171213 Samenvatting Drechtdoorsteek
Tekst van het document
KANSENONDERZOEK DRECHTDOORSTEEK 04 december 2017
2
Kijk, daar gaan ze! Al eeuwenlang bieden Vriezekoop en Herenweg Zwijgend, sterk, hooggelegen, Zicht op groen rijk polderland En koppige, witte golven van Westeinder of de Drecht. Mogen stille krachten, zo nabij, Gespannen haast, toch in alle Schoonheid samen zijn? Of zal, Zoals ooit van turf naar plas Weer drooggemalen, de tijd Hier sporen trekken in het land? -Bart Budding-
SAMENVATTING Scenario’s Het kansenonderzoek Drechtdoorsteek heeft inzicht opgeleverd in de haalbaarheid van de Drechtdoorsteek. In het onderzoek is op basis van een verkenning van het gebied een viertal scenario’s opgesteld (zie afbeelding 1.1). De scenario’s zijn: • Scenario 1 – Leimuiden Haven: een fysieke doorsteek met recreatief programma vlakbij Leimuiden • Scenario 2 - Polderdoorsteek: door de Vriesekoopse polder, ten oosten van Leimuiden • Scenario 3 - Landschappelijke dijk: aan de westzijde van de landscheiding • Scenario 4 - Zuiderlegmeerpolder: aan de oostelijke rand van de Zuiderlegmeerpolder bij Kudelstaart.
4 3
Van elk scenario is op de volgende pagina een schets opgenomen.
Kudelstaart
afbeelding 1.1. Opties locatie doorsteek binnen de verschillende conceptuele scenario’s 4
Drecht
2 1
Leimuiden
afbeelding 1.4. Landelijke dijk (scenario 3)
afbeelding 1.2. Leimuiden Haven (scenario 1)
afbeelding 1.5. Zuiderlegmeerpolder (scenario 4)
afbeelding 1.3. Polderdoorsteek (scenario 2)
5
5
Economische potentie Ruimtelijke kwaliteit Netwerkwaarde vaarverbinding Leefbaarheid Huidige infrastructuur Realiseerbaarheid.
Elk scenario is gewaardeerd op een zestal criteria, te weten: • • • • • • In de spindiagrammen hiernaast is de kwalitatieve score van elk scenario op deze zes criteria samengevat. Hoe beter een scenario scoort op een criterium, hoe hoger de waarde en hoe groter het grijze oppervlak in het spindiagram.
6
Realiseerbaarheid
- loopt door natuurgebied - vraagt veel van huidige infrastructuur
Huidige infrastructuur (weinig doorsnijding)
- nieuwe bruggen en nieuwe verkeersaantrekkende programma’s
Economische/recreatieve potentie
Economische/recreatieve potentie
-weinig ontwikkelingen door breekbare positie midden in de polder
- weinig grondeigenaren
Realiseerbaarheid
- ruimte voor nautische ontwikkelingen langs de kade en in tussengebied
- houdt het polderlandschap intact
Ruimtelijke kwaliteit (landschap, ecologie)
Huidige infrastructuur (weinig doorsnijding)
Leefbaarheid
Netwerkwaarde vaarverbinding
- zorgt voor weinig overlast door goede afstand van bewoond gebied
- weinig doorsnijding met belangrijke ontsluitingswegen
Leefbaarheid
- kleine rondes worden toegankelijker
- veel drukte verwacht in de doorsteek
Economische/recreatieve potentie
- ruimte voor bedrijvige ontwikkeling en recreatiemogelijkheden.
