CConstaterende dataalsmeer
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Bestemmingsplan Zijdstraat_compleet

1b. Commissie Ruimte Oordeelsvormend 6 december 2023, gemeente aalsmeerBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Zijdstraat39.419 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

TOELICHTING Bestemmingsplan Zijdstraat

vastgesteld toelichting Zijdstraat

Inhoudsopgave HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer HOOFDSTUK 2 VISIE PLANGEBIED 2.1 Huidige situatie en omgeving 2.2 Uitgangspunten 2.3 De ontwikkeling 2.4 Functionele en ruimtelijke uitwerking HOOFDSTUK 3 PLANOPZET 3.1 Algemeen 3.2 De planregels en bestemmingen HOOFDSTUK 4 UITVOERBAARHEID 4.1 Actuele regionale behoefte 4.2 Economische uitvoerbaarheid 4.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 4.4 Handhaving HOOFDSTUK 5 BELEIDSKADER 5.1 Inleiding 5.2 Rijksbeleid 5.3 Provinciaal en regionaal beleid 5.4 Gemeentelijk beleid HOOFDSTUK 6 OMGEVINGSKWALITEIT 6.1 Archeologie en cultuurhistorie 6.2 Bedrijven en milieuzonering 6.3 Bodem 6.4 Duurzaam bouwen en energie 6.5 Ecologie 6.6 Externe veiligheid 6.7 Geluid 6.8 Luchtkwaliteit 6.9 Vormvrije m.e.r-beoordeling 6.10 Water

vastgesteld toelichting Zijdstraat

3 3 3 4 4 5 5 5 6 6 8 8 8 11 11 11 11 13 15 15 15 18 20 27 27 30 31 32 33 34 35 38 39 40

HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doelstelling Op 29 juni 2017 is het bestemmingsplan 'Aalsmeer Dorp 2016' vastgesteld. Hierbij zijn de bestaande situatie qua gebruik en bebouwing vastgelegd en zijn mogelijkheden geboden voor verschuiven en verruimen van functies binnen het centrumgebied om zodoende een compacter winkelgebied te optimaliseren. De winkelpanden in het centrum hebben de bestemming ‘Gemengd’. Naast detailhandel zijn er ook dienstverlenende bedrijven, kantoren, maatschappelijke voorzieningen en wonen binnen deze bestemming toegestaan. Binnen de bestemming is wonen ook op de begane grond toegestaan met als gevolg dat er aanvragen worden ingediend om (leegstaande) panden, ook op de begane grond, te transformeren naar woningen. Dit is op basis van het geldende bestemmingsplan toegestaan, maar past niet bij het optimaliseren van het winkelgebied. Vooruitlopend op dit bestemmingsplan heeft de gemeenteraad op 29 september 2022 een voorbereidingsbesluit "Zijdstraat" genomen. Met het voorbereidingsbesluit wordt voorkomen dat, totdat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage wordt gelegd, het gebruik aan de voorzijde van de panden in de winkelstraten op de begane grond worden gewijzigd naar wonen. Op 31 oktober 2019 is de 'Centrumvisie Aalsmeer' vastgesteld.

Eén van de aanleidingen voor het opstellen van deze visie was dat het centrum, met de Zijdstraat als hoofdwinkelstraat, tot jaren geleden de voornaamste bestemming binnen Aalsmeer was voor zowel de dagelijkse als niet dagelijkse boodschappen. Deze positie is echter door de jaren heen afgenomen. De centrumvisie geeft handvatten om de winkelstructuur te optimaliseren en het voorzieningenaanbod te verbeteren. Het is de ambitie om het centrum van Aalsmeer te ontwikkelen tot een aantrekkelijke, herkenbare en karakteristieke plek, zowel functionele als specialistische detailhandel, cultureel maatschappelijke functies en horeca. De Zijdstraat is samen met het Praamplein, Molenpad en Raadhuisplein en alles wat hiertussen ligt het kernwinkelgebied. Gedeelten van de Van Cleeffkade, Stationsweg, Drie Kolommenplein, Dorpsstraat, Marktstraat, Weteringstraat en Schoolstraat zijn aanloopstraten. Samen behoren ze tot het hoofdwinkelgebied in Aalsmeer. De Zijdstraat is een ruimtelijke en functionele drager van de winkelstructuur en daarmee van groot belang voor het gehele winkelgebied. Daarom is het van belang dat deze straat ook voor de toekomst zijn functie blijft behouden. Het doel van dit bestemmingsplan is het versterken van het kernwinkelgebied van Aalsmeer door te voorkomen dat de begane grond van meer panden in het kernwinkelgebied worden getransformeerd naar wonen.

Hiermee blijft de winkelstraat in stand en wordt het kernwinkelgebied versterkt.

1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen in het centrum van Aalsmeer en betreft de Zijdstraat en delen van de aansluitende straten en pleinen. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrenst door het Molenpad en de Dorpsstraat, aan de oostzijde door de Gedempte sloot, aan de zuidzijde door de Van Cleeffkade en Uiterweg en aan de westzijde door de Grundelweg, Praamplein en het Molenpad.

vastgesteld toelichting Zijdstraat

Afbeelding 1: Ligging en begrenzing plangebied

1.3 Geldende bestemmingsplannen Dit bestemmingsplan vervangt geheel of gedeeltelijk de volgende drie plannen: 1. het bestemmingsplan ‘Aalsmeer Dorp 2016’, dat werd vastgesteld bij raadsbesluit van 6 juli 2017; 2. het paraplubestemmingsplan 'Parkeernormen', dat werd vastgesteld bij raadsbesluit van 28 september 2017; en 3. het paraplubestemmingsplan 'Kamerverhuurbedrijf Aalsmeer', zoals vastgesteld bij raadsbesluit van 2 december 2021. Deze geldende bestemmingsplannen komen met het in werking treden van dit bestemmingsplan gedeeltelijk te vervallen.

1.4 Leeswijzer Na de inleiding in dit hoofdstuk wordt in hoofdstuk twee een beschrijving gegeven van de huidige situatie van het plangebied en van de uitgangspunten van de ontwikkelingen die in het bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt. In hoofdstuk drie wordt uitgelegd hoe het bestemmingsplan en de daarin opgenomen bestemmingen zijn vertaald in juridische zin. In hoofdstuk vier komt de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan aan bod. Hoofdstuk vijf gaat verder in op de beleidskaders en in het laatste hoofdstuk komen de omgevingsaspecten aan bod.

vastgesteld toelichting Zijdstraat

HOOFDSTUK 2 VISIE PLANGEBIED 2.1 Huidige situatie en omgeving Het plangebied ligt in de kern van Aalsmeer. De kern bestaat uit individuele en afwisselende bebouwing met woon­, winkel­ en voorzieningenfuncties langs een recht stratenpatroon. De dorpskern ligt ten zuiden van de Ringvaart en grenst in het oosten aan de Burgemeester Kasteleinweg en in het zuiden aan de Van Cleeffkade. In het westen eindigt de kern bij het Molenpad. De hoofdstructuur wordt gevormd door de oostwest lopende Dorpsstraat, Weteringstraat en Van Cleeffkade en de noord­zuid lopende Zijdstraat waarlangs de grootste concentratie winkels ligt en die in het noorden overgaat in de Kanaalstraat. De panden bestaan zowel uit kleinschalige woningen als grotere, gestapelde woon­ en winkelpanden en korte rijtjes. De bebouwing is deels pandsgewijs opgebouwd en deels vrijstaand en staat in het algemeen in een rooilijn die verspringt en de ontsluitingsweg volgt. Rooilijnen van appartementengebouwen en rijtjes zijn in samenhang. De hoofdvorm van de panden wisselt van eenvoudig tot gedifferentieerd. Traditioneel opgebouwde panden hebben meestal een onderbouw van een of twee lagen en een kap die in verschillende vormen voorkomt. Gestapelde bouw is meestal drie lagen hoog en afgedekt met een kap. Sommige gestapelde gebouwen hebben balkons aan de voorzijde. De architectonische uitwerking varieert.

