09. Quickscan natuurwetgeving, ontvangen op 09-07-2024
Tekst van het document
Quickscan natuurwetgeving Telecommast Aalsmeer Site 14642
Colofon Product Quickscan natuurwetgeving Titel Telecommast Aalsmeer | site 14642 Opdrachtgever Ericsson Network Services B.V. Projectkenmerk opdrachtgever 14642 Auteur P. Welling BSc. Collegiale-toets P.I. Godschalk MSc. Rapportnummer Duvekot DR2024.054 Datum 5 februari 2024 Status Definitief Versie 1.0 Duvekot Rentmeesters B.V. Vendelier 4-II 3905 PA Veenendaal
T: (0318) 76 91 64 E: info@duvekotrentmeesters.nl I: www.duvekotrentmeesters.nl
© Duvekot (2024) Niets uit deze uitgave mag openbaar worden gemaakt of gedupliceerd, door middel van druk, fotokopie of anderszins, zonder schriftelijke toestemming van Duvekot Rentmeesters B.V. of de opdrachtgever. De in deze rapportage opgenomen beoordeling is op basis van de geldende wet- en regelgeving ten tijde van de rapportagedatum. Duvekot Rentmeesters B.V. is ISO 9001 gecertificeerd en aangesloten bij de brancheorganisatie Netwerk Groene Bureaus (NGB) en werkt dan ook conform de kwaliteitsstandaarden van het ISO 9001 en het NGB. Ook is Duvekot partner van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel. Te citeren als: Welling, P. & Godschalk, P. (2024). Quickscan natuurwetgeving. Telecommast Aalsmeer | site 14642. Rapport DR2024.054. Duvekot Rentmeesters B.V. Veenendaal.
Samenvatting Aanleiding In opdracht van Ericsson Network Services B.V. (hierna Ericsson), heeft Duvekot Rentmeesters B.V. (hierna Duvekot) een quickscan natuurwetgeving uitgevoerd ten behoeve van de voorgenomen werkzaamheden, namelijk het plaatsen van de nieuwe telecommast en de bijbehorende apparatuur. Met de uitgevraagde quickscan wordt getoetst of de werkzaamheden binnen de kaders van de natuurwetgeving kunnen worden uitgevoerd.
Doel Door het uitvoeren van een quickscan natuurwetgeving wordt in beeld gebracht of door de voorgenomen werkzaamheden mogelijk strijdigheden ontstaan met de waarden vanuit de Omgevingswet en provinciale beleidsregels.
Beoordeling beschermde gebieden Het plangebied is niet gelegen in of nabij Natura 2000-gebieden. Het plangebied bevind zich ook niet in het Natuurnetwerk Nederland, bijzonder nationaal natuurgebied of beschermd weidevogelgebied
Beoordeling beschermde soorten Er zijn geen beschermde soorten aangetroffen of te verwachten in het plangebied.
Conclusie Vanuit de gebieds- en soortenbescherming zijn er geen beperkingen voor de uitvoer van de werkzaamheden. Wel dient men extra alert te zijn op de mogelijke aanwezigheid van broedende vogels. Het verstoren van een broedgeval is een overtreding van art. 11.37 Bal lid 1. Wanneer er gedurende de uitvoering van de werkzaamheden een nest wordt aangetroffen binnen de invloedssferen van de werkzaamheden, dienen de werkzaamheden te worden stilgelegd en dient er contact te worden opgenomen met de betrokken ecoloog van Duvekot (J. Aalders 06 39 83 75 42 of N. Zwartjes 06 52 09 77 86). In het kader van de algemene en specifieke zorgplichten wordt zorggedragen voor het plangebied en de potentieel aanwezige soorten door zorgvuldig te werken en eventueel aanwezige groene en blauwe structuren zoveel mogelijk ongemoeid te laten.
Vervolgstappen Verdere vervolgstappen ten aanzien van de Ow zijn niet noodzakelijk.
Quickscan natuurwetgeving | telecommast Aalsmeer | site 14642
3
Inhoud 1.
Inleiding .................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding.................................................................................................................................. 5 1.2 Omgevingswet........................................................................................................................... 5 1.3 Doel ........................................................................................................................................... 6 1.4 Plangebied ................................................................................................................................. 6 1.5 Voorgenomen werkzaamheden ................................................................................................ 8 1.6 Methode.................................................................................................................................... 9 1.7 Leeswijzer ................................................................................................................................ 10
2.
Effectbeoordeling beschermde gebieden ................................................................. 11 2.1 Natura 2000 ............................................................................................................................ 11 2.2 Natuurnetwerk Nederland ...................................................................................................... 12 2.3 Bijzondere gebieden ............................................................................................................... 13
3.
