter waterdiepte.

Tabel 4.1 Opvallende locaties bij stresstestanalyse op risico wateroverlast

17

Figuur 4.2 Klimaatstresstest wateroverlast (70 mm in 1 uur), aangevuld met de grondwaterrisicokaart Hoog Grondwater (bron: Grondwaterzorgplan Aalsmeer)

4.2 Hitte Wat is hittestress? In het klimaat van 2050 ligt de verwachte maximumtemperatuur 2 tot 3 ºC hoger dan de huidige temperatuur. Het aantal tropische dagen (boven 30 ºC) en warme dagen (boven 25 ºC) tijdens de zomer neemt daardoor steeds meer toe. De toenemende hitte heeft grote impact op de gezondheid van mens en natuur. Hittestress is een relatief nieuw onderwerp voor Nederland. Wetenschappelijke inzichten en oplossingen zijn nog volop in ontwikkeling. De gezondheidsimpact van hitte wordt uitgedrukt in de berekende gevoelstemperatuur in ºC. De gevoelstemperatuur wordt niet alleen bepaald door de luchttemperatuur en de luchtvochtigheid, maar ook door lokale factoren. Veel verhard oppervlak verhoogt bijvoorbeeld de gevoelstemperatuur. Schaduw en groen verlagen de gevoelstemperatuur. De lokale inrichting van wegen en gebouwen draagt bij aan het verhogen of verlagen van hittestress. Er is sprake van hittestress als een sterk verhoogde gevoelstemperatuur optreedt, die onaangenaam en zelfs schadelijk kan zijn voor mens en dier. Hittestress bij mensen treedt op vanaf 35 ºC gevoelstemperatuur (PET) en wordt extreem boven 41 ºC gevoelstemperatuur. Als de hittestress extremer wordt, treden meer gezondheidsproblemen op bij kwetsbare groepen, wordt inspanning zwaarder en slapen moeilijker.

18

De klimaatstresstest hitte De landelijke richtlijnen schrijven voor om voor Aalsmeer de gevoelstemperatuur van een hete dag in beeld te brengen. De gevoelstemperatuur wordt berekend aan de hand van luchttemperatuur, straling, wind en luchtvochtigheid. De hoeveelheid groen en de dichtheid van bebouwing hebben hier invloed op. Hittestress in Aalsmeer Uit de stresstest blijkt dat in Aalsmeer de gevoelstemperaturen (vergeleken met de luchttemperatuur) in de toekomst op kunnen lopen tot rond de 40°C. Gevoelstemperaturen hoger dan 41°C worden onaangenaam, waarbij ook gezondheidsklachten voor mensen kunnen ontstaan. Bij analyse van de hittestresskaart vallen een aantal gebieden met verhoogd risico op hittestress op. Ook zijn locaties waar veel mensen bijeenkomen en locaties met kwetsbare groepen het waard om nader onderzocht te worden. Locatie

Knelpunten hitte

1 2

Dorpskern Aalsmeer Woonwijk Nieuw Oosteinde

3

Omgeving Einthovenhof Kudelstaart

Verhoogd risico op hittestress. Verhoogd risico op hittestress. Uitbreidingswijk met relatief jong, nog niet uitgegroeid groen. Verhoogd risico op hittestress. Woonwijk nader onderzoeken.

Tabel 4.3 Aandachtspunten hittestress

Er zijn ook koelere gebieden in Aalsmeer, zoals de Westeinderplassen, het Schinkelbos, natuurgebied Oosteinderpoel, de Bovenlanden, het Hornmeerpark, het Stokkenland en groene monumenten, waaronder het Seringenpark en de Boomkwekershof.

