CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Terugblik Regioaanpak 2020-2024 Veiligheid voor Elkaar

3.Raad (besluitvormend) 5 februari 2026, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Regionaal Beleidskader Huiselijk Geweld, Kindermishandeling en Seksueel Geweld14.521 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Regioaanpak ‘Veiligheid voor elkaar’ Terugblik 2020-2024

Voorkomen, stoppen en oplossen van Huiselijk Geweld, Kindermishandeling en Seksueel Geweld Oktober 2024

Inhoudsopgave

1. Voorwoord

3

2. Samenwerken aan veiligheid in huis

6

3. Maatschappelijke ontwikkelingen

13

4.  Specifieke doelgroepen

17

5.  Reflectie en vooruitblik

21

Terugblik 2020-2024 Regioaanpak 'Veiligheid voor elkaar' | 2

1. Voorwoord Eind 2020 stelden de gemeenten Amsterdam, Aalsmeer, Amstelveen, Diemen, Ouder-Amstel en Uithoorn – samen met zorg- en veiligheidspartners – de Regioaanpak Veiligheid voor elkaar (2020-2024) op. Hierbij betrokken de gemeenten ook ervaringsdeskundigen, om ook hun perspectief mee te nemen in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling (hierna: HGKM). Deze gezamenlijke aanpak richtte zich op het voorkomen, stoppen en oplossen van HGKM. Vanuit de Regioaanpak ontstond het besef en de noodzaak om ook expliciete aandacht voor seksueel geweld hierbij op te nemen.

Vanuit de Regioaanpak stond de ambitie centraal dat geen enkel kind, geen enkele volwassene meer te maken krijgt met geweld in huis. Om dit te bereiken, stelden de Amsterdam-Amstellandgemeenten (hierna: de regio) het doel om alle inwoners van de regio te betrekken om samen het taboe rondom het praten over (on)veiligheid te doorbreken. Ook professionals zijn gevraagd om over veiligheid te praten, wanneer diegene met huishoudens werkt waar spanning heerst. Omdat die professionals eraan kunnen bijdragen dat spanning niet uitmondt in geweld. Daarnaast stelde de regio als doel om ervoor te zorgen dat professionals van verschillende organisaties als één team met elkaar kunnen samenwerken bij die huishoudens waarbij sprake is van geweld. Met deze Regioaanpak in de hand, streefden de AmsterdamAmstellandgemeenten – samen met álle betrokkenen, zowel inwoners als professionals – naar een veilige thuissituatie voor inwoners van de regio. We hebben iedereen nodig om geweld te stoppen en duurzaam op te lossen. Alleen hierdoor krijgt ieder kind, iedere volwassene de kans zich te ontwikkelen tot degene die hij wil zijn.

De ambities waren groot, maar het tegengaan van HGKM en seksueel geweld vraagt ook om grote ambities. HGKM en seksueel geweld komen nog steeds veelvuldig voor in de regio, zo zijn er in 2023 bij Veilig Thuis 7.916 meldingen gedaan over huishoudens met kinderen en 2.628 meldingen over huishoudens zonder kinderen1. Dit laat zien dat het hardnekkige problemen zijn, die helaas niet helemaal zullen verdwijnen. Toch zetten we in de afgelopen jaren belangrijke stappen de goede richting op, met hoopgevende resultaten. En dat zullen we blijven doen. Maatschappelijke ontwikkelingen Deze stappen zetten we in een maatschappij die zelf ook niet stilstaat. Zo was er in 2020 en 2021 sprake van een wereldwijde pandemie en daarmee gepaarde lockdownmaatregelen. Met als gevolg dat volwassenen en kinderen thuis kwamen te zitten, in huishoudens waar al spanning of onveiligheid heerste. Partners in de regio spraken af om op extra huisbezoeken te gaan, met inachtneming van de maatregelen. Daarnaast organiseerden we vanuit de Regioaanpak een conferentie voor professionals, zodat zij handvatten kregen om de hulpverlening te continueren. Ook vond in Amsterdam op 29 december 2020 een vreselijke gebeurtenis plaats, waarbij een 14-jarig meisje door haar vader om het leven werd gebracht, waarna hij suïcide pleegde.

Dit leidde tot het onderzoeksrapport 'Onmacht' en vervolgens startte de gemeente het leertraject ‘Voorbij de Onmacht’. Door beter samen te werken kunnen de partners op het hetzelfde moment hulp aan een gezin verlenen, in plaats van in verschillende stappen achter elkaar. Zo werd het stagnatienetwerk opgericht waarin professionals van zorgpartijen in het jeugdstelsel met elkaar 'buikpijncasussen’ konden bespreken, patronen in hun onderlinge samenwerking leerden herkenden en deze, waar nodig, functioneler te maken. In 2022 ontstond landelijk veel aandacht voor seksueel geweld, nadat het programma BOOS een aflevering maakte over seksueel grensoverschrijdend gedrag en machtsmisbruik bij The Voice of Holland. Er kwam een Nationaal Actieplan Seksueel Grensoverschrijdend Gedrag

1

Jaarverslag Veilig Thuis 2023 Terugblik 2020-2024 Regioaanpak 'Veiligheid voor elkaar' | 3

en Seksueel Geweld en er werd een nieuwe Zedenwet Seksuele Misdrijven opgesteld die 1 juli 2024 in werking trad. In deze wet zijn meer situaties van grensoverschrijdend gedrag strafbaar gesteld in vergelijking tot de eerdere wetgeving. Daarnaast is dwang niet langer een vereiste voor een veroordeling voor verkrachting of aanranding, maar is het nog wel een strafverzwarende factor. Deze ontwikkelingen hebben een belangrijke normerende werking en hebben het maatschappelijk debat op gang gebracht over wat wel en niet acceptabel gedrag is. De verwachting is dat deze ontwikkelingen ervoor zorgen dat slachtoffers zich vaker en eerder uit durven spreken over ervaringen met seksueel geweld. Zij kunnen hiervoor terecht bij het Centrum Seksueel Geweld (hierna: CSG). Om de verwachte extra hulpvragen aan te kunnen, heeft het CSG extra middelen gekregen. Daarnaast verkleinden we de drempel voor het zoeken van hulp door in oktober in 2024 een fysieke inlooplocatie voor het CSG AmsterdamAmstelland te openen. Ook internationale ontwikkelingen oefenden invloed uit op de aanpak in Amsterdam: de uitbraak van de oorlog in Oekraïne leidde tot een toegenomen aantal Oekraïense mensen die zich in Amsterdam vestigden. Vanwege hun kwetsbare positie liepen zij verhoogd risico om slachtoffer te worden van mensenhandel en seksueel geweld in afhankelijkheidsrelaties.

Daarom zette de regio in op extra waakzaamheid op signalen van mensenhandel bij de opvang van Oekraïners en bij ontvangst centraal. Daarbij boden partners informatie voor vluchtelingen uit Oekraïne in de eigen taal aan, zodat zij wisten waar zij terecht konden bij advies- en hulpvragen. Naar effectievere jeugdbescherming In de dagelijkse praktijk en in de tussenevaluatie van de jeugdwet in 2018 werd duidelijk dat de huidige jeugdbeschermingsketen niet goed functioneert en niet transparant is. Amsterdam-Amstelland en vijf andere regio’s in Nederland startten in 2019 met een pilot om tot een meer effectieve jeugdbescherming te komen. Professionals van verschillende organisaties ontwierpen in de praktijk een nieuwe integrale aanpak van HGKM van 0 tot 100 jaar. Deze aanpak kwam in plaats van de estafette-/ketenaanpak. De ervaringen van de zes pilots mondden uit in het Toekomstscenario, dat in maart 2021 aan de Tweede Kamer werd aangeboden. Daarin werd een situatie beschreven van robuuste lokale teams die de vaste gezichten voor de gezinnen en huishoudens zijn, waarbij professionals van een Regionaal Veiligheidsteam ter ondersteuning kunnen worden toegevoegd. Het pilotteam dat in Amsterdam bekend is onder de naam Blijvend Veilig werd vanaf 2022 een proeftuin.

In de regio Amsterdam-Amstelland werd na vier jaar beproeven de stap gezet om de nieuwe werkwijze door te ontwikkelen én geleidelijk in te voeren. Sinds 2023 wordt in Uithoorn en in Amsterdam Noord op de nieuwe manier gewerkt. De regionale ambitie is dat de oude keten per 2026 geheel vervangen is door de nieuwe integrale aanpak.

