20210105 Raadsbrief inzake correctie GRP 2021-2026 Aalsmeer bijlage aangepaste GRP Aalsmeer (2021 - 2026)_def.pdf
Tekst van het document
De kwaliteit van het oppervlaktewater is de afgelopen jaren sterk verbeterd. Om wateroverlast te voorkomen zijn lozingen vanuit het rioolstelsel soms onvermijdbaar, maar dit leidt niet tot directe volksgezondheids- of milieuproblemen. Doordat de komende jaren meer verhard oppervlak van het gemengde rioolstelsel zal worden afgekoppeld, zal er minder vuil water via de overstorten van het gemengde stelsel op het oppervlaktewater komen. Het doel hierbij is om op lange termijn alle externe overstorten te kunnen saneren. Als gemeente hebben we de opgave om lozingen door bronbemaling tijdens projectuitvoering te beperken. Hierover maken we afspraken met de waterschappen in de planperiode. e. Emissieloze glastuinbouw Voor de glastuinbouw geldt dat het lozen van afvalwater dat gewasbeschermingsmiddelen bevat niet toegestaan wordt op oppervlaktewater of riolering, tenzij dit afvalwater eerst wordt gezuiverd. Deze verplichting geldt sinds 1 januari 2021 ook voor het lozen van drain(age)water en filterspoelwater afkomstig van de substraatteelt en voor grondteelten. De sector is zelf verantwoordelijk voor het voldoen aan deze regels. Aan de start van deze planperiode is het onbekend of er in Aalsmeer gewasbeschermingsmiddelen in het rioolwater zitten.
Gezamenlijk met de waterschappen bekijken we deze planperiode of er bestrijdingsmiddelen worden aangetroffen bij de zuivering en of maatregelen nodig zijn. f. Aanpak microverontreinigingen In het rioolwater vinden we wel steeds vaker microplastics en microverontreinigingen zoals medicijn-, hormoon- en drugsresten. Deze resten kunnen via het watermilieu schade veroorzaken aan mens en dier. Een belangrijk probleem als gevolg van microverontreinigingen zijn bijvoorbeeld antibioticaresistente bacteriën. Daarnaast komt zwerfvuil via kolken in het rioolwater. Via publiekscampagnes pakken we nieuwe verontreinigingen brongericht aan. Hierin willen werken we gaan samenwerken met betrokken partijen als bronhouders van verontreiniging en de waterschappen. g. Duurzaam inkoopproces Projecten omtrent ruimtelijke adaptatie en duurzaamheid kunnen extra kosten met zich meebrengen, of juist aanvullende voordelen
Onze referentie: D10018445:78 - Datum: 24 november 2020 26 van 82
GRP AALSMEER (2021 - 2026)
opleveren ten opzichte van conventionele projecten. De manier waarop we onze projecten financieren en aanbesteden speelt een rol in de mogelijkheden die er zijn voor duurzaamheid en ruimtelijke adaptatie. In ons Inkoop- en Aanbestedingsbeleid (vastgesteld in 2017), hebben we opgenomen hoe we sociale en milieuaspecten meenemen in het inkoopproces. Daarnaast hebben we als gemeente Aalsmeer een addendum op het beleidsstuk, waarin wij uitspreken duurzaam in te kopen en de principes van FairTrade12 zoveel mogelijk te respecteren, met inachtneming van de van toepassing zijnde (Europese) wet- regelgeving. h. Gebruik duurzame materialen Om ervoor te zorgen dat er een gezamenlijk beeld bestaat over duurzaamheid van materialen actualiseren we de Leidraad Duurzame Inrichting Openbare Ruimte (LIOR/DIOR). Daarnaast streven we na om het duurzaam gebruik van materialen in de zorg voor (afval) water mee te nemen in aanbestedingen. Tot slot streven we na als gemeente een voorbeeldfunctie te hebben. Het duurzaam gebruik van materialen dragen we uit door deze duidelijk aanwezig in de openbare ruimte te gebruiken. i. Faciliteren in het hergebruik De rol van water en riolering bij verduurzaming (terugwinnen energie en grondstoffen) zien we vooral faciliterend. Op deze manier dragen we bij aan de circulaire doelstellingen vanuit het programma duurzaamheid.
Een goed voorbeeld is de deelname van onze gemeente aan het project ‘BiobasedConnections’. Dit is een unieke samenwerking van elf bedrijven, onderwijsinstellingen en overheden om grondstoffen uit de levende natuur om te zetten tot duurzame producten. En zo een ‘biobasedeconomy’ in de regio te realiseren. j.
Opwekken energie en terugwinning grondstoffen op centrale locaties Op het gebied van duurzaam afvalwater hebben zich de afgelopen jaren veel ontwikkelingen voorgedaan. Deze ontwikkelingen grofweg op te delen in de thema’s grondstoffen (besparing en terugwinning) en energie (besparing en duurzame
12 Meer informatie kunt u terugvinden op de
websites van Gemeente Aalsmeer
opwekking). Naast innovaties als riothermie zijn er ontwikkelingen in het scheiden van afvalwaterstromen met een decentrale (alternatieve) manier van verwerking en zuivering. Dit wordt nieuwe sanitatie genoemd. Afvalwater is daarnaast ook een bron van energie en nutriënten. De doelmatigheid van dergelijke terugwinnings-technieken wordt op dit moment volop onderzocht in Nederland. Centrale zuivering door de waterschappen is nu het meest effectief. Vanuit het programma duurzaamheid binnen onze gemeente worden onderzoeken naar decentrale zuivering gevolgd.
3.3.3
Speerpunt 3: Professionalisering rioleringszorg
Onder dit speerpunt beschrijven we 6 actiepunten om onze rioleringszorg te professionaliseren a. Kwaliteit van ons areaal in beeld brengen b. Meten en monitoren c. Professionaliseren beheer: risicosturing en assetmanagement d. Inspelen op stedelijke ontwikkelingen met behulp van een afvoerstructuurplan e. Doelmatig samenwerken in de waterketen f. Communicatie en bewonersagenda a. Kwaliteit areaal in beeld Om te waarborgen dat we als gemeente ‘de goede dingen doen’ is inzicht in de kwaliteitstoestand van het areaal noodzakelijk. Door te inspecteren wordt dit inzicht vergroot en kunnen optimalisaties en onderhoudswerkzaamheden worden doorgevoerd op basis van meetdata. Op dit moment voeren we inspecties uit in frequenties zoals weergegeven in onderstaande tabel enzijn wij bezig om een inhaalslag te maken bij reiniging en inspectie van riolen. Medio 2021 moeten alle riolen ouder dan 30 jaar zijn geïnspecteerd. Alle riolen in aandachtsgebieden (zetting, aantasting, reconstructies) jonger dan 30 jaar dienen ook geïnspecteerd te worden Wij besteden de uitvoering van inspecties volledig uit.
www.aalsmeer.nl en op FairTrade Gemeenten www.fairtradegemeenten.nl.
Onze referentie: D10018445:78 - Datum: 24 november 2020 27 van 82
GRP AALSMEER (2021 - 2026)
Tabel 3: Frequentie inspectie en onderhoud
Object
Frequentie
Gemalen
Tweemaal per jaar inspectie en reiniging
Drukrioleringsgemalen
Jaarlijkse inspectie en reiniging
Randvoorzieningen
Jaarlijkse inspectie en reiniging
Afvalwaterriool
Gemiddeld eenmaal per 7 jaar reinigen en inspecteren
Gemengd riool
Gemiddeld eenmaal per 10 jaar reinigen en inspecteren
Hemelwaterriool
Gemiddeld eenmaal per 10 jaar reinigen en inspecteren
Drainagestelsel
Eenmaal per 2 jaar of vaker naar aanleiding van meldingen
Kolkenzuigen
Eenmaal per jaar preventief 2 jaar of vaker naar aanleiding van meldingen
Optredende grondwaterstanden worden binnen onze gemeenten gemonitord met behulp van ons gemeentelijke grondwatermeetnet. Het onderhoud van dit meetnet wordt regionaal opgepakt in ISARIZverband. Bovendien willen we beter inzicht in klimaateffecten en de koppeling tussen neerslag (en droogte) en effecten op de grondwaterstand in beeld brengen. Hiervoor zouden we kunnen overwegen om regenmeter(s) aan te schaffen om het meetnet uit te breiden. Deze periode evalueren we ons grondwatermeetnet zodat we het kunnen optimaliseren.