Effectbeoordeling beschermde soorten .................................................................... 14 3.1 Veldbezoek .............................................................................................................................. 14 3.2 Flora......................................................................................................................................... 14 3.3 Grondgebonden zoogdieren ................................................................................................... 15 3.4 Vleermuizen ............................................................................................................................ 16 3.5 Vogels ...................................................................................................................................... 17 3.6 Amfibieën ................................................................................................................................ 18 3.7 Reptielen ................................................................................................................................. 18 3.8 Vissen ......................................................................................................................................
19 3.9 Insecten ................................................................................................................................... 19 3.10 Weekdieren ........................................................................................................................... 19 3.11 Specifieke zorgplicht: Rode lijst soorten (art. 11.27 Bal) ...................................................... 20
4.
Conclusie en vervolgstappen .................................................................................... 22 4.1 Conclusie ................................................................................................................................. 22 4.2 Vervolgstappen ....................................................................................................................... 22
Bronnen ......................................................................................................................... 23
Quickscan natuurwetgeving | telecommast Aalsmeer | site 14642
4
1. Inleiding In het onderstaande hoofdstuk worden de aanleiding en het doel van deze quickscan beschreven. Daarnaast worden het plangebied, de voorgenomen werkzaamheden en de algemene onderzoeksopzet toegelicht. De conclusies van het onderzoek zijn alleen van toepassing op de opgenomen werkzaamheden. Deze rapportage is maximaal tot 3 jaar na oplevering geldig, mits de situatie in het plangebied niet of nauwelijks verandert en de voorgenomen activiteit gelijk blijft. Indien de werkzaamheden op een later moment plaatsvinden dan kan het uitgevoerde onderzoek worden geactualiseerd.
1.1 Aanleiding In opdracht van Ericsson Network Services B.V. (hierna Ericsson), heeft Duvekot Rentmeesters B.V. (hierna Duvekot) een quickscan natuurwetgeving uitgevoerd ten behoeve van de voorgenomen werkzaamheden, namelijk het plaatsen van de nieuwe telecommast en de bijbehorende apparatuur. Met de uitgevraagde quickscan wordt getoetst of de werkzaamheden binnen de kaders van de natuurwetgeving kunnen worden uitgevoerd.
1.2 Omgevingswet De Wet natuurbescherming is per 1 januari 2024 opgegaan in de Omgevingswet (hierna Ow). De Ow regelt zaken in de fysieke leefomgeving, zo ook natuuractiviteiten die effect kunnen hebben op dieren en planten in het wild en de gebieden waarin ze leven. Het doel van de nieuwe wet is een vereenvoudiging van de regels voor de fysieke leefomgeving en een duurzame ontwikkeling en beschermen en verbeteren van het leefmilieu. In de Ow is dit opgesplitst in ‘Natura 2000-activiteiten’, ‘activiteiten die geen significante gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebied’ en ‘flora- en fauna-activiteiten’. Natura 2000-activiteiten zijn activiteiten die significant nadelige gevolgen kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied. Bescherming van deze gebieden is nodig voor het behoud van de biodiversiteit (soortenrijkdom) en om te voldoen aan de verplichtingen van de Vogel- en Habitatrichtlijn. Sommige activiteiten kunnen gevolgen hebben voor dieren en planten in het wild, dit zijn flora- en fauna-activiteiten. Het is verboden om zonder omgevingsvergunning Natura 2000-activiteiten en flora- en fauna-activiteiten met schadelijke handelingen te verrichten (paragraaf 5.1.1 Ow). Er zijn ook activiteiten die nadelige gevolgen kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied, maar waarbij deze zeker niet significant zijn.
