1. Bijlage A bij het wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Aalsmeer Bruidsschat bouwen
Tekst van het document
Bijlage A: wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Aalsmeer Bruidsschat bouwen, bestaande uit regels, algemene toelichting, artikelsgewijze toelichting, motivering en bijlagen
Inhoudsopgave Wijzigingsbesluit Regels Begripsbepalingen Toelichting Algemene toelichting omgevingsplan Artikelsgewijze toelichting Motivering
pagina 1 pagina 3 pagina 91 pagina 97 pagina 153 pagina 262
GEMEENTEBLAD
Officiële uitgave van de gemeente Aalsmeer
Wijziging omgevingsplan gemeente Aalsmeer Bruidsschat bouwen De gemeenteraad van de gemeente Aalsmeer; gelezen het voorstel van college van burgemeester en wethouders van xxx 2025;
Concept
gelet op:
a.
b.
c.
d.
e.
f. g. h.
artikel 2.4 van de Omgevingswet, dat bepaalt dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente één omgevingsplan vaststelt, waarin regels over de fysieke leefomgeving worden opgenomen; artikel 16.23, eerste lid en 16.30 Omgevingswet, die bepalen dat: 1. in afwijking van artikel 3:1, eerste lid, aanhef en onder b van de Algemene wet bestuursrecht de artikelen 3:43 tot en met 3:45 en afdeling 3.7 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing zijn op een omgevingsplan; 2. op de voorbereiding van een omgevingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is, met dien verstande dat een ieder een zienswijze bij de gemeenteraad naar voren kan brengen over het ontwerpbesluit; de inspraakreacties en vooroverlegreacties die zijn ingediend naar aanleiding van de terinzagelegging van het concept ontwerp wijziging omgevingsplan gemeente Aalsmeer Bruidsschat bouwen, opgenomen en van een reactie voorzien in de Nota van beantwoording participatie- en vooroverlegreacties op het concept ontwerp wijziging omgevingsplan gemeente Aalsmeer Bruidsschat bouwen (bijlage 1); dat het ontwerp van de wijziging van het omgevingsplan gemeente Aalsmeer Bruidsschat bouwen gedurende de periode van zes weken voor iedereen ter inzage heeft gelegen van 6 juni 2025 tot en met 17 juli 2025 en dat voor iedereen de gelegenheid openstond om tijdens deze periode naar keuze
schriftelijk, digitaal of mondeling zienswijzen in te dienen; de ontvangen zienswijzen tegen het ontwerp wijziging omgevingsplan gemeente Aalsmeer Bruidsschat bouwen en de beantwoording daarvan, zoals opgenomen als bijlage bij de Nota van beantwoording zienswijzen ontwerp wijziging omgevingsplan gemeente Aalsmeer Bruidsschat bouwen (bijlage 2); de wijzigingen die ten opzichte van het ontwerpbesluit zijn aangebracht, zoals opgenomen in de Staat van wijzigingen Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Aalsmeer (bijlage 3); dat de inhoudelijke onderbouwing voor deze wijziging van het omgevingsplan is opgenomen in de Motivering; de handhavingstaken die toenemen in verband met een grotere categorie aan vergunningvrije bouwwerken die achteraf gecontroleerd moeten worden en het beschikbare budget die daarvoor moet worden verhoogd;
Besluit;
Artikel I Wijziging omgevingsplan Het wijzigingsbesluit 'Omgevingsplan gemeente Aalsmeer Bruidsschat bouwen' vast te stellen en het omgevingsplan gemeente Aalsmeer te wijzigen, zoals opgenomen in Bijlage A
Artikel II Citeertitel Dat dit besluit wordt aangehaald als ‘Wijzigingsbesluit omgevingsplan gemeente Aalsmeer Bruidsschat bouwen’.
Artikel III Financiën Dit document bevat verschilmarkering t.o.v. eerdere regelingtekst. Tekst en afbeeldingen die worden toegevoegd zijn onderstreept en groen gemarkeerd, of van een groen kader voorzien. Tekst en afbeeldingen die worden verwijderd zijn doorgestreept en rood gemarkeerd, of van een rood kader voorzien.
1
De extra kosten voor de uitvoering van handhavingstaken voor de jaren 2026 en 2027 van € 48.000 per jaar te dekken vanuit de algemene reserve en de begroting hierop aan te passen.
Aldus vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Aalsmeer, in vergadering op xxxx d.d. De gemeenteraad van de gemeente Aalsmeer De voorzitter mr. G.E. Oude Kotte De secretaris
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
Concept
drs. Sj. Vellenga
2
Tegen het wijzigingsbesluit kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Dat kan gedurende de beroepstermijn. Het beroep dient te worden gericht aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA ’s-Gravenhage. Voor het op andere wijze dan schriftelijk instellen van beroep, wordt verwezen naar de website van de Raad van State. Een belanghebbende kan altijd beroep instellen, ook als hij geen zienswijzen heeft ingediend op het ontwerpwijzigingsbesluit. Een niet-belanghebbende kan ook beroep instellen als hij: - een zienswijze tegen het ontwerp-omgevingsplan heeft ingediend; of - geen zienswijze heeft ingediend en kan aantonen dat hij redelijkerwijs niet in staat is geweest om zienswijzen in te dienen; of - beroep wil instellen tegen wijzigingen die de raad bij de vaststelling van het omgevingsplan ten opzichte van het ontwerp omgevingsplan heeft aangebracht. Het wijzigingsbesluit treedt in werking op de dag waarop 4 weken zijn verstreken sinds de dag waarop de gemeente het besluit bekend heeft gemaakt. Het instellen van beroep heeft geen schorsende werking. Dat betekent dat het wijzigingsbesluit, ook al is er beroep ingesteld, in werking treedt.
Degene die beroep heeft ingesteld kan de Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak verzoeken om met het oog op onverwijlde spoed een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek dient geadresseerd te worden aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, ter attentie van de Voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak, postbus 20019, 2500 EA ’s-Gravenhage. Onder de Omgevingswet heeft een verzoek om voorlopige voorziening géén schorsende werking. Dat betekent dat het indienen van een voorlopige voorziening er niet automatisch voor zorgt dat een omgevingsplan voorlopig niet uitgevoerd kan worden. Dat gebeurt pas als de voorzieningenrechter een verzoek om voorlopige voorziening geheel of gedeeltelijk toewijst.
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
Bijlage A Bijlage bij artikel I A
Concept
Hoofdstuk 1 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 1 ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 1.1 Begripsbepalingen 1.
Begripsbepalingen die, op de dag van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zijn opgenomen in de bijlage bij de Omgevingswet en in bijlage I bij het Besluit activiteiten leefomgeving, bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving, bijlage I bij het Omgevingsbesluit en bijlage I bij de Omgevingsregeling, zijn van toepassing op hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan.
2.