Deze planperiode actualiseren wij ons inspectieprogramma met als doel om meer inzicht krijgen in de onderhoudstoestand van de riolering, drainages, en drukriolering, persleidingen, pompen en putten op de lange termijn. b. Meten & monitoren Met het structureel verrichten van kwantitatieve en kwalitatieve metingen in het rioolstelsel, de gemalen, het grondwater en de neerslag verschaffen we ons inzicht in het functioneren van het stedelijk watersysteem onder verschillende omstandigheden. •
Meetsysteem riolering & gemalen Door een technisch verouderd meetsysteem in de riolering mist een actueel inzicht in optredende waterstanden bij hevige neerslag. Het is wenselijk weer een meetsysteem in te richten zodat we peilmetingen kunnen gebruiken bij het valideren van ons rekenmodel en bij analyses van klachten. Deze planperiode stellen wij een monitoringsprogramma op. Op regionaal niveau wordt gezamenlijk (ISARIZ) een organisatie 'meten en monitoren' opgericht. Eerst brengen we onze meetbehoefte in beeld en baseren daarop een passend en afgestemd meetplan. Met het monitoringssysteem voor de gemalen kunnen wij het functioneren real-time volgen. Deze meetdata gebruiken we bij het analyseren van klachten en bij het uitvoeren van herberekeningen.
•
Evaluatie huidig grondwatermeetnet:
•
Monitoring klimaatadaptatie in projecten Uitgevoerde klimaatadaptieve maatregelen zullen we gericht monitoren om de effectiviteit ervan te kunnen bepalen. Hiervoor stellen we per relevant project een monitoringsplan op.
c. Professionalisering beheer Professioneel stedelijk waterbeheer betekent niet alleen het voorkomen van overlast, maar ook het aannemen van een anticiperende houding op rioleringszorg. Door een toenemende verwevenheid van boven- en ondergrond en het streven naar gemeenschappelijke doelen is het beheer steeds meer integraal. Wij professionaliseren ons beheer op twee verschillende niveaus: •
Operationeel beheer We bepalen mede op basis van inspecties en meldingen voor welke (onder)delen van de riolering beheermaatregelen moeten worden genomen. Meldingen kunnen in de huidige
Onze referentie: D10018445:78 - Datum: 24 november 2020 28 van 82
GRP AALSMEER (2021 - 2026)
•
situatie consistenter worden vastgelegd. Door het koppelen van ons klachtensysteem aan het beheerbestand, kunnen wij ons operationeel beheer verbeteren. De komende planperiode geven we vorm aan het verbeteren van het dagelijks beheer door het opstellen van een operationeel beheerplan.
•
Strategisch beheer
Door stapsgewijs invulling te geven aan bovenstaande onderwerpen kunnen we onderhoud en beheer van de riolering geleidelijk steeds meer sturen op de daadwerkelijke levensduur en een onderbouwde risico-afweging.
Door de planning van ons reguliere groot onderhoud en onze verbeteringsopgaven op risico’s en kwaliteit te sturen in combinatie met het slim koppelen van deze planning aan andere ruimtelijke ontwikkelingen, verlagen wij kosten en verbeteren kwaliteit. In de planperiode ontwikkelen we onze assetmanagementwijze in een strategisch beheerplan. Hierin geven we vorm aan risicogestuurd beheer en integraal werken. De eerste stap in het ontwikkelen van onze assetmanagementwijze is het evalueren van onze huidige werkwijze. Risicogestuurd beheer: strategisch en operationeel Op dit moment sturen wij groot onderhoud op levensduur en inspectiegegevens. We kiezen ervoor om in de planperiode een risicogestuurde aanpak van het beheer van ons areaal op te zetten. Risicogestuurd beheer gaat uit van het nastreven van het optimum tussen kosten, risico’s en functioneren over de hele levenscyclus van de riolering en door alle lagen van de organisatie (strategisch, tactisch, operationeel, uitvoerend). Vanuit de benadering risico = kans x effect worden twee stappen uitgevoerd in het beheer. De eerste stap is het toepassen van deze vorm van assetmanagement op de planningssystematiek van wijkvervanging. Zo kunnen we op het optimale moment investeren in een vernieuwd systeem. De tweede stap is het verkleinen van de kwetsbaarheid en het verhogen van de kwaliteit van het beheer.
Om hier goed invulling aan te kunnen geven zijn de volgende onderwerpen van essentieel belang: •
Logische en transparante opbouw van beheergegevens, en zo eenvoudig mogelijk benaderbare data
• • •
Het ontwikkelen en vaststellen van risicoprofielen. Het monitoren van de kwaliteitsontwikkeling van het stelsel. Het koppelen van maatregelen aan de risicoprofielen. Periodiek evalueren van de werkwijzen.
Integraal werken en strategisch beheerplan De thema’s energietransitie, circulaire economie en klimaatadaptatie sporen ons ertoe aan dat we over de grenzen van ons eigen werkveld en over de grenzen van onze eigen afdeling werken, zowel intern als extern. We houden hierbij onze eigen doelen en ambities voor ogen en dragen naar eigen draagkracht bij aan gezamenlijke doelen en ambities. Intern gaat we aan de slag met de afstemming van werkzaamheden vanuit verschillende domeinen. In ons strategisch beheerplan zoeken we afstemming met andere gemeentelijke programma’s zoals klimaatinvesteringen, wegenvervangingen, groenonderhoud en -aanleg, bouwopgaven en duurzame mobiliteitsinvesteringen. In het kader van integraal werken is binnen onze gemeente een coördinator kabels en leidingen aangesteld die domein overschrijdend aan het werk gaat. Deze moet de afstemming tussen werkzaamheden beter op elkaar afstemmen en faciliteren. d. Inspelen op stedelijke ontwikkelingen: op weg naar een afvoerstructuurplan In onze gemeente vinden de komende jaren een aantal ruimtelijke ontwikkelingen plaats die invloed hebben op de bestaande afvoerstructuur. Kosten voor extra maatregelen aan het bestaande stelsel als gevolg van belasting door stedelijke ontwikkelingen komen in principe voor rekening van ontwikkelaars.
Om de toekomstige afvoerstructuur nader uit te werken, stellen wij een afvoerstructuurplan op. Hierin houden wij rekening met toekomstige ontwikkelingen, maar ook met het verwachte vervangingsregime en ontwikkelingen op het gebied van
Onze referentie: D10018445:78 - Datum: 24 november 2020 29 van 82
GRP AALSMEER (2021 - 2026)
afvalwatertransport. Het afvoerstructuurplan kan gebruikt worden als onderlegger om ontwikkelaars op de hoogte te brengen van de gevolgen van uitbreidingen en daar gezamenlijk het gesprek over aan te gaan. e. Doelmatig samenwerken in de waterketen op nieuwe thema’s Met de huidige centrumregeling ambtelijke samenwerking tussen de gemeenten Aalsmeer en Amstelveen moeten we de gemeentelijke watertaken doelmatig invullen op nieuwe thema’s, primair samen met de waterschappen het Hoogheemraadschap van Rijnland en Amstel, Gooi en Vecht en ISARIZ/BOWA. De belangrijkste nieuwe thema’s zijn klimaatadaptatie, de energietransitie, de aanpak van microverontreinigingen en nieuwe bovengrondse wateropvangvoorzieningen. Deze thema’s zullen meer aandacht vragen, waardoor de noodzaak tot samenwerken en specialiseren verder toeneemt. Voor het kunnen realiseren van onze ambities op het gebied van water zien we ook de drinkwaterbeheerder (PWN) als een logische partner, bijvoorbeeld als onderdeel van het samenwerkingsverband ISARIZ/ BOWA. We gaan vroegtijdig in gesprek om af te tasten waar de samenwerking een impuls kan geven aan een voor inwoners en ondernemers betere leefomgeving. Een belangrijk thema is het optimaliseren van de kwaliteit van het drinkwaternet door af te stemmen met de openbare werken van de gemeente zodat geen zwart asfalt boven distributienetleidingen wordt aangelegd.
Een ander thema om in samen te werken met de PWN is meer blauw en groen in stedelijk gebied aan te leggen, om water beter te bergen.
f.
Communicatie en bewonersagenda: stimuleren van gedragsverandering Een groot deel van het verharde oppervlak ligt op particulier terrein en is de grond privaat eigendom. Samen met inwoners en ondernemers kunnen wij onze leefomgeving verbeteren door bijvoorbeeld hemelwater op eigen terrein te bergen, daken te vergroenen, tegels uit de tuin te halen en meer water in de wijk vast te houden. De komst van de Omgevingswet stimuleert en faciliteert dit proces van samenwerking. Het gedrag van de gebruikers van het stedelijk watersysteem bepaalt in grote mate de effectiviteit van onze voorzieningen. Om deze reden verstrekken we inwoners en ondernemers informatie over de werking van het stedelijk watersysteem en maken we duidelijk dat we als overheid en maatschappij samen moeten werken om onze doelen te bereiken met name op het gebied van klimaatadaptatie, wateroverlast en droogtebestrijding. Met de communicatie naar burgers sluiten we aan bij de communicatiestrategie van onze afdeling communicatie. We hechten er belang aan dat burgers op een gestructureerde en eenduidige manier informatie ontvangen. We voorzien de volgende activiteiten: •
•
•
•
Via het portaal Kennisbank Stedelijk Water van stichting RIONED wijzen op actuele informatie over de watertaken. We richten een openbare online viewer met grondwaterstanden in om de grondwatersituatie te kunnen communiceren met burgers. Communicatie over klimaatadaptatie is meegenomen in onze klimaatadaptatiestrategie in de vorm van een nieuw op te zetten “bewonersagenda“ Communicatie over reconstructie en herinrichtingsprojecten wordt vanuit de projectorganisatie georganiseerd.