Ruimtelijke kwaliteit (landschap, ecologie)
- ligt midden door de polder en is schadelijk voor de openheid -weinig ontwikkelingen door breekbare positie midden in de polder
Netwerkwaarde vaarverbinding
-meer lokale rondjes mogelijk
- lokale kleine ronde wordt te lang - regionale verbinding niet ideaal
Netwerkwaarde vaarverbinding
- landschapsontwikkeling gering - ecologische waarde laag
Ruimtelijke kwaliteit (landschap, ecologie)
afbeelding 1.7. Waardering scenario 2 Polderdoorsteek
- veel ruimte voor landschappelijke recreatie aan de kop en staart
Realiseerbaarheid
- veel verschillende grondeigenaren - plaatsing nieuwe sluis noodzakelijk
Huidige infrastructuur (weinig doorsnijding)
- doorsnijdt veel wegen in een bedrijvig gebied
Leefbaarheid
- goede lokale en regionale verbinding
Netwerkwaarde vaarverbinding
- sluit aan op bestaande elementen - kan nieuwe landschappelijke en recreatieve structuur in het gebied worden
Ruimtelijke kwaliteit (landschap, ecologie)
Economische/recreatieve potentie
afbeelding 1.6. Waardering scenario 1 Leimuiden haven
Realiseerbaarheid
- gebruik van bestaand landschapselement -geen bebouwing en infrastructuur op bestaande dijk
Huidige infrastructuur (weinig doorsnijding)
- weinig doorsnijding met grote ontsluitingswegen Leefbaarheid
- bevordert ontwikkelingen in intensief landbouwgebied
afbeelding 1.9. Waardering scenario 4 Zuiderlegmeerpolder
- weinig overlast in het gebied
afbeelding 1.8. Waardering scenario 3 Landschappelijke dijk
Verder is in de eerste fase van het kansenonderzoek gebleken dat de zuidwestelijke oever van de Westeinderplassen grote potentie heeft voor recreatieve ontwikkelingen, gekoppeld aan de Drechtdoorsteek. Ook die ontwikkelingen zijn geschetst en gewaardeerd. Omdat dit een verbetering is van de kwaliteit van de bestaande situatie is dit de 0+-optie genoemd (zie afbeelding 1.10). Deze optie biedt (in combinatie met de varianten voor de Drechtdoorsteek) de kans op een rendabele Drechtdoorsteek, waarbij ook de verstoring van de polder minimaal is.
afbeelding 1.10.
Ontwikkeling oevers Westeinderplassen (optie 0+)
7
Uitgewerkte varianten Tijdens het kansenonderzoek hebben bestuursleden van de kerngemeenten (Aalsmeer, Uithoorn en Nieuwkoop) unaniem een voorkeur uitgesproken voor het uitwerken van scenario 3 (Landschappelijke Dijk) in combinatie met de 0+-optie. Dit heeft geleid tot variant 3+. Daarnaast heeft het bestuur aangegeven om ook scenario 2 (Polderdoorsteek), in combinatie met de 0+-optie uit te werken. Dat heeft geleid tot variant 2+. Afbeelding 1.11 en 1.12 geven een beeld van variant 3+ en 2+. De lengte van de Drechtdoorsteek in de Landschappelijke dijk (variant 3+) is 2.850 meter en bij de Polderdoorsteek (variant 2+) tussen 1.000 en 1.100 meter. In beide varianten bevinden zich twee vaste bruggen, ter plaatse van de Herenweg en de Vriezekoop Noord. De Landschappelijke dijk heeft in het tracé zelf ook nog een brug ter plaatse van de landscheiding. In de uitwerking van de varianten zijn geen technische problemen aan het licht gekomen, die de Drechtdoorsteek frustreren. De noodzakelijke civieltechnische voorzieningen en infrastructuur (zoals bruggen) zijn in beeld gebracht en vertaald naar investeringskosten. Het grondeigendom is (met de huidige stand van zaken) dat op het tracé van de Polderdoorsteek sprake is van 1 eigenaar en bij de Landschappelijke dijk van 13 eigenaren (uitgaande van de optie die in het kansenonderzoek is uitgewerkt).
Wat betreft programma biedt de Landschappelijke dijk meer mogelijkheden langs het tracé van de doorsteek zelf. Bij de Polderdoorsteek is er namelijk bewust voor gekozen om die zo ‘schoon’ mogelijk te houden i.v.m. de verstoring van het landschap.
8
afbeelding 1.11.
Vaarnetwerk
Zoom uitgewerkte variant 3+
Verder is door middel van een rekenmodel inzichtelijk gemaakt wat de gevolgen zijn van de Drechtdoorsteek voor de vaartijden en voor de intensiteit van het gebruik van de vaarwegen. Dit leidt tot het inzicht dat een oostelijk gelegen Drechtdoorsteek (zoals de Landschappelijk dijk, variant 3+) meer waarde toevoegt aan het vaarnetwerk in een grotere regio (naar het Hollands Utrechts Plassengebied), vanwege de kortere verbindingstijd met de Westeinderplassen dan de westelijk gelegen varianten.
Door de Drechtdoorsteek ontstaan vanuit de meeste vertrekpunten in het gebied extra aantrekkelijke vaarrondjes of -routes (bijvoorbeeld heen en weer tussen Aalsmeer en Uithoorn), of vaartijdwinst (bijvoorbeeld 1,5 tot 2 uur voor het rondje Amsterdam). Vanuit Nieuwkoop is door de Drechtdoorsteek het gebied van de Westeinderplassen in een aanzienlijk kortere tijd te bereiken dan nu het geval is. Dat levert ook een positieve bijdrage aan de meerdaagse vaar- en verblijfsrecreatie in het gebied.
Gebiedsontwikkeling
Zoom uitgewerkte variant 2+
Belasting bruggen, Drecht en sluis
afbeelding 1.12.