Panden met winkels op de begane grond hebben meestal een hoge plint en transparante puien. De winkelpuien doorbreken bij oude panden vaak het oorspronkelijke gevelbeeld. De ramen zijn bij traditionele panden vaak staand en horizontaal belijnd. Bij deze panden zijn vaak nog oude ornamenten als geprofileerde dak­, deur­ en raamlijsten, balkankers en stijl­ en regelwerk te vinden. Het materiaal­ en kleurgebruik wisselt van traditioneel tot modern. Het merendeel van de gevels is opgebouwd uit rode of bruine baksteen, hellende daken zijn meestal gedekt met rode en gesmoorde keramische pannen. Kozijnen zijn meestal van hout en soms van kunststof of staal. Houtwerk is geschilderd. Afwijkende elementen binnen de kern zijn het grootschalige, geschakelde ouderencomplex in de westhoek van de kern. Bijzondere herkenningspunten zijn de molen en de kerk die beide de belangrijkste winkelstraat markeren. Jarenlang zijn geen nieuwe bouwplannen binnen Aalsmeer­Dorp gerealiseerd. Vanaf 2004 is de vernieuwing van Aalsmeer­dorp echter in een stroomversnelling gekomen en zijn nieuwe bouwplannen gerealiseerd. In 2012 is een begin gemaakt met de bouw van een parkeergarage, winkels en bovenwoningen op de locatie Molenpad/Zijdstraat. Ook is begonnen met de bouw van winkels met bovenwoningen langs de Zijdstraat.

Eind 2012 is de procedure gestart om het gebied rondom de dorpskerk aan te wijzen als gemeentelijk beschermd dorpsgezicht 'De Dorpskern'. Het plangebied ligt in binnen de dorpskern van Aalsmeer. De Dorpsstraat 4­18 ligt aan de rand van het plangebied en ligt binnen het beschermd dorpsgezicht 'De Dorpskern' met haar fijnmazige schilderachtige, intieme karakter. In het gedeelte van de Dorpsstraat zijn twee rijksmonumenten aanwezig, Dorpsstraat 14 en Dorpsstraat 18. Ook zijn er binnen het plangebied vier gemeentelijke monumenten aanwezig, namelijk de Zijdstraat 62, 64, 66 en 68.

2.2 Uitgangspunten Het bestemmingsplan ‘Zijdstraat’ betreft een technische uitwerking van een aantal uitgangspunten/randvoorwaarden uit de Centrumvisie Aalsmeer en betreft hiermee ook een uitwerking van de uitvoeringsparagraaf van de ‘Gebiedsvisie 2020’. In hoofdstuk vijf wordt nader ingegaan op de relatie tussen het bestemmingsplan en deze visies. Tevens wordt het overige relevante beleid hier behandeld.

vastgesteld toelichting Zijdstraat

Het bestemmingsplan is overwegend consoliderend plan en is opgesteld om te voorkomen dat de bestaande functies op de begane grond in het kernwinkelgebied aan de voorzijde worden gewijzigd naar wonen en hiermee de winkelstraat in stand blijft en het kernwinkelgebied wordt versterkt. De volgende uitgangspunten/ randvoorwaarden van de centrumvisie zijn in het bestemmingsplan uitgewerkt: <0000> Het toevoegen van ‘wonen’ op de begane grond in winkelstraten en pleinen in het kernwinkelgebied is niet toegestaan. In het aanloopgebied is dit wel het geval; <0000> Het toevoegen van ‘wonen’ op de begane grond aan de achterzijde van de winkelstraten en pleinen in het kernwinkelgebied is toegestaan, wanneer de ontsluiting en entree zich ook aan die zijde bevindt; <0000> Het transformeren van winkeloppervlak in ‘wonen’ moet voldoen aan parkeernormen en beeldkwaliteit. Indien extra parkeerplaatsen zijn benodigd, dient dit op eigen terrein plaats te vinden (tenzij dit aantoonbaar op een ander terrein mogelijk wordt gemaakt). Er worden voor de extra te realiseren parkeerplaatsen geen ontheffingen in de openbare ruimte afgegeven.

2.3 De ontwikkeling In dit hoofdstuk worden alleen de ruimtelijke ontwikkelingen behandeld die mogelijk worden gemaakt in dit bestemmingsplan. Het bestemmingsplan Zijdstraat maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk, maar betreft een beperking van de woonfunctie. Zoals in paragraaf 2.1 aangegeven beperkt dit bestemmingsplan zicht tot het tegengaan van realiseren van woningen in de plint van de winkelstraten ten behoeve van het behoud van winkels en het versterken van het kernwinkelgebied. Door het realiseren van woningen op de begane grond aan de voorzijde van de winkelstraten en pleinen in het kernwinkelgebied uit te sluiten wordt voorkomen dat bestaande functies in de plint worden vervangen door woningen. De bebouwingsmogelijkheden van het plangebied worden met dit bestemmingsplan niet gewijzigd. Ook wordt het gebruik van de gronden en bebouwing, anders dan het uitsluiten van wonen op de begane grond, niet gewijzigd.

2.4 Functionele en ruimtelijke uitwerking Dit is een overwegend conserverend bestemmingsplan. Behalve de beperking van wonen op de begane grond wordt er bestemd wat reeds aan functies toegestaan is. Dit wil niet zeggen dat in de (nabije) toekomst geen ontwikkelingen gaan plaatsvinden. Het centrum met de Zijdstraat als hoofdwinkelstraat was voorheen de voornaamste bestemming binnen Aalsmeer voor zowel de dagelijkse als niet dagelijkse boodschappen. Deze positie is echter door een aantal ontwikkelingen afgenomen. Tegenwoordig richt de consument zich voor zijn dagelijkse boodschappen sterker op het eigen dorps­ of wijkcentrum, maar voor de niet dagelijkse boodschappen is er veel concurrentie van grote winkelcentra en grotere steden. Deze locaties bieden de klanten meer op het gebied van recreatief winkelen. In de Centrumvisie Aalsmeer zijn verschillende uitgangspunten/randvoorwaarden opgenomen. Niet alle uitgangspunten/randvoorwaarden voor het centrum van Aalsmeer worden met dit bestemmingsplan meegenomen. Voor nu worden de in paragraaf 2.1 genoemde punten in dit bestemmingsplan verwerkt. Deze punten zijn samen met de overige punten nodig om de ambitie voor het centrum van Aalsmeer, het ontwikkelen tot een aantrekkelijke, herkenbare en karakteristieke plek, met zowel functionele als specialistische detailhandel, cultureel maatschappelijke functies en horeca, te realiseren.

vastgesteld toelichting Zijdstraat

In relatie tot de vigerende bestemmingsplannen is één grote wijzigingen in de bestemmingsplanregels doorgevoerd, namelijk het uitsluiten van wonen op een gedeelte van de begane grond in het kernwinkelgebied. Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het toestaan van woningen op de begane grond, mits wordt voldaan aan de in de regels gestelde voorwaarden, zoals: <0000> het realiseren van de woning aan de achterzijde van winkelstraten en pleinen, met ontsluiting en entree aan de achterzijde van het pand; <0000> er minimaal 50m2 aan winkelvloeroppervlakte overblijft; <0000> er wordt voldaan aan het beeldkwaliteitsplan; en <0000> er wordt voldaan aan de gestelde eisen met betrekking tot parkeren en bijbehorende parkeernormen. Met deze aanpassing wordt voorkomen dat leegstaande winkelpanden worden omgezet naar woningen en een doorlopend winkelgebied blijft bestaan. Door woningen aan de achterzijde wel mogelijk te maken, wordt het ook mogelijk om de grotere panden op te splitsen in commerciële ruimte en woonruimte, waardoor de winkelstraat intact blijft. In het plangebied zijn reeds een aantal woningen op de begane grond aan de winkelzijde aanwezig. De woningen die bij de ter inzagelegging van dit plan rechtmatig op de begane grond aanwezig zijn of waar reeds een omgevingsvergunning voor is verleend zijn met een functieaanduiding op de verbeelding aangegeven.