Onze referentie: D10018445:78 - Datum: 24 november 2020 30 van 82
GRP AALSMEER (2021 - 2026)
Figuur 12: Kansen voor vergroening op parkeerterrein in gemeente Aalsmeer (bron: gemeente Aalsmeer)
Onze referentie: D10018445:78 - Datum: 24 november 2020 31 van 82
GRP AALSMEER (2021 - 2026)
4
UITVOERINGSAGENDA
In dit hoofdstuk is weergegeven welke activiteiten en maatregelen wij als gemeente Aalsmeer verrichten, zelfstandig en in samenwerking met onze waterpartners. Omdat maatregelen
4.1
bijdragen aan meerdere opgaven zijn ze verdeeld over 4 groepen: planvorming en onderzoek; beheer en onderhoud; uitvoeringsmaatregelen; en overige maatregelen.
Gezamenlijk programma
Om kennis te delen en kosten te besparen voeren we gezamenlijke activiteiten uit met gemeente Aalsmeer. De kosten van gezamenlijke activiteiten
zijn verdeeld volgens de afgesproken verdeelsleutel.
Tabel 4: overzicht gezamenlijk programma Aalsmeer - Amstelveen.
Activiteit
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Nieuw GRP 2027-2033
€0
€0
€0
€0
€0
€ 7 500
Tussentijdse evaluatie GRP 2021-2026
€0
€0
€ 7 500
€0
€0
€0
€ 25 000
€0
€0
€0
€0
€0
Tussentijdse evaluatie grondwaterzorgplannen
€0
€0
€ 2 500
€0
€0
€0
Gemeente brede grondwatermodellen klimaatadaptief
€0
€ 18 750
€ 18 750
€0
€0
€0
TYGRON: modellering effecten klimaatverandering in projecten
€ 60 000
€ 40 000
€ 40 000
€0
€0
€0
Meten en monitoren (ISARIZ)
€ 10 000
€ 10 000
€ 10 000
€ 10 000
€ 10 000
€ 10 000
Monitoring effectiviteit klimaatadaptieve maatregelen (gemeente en particulier terrein)
€ 5 000
€0
€0
€0
€0
€0
Onderzoek mogelijkheden voor micromaatregelen klimaatadaptatie particulier terrein
€ 5 000
€ 5 000
€ 5 000
€0
€0
€0
Optimalisatie digitale database grondwatermeetnet (ISARIZ - ATKB)
€ 6 250
€0
€0
€0
€0
€0
LIOR - Opstellen richtlijnen grondwaterzorg stedelijke ontwikkelingen
€ 625
€0
€0
€0
€0
€0
LIOR - Opstellen richtlijnen ontwerp, aanleg, beheer en onderhoud drainage
€ 625
€0
€0
€0
€0
€0
Communicatie: A+A publieksinfo websites met vernieuwde waterzorgplicht pagina's
€ 5 000
€0
€0
€0
€0
€0
Communicatie: vastlegging grondwatermeldingen met apart systeem / klachtenafhandeling
€0
€ 2 500
€0
€0
€0
€0
Communicatie: Inrichten openbaar online viewer grondwaterstanden
€0
€0
€0
€ 7 500
€0
€0
€ 1 250
€ 1 250
€ 1 250
€ 1 250
€ 1 250
€ 1 250
Nieuwe BRP's klimaatadaptief
jaarlijkse rapportage meetnetanalyse + onderhoudsopgave
Onze referentie: D10018445:78 - Datum: 24 november 2020 32 van 82
GRP AALSMEER (2021 - 2026)
Activiteit
2021
2022
2023
2024
2025
2026
€ 250
€ 250
€ 250
€ 250
€ 250
€ 250
grondwatermeetnet optimalisatie éénmalig 20212026
€0
€ 6 250
€0
€0
€0
€0
Onderzoek functioneren huidige drainage i.r.t. droogterisico funderingen
€0
€ 11 250
€ 11 250
€0
€0
€0
jaarlijkse analyse meldingen grondwater en riolering
TOTAAL € 119 000
4.2
€ 95 250
€ 96 500
€ 19 000
€ 11 500
€ 19 000
Gemeentelijk uitvoeringsprogramma
4.2.1
Planvorming en onderzoek
Planvorming is onmisbaar voor doelmatig rioleringsbeheer. Om inzicht te behouden en
verkrijgen in de toestand en het functioneren van het rioleringssysteem is onderzoek noodzakelijk.
Tabel 5: overzicht planvorming en onderzoek. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2020.
Activiteit
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Metingen overstorten
€ 2 500
€ 2 500
€ 2 500
€ 2 500
€ 2 500
€ 2 500
Data op orde incl terugverdientijd
€ 40 000
€ 22 500
€ -12 500
€ -12 500
€ -12 500
€ -12 500
Afvoerstructuurplan stedelijke ontwikkelingen
€ 35 000
€0
€0
€0
€0
€0
Strategisch beheerplan riolering AALSMEER
€0
€ 25 000
€0
€0
€0
€0
Operationeel beheerplan riolering AALSMEER
€ 15 000
€0
€0
€0
€0
€0
research naar funderingsgegevens op wijkniveau (bouwarchief)
€ 15 000
€ 15 000
€0
€0
€0
€0
Identificatie funderingsrisico’s op wijkniveau voor de risicogebieden
€0
€ 20 000
€ 20 000
€0
€0
€0
aanpak funderingsherstel in droogte risicogebieden
€0
€ 20 000
€0
€0
€0
€0
€ 20 000
€0
€0
€0
€0
€0
Quickscan kansen opslag regenwater in de (diepere) ondergrond om vervolgens weer te gebruiken (Urban Waterbuffer), vooral bij bedrijventerreinen
€0
€ 7 000
€0
€0
€0
€0
handelingsperspectief - risicoanalyse water vasthouden in droogterisicogebieden
€0
€0
€ 20 000
€0
€0
€0
€ 23 000
€ 23 000
€ 23 000
€ 23 000
€ 23 000
€ 23 000
€ 150 500
€ 135 000
€ 53 000
€ 13 000
€ 13 000
€ 13 000
Bundelen grondwatergegevens en uitvoeringsagenda tot een retentiepotentiekaart
onderzoek grondwatereffectiviteit DIT riolen bij vervanging van gemengde riolering TOTAAL
Onze referentie: D10018445:78 - Datum: 24 november 2020 33 van 82
GRP AALSMEER (2021 - 2026)
4.2.2
Cyclisch onderhoud
Onderhoudsinspanningen zijn afgestemd op het in stand houden en goed laten functioneren van het systeem, waarbij risico’s optimaal worden vermeden (assetmanagement). De activiteiten bestaan uit regulier onderhoud en (reactieve) reparaties. De onderhoudskosten maken een
significant deel uit van de totale exploitatie van de gemeente Aalsmeer. Deze kosten bestaan grotendeels uit het jaarlijks onderhoud van rioleringen, gemalen en rand en hemelwatervoorzieningen.
Tabel 6: overzicht cyclisch onderhoud. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2020.