De Drecht zal voor het deel ten westen van de aansluiting van de Drechtdoorsteek 30% minder zwaar belast worden. Dat geldt ook voor de Leimuiderbrug over de Ringvaart en de Tolbrug bij Leimuiden. Doordat bij variant 3+ (Landschappelijke dijk) die aansluiting ten oosten van de Bilderdambrug ligt zal ook die brug veel minder vaak open hoeven. Door de Drechtdoorsteek zal het gedeelte van de Drecht ten oosten van de aansluiting in gebruik toenemen. Bij de Tolhuissluis uit zich dat in een toename van 1015%. Dat is ten opzichte van het huidige gebruik geen bezwaar.
Uit het kansenonderzoek blijkt verder dat er naast het programma dat direct op en aan de Drechtdoorsteek mogelijk is, ook kansen zijn voor gebiedsontwikkeling. Bij variant 3+ (Landschappelijke Dijk) is dat het oostelijk van de Drechtdoorsteek gelegen areaal in de Zuiderlegmeerpolder. Bij variant 2+ (Polderdoorsteek) is dat het westelijk van de Drechtdoorsteek gelegen areaal in de Vriesekoopse polder tot aan de grens van het bedrijventerrein ten oosten van Leimuiden. De daaruit voortvloeiende opbrengsten zijn in het kansenonderzoek wel geschat, maar vanwege de grotere onzekerheid zijn de opbrengsten niet ‘hard’ meegerekend bij de afweging van kosten en baten (zie verderop).
Legenda
9
Baten Tabel 1 bevat de baten van variant 3+ (Landschappelijk dijk) en 2+ (Polderdoorsteek). In de eerste kolom zijn de baten te zien van de Landschappelijke dijk en het programma er direct langs (variant 3+) en van de Polderdoorsteek en het programma aan de noordzijde (variant 2+) In de 2e kolom staan de baten van de 0+ optie (programma oevers Westeinderplassen). Beide ontwikkelingen samen zorgen voor een synergie-effect. In de meest rechter kolom staat het totaal van de te verwachten baten.
€ 21,2
TOTAAL
€ 1,7 € 13,8
Baten
€ 9,0 € 3,4
SYNERGIE DRECHTDOORSTEEK I.C.M. 0+-OPTIE
€ 10,5 € 9,0
ALLEEN 0+-OPTIE
Landschappelijke dijk (variant 3+) € 1,3
PROGRAMMA LANGS DE DIJK
Polderdoorsteek (variant 2+)
tabel 1. Overzicht van baten (Netto Constante Waarde 50 jaar in miljoen euro)
10
BATEN
€ 1-7
EXTRA GEBIEDSONTWIKKELING
Bij onderstaande berekening is uitgegaan van vaste bruggen met een doorvaarthoogte van 3,1 m. Alle motorboten kunnen hier onderdoor met uitzondering van de AM-categorie (met een vaarhoogte van 3,4 m op basis van de indeling volgens BRTN). De categorie AM-vaartuigen is klein. Beweegbare bruggen zijn 5 miljoen euro duurder en hebben alleen zin als ook de Oranje Nassaubrug bij Alphen aan den Rijn beweegbaar wordt gemaakt, zodat met de Drechtdoorsteek een alternatieve staande mast route ontstaat.
KOSTEN
€ 3,0
SALDO BATEN EN KOSTEN € 10,8
€ 13,8
Polderdoorsteek (variant 2+)
€ 21,2
€ 2-10
€ 23,8
- € 2,6
Landschappelijke dijk (variant 3+)
tabel 2. Overzicht van kosten en baten (Netto Constante Waarde 50 jaar in miljoen euro, uitgaande van vaste bruggen)
In de tabel 2 is zichtbaar dat variant 3+, de Landschappelijke dijk, vrijwel rendabel is. De baten komen enkele miljoenen lager uit dan de kosten. De kansen voor extra gebiedsontwikkeling zijn in beide varianten aanwezig, waarmee op termijn eventueel extra dekking ontstaat. De marktverkenning geeft ons voldoende bevestiging dat er voldoende opbrengsten te verwachten zijn uit recreatieve programma’s.