Op deze locaties zijn woningen op de begane grond toegestaan. Aansluitend is de Staat van bedrijfsactiviteiten aangepast. Dit betreft een functionele uitwerking behorend bij de functie bedrijven en opgenomen in bijlage 1 van de planregels. Binnen deze lijst zijn alleen de bedrijven opgenomen conform het begrip bedrijf, zoals opgenomen in de planregels. Detailhandel, horeca, publieksgerichte dienstverlening, maatschappelijke en culturele voorzieningen en bedrijfsmatige sportdoeleinden zijn niet meer in de lijst met bedrijfsactiviteiten opgenomen. Hiermee wordt verduidelijkt dat deze functies niet vallen onder bedrijven, zoals opgenomen in artikel 3 van de planregels.

vastgesteld toelichting Zijdstraat

HOOFDSTUK 3 PLANOPZET 3.1 Algemeen In dit hoofdstuk wordt inzicht gegeven in de wijze waarop de gewenste ruimtelijke en functionele ontwikkeling van het plangebied juridisch is vertaald. In het voorgaande hoofdstuk is beschreven welke ontwikkelingen in het plangebied plaatsvinden. In dit hoofdstuk wordt aangegeven welke juridisch­planologische instrumenten daarbij worden ingezet. Het voorliggende bestemmingsplan is een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Het plan is opgesteld conform SVBP 2012 (Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012). Daarin zijn de regels voor een belangrijk deel gestandaardiseerd. Het bestemmingsplan is overeenkomstig de SVBP 2012 gedigitaliseerd opgesteld. Het bestemmingsplan wordt elektronisch/digitaal beschikbaar gesteld op de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl. Het juridische deel van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels. Deze onderdelen zijn bindend voor de burger. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en gebouwen en bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor de toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. De toelichting is niet juridisch bindend, maar wordt gebruikt als handvat en interpretatiekader voor het bestemmingsplan.

3.2 De planregels en bestemmingen De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: <0000> Hoofdstuk 1: inleidende regels; met daarin definities en de wijze van meten en berekenen en de reikwijdte van dit bestemmingsplan. <0000> Hoofdstuk 2: bestemmingsregels; die het hart van ieder bestemmingsplan vormen. Ze zijn opgebouwd uit een bestemmingsomschrijving, waarin een omschrijving wordt gegeven van de aan de grond toegekende functies. Per bestemming worden bouwregels gegeven, waarin voor alle bouwwerken de van toepassing zijnde bouwbepalingen worden geregeld. <0000> Hoofdstuk 3: algemene regels; deze hebben betrekking op in beginsel alle voorafgaande regels. Hierbij gaat het onder meer om de anti­dubbeltelbepaling, algemene gebruiksregels, algemene bouwregels algemene afwijkingsbevoegdheid. <0000> Hoofdstuk 4: overgang­ en slotregels. De regels in hoofdstuk 1 en de algemene regels in hoofdstuk 3 gelden voor het bestemmingsplan als geheel. Zij werken door in de diverse bestemmingen. Hieronder wordt een artikelsgewijze beschrijving van de regels en de bestemmingen gegeven. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Begrippen (artikel 1) Hierin worden de begrippen gedefinieerd die in de planregels worden gebruikt.

Wijze van meten (artikel 2) Hierin wordt aangegeven hoe de diverse maten worden gemeten en de inhoud en oppervlakte van bouwwerken worden berekend om zo een eenduidige toepassing van de bebouwingregeling te bewerkstelligen. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Gemengd (artikel 3) Deze gronden zijn bestemd voor bedrijven (uitsluitend categorie 1 en 2), kantoren met baliefunctie, dienstverlening, detailhandel, maatschappelijke voorzieningen en wonen op

vastgesteld toelichting Zijdstraat

de verdiepingen. Dit betreft het kernwinkelgebied van Aalsmeer. Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van gemengd­ woning BG' is ook wonen op de begane grond toegestaan. Waarde­Archeologie 2 en 3 (artikel 4) De primaire bestemming mag de belangen welke worden behartigd binnen de dubbelbestemming Waarde­Archeologie niet onevenredig schaden. Hiervoor is in de planregels een regeling opgenomen. Waarde­ Cultuurhistorie (artikel 5) De primaire bestemming mag de belangen welke worden behartigd binnen de dubbelbestemming Waarde­Cultuurhistorie niet onevenredig schaden. Hiervoor is in de planregels een regeling opgenomen. Hoofdstuk 3 Algemene regels Anti­dubbeltelregel (artikel 6) Deze bepaling dient om te voorkomen dat bijvoorbeeld een grondoppervlak dat in een bepaald geval al eens als berekeningsgrondslag voor de toelaatbare oppervlakte aan bebouwing heeft gediend, later nog eens als berekeningsgrondslag voor een ander bouwwerk wordt gebruikt, maar dat dan tot gevolg heeft dat in het eerste geval een situatie ontstaat die afwijkt van het plan. Algemene bouwregels (artikel 7) In lid 7.1 worden algemene regels gegeven met betrekking tot bestaande maten van bouwwerken. In artikel 7.2 staan de regels voor toegelaten overschrijdingen van bestemmingsgrenzen, bouwgrenzen en hoogtematen.

Algemene regels met betrekking tot ondergrondse bouwwerken en ondergrondse parkeervoorzieningen zijn in lid 7.3 en 7.4 opgenomen. In lid 7.5 zijn regels over parkeernormen en laden en/of lossen opgenomen. Er wordt voorzien in een dynamische verwijzing naar de 'Nota Parkeernormen Aalsmeer'. Bij de afgifte van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en/of functiewijziging, moet worden beoordeeld of deze nota parkeernormen oplegt aan het bouwplan. Als dat het geval is, dan moet het bouwplan voorzien in parkeervoorzieningen volgens de normering die in de nota is voorgeschreven. Met betrekking tot het realiseren van woningen op de begane grond zijn aanvullende regels opgenomen waaraan dient te worden voldaan. Algemene gebruiksregels (artikel 8 In dit artikel is het algemeen gebruiksverbod van gronden en bouwwerken opgenomen. Algemene aanduidingsregels (artikel 9) In deze bepaling wordt aangegeven welke beperkingen vanwege het geluidgezoneerde industrieterrein Schiphol gelden. Daarnaast wordt aangegeven welke beperkingen, op grond van het Luchthavenindelingbesluit (Lib) Schiphol, gelden op de gronden binnen de drie gebiedsaanduidingen 'luchtvaartverkeerzone'. Binnen deze zones met de gebiedsaanduidingen gelden regels ten aanzien van beperkingen voor bebouwing, maximale bouwhoogten (toetshoogte en radarhoogte) en regels met betrekking tot vogelaantrekkende werking.