Activiteit
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Onderhoud/beheer riolering (aanneemsom)
€ 58 800
€ 58 800
€ 58 800
€ 58 800
€ 58 800
€ 58 800
Onderhoud/beheer riolering (uitbesteed Meerlanden)
€ 127 900
€ 127 900
€ 127 900
€ 127 900
€ 127 900
€ 127 900
Onderhoud/beheer gemalen (aanneemsom)
€ 277 100
€ 277 100
€ 277 100
€ 277 100
€ 277 100
€ 277 100
Onderhoud/beheer gemalen (uitbesteed Meerlanden)
€ 80 100
€ 80 100
€ 80 100
€ 80 100
€ 80 100
€ 80 100
Onderhoud/beheer straatkolken (aanneemsom)
€ 16 400
€ 16 400
€ 16 400
€ 16 400
€ 16 400
€ 16 400
Onderhoud/beheer straatkolken (uitbesteed Meerlanden)
€ 128 100
€ 128 100
€ 128 100
€ 128 100
€ 128 100
€ 128 100
Inspectie/reiniging hoofdriool (aanneemsom)
€ 45 100
€ 45 100
€ 45 100
€ 45 100
€ 45 100
€ 45 100
Riolering (uitbesteed Meerlanden)
€ 12 000
€ 12 000
€ 12 000
€ 12 000
€ 12 000
€ 12 000
Straatvegen / Baggeren
€ 178 000
€ 178 000
€ 178 000
€ 178 000
€ 178 000
€ 178 000
Energielasten gemalen
€ 92 600
€ 92 600
€ 92 600
€ 92 600
€ 92 600
€ 92 600
Uitvoeren planmatig onderhoud drainage (doorspuiten, uitgaande van 14 km per jaar)
€ 14 000
€ 14 000
€ 14 000
€ 14 000
€ 14 000
€ 14 000
Uitvoeren planmatig onderhoud drainage (vervangen/repareren, check op instelniveau's)
€ 50 000
€ 50 000
€ 50 000
€ 50 000
€ 50 000
€ 50 000
Kosten nieuwe aanbesteding en doorlopend beheer grondwatermeetnet (uitgaande van 31 peilbuizen)
€ 13 000
€ 13 000
€ 13 000
€ 13 000
€ 13 000
€ 13 000
Jaarlijks onderhoud grondwatermeetnet (klein onderhoud - schoonspuiten peilbuizen, loggers repareren)
€ 2 000
€ 2 000
€ 2 000
€ 2 000
€ 2 000
€ 2 000
€ 1,1 MLN
€ 1,1 MLN
€ 1,1 MLN
€ 1,1 MLN
€ 1,1 MLN
€ 1,1 MLN
TOTAAL
4.2.3
Vervangings- en verbeteringsmaatregelen
Maatregelen zijn afgestemd op het in stand houden en optimaliseren van het functioneren van het systeem. Ten behoeve van de drie zorgplichten is het van belang dat het functioneren van het stelsel in stand gehouden wordt. Het is dus zaak dat oude leidingen tijdig
vervangen worden. Het moment van vervangen wordt gebaseerd op de inspectieresultaten en/of optredende problemen. Ten behoeve van de verbetering van de afvoercapaciteit en/of een vermindering van de vuiluitworp worden verbeteringsmaatregelen uitgevoerd.
Onze referentie: D10018445:78 - Datum: 24 november 2020 34 van 82
GRP AALSMEER (2021 - 2026)
Tabel 7: overzicht vervangings- en verbeteringsmaatregelen. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2020.
Activiteit
2021
P20131 Verbeteren Riolering Jac. P. Thijsselaan Linneauslaan
€ 600 000
€0
€0
€0
€0
€0
P20175 Riolering Machineweg Rooie Dorp
€ 100 000
€0
€0
€0
€0
€0
P20202 Kadeverbetering Kudelstaartse Weg, aanbrengen damwand samengaand met vernieuwen riolering
€ 300 000
€0
€0
€0
€0
€0
P20210 Riolering Reconstructie Meervalstraat / Vogelbuurt
€ 14 000
€ 406 000
€ 350 000
€0
€0
€0
P20211 Reconstructie Anjerhof
€ 540 000
€0
€0
€0
€0
€0
P20229 Bloemhof
€ 160 000
€0
€0
€0
€0
€0
P20209 Riolering Reconstructie Zijdstraat
€ 800 000
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€ 113 000
€0
€0
€0
€0
€ 7 000
€ 280 000
€0
€0
€0
€0
Relinen bestaande riolering Planetenbuurt
€ 0 € 1 070 000
€0
€0
€0
€0
Bergingsriool Raadhuisplein
€0
€0
€ 351 000
€0
€0
€0
Ombouw knelpunt riolering Gerberastraat
€0
€0
€ 420 000
€0
€0
€0
Nieuwe persleiding Rietwijkeroordweg west naar gemaal HHR Rijnland
€0
€0
€ 461 000
€0
€0
€0
Vervangen riolering Begoniastraat, Geraniumstraat, Primulastraat NOORD
€0
€0
€0
€ 723 000
€0
€0
Vervangen riolering Begoniastraat, Geraniumstraat, Primulastraat ZUID
€0
€0
€0
€0
€0
€ 742 000
Ombouw knelpunt Hortensialaan Mensinghlaan
€0
€0
€0
€ 591 000
€0
€0
Nieuwe persleiding Uiterweg ivm vervanging en uitbreidingen
€0
€0
€0
€0
€ 828 000
€0
Vervangen riolering Violenweg, Anjerlaan, Fresialaan
€0
€0
€0
€0
€ 690 000
€0
Alternatief vervangen riolering en wegdek Stationsweg/Van Cleeffkade (Oude Dorp)
€0
€0
€0
€0
€0
€ 500 000
Vervanging rioolgemalen en BBB's
€ 271 000
€ 254 500
€ 239 000
€ 128 000
€ 126 000
€ 133 100
Vervanging drukriolering
€ 225 000
€ 225 000
€ 215 000
€ 140 000
€ 110 000
€ 123 500
Vervanging persleidingen
€ 130 000
€ 130 000
€ 130 000
€ 130 000
€ 130 000
€ 130 000
SPOORLAAN - relinen riolering voor huizen: geen nieuwe huisaansluitingen ivm monumentale bomen P20201 Vernieuwen riolering Helling oude Dorp Aalsmeer
2022
2023
2024
2025
2026
Onze referentie: D10018445:78 - Datum: 24 november 2020 35 van 82
GRP AALSMEER (2021 - 2026)
Activiteit
2021
2022
2023
2024
2025
2026
10% extra over vrijvervalinvesteringslijn tbv klimaatadaptatie
€ 260 000
€ 190 000
€ 160 000
€ 140 000
€ 160 000
€ 130 000
Aanleggen extra overstort en regulier meters
€ 20 000
€ 15 000
€0
€0
€0
€0
€ 3,4 MLN
€ 2,7 MLN
€ 2,3 MLN
€ 1,9 MLN
€ 2,0 MLN
€ 1,8 MLN
TOTAAL
4.2.4
Facilitair / overig
Om het stedelijke watersysteem goed te beheren, worden ondersteunende activiteiten verricht en diensten afgenomen. Deze worden gegroepeerd
onder ‘Overig’. Ondersteunende aspecten die betrekking hebben op organisatie en financiën zijn opgenomen in Tabel 8.
Tabel 8: overzicht facilitair / overig. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2020.
Activiteit
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Afdrachten aan Gemeenschappelijke Regeling (Inning rioolbelasting)
€ 57 700
€ 57 700
€ 57 700
€ 57 700
€ 57 700
€ 57 700
€ 57 700
€ 57 700
€ 57 700
€ 57 700
€ 57 700
€ 57 700
TOTAAL
Onze referentie: D10018445:78 - Datum: 24 november 2020 36 van 82
GRP AALSMEER (2021 - 2026)
5
MIDDELEN
De vervangingswaarde van het stedelijk watersysteem in de gemeente Aalsmeer bedraagt ca. € 283 miljoen. Voor het beheer van dit systeem zijn goede mensen en financiële middelen nodig. In de aankomende planperiode geven we hieraan gemiddeld € 2,9 miljoen per
5.1
jaar uit. Geld dat bewoners en ondernemers via de rioolheffing bijeenbrengen. In dit hoofdstuk gaan we in op de benodigde personele en financiële middelen om invulling te geven aan goed en doelmatig rioleringsbeheer in Aalsmeer
Personele middelen
De gemeenten Aalsmeer en Amstelveen zijn één ambtelijke organisatie. De ambtelijke taken rioleringszorg in de gemeente Aalsmeer worden uitgevoerd door gemeente Amstelveen, conform de dienstverleningsovereenkomst.
gaan met een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting van de openbare ruimte en risicogestuurd areaal beheer. Om een professionaliseringsstap te maken, zijn meer personele middelen benodigd.
In de vorige planperiode is door onderbezetting een achterstand opgelopen in geplande werkzaamheden. Deze achterstand dient in deze planperiode nog gedeeltelijk ingehaald te worden. Daarbij hebben we de ambitie om aan de slag te
De huidige formatie leidt, samen met de doorbelastingen vanuit ondersteunende afdelingen, tot kosten die ten laste komen van de rioolheffing. Deze zijn weergegeven in Tabel 9.
Tabel 9: overzicht loonkosten en overhead. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2019.
Activiteit
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Dienstverlening
€ 280 700
€ 280 700
€ 280 700
€ 280 700
€ 280 700
€ 280 700
€ 280 700
€ 280 700
€ 280 700
€ 280 700
€ 280 700
€ 280 700
TOTAAL
5.2
Financiële middelen
Om tot een kostendekkend heffingstarief te komen hebben we een financiële doorrekening gemaakt van de rioolheffing over één verwachte levenscyclus van riolering, namelijk 50 jaar.
daaruit voortkomen, -de kapitaallasten- bestaan uit rente en afschrijvingen.
Bij de exploitatiekosten gaat het om jaarlijkse uitgaven voor beheer- en onderhoudsactiviteiten die nodig zijn voor een goed en doelmatig rioleringsbeheer. De kosten van deze uitgaven worden toegeschreven aan het boekjaar waarin deze worden uitgegeven. De kosten voor beheer en onderhoud worden jaarlijks hoger door algemene prijsstijgingen, stijgingen van de lonen, vergroting van het areaal en uitbreiding van werkzaamheden als gevolg van de Wet gemeentelijke watertaken. Door efficiënter te werken kan de noodzakelijke prijsstijging zoveel als mogelijk worden beperkt.