Naast het aansluiten bij landelijke en maatschappelijke ontwikkelingen, zijn er ook stappen gezet die kleinschaliger en/of lokaal waren. Bijvoorbeeld door het versterken van de samenwerking met informele organisaties in de wijk en het aansluiten bij bestaande netwerken. Zoals door het organiseren van bijeenkomsten door informele organisaties voor de mensen uit de buurt, met als doel om uiteindelijk het gesprek over huiselijk geweld/geluk te starten. Ook zijn er lokaal in Uithoorn voorlichtingen van Veilig Thuis ingezet op doelgroepen waar dit voor nodig was zoals de LHBTIQ+personen, ouderenorganisaties en sportverenigingen. Dit soort stappen zijn heel belangrijk voor het succes van de aanpak tegen HGKM en seksueel geweld. Ontwikkelingen binnen drie speerpunten van de Regioaanpak Vanuit de Regioaanpak zetten de Amsterdam-Amstelland gemeenten in op drie speerpunten; 1) zichtbaar, bespreekbaar en ieders verantwoordelijkheid, 2) verantwoord ouderschap en veilige relaties en 3) geweld stoppen en structureel oplossen. Speerpunten Het doel van speerpunt 1) zichtbaar, bespreekbaar en ieders verantwoordelijkheid is gericht op het bereiken van alle inwoners van Amsterdam-Amstelland. De regio focuste daarbij op het herkennen van signalen van geweld en het vervolgens hierover durven en kunnen praten met betrokkenen en professionals.

Om dit te bereiken, zijn verschillende communicatieacties ingezet, waaronder een lokale invulling van de Rijkscampagne “Een onveilige thuissituatie doorbreken, begint met je zorgen bespreken.” Daarnaast is het Handboek Samen Sterker tegen Huiselijk Geweld ontwikkeld, waarmee formele en informele partners hun samenwerking versterken. Ook zijn binnen dit speerpunt onderzoeken uitgevoerd naar meldingsbereidheid onder inwoners in Amsterdam-Amstelland en het bespreekbaar maken van onveiligheid thuis onder jongeren. Met als doel om hier gericht op in te kunnen zetten. Binnen speerpunt 2) verantwoord ouderschap en veilige relaties vallen alle professionals die direct in contact staan met risicogroepen. Vanuit de Regioaanpak zette de regio deze professionals in om geweld te voorkomen en zo vroeg mogelijk te stoppen. Onder andere door professionals te trainen om te signaleren, te bespreken en te handelen, zoals bij de trainingen van Veilig Thuis over ouderenmishandeling. Maar ook door de rol van de wijkteams te versterken in het signaleren en ondersteunen bij (signalen van) huiselijk geweld. Dit speerpunt focuste op doelgroepen die een grotere kans hebben om slachtoffer te worden van HGKM/ SG, zoals ouderen, LHBTIQ+-personen en jongeren. Speerpunt 3) geweld stoppen en structureel oplossen is gericht op de professionals die de veiligheid samen met het huishouden herstellen.

Zodat professionals integraal samenwerken om geweld in het gezin of in

Terugblik 2020-2024 Regioaanpak 'Veiligheid voor elkaar' | 4

relaties te stoppen en structureel op te lossen. De regio implementeerde de visie van Van Arum & Vögtlander2 onder hulpverleners. Blijvend Veilig werd in Uithoorn en Amsterdam Noord uitgerold. Ook vond een door­ ontwikkeling plaats van het Tijdelijk Huisverbod en het aanbod voor plegers van huiselijk en seksueel geweld.

controle en dwang voorafgaat aan vrouwenmoord, femicide. Hierbij zijn er rode vlaggen die kunnen duiden op escalatie van geweld of zelfs een fatale afloop4. De regio zet zich in om de rode vlaggen van femicide beter onder de aandacht te brengen, en zal dit bij de volgende Regioaanpak verder bestendigen.

Naast maatschappelijke ontwikkelingen ontstonden er in de periode van vijf jaar nieuwe wetenschappelijke inzichten. Zoals de cohortstudies van het Verwey & Jonker Instituut, waaruit blijkt dat geweld tijdig herkend en gesignaleerd moet worden, maar dat ook het soort geweld en de context waarin het plaatsvindt bepalend zijn in het stoppen ervan. Zo beschrijft het Verwey & Jonker Instituut vijf profielen van huiselijk geweld3; intieme terreur, gezin in de stress, langdurige zorg, kindgedrag en opvoedstress, en complexe scheidingen. Ook kwamen steeds meer inzichten in beeld over intieme terreur, waaruit blijkt dat er een patroon van

De relevantie en actualiteit van de thema’s vraagt om constant bijsturen van de Regioaanpak. De inzet binnen de drie speerpunten staat hierin niet los van elkaar. De problematiek vraagt om integrale inzet op alle onderdelen: van bespreekbaarheid onder inwoners tot het in staat stellen van de professionals om hun werk goed te kunnen doen. Deze rapportage geeft dan ook – net als de voortgangsrapportage van 2023 – een terugblik per ontwikkeling, gericht op de voortgang en resultaten van de afgelopen 4,5 jaar.

Visiedocument Van Arum & Vögtlander: Eerst samenwerken voor veiligheid, dan samenwerken voor risicogestuurde zorg Verwey en Jonker Instituut – Verschillend Perspectief, Samen Kijken 4 V  NG – Factsheet Intieme Terreur 2 3

Terugblik 2020-2024 Regioaanpak 'Veiligheid voor elkaar' | 5

2. Samenwerken aan veiligheid in huis Elke persoon die zich in een situatie van huiselijk geweld, kindermishandeling of seksueel geweld bevindt, is er een teveel. Helaas is het aantal gevallen per jaar nog steeds hoog. Zo ontvangt Veilig Thuis in de regio Amsterdam-Amstelland al jaren rond de 10.000 meldingen van HGKM per jaar. Vanuit de Regioaanpak is daarom aandacht voor het verbeteren van de samenwerking van verschillende partners in het veld. Iedereen is namelijk nodig om huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld tegen te gaan. De informele partners uit de sociale basis zijn hard nodig voor empowerment van mensen in de wijk, voor het bieden van een vangnet, het zien van signalen en de toeleiding naar de formele partners. De formele partners zijn nodig voor hun expertise voor behandeling van problematiek, voor het bieden van opvang of veiligheid en het ingrijpen wanneer nodig. Hierbij is de samenwerking tussen die partners zeker zo belangrijk; tussen jongeren en volwassenen GGZ, tussen zorg- en strafpartners, tussen partners die actief zijn in de wijk of stadsbreed.

2.1 Voorbij de Onmacht Eind 2020 vond er een ernstige calamiteit plaats; een veertienjarig meisje werd door haar vader gedood. Na deze vreselijke gebeurtenis werd een grondig, onafhankelijk onderzoek uitgevoerd; het rapport ‘Onmacht’. In het rapport stonden aanbevelingen, welke door het College van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam zijn overgenomen. Dit rapport was onvoorzien en staat als zodanig los van de Regioaanpak, maar had veel impact op alle betrokkenen. De jeugd- en zorgpartners hebben zich daarna ingezet om meer samen te werken in en voor gezinnen. Daarnaast besloot het College om een onafhankelijke begeleidingscommissie ‘Voorbij de Onmacht’ twee jaar lang mee te laten kijken naar de opvolging van deze aanbevelingen. In de opvolging van de aanbevelingen stonden drie kernpunten voor een structurele verandering centraal: 1. Rust en ruimte voor de professional; 1. Toewerken naar netwerksamenwerking, met bijzondere aandacht voor institutioneel vertrouwen; 1. Verbeteren van de samenwerking met de volwassenen GGZ. Op 19 juni 2024 rondde het College dit traject af met een brief aan de gemeenteraad5, waarbij de geleerde lessen in de dagelijkse praktijk van hulpverleners en Amsterdammers zijn geborgd.