Als activiteiten geen significante gevolgen hebben, dan vallen ze niet onder Natura 2000-activiteiten of floraen fauna-activiteiten en is er geen omgevingsvergunning nodig. De algemene zorgplicht (Afd. 1.3 Ow) geeft aan dat eenieder verantwoordelijk is voor een veilige en gezonde leefomgeving, door nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk te voorkomen, te beperken en ongedaan te maken. Het bevat tevens een algemeen verbod op het verrichten van activiteiten die leiden tot aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving. In principe geldt de zorgplicht altijd, tenzij er een specifieke zorgplicht is uitgewerkt voor bepaalde activiteiten, zoals Natura 2000-activiteiten en flora- en faunaactiviteiten. Als activiteiten nadelige gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden en bijzondere nationaal natuurgebieden, moet degene die deze activiteit uitvoert zich altijd houden aan de specifieke zorgplicht bij het verrichten van de activiteit (art. 11.6 Besluit
Quickscan natuurwetgeving | telecommast Aalsmeer | site 14642
5
activiteiten leefomgeving (hierna Bal)). Ook voor flora- en fauna-activiteiten die nadelig kunnen zijn voor planten en dieren, geldt de specifieke zorgplicht bij het verrichten van de activiteit (art. 11.27 Bal). Bij activiteiten in de fysieke leefomgeving is het daarom nodig om na te gaan of er vogel- of habitatrichtlijnsoorten, nationaal beschermde soorten (Bijlage IX) of Rode Lijst soorten en voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats aanwezig (kunnen) zijn. De specifieke zorgplicht geldt bij alle dier- en plantensoorten, dus bij (inter)nationaal beschermde soorten én bij andere soorten.
1.3 Doel Door het uitvoeren van een quickscan wordt in beeld gebracht of door de voorgenomen werkzaamheden mogelijk strijdigheden ontstaan met de bovengenoemde waarden. Dit geldt alleen voor de bouwfase, niet de gebruiksfase. Opgenomen in deze rapportage is een beoordeling/toetsing in het kader van de Ow - specifiek gebiedsbescherming en soortenbescherming - en daarnaast een beoordeling/toetsing van de provinciale beleidsregels ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland. Ook wordt bepaald of: (a) voorgenomen werkzaamheden plaats kunnen vinden, (b) of dat maatregelen dienen te worden getroffen om gevolgen die niet kunnen worden voorkomen zoveel als mogelijk te beperken dan wel ongedaan te maken, (c) of dat voorgenomen werkzaamheden achterwege dienen te worden gelaten. Indien er nader onderzoek noodzakelijk is om de situatie juist te beoordelen wordt dit eveneens geadviseerd. Dit geldt ook als er voor het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden een omgevingsvergunning noodzakelijk blijkt te zijn.
1.4 Plangebied Het plangebied betreft het adres nabij Hornweg 187 te Aalsmeer, met coördinaten ± 52.2727, 4.7935, gelegen in de Provincie Noord-Holland (zie Figuur 1.1). De omgeving bestaat uit woonwijken en een industriegebied, met een hoge verkeersintensiteit. Het plangebied ligt tussen een distributiecentrum, parkeerplaats en een sloot met beschoeiing (zie Figuur 1.2).
Quickscan natuurwetgeving | telecommast Aalsmeer | site 14642
6
Figuur 1.1. Ligging plangebied (Esri Nederland, World Imagery 2024).
Figuur 1.2. Overzicht plangebied (rode kader), gezien vanuit het zuidoosten.
Quickscan natuurwetgeving | telecommast Aalsmeer | site 14642
7
1.5 Voorgenomen werkzaamheden 1.5.1 Werkwijze Het plaatsen van een nieuwe telecommast bestaat uit diverse voorbereidende werkzaamheden zoals het bouwrijp maken van de werklocatie en het realiseren van de fundering, waarna in verschillende deelactiviteiten de telecommast geplaatst wordt (zie Tabel 1.1 en Figuur 1.3a). Tabel 1.1. Specificatie van de werkzaamheden. Nr.
Specificatie
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Uitzetten en bouwrijp maken Leveren en later ophalen rijplaten Aanbrengen fundatiepalen (kleine stelling) Uitgraven t.b.v. het fundatieblok Plaatsen bekisting en wapening Storten beton Verwijderen bekisting, afvoeren grond Plaatsen hekwerk Samenstellen en plaatsen mast Aanbrengen aardingsinstallatie
Figuur 1.3. (a) Vooraanzicht telecommast en (b) ligging telecommast (Ericsson, 2024).