Bijlage II bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van hoofdstuk 22 van dit omgevingsplan. [Vervallen] B Hoofdstuk 2 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 2 [Gereserveerd] [Vervallen] C Hoofdstuk 3 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 3 [Gereserveerd] [Vervallen] D Hoofdstuk 4 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 4 [Gereserveerd] [Vervallen] E Hoofdstuk 5 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 5 [Gereserveerd]
3
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
[Vervallen] F
Concept
Hoofdstuk 6 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 6 [Gereserveerd] [Vervallen] G Hoofdstuk 7 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 7 [Gereserveerd] [Vervallen] H Hoofdstuk 8 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 8 [Gereserveerd] [Vervallen] I Hoofdstuk 9 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 9 [Gereserveerd] [Vervallen] J Hoofdstuk 10 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 10 [Gereserveerd] [Vervallen] K Hoofdstuk 11 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 11 [Gereserveerd]
4
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
[Vervallen] L
Concept
Hoofdstuk 12 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 12 [Gereserveerd] [Vervallen] M Hoofdstuk 13 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 13 [Gereserveerd] [Vervallen] N Hoofdstuk 14 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 14 [Gereserveerd] [Vervallen] O Hoofdstuk 15 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 15 [Gereserveerd] [Vervallen] P Hoofdstuk 16 wordt op de aangegeven wijze gewijzigd:
Hoofdstuk 16 [Gereserveerd] [Vervallen] Q Voor hoofdstuk 17 worden zestien hoofdstukken ingevoegd, luidende:
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
5
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
Concept
Artikel 1.1 Begripsbepalingen 1.
Bijlage II bij dit omgevingsplan bevat begripsbepalingen voor de toepassing van dit omgevingsplan en de daarop berustende bevoegdheden.
2.
Artikel 1.1 van het Omgevingsbesluit, artikel 1.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 1.1 van het Besluit activiteiten leefomgeving en artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, zijn van overeenkomstige toepassing, tenzij in bijlage II bij dit omgevingsplan daarvan is afgeweken, dan wel in de regels een andere begripsbepaling is opgenomen.
3.
Voor zover regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, nog niet zijn komen te vervallen, dan zijn bij de toepassing van die regels de daarvoor relevante begripsbepalingen van toepassing zoals opgenomen in dat tijdelijk deel.
4.
In aanvulling op het eerste en tweede lid zijn daar waar een TAM-IMRO omgevingsplan geldt de begripsbepalingen zoals die zijn opgenomen in dat TAM-IMRO omgevingsplan van toepassing op de regels in dat TAM-IMRO omgevingsplan.
Artikel 1.2 Meet- en rekenbepalingen 1.
Ter plaatse van de aanduiding 'locatie ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' zijn de meet- en rekenbepalingen zoals die zijn opgenomen in het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan van toepassing op de ruimtelijke regels over gebruik in dat ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan.
2.
In aanvulling op het eerste lid zijn daar waar een TAM-IMRO omgevingsplan geldt de meeten rekenbepalingen zoals die zijn opgenomen in dat TAM-IMRO omgevingsplan van toepassing op de regels in dat TAM-IMRO omgevingsplan.
Artikel 1.3 Normadressaat 1.
Aan de regels over activiteiten in dit omgevingsplan wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij elders in dit omgevingsplan anders is bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
2.
Aan de regels wordt eveneens voldaan door degene die tot het verrichten van de activiteit gelegenheid biedt, dan wel door degene die het beheer over een bepaald gebied of bouwwerk voert.
Artikel 1.4 Algemene gegevens bij het verstrekken van gegevens en bescheiden Als gegevens en bescheiden worden verstrekt aan het bevoegd gezag, worden die ondertekend en voorzien van: a. de aanduiding van de activiteit; b. de naam en het adres van degene die de activiteit verricht; c. het adres waarop de activiteit wordt verricht; en d. de dagtekening.
Artikel 1.5 Gegevens bij wijzigen naam, adres of normadressaat 1.
Voordat de naam of het adres, bedoeld in artikel 1.4, wijzigen, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
2.
Ten minste vier weken voordat de activiteit door een ander zal gaan worden verricht, worden de daardoor gewijzigde gegevens verstrekt aan het bevoegd gezag.
Artikel 1.6 Gegevens en bescheiden op verzoek van het bevoegd gezag 1.
6
Op verzoek van het bevoegd gezag worden de gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn om te bezien of de algemene regels uit dit omgevingsplan en maatwerkvoorschriften op grond van dit omgevingsplan voor de activiteit toereikend zijn.
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
Concept
2.
Op verzoek van het bevoegd gezag worden, in aanvulling op de aanvraagvereisten in dit omgevingsplan, de gegevens en bescheiden verstrekt die nodig zijn om te bezien of de activiteit voldoet aan de beoordelingsregels uit dit omgevingsplan.
3.
Gegevens en bescheiden worden verstrekt voor zover degene die de activiteit verricht er redelijkerwijs de beschikking over kan krijgen.
Artikel 1.7 Geografisch werkingsgebied van de regels 1.
De regels in dit omgevingsplan gelden binnen het gehele grondgebied van de gemeente Aalsmeer, tenzij in de regels is bepaald of uit de regels volgt dat het geografisch werkingsgebied beperkt is.
2.
Bijlage I bij dit omgevingsplan bevat een overzicht van informatieobjecten.
Artikel 1.8 Anti dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van het gebruik dan wel een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere (bouw)plannen buiten beschouwing.
Hoofdstuk 2 Doelen Artikel 2.1 Doelen omgevingsplan Dit omgevingsplan is, met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet, gericht op: meeste staan al in voorgaande procedures a. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; b. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; c. het waarborgen van de veiligheid; d. het beschermen van de gezondheid; e. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; f. het tegengaan van klimaatverandering; g. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; h. het waarborgen van een goede kwaliteit van bouwwerken; i. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; j. het beheren van infrastructuur; k. het gebruiken van bouwwerken; l. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen; m. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; n. het waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat; o. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; p. het kunnen overschakelen van fossiele energie naar hernieuwbare energie; q. het bereikbaar en toegankelijk maken van gebieden; r. het beschermen en waar mogelijk vergroten van de openheid van het landschap; s.
het tegengaan van verrommeling van erven en terreinen en behoud van beeldkwaliteit van bebouwing; t. het behouden en herstellen van waardevolle bouwwerken en landschappelijke elementen; u. het realiseren van een hoge architectonische kwaliteit van het openbaar gebied en van bebouwing.
Hoofdstuk 3 Omgevingswaarden en programma's Afdeling 3.1 Omgevingswaarden Paragraaf 3.1.1 Verplichte omgevingswaarden [Gereserveerd]
Paragraaf 3.1.2 Facultatieve omgevingswaarden
7
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
[Gereserveerd]
Afdeling 3.2 Programma's met programmatische aanpak
Concept
[Gereserveerd]
Hoofdstuk 4 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving Afdeling 4.1 Thema's Paragraaf 4.1.1 Bouwwerken en andere werken Artikel 4.1 Toepassingsbereik Deze paragraaf is van toepassing op activiteiten met betrekking tot bouwwerken en andere werken.