Binnen het plangebied ligt korenmolen "De Leeuw". In het bestemmingsplan is een molenbiotoop opgenomen met de aanduiding 'vrijwaringszone ­molenbiotoop'. Met het begrip molenbiotoop wordt de "levensruimte" gedefinieerd, die nodig is om vrije windvang en het zicht op de molen te kunnen beveiligen. Om het gebied te begrenzen is een molenbeschermingszone ingesteld met een straal van 100 meter vanuit het middelpunt van de molen. Binnen de eerste 100 meter mag de bebouwingshoogte niet meer bedragen dan de hoogte van de stelling. Voorbij de 110 meter mag hoger dan de telling worden gebouwd overeenkomstig een hiervoor ontwikkelde formule. Feitelijk komt vastgesteld toelichting Zijdstraat

het erop neer dat elke 100 meter verder van de molen 2 meter hoger mag worden gebouwd. De hoogte van de stelling van deze molen bedraagt 8 meter Algemene afwijkingsregels (artikel 10) In dit artikel is een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen. Het betreft onder meer kleine afwijkingen ten behoeve van een betere ruimtelijke en/of technische uitvoerbaarheid, als ook mogelijkheden voor kleine gebouwen voor het openbaar belang en groene daken. Overige regels (artikel 11) In deze regel is bepaald dat de in het plan genoemde wet­ en regelgeving moet worden gelezen, zoals die geldt op het moment van tervisielegging van het bestemmingsplan. Voor de 'Nota Parkeernormen' is een uitzondering gemaakt, in die zin dat daarvoor een dynamische verwijzing geldt. Een aanvraag om de afgifte van een omgevingsvergunning moet worden getoetst aan de parkeernormen, zoals die gelden op het moment dat de aanvraag wordt ingediend. Zo wordt bewerkstelligd dat altijd de meest actuele normen, waarvan een aanvrager op de hoogte kan zijn, worden toegepast op een bouwplan. In lid 11.2 is bepaald dat een dubbelbestemming voorrang heeft op een enkelbestemming.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht (artikel 12) Samengevat wordt hierin gewaarborgd dat bouwwerken en gebruiksvormen die bij de totstandkoming van het plan reeds bestaan, maar nu in strijd raken met het plan, mogen blijven bestaan. Daarbij wordt het hierin mogelijk gemaakt om op te treden tegen eerder ontstaan illegaal gebruik. Slotregel (artikel 13) Voor de duidelijkheid, o.a. bij benoeming en verwijzing, is hierin een eenduidige naam voor het gehele plan inclusief de toelichting aangegeven.

vastgesteld toelichting Zijdstraat

HOOFDSTUK 4 UITVOERBAARHEID 4.1 Actuele regionale behoefte In het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De 'stappen van de ladder' worden is artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: 1. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling; 2. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, geeft de toelichting een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Binnen het bestemmingsplan wordt geen ontwikkeling mogelijk gemaakt die van dien aard is dat deze als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden aangemerkt. Er is sprake van een beperking van de woonfunctie ten behoeve van het versterken van de winkelfunctie in het centrum van Aalsmeer. De actuele regionale behoefte van dit bestemmingsplan hoeft dus niet te worden aangetoond.

4.2 Economische uitvoerbaarheid 4.2.1 Financieel-economische haalbaarheid Onderhavig bestemmingsplan heeft voornamelijk een conserverend karakter. Uit onderzoek naar de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is derhalve gebleken dat er naar verwachting alleen kosten optreden die verband houden met het opstellen van het bestemmingsplan. Hiervoor staan dekkende fondsen uit de algemene middelen van de gemeente ter beschikking. Uit het onderzoek is daarnaast gebleken dat er geen onvoorziene hoge kosten zijn te verwachten en de gemeente bovendien geen hoge financiële risico's draagt. Het bestemmingsplan is derhalve economisch uitvoerbaar. 4.2.2 Verhaal van kosten Om gemaakte kosten te verhalen dient de gemeenteraad ingevolge artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening een exploitatieplan vast te stellen voor de gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen (artikel 6.2.1. Bro). Voorliggende bestemmingsplan voorziet niet in nieuwe ontwikkelingen. Op basis van dit bestemmingsplan worden geen nieuwe bouwplannen ontwikkeld als bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. Het vaststellen van een exploitatieplan is daarom niet noodzakelijk.

4.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 4.3.1 Inspraak Voor de Centrumvisie Aalsmeer heeft een uitgebreid participatietraject plaatsgevonden. De Centrumvisie heeft een visietraject doorlopen met het organiseren van een informatiemarkt en verschillende klankbordgroepen. Daarnaast heeft de ontwerpvisie in het kader van het vaststellingsproces zes weken ter visie gelegen. Gezien het uitgebreide proces en het feit dat onderhavig bestemmingsplan een technische uitwerking betreft van de Centrumvisie is er geen nieuw participatietraject voor het opstellen van het bestemmingsplan opgezet. Wel is de ondernemersvereniging via bestuurlijk overleg geïnformeerd over voor welke onderwerpen het bestemmingsplan wordt opgesteld en wanneer de mogelijkheid is om op het bestemmingsplan te reageren. Daarnaast zijn de bewoners en winkeliers van het kernwinkelgebied per brief geïnformeerd over dit bestemmingsplan, waarbij is aangegeven wanneer de mogelijkheid is om op het ontwerpbestemmingsplan in te zien en hoe op de plannen gereageerd kan worden. vastgesteld toelichting Zijdstraat

4.3.2 Vooroverleg ex artikel 3.1.1 Bro In het kader van het wettelijk vooroverleg op grond van het Besluit op de ruimtelijke ordening is het voorontwerp toegezonden aan de hieronder genoemde provinciale en rijksdiensten en andere instanties op 13 juli 2023. De toezending is gedaan met het verzoek om binnen drie weken te reageren en met de mededeling, dat indien niet binnen die termijn zal zijn gereageerd, wordt aangenomen, dat het voorontwerp bestemmingsplan geen aanleiding heeft gegeven tot het maken van opmerkingen. 1. 2. 3. 4. 5.

Gedeputeerde Staten van Noord­Holland; Hoogheemraadschap Rijnland; Brandweer Amsterdam­Amstelland Luchthaven Schiphol Group; Ondernemersvereniging Meer Aalsmeer.

De Luchthaven Schiphol Group heeft niet gereageerd, zodat mag worden aangenomen, dat het voorontwerp geen aanleiding heeft gegeven tot het maken van opmerkingen. Het Hoogheemraadschap Rijnland heeft aangegeven gezien het doel van het plan in eerste aanleg geen opmerkingen te hebben op het plan en de waterparagraaf in het bijzonder. Ook Ondernemersvereniging Meer Aalsmeer heeft te kennen gegeven, dat zij geen inhoudelijke opmerkingen hebben. Aanpassing is het derhalve niet nodig. Gedeputeerde Staten van Noord­Holland, Provincie Noord­Holland heeft inhoudelijk schriftelijk gereageerd op het voorontwerp bestemmingsplan. Het volgende is aangegeven en conform verzoek verwerkt in deze toelichting: "In paragraaf 5.3.2. Omgevingsverordening NH2020 een aantal relevante werkingsgebieden uit de Omgevingsverordening NH2020 zijn genoemd. Hierbij is aangegeven dat het bestemmingsplan geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk maakt, waardoor de Omgevingsverordening de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg staat. Dat is op zich juist. Een deel van het plangebied ligt ook in het werkingsgebied ‘Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden’. Ook hiervoor geldt dat er vanuit het werkingsgebied geen belemmeringen zijn voor het plan, vanwege het conserverende karakter.