5

Rust en ruimte voor professional Binnen het eerste kernpunt voor structurele verandering stond rust en ruimte voor de professional centraal. Dit behelsde het inrichten van een Stagnatienetwerkberaad: een plek waar zorg- en veiligheidsprofessionals casussen kunnen delen, waarin zorgen zijn over de veiligheid van een gezin en er stagnatie in de hulp dreigt. In dit Stagnatienetwerkberaad bespreken de professionals de vraagstukken, zoveel mogelijk in het bijzijn van het gezin. Hierbij is het ook mogelijk dat andere mensen uit het relevante netwerk van dit gezin aansluiten. Naar netwerksamenwerking, met bijzondere aandacht voor institutioneel vertrouwen Het tweede kernpunt zette de gemeente Amsterdam in de positie om te sturen op intensieve netwerksamenwerking nabij de gezinnen. Partners zoals het Ouder- en Kindteam (hierna: OKT), de Gecertificeerde Instellingen (hierna: GI's), het Buurtteam en de aanbieders van aanvullende jeugdhulp kregen de opdracht een gezamenlijke werkwijze en netwerksamenwerking op te bouwen voor het werken in en rond gezinnen. Op die manier kan sneller passende hulp worden ingezet en voelen professionals zich meer gesteund in het werken met gezinnen met complexe veiligheidsvraagstukken. Verbeteren van samenwerking met volwassenen GGZ Voor een veilige opvoeding van kinderen is ook het mentale welzijn en de situatie van opvoeders van groot belang.

Naar aanleiding van de aanbevelingen benadrukt de gemeente Amsterdam bij professionals van OKT's, Buurtteams, Veilig Thuis, de GI's en de volwassenen GGZ dat zij bij de hulpvraag hun blik op het gehele gezin breed en integraal toepassen. Door de hulpvragen breed en integraal te

R  aadsinformatiebrief over de afronding van het leertraject Onmacht en het beëindigen van de in dat kader ingestelde begeleidingscommissie Voorbij de onmacht Terugblik 2020-2024 Regioaanpak 'Veiligheid voor elkaar' | 6

bekijken, kan sneller passende hulp dicht bij huis worden gezocht. Hierbij is het noodzakelijk dat de organisaties samenwerken voor het gehele gezin en niet te focussen op ieder gezinslid individueel. Een voorbeeld van hoe dit in de praktijk goed werkt staat in hoofdstuk 3.3 Samenwerking jeugdzorg en volwassenen GGZ. De gemeente Amsterdam, individuele instellingen, ministeries en het Openbaar Ministerie volgden alle aanbevelingen op. Hierbij zijn onder andere boven­ genoemde belangrijke stappen gezet. Het Stagnatieberaad en het toewerken naar netwerksamenwerking worden duurzaam geborgd en geïntegreerd in het gebiedsgerichte werken en in het Toekomstscenario.

2.2 Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming Zoals ook het rapport ‘Onmacht’ aantoonde, is het essentieel dat er een sprake is van een goed werkende bescherming voor het kind én het gezin. Een tussenevaluatie van de Jeugdwet toonde echter aan dat de huidige beschermings­ keten niet meer voldoet. Voor betrokkenen is die keten namelijk niet transparant. Ook worden gezinnen steeds overgedragen naar andere (veiligheids)partners, waardoor er overgedragen moet worden naar nieuwe hulpverleners, waardoor moeilijker vertrouwensrelaties ontstaan, informatie verloren gaat en de hulp langer op zich laat wachten. Amsterdam-Amstelland was daarom in 2019 een van de zes regio’s in Nederland die een pilot startte ten behoeve van een meer effectieve jeugdbescherming. Professionals van verschillende organisaties kwamen in de praktijk bij elkaar om een nieuwe aanpak te ontwikkelen, voor de gehele doelgroep HGKM van 0 tot 100 jaar. Uit de ervaringen van de zes pilots kwam het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming (hierna: Toekomstscenario), dat in maart 2021 aan de Tweede Kamer werd aangeboden. In het Toekomstscenario hebben gezinnen en huishoudens te maken met vaste gezichten van robuuste, lokale teams. Professionals van Regionale Veiligheidsteams6 kunnen, indien nodig, aan deze teams worden toegevoegd ter ondersteuning.

Vanaf 2022 werd het pilotteam (Blijvend Veilig6) een proeftuin om het Toekomstscenario verder te beproeven en verder door te ontwikkelen. Na vier jaar beproeven, besloot de regio de nieuwe werkwijze door te ontwikkelen en stap voor stap in te voeren. Na een zeer intensieve voorbereidingsperiode werd in december 2023 in Amsterdam Noord en Uithoorn gestart met het werken op de nieuwe manier. Hier werken de lokale teams en de veiligheidsexperts in duo’s samen, in zeer complexe gevallen kan dat een duo van Blijvend Veilig zijn, en zijn daarbij onderdeel van de wijkgerichte aanpak.

6

De eerste resultaten zijn goed. De meeste gezinnen worden begeleid door het lokale team, waardoor zij een vaste begeleider houden en, als de gezinnen daarmee instemmen, sluit indien nodig een expert van Blijvend Veilig aan. Door deze manier van werken is het aantal gedwongen maatregelen flink afgenomen, zo blijkt uit de voortgangsrapportage 2023 van het landelijk programmateam van 19 juni 2024. De werkwijze is nog steeds in ontwikkeling, bijvoorbeeld bij het oppakken van meldingen bij Veilig Thuis of het uitvoeren van Tijdelijke Huisverboden. In 2024 zijn de voorbereidingen van het Toekomstscenario in Amsterdam Nieuw-West gestart, waarbij de ervaringen in de voorbereiding van de eerste verbreding benut worden. Zo worden professionals in hun huidige organisaties al beter voorbereid op de nieuwe manier van samenwerken en wordt ook al de basis voor samenwerking met andere partners gelegd. Het werkproces dat het afgelopen jaar beproefd is, wordt in het najaar van 2024 geëvalueerd en geüpdatet. De exacte startdatum is nog niet bepaald en zal naar het zich nu laat aanzien begin 2025. Aan het eind van 2024 worden ook voorbereidingen getroffen om te starten in Amsterdam Zuidoost en lopen er gesprekken met Ouder-Amstel, Diemen en Amstelveen/Aalsmeer. Hier zal stap voor stap het Toekomstscenario worden ingevoerd.

De regio heeft de ambitie om vanaf 2026 overal in de regio met de nieuwe integrale aanpak te werken. Ten behoeve van landelijke invoering van het Toekomst­ scenario werkt de regio Amsterdam-Amstelland intensief samen met het landelijke programmateam Toekomstscenario en twee andere langlopende proeftuinen. Dat is in de huidige fase cruciaal, omdat Amsterdam-Amstelland in haar proeftuin last heeft van het feit dat er onvoldoende juridische ruimte is om het Toekomstscenario volledig te beproeven. Dat vraagt veel energie van alle betrokkenen. Sterke lokale teams In het licht van de problemen in de veiligheidsketen en het Toekomstscenario is in Aalsmeer en Amstelveen de werkwijze ‘Intensief Hulpverleningstraject in 13 weken’ in 2020 gestart. Hierbij zetten intensief betrokken procesregisseurs van de gemeenten zich in voor huishoudens met kinderen waar onveiligheid speelt. Het lukt de procesregisseurs om 75% van de gezinnen gemotiveerd en in vrijwilligheid te helpen en Onder Toezichtstellingen te voorkomen. In 2022 is de werkwijze op effectieve elementen onderzocht. Vanaf 2023 is deze staande werkwijze doorlopend uitgebreid en volledig geïmplementeerd. Dit is een goed voorbeeld van hoe de in het Toekomstscenario beschreven ‘sterke lokale teams’ zouden kunnen opereren.

De intensief betrokken procesregisseurs van de gemeenten zetten zich in voor huishoudens met kinderen waar onveiligheid speelt en het lukt ze om 75% van de gezinnen gemotiveerd en in vrijwilligheid te helpen en Onder Toezichtstellingen te voorkomen.