Artikel 4.2 Doelen bouwwerken en andere werken Voor activiteiten met betrekking tot bouwwerken en andere werken gelden de volgende doelen, bedoeld in artikel 2.1: a. het beschermen van een goed woon- en leefklimaat; b. het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; c. het beschermen van cultuurhistorische waarden; d. het beschermen van de gezondheid; e. het doelmatig gebruiken van energie en grondstoffen; f. het bevorderen van een duurzame ontwikkeling; g. het aanpassen van de fysieke ruimte aan de gevolgen van klimaatverandering, waaronder wateroverlast en hittestress; en h. het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken.
Artikel 4.3 Hoofdgebouw bouwen Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een hoofdgebouw binnen het ambtsgebied voldaan aan: a. paragraaf 6.2.1 - bouwen - algemeen; b. paragraaf 6.2.2 - bouwen van hoofdgebouwen; en c. paragraaf 6.2.6 - ondergronds bouwen.
Artikel 4.4 Woonschepen bouwen Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een woonschip binnen het ambtsgebied voldaan aan: a. paragraaf 6.2.1 - bouwen - algemeen; b. paragraaf 6.2.3 - woonschepen bouwen; en c. artikel 6.105 - vergunningplicht en verbod bijbehorende bouwwerken.
Artikel 4.5 Woonarken bouwen Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een woonark binnen het ambtsgebied voldaan aan: a. paragraaf 6.2.1 - bouwen - algemeen; b. paragraaf 6.2.4 - woonarken bouwen; en c. artikel 6.105 - vergunningplicht en verbod bijbehorende bouwwerken.
Artikel 4.6 Woonwagen bouwen Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een woonwagen voldaan aan: a. paragraaf 6.2.1 - bouwen - algemeen; b. paragraaf 6.2.5 - woonwagen bouwen; en c. artikel 6.105 - vergunningplicht en verbod bijbehorende bouwwerken.
8
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
Concept
Artikel 4.7 Bedrijfswoningen bouwen Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een bedrijfswoning voldaan aan: a. paragraaf 6.2.1 - bouwen - algemeen; b. paragraaf 6.2.7 - bedrijfswoning bouwen; en c. paragraaf 6.2.6 - ondergronds bouwen.
Artikel 4.8 Bijbehorende bouwwerken bouwen 1.
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een bijbehorend bouwwerk binnen het ambtsgebied voldaan aan: a. paragraaf 6.2.1 - bouwen - algemeen; b. paragraaf 6.2.8 - bijbehorend bouwwerk bouwen; c. paragraaf 6.2.6 - ondergronds bouwen; en d. paragraaf 8.1.6 - externe veiligheid.
2.
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een bijbehorend bouwwerk ten behoeve van mantelzorg binnen het ambtsgebied voldaan aan: a. paragraaf 6.2.1 - bouwen - algemeen; b. paragraaf 6.2.9 - bouwen van een bijbehorend bouwwerk ten behoeve van mantelzorg; c. paragraaf 6.2.6 - ondergronds bouwen; en d. paragraaf 8.1.6 - externe veiligheid.
Artikel 4.9 Ander gebouw bouwen Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een ander gebouw, niet zijnde een hoofdgebouw of bijbehorend bouwwerk voldaan aan: a. paragraaf 6.2.1 - bouwen - algemeen; b. paragraaf 6.2.10 - andere gebouwen bouwen; en c. paragraaf 6.2.6 - ondergronds bouwen.
Artikel 4.10 Bouwwerken, geen gebouw zijnde bouwen Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde binnen het ambtsgebied voldaan aan: a. paragraaf 6.2.1 - bouwen - algemeen; en b. paragraaf 6.2.12 - bouwwerk, geen gebouw zijnde bouwen.
Artikel 4.11 Bouwwerken veranderen Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het veranderen van een bouwwerk binnen het ambtsgebied voldaan aan: a. paragraaf 6.2.1 - bouwen - algemeen; en b. paragraaf 6.2.11 - bouwwerk veranderen.
Artikel 4.12 Slopen van bouwwerken [Gereserveerd]
Artikel 4.13 Erven en terreinen gebruiken Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.2, wordt bij het gebruiken van open erven en terreinen voldaan aan afdeling 6.5 - activiteiten op open erven en terreinen.
Paragraaf 4.1.2 Woonruimte Artikel 4.14 Toepassingsbereik Deze paragraaf gaat over activiteiten met betrekking tot woonruimte.
Artikel 4.15 Doelen Voor activiteiten met betrekking tot woonruimte gelden de volgende doelen, bedoeld in artikel 2.1:
9
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
a.
het beschermen van een goed woon- en leefklimaat.
Artikel 4.16 Woonruimte gebruiken
Concept
Met het oog op de doelen, bedoeld in artikel 4.15, wordt bij het gebruiken van woonruimte voldaan aan de regels in afdeling 6.6 - woonruimte gebruiken.
Paragraaf 4.1.3 Infrastructuur en voor publiek toegankelijke ruimte [Gereserveerd]
Paragraaf 4.1.4 Milieu [Gereserveerd]
Paragraaf 4.1.5 Duurzaamheid en klimaatadaptatie [Gereserveerd]
Paragraaf 4.1.6 Natuur [Gereserveerd]
Paragraaf 4.1.7 Cultureel erfgoed [Gereserveerd]
Afdeling 4.2 Gebiedstypen Paragraaf 4.2.1 Algemeen [Gereserveerd]
Paragraaf 4.2.2 Woongebied [Gereserveerd]
Paragraaf 4.2.3 Gemengd gebied [Gereserveerd]
Paragraaf 4.2.4 Bedrijventerrein [Gereserveerd]
Paragraaf 4.2.5 Centrumgebied stedelijk [Gereserveerd]
Paragraaf 4.2.6 Centrumgebied dorps [Gereserveerd]
Paragraaf 4.2.7 Buitengebied [Gereserveerd]
Paragraaf 4.2.8 Natuur en recreatie [Gereserveerd]
Paragraaf 4.2.9 Zorg en maatschappelijk gebied [Gereserveerd]
10
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
Paragraaf 4.2.10 Ontwikkelgebied [Gereserveerd]
Concept
Paragraaf 4.2.11 Hoofdinfrastructuur [Gereserveerd]
Hoofdstuk 5 Activiteiten en functies met gebruiksruimte Afdeling 5.1 Algemene bepalingen Artikel 5.1 Toepassingsbereik Met uitzondering van deze afdeling is een afdeling, paragraaf of subparagraaf in dit hoofdstuk alleen van toepassing voor zover dat in hoofdstuk 4 is bepaald.
Artikel 5.2 Specifieke zorgplicht 1.