Graag in de toelichting aangeven dat ook dit werkingsgebied van toepassing is." Brandweer Amsterdam­Amstelland heeft inhoudelijk schriftelijk gereageerd op het voorontwerp bestemmingsplan. Het volgende is aangegeven en het advies is verwerkt in hoofdstuk 6.6 van deze toelichting: "Wij hebben onderzoek gedaan naar relevante risicobronnen nabij het plangebied. Er is gekeken naar de invloedsgebieden van spoor-, weg-, watervervoer gevaarlijke stoffen, Bevi inrichtingen, buisleidingen en of het plangebied in het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol ligt. Uit dit onderzoek is gebleken dat het plangebied buiten de grootste risico contouren ligt van bovengenoemde risicobronnen. Derhalve is het niet nodig om verder onderzoek te doen naar het groepsrisico of plaatsgebonden risico ter plaatse van het plangebied." 4.3.3 Zienswijzen Van 8 september tot en met 19 oktober 2023 heeft het ontwerpbestemmingsplan conform afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) ter inzage gelegen. Gedurende deze periode is één zienswijzen ontvangen. De zienswijze is op 3 oktober per e­mail ingediend. De indiener stelt/verzoekt het volgende: vastgesteld toelichting Zijdstraat

"27 December 2021 is aan de winkelruimte gelegen aan het Molenpad 3 een omgevingsvergunning verleend voor het gebruik als (Poolse) Supermarkt. Z21-067040 Deze ruimte is gesitueerd op de hoek Molenpad/Zijdstraat 2A, 4, 6, 8 en 10 en bevat een oppervlakte van 699 m2. Deze supermarkt gaarne verwerken in het vernieuwde bestemmingsplan en de bijbehorende plan tekening(en) omdat een supermarkt binnen dit bestemmingsplan een specifieke gebruiksaanduiding nodig heeft." De ingediende zienswijze heeft geen planaanpassing tot gevolg. Op de planverbeelding wordt geen aanduiding voor een supermarkt opgenomen. De reden hiervoor is dat het verzoek niet aansluit bij het doel van dit bestemmingsplan om te voorkomen dat de begane grond van panden in het kernwinkelgebied worden getransformeerd naar wonen. Daarnaast is op 27 december 2021 een omgevingsvergunning verleend voor het afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van het gebruik van de winkelruimte als supermarkt voor (hoofdzakelijk) Poolse levensmiddelen. Er is hier medewerking verleend voor afwijken van het bestemmingsplan vanwege het onderscheid ten opzichte van andere supermarkten door het speciale assortiment. Hierdoor is sprake van een planologische aanvaardbare invulling op het winkelaanbod. Het is niet wenselijk om de locatie de aanduiding 'supermarkt' op te nemen.

De aanduiding ‘supermarkt’ maakt geen onderscheid in assortiment van een supermarkt, terwijl juist het onderscheid ten opzichte van de andere supermarkten en de aanvulling op het winkelaanbod in het centrum voor de Poolse supermarkt op de hoek Molenpad/ Zijdstraat de motivering was om af te wijken van de regels van het bestemmingsplan.

4.4 Handhaving Handhaving op het gebied van ruimtelijke ordening spitst zich toe op het gebruik van de gronden en opstallen, de maatvoering van bouwwerken en het uitvoeren van werken en werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Handhaving kan kortweg worden omschreven als: elke handeling die er op is gericht de naleving van rechtsregels te bevorderen of een overtreding te beëindigen. Handhaving is geen doel op zich maar draagt bij aan de realisatie van de ruimtelijke doelstellingen die met het bestemmingsplan worden beoogd en de bescherming van de verschillende belangen die worden gewaarborgd. Een bestemmingsplan bevat daarom een handhavingsparagraaf. Hierin wordt een toelichting gegeven op de wijze waarop de gemeente het juridische normenkader van het bestemmingsplan handhaaft, dat door middel van de planregels in samenhang met de planverbeelding in het leven is geroepen. Het niet naleven van een bestemmingsplan komt neer op het ondergraven van één van de meest waardevolle en invloedrijkste instrumenten van de gemeentelijke overheid. Daarnaast is het een inbreuk op en aantasting van de belangrijkste waarborgen die de burger en bedrijven op gemeentelijk niveau hebben. De maatschappij mag immers verwachten en eisen van de gemeentelijke overheid dat zij de regelgeving die zij in het bestemmingsplan heeft opgenomen ook zal handhaven.

Het niet naleven en handhaven van het bestemmingsplan tast de geloofwaardigheid van de gemeente in het algemeen aan. Om deze redenen is het noodzakelijk het bestemmingsplannen te handhaven en te blijven handhaven. De gemeente is verplicht om uitvoerings­ (vergunningverlening) en handhavingsbeleid vast te stellen in een of meer documenten, waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen wij onszelf stellen bij de uitvoering en handhaving en welke activiteiten we daarvoor zullen uitvoeren. Deze verplichting is nu al opgenomen in het Besluit omgevingsrecht en komt ook in de Omgevingswet terug.

vastgesteld toelichting Zijdstraat

De gemeente heeft aan deze verplichting invulling gegeven in het actuele VTH­beleidsplan, waarin zowel het uitvoerings­ als het handhavingsbeleid is opgenomen. Deze nota beschrijft de visie, doelstellingen, prioriteiten, uitgangspunten en strategieën op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Het is gebaseerd op een analyse van de problemen die zich kunnen voordoen met betrekking tot de naleving van de geldende wetgeving, waaronder dit bestemmingsplan. Een andere belangrijk uitgangspunt zijn de toepasselijke algemeen verbindende voorschriften, de beleidskaders en een analyse van inzichten, technieken en werkwijzen die gebruikt kunnen worden voor de uitvoering. Het gehele uitvoerings­ en handhavingsbeleid geeft ten minste inzicht in: <0000> De prioriteiten bij de uitvoering van voorgenomen activiteiten. <0000> De methodiek die de gemeente gebruikt om te bepalen of gestelde doelen worden bereikt. <0000> De objectieve criteria voor het beoordelen van aanvragen voor en beslissingen over een omgevingsvergunning en het afhandelen van meldingen. <0000> De werkwijze bij vergunningverlening en het afhandelen van meldingen. <0000> De afspraken die door de gemeente met de Omgevingsdienst en met de organen die belast zijn met de strafrechtelijke handhaving zijn gemaakt.

<0000> De wijze waarop het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde wordt uitgeoefend om de gestelde doelen te bereiken. <0000> De wijze waarop bestuurlijke sancties en de termijnen die bij het geven en uitvoeren daarvan worden gehanteerd en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd, waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de aard van de geconstateerde overtredingen. <0000> De wijze waarop de gemeente handelt na overtredingen die zijn begaan door of in naam van de eigen gemeente of van andere organen behorende tot de overheid. In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s worden deze prioriteiten vertaald in daadwerkelijke activiteiten. Jaarlijks evalueren we de uitgevoerde inspanningen en toetsen we de bijdrage aan de beleidsdoelstellingen. Doen we nog de juiste dingen op de juiste wijze of signaleren we ontwikkelingen die een aanpassing van het (ruimtelijke) beleid vragen? Het uitvoeringsprogramma, jaarverslag en de evaluatie worden toegestuurd aan de gemeenteraad. Uit de planregeling van dit bestemmingsplan volgt geen directe opgave voor handhaving.

vastgesteld toelichting Zijdstraat

HOOFDSTUK 5 BELEIDSKADER 5.1 Inleiding Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de belangrijkste ruimtelijke beleidskaders. Achtereenvolgens komt het relevante rijks­, provinciale, regionale en gemeentelijk beleid aan bod. Het beleid en de wetgeving op milieugebied wordt behandeld in hoofdstuk 6.