Het Regionale Veiligheidsteam in Amsterdam, Blijvend Veilig, bestaat uit professionals die vanuit verschillende organisaties samenwerken om de veiligheid te herstellen. Binnen Blijvend Veilig werken de volgende organisaties samen: Jeugdbescherming Regio Amsterdam, Veilig Thuis, Blijf Groep, Raad voor de Kinderbescherming, William Schrikker Stichting en gemeenten in Amsterdam-Amstelland. Terugblik 2020-2024 Regioaanpak 'Veiligheid voor elkaar' | 7

Ook versterkten Amstelveen en Aalsmeer de samenwerking tussen de gemeente, Jeugdbescherming en Veilig Thuis. Zij doen dit door wekelijkse overleggen tussen een jeugdbeschermer en een Veilig Thuis-medewerker over het overdragen van casuïstiek, om in nabijheid van het lokale team te opereren. Daarnaast hebben deze gemeenten de samenwerking op beleids-, kwaliteits- en contractmanagementniveau verstevigd waarbij gezamenlijke specifieke opgaven in samenspraak worden behandeld. Om meer zicht te houden blijven Amstelveen en Aalsmeer blijven hierop inzetten totdat de uitdagingen in de veiligheidsketen, zoals lange doorlooptijden, personeelstekorten en wachtlijsten, zijn opgelost.

2.3 Samenwerking jeugdzorg en volwassenen GGZ Het Verwey-Jonker Instituut laat in de tweede cohortstudie ‘Een kwestie van lange adem’ (2020) zien dat in 60% van de gezinnen waar sprake is van HGKM, ook sprake is van psychische problematiek bij de opvoeders. De problematiek van de ouders zorgt vervolgens mogelijk weer voor onveilige opvoeding en ontwikkeling van de kinderen. Die kinderen hebben daardoor zelf ook weer een grote kans om agressief gedrag te vertonen of psychische problemen te ontwikkelen, waardoor intergenerationele problematiek ontstaat. In de praktijk betekent deze problematiek dat er vaak veel instanties nodig zijn om te helpen de problemen op te lossen. Bijvoorbeeld partners zoals de lokale teams, Veilig Thuis en de Gecertificeerde Instellingen, maar dus ook volwassenen GGZ (hierna: vGGZ). Om de vicieuze cirkel van doorgifte van HGKM-problematiek te doorbreken, investeren de Amsterdam-Amstelland gemeenten vanuit de Regioaanpak in de versterking van de samenwerking tussen de Jeugdzorg en de vGGZ. Sociaal Pedagogisch Verpleegkundigen als spil Om deze samenwerking te versterken, zetten Veilig Thuis, de Jeugdbescherming Regio Amsterdam en de William Schrikker Stichting steeds vaker Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundigen (hierna: SPV-en) in. Zij worden ingezet in gezinnen waar sprake is van kindermishandeling of jeugddelinquentie.

De SPV-en sluiten aan bij de ouders en gaan samen op zoek naar wat nodig is om hun situatie te verbeteren. Op die manier kunnen zij de professionals adviseren over en ondersteunen bij onbegrepen gedrag van de opvoeders. De SPV-en kunnen ook de juiste hulp bijschakelen, zoals de huisarts of de lokale teams. In 2022 waren er vier SPV-en werkzaam, in 2023 is dat aantal verhoogd naar zeven medewerkers. Daarnaast waren er ook twee SPV-en werkzaam bij Veilig Thuis. Dit heeft als resultaat dat alle teams van JBRA, Blijvend Veilig en een deel van de WSS gebruikmaken van hun expertise. De gemeente Amsterdam en zorgverzekeraar Zilveren Kruis

7

verlengden de financiering tot en met 2024. De stakeholders hebben aangegeven zich in te zetten voor een structurele financiering zodat SPV-en ook in de toekomst kunnen worden ingezet. Switch Een van de voorbeelden van inzet van SPV-en is Switch. In 2022 is het project Integrale Begeleiding en Behandeling omgezet in Switch, waarbij de focus ligt op gezinnen waar geweld al jaren of zelfs generaties lang speelt. Het doel van Switch is om intergenerationele HGKM-problematiek te doorbreken. Switch is een domeinoverstijgende samenwerking tussen De Waag (Forensische vGGZ), GGZ BRight (vGGZ), Altra (specialistische Jeugdzorg) en de Blijf Groep. Na de start in 2022 heeft Switch in 2023 goedkeuring gekregen om meer gezinnen te gaan behandelen; per jaar kunnen er nu zes tot tien gezinnen behandeld worden. Voor geestelijke gezondheidszorg wordt het eigen risico van de zorgverzekering benut, om uitval te voorkomen is daarom vanuit de Regioaanpak geld beschikbaar gesteld voor gezinnen die niet in staat zijn om dit eigen risico te betalen. In 2024 is Switch op zoek naar een samenwerking met gespecialiseerde partners in de verslavingszorg, met als doel de doelgroep uit te breiden.

2.4 Informele-formele samenwerking Formele organisaties zoals Veilig Thuis, de Blijf Groep, het Centrum Seksueel Geweld of de Jeugdbescherming zetten zich elk vanuit hun eigen wettelijke kader in bij situaties van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld. Voordat mensen zich melden bij formele organisaties zijn er vaak al veel signalen of incidenten die aantonen dat het achter de voordeur zorgen zijn over onveiligheid. Informele organisaties zitten in de haarvaten van de wijken. Daar komen veel van die signalen terecht, zij zijn daarom van groot belang bij het vroegtijdig signaleren van problematiek. Adviseurs sociale basis in de stadsdelen Informele partners vallen onder de sociale basis, wat ook wel het fundament van het stelsel voor zorg, ondersteuning en meedoen7 wordt genoemd. Binnen de sociale basis ontstaat sociale cohesie doordat mensen elkaar weten te vinden en ontmoeten. De sociale basis draagt er daarnaast aan bij dat er laagdrempelige vormen van ondersteuning mogelijk zijn voor mensen die dat (tijdelijk) nodig hebben. Met als gevolg dat mensen zelfredzamer worden én blijven. Elk stadsdeel of stadsgebied in Amsterdam heeft een adviseur sociale basis met als aandachtsgebied HGKM.

De adviseurs sociale basis hebben daarmee een belangrijke functie in de preventie van HGKM en seksueel geweld, zij ondersteunen namelijk die vrijwilligers- en zelforganisaties die ondersteuning bieden in de wijken. Naast het verlenen van subsidies organiseren de adviseurs twee keer per

Beleidskader sociale basis 2025-2030 Terugblik 2020-2024 Regioaanpak 'Veiligheid voor elkaar' | 8

jaar een casuïstiek- of netwerkbijeenkomst waar formele en informele organisaties van en met elkaar van casussen kunnen leren. Informele partners zijn onmisbaar De kracht van de informele partners is dat zij laagdrempelig zijn, aansluiten bij de doelgroep en op die manier een grote groep Amsterdammers bereiken. Voorbeelden van zulke partners zijn bijvoorbeeld vrijwilligers- of zelforganisaties, emancipatiegroepen of buurthuizen. De informele partners kunnen steun en een netwerk bieden, helpen op die manier buurtbewoners in hun kracht te zetten, maar kunnen ook stimuleren om melding te maken of aangifte te doen en daarbij begeleiding bieden. Informele partners zijn dus onmisbaar in het tegengaan van huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld. Handboek voor samenwerken bij HGKM Om ook in de dagelijkse praktijk van elkaar te leren, werd in 2017 een kerngroep van dertien informele partners, de Blijf Groep en de gemeente Amsterdam opgericht. Deze informele organisaties hadden steeds vaker te maken met gezinnen waarin HGKM en seksueel geweld speelde en wilden zich inzetten voor preventie of ondersteuning van deze betrokkenen. Ook zagen zij kansen voor het versterken van de samenwerking tussen informele en formele partners en daarbij inzichtelijk te maken wat de informele partners kunnen bijdragen aan de preventie van HGKM en seksueel geweld.

Gezamenlijk is het Handboek Samen Sterker tegen Huiselijk Geweld (hierna: het Handboek) ontwikkeld en in 2021 opgeleverd. Het Handboek geeft handvatten aan informele organisaties om met situaties van HGKM om te gaan, om het gesprek met formele organisaties aan te gaan over samenwerking en geeft aan waar organisaties rekening mee moeten houden in hun (vrijwilligers)beleid en het vergroten van de expertise. Om het Handboek te lanceren en aandacht te genereren voor het werken met het Handboek organiseerde de gemeente Amsterdam in december 2022 een conferentie Heel Amsterdam samen sterker tegen HGKM. In 2023 is het Handboek van een update voorzien; zo is er onder andere een leeswijzer toegevoegd, is de route voor situaties van seksueel geweld opgenomen en is er een bijlage opgenomen waarmee vrijwilligersorganisaties zelf een routecode voor HGKM/SG kunnen opstellen. Daarnaast vond in 2024 wederom een conferentie plaats, hierbij stond het thema seksueel geweld centraal en was er gelegenheid om de verbinding tussen formele en informele partners te verstevigen. Tot slot wordt in aanvulling op het Handboek in 2024 een werkdocument ontwikkeld. Dit werkdocument helpt formele en informele partners het Handboek eigen te maken en optimaal benutten. In al deze ontwikkelingen speelt de kerngroep een belangrijke rol door hun ervaring en expertise te delen.