Degene die een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben hebben voor de oogmerken, met het oog waarop de regels in dit hoofdstuk zijn gesteld, is verplicht: a. alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.
2.
De specifieke zorgplicht, bedoeld in het eerste lid houdt voor het gebruik van bouwwerken in dat: a. degene die een bouwwerk gebruikt en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dit gebruik tot gevaar voor de gezondheid of veiligheid kan leiden, verplicht is alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om dat gevaar te voorkomen of niet te laten voortduren; b. degene die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zijn handelen of nalaten in, op of aan een bouwwerk overlast of hinder veroorzaakt of kan veroorzaken voor de omgeving, verplicht is alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die overlast of hinder te voorkomen of niet te laten voortduren. Het gaat daarbij in elk geval om overlast of hinder door: 1. het op hinderlijke wijze verspreiden van rook, roet, walm, stof, stank, vocht of irriterend materiaal; 2. het veroorzaken van overlast door geluid, trilling, dieren of verontreiniging; en 3. het nalaten van het normale onderhoud waardoor het bouwwerk zich niet in een zindelijke staat bevindt.
3.
Het tweede lid aanhef en onder a, is niet van toepassing op het gebruik van bouwwerken, bedoeld in afdeling 6.2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving.
Artikel 5.3 Maatwerkvoorschriften
11
1.
Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld, of een vergunningvoorschrift als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet kan aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk worden verbonden, over de regels over activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald.
2.
Met een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de regels over activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald of hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zich daar tegen verzet.
3.
Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk kan worden verbonden.
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
Concept
4.
Het eerste en tweede lid gelden niet voor zover het stellen van maatwerkvoorschriften is uitgesloten in het Besluit activiteiten leefomgeving.
5.
Bij het stellen van een maatwerkvoorschrift over de regels in dit hoofdstuk worden de oogmerken, met het oog waarop de regels in de betreffende titel, afdeling, paragraaf of subparagraaf zijn gesteld, in acht genomen.
Artikel 5.4 Bouwvalligheid nabijgelegen bouwwerk Met het oog op het waarborgen van de veiligheid wordt een bouwwerk niet gebruikt als door of namens het bevoegd gezag is medegedeeld dat het gebruik in verband met bouwvalligheid van een in de nabijheid gelegen bouwwerk gevaarlijk is.
Artikel 5.5 Verbod zonder benodigde omgevingsvergunning Voor zover een omgevingsvergunning als bedoeld in afdeling 6.2 is vereist, is het verboden het te bouwen bouwwerk in gebruik te nemen zonder de daarvoor benodigde omgevingsvergunning.
Artikel 5.6 Beoordelingsregels omgevingsvergunning ingebruiknemen van een bouwwerk De omgevingsvergunning voor het in gebruik nemen van een bouwwerk als bedoeld in artikel 5.5 wordt alleen verleend als de activiteit niet in strijd is met de in dit omgevingsplan gestelde regels over het bouwen, in stand houden en gebruiken van bouwwerken, met uitzondering van afdeling 6.6.
Hoofdstuk 6 Thematische activiteiten Afdeling 6.1 Algemene bepalingen Artikel 6.1 Toepassingsbereik Met uitzondering van deze afdeling is een afdeling, paragraaf of subparagraaf in dit hoofdstuk alleen van toepassing voor zover dat in hoofdstuk 4 is bepaald.
Artikel 6.2 Normadressaat Aan de regels in dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die de activiteit verricht. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.
Artikel 6.3 Specifieke zorgplicht Degene die een activiteit verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de oogmerken, met het oog waarop de regels in dit hoofdstuk zijn gesteld, is verplicht: a. alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; b. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.
Artikel 6.4 Maatwerkvoorschriften
12
1.
Een maatwerkvoorschrift kan worden gesteld, of een vergunningvoorschrift als bedoeld in artikel 4.5 van de Omgevingswet kan aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk worden verbonden, over de regels over activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald.
2.
Met een maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift kan worden afgeweken van de regels over activiteiten in dit hoofdstuk, tenzij anders is bepaald of hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving zich daar tegen verzet.
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
Concept
3.
Een maatwerkvoorschrift wordt niet gesteld als over dat onderwerp een voorschrift aan een omgevingsvergunning als bedoeld in dit hoofdstuk kan worden verbonden.
4.
Het eerste en tweede lid gelden niet voor zover het stellen van maatwerkvoorschriften is uitgesloten in het Besluit activiteiten leefomgeving.
5.
Bij het stellen van een maatwerkvoorschrift over de regels in dit hoofdstuk worden de oogmerken, met het oog waarop de regels in de betreffende titel, afdeling, paragraaf of subparagraaf zijn gesteld, in acht genomen.
Artikel 6.5 Gegevens op verzoek [Gereserveerd]
Artikel 6.6 Informeren over een ongewoon voorval [Gereserveerd]
Artikel 6.7 Algemeen toepassingsbereik milieubelastende activiteit [Gereserveerd]
Artikel 6.8 Voorrangsbepaling milieubelastende activiteit [Gereserveerd]
Afdeling 6.2 Bouwen van een bouwwerk Paragraaf 6.2.1 Algemeen Artikel 6.9 Toepassingsbereik 1.
Deze afdeling is van toepassing op: a. het bouwen van hoofdgebouwen; b. het bouwen van woonschepen; c. het bouwen van woonarken; d. het bouwen van woonwagens; e. het bouwen van bedrijfswoningen; f. het bouwen van bijbehorende bouwwerken; g. het bouwen van bijbehorende bouwwerken ten behoeve van mantelzorg; h. het bouwen van andere gebouwen; i. het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde; j. ondergronds bouwen; en k. het veranderen van bouwwerken.
2.
Deze afdeling is niet van toepassing op het bouwen van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is.
Artikel 6.10 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen, behoud, herstel en ontwikkelen van stedenbouwkundige waarden; b. het beschermen, behoud, herstel en ontwikkelen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; c. het beschermen, behoud, herstel en ontwikkelen van het woon- en leefklimaat; en d. het beschermen van de gezondheid.
Artikel 6.11 Voorrangsbepaling 1.
13
De regels in deze afdeling zijn niet van toepassing voor zover die regels in strijd zijn met regels in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet.
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
Concept
2.
De regels in deze afdeling zijn niet van toepassing voor locaties waar een TAM-IMRO omgevingsplan is vastgesteld en in werking is getreden, en tevens het tijdelijke deel van het omgevingsplan niet meer geldt, met uitzondering van: a. de regels over het uiterlijk van een bouwwerk; b. de beoordelingsregels voor bodemgevoelige gebouwen; c. de regels in de artikelen 6.13 tot en met 6.26; d. de bouwwerken waarvoor in de paragrafen 6.2.8 t/m 6.2.12 van dit omgevingsplan is bepaald dat voor het bouwen van een bouwwerk geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is vereist, tenzij in een TAM-IMRO omgevingsplan is opgenomen dat het bouwwerk niet is toegestaan of anders is bepaald; e. onverminderd het bepaalde onder d, de regels over de aanwijzing van vergunningplichtige gevallen; f. het geval dat in een TAM-IMRO omgevingsplan is bepaald dat regels van deze afdeling wel gelden, uitgezonderd de regels als bedoeld onder a, b en c; g. de regels in artikel 6.12, eerste en derde lid.