Rioolheffing
Investeringsuitgaven bestaan uit vervangingsinvesteringen (bijvoorbeeld rioolvervanging) en verbeterings-investeringen (bijvoorbeeld buisvergroting of afkoppelmaatregelen). Investeringen zijn uitgaven voor zaken die meerdere jaren meegaan en vaak worden gekapitaliseerd. De jaarlijkse kosten die
5.2.1 • • •
•
•
• •
Uitgangspunten
De rioolheffing per (equivalente) heffingseenheid bedraagt in 2020 € 173,62; De oninbare heffing is 0,53% van de heffingsinkomsten; Naast de inkomsten uit reguliere rioolheffing, houden we vanaf 2021 rekening met jaarlijks € 285.000, -- aan inkomsten vanuit meerverbruik water; De rioolheffing mag op begrotingsbasis maximaal kostendekkend zijn: de geraamde opbrengsten mogen de geraamde lasten niet overstijgen (Gemeentewet artikel 229b); Reserveren voor tariefsegalisatie en/of toekomstige vervangingsinvesteringen – door dotaties aan de voorziening(en) – is toegestaan; Reserveren enkel voor uitbreiding van het voorzieningenniveau is niet toegestaan; De opbrengsten van de rioolheffing mogen niet voor andere doeleinden dan voor het
Onze referentie: D10018445:78 - Datum: 24 november 2020 37 van 82
GRP AALSMEER (2021 - 2026)
gemeentelijk rioolstelsel (inclusief grond- en hemelwatervoorzieningen) worden aangewend ofwel hebben een relatie met de verbrede watertaken;
Rente & inflatie • • •
De rente op nieuwe investeringen en boekwaarden bedraagt 1,0% in 2020, na 2020 bedraagt de rente 0,0%. Er vindt toerekening van rente van 1,0% plaats op positieve saldi van reserves en/of voorzieningen; Er vindt per jaar 2,0 % indexatie van de uitgaven plaats (als gevolg van inflatie). De gepresenteerde grafieken zijn weergegeven tegen vast prijspeil.
•
•
•
BTW •
•
Jaarlijks belasten we 21% BTW door aan de rioolheffing, op basis van directe kosten en afschrijvingen. •
Voorzieningen •
• •
Het saldo van de Egalisatievoorziening (BBV 44.2), bedraagt per 1 januari 2020: € 2.145.000,-Het saldo van de voorziening(en) mag gedurende de gehele beschouwde periode niet negatief zijn; Er is geen maximum gesteld aan het saldo dat gedurende de beschouwde periode in de voorziening(en) wordt begroot.
Heffingseenheden • •
Het aantal (equivalente) heffingseenheden bedraagt per 1 januari 2020: 14.450. Het aantal (equivalente) heffingseenheden stijgt tot het jaar 2024 met 1.177 tot 15.627, dit is conform de begrotingsrichtlijnen van de gemeente Aalsmeer.
Investeringen •
vervangingskosten op lange termijn gemiddeld in blokken van tien jaar. Daarnaast zijn we er bij het opstellen van de investeringslijn vanuit gegaan dat er gescheiden riool wordt teruggelegd bij vervanging van gemengd riool. Vervangingsschema’s voor rioolgemalen, drukriolering, persleidingen en randvoorzieningen hebben we ook gebaseerd op aanlegjaren en een theoretische levensduur. De kostenkengetallen zijn eveneens bepaald door nacalculatie. We activeren in de huidige situatie alle investeringen en hanteren hierbij de volgende afschrijvingstermijnen:
Het vervangingsschema voor vrijvervalriolering hebben we in de planperiode gebaseerd op de projectplanning. Op lange termijn hebben we het vervangingsschema gebaseerd op basis van aanlegjaren en een technische levensduur van 50 jaar. De gehanteerde kostenkengetallen zijn gemeente eigen en gebaseerd op nacalculatie. Om onrealistische uitschieters in kosten te voorkomen zijn
•
De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor vrij verval riolering bedraagt 30 jaar; De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor bouwkundige delen van gemalen, drukriolering, persleidingen en randvoorzieningen bedraagt 30 jaar; De afschrijvingstermijn op vervangingsinvesteringen voor elektro/mechaniche delen van gemalen, drukriolering en randvoorzieningen bedraagt 15 jaar;
De afschrijving vindt lineair plaats, startend aan het begin van het jaar volgend op de investering.
Toerekening van kosten klimaatadaptatie Als gemeente dragen we vanuit de rioolheffing bij aan voorzieningen in de buitenruimte als deze functioneel bijdragen aan het water robuust maken van het stedelijk watersysteem. Bijvoorbeeld verlagingen in het groen waar overtollig water naar kan wegstromen zoals bermen of speelweides, groene daken/gevels die water vasthouden, waterpasserende verhardingsmaterialen of waterpartijen voor de opvang van regenwater. In de basis hebben we voor investeringen voor klimaatadaptieve maatregelen rekening gehouden met een budget van 10% over de vrijvervalinvesteringen.
5.2.2
Uitgaven
De beschreven uitgangspunten, voorziene planmaatregelen en jaarlijkse werkzaamheden leiden tot het volgende uitgavenpatroon voor de gemeente Aalsmeer in de periode 2020 t/m 2069:
Onze referentie: D10018445:78 - Datum: 24 november 2020 38 van 82
GRP AALSMEER (2021 - 2026)
Figuur 13: Verwacht uitgavenpatroon in gemeente Aalsmeer over periode 2020 t/m 2069 (prijspeil 2020).
5.2.3
Scenario’s
Om verschillen tussen de financieringsmethodieken ‘Activeren’ en ‘Sparen vooraf’ en in beeld te brengen hebben we twee verschillende financieringsvarianten uitgewerkt.
koepelorganisatie van riolerend Nederland ‘Stichting RIONED’ beveelt gemeenten aan om de financieringswijze van investeringen om te vormen naar ‘sparen vooraf’.
Activeren of sparen?
Met variant 1 onderzoeken we het heffingsverloop bij voortzetting het huidige beleid (financieringsmethodiek ‘activeren’) met geactualiseerde gegevens. In deze geactualiseerde gegevens zijn extra kosten voor klimaatadaptatie maatregelen opgenomen. Omwille van een effectinschatting van extra kosten voor klimaatadaptatie op de heffing, hebben we variant 1b berekend exclusief budget voor klimaatinvesteringen. Daarnaast houden we rekening met de huidige, lage rentestand. Om gevoel te krijgen bij het effect van rentestijging op de heffing, hebben we variant 1c berekend met een rente van 4,0%. Dit resulteert in de volgende drie sub-varianten van variant 1, financieringswijze activeren: varianten met een activeren methodiek:
Na ongeveer 50 jaar zijn de meeste riolen in de gemeente Aalsmeer aan vervanging toe. De aankomende jaren gaan we veel riolen vervangen of renoveren. Voor de komende planperiode is hiermee een bedrag gemoeid van € 14,0 miljoen. Grote investeringen in de riolering worden doorgaans gekapitaliseerd. Dit betekent dat de investering wordt afgeschreven over de verwachte gebruiksduur. De jaarlijkse afschrijving en rente vormen een last in de rioolbegroting. Naar analogie van een woninghypotheek zijn de kapitaalslasten (vanwege de optredende rentelasten bij een rente hoger dan 0,0%) hierdoor hoger dan het investeringsbedrag. Op dit moment is rekent de gemeente met 0,0%, maar het is erg reëel dat de rente in de toekomst weer hoger is. Een alternatief is om te sparen voor toekomstige investeringen. Dit voorkomt (hoogoplopende) rentelasten. De
• •
Variant 1a: Basis – incl. budget voor klimaatadaptatie, 0,0 % rente vanaf 2021. Variant 1b: Zonder klimaat – excl. budget voor klimaatadaptatie, 0,0 % rente vanaf 2021.
Onze referentie: D10018445:78 - Datum: 24 november 2020 39 van 82
GRP AALSMEER (2021 - 2026)
•
Variant 1c: Rentestijging – incl. budget voor klimaatadaptatie, 4,0 % rente vanaf 2021.
Met variant 2 onderzoeken we het effect van overstappen op de financieringsmethodiek ‘sparen vooraf’. We gaan hierbij uit van de basisgegevens zoals in variant 1a, dus inclusief reservering van extra budget voor klimaatadaptatie. Hierbij streven we ernaar te activeren investeringen na de planperiode zoveel mogelijk te reduceren via de spaarvoorziening, maar om te voorkomen dat de heffing in het begin moet stijgen worden restinvesteringen nog wel geactiveerd en daarna volgens de vaststaande afschrijvingstermijnen afgelost. Bij deze variant onderzoeken we het effect op de restschuld als de stijging van de heffing vijf jaar naar voren halen.