19

Droogte Edisonstraat zomer 2020

Figuur 4.4 Hittestresskaart Gevoelstemperatuur (bron: stresstest MRA – Nelen & Schuurmans 20

4.3 Droogte Wat is droogte? Droogte treedt op als er substantieel meer water verdampt dan de hoeveelheid neerslag die valt: er is dan een tekort aan neerslag. De zomers van 2018, 2019 en 2020 waren uitzonderlijk droog. In 2018 was het neerslagtekort bijvoorbeeld 300 mm tegen ongeveer 100 mm in een gemiddeld jaar. Het aantal droge zomers neemt naar verwachting tot 2050 verder toe. Het neerslagtekort zorgt met name voor diepere grondwaterstanden. Dit kan leiden tot schade aan gebouwen, woningen, infrastructuur, natuur en landbouw. Droogte is meetbaar als (te) diepe grondwaterstanden en slechtere waterkwaliteit ontstaan. De gevolgen hiervan zijn breed merkbaar: - Bodemdaling en verzakking: in veen- en kleigebieden versnelt de uitdroging van de bodem het proces van bodemdaling. Bodemdaling ontstaat door krimp, oxidatie (veengrond) en het samendrukken van grond. De gevolgen zijn verzakte wegen en hogere onderhoudskosten voor bebouwing, groen en infrastructuur. - Funderingsproblemen: kwetsbare houten paalfunderingen van oudere gebouwen (vóór 1970) vallen droog tijdens droge periodes. Dit veroorzaakt snelle aantasting van de houten palen. - Slechtere waterkwaliteit: in droge periodes worden de concentraties van meststoffen in oppervlaktewater hoger, omdat er geen regenwater is voor verdunning.

Schadelijke (blauw)algen en een lager zuurstofgehalte kunnen leiden tot vissterfte en ongezond zwemwater. De klimaatstresstest droogte Er zijn nog geen expliciete landelijke getalsmatige richtlijnen om droogte te kwantificeren in de droogtestresstest. Voor de klimaatstresstest droogte is het effect ervan in Aalsmeer in kaart gebracht als bodemdaling in centimeters. De risicokaart grondwateronderlast In het Grondwaterzorgplan Aalsmeer 2021-2026 (Wareco, 2020) en de Grondwaterrisico inventarisatie Aalsmeer (Wareco, 2019) is het risico op grondwateronderlast (te diep grondwater) ingedeeld in vier categorieën van ‘klein’ tot ‘zeer groot’. De achterliggende onderbouwing van deze informatie is te vinden in bijlage 2. Analyse droogte en grondwateronderlast in Aalsmeer De stresstest droogte laat zien dat de ruimtelijke impact verschilt van locatie tot locatie binnen de gemeente. De werkwijze is als volgt. De categorieën grootste bodemdaling zijn gecombineerd met:  De locaties van kwetsbare gebouwen en gebouwen met een vitale maatschappelijke functie.  De gebieden met het grootste risico op grondwateronderlast Waar dit gecombineerd voorkomt is dit als een knelpunt locatie opgenomen. locatie

Knelpunten droogte en grondwateronderlast

1

Aalsmeer dorp

2

Bovenlanden Aalsmeer

Zeer hoog risico op grondwateronderlast. Bodemdaling en schade aan gebouwen Algemeen knelpunt: bodemdaling door slappe veengrond

4.5 Aandachtspunten droogte en grondwateronderlast

21

Figuur 4.6 Droogtestresskaart bodemdaling (bron: stresstest MRA – Nelen&Schuurmans aangevuld met grondwaterrisicokaart Wareco 2020)

4.5.

Waterveiligheid

Wat is waterveiligheid? Om wateroverlast als gevolg van overstromingen te voorkomen, zijn in Nederland vele kilometers waterkeringen aangelegd, en zijn voorzieningen getroffen om rivieren de ruimte te geven om zo het land te beschermen. Deze maatregelen zorgen ervoor dat de kans op een overstroming in Nederland klein is. In het algemeen geldt: hoe groter de gevolgen zijn als een kering doorbreekt, hoe kleiner de kans mag zijn dat dit gebeurt.