De ontwikkelingen rondom het Handboek en de investering in de samenwerking tussen formele en informele partners is nog niet af. Het vraagt doorlopend aandacht van alle betrokkenen en zal dus ook in de nieuwe Regioaanpak een plek krijgen.

Ongelijk investeren voor gelijke kansen Vanuit het Amsterdamse coalitieakkoord 2022-2026 is afgesproken om in te zetten op structurele verbetering van de leefbaarheid en veiligheid in Nieuw-West, Zuidoost en Noord. Zulke verbeteringen vergen tijd en langdurige inzet, de inzet in de vorm van masterplannen beslaat dan ook een periode van 25 jaar. In de drie stadsdelen zijn samen met bewoners, ondernemers, alliantiepartners en een programmabureau integrale aanpakken opgesteld. Met deze aanpakken werken de overheid, (maatschappelijke organisaties) én bewoners samen aan de opgaven, waarbij innovatie centraal staat. Het Nationaal Programma Samen Nieuw-West zet zich in voor het terugdringen van recidive van HGKM. Vanuit het Masterplan Zuidoost wordt gewerkt aan het bestrijden van HGKM en het werken aan huiselijk geluk. Beide programma’s kenden een opstartfase met planvorming, waarbij het werken op deze nieuwe manier samen met de bewoners, ervaringsdeskundigen en formele en informele organisaties veel afstemming vergde. Inmiddels zijn de eerste stappen gezet, zo is er in Nieuw-West een analyse uitgevoerd om de problematiek en de betrokkenheid van organisaties beter in beeld te brengen, starten er op korte termijn een debatreeks over huiselijk geluk en een supportgroep voor plegers en worden dialoogsessies georganiseerd met bewoners en betrokken organisaties.

In Zuidoost zet het netwerk Gewel(dig) in huis zich in om in gesprek te gaan met sleutelpersonen die huiselijk geweld kunnen signaleren. De komende periode wordt vanuit gelijkwaardigheid met bewoners, lokale professionals, informele en formele organisaties samengewerkt om tot een gericht plan te komen voor het verbeteren van de preventie en aanpak van HGKM.

2.5 Verbinding tussen het zorg- en strafdomein Naast de verandering in het stelsel, de versterking van de samenwerking tussen jeugdzorg en volwassenen GGZ en het verstevigen van de voorkant via de sociale basis, is het van groot belang dat er ook inzet is op de achterkant van het probleem; bij de plegers. Om dat te bewerkstelligen is een stevige verbinding tussen het zorg- en strafdomein noodzakelijk. We stelden ons daarbij als doel dat er optimale informatie-uitwisseling is tussen de zorg- en justitiepartijen. Bij een optimale informatie-uitwisseling stellen de zorgpartijen hun informatie zo vroeg en volledig mogelijk beschikbaar, zodat de strafrechtelijke beslissingen afgewogen en goed geïnformeerd plaatsvinden. Waar nodig, kan strafoplegging dan met zorg in verplicht kader worden gecombineerd. Hier moet ook tijdig afstemming over het veiligheidsplan plaatsvinden met Veilig Thuis, of in de toekomst met Blijvend Veilig, als er vanuit het strafrecht geen instrumenten ingezet kunnen worden. Hoewel hier stappen in zijn gezet, is de informatie-uitwisseling nog niet optimaal. Dit blijft daarom aandacht vragen van alle betrokken partners.

Terugblik 2020-2024 Regioaanpak 'Veiligheid voor elkaar' | 9

2.5.1

Versterken inzet op plegers

Toen de Amsterdam-Amstellandgemeenten de Regioaanpak opstelden, lieten cijfers zien dat in 96% van de gevallen van kindermishandeling de ouder de pleger was. Van deze plegers is 44% ooit zelf slachtoffer geweest. Het doorbreken van dit patroon en het stoppen van de intergenerationele overdracht is belangrijk in het stoppen van HGKM. Daarom zet de regio vanuit deze Regioaanpak in op het versterken van de aanpak van plegers van HGKM/SG. In de aanpak van HGKM ligt de focus van oudsher op de slachtoffers, wat ervoor zorgt dat het patroon van geweld niet wordt doorbroken. Door in te zetten op het versterken van de inzet op plegers worden de onderliggende oorzaken van geweld doorbroken. De inzet op plegers staat niet op zichzelf, het is een integrale aanpak waarbij de behoeften van alle betrokkenen in kaart worden gebracht. Het bieden van de juiste ondersteuning voor de pleger (naast een eventuele strafrechtelijke aanpak) draagt bij aan een veilige situatie voor het hele gezin of huishouden. Om een helder beeld te krijgen van het aanbod voor plegers van HGKM/SG liet de regio in 2023 een onderzoek uitvoeren. Dit betrof een brede inventarisatie van het huidige aanbod aan zorg en ondersteuning voor (potentiële) plegers, een analyse van het huidige functioneren van dat aanbod en aansluitend het benoemen en beschrijven van de mogelijkheden om dat aanbod nog beter te laten aansluiten.

Vanaf 2024 werken de Amsterdam-Amstelland gemeenten samen aan een integrale plegeraanpak, waarin onder andere de aanbevelingen uit het rapport een plek krijgen. Een aantal van de aanbevelingen is al in gang gezet, zo vindt in 2024 de eerste bijeenkomst van en voor plegers plaats en zijn er sociale kaarten opgesteld van hulpaanbod voor plegers van HGKM/SG. Ook zijn er sessies

8

georganiseerd met gedragsdeskundigen met als doel om interventiemogelijkheden voor plegers te bepalen. Tot slot krijgt de plegeraanpak ook een plek binnen Blijvend Veilig. Tijdelijk Huisverbod voor plegers Eén van de instrumenten die beschikbaar is voor plegers, is het Tijdelijk Huisverbod (THV). Een THV is een bestuurlijke maatregel die de burgemeester kan opleggen aan een persoon van wie een ernstige dreiging van geweld in de privésfeer uitgaat. Het doel van het THV is ingrijpen in een noodsituatie, het voorkomen van (verdere) escalatie en het op gang brengen van noodzakelijke hulpverlening. Bij de start van de Regioaanpak spraken we af dat we ervoor wilden zorgen dat de maatregel eerder in het proces wordt geïnitieerd door professionals van Gecertificeerde Instellingen, Veilig Thuis, Blijf Groep, sociale wijkteams, GGD Vangnet en de GGZ. Een THV kan namelijk helpen om escalatie te voorkomen en het geweldspatroon te doorbreken. Tussen 2020 en 2023 zijn de cijfers8 over het aantal THV’s relatief stabiel gebleven, met een lichte daling. In 2020 werden 264 risicotaxaties afgerond en 223 THV’s daadwerkelijk opgelegd, in 2023 waren dit er respectievelijk 216 en 199. Een groot deel van de THV’s werd verlengd: in 2023 werden 132 van de 199 THV’s verlengd van 10 tot 28 dagen.