•
Variant 2: ideale combinatie tussen activeren en sparen vooraf, incl. budget voor klimaatadaptatie, 0,0 % rente vanaf 2021
5.2.4
Kostendekking
Variant 1 - Activeren In de aankomende planperiode (met doorkijk t/m 2069) activeren we in variant 1 alle investeringen, conform huidig beleid. De geactiveerde investeringen leiden tot een boekwaarde. Uit de boekwaarde volgen kapitaallasten (rente- en afschrijvingslasten) voor een bepaalde duur. Ook de resterende boekwaarden van in het verleden geactiveerde investeringen leiden in de beschouwde periode nog tot kapitaallasten. Het gecombineerde boekwaardeverloop is weergegeven in Figuur 14.
Figuur 14 Verwacht boekwaardeverloop in gemeente Aalsmeer over periode 2020 t/m 2069 volgens variant 1a (prijspeil 2020).
Het uitgavenpatroon in Figuur 13 in combinatie met het boekwaardeverloop in Figuur 14 leiden tot het lastenpatroon zoals weergegeven in Figuur 15. Hierin zijn ook de benodigde totale baten weergegeven.
Onze referentie: D10018445:78 - Datum: 24 november 2020 40 van 82
GRP AALSMEER (2021 - 2026)
Figuur 15: Verwacht lastenpatroon gemeente Aalsmeer over periode 2020 t/m 2069 volgens variant 1a (prijspeil 2020).
De benodigde totale baten zijn in onderstaande grafiek vertaald naar de benodigde rioolheffing. Naast de heffing volgens de basisvariant (variant 1a), is de heffing weergegeven wanneer er geen budget wordt gereserveerd voor klimaatinvesteringen (variant 1b) en de heffing wanneer de rente 4% is (variant 1c).
Figuur 16: Verwacht verloop rioolheffing in gemeente Aalsmeer over periode 2020 t/m 2069 volgens variant 1 (prijspeil 2020). Het verloop is weergegeven voor de basisvariant 1a en voor varianten 1b (effect geen klimaatinvesteringen) en 1c (effect rente). Onze referentie: D10018445:78 - Datum: 24 november 2020 41 van 82
GRP AALSMEER (2021 - 2026)
Het overzicht in Tabel 10 drukt Figuur 16 in getallen uit gedurende de planperiode. De rioolheffing kan volgens de basisvariant, variant 1a, gedurende de eerste tien jaar gelijk blijven. In de planperiode schommelen de inkomsten bij een gelijke heffing rond het niveau van de lasten. Na de eerste tien jaar van de planperiode, moet de heffing echter stijgen. Het investeringsvolume is tussen 2020 en 2030 gemiddeld jaarlijks € 2,2 miljoen. In de periode 2030-2050 verdubbelt het investeringsvolume tot gemiddeld € 4,5 miljoen per jaar. Tussen 2050 en 2060 wordt er een investeringspiek verwacht van jaarlijks gemiddeld € 9,7 miljoen, na 2060 neemt het af naar € 8,0 miljoen. Het activeren van (groeiende) investeringen heeft op lange termijn als gevolg dat de lasten bijna verdrievoudigen De heffing moet daarom tussen 2030 en 2048 met 3,1% stijgen en daarna nog eens met 3,7% tot 2062. Uiteindelijk komt de heffing op € 499,73 uit. De in Figuur 16 en Tabel 10 weergegeven rioolheffing dient jaarlijks te worden geïndexeerd op basis van de optredende inflatie. Effectinschatting klimaatinvesteringen (variant 1a versus 1b) Figuur 16 geeft tevens de heffing weer in het scenario dat er geen extra budget voor klimaatinvesteringen wordt gereserveerd. Het effect van het reserveren van budget voor klimaatinvesteringen op de heffing blijft beperkt tot
maximaal € 36,-- op de lange termijn. Hoe verder in de tijd, hoe groter het effect van klimaatinvesteringen op de heffing. Dit heeft twee redenen: 1. Het budget voor klimaatinvesteringen is bepaald door 10% te rekenen over de vrijvervalinvesteringen. De investeringslijn neemt toe gedurende de planperiode, het extra bedrag voor klimaatinvesteringen groeit mee. 2. Omdat investeringen worden geactiveerd en worden afgeschreven over 30 jaar, worden de lasten uit investeringen over 30 jaar na de investering uitgesmeerd. Effectinschatting rentestijging (variant 1a versus 1c) Bij de interpretatie van de resultaten dient rekening te worden gehouden met de huidige, lage rentestand. De gehanteerde rente bedraagt op dit moment 0,0%, maar het is heel reëel dat deze rente ergens gedurende de beschouwde periode weer gaat stijgen. In Figuur 16 is de heffing weergegeven wanneer de rente met 4% stijgt. Een rentestijging heeft veel effect op de heffing, bij 4,0% moet de heffing vanaf 2024 stijgen en komt uiteindelijk op € 753,74 uit. Dit komt omdat de rente op geactiveerde investeringen meestijgt, waardoor de rentelasten als gevolg van aanwezige boekwaarde evenredig toenemen. Deze lastenverhoging komt op het moment van rentestijging direct en volledig ten laste van de rioolheffing.
Tabel 10: Verwacht heffingsverloop gemeente Aalsmeer periode 2020 t/m 2026 volgens variant 1a. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2020.
Jaar
Benodigde inkomsten uit rioolheffing
Aantal (equivalente) heffingseenheden
Rioolheffing per eenheid (vast prijspeil)
Rioolheffing per eenheid (met indexatie)
2020
€ 2 508 809
14 450
€ 173,62
€ 173,62
2021
€ 2 560 027
14 745
€ 173,62
€ 177,09 (+2,0%)
2022
€ 2 557 075
14 728
€ 173,62
€ 180,63 (+2,0%)
2023
€ 2 634 510
15 174
€ 173,62
€ 184,25 (+2,0%)
2024
€ 2 683 818
15 458
€ 173,62
€ 187,93 (+2,0%)
2025
€ 2 713 160
15 627
€ 173,62
€ 191,69 (+2,0%)
2026
€ 2 713 160
15 627
€ 173,62
€ 195,52 (+2,0%)
Ter bevordering van lastenegalisatie worden verschillen tussen totale baten en lasten verwerkt op de Algemene voorziening (art. 44.2 BBV). Het verwachte saldoverloop van deze voorziening in de basisvariant is weergegeven in Figuur 17. Onze referentie: D10018445:78 - Datum: 24 november 2020 42 van 82
GRP AALSMEER (2021 - 2026)
Figuur 17: Verwacht verloop voorziening gemeente Aalsmeer periode 2020 t/m 2069 volgens variant 1a. Vermelde bedragen zijn op prijspeil 2020.
Variant 2 – Sparen vooraf Volgens variant 2 gebruiken we de spaarvoorziening om de te activeren investeringsuitgaven zoveel mogelijk tot € 0,- te reduceren. Op het moment dat het saldo in de spaarvoorziening niet voldoende is, worden resterende investeringsbedragen geactiveerd. Dit
leidt dan alsnog tot boekwaarden en daaruit volgende kapitaallasten. Bovendien leiden de nog resterende boekwaarden van in het verleden geactiveerde investeringen tot kapitaallasten in de beschouwde periode. Het totale boekwaardeverloop is weergegeven in Figuur 18.
Figuur 18: Verwacht boekwaardeverloop in gemeente Aalsmeer over periode 2020 t/m 2069 volgens variant 2 (prijspeil 2020). Onze referentie: D10018445:78 - Datum: 24 november 2020 43 van 82
GRP AALSMEER (2021 - 2026)
Het uitgavenpatroon in Figuur 13 in combinatie met het boekwaardeverloop in Figuur 18 tot het lastenpatroon zoals weergegeven in Figuur 19. Hierin zijn ook de benodigde totale baten weergegeven.
Figuur 19: Verwacht lastenpatroon gemeente Aalsmeer over periode 2020 t/m 2069 volgens variant 2 (prijspeil 2020).
De benodigde totale baten zijn in onderstaande grafiek vertaald naar de benodigde rioolheffing in Figuur 20.
Figuur 20: Verwacht heffingsverloop gemeente Aalsmeer over periode 2020 t/m 2069 volgens variant 2 (prijspeil 2020). Het heffingsverloop gedurende de planperiode is gelijk aan variant 1a. Dat betekent dat de heffing zoals opgenomen in
Tabel 10 ook geldt voor variant 2. Het heffingsverloop van variant 2 is op de lange termijn gelijk aan het heffingsverloop van variant
1a, behalve dat de stijging in variant 2 vier jaar eerder inzet ten opzichte van variant 1a.
Onze referentie: D10018445:78 - Datum: 24 november 2020 44 van 82
GRP AALSMEER (2021 - 2026)
Om een kostendekkende rioolheffing te behouden, dient de in Figuur 20 weergegeven rioolheffing jaarlijks te worden geïndexeerd op basis van de optredende inflatie. Ter bevordering van lastenegalisatie worden verschillen tussen totale baten en lasten verwerkt op de Egalisatievoorziening (art. 44.2 BBV).