Voor overstromingen is het beleid met betrekking tot de meerlaagse veiligheid van belang. Dit beleid (meerlaagse veiligheid) is gebaseerd op 3 pijlers: 1. Preventie (waterschappen en Rijkswaterstaat) 2. Duurzame ruimtelijke planning en inrichting (provincie, gemeente, bedrijven en ontwikkelaars) 3. Crisisbeheersing op orde (gemeente en veiligheidsregio)

22

Figuur 4.7 Schematische weergave meerlaagse veiligheidsniveaus Waterveiligheid

De waterschappen en het Rijk zijn verantwoordelijk voor de veiligheid van de dijken. Het uitgangspunt voor waterveiligheid (overstromingen) is dat de primaire en regionale keringen nu en in de toekomst aan de getalsmatige normen voldoen en daarmee de kans op een overstroming beperken. Deze normering voor de primaire keringen is zelfs wettelijk vastgesteld. De huidige normering voor primaire keringen ligt vast op het beschermingsniveau van een overstroming van 1x per 10.000 jaar. De provincie Noord-Holland stelt de normering van de regionale keringen vast. De overschrijdingskans voor de regionale keringen is maximaal 1x per 300 jaar. De gemeente is niet verantwoordelijk voor deze waterkeringen en gaat uit van deze landelijke en regionale normen. Naast preventie/dijkversterking, de eerste laag in het beleid, is er steeds meer aandacht voor de gevolgbeperking van overstromingen. Gevolgbeperking houdt in dat rekening wordt gehouden met de impact van een dijkdoorbraak door middel van ruimtelijke inrichting en crisisbeheersing. Met name de tweede laag (ruimtelijke inrichting) is in dit geval van belang. Deze laag is erop gericht overstromingsrisico's expliciet mee te wegen bij de locatiekeuze en de inrichting van gebieden, infrastructuur en gebouwen.

Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen bieden juist kansen om veiligheidsmaatregelen door te voeren; en in bestaand bebouwd gebied liggen kansen om mee te koppelen met herstructurering. De gemeente is leidend bij de ruimtelijke inrichting en stelt kaders voor voldoende wateropvang in gebieden. De derde laag, de crisisbeheersing, is primair de verantwoordelijkheid van de gemeente en de Veiligheidsregio. De klimaatstresstest gevolgbeperking overstromingen De klimaatstresstest gevolgbeperking overstromingen brengt in kaart wat er gebeurt bij een dijkdoorbraak. Het overstromingsbeeld voor Aalsmeer is met verschillende aspecten in beeld gebracht. De opgenomen kaart in dit rapport is een samenvatting van de overstromingskansen in de gemeente voor:   

doorbraak van de primaire waterkeringen doorbraak van de regionale waterkeringen de plaatsgebonden overstromingskans

23

Voor Aalsmeer is de doorbraak van de regionale keringen maatgevend. De kans dat een dijkdoorbraak plaatsvindt is relatief klein, maar het effect ervan is groot: de waterdiepte is aanzienlijk groter en de veiligheidsnorm lager dan bij de primaire keringen. Waterveiligheid in Aalsmeer De stresstest ‘gevolgbeperking overstromingen’ laat het belang van de dijken rondom Aalsmeer zien. De normen voor deze waterkeringen zijn streng waardoor de kans op een dijkdoorbraak klein tot erg klein is (overstromingskansen zijn in deze stresstest berekend, variërend van 1x per 300 per jaar tot 1x per 30.000 jaar). Ondanks een overstromingskans van 1x per 300 jaar, kan een overstroming altijd een keer optreden. Hier moet de gemeente zoveel mogelijk op zijn voorbereid om de gevolgen te beperken. Onder andere voldoende opvang voor water is hierbij van belang. Bij nieuwe ontwikkelingen, herstructureringen, groot onderhoud en ook grote investeringen van derden in de gemeente moeten nu al de juiste keuzes worden gemaakt om slim mee te koppelen en de overstromingsrisico’s in de afweging mee te nemen. Hierdoor worden de gevolgen van een eventuele overstroming verkleind.