Samengevat zijn de conclusies uit het kansenonderzoek: •
• • • •
•
•
Variant 3+, de Landschappelijke dijk in combinatie met de 0+-optie (programma oevers Westeinderplassen), is economisch rendabel, in combinatie met extra gebiedsontwikkeling Ontwikkeling van recreatief programma ten bate van de Drechtdoorsteek is kansrijk langs de zuidwestelijke oever van de Westeinderplassen (0+-optie) Voor recreatieve gebiedsontwikkeling zijn goede kansen in de markt aanwezig, hoewel deze nog weinig concreet gemaakt zijn Technisch zijn er geen grote knelpunten voor de realisatie van de Drechtdoorsteek Het draagvlak voor de Drechtdoorsteek en de recreatieve ontwikkelingen is gevarieerd. Bepaalde bewoners en belangengroepen hebben grote weerstand tegen verstoring van het groene en open karakter van de Vriesekoopse polder. De varianten in combinatie met de 0+-optie bieden kansen om de basis voor economische baten te verbreden en tegelijk de verstoring van het landschap in de polder te minimaliseren De Drechtdoorsteek in variant 3+ (Landschappelijke dijk) biedt veel meerwaarde in het vaarnetwerk doordat aantrekkelijke vaarrondjes en vaarroutes ontstaan en de verbinding tussen het oostelijk(er) gelegen Hollands Utrechts Plassengebied (waaronder Nieuwkoop) en de Westeinderplassen significant minder vaartijd kost De vaarintensiteit op de Drecht tussen Leimuiden en de aansluiting van de Drechtdoorsteek (bij variant 3+, de Landschappelijke dijk) zal met 30% afnemen.
Dat geldt ook voor het gebruik van de Tolbrug en de Leimuiderbrug. Dit levert een positief effect op voor het wegverkeer bij de Tolbrug, de brug in Bilderdam (alleen voor variant 3+) en de Leimuiderbrug over de Ringvaart. De Tolhuissluis zal in beide varianten 10-15% drukker worden. Dat is ten opzichte van het huidige gebruik geen bezwaar.
Samengevat zijn de adviezen van het kansenonderzoek: • •
• •
Werk variant 3+ (Landschappelijke dijk) verder uit, primair uitgaande van vaste bruggen (zie volgende punt) Onderzoek de mogelijkheden en behoefte van het beweegbaar maken van de Oranje Nassaubrug in Alphen aan den Rijn, om een volwaardig alternatief voor een deel van de staande mastroute te bieden (mocht dit mogelijk zijn, dan moet de Drechtdoorsteek eveneens van beweegbare bruggen voorzien zijn) Investeer in een vervolgfase in het concretiseren van de marktkansen tot een detail-niveau van ‘business-case’ Besteed in een vervolgfase veel aandacht aan het gebiedsprocesom te zorgen voor zoveel mogelijk draagvlak voor (inpassing van noodzakelijke) maatregelen.
Leeswijzer Deze rapportage bevat het verslag van het doorlopen proces en van de resultaten. In hoofdstuk 2 geven wij inzicht in de belangrijkste conclusies van het kansenonderzoek en de aanbevelingen voor het vervolg. De hoofdstukken daarna bevatten de onderbouwing van die conclusies en aanbevelingen. In hoofdstuk 3 beschrijven we de doorlopen fasen en stappen van het onderzoek. Hoofdstuk 4 bevat de resultaten van de gebiedsverkenning, die de basis vormen voor de ontwikkeling van scenario’s en uitgewerkte varianten. In hoofdstuk 5 is in eerste instantie beschreven welke scenario’s voor de Drechtdoorsteek zijn bekeken. Daarbij is een toelichting opgenomen van het spindiagram, dat visueel de waardering op een zestal aspecten weergeeft. Bovendien bevat dit hoofdstuk een toelichting op de doelgroepen op basis van de leefstijlenatlas van de Provincie Noord-Holland. Daarmee is voor elk scenario visueel weergegeven in welke mate het scenario voorzieningen voor die doelgroep bevat. Vervolgens hebben bestuursleden van de kerngemeenten hun voorkeur uitgesproken voor verdere uitwerking van twee varianten. Hoofdstuk 5 wordt afgesloten met de beschrijving van die varianten. Vervolgens gaat hoofdstuk 6 verder in op de mogelijkheden die de Drechtdoorsteek biedt voor extra vaarrondjes en –routes.
Niet alleen de resulterende vaartijden, maar ook de vaarintensiteit (gebruik van de vaarwegen) is voor een aantal plaatsen in beeld gebracht. Hoofdstuk 7 (kosten) en hoofdstuk 8 (baten) bieden aansluitend per variant inzicht in de investeringskosten en de maatschappelijke baten. Hoofdstuk 9 bevat de resultaten van de marktverkenning. Het beschrijft algemene ontwikkelingen en specifieke kansen in de markt. In hoofdstuk 10 is een doorkijk opgenomen naar fasering van vervolgstappen en financiering. Tenslotte bevat hoofdstuk 11 een samenvattende beoordeling van de varianten 3+ en 2+ en de 0+-optie. De bijlagen bevatten detailkaarten, resultaten van uitgevoerde berekeningen voor vaartijden en vaarintensiteit en alle doorgerekende vaarroutes en vaarrondjes.
11
12