3.
Het eerste lid is niet van toepassing voor zover in de paragrafen 6.2.8 t/m 6.2.12 van dit omgevingsplan is bepaald dat voor het bouwen van een bouwwerk geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit is benodigd.
Artikel 6.12 Vangnetbepaling regels bouwwerken 1.
Het is verboden een bouwwerk te bouwen, in stand te houden en te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de in dit hoofdstuk opgenomen regels over bouwwerken.
2.
Ter plaatse van de 'locatie ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' geldt in afwijking van het eerste lid dat het verboden is een bouwwerk te bouwen, in stand te houden en te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met in het ter plaatse geldende ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan opgenomen regels over bouwwerken en het gebruik daarvan, met uitzondering van het bepaalde in artikel 6.11, derde lid.
3.
In aanvulling op het eerste lid is daar waar een TAM-IMRO omgevingsplan is vastgesteld en in werking is getreden, het verboden een bouwwerk te bouwen, in stand te houden en te gebruiken op een wijze die niet in overeenstemming is met de daarin opgenomen regels over bouwwerken en het gebruik daarvan, met uitzondering van het bepaalde in artikel 6.11, tweede lid onder d.
Artikel 6.13 Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht, bedoeld in artikel 6.3 houdt voor de activiteiten, bedoeld in artikel 6.9, in ieder geval in dat: a. beschadiging van bestaande werken zo veel mogelijk wordt voorkomen; b. belemmering van het gebruik van bestaande werken zo veel mogelijk wordt voorkomen of beperkt; en c. bij werkzaamheden die kunnen leiden tot beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen werken en van andere roerende of onroerende zaken op een aangrenzend perceel of op een aan het bouwterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen, alle maatregelen worden getroffen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om die beschadiging of belemmering te voorkomen of niet te laten voortduren.
Artikel 6.14 Uitzetten rooilijnen, bebouwingsgrenzen en peil Met het bouwen van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit of een omgevingsplanactiviteit is verleend, wordt, onverminderd de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften, niet begonnen voordat voor zover nodig: a. de rooilijnen of bebouwingsgrenzen op het bouwterrein zijn uitgezet; en b. het peil is uitgezet.
Artikel 6.15 Meetbepalingen 1.
14
Voor de toepassing van deze afdeling worden de waarden die in m of m2 zijn uitgedrukt op de volgende wijze gemeten: a. afstanden loodrecht; b. hoogten vanaf het peil; en
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
c.
Concept
2.
15
maten buitenwerks, waarbij uitstekende delen van ondergeschikte aard tot ten hoogste 0,5 m buiten beschouwing blijven.
Voor de toepassing van het eerste lid, aanhef en onder b, wordt een bouwwerk, voor zover dit zich bevindt op een erf- of perceelgrens, gemeten aan de kant waar het aansluitend afgewerkt terrein het hoogst is.
Artikel 6.16 Algemene afbakeningseisen 1.
Het zonder omgevingsvergunning bouwen of veranderen van een bouwwerk dat is toegestaan op grond van de algemene regels, bedoeld in deze afdeling, is niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht in, aan op of bij een bouwwerk dat is gebouwd of in stand wordt gehouden of wordt gebruikt zonder daarvoor vereiste omgevingsvergunning.
2.
Bij de toepassing van de paragrafen 6.2.8 tot en met 6.2.9 blijft het aantal woningen gelijk, tenzij het om een bijbehorend bouwwerk of een uitbreiding daarvan in het achtererfgebied of een bestaand bouwwerk, gaat om huisvesting in verband met mantelzorg.
Artikel 6.17 Aansluiting op distributienet voor elektriciteit 1.
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van elektriciteit in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor elektriciteit als de aansluitafstand niet groter is dan 100 meter of groter is dan 100 meter en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 100 meter.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.
Artikel 6.18 Aansluiting op distributienet voor gas 1.
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van gas in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor gas als: a. artikel 10, zesde lid, onder a of b, van de Gaswet op de aansluiting van toepassing is; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 meter of groter is dan 40 meter en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 meter.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.
Artikel 6.19 Aansluiting op distributienet voor warmte 1.
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid en de energiezuinigheid en de bescherming van het milieu is een te bouwen bouwwerk met een of meer verblijfsgebieden aangesloten op het in het warmteplan bedoelde distributienet voor warmte als: a. het in het warmteplan geplande aantal aansluitingen op het distributienet op het moment van de indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit met betrekking tot een bouwwerk nog niet is bereikt; en b. de aansluitafstand niet groter is dan 40 meter of groter is dan 40 meter en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 meter.
2.
Een gelijkwaardige maatregel voor een aansluiting op het distributienet voor warmte heeft ten minste dezelfde mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu als wordt bereikt met de in het warmteplan voor die aansluiting opgenomen mate van energiezuinigheid en bescherming van het milieu.
3.
Onverminderd het vierde lid, zijn het eerste en tweede lid niet van toepassing op het bouwen van een woonfunctie voor particulier eigendom of een drijvend bouwwerk.
4.
Als voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet op grond van artikel 9.2, tiende lid, van het Bouwbesluit 2012 voor een gebied een aansluitplicht op het distributienet voor warmte geldt, blijft die aansluitplicht voor dat gebied van toepassing.
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
Artikel 6.20 Aansluiting op distributienet voor drinkwater
Concept
Met het oog op het beschermen van de gezondheid is een voorziening voor het afnemen en gebruiken van drinkwater in een bouwwerk aangesloten op het distributienet voor drinkwater als de aansluitafstand niet groter is dan 40 meter of groter is dan 40 meter en de aansluitkosten niet hoger zijn dan bij een aansluitafstand van 40 meter.
Artikel 6.21 Aansluiting van afvoer huishoudelijk afvalwater en hemelwater 1.
Met het oog op het beschermen van de gezondheid ligt een ondergrondse doorvoer van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater door een uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk zoveel mogelijk haaks op de scheidingsconstructie.
2.
De gebouwaansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater op de op het eigen erf of terrein gelegen riolering of een andere voorziening voor afvoer van afvalwater is zodanig dat bij zetting de dichtheid van de aansluiting en de afvoer gehandhaafd blijft.
3.
Een terreinleiding waardoor huishoudelijk afvalwater wordt geleid: a. heeft geen vernauwing in de stroomrichting; b. heeft een vloeiend beloop; c. is waterdicht; d. heeft een voldoende inwendige middellijn; en e. bevat geen beer- of rottingput.
4.