Bovendien is het de taak van de gemeente, conform de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), dat nieuwe ontwikkelingen niet tot een toename van het overstromingsrisico leiden (op basis van het uitgangspunt van meer mensen en kapitaal achter de dijken). Als de regionale keringen falen, stromen één of meerdere van de polders in Aalsmeer onder (Schinkelpolder, Hornmeer-/Stommeer-/Oosteinderpoel-polder) en Kudelstaart (Zuiderlegmeerpolder), met onderwaterdiepten van 0,5 meter tot wel meer dan 4 meter, zie figuur 4.8.

Figuur 4.8. Overstromingskaart falen regionale keringen. Bron: Klimaatatlas MRA.

24

Figuur 4.9. Overstromingskaart Aalsmeer falen primaire keringen. Bron: Klimaatatlas MRA.

Figuur 4.10. Plaatsgebonden overstromingskans Aalsmeer bij een waterdiepte >20 cm. Bron klimaatatlas MRA.

25

Als de primaire keringen falen stroomt de gehele Zuiderlegmeerpolder (Kudelstaart) onder, zie figuur 4.9. Ook elders in Aalsmeer zijn gebieden kwetsbaar (figuur 4.10). Maar als de regionale keringen falen, is de overstromingsnood in het stedelijk gebied van Aalsmeer juist enorm. Het is daarom zo belangrijk om het risico op dijkdoorbraak van met name de regionale keringen en de gevolgen van overstromingen zo klein mogelijk te houden. Hiervoor is overleg met de waterschappen en de Veiligheidsregio noodzakelijk zoals over onderhoud en beheer (waterschap) en het oefenen met rampenplannen (o.a. veiligheidsregio)

26

5. Willen: risicoanalyse en prioritering van kwetsbaarheden Om de gemeentelijke ambitie voor klimaatadaptatie van de gemeente Aalsmeer te bepalen zijn de eerste risicodialogen gevoerd (zie figuur 5.1 en het tekst vak). Tijdens deze dialogen zijn door belanghebbende partijen de effecten gewaardeerd: welke risico’s vindt de gemeente onacceptabel, onwenselijk en wat is acceptabel? Deze risicodialogen zijn op verschillende lagen in de organisatie gevoerd: met de ambtelijke organisatie, het bestuur en de Raad van Aalsmeer. Ook het Waterschap AGV/Waternet, het Hoogheemraadschap van Rijnland, Doorlopen proces risicoanalyse: de Veiligheidsregio Am- Beheerderstoets klimaatstresstesten: 23 oktober 2019 stelland en de GGD zijn - Dialoog hitte en droogte: 6 november 2019 bij de sessies betrokken - Dialogen waterveiligheid en wateroverlast: 13 november 2019 geweest.

Figuur 5.1 Dialoog over prioritering met veldkennis van beleid en beheer

27

5.1 Werkwijze: Indeling in categorieën en op de kaart Risico’s zijn geprioriteerd in drie categorieën. Niet acceptabel Dit zijn situaties die de gemeente Aalsmeer urgent vindt, met dusdanig grote gevolgen, dat de situaties op korte termijn (tot en met 2026) moeten worden aangepakt, geprioriteerd vanuit klimaatadaptatie. Meekoppelen met projecten is daarbij leidend, maar als de urgentie het vereist worden maatregelen vanuit klimaatadaptatie uitgevoerd. Onwenselijk Dit zijn situaties die de gemeente Aalsmeer minder urgent vindt, maar op de (middel)lange termijn (tot 2030) moeten worden opgelost. Maatregelen worden meegekoppeld met het MeerjarenProjectenPlan (MPP). Acceptabel De gemeente Aalsmeer vindt deze situaties acceptabel en richt zich vooral op bewustwording (communicatie en voorlichting), zodat ieder zich van de gevolgen bewust is en eventueel zelf maatregelen kan ondernemen, indien gewenst. De resultaten van de dialogen zijn vertaald naar een kaart voor de gemeente Aalsmeer. Op deze kaart zijn de kwetsbare locaties binnen de gemeente Aalsmeer voor hitte, droogte en wateroverlast aangegeven, omdat de gemeente voor deze klimaattrends een primaire verantwoordelijkheid draagt en kan ingrijpen. Ook is met verschillende kleurtinten aangegeven welke locaties prioriteit hebben vanuit klimaatadaptatie. In de bijlage is de kaart op volledige grootte opgenomen.