5.2 Rijksbeleid Hieronder volgt het beleid van het rijk, waar indien relevant voor het plangebied met dit rijksbeleid rekening wordt gehouden in dit bestemmingsplan. 5.2.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk.

Afbeelding 2: Afwegen met de NOVI. Bron: Nationale Omgevingsvisie.

De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten. <0000> Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; <0000> Duurzaam economisch groeipotentieel; <0000> Sterke en gezonde steden en regio's; <0000> Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

vastgesteld toelichting Zijdstraat

Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegings­ proces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: <0000> Combineren boven enkelvoudig; <0000> Kenmerken & identiteit; <0000> Afwentelen voorkomen. Relevantie plangebied Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een NOVI­gebied. Voorliggend plan draagt bij aan sterke en gezonde steden en regio's door in het kernwinkelgebied de winkelstructuur te optimaliseren en het voorzieningenaanbod te verbeteren.

5.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk rijksbeleid te borgen en legt daarmee nationale ruimtelijke belangen vast. De ruimtelijke onderwerpen van nationaal belang zijn daardoor beperkt. Het Barro bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. In hoofdstuk 2 van het Barro is, om de nationale belangen te beschermen per onderwerp (één onderwerp per titel) aangegeven welke beperkingen er per welk (ruimtelijk) gebied gelden. Relevantie plangebied Dit bestemmingsplan omvat geen onderwerpen waarvoor beperking geldt om de nationale belangen zoals beschreven in het Barro te beschermen. Het Barro vormt derhalve geen belemmering voor dit bestemmingsplan. 5.2.3 Bro en Ladder voor duurzame verstelijking De "Ladder voor duurzame verstedelijking" heeft als doel een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. De ladder voor duurzame verstedelijking is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte geïntroduceerd en is vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), in artikel 3.1.6, lid 2.

De onderbouwing van de behoefte aan woningen en andere functies wordt gedaan aan de hand van de ladder voor duurzame verstedelijking. De ladder voor duurzame verstedelijking is sinds 1 juli 2017 gewijzigd. Het principe van de ladder is hetzelfde gebleven. Met betrekking tot de (nieuwe) ladder staat in het Bro, in artikel 3.1.6, lid 2, de volgende bepaling opgenomen: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Relevantie plangebied De ladder voor duurzame verstedelijking dan wel artikel 3.1.6, lid 2 Bro is niet van toepassing op dit bestemmingsplan. Er is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. 5.2.4 Luchthavenindelingbesluit Schiphol (2002) vastgesteld toelichting Zijdstraat

Het oorspronkelijke Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) stamt uit 2002, en is op 31 augustus 2004 gewijzigd in werking getreden. Het LIB is een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), die gebaseerd is op artikel 8.4 van de Wet luchtvaart. Met het LIB wordt in kaartmateriaal een zogenaamd beperkingengebied vastgesteld. Het LIB bevat voor dat beperkingengebied regels waarbij beperkingen zijn gesteld ten aanzien van de bebouwing en het gebruik van gronden, voor zover die beperkingen noodzakelijk zijn met het oog op de veiligheid en de geluidsbelasting in verband met de nabijheid van de luchthaven Schiphol. Per 4 november 2015 is een wijziging van het Luchthavenindelingbesluit (LIB) in werking getreden. Doel van deze wijziging is om de vliegveiligheid rondom Schiphol in afdoende mate te borgen. Hiervoor zijn de zogenaamde toetshoogtes in de omgeving van Schiphol aanzienlijk verlaagd. Bestemmingsplannen dienen deze verlaagde toetshoogtes in acht te nemen. Gebouwen hoger dan de toetshoogtes kunnen alleen worden toegestaan, indien het Rijk hiervoor een verklaring van geen bezwaar (vvgb) heeft afgegeven of een positief radar advies heeft afgegeven. Het instrument "radar advies" is een nieuw instrument naast het reeds bestaande vvgb. Voor de radartoets gelden afzonderlijke toetshoogtes; deze zijn opgenomen in een nieuwe kaart in bijlage 4a bij het LIB.

De procedures voor een vvgb en een radaradvies gelden allebei afzonderlijk van elkaar, maar kunnen ook samenvallen wanneer verschillende toetsvlakken worden doorsneden. De hierboven genoemde beperkingen betreffen: <0000> de bebouwing en het gebruik van grond in verband met het externe­veiligheidsrisico vanwege het luchtverkeer (artikel 2.2.1, 2.1.1b); <0000> de bebouwing en het gebruik van grond in verband met de geluidbelasting vanwege het luchtverkeer (artikel 2.2.1a, 2.2.1c); <0000> de maximale hoogte van objecten in, op of boven de grond, in verband met de veiligheid van het luchtverkeer (artikel 2.2.2, 2.2.2a); <0000> bebouwing die, of van een gebruik dat, vogels aantrekt, in verband met de veiligheid van het luchtverkeer (artikel 2.2.3). Bij de eerste twee van de bovengenoemde typen beperkingen zijn in ieder geval gronden aangewezen die niet gebruikt dan wel bebouwd mogen worden ten behoeve van woningen, of andere in het besluit aangewezen gebouwen. Op 1 januari 2018 is het LIB gewijzigd in werking getreden. De regelwijziging ziet op een eigen bevoegdheid voor het lokaal bestuur om binnen bestaand stedelijk gebied woningen toe te voegen. In het gebied binnen zone 4 blijft de grens van 25 woningen per bouwplan gehandhaafd en mogen bestaande geluidgevoelige gebouwen vervangen worden door een nieuw geluidgevoelig gebouw.

In het bestaand stedelijk gebied tussen de grens van zone 4 en de 20 Ke­contour gelden nu en ook onder het regime van het nieuwe LIB geen kwantitatieve beperkingen aan woningbouw. In het landelijk gebied zal een verbod op nieuwe woningbouwlocaties worden verankerd in het LIB. Relevantie plangebied Het voorliggende plan valt binnen het beperkingengebied voor hoogte van het LIB. Op grond van artikel 2.2.2, eerste lid, en artikel 2.2.2.a van het LIB zijn op gronden die zijn aangewezen op de kaarten in bijlage 4 en 4a bij het besluit geen objecten toegestaan die hoger zijn dan de op de kaarten aangegeven maximale waarden. De hoogtes zijn gerelateerd aan het N.A.P. In het kader van het LIB geldt hier een toets bouwhoogte oplopend van 26 tot 145 meter. Voor de toetshoogtes radar geldt een hoogte van 41 oplopend tot 53 meter. In onderhavig bestemmingsplan worden geen bouwhoogtes toegestaan die boven de maximale hoogtes van het LIB uitkomen. Voor het plangebied gelden tevens beperkingen ten aanzien van geluidgevoelige objecten. Het plangebied ligt deels binnen zone 4 van het Luchthavenindelingbesluit. Op grond van artikel 2.2.1c van het Luchthavenindelingenbesluit zijn binnen zone 4, met het

vastgesteld toelichting Zijdstraat

oog op geluidbelasting, geen geluidgevoelige gebouwen toegestaan. In artikel 2.2.1c is opgenomen wanneer een geluidgevoelig gebouw alsnog kan worden toegestaan. Tenslotte ligt het plangebied binnen de zone waar geen nieuwe vogelaantrekkende functies (zoals viskwekerijen) zijn toegestaan. Het bestemmingsplan maakt dergelijke functies niet mogelijk.