Bij maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 6.4 kan in ieder geval worden bepaald: a. als voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater een openbaar vuilwaterriool of een ander passend systeem als bedoeld in artikel 2.16, derde lid, van de Omgevingswet aanwezig is waarop kan worden aangesloten: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater op dat riool of systeem noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; b. als voor de afvoer van hemelwater een openbaar hemelwaterstelsel of een openbaar vuilwaterriool aanwezig is waarop kan worden aangesloten, en hemelwater op dat stelsel of riool mag worden gebracht: op welke plaats, op welke hoogte en met welke inwendige middellijn de voor aansluiting van een voorziening voor de afvoer van hemelwater op dat stelsel of riool noodzakelijke perceelaansluitleiding bij de gevel van het bouwwerk of de grens van het erf of terrein wordt aangelegd; en c. of, en zo ja welke voorzieningen in de afvoervoorziening of de op het erf of terrein gelegen riolering moeten worden aangebracht om het functioneren van de afvoervoorzieningen, naburige aansluitingen en de openbare voorzieningen voor de inzameling en het transport van afvalwater te waarborgen
Artikel 6.22 Bluswatervoorziening 1.
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid heeft een bouwwerk een toereikende bluswatervoorziening, tenzij de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk dat niet vereist.
2.
De afstand tussen de bluswatervoorziening en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 meter.
3.
De bluswatervoorziening is onbeperkt toegankelijk voor bluswerkzaamheden.
Artikel 6.23 Bereikbaarheid bouwwerk voor hulpverleningsdiensten
16
1.
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid ligt tussen de openbare weg en ten minste een toegang van een gebouw of ander bouwwerk voor het verblijven van personen een verbindingsweg die geschikt is voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing: a. op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090;
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
b. c.
Concept
d. e.
op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; als de toegang van het bouwwerk op ten hoogste 10 meter van een openbare weg ligt; of als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen verbindingsweg vereist.
3.
Tenzij elders in dit omgevingsplan of een gemeentelijke verordening anders bepaald, heeft een verbindingsweg: a. een breedte van ten minste 4,5 meter; b. een verharding over een breedte van ten minste 3,25 meter die geschikt is voor motorvoertuigen met een massa van ten minste 14.600 kilogram; c. een vrijgehouden hoogte boven de kruin van de weg van ten minste 4,2 meter; en d. een doeltreffende afwatering.
4.
Een verbindingsweg is over de voorgeschreven hoogte en breedte, bedoeld in het derde lid, vrijgehouden voor voertuigen van de brandweer en andere hulpverleningsdiensten.
5.
Hekwerken die een verbindingsweg afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.
Artikel 6.24 Opstelplaatsen voor brandweervoertuigen 1.
Met het oog op het waarborgen van de veiligheid zijn bij een bouwwerk voor het verblijven van personen zodanige opstelplaatsen voor brandweervoertuigen dat een doeltreffende verbinding tussen die voertuigen en de bluswatervoorziening kan worden gelegd.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing: a. op een gebruiksfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 1.000 m2 en een vuurbelasting van ten hoogste 500 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; b. op een bouwwerk met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2; c. op een lichte industriefunctie alleen voor het bedrijfsmatig telen, kweken of opslaan van gewassen of daarmee vergelijkbare producten, met een permanente vuurbelasting van ten hoogste 150 MJ/m2, bepaald volgens NEN 6090; of d. als de aard, de ligging of het gebruik van het bouwwerk geen opstelplaatsen vereist.
3.
De afstand tussen een opstelplaats en een brandweeringang als bedoeld in artikel 3.129 of 4.226 van het Besluit bouwwerken leefomgeving of, als deze niet aanwezig is, een toegang van het bouwwerk is ten hoogste 40 meter.
4.
Een opstelplaats voor brandweervoertuigen is over de hoogte en breedte, bedoeld in artikel 6.23, derde lid, vrijgehouden voor brandweervoertuigen.
5.
Hekwerken die een opstelplaats afsluiten, kunnen door hulpdiensten snel en gemakkelijk worden geopend of worden ontsloten met een systeem dat in overleg met het bevoegd gezag is bepaald.
Artikel 6.25 Inperkingen vanwege cultureel erfgoed 1.
17
Dit artikel is van toepassing op: a. het bouwen van een bijbehorend bouwwerk of uitbreiding daarvan in het achtererfgebied als bedoeld in artikel 6.110; b. het bouwen van een recreatief nachtverblijf als bedoeld in artikel 6.154; c. het bouwen van een dakkapel in het voordakvlak of naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak als bedoeld in artikel 6.125; d. het bouwen van een berging of overkapping in het voorerfgebied als bedoeld in artikel 6.113; e. het bouwen van een erker als bedoeld in de artikelen 6.116 en 6.117; f. het bouwen van een entreeportaal als bedoeld in artikel 6.121; g. het bouwen van een dakkaper als bedoeld in artikel 6.128; h. het bouwen van een dakterras als bedoeld in artikel 6.139;
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
Concept
i. j. k.
het bouwen van penanten en toegangspoorten als bedoeld in artikel 6.172; het bouwen van een sport- of speeltoestel als bedoeld in paragraaf 6.185; het bouwen van een zwembad, bubbelbad of soortgelijke voorziening als bedoeld in artikel 6.177; l. het bouwen van een erf- op perceelafscheiding, als bedoeld in artikel 6.169; m. het bouwen van een bouwwerk geen gebouw zijnde, in achtererfgebied voor agrarische bedrijfsvoering, voor zover het gaat om een silo of een ander bouwwerk niet hoger dan 2 meter, als bedoeld in artikel 6.191; n. het bouwen van een buisleiding anders dan een buisleiding waarop artikel 2.29, onder p, aanhef en onder 4°, van het Besluit bouwwerken leefomgeving van toepassing is; of o. het veranderen van een bouwwerk zoals bedoeld in artikel 6.157. 2.
Als activiteiten, bedoeld in het eerste lid, worden verricht in, aan of op een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument zijn de regels over de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, niet van toepassing.
3.
De in het tweede lid opgenomen inperking geldt niet voor gewoon onderhoud in, aan of op een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument, voor zover detaillering, profilering en vormgeving van het bouwwerk niet worden gewijzigd.
4.
Als activiteiten, bedoeld in het eerste lid, worden verricht bij een gemeentelijk monument, voorbeschermd gemeentelijk monument, provinciaal monument, voorbeschermd provinciaal monument, rijksmonument of voorbeschermd rijksmonument zijn alleen de regels over de activiteiten, bedoeld in het eerste lid, onder k tot en met p, van toepassing.
5.
Op een activiteit die wordt verricht op een locatie waaraan in dit omgevingsplan de aanduidinggemeentelijk of rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht is gegeven, is het eerste lid alleen van toepassing voor zover het gaat om: a. inpandige wijzigingen; b. een wijziging van een achtergevel of achterdakvlak, als die gevel of dat dakvlak niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; c. een bouwwerk op een gebouwerf aan de achterkant van een hoofdgebouw, als dat gebouwerf niet ook deel uitmaakt van het gebouwerf aan de zijkant van dat gebouw en niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; of d. een bouwwerk op een locatie die onderdeel is van openbaar toegankelijk gebied.