Bij de klimaattrends zijn de locaties ingezoomd weergegeven.

5.2 Prioritering per klimaattrend Wateroverlast Traditioneel richt de gemeente Aalsmeer zich op het beperken van wateroverlast door maatregelen te treffen aan de riolering. De waterschappen beheren het oppervlaktewater van Aalsmeer. Omdat extreme buien toenemen, is het belangrijk en mogelijk om de openbare ruimte en gebouwen bij de wateroverlastanalyses te betrekken. Knelpunten: generiek en locatie specifiek Tijdens de risicodialoog is bepaald dat Aalsmeer het niet acceptabel vindt dat extreme neerslag (groter dan de capaciteit van de riolering (20 mm)) leidt tot:  Niet begaanbare routes (waterdiepte >20 centimeter) voor nood- en hulpdiensten;  Schade in gebouwen door wateroverlast vanuit de openbare ruimte;  Schade en uitval van kritische en vitale functies zoals de stroomvoorziening;  Langdurig water uit het gemengd riool (afvalwater) op straat;  Opdrijvende putdeksels die leiden tot onveilige situaties.  Kwetsbare en vitale functies als ziekenhuizen krijgen extra prioriteit op een hoger veiligheidsniveau.

28

Uit de input van de risicodialogen en een eerste analyse van de beschikbare kaarten komen een aantal mogelijke knelpunten naar voren die nader moeten worden onderzocht. Voorbeelden hiervan zijn: Figuur 5.2 Einsteinstraat, Mijnsherenweg, waterdiepte tot meer dan 20 cm, middelhoog risico op water in panden en onbegaanbare wegen bij bui 70mm in één uur.

Figuur 5.3 Er zijn binnen de gemeente wijken en buurten met een hoog tot zeer hoog risico op hoge grondwaterstanden. Bron: Wareco 2019, Grondwaterrisico-inventarisatie Aalsmeer

Handelingsperspectief Een belangrijke opgave is dat de gemeente de plannen voor nieuwbouw en de openbare ruimte gaat ontwerpen en toetsen op extreme buien. Daarbij kan de gemeente zelf maatregelen nemen in de openbare ruimte, maar kan ook samenwerken met het waterschap, de inwoners en de bedrijven.

29

Figuur 5.4 Wateroverlast in de Zijdstraat in Aalsmeer

Naast wateroverlast door hevige neerslag is grondwateroverlast een belangrijke opgave binnen Aalsmeer. In verschillende wijken zorgt verhoogd en fluctuerend grondwater voor schade en vochtproblematiek in woningen. Dit onderwerp staat hoog op de agenda bij de bewoners en de Raad. Op eigen terrein hebben inwoners een eigen verantwoordelijkheid. De inwoners kunnen invloed uitoefenen op de grondwaterstand door de mate van verharding op het perceel. Wanneer het gaat om externe invloeden op grondwater zoals waterpeilbeheer (waterschap) of de drainerende werking van het riool ligt hier een verantwoordelijkheid bij de gemeente en/of het waterschap. Communicatie met bewoners is een belangrijk middel. Hitte Hitte heeft impact op de gezondheid van mensen, planten en dieren in Aalsmeer. Gebouwen en de openbare ruimte zijn niet altijd ontworpen op (extreme) hitte. Hitte heeft vooral impact op kwetsbare groepen (gezondheidsproblemen en sterfte) en de verblijfskwaliteit in gebouwen en (winkel)gebieden.