5.3 Provinciaal en regionaal beleid 5.3.1 Omgevingsvisie NH2050 De "Omgevingsvisie NH2050 ­ Balans tussen economische groei en leefbaarheid" is op 19 november 2018 door Provinciale Staten van Noord­Holland vastgesteld en is een structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening. In de Omgevingsvisie heeft de provincie haar ruimtelijke toekomstvisie vastgelegd en heeft zij tevens aangegeven hoe zij deze visie denkt te zullen realiseren. Het uitgangspunt van de omgevingsvisie is dat Noord­Holland een relatief hoog welvaarts­ en welzijnsniveau heeft. Om deze ook voor de toekomst vast te kunnen houden, richten de provincie zich op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid. Zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. In de omgevingsvisie worden ambities genoemd op het gebied van de leefomgeving, het gebruik van de leefomgeving en de energietransitie. De ambities ten aanzien van de leefomgeving luiden als volgt. Een klimaatbestendig en waterrobuust Noord­Holland. In het kader van gezondheid en veiligheid, het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het vergroten van de biodiversiteit van Noord­Holland. Voor het gebruik van de leefomgeving gelden de volgende ambities.

Een duurzame economie met innovatie als belangrijke motor, daardoor is er ruimte voor ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. Verder wil de provincie vraag en aanbod van woon­ en werklocaties beter afstemmen (kwantitatief en kwalitatief). Daarbij moet woningbouw, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends, vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden worden gepland. Duurzaamheid van de totale woningvoorraad is het uitgangspunt. De derde ambitie binnen deze categorie is het effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen van inwoners, bedrijven en producten van Noord­Holland, waarbij negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk worden meegewogen. Als laatste geldt het behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. Voor energietransitie is de overkoepelende ambitie dat Noord­Holland in 2050 volledig klimaatneutraal is en gebaseerd op hernieuwbare energie. Daarom is er ruimte voor de noodzakelijke energietransitie en daarvoor benodigde infrastructuur. Dit alles rekening houdende met de ambities voor verstedelijking en landschap. Relevantie plangebied Per project wordt door de gemeente Aalsmeer bekeken hoe bij de ambities van de provincie kan worden aangesloten.

Het voorliggende bestemmingsplan is in overeenstemming met het uitgangspunt en de ambities van de Omgevingsvisie. De veranderingen in de fysieke leefomgeving door het onderhavige plan zullen beperkt zijn, maar werken mee aan een aantrekkelijke, gezonde en veilige leefomgeving. 5.3.2 Omgevingsverordening NH2020 De provincie heeft, voor de doorwerking van het in de structuurvisie vastgelegde beleid, diverse juridische instrumenten tot haar beschikking waaronder een provinciale

vastgesteld toelichting Zijdstraat

ruimtelijke verordening. In deze Omgevingsverordening NH2020 zijn regels samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De Omgevingsverordening NH2020 geldt vanaf 17 november 2020. Door middel van de Omgevingsverordening is de doorwerking naar gemeentelijke bestemmingsplannen geregeld. In de verordening is het provinciale beleid in regels vertaald. Relevantie plangebied De omgevingsverordening is t.a.v. de voorgestane planontwikkeling op de volgende onderdelen relevant: <0000> Bodemsanering; <0000> Datacenters uitgesloten; <0000> Ontgrondingen; <0000> Peilbesluit; <0000> Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarden. Het plan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk, maar betreft een beperking van de woonfunctie. De relevenate werkingsgebieden zijn geen belemmeringen voor het plan. De omgevingsverordening staan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg. 5.3.3 Regionale detailhandelsvisie Amstelland-Meerlanden De Regionale detailhandelsvisie Amstelland­Meerlanden betreft een verplichte uitwerking van het 'Detailhandelsbeleid Noord­Holland 2015­2020'. In dit detailhandelsbeleid verplicht de provincie Noord­Hollandse regio's om een regionale detailhandelsvisie te hebben.

De regionale detailhandelsvisie Amstelland­Meerlanden (AM) is een afsprakenkader voor de gemeenten in de AM­regio en bevat afspraken om te voldoen aan het provinciale detailhandelsbeleid. De regionale detailhandelsvisie is een leidraad voor regionale samenwerking op het gebied van detailhandel. De regionale visie en deze afspraken sluiten aan op de lokale detailhandelsvisies van de zes gemeenten in de AM­regio. Voor Aalsmeer is dit de Detailhandelsnota Aalsmeer. De regionale detailhandelsvisie heeft als doel een visie te hebben op een toekomstbestendige detailhandelsstructuur voor de regio Amstelland­Meerlanden, rekening houdend met lokale, regionale en landelijke ontwikkelingen. De regionale visie biedt een door de regio gedragen afsprakenkader voor onderlinge afstemming en lokaal maatwerk. De visie en deze afspraken sluiten aan op de lokale detailhandelsvisies van de zes gemeenten in de AM­regio en is hiermee een leidraad voor regionale samenwerking op het gebied van detailhandel. Om de gewenste detailhandelsstructuur in de AM­regio te versterken en een goede samenwerking te continueren, hebben de zes gemeenten in de AM­regio onderling de volgende inhoudelijke­ en procesafspraken bevestigd: 1. de AM­gemeenten, informeren elkaar in het ambtelijk EZ­overleg over detailhandelsontwikkelingen binnen de regio, waaronder de impact van corona; 2.

indien er een bestemmingsplanwijziging nodig is bij nieuwe winkelinitiatieven moet iedere gemeente dit initiatief voorleggen aan de Adviescommissie Detailhandel Noord­Holland Zuid (ADZ). Dit geldt voor alle initiatieven boven de 1.500 m2 winkelvloeroppervlakte (wvo). Bij winkelcentra van meer dan 25.000 m2 wvo (Hoofddorp, Amstelveen) geldt dit voor initiatieven van meer dan 3.000 m2 wvo.Deze metrages gelden voor het totale winkelgebied en niet per winkel; 3. het beleid is gericht op clustering van detailhandel in winkelgebieden. Nieuwe winkelontwikkelingen zijn daarom toegestaan binnen bestaande winkelgebieden en/of binnen de door de gemeente gewenste en in lokaal beleid vastgestelde detailhandelsstructuur. Indien de winkelontwikkeling mogelijk bovenlokale impact heeft, zijn de procesafspraken (afspraak 1 en 2) van toepassing;

vastgesteld toelichting Zijdstraat

4. nieuwe solitaire detailhandelsbedrijven (losstaande winkel, geïsoleerd van andere winkelgebieden of daarmee geen samenhangend deel vormend) binnen de kernen zijn niet mogelijk, tenzij expliciet wordt gemotiveerd dat dit niet leidt tot ruimtelijk relevante leegstand van bestaande winkelgebieden (duurzaam ruimtegebruik); 5. buiten de gebieden bedoeld in afspraak 3 zijn op bedrijventerreinen en kantoorlocaties beperkte mogelijkheden voor nieuwe detailhandel. Nieuwe detailhandelsontwikkelingen zijn hier alleen mogelijk indien sprake is van detailhandel in de vorm van: <0000> volumineuze detailhandel, indien deze in winkelgebieden niet inpasbaar is en de behoefte aan deze ontwikkelingen kan worden aangetoond. Volumineuze detailhandel zijn vormen van detailhandel waarvan de winkelformules een assortiment voeren van overwegend ruimte vergende goederen, waaronder bouwmarkten, tuincentra, woninginrichtingszaken, auto­, boten­ en caravanbedrijven; <0000> een afhaalpunt ten behoeve van internethandel; <0000> 'ondergeschikte detailhandel': detailhandelsactiviteiten die zowel bedrijfseconomisch als ruimtelijk ondergeschikt zijn aan de toegelaten bedrijfsuitoefening en daarop nauw aansluiten bijvoorbeeld de verkoop van meubels vanuit een meubelfabriek; <0000> brand­ of explosiegevaarlijke detailhandel. 6.

nieuwe detailhandel in het landelijke gebied is niet mogelijk, tenzij het kleinschalige vormen van detailhandel betreft en wordt gemotiveerd dat dit niet leidt tot ruimtelijk relevante leegstand van bestaande winkelgebieden, conform vereisten uit de Omgevingsverordening Noord­Holland. Ruimtelijke relevante leegstand is zodanige leegstand die vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening effecten tot gevolg heeft die tot een onaanvaardbare situatie zal kunnen leiden. Relevantie plangebied De Regionale detailhandelsvisie Amstelland­Meerlanden en bovenstaande afspraken sluiten aan op de Detailhandelsnota Aalsmeer. Onderhavig bestemmingsplan maakt geen extra detailhandel mogelijk ten opzichte van de bestaande situatie, maar is wel gericht op versterken van het kernwinkelgebied door onder andere clusteren van detailhandel.