6.
De regels over activiteiten, bedoeld in het eerste lid zijn ook niet van toepassing als in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, voor de locatie waarop de bouwactiviteit wordt verricht, regels zijn gesteld als bedoeld in artikel 15.1 over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit, tenzij: a. het bouwwerk waarop de activiteit betrekking heeft een oppervlakte heeft van minder dan 50 m2; of b. het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, een verbod bevat om grondwerkzaamheden die nodig zijn voor het verrichten van de bouwactiviteit zonder omgevingsvergunning te verrichten waarop regels als bedoeld in artikel 15.1 over het verrichten van archeologisch onderzoek in het kader van een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of een werkzaamheid, van toepassing zijn.
Artikel 6.26 Inperkingen vanwege externe veiligheid De regels over het vergunningvrij bouwen, in standhouden, gebruiken van bijbehorende bouwwerken, bedoeld in de artikelen 6.110, 6.116 en 6.117 en het gebruiken van een bestaand bouwwerk voor mantelzorg, bedoeld in artikel 6.143 zijn niet van toepassing op een activiteit die wordt verricht: a. op een locatie in een in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, opgenomen veiligheidszone, getypeerd als A-zone of B-zone, rondom een munitieopslag of een locatie voor activiteiten met ontplofbare stoffen; b. op een locatie waarop de activiteit op grond van het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, niet is toegestaan vanwege het overschrijden van het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar als gevolg van de aanwezigheid van een locatie voor een vergunningplichtige milieubelastende activiteit, transportroute of buisleiding
18
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
Concept
c.
of vanwege de ligging in een belemmeringenstrook voor het onderhoud van een buisleiding; of op een locatie binnen een afstand als bedoeld in: 1. artikel 4.421, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, van dat artikel van toepassing is; 2. artikel 4.472c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 3. artikel 4.484, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 4. artikel 4.524, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is; 5. artikel 4.532, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 6. artikel 4.542, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 7. artikel 4.866, eerste of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het derde lid van dat artikel van toepassing is; 8. artikel 4.899, eerste lid, onder b, of derde lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 9.
artikel 4.905, eerste lid, onder b, of tweede lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is; 10. artikel 4.914, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 11. artikel 4.962, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is; 12. artikel 4.963, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van laatstbedoeld artikel van toepassing is. 13. artikel 4.1008, eerste lid, onder b, of tweede lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, het tweede lid, aanhef en onder b, of het derde lid van dat artikel van toepassing is; of 14. artikel 4.1101, eerste lid, onder b, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het eerste lid, aanhef en onder b, of het tweede lid van dat artikel van toepassing is.
Paragraaf 6.2.2 Hoofdgebouwen bouwen Artikel 6.27 Toepassingsbereik 1.
Deze paragraaf is van toepassing op het bouwen van een hoofdgebouw.
2.
Deze paragraaf is niet van toepassing op: a. het bouwen van een woonschip. Hierop is paragraaf 6.2.3 van toepassing; b. het bouwen van een woonark. Hierop is paragraaf 6.2.4 van toepassing; c. het bouwen van een woonwagen. Hierop is paragraaf 6.2.5 van toepassing; d. het bouwen van een hoofdgebouw, voor zover er sprake is van ondergronds bouwen. Hierop is paragraaf 6.2.6 van toepassing; e. het bouwen van een bedrijfswoning. Hierop is paragraaf 6.2.7 van toepassing; f. het bouwen van een bijbehorend bouwwerk. Hierop is paragraaf 6.2.8 van toepassing; g. het bouwen van een bijbehorend bouwwerk ten behoeve van mantelzorg. Hierop is paragraaf 6.2.9 van toepassing; h. het bouwen van een ander gebouw, niet zijnde een hoofdgebouw. Hierop is paragraaf 6.2.10 van toepassing; i. het veranderen van een hoofdgebouw, waarbij het volume niet toeneemt. Hierop is paragraaf 6.2.11 van toepassing; en j. het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde. Hierop is paragraaf 6.2.12 van toepassing.
Artikel 6.28 Oogmerken De regels in deze paragraaf zijn gesteld met het oog op: a. het regelen van de ruimtelijke hoofdvolumes; b. het bewaken van de eenheid van het stedenbouwkundig ensemble;
19
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
c. d. e. f. g.
het beschermen van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; het beschermen van cultuurhistorische waarden; het beschermen van het woon- en leefklimaat; het beschermen van de architectonische kwaliteit van bouwwerken; en het beschermen van de gezondheid.
Concept
Artikel 6.29 Aanwijzen vergunningplichtige gevallen bouwen hoofdgebouw Het is verboden zonder omgevingsvergunning of in afwijking van een omgevingsvergunning een hoofdgebouw te bouwen of te veranderen.
Artikel 6.30 Aanvraagvereisten omgevingsvergunning bouwen hoofdgebouw Bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een hoofdgebouw worden in ieder geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een opgave van de bouwkosten; b. het beoogde en het huidige gebruik van het bouwwerk en de bijbehorende gronden waarop de aanvraag betrekking heeft; c. een opgave van de bruto inhoud in m3 en de bruto vloeroppervlakte in m2 van het deel van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft; d. een situatietekening van de bestaande toestand en een situatietekening van de nieuwe toestand met daarop: 1. de afmetingen van het perceel en bebouwd oppervlak; 2. de situering van het bouwwerk ten opzichte van de perceelsgrenzen en de wegzijde; 3. de wijze waarop de locatie wordt ontsloten; 4. de aangrenzende locaties en de daarop voorkomende bebouwing; en 5. het beoogd gebruik van de gronden behorende bij het voorgenomen bouwwerk; e. de hoogte van het hoofdgebouw ten opzichte van het peil en het aantal bouwlagen; f. de inrichting van parkeervoorzieningen op het eigen terrein; g. gegevens en bescheiden die samenhangen met een uit te brengen advies van de Agrarische Adviescommissie in geval van een aanvraag voor een bouwactiviteit op een locatie waaraan een agrarische functie is toegedeeld; h.
voor zover dat in het tijdelijke deel van dit omgevingsplan, bedoeld in artikel 22.1, onder a, van de Omgevingswet, is bepaald: een rapport waarin de archeologische waarde van de locatie in voldoende mate is vastgesteld; i. de volgende gegevens en bescheiden voor de toetsing aan de regels over redelijke eisen van welstand, beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: 1. tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van belendende bebouwing, waaruit blijkt hoe het geplande bouwwerk in de directe omgeving past; 2. principedetails van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk; 3. kleurenfoto's van de bestaande situatie en de omliggende bebouwing; en 4. een opgave van de toe te passen bouwmaterialen in de uitwendige scheidingsconstructie en de kleur daarvan, waaronder in ieder geval het materiaal en de kleur van de gevels, het voegwerk, kozijnen, ramen en deuren, balkonhekken, dakgoten, boeidelen en de dakbedekking; j. overige gegevens en bescheiden die samenhangen met een eventueel benodigde toetsing aan dit omgevingsplan.