Knelpunten: generiek en locatiespecifiek Binnen Aalsmeer zijn de volgende situaties in generieke zin als niet acceptabel aangemerkt: Locatie

Knelpunten

1 2

Dorpskern Aalsmeer Woonwijk Nieuw Oosteinde

3

Omgeving Einthovenhof Kudelstaart

Verhoogd risico op hittestress. Verhoogd risico op hittestress. Uitbreidingswijk met relatief jong, nog niet uitgegroeid groen. Verhoogd risico op hittestress. Woonwijk nader onderzoeken.

Figuur 5.5 Overzicht knelpunten Hittestress

30

Figuur 5.6 Gevoelstemperaturen (hittestress) Aalsmeer Dorpskern met Praamplein. Bron: MRA klimaatatlas

Figuur 5.7 Gevoelstemperaturen (hittestress) Aalsmeer wijk Nieuw Oosteinde. Bron: MRA klimaatatlas

31

Figuur 5.8 Gevoelstemperaturen (hittestress) Aalsmeer omgeving Einthovenhof, Kudelstaart. Bron: MRA klimaatatlas

Een té hoge binnentemperatuur (> 26 ºC) binnen gebouwen met vitale functies, zoals bij ziekenhuizen en zorgcentra, bij kantoren en (basis)scholen leidt tot hittestress, gekenmerkt door té hoge gevoelstemperaturen. Ook als de hitteperiodes te lang duren en zorgen voor té veel, té warme nachten, leidt dit tot hittestress met risico’s voor de volksgezondheid Verlies van de verkoelende functie van bomen gedurende meerdere jaren. Als het zodanig warm is, dat onder de bomen nog weinig verkoeling is te vinden, wordt het onaangenaam voor de leefbaarheid. Tijdens de risicodialogen zijn daarom de volgende, algemene niet-acceptabele knelpunt categorieën benoemd: 1. Schoolpleinen en tehuizen. Deze problematiek speelt bij meerdere schoolpleinen in de gemeente en vraagt om nader onderzoek. 2. Hittestress nabij zorgcentra komt verspreid voor en wordt nader onderzocht. 3. Hittestress komt ook voor bij winkelcentra (relatief veel verharding). Hoewel ongewenst is het handelingsperspectief voor deze locaties beperkt.

Handelingsperspectief Hitte vraagt voor een belangrijk deel om gedragsaanpassing. De gemeente ziet het als haar taak om bij nieuwbouw, herinrichting en onderhoud eisen te stellen aan het ontwerp en de inrichting. De gemeente gaat de hitteopgave niet oplossen voor bestaande gebouwen, maar gaat dit wel agenderen bij eigenaren en corporaties. De gemeente kan maatregelen in de openbare ruimte meenemen, zoals het plaatsen van extra bomen die zorgen voor verkoeling. Daarnaast is het belangrijk hitte te koppelen aan de energietransitie. Koeling is een belangrijk onderdeel in de nieuwe energienormering voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen (BENG).

32

Droogte Droogte heeft een brede impact in Aalsmeer: schade aan groen, een slechtere waterkwaliteit in oppervlaktewater, waterschaarste, lagere grondwaterstanden en bodemdaling. Daarnaast nemen kosten voor het beheer en onderhoud van de infrastructuur toe.

Knelpunten: generiek en locatie specifiek Voor Aalsmeer is in generieke zin het niet acceptabel dat droogte zorgt voor:  Sterfte van (monumentale) bomen en waardevol groen gedurende meerdere jaren.  Verlies van de koelende functie van bomen gedurende meerdere jaren.  Grondwateronderlast rondom en schade aan houten paalfunderingen van woningen Tijdens de risicodialogen zijn de volgende niet acceptabele knelpuntlocaties benoemd: locatie

Onacceptabele knelpunten droogte en grondwateronderlast

1

Aalsmeer Dorp

2

Knelpuntlocaties in Bovenlanden (veengronden)

Zeer hoog risico op grondwateronderlast. bodemdaling waardoor schade aan gebouwen kan optreden. Hier is bodemdaling ook een risicofactor. Locaties met zeer hoog risico op verzakkende wegen.