5.4 Gemeentelijk beleid 5.4.1 Gebiedsvisie Aalsmeer 2020 Het actuele ruimtelijke beleid van de gemeente is neergelegd in de Gebiedsvisie Aalsmeer 2020, vastgesteld door de gemeenteraad op 26 november 2009. De Gebiedsvisie heeft de status van structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening. Ingevolge de gebiedsvisie dient het ruimtelijke beleid van de gemeente gericht te zijn op een duurzame en kwalitatief sterke ontwikkeling van economie, wonen en recreatie met als voorwaarde het behoud van de leefbaarheid, het dorpse karakter, de bereikbaarheid en het op peil brengen van voorzieningen. De aandacht dient verlegd te worden van uitbreiding naar verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving. Functies of ontwikkelingen die dit frustreren moeten worden tegengegaan. Uit de gebiedsvisie volgen een aantal thema's die in het kader van de kwaliteit van de leefomgeving aandacht behoeven. Daarbij gaat het in de eerste plaats om de aanwezigheid van groen en water in de woonomgeving. Bij nieuwe ontwikkelingen in de woonbuurten dient het structurerende groen en water in de wijk te worden behouden en, waar mogelijk, versterkt. Op grond van de Gebiedsvisie wordt de kwaliteit van de woonomgeving ook gedefinieerd door de mate waarin sprake is van een kenmerkende, samenhangende structuur.

Nieuwe ontwikkelingen dienen deze samenhang en herkenbaarheid als uitgangspunt te nemen en te bekrachtigen. Op het gebied van wonen wil de gemeente de accenten verleggen en meer aandacht besteden aan de kwaliteit van

vastgesteld toelichting Zijdstraat

de woonomgeving. Maar tegelijkertijd wil Aalsmeer ook het woningaanbod op peil houden en in de toekomst geschikte woningen kunnen blijven aanbieden, passend bij de vraag en het karakter van Aalsmeer. Het gaat dus om een accentverschuiving: blijven bouwen, maar met meer oog voor kwaliteit. Detailhandel Een van de thema's van de gebiedsvisie is detailhandel. De detailhandelstructuur voor het dagelijkse winkelaanbod heeft een stevige lokale functie voor Aalsmeer. Het winkelaanbod in de verschillende centra van Aalsmeer is vooral gericht op de functionele kant, met name dagelijkse boodschappen. Het niet­dagelijkse winkelaanbod, te weten de aanwezige tuincentra, doe­het­zelfzaken en meubelzaken, trekken een groot deel van hun klanten uit de regio. De perifere detailhandelsvestigingen bevinden zich vooral verspreid op bedrijventerreinen en op solitaire locaties in de gemeente. Aalsmeer heeft als totaal een (meer dan) compleet aanbod voor een gemeente met een dergelijke koopfunctie. Uit analyse volgt dat de Aalsmeerse detailhandel lokaal verzorgend is en zich voornamelijk concentreert in vier detailhandelscentra en de linten. De detailhandel is vooral functioneel en weinig op recreatie gericht. Perifere detailhandel bevindt zich in de linten en op solitaire locaties.

Er zijn echter enkele hoofdredenen te benoemen waardoor de concurrentiepositie van de detailhandel op zowel lokaal als regionaal niveau dreigt te verslechteren: een onduidelijke detailhandelsstructuur; het ontbreken van een compact en gezellig winkelgebied; een matige uitstraling van de openbare ruimte van de winkelcentra; bereikbaarheid en parkeermogelijkheden; verspreide vestiging van (perifere) detailhandel in en achter de linten; regionale ontwikkelingen. De opgave is om te zoeken naar zowel economische als ruimtelijke oplossingen om het functioneren van de winkelstructuur op zowel korte als lange termijn te versterken. Relevantie plangebied Het beperken van wonen op de begane grond in de winkelstraten of pleinen sluit aan bij de opgave uit de Gebiedsvisie Aalsmeer 2020 om de winkelstructuur van het centrum van Aalsmeer te versterken. 5.4.2 Centrumvisie Aalsmeer De gemeenteraad heeft voor het centrum van Aalsmeer de ‘Centrumvisie Aalsmeer’ vastgesteld. Deze gebiedsvisie betreft een uitwerking van het toekomstperspectief, opgenomen in de Uitvoeringsparagraaf ‘Gebiedsvisie 2020’ van Aalsmeer, dat als doel heeft om de levendigheid in Aalsmeer Centrum te vergroten en het voorzieningenniveau te optimaliseren.

In deze gebiedsvisie worden maatregelen en uitgangspunten beschreven met betrekking tot de optimalisatie en concentratie van voorzieningen, het verbeteren van bereikbaarheid en zichtbaarheid van het kernwinkelgebied en het vergroten van de verblijfskwaliteit en aantrekkingskracht. Om de doelen van de visie te behalen zijn de onderwerpen 'bereikbaarheid en zichtbaarheid', 'voorzieningenaanbod en leegstand', 'horeca' en 'ambulante handel' uitgewerkt in de volgende uitgangspunten/ randvoorwaarden: Bereikbaarheid en zichtbaarheid Punterstraat: afsluiten voor gemotoriseerd verkeer en inrichten als een wandelpromenade (met terrassen en horeca). Voorzieningenaanbod en leegstand

vastgesteld toelichting Zijdstraat

De functieverbreding voor de plint in de winkelstraat heeft betrekking op publieke voorzieningen zoals: cultureel maatschappelijke voorzieningen, ambachten en diensten of horeca; Functiemenging en differentiatie in het winkelgebied is mogelijk indien het winkeloppervlak niet wordt vergroot; Het toevoegen van ‘wonen’ op de begane grond in winkelstraten en pleinen in het kernwinkelgebied is niet toegestaan. In aanloopgebied is dit wel het geval; Het toevoegen van ‘wonen’ op de begane grond aan de achterzijde van de winkelstraten en pleinen in het kernwinkelgebied is toegestaan, wanneer de ontsluiting en entree zich ook aan die zijde bevindt; Het transformeren van winkeloppervlak in ‘wonen’ moet voldoen aan parkeernormen en beeldkwaliteit. Indien extra parkeerplaatsen zijn benodigd, dient dit op eigen terrein plaats te vinden (tenzij dit aantoonbaar op een ander terrein mogelijk wordt gemaakt). Er worden voor de extra te realiseren parkeerplaatsen geen ontheffingen in de openbare ruimte afgegeven. Horeca In het gehele kernwinkelgebied zal daghoreca worden toegestaan op de begane grond, ter ondersteuning van de detailhandel. Ook is ondergeschikte horeca mogelijk in winkelstraten en op pleinen in het kernwinkelgebied. Op het Molenplein, Raadhuisplein en Praamplein is naast daghoreca tevens ruimte voor reguliere horeca categorie 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=aalsmeer&id=cbfdc882-dc3b-4306-b009-cab3696b6f25