Artikel 6.31 Aanvraagvereisten in verband met beoordeling bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie 1.
20
Als de aanvraag om een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit bouwwerken betrekking heeft op een bodemgevoelig gebouw op een bodemgevoelige locatie worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de resultaten van onderzoeken, bedoeld in paragraaf 5.2.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving; b. als de waarde toelaatbare kwaliteit, bedoeld in artikel 6.36, derde tot en met vijfde lid, wordt overschreden: gegevens en bescheiden die aannemelijk maken dat een sanerende maatregel wordt getroffen; en c. als sprake is van overschrijding van de signaleringsparameter beoordeling grondwatersanering, bedoeld in bijlage Vd van het Besluit kwaliteit leefomgeving, een onderbouwing dat de overschrijding niet leidt tot een risico voor de gezondheid bij het gebruik van de bodemgevoelige locatie.
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
Concept
2.
in aanvulling op het eerste lid, onder a wordt bij de aanwezigheid van asbestverdacht bouwof sloopafval of asbestverdacht recyclinggranulaat in de bodem, het resultaat van een onderzoek verstrekt dat is verricht overeenkomstig NEN 5897 als sprake is van meer dan 50% bodemvreemd materiaal;
3.
in aanvulling op het eerste lid, wordt op locaties binnen de 'locatie uitgebreid bodemonderzoek bouwen bodemgevoelige gebouwen' een verkennend bodemonderzoek als bedoeld in artikel 5.7b van het Besluit activiteiten leefomgeving uitgevoerd, ook als op grond van een vooronderzoek bodem als bedoeld in artikel 5.7a van het Besluit activiteiten leefomgeving geen verdenking bestaat op de aanwezigheid van een specifieke verontreiniging van de bodem;
4.
het bepaalde in het derde lid is niet van toepassing op een tijdelijk bouwwerk als bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving als uit het vooronderzoek bodem, bedoeld in artikel 5.7a van het Besluit activiteiten leefomgeving, blijkt dat de locatie onverdacht is of de gerezen verdenkingen een verkennend onderzoek als bedoeld in het derde lid niet rechtvaardigen;
5.
de resultaten van een bodemonderzoek worden verstrekt in: a. PDF-formaat; en b. ook in het XML-formaat volgens SIKB0101, voor zover het gaat om gegevens die zich daarvoor lenen.
Artikel 6.32 Beoordelingsregels omgevingsvergunning bouwen hoofdgebouw [Gereserveerd]
Artikel 6.33 Beoordelingsregels omgevingsvergunning met betrekking tot het uiterlijk van een hoofdgebouw 1.
De omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een hoofdgebouw wordt alleen verleend als het uiterlijk van het bouwwerk, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, geen onaanvaardbare afbreuk doet aan een goede omgevingskwaliteit.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing als het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning toch moet worden verleend.
3.
Of sprake is van onaanvaardbare afbreuk aan een goede omgevingskwaliteit als bedoeld in het eerste lid wordt beoordeeld volgens de criteria van de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet.
4.
Voor zover in de beleidsregels, bedoeld in het derde lid, gebieden of categorieën van bouwwerken zijn aangewezen waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn, dan wordt het uiterlijk van het bouwwerk waarop dit van toepassing is geacht geen onaanvaardbare afbreuk doet aan een goede omgevingskwaliteit.
5.
Aan een omgevingsvergunning voor het bouwen of veranderen van een hoofdgebouw kunnen voorschriften worden verbonden die nodig zijn met het oog op het in het eerste lid genoemde belang.
Artikel 6.34 Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit
21
1.
Het bevoegd gezag wint voorafgaand aan het verlenen van de omgevingsvergunning, als bedoeld in artikel 6.29 schriftelijk advies in bij de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit of voldaan wordt aan de beoordelingsregels in artikel 6.33.
2.
Het eerste lid is niet van toepassing voor zover in de beleidsregels, bedoeld in artikel 4.19 van de Omgevingswet: a. gebieden of categorieën van bouwwerken zijn aangewezen waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn en het betreffende bouwwerk binnen een dergelijk gebied of binnen een aangewezen categorie valt; of b. is bepaald dat uitsluitend ambtelijke toetsing plaats kan vinden in plaats van door de gemeentelijke adviescommissie.
Concept
(van 21-10-2025 14:51)
Concept
Artikel 6.35 Beoordelingsregel omgevingsvergunning bouwen of veranderen hoofdgebouw tijdelijk deel omgevingsplan Ter plaatse van de 'locatie ruimtelijke regels tijdelijk deel nog niet vervallen' geldt dat een omgevingsvergunning voor het bouwen, veranderen, in standhouden en gebruiken van een hoofdgebouw alleen wordt verleend als dit niet in strijd is met de in deze paragraaf en de in het ruimtelijk plan tijdelijk deel omgevingsplan gestelde regels over het bouwen van een hoofdgebouw.
Artikel 6.36 Beoordelingsregels omgevingsvergunning bodemgevoelige gebouwen op bodemgevoelige locaties 1.
Voor bodemgevoelige gebouwen op een bodemgevoelige locatie wordt de omgevingsvergunning voor bouwen of veranderen van een hoofdgebouw alleen verleend als: a. de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet wordt overschreden; of b. als aannemelijk is dat een sanerende of andere beschermende maatregelen wordt genomen als de waarde toelaatbare kwaliteit van de bodem wel wordt overschreden; en c. het bevoegd gezag van oordeel is dat er geen verontreiniging van de bodem is, die zodanig is dat schade te verwachten is voor de gezondheid van gebruikers van het gebouw; of d. het bevoegd gezag van oordeel is dat er een verontreiniging van de bodem is, anders dan bedoeld onder b, die zodanig is dat schade te verwachten is voor de gezondheid van gebruikers van het gebouw, maar aannemelijk is dat met een of meer maatregelen de bodem of het gebouw toch geschikt kan worden gemaakt voor het beoogde gebruiksdoel.
2.
Voor bodemgevoelige gebouwen op een bodemgevoelige locatie wordt onder een sanerende of andere beschermende maatregel verstaan: a. sanering overeenkomstig paragraaf 4.121 van het Besluit activiteiten leefomgeving of afdeling 1.3 van het TAM-omgevingsplan hoofdstuk 22d - Bodem Aalsmeer; of b. sanering waarop artikel 3.1 van de Aanvullingswet bodem Omgevingswet van toepassing is en waarmee een vergelijkbaar saneringsresultaat wordt bereikt als bij toepassing onder a.