Figuur 5.9 Overzicht knelpuntendroogte en grondwateroverlast

Handelingsperspectief Het gemeentelijk handelingsperspectief voor droogte in de bestaande stad is beperkt. Het is niet mogelijk om het grondwater structureel tijdens droogte aan te vullen. Wel is een droogtebestendige en zettingsarme inrichting mogelijk door meer water in de bodem te infiltreren en droogtebestendige beplanting toe te passen. Bij nieuwbouw kan de gemeente middels een waterbergende inrichting sturen op het vasthouden van water in het gebied, zodat grondwaterstanden aangevuld kunnen worden. Een goede maatschappelijke kosten-baten analyse van maatregelen om droogte tegen te gaan en inzicht te krijgen in benodigd budget is belangrijk. Dit maakt een keuze tussen probleemgestuurd onderhoud of structurele oplossingen met hogere kosten mogelijk. Hierbij is het essentieel te onderzoeken of andere materialen en/of oplossingen mogelijk zijn om bodemdaling en zettingen te beperken. Verkeersveiligheid is één van de belangrijkste aspecten te beschouwen in het droogte probleem; verzakte wegen en trottoirs kunnen onveilige situaties opleveren met hoge beheerkosten. Snelheidsverlagende maatregelen kunnen worden genomen, mits dit niet ten koste gaat van de bereikbaarheid.

33

Waterveiligheid Het beschermingsniveau van de primaire en regionale keringen is een uitgangspunt voor Aalsmeer. De berekende plaatsgebonden overstromingskans is tussen 1× per 30.000 jaar en 1× per 300 jaar, waarbij de kansen en gevolgen van een doorbraak van regionale keringen groter zijn dan voor primaire keringen.

Zoals genoemd in paragraaf 4.5 is voor het beleid met betrekking tot de meerlaagse veiligheid voor overstromingen de tweede laag, duurzame ruimtelijke planning en inrichting, van belang. Deze tweede laag is in dit geval van belang, omdat deze laag erop gericht is overstromingsrisico's expliciet mee te wegen bij de locatiekeuze en de inrichting van gebieden, infrastructuur en gebouwen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen bieden kansen voor veiligheidsmaatregelen en in bestaand bebouwd gebied liggen kansen om mee te koppelen met herstructurering. Om inzicht te krijgen in de risico’s en te bepalen welke maatregelen genomen kunnen worden is er een digitaal hulpmiddel: de Meerlaagsveiligheid Verkenner. Deze Verkenner biedt een QuickScan voor de te nemen maatregelen binnen de tweede laag.

Figuur 5.10 Overzicht QuickScan maatregelen tweede veiligheidslaag Waterveiligheid.

Knelpunten: generiek en locatiespecifiek Er zijn geen specifieke knelpunten benoemd tijdens de risicodialogen. Het waterschap Amstel, Gooi en Vecht en het hoogheemraadschap Rijnland voeren hun eigen beleid uit om de keringen op orde te houden. Handelingsperspectief Waterschappen en de provincie zijn primair verantwoordelijk voor de eerstelaags veiligheid: preventie en crisisbeheersing. Het handelingsperspectief voor de gemeente is met name gericht op de tweede laag, duurzame ruimtelijke planning en inrichting.