Daarnaast leiden de spaarbedragen tot stortingen naar – en de vervangingsinvesteringen tot onttrekkingen uit – de Spaarvoorziening Rioolvervanging volgens BBV art. 44.1d. Het gecombineerde saldoverloop van de voorzieningen is weergegeven in Figuur 21.Het saldo in de spaarvoorziening wordt jaarlijks ingezet voor vervangingsinvesteringen.
Figuur 21: Verwacht saldo verloop voorzieningen gemeente Aalsmeer over periode 2020 t/m 2069 volgens variant 2 (prijspeil 2020).
5.2.5
Activeren versus Sparen
De geplande heffing kan voor beide varianten gelijk blijven gedurende de planperiode. De manier van financiering en het bijbehorende heffingspatroon na de planperiode verschillen
echter van elkaar. Onderstaand beschrijven we de voor- en nadelen van de twee onderzochte varianten voor de gemeente Aalsmeer
Activeren versus sparen vooraf
Variant
1 (Activeren) 2 (gedeeltelijk sparen vooraf)
Start heffing
Heffing 2026
€ 173,62
Max. heffing
€ 173,62
€ 499,73 (Vanaf 2058)
€ 173,62
€ 173,62
€ 499,73 (Vanaf 2062)
Rentelasten
Restboek-
2020 t/m 2069
waarde 2069
€ 23.966
€ 106,0 MLN
€ 3.531
€ 90,2 MLN
We verwachten een toenemend investeringsvolume in de komende 50 jaar in onze gemeente. De activerenvariant en de spaar-variant gaan uit van een verschillende tactiek om ons voor te bereiden op dit toenemende volume.
Onze referentie: D10018445:78 - Datum: 24 november 2020 45 van 82
GRP AALSMEER (2021 - 2026)
•
•
In variant 1 activeren we investeringen en schuiven daardoor een groot deel van de lasten die voortkomen uit de investeringspiek buiten de beschouwde periode. De heffing houden we volgens deze variant zo lang mogelijk laag. Volgende generaties zullen onze lasten moeten aflossen. Activeren is dus in de beschouwde periode goedkoper dan sparen. De keerzijde hiervan is dat de restschuld niet afneemt, maar zelfs negen keer zo groot wordt ten opzichte van de huidige restschuld. In variant 2 starten we met het opbouwen van een spaarvoorziening. Met deze spaarvoorziening voorkomen we hoge restschulden in de toekomst zoveel mogelijk. Om te voorkomen dat de heffing veel moet stijgen, worden in deze variant restinvesteringen alsnog geactiveerd. De variant is dis een ideale combinatie tussen activeren en sparen. In deze variant zorgen we dat de restboekwaarde (ofwel restschuld) € 16,0 miljoen lager kan blijven door de heffing vier jaar eerder te laten stijgen.
In de beoordeling van de resultaten dient rekening te worden gehouden met de huidige, lage rentestand. Omdat de rente 0,0% is vanaf het jaar 2021, heeft het overstappen op een spaarmethodiek nauwelijks lagere rentelasten als gevolg. Als de rente in de toekomst weer zou stijgen, pakken de varianten waarbij we investeringen overwegend activeren ongunstiger uit dan de varianten waarbij we overwegend spaarbedragen inzetten voor toekomstige vervangingsinvesteringen. De rente op geactiveerde investeringen zal immers meestijgen, waardoor de rentelasten als gevolg van aanwezige boekwaarde evenredig toe zal nemen. Deze lastenverhoging komt op dat moment direct en volledig ten laste van de rioolheffing. Door gebruik te maken van een spaarsystematiek worden we als gemeente – voor wat betreft de rioolheffing – aanzienlijk minder afhankelijk van veranderingen op de financiële markten. Concluderend kunnen we stellen dat de verlaging van de boekwaarde riolering leidt tot meer zekerheid in de lastenontwikkeling en meer stabiliteit in het benodigde heffingstarief. Het blijven hanteren van een activeringssystematiek leidt bij lage rentestanden tot een lastenvoordeel, maar bij rentestijgingen juist tot een sterkere (en snellere) lasten- en tariefsverhoging. Onafhankelijk van de gekozen variant actualiseren we de kostendekkingsberekeningen periodiek waarna eventuele tariefbijstellingen op
basis van actuele lasten en opbrengsten worden doorgevoerd.
5.2.6
Risico’s
Het langjarig verloop van de rioolheffing hebben we berekend op basis van een inschatting van de restlevensduur, gebaseerd op rioolinspecties, huidige inzichten in mogelijke ontwikkelingen en financiële uitgangspunten. Onvoorziene ontwikkelingen, calamiteiten, strengere regelgeving of bijvoorbeeld wijzigingen in financiële uitgangspunten kunnen het verloop beïnvloeden. Toepassing asbesthoudende voegenkit bij riolering In 2020 is in Nederland bekend geworden dat oude riolen aangelegd tussen 1945 en 1983 asbest in de voegenkit kunnen bevatten. Dat geldt niet voor alle riolen die in de betreffende periode zijn aangelegd, waardoor de omvang van de problematiek niet zonder nader onderzoek kan worden vastgesteld. De voegenkit zit binnen in de rioolverbindingen om de riolering waterdicht te maken en vormt geen probleem voor de volksgezondheid zolang er geen asbestvezels vrijkomen in de lucht. Bij het verwijderen van oude riolen met asbesthoudende kit bestaat echter het gevaar dat er asbestvezels vrijkomen. Uit het oogpunt van arbeidsomstandigheden en vanuit het Asbestverwijderingsbesluit moet de riolering met asbesthoudende voegenkit anders worden behandeld dan riolering waar deze kit niet is toegepast.
Aan het bemonsteren, verwijderen en storten van asbesthoudend afval bij rioolvervanging asbesthoudende kit zijn hogere kosten verbonden dan waar de gemeente tot nu toe mee heeft gerekend bij het slopen van oude riolen. Stichting RIONED, de Netherlands Society of Trenchless Technologies (NSTT) en een groot aantal betrokken partijen werken in 2020 en 2021 aan algemene kennis en richtlijnen. Er was tijdens de totstandkoming van dit Gemeentelijk Rioleringsplan echter nog veel onduidelijk over de kostenverhogende factor van asbesthoudende voegenkit bij het verwijderen van oude riolen. Dit komt onder andere omdat het vaststellen van de aanwezigheid van asbest lokaal moet plaatsvinden wanneer riolering wordt vervangen. Gezien de aanlegjaren van de riolen in Aalsmeer wordt verwacht dat deze problematiek ook in enige mate zal spelen. Om deze reden is een inschatting gemaakt van het kostenverhogende effect op de berekende rioolheffing. Uit dit
Onze referentie: D10018445:78 - Datum: 24 november 2020 46 van 82
GRP AALSMEER (2021 - 2026)
onderzoek bleek dat er bij benadering gemiddeld € 119.000 per jaar extra investeringen zouden kunnen worden verwacht. Hierbij zijn kosten ingeschat op basis van nacalculatie van een project met de asbestproblematiek uit 2020 in de gemeente. Naast onduidelijk over de werkelijke aanwezigheid van asbesthoudende voegenkit is het nog onduidelijk of de gemiddelde kosten voor het betreffende project representatief zijn voor overige projecten binnen de gemeente. Deze extra investeringen hebben echter geen effect op de benodigde rioolheffing zoals berekend in dit GRP in de eerstvolgende twintig jaar. Na twintig jaar zal de heffing mogelijk een paar euro hoger uitvallen als gevolg van extra investeringen voor het vervangen van riolering met asbesthoudende voegenkit. Daarnaast start de gemeente Aalsmeer in de planperiode met het opbouwen van een spaarvoorziening om de restboekwaarde aan het einde van de beschouwde periode omlaag te brengen. Investeringen worden dan gedeeltelijk gefinancierd vanuit de spaarvoorziening en gedeeltelijk door ze te activeren. Een verhoging van investeringen betekent dat er minder ruimte overblijft om te sparen bij gelijkblijvende heffing, waardoor een groter aandeel van de
investeringen moet worden geactiveerd. Dit leidt er uiteindelijk toe dat de restboekwaarde aan het eind van de beschouwde periode van het kostendekkingsplan wat hoger uitvalt als gevolg van een aantal hogere vervangingskosten. Concluderend geldt dat het mogelijke effect van de aanwezigheid van asbesthoudende voegenkit op korte en middellange termijn binnen de marges valt waarin het kostendekkingsplan in dit Gemeentelijk Rioleringsplan is opgesteld. Bij rioolvervangingsprojecten in de komende planperiode zullen riolen uit de verdachte aanlegperiode op de aanwezigheid van asbesthoudende voegenkit worden onderzocht. Rentewijziging Daarnaast kan een rentewijziging het verloop van de rioolheffing aanzienlijk beïnvloeden ingeval investeringen geactiveerd worden. De afgelopen jaren heeft de gemeente het voordeel gehad van een lage(re) rente op leningen ten gunste van geld lenen. Bij een stijgende rente treedt een omgekeerd effect op en wordt het verloop van de rioolheffing nadelig beïnvloed door toenemende rentelasten op leningen.