1.5.2 Planning Er is nog geen uitvoerdatum bekend voor deze werkzaamheden.
Quickscan natuurwetgeving | telecommast Aalsmeer | site 14642
8
1.6 Methode 1.6.1 Algemeen De ecologische beoordeling in deze rapportage is gebaseerd op het raadplegen van de Nationale Databank Flora en Fauna (hierna: NDFF; d.d. 26 januari), een veldbezoek (d.d. 1 februari 2024), de beschikbare provinciale geodata in de Informatiekaart Natuur (Bij12, 2024), literatuurstudie (o.a. verspreidingsatlassen en indien beschikbaar kennisdocumenten), bekende verspreidingsgegevens (zie bronnen) en ecologische principes. De quickscan is uitgevoerd door een ecoloog die voldoet aan de deskundigheidseisen ‘ecologisch deskundige’ zoals gesteld door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (hierna RVO). 1.6.2 Beschermde gebieden Eerst is de situering van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden in beeld gebracht. Vervolgens zijn deze beschermde gebieden en indien relevant de hiervoor aangewezen habitat- en vogelrichtlijnsoorten beschreven. Tijdens het veldbezoek is aandacht besteed aan de terreingesteldheid van het plangebied. Vervolgens is op basis van ecologische expertise een uitspraak gedaan over het effect van de voorgenomen werkzaamheden op de instandhoudingsdoelstellingen van deze gebieden. Habitattypische soorten worden niet behandeld in een quickscan. Wanneer een negatieve invloed te verwachten is, zal nader onderzoek in de vorm van een voortoets Natura 2000 worden geadviseerd.
Vervolgens is de situering van het plangebied ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland (hierna NNN), nationaal beschermde natuurgebieden en weidevogelgebieden in beeld gebracht. Op basis van het veldbezoek en ecologische expertise is vervolgens een uitspraak gedaan over het effect van de voorgenomen werkzaamheden op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN beheertype, de nationaal beschermde natuurgebieden en weidevogelgebieden. 1.6.3 Beschermde soorten Beschermde soorten die op basis van de NDFF (de afgelopen 5 jaar) en/of verspreidingsatlassen binnen 1 kilometer afstand van het plangebied voorkomen worden behandeld in deze quickscan. Daarbij worden ook (sporen van) beschermde soorten vastgesteld tijdens het veldbezoek behandeld en de aanwezigheid van belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats waar de genoemde dieren/planten leven beoordeeld. Het gaat om vogels (zowel algemene broedvogels, trekvogels als vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest; art. 11.37 Bal), habitatrichtlijnsoorten (art. 11.46 Bal) en nationaal beschermde soorten (art. 11.54 Bal en Bijlage IX Bal). Algemeen vrijgestelde soorten worden genoemd in art.
4.31 Omgevingsregeling (hierna Or) en bijlage VIIc Or en provinciaal vrijgestelde soorten in de Provinciale Omgevingsverordening) Bovendien geldt er een specifieke zorgplicht voor soorten met daarin naast de beschermde soorten ook de Rode Lijstsoorten (art. 11.27 Bal). Algemeen vrijgestelde soorten worden alleen kort benoemd, voor deze soorten wordt geen effectanalyse gedaan. Het plangebied is ook onderzocht op de aanwezigheid van mogelijke (vaste) verblijfplaatsen van gebouw- en boombewonende soorten zoals vogels, vleermuizen, marterachtigen en eekhoorn. Onder meer is het plangebied gecontroleerd op de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten. Dit is gedaan door te letten op sporen (braakballen, veren, uitwerpselen,
Quickscan natuurwetgeving | telecommast Aalsmeer | site 14642
9
etc.), nesten (o.a. oude kraaiennesten) en aan de hand van waarnemingen van de betreffende vogelsoorten (geluid, zicht, nest-indicerend gedrag, etc.). Ook aangrenzende bomen zijn beoordeeld op geschiktheid en aanwezigheid van verblijfplaatsen door te controleren op holten, spleten, gaten en loshangende schorsplaten. Op basis van de tijdens het veldbezoek waargenomen terreingesteldheid, bekende verspreidingsgegevens en ecologische expertise wordt een uitspraak gedaan over het mogelijke effect van de voorgenomen werkzaamheden op de potentieel aanwezige beschermde soorten. Per soort wordt vervolgens beoordeeld of deze moet worden behandeld op basis van de aanwezigheid van het voorkeursbiotoop en de verstoringsafstand. Om te voldoen aan de algemene (art. 1.6 Ow) en specifieke zorgplicht (voor gebieden en soorten; art. 11.6 en 11.27 Bal) worden de werkzaamheden zo zorgvuldig mogelijk uitgevoerd. Voor de specifieke zorgplicht voor flora en fauna activiteiten (art. 11.27 Bal) bepalen we bovendien aan de hand van het aangetroffen biotoop welke Rode Lijst-soortgroepen eventueel voor kunnen komen en we benoemen indien mogelijk welke soorten dit zijn. Vervolgens geven we aan hoe wij de nadelige gevolgen op de staat van instandhouding van deze soorten, voor zover redelijkerwijs kan worden gevergd, voorkomen, beperken of ongedaan maken.