Het aantal THV’s opgelegd in de regio Amsterdam-Amstelland blijft relatief laag in verhouding tot het aantal Veilig Thuis meldingen (en in vergelijking met andere steden zoals Rotterdam). Mede naar aanleiding van de dalende trend voerden de Amsterdam-Amstelland gemeenten, in samenwerking met de betrokken zorg- en veiligheidspartners, in 2021 een onderzoek uit naar de effectiviteit van het instrument THV. Hieruit bleek dat er in 70% van de gevallen sprake was van afname van de directe

Impactmonitor huiselijk geweld en kindermishandeling (cbs.nl) Terugblik 2020-2024 Regioaanpak 'Veiligheid voor elkaar' | 10

geweldsdreiging en dat in 38% ook de duurzame veiligheid in beeld kwam. Het onderzoek gaf ook aanbevelingen om het instrument verder te verbeteren, daarom zetten we vanaf 2022 in op het verhogen van het aantal THV’s en het intensiveren van de inspanningen hierbij. Deze doelstelling is echter nog niet gerealiseerd, we zullen daarom ook in de volgende Regioaanpak hier aandacht aan besteden en onderzoeken wat achterliggende oorzaken zijn. Ook zorgden we, onder andere via Veiligheid Voorop, voor een betere aansluiting met het strafrecht en mogelijkheden voor tijdelijke opvang om de hulpverlening sneller op gang te brengen. In 2023 stelden Blijvend Veilig en de Blijf Groep een geïntegreerd werkproces THV op, met als doel om een beslisboom duurzame veiligheid op te stellen voor huishoudens waar een hoog risico op (herhaling van) HGKM speelt. Hiermee kunnen betrokken professionals beter bepalen welk instrument ingezet moet worden en waar nodig tijdig een THV initiëren. Vanaf 2024 en verder zal het inzetten van THV’s ook binnen de uitrol van Blijvend Veilig een rol spelen. Preventieve THV vanuit hulpverlening THV’s kunnen ook ingezet worden als preventief middel, bij situaties die nog niet zijn geëscaleerd, maar waarbij wél sprake is van een dreiging van gevaar. De THV-procedure wordt dan door de betrokken hulpverleners gestart.

Een THV vanuit de hulpverlening wordt aangemeld bij een weegteam, bestaande uit de politie, gemeente, Veilig Thuis, Blijf Groep en de Jeugdbescherming. Deze route was echter niet zo bekend, daarnaast voelden hulpverleners terughoudendheid om de maatregel zelf te initiëren. Daarom verspreidden we in 2022 communicatiematerialen, zoals een handreiking en een weegformulier om dit traject te versterken. In die handreiking voor professionals staat informatie om hen te informeren wanneer het inzetten van een THV mogelijk is en hoe ze het aanvraagproces stapsgewijs kunnen doorlopen. Het inzetten van THV’s wordt ook opgepakt als onderdeel van Blijvend Veilig. Vanuit de gemeente Uithoorn werden ervaringsdeskundigen ingezet om professionals laagdrempelig te adviseren over casussen waarin een THV zou kunnen helpen om onveiligheid te beëindigen. Pilot THV voor specifieke doelgroep In 2020 startte een THV-pilot voor een specifieke doelgroep. Het betreft hierbij personen met een verhoogd risico op recidive vanwege zorg mijdend gedrag en/of agressieregulatie-problematiek in combinatie met verslavings- en/of GGZ-problematiek. Bij deze doelgroep werden vanaf de start van het THV kennis, expertise en interventies door de Reclassering toegevoegd aan de reguliere aanpak.

Na een positieve evaluatie in 2021, werd de aanpak in 2022 succesvol geïmplementeerd in samenwerking tussen de gemeente Amsterdam, het Actiecentrum Veiligheid en Zorg, de Blijf Groep en

9

Reclassering Nederland. In 2022 is deze werkwijze in twintig zaken toegepast, in 2023 waren dat er achttien. De Reclassering en Blijf Groep voeren, onder coördinatie van het Actiecentrum Veiligheid en Zorg continu gesprekken om de werkwijze en samenwerking te verbeteren. Samenwerken volgens één visie In 2020 vond de pilot Veelplegers HGKM plaats. Deze pilot had als doel het realiseren van directe en structurele veiligheid en herstel in het gezinssysteem, door advisering over en monitoring van de aanpak en het zorgen voor continuïteit van hulp- en zorgverlening voor alle leden van het gezinssysteem. De pilot Veelplegers was een voorloper van de landelijke aanpak MDA++. Op dit moment wordt bekeken of werkende onderdelen uit MDA++ kunnen worden toegepast binnen het Toekomstscenario. Thema-zittingen huiselijk geweld Om strafzaken met een huiselijk geweld component sneller en effectiever te behandelen, hebben het Openbaar Ministerie en de rechtbank Amsterdam in samenwerking met de Reclassering en zorg- en jeugdpartners thema-zittingen HGKM geïntroduceerd. Hierbij wordt op systematische wijze de onderliggende problematiek besproken in plaats van alleen het geweldsdelict. Doel is om herhaling of escalatie van het geweld beter te voorkomen. Afstemmen voor gerichte aanpak De samenwerking tussen straf en zorg wordt ook verbeterd via het gremium Veiligheid Voorop.

Vanuit het landelijke programma Geweld Hoort Nergens Thuis hebben het Openbaar Ministerie (hierna: OM), politie, Reclassering, Slachtofferhulp Nederland, Raad voor de Kinderbescherming, Halt en Veilig Thuis de opdracht om beter samen te werken wanneer iemand verdacht wordt van huiselijk geweld. Door beter op elkaar af te stemmen kan er een gerichte aanpak volgen en kunnen patronen worden doorbroken. Vanaf 2021 zet Veiligheid Voorop in op vier belangrijke afstemmingsmomenten: samen op bij acute onveiligheid, actie-overleg bij dreigend gevaar of risico op onveiligheid, aanpak van huiselijk geweld met Veilig Thuis & ZSM bij aangehouden verdachten en niet-vastzaken en tot slot samenwerken bij strafbare kindermishandeling. Nauwe samenwerking zorg en straf Een ander netwerk dat zich richt op het versterken van samenwerking tussen zorg en straf is het Regionaal Netwerk Zorg en Straf (hierna: RNZS)9. Het doel van het RNZS Amsterdam is om in gezamenlijkheid beter te werken voor slachtoffers, plegers en getuigen van HGKM. Het RNZS richt zich op de verbeteracties die zijn opgenomen in Veiligheid Voorop, maar werkt aanvullend daarop aan signalen die specifiek voor de regio Amsterdam-Amstelland zijn. Een van de voorbeelden is het Afstemmingsoverleg.

Deelnemers zijn OM, politie, Raad voor de Kinderbescherming, Reclassering Nederland, Veilig Thuis en gemeente Amsterdam Terugblik 2020-2024 Regioaanpak 'Veiligheid voor elkaar' | 11

Maatwerk bij strafrechtelijke aanpak De Amsterdam-Amstellandgemeenten spraken binnen de Gemeenschappelijke Regeling af dat Veilig Thuis aansluit bij het ZSM-overleg, wat staat voor Zorgvuldig Snel Maatwerk. In dit overleg wordt maatwerk geleverd via een strafrechtelijke aanpak die recht doet aan de belangen van de dader, het slachtoffer en de maatschappij. Door deel te nemen aan dit overleg zou Veilig Thuis aanvullende informatie kunnen geven over de verdachte en het gezinssysteem van die persoon, waardoor er sneller passende maatregelen genomen zouden kunnen worden. Uitbreiding wijkrechtspraak Een ander initiatief waarbij het recht beter op burgers aansluit, is de wijkrechtspraak. Het doel is om tot laagdrempelige en oplossingsgerichte rechtspraak te komen. Sinds eind 2021 behandelt de Buurtrechter in Zuidoost zaken op het gebied van schulden, strafrecht, schoolverzuim en incidenteel ook familierecht en bestuursrecht. Als het gaat om het strafrecht, worden ook huiselijk geweld zaken behandeld.

Het team van vijf vaste buurtrechters doet zittingen en voert gesprekken met veel aandacht voor onderliggende problematiek. Daarnaast voert de Buurtrechter op gemeenschappelijk verzoek bemiddelende gesprekken bij schoolverzuim, bij huiselijke conflicten of bij hulpverleningstrajecten om de voortgang te bevorderen. Het doel is om daarmee rechtszaken te voorkomen. De Buurtrechter is zichtbaar en benaderbaar, en heeft haar locatie midden in de wijk. Naast het doen van zittingen en het voeren van gesprekken, steunt en initieert de Buurtrechter initiatieven in de wijk die bijdragen aan leefbaarheid en rechtvaardigheid. De Buurtrechter werkt bij alle activiteiten samen met alle relevante zorg- en veiligheidspartners en de gemeente. De wijkrechtspraak zal uitbreiden naar Nieuw-West. Het team van de Wijkrechtspraak voerde gesprekken met bewoners, hulpverleners en instanties in Nieuw-West om op te halen welke thema’s belangrijk zijn in dit stadsdeel, wat voor soort zittingen daarbij aan sluiten en wat de Buurtrechterrechter zou kunnen toevoegen. In het najaar van 2024 wordt tijdens een ontwerpsessie besproken op welke wijze het thema HGKM onderdeel gaat uitmaken van Wijkrechtspraak in Nieuw-West.