Onze referentie: D10018445:78 - Datum: 24 november 2020 47 van 82
GRP AALSMEER (2021 - 2026)
BIJLAGE A TAKEN EN BEVOEGDHEDEN De zorg en verantwoordelijkheid voor het water is in handen van gemeenten, waterschappen, Rijkswaterstaat, drinkwaterbedrijven, provincie en perceeleigenaren. Iedere partij heeft hierin zijn eigen verplichtingen en bevoegdheden, die zijn vastgelegd in wetgeving of beleid.
De belangrijkste wetten en beleidskaders die ten grondslag liggen aan dit PWR zijn de Europese Kaderrichtlijn Water, de Waterwet, de Wet milieubeheer, de Gemeentewet en de Algemene lozingenbesluiten. In bijlage C is een overzicht van relevante wetgeving opgenomen. De taken en bevoegdheden van waterketenpartners zijn weergegeven in tabel 11.
Tabel 11: Taken en bevoegdheden waterketenpartners
Actor
Taken bevoegdheden
Europa
Op 22 december 2000 is de Kaderrichtlijn Water (KRW) van kracht geworden. De KRW is een Europese richtlijn, die bedoeld is om de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater op goed niveau te krijgen en te houden.
Rijk
Het Rijk is verantwoordelijk voor het nationale beleidskader en de strategische doelen en maatregelen voor het waterbeheer in Nederland. De Minister van Infrastructuur en Milieu is eindverantwoordelijk voor de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water (KRW) en het DeltaPlan Ruimtelijke Adaptatie. Het Rijk is opsteller van het Nationaal Waterplan 2016-2021. Met de komst van de Omgevingswet verandert het Nationaal Waterplan in het Nationaal Waterprogramma conform artikel 3.9 uit de Omgevingswet. Het Nationaal Waterprogramma vormt de rode draad voor het behalen van omgevingswaarden en andere doelstellingen uit de KRW. Volgens Omgevingsbesluit artikel 8.14 dient het programma elke zes jaar geactualiseerd te worden door het Rijk. De provincie is verantwoordelijk voor de vertaling van het rijksbeleid naar een regionaal beleidskader en voor strategische regionale opgaven. Conform artikel 3.8 uit de Omgevingswet stelt de provincie het Regionaal Waterprogramma op. Hierin worden de EU-richtlijnen zoals de KRW en de Grondwaterrichtlijn (GWR) geïmplementeerd.
Provincie Noord Holland
De provincie is tevens bevoegd gezag voor vergunningverlening, het toezicht en handhaving van onderstaande grondwateronttrekkingen en -infiltraties: • Industriële onttrekkingen > 150.000 m3 • Grondwateronttrekkingen t.b.v. drinkwaterwinning • Bodemenergiesystemen Ten aanzien van het GRP heeft de provincie een adviserende en toetsende rol. De provincie kan een aanwijzing geven indien er tegenstrijdigheden zijn tussen het GRP en de provinciale plannen. De provincie is opsteller van de Omgevingsvisie NH2050 (2018).
Rijkswaterstaat
Rijkswaterstaat heeft de regiefunctie over drie belangrijke netwerken: het hoofdwegennet, vaarwegennet en hoofdwatersysteem. Ten aanzien van wateren beheert Rijkswaterstaat in de praktijk de oppervlaktewaterlichamen, inclusief kunstwerken en waterkeringen, die in beheer zijn bij het Rijk. Dit behelst waterkwaliteitsbeheer, waterkwantiteitsbeheer en waterstaatkundig beheer. Het waterschap is verantwoordelijk voor het operationele regionale waterbeheer. Dit betekent dat zij zorgen voor droge voeten (veiligheid), schoon en voldoende water. De visie hierop en de bijhorende maatregelen zijn beschreven in het Waterbeheerplan 2016-2021. Conform artikel 3.7 uit de Omgevingswet verandert dit in het Waterbeheerprogramma en moet bij de vaststelling rekening gehouden worden met het Regionale Waterprogramma.
Waterschap Amstel. Gooi en Vecht &
Het waterschap heeft een zorgplicht voor de zuivering van stedelijk afvalwater en is bevoegd gezag voor directe lozingen op de RWZI en naar het oppervlaktewater. Voor de regulering van indirecte lozingen (naar het riool) heeft het waterschap een adviserende rol naar gemeenten.
Onze referentie: D10018445:78 - Datum: 24 november 2020 48 van 82
GRP AALSMEER (2021 - 2026)
Actor
Taken bevoegdheden
Hoogheemraadschap Het waterschap heeft eveneens een zorgplicht voor het beheer van regionale wateren en Rijnland keringen. Handelingen in het oppervlaktewatersysteem reguleren waterschappen o.a. middels algemene regels, verordeningen en een Watervergunning. Het waterschap is ook verantwoordelijk voor vergunningverlening, het toezicht en de handhaving van grondwateronttrekkingen en infiltraties in haar beheergebied, met uitzondering van de drie categorieën waarvoor de provincie verantwoordelijk is. Om de waterbelangen bij ruimtelijke ontwikkelingen veilig te stellen doorlopen waterschap en gemeente bij alle ruimtelijke ontwikkelingen de watertoetsprocedure. Hierbij wordt o.a. toegezien op een hydrologisch neutrale inpassing van ontwikkelingen. De resultaten hiervan worden vastgesteld in de waterparagraaf. Ten aanzien van het GRP heeft het waterschap een adviserende rol. De gemeente heeft drie zorgplichten t.a.v. stedelijk waterbeheer: • •
•
Gemeente
Inzamelen en transporteren van stedelijk afvalwater naar een zuiveringstechnisch werk (Wm art. 10.33) Doelmatige inzameling en verwerking van hemelwater dat perceelseigenaren redelijkerwijs niet zelf kunnen verwerken. Eventueel kan de gemeente hiervoor maatwerkvoorschriften of een gebiedsverordening instellen (Ww art. 3.5) Treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Voorwaarde hierbij is dat de maatregelen doelmatig zijn en niet tot de zorg van het waterschap/provincie behoren. De gemeente dient het loket te zijn voor grondwatervraagstukken binnen haar beheersgebied (Ww art.3.6) Lozingen van (afval)water zijn per doelgroep geregeld via lozingenbesluiten. In de meeste gevallen is de gemeente hiervoor bevoegd gezag. Bij de verwerking van (afval)water houdt de gemeente rekening met de wettelijke voorkeursvolgorde. Volgens de wet hebben gemeenten een belangrijke taak in het voorkomen van graafschade aan kabels en leidingen (Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken/ WIBON) en het beschikbaar stellen van gegevens over de ondergrond. In het kader van het Besluit op de lijkbezorging hebben gemeenten een toetsende rol in de ontwatering van begraafplaatsen.
De gemeente stelt conform het DeltaPlan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) een klimaatadaptatiestrategie op. In het GRP vindt de uitwerking van het onderdeel water hiervan plaats.
Perceeleigenaar
De perceeleigenaar is verantwoordelijk voor de staat van zijn woning en perceel. Dit betekent dat hij zelf verantwoordelijk is voor het op eigen perceel treffen van maatregelen om de waterdichtheid te garanderen en voor de inzameling van stedelijk afvalwater en overtollig hemelen grondwater. Pas als de perceeleigenaar zich redelijkerwijs niet kan ontdoen van het overtollige hemel- en grondwater, is er een taak voor de gemeente of waterschap. De perceeleigenaar heeft ook een zorgplicht. Dit betekent dat hij geen handelingen mag verrichten waarvan hij kan verwachten dat deze het doelmatige functioneren van (water)voorzieningen belemmeren.
Onze referentie: D10018445:78 - Datum: 24 november 2020 49 van 82
GRP AALSMEER (2021 - 2026)
BIJLAGE B – WETTELIJK KADER A) EUROPEES
1.
Europese Kaderrichtlijn Water
B) NATIONAAL
1.
Waterwet (Ww)
2.
Wet Milieubeheer (Wm)
3.
Zorgplichten Afval-, Hemel-, en Grondwater
4.
Lozingen besluit Afvalwater (Wm)
5.
Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo)
6.
Wet Informatie Uitwisseling Bovengrondse en Ondergrondse Netten en Netwerken (Wibon)
7.
Basisregistratie Ondergrond (Bro: verwacht in 2015)
8.
Wet op lijkbezorging en besluit op lijkbezorging (1991)
9.
Nationaal Waterplan 2016-2021
10. Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) + addendum 11. Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten 12. Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 13. Omgevingswet 14. Drinkwaterwet en drinkwaterbesluit