1.7 Leeswijzer In het voorgaande hoofdstuk is reeds een beschrijving gegeven van de aanleiding en het doel van deze quickscan, ook zijn hierin het plangebied en de werkzaamheden beschreven. Op basis van de verzamelde informatie volgt een beschrijving van de te verwachten effecten van de werkzaamheden op beschermde gebieden (hoofdstuk 2) en beschermde soorten (hoofdstuk 3). Daarnaast is, waar nodig, beschreven welke aangepaste werkwijze en/of mitigerende maatregelen noodzakelijk zijn ten aanzien van de Ow. Indien nader onderzoek noodzakelijk is, is dit aangegeven in de conclusie (hoofdstuk 4).
Quickscan natuurwetgeving | telecommast Aalsmeer | site 14642
10
2. Effectbeoordeling beschermde gebieden In dit hoofdstuk wordt de gebiedsbescherming besproken. Om te bepalen of de voorgenomen werkzaamheden vallen onder een ‘Natura 2000 activiteit’ en daarmee vergunningsplichtig zijn, wordt eerst de ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000-gebieden bepaald (alinea 2.1). Als het plangebied zich niet in of nabij Natura 2000-gebied bevindt en de werkzaamheden beperkt zijn qua duur, omvang en impact, dan hebben de werkzaamheden geen significant effect of nadelige gevolgen voor Natura 2000-gebieden en is geen nader onderzoek noodzakelijk. Als het plangebied in Natura 2000-gebied is gelegen volgt nader onderzoek in de vorm van een voortoets Natura 2000. Hierna worden mogelijke effecten van de werkzaamheden op overige beschermde gebieden - Natuurnetwerk Nederland (alinea 2.2), bijzondere gebieden en weidevogelgebieden (alinea 2.3) - beschreven en beoordeeld.
2.1 Natura 2000 2.1.1 Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000-gebieden In een straal van 5 kilometer zijn geen Natura 2000-gebieden gelegen (Ministerie van LNV, 2024). Natura 2000-gebieden die gelegen zijn op een afstand van meer dan 5 kilometer van het plangebied wordt niet nader op ingegaan. Gezien de aard en duur van de werkzaamheden is invloed op gebieden op meer dan 5 kilometer afstand namelijk niet te verwachten. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is het vogel- en habitatrichtlijngebied Botshol, gelegen op circa 8,2 kilometer afstand van het plangebied (Figuur 2.1) (Ministerie van LNV, 2024). 2.1.2 Effectbeoordeling Natura 2000-gebieden De voorgenomen werkzaamheden hebben gezien de aard, de duur en de afstand geen significant negatief effect op de gestelde instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000gebied Botshol of andere Natura 2000-gebieden. De werkzaamheden vallen daarmee niet onder een ‘Natura 2000 activiteit’ en er geldt daarom geen vergunningplicht. De specifieke zorgplicht (art. 11.6 Bal) blijft wel van toepassing. Verslechterende of significant verstorende gevolgen voor de instandhoudingsdoelstellingen kunnen echter op voorhand worden uitgesloten gezien de aard, de duur en de afstand van het Natura 2000-gebied Botshol of andere Natura 2000-gebieden. 2.1.3 Effectbeoordeling stikstof t.b.v.
Natura 2000 Gezien de aard en omvang van de werkzaamheden in combinatie met de afstand tot Natura 2000-gebieden, wordt er vanuit de bouwfase en mogelijk de gebruiksfase geen stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden verwacht. Echter, een effect kan alleen op een juridisch sluitende wijze worden gemotiveerd middels een stikstofberekening met het rekeninstrument AERIUS Calculator (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2023). Daarnaast geldt er een informatieplicht met betrekking tot stikstofemissie. Bij het verrichten van bouw- en sloopwerkzaamheden dienen adequate maatregelen te worden getroffen om de emissie van stikstofverbindingen naar de lucht te beperken (art. 7.19a Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna Bbl)). 2.1.4 Specifieke zorgplicht Voor Natura 2000-gebieden geldt naast de bescherming vanuit het Natura 2000-beheerplan ook bescherming vanuit de specifieke zorgplicht (art. 11.6 Bal). Hierin is opgenomen dat
Quickscan natuurwetgeving | telecommast Aalsmeer | site 14642
11
nadelige gevolgen zoveel mogelijk moeten worden voorkomen, beperkt of ongedaan gemaakt. De werkzaamheden vinden niet plaats in Natura 2000-gebieden. Nadelige gevolgen voor Natura 2000-gebieden kunnen daarmee worden uitgesloten (zie ook alinea 2.1.3). Wel geldt dan nog de algemene zorgplicht (Afd. 1.3 Ow) waarin nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving zoveel mogelijk