Terugblik 2020-2024 Regioaanpak 'Veiligheid voor elkaar' | 12

3. Maatschappelijke ontwikkelingen Huiselijk geweld, kindermishandeling en seksueel geweld kunnen in alle lagen van de samenleving en op elk moment van de dag voorkomen. De aandacht voor specifieke thema’s van het probleem en mogelijkheden ten aanzien van de oplossingsrichtingen veranderen daarentegen geregeld. Nieuwe (wetenschappelijke) inzichten, nationale gebeurtenissen met daaropvolgende media- of politieke aandacht vragen daarbij aanpassingen van de professionals en de Regioaanpak. Zo was er bijvoorbeeld vanaf februari 2021 een wereldwijde pandemie, inclusief maatregelen die de maatschappij flink beïnvloedden.

Door toenemende zorgen over meiden en jonge vrouwen in Amsterdam die te maken hebben met seksueel grensover­ schrijdend gedrag, seksuele intimidatie en seksueel geweld is begin 2020 het programma tegen Seksuele Intimidatie en Seksueel Geweld (hierna: SISG) gestart. Het programma SISG wordt uitgevoerd door het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ). Aandacht voor dit probleem kwam vervolgens ook landelijk in een stroomversnelling doordat in 2022 misstanden bij The Voice of Holland groot in het nieuws kwamen.

3.1 Impact van lockdownmaatregelen Tussen januari 2020 en mei 2022 waren er in Nederland verschillende maatregelen door de wereldwijde Covidpandemie. Mensen kwamen met hele gezinnen thuis te zitten, waarbij er weinig ruimte voor ontspanning buitenshuis was. Zorg- en veiligheidspartners uit de regio zagen over het geheel genomen geen stijging in het aantal meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Wel waren er zorgen die erop zouden wijzen dat er meer huishoudens zijn waar geweld of kindermishandeling speelde of dat het geweld in huishoudens toenam. HGKM is vaak niet los te zien van andere problemen zoals verslaving, financiële zorgen, opvoedstress of psychische klachten10, problemen die in deze periode mogelijk ook toenamen. Het zicht van zorg- en veiligheidspartners op HGKMen SG-problematiek nam af door verschillende lockdownmaatregelen. Het lukte partners om contact te onderhouden met bestaande cliënten, het signaleren van HGKM bij huishoudens die nog niet in beeld waren bleek moeilijker. Tijdens de pandemie deelden andere partners ook signalen over ontwikkelingen. Zo merkten partners een toename in spanningen, zorgen in gezinnen, verandering in gezondheid of somberheid en het gemis van sociale contacten. Professionals gaven daarnaast aan dat de situaties van HGKM/SG ernstiger en complexer werden.

Een van de redenen zou kunnen zijn dat het uitblijven van hulp ervoor zorgde dat de problemen opstapelden en de hulp langer

10

uitbleef. In samenwerking met de GGD en Veilig Thuis is er een publiekscampagne ontwikkeld “Quarantaine beschermt niet tegen huiselijk geweld”, om de aandacht te vestigen op signalen van huiselijk geweld en de meldingsbereidheid te vergroten. Daarnaast is er met green graffiti op de stoep bij 175 Amsterdamse supermarkten 'help mee aan een veilig thuis' geplaatst, ook zijn sociale media, mediazuilen en AT5 Informeert ingezet. Om regiobreed organisaties te helpen in de samenwerking in de coronaperiode organiseerden de regiogemeenten de onlineconferentie ‘Samenwerken in coronatijd voor de veiligheid van kinderen’. Hierbij waren 200 organisaties aanwezig die zich bezighouden met kinderen en jongeren, zoals onderwijs en kinderopvang. Centraal stond preventie van en samenwerking bij kindermishandeling. Deelnemers leerden waar ze terecht konden met zorgen en hoe er effectief kan worden samengewerkt in het belang van het kind. Hierbij kwam het gebruik van MULTIsignaal (de verwijsindex risicojongeren), privacywetgeving en gespreksvoering uitvoerig aan bod.

3.2 Seksueel geweld en seksueel grensoverschrijdend gedrag In oktober 2017 ontstond het initiatief #MeToo, nadat een aantal modellen en actrices zich openlijk uitspraken over het seksuele misbruik door een bekende Amerikaanse filmproducer. Dit heeft het maatschappelijk debat over seksueel geweld tegen vrouwen opengebroken en zorgde voor meer aandacht voor seksuele intimidatie en seksueel misbruik wereldwijd en heeft ook veel slachtoffers over de drempel geholpen om hulp te zoeken. In Amsterdam werd besloten om extra aandacht en inzet op het onderwerp in te zetten. Hierom ontstond het programma tegen Seksuele Intimidatie en Seksueel Geweld (hierna: SISG) bij het Actiecentrum Veiligheid en Zorg. Vanuit de Regioaanpak en het programma SISG wordt samengewerkt

Verwey-Jonker instituut: Kwestie van lange adem. Kan huiselijk geweld en kindermishandeling echt stoppen? 12 november 2020 Terugblik 2020-2024 Regioaanpak 'Veiligheid voor elkaar' | 13

in de bewustwording over en oplossingen van het probleem. In januari 2022 onthulde het programma BOOS seksueel grensoverschrijdend gedrag en machtsmisbruik binnen The Voice of Holland. Dit leidde tot verhoogde maatschappelijke-, politieke- en media-aandacht voor seksueel geweld, met als gevolg een explosieve stijging van het aantal hulp- en adviesaanvragen bij het Centrum Seksueel Geweld (CSG). Er werd in totaal 1270 keer een beroep gedaan op de hulp en expertise van het CSG; bijna een verdubbeling van het aantal hulpvragen in 2021, waarin 665 hulpvragen ontvangen zijn. Door de toegenomen aandacht kwam er landelijk en regionaal extra inzet op het thema gendergerelateerd en seksueel geweld. Zo lanceerde de Rijksoverheid in 2022 het Nationaal Actieprogramma Aanpak seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld11 en werd een onafhankelijk regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld aangesteld. Hiermee beoogt het Rijk om het maatschappelijk debat over seksueel geweld te voeren en een cultuurverandering in gang te zetten. Ook is per 1 juli 2024 de nieuwe Wet seksuele misdrijven ingegaan, waarin meer vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag strafbaar zijn geworden en het nagaan van wederzijdse instemming een centrale rol heeft gekregen.

De nieuwe wet wakkert mogelijk het gesprek aan over seksueel misbruik, seksuele intimidatie en seksueel grensoverschrijdend gedrag. De verwachting is dat het aantal slachtoffers van online en offline seksueel misbruik dat naar buiten treedt, verder zal toenemen. Met het oog op de eerdere stijging van het aantal hulp- en adviesaanvragen en de komst van deze nieuwe wet zijn er extra middelen beschikbaar gesteld vanuit de GR begroting voor het CSG. Met deze extra middelen kan het CSG hulp en advies blijven bieden aan iedereen die een nare seksuele ervaring heeft meegemaakt. Inloopcentrum voor slachtoffers seksueel geweld In 2023 was er opnieuw een groei van het aantal hulpvragen. De halfjaarcijfers over het eerste deel van 2023 laten een lichte stijging zien ten opzichte van 2022; namelijk 635 hulpvragen, terwijl in de eerste helft van 2022 625 verzoeken om hulp en advies zijn ontvangen. De stijging van het aantal hulpvragen bij het CSG is ook toe te schrijven aan regionale campagnes, gericht op het bereiken van zoveel mogelijk slachtoffers in Amsterdam-Amstelland, en de daarmee gepaard gaande groei van de naamsbekendheid van het CSG. De Amsterdam-Amstelland gemeenten werken samen in een gemeenschappelijke regeling (GR) op het gebied van de aanpak van HGKM en seksueel geweld.