34

De gemeente is volgend bij waterveiligheid. In ruimtelijke plannen dient de gemeente een watertoets uit te voeren. Daarmee beoordeelt de gemeente de plannen op klimaatadaptatie en stelt randvoorwaarden aan de betreffende ontwikkeling om wateroverlast te beperken (denk daarbij aan minimale vloerhoogten, inrichting buitenruimte, invulling klimaatadaptatie, aanleg waterbergingen, etc.). Dit wordt de tweedelaags veiligheid genoemd. Om de waterveiligheid te borgen zijn er diverse regionale en bovengemeentelijke programma’s. Met name de waterbeheerders en de veiligheidsregio zijn eigenaar van deze programma’s, gericht op het voorkomen van en het bestrijden van (water)crises en het herstel van schade (derdelaags veiligheid). De waterbeheerders en de Veiligheidsregio betrekken daarin de betrokken gemeenten, waaronder Aalsmeer. Vanuit de regionale crisisorganisatie richt het thema ‘water en extreme weersomstandigheden’ de aandacht op opleiden, trainen en oefenen (RTMOTO). Met betrekking tot de crisisorganisatie wordt, zowel op operationeel als bestuurlijk niveau de kennis op niveau gehouden, door het organiseren en volgen van een lesmodule IBP NZK, kennissessies, oefeningen en themasessies. Voor de gevolgbeperking bij een dijkdoorbraak van de keringen heeft de Veiligheidsregio de leiding en verantwoordelijkheid, in afstemming met de waterschappen.

Voor de gevolgbeperking bij een doorbraak van de keringen heeft de Veiligheidsregio de leiding en verantwoordelijkheid.

Figuur 5.11 Sluitbare waterkering in Aalsmeer

35

6. Willen: ambities en richtlijnen voor een klimaatbestendig Aalsmeer In 2050 wil de gemeente Aalsmeer klimaatbestendig ingericht zijn. Dit hoofdstuk gaat eerst in op de rollen die de gemeente kiest om dit te bereiken. Daarnaast zijn de ambities en de richtlijnen beschreven om de gemeente klimaatadaptief te maken. Vanuit de invalshoeken openbare ruimte, private ruimte en nieuwbouw is hier invulling aan gegeven. Het startpunt voor het bepalen van de ambities was de bijeenkomst met een vertegenwoordiging van de gemeenteraad op 3 maart 2020. De ambities en richtlijnen zijn tijdens een interne actiedialoog op 22 juni 2020 verder besproken en uitgewerkt. Door de ambities te toetsen met de uitkomsten van de stresstesten kan veel waardevolle informatie verkregen worden. Om een indruk te krijgen van enkele aspecten zijn de ambities voor hitte en wateroverlast getoetst aan de stresstesten en vertaald naar twee kaarten; voor hitte een vertaling naar loopafstanden-naar-koelteplekken en voor wateroverlast een vertaling naar kwetsbare wegen en kwetsbare gebouwen.

Figuur 6.1 Foto raadssessie 3 maart 2020

6.1 De sturingsfilosofie Afhankelijk van de situatie kan de gemeente Aalsmeer verschillende rollen aannemen. Een gekozen rol geeft richting aan de acties en de bijbehorende kosten die de gemeente wil ondernemen. Zie figuur 6.2. voor een overzicht.

36

Figuur 6.2 De vier overheidsrollen (bron: afbeelding Tauw, geïnspireerd op Nederlandse school voor openbaar bestuur NSOB)

Uitgewerkt betekent dit het volgende: 

De realiserende / regisserende overheid - bij deze rol onderneemt de gemeente zelf actie. Deze rol past goed bij de gemeente wanneer zij zelf verantwoordelijk is en zelf handelingsperspectief heeft. De gemeente is bijvoorbeeld sturend in de openbare ruimte. De regulerende overheid – bij deze rol dwingt de gemeente af dat anderen maatregelen treffen. Dit kan met een verordening of omgevingsplan, maar ook door kaders te stellen in de omgevingsvisie, in beleid en daaruit voortvloeiende programma’s. De samenwerkende overheid – bij deze rol werkt de gemeente bij klimaatadaptatie samen met stakeholders. Bijvoorbeeld door bewoners te betrekken bij wijkreconstructies en door ambities en richtlijnen te bespreken met projectontwikkelaars en overeen te komen in een ontwikkelovereenkomst. De ondersteunende overheid – bij deze rol zet de gemeente in op het stimuleren en het informeren van derden. Bijvoorbeeld door subsidieverlening als een groene dakensubsidie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=771c46d4-1721-4528-9983-a33288db63f7