Burgemeester Halsema van de gemeente Amsterdam heeft begin 2023 het initiatief genomen voor een fysieke locatie waar slachtoffers van seksueel geweld binnen kunnen lopen. Samen met convenantpartners van de GR en onder de vlag van het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (hierna: AcVZ)

11

werd een verkenning gestart naar een mogelijke locatie, die is gevonden in Amsterdam West. Slachtoffers kunnen er terecht voor psychische, medische, forensische en juridische hulp. Alle expertise op één plek. In de verkennende gesprekken over de meerwaarde van één fysieke locatie gaven slachtoffers, hulpverleners en professionals aan dat de drempel voor slachtoffers hiermee wordt verlaagd. Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling heeft op 18 december 2023 besloten tot het realiseren van de fysieke locatie in Amsterdam, dat een regionale functie heeft. De fysieke locatie, op de Elisabeth Wolffstraat 4 is op 21 oktober 2024 officieel geopend. Momenteel worden ook de mogelijkheden verkend voor het realiseren van een dependance in de regio Amsterdam-Amstelland. Het werken met een gecentraliseerd zorgaanbod op één fysieke locatie zorgt voor laagdrempelige en effectieve hulp aan slachtoffers en hun naasten. Doordat verschillende psychische, medische, forensische en juridische partners op deze locatie aanwezig zijn, kan expertise worden gebundeld en kan er meer parallel gewerkt worden, in plaats van na elkaar. Het slachtoffer staat centraal en krijgt de benodigde hulp aangeboden op één locatie en niet langer versnipperd over de regio. Hiermee verlagen we de drempel voor het zoeken naar hulp na een ongewenste seksuele ervaring.

Naamsbekendheid CSG vergroot De drempel om hulp te zoeken na een ongewenste seksuele ervaring is voor veel slachtoffers erg hoog. Het CSG doet er dan ook alles aan om met behulp van publiekscampagnes de naamsbekendheid van het CSG te vergroten en de stap om hulp te durven vragen te verkleinen. In 2023 waren er diverse regionale campagnes gericht op studenten in het voortgezet en hoger onderwijs, LHBTIQ+-personen, vrouwen en meisjes en mannen. Naast de campagnes heeft het CSG ook de taak om kennis en expertise te delen met professionals in Amsterdam-Amstelland. Zo zijn er trainingen gegeven aan diverse doelgroepen, waaronder huisartsen, docenten, politieagenten, informele organisaties en het lokale veld. Naast de driedaagse training ‘Handelen bij (een vermoeden van) seksueel misbruik’, de training ‘Seksueel misbruik en ouderschap’ en een kennissessie over het herkennen en bespreekbaar maken van seksueel geweld en seksuele uitbuiting in afhankelijkheidsrelaties bij jongeren met een niet-zichtbare beperking, is ook een muzikale lezing verzorgd over seksueel misbruik bij kinderen. Het CSG organiseerde dit in samenwerking met de stichting ‘Wij zijn M'; een stichting gericht op het doorbreken van het taboe rondom seksueel misbruik bij kinderen.

w ww.rijksoverheid.nl/onderwerpen/aanpak-seksueel-grensoverschrijdend-gedrag-en-seksueel-geweld/documenten/kamerstukken/2023/01/13/aanbiedingnationaal-actieprogramma-aanpak-seksueel-grensoverschrijdend-gedrag-en-seksueel-geweld Terugblik 2020-2024 Regioaanpak 'Veiligheid voor elkaar' | 14

Aanpak voor meiden en jonge vrouwen in kwetsbare posities Ook het programma tegen Seksuele Intimidatie en Seksueel Geweld (hierna: SISG) zet zich in voor slachtoffers van seksueel geweld. Een van de doelen van SISG is het eerder bereiken en helpen van deze slachtoffers. Daarbij is er speciale aandacht voor meiden en jonge vrouwen met complexe problematiek. Daarom is de ROSA-aanpak opgezet. Deze aanpak bestaat uit de ROSAstadsdelenaanpak en een Integraal persoonsgerichte aanpak (hierna: ROSA-ipga) voor jonge vrouwen in de meest complexe omstandigheden. In de afgelopen jaren heeft de ROSA-stadsdelenaanpak meer dan 100 meiden en jonge vrouwen van 13 tot 24 jaar in kwetsbare posities vroegtijdig gesignaleerd en geholpen door de stadsdelen, de politie, zorginstanties en andere partners in de wijk. De betrokken partijen pleegden daarbij gericht inzet op facetten als de sociale omgeving, huisvesting, dagbesteding, schulden en verslaving. Met als doel patronen van slachtofferschap te doorbreken, maar ook criminaliteit tegen te gaan. Hierbij wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van het beschikbare (lokale) hulpverleningsaanbod. Vrouwen tot en met 27 jaar met complexe (multi-)problematiek, zoals trauma, verslaving, huisvestingsproblemen, schulden en risicovol seksueel gedrag, worden opgepakt door de ROSA-ipga.

Deze jonge vrouwen hebben intensieve, betrokken hulp en een vertrouwensband nodig om uitzichtloze situaties te doorbreken en herhaald slachtofferschap van seksueel geweld te voorkomen. Zij krijgen een ROSA-regisseur toegewezen. De ROSA-regisseur coördineert de inzet van verschillende straf- en hulpinstanties. Samen met de jonge vrouw en alle betrokken partners stelt de regisseur een persoonlijk integraal plan van aanpak op, gericht op het creëren van een duurzaam toekomstperspectief. In 2022 en in 2023 hebben respectievelijk 25 en 21 vrouwen in de ROSA-ipga gezeten. In juli 2024 zijn er 27 vrouwen in regie.

In juli 2024 lanceerden de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn & Sport, Onderwijs, Cultuur & Wetenschap en Justitie & Veiligheid een landelijke aanpak “Stop Femicide”. Het plan van aanpak rust op vier pijlers: primaire preventie, zicht op (dreigend) geweld, interventies en hulpverlening en zicht op probleem en aanpak. De ministeries stelden daarbij verschillende prioriteiten op. De al ingezette koers van de regiogemeenten sluit aan op een aantal van de landelijke prioriteiten. Zo zetten we in op het benoemen van de aard van het geweld, het versterken van de bewustwording in de samenleving en de vergroting van de bewustwording van professionals. Het bevorderen van gendergelijkheid is eveneens een belangrijk doel in het diversiteitsbeleid van de gemeente Amsterdam. Ook staat in de regio Amsterdam-Amstelland, net als bij de landelijke aanpak, de bescherming van slachtoffers centraal bij het beleid rondom HGKM en seksueel geweld. Verder sluit de prioriteit van het verbeteren van de veiligheids- en risicobeoordelingen aan bij de ontwikkeling van Blijvend Veilig. Vanaf 2023 zetten de regiogemeenten zich met onderstaande concrete acties in voor het bestrijden van intieme terreur en femicide. Deskundigheidsbevordering Deskundigheidsbevordering is cruciaal in de aanpak van intieme terreur en femicide.

De aanpak van deze vorm van geweld vraagt een andere aanpak door professionals dan andere vormen van huiselijk geweld. Het kan namelijk gevaarlijk zijn om gezamenlijke systeemgesprekken te voeren, de angst van het slachtoffer onvoldoende serieus te nemen, overtredingen niet te handhaven en om zomaar beide partners te betrekken bij een eventuele omgangsregeling. Het is hierbij belangrijk dat zorgen strafpartners nauw samenwerken en op het juiste moment informatie met elkaar delen. De regiogemeenten hebben blijvende aandacht voor het vergroten van de bewustwording en herkenning van de signalen van intieme terreur en femicide onder professionals, onder andere door middel van trainingen en webinars.

3.3 Intieme terreur en femicide Een andere vorm van gendergerelateerd geweld waar vanuit de Regioaanpak steeds meer aandacht voor kwam is intieme terreur en femicide, vrouwenmoord. Intieme terreur is een ernstige vorm van huiselijk geweld, die helaas niet vaak herkend wordt. Er is een patroon van controle en dwang, met daarbij kenmerken zoals isoleren, vernederen, intimideren en fysiek of seksueel geweld12. Intieme terreur verloopt vaak sluipend: het kan klein beginnen, maar kent een hoog risico op fysieke en psychische schade en zelfs op een fatale afloop ofwel femicide.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=7f830b62-3cb0-4858-bc5c-7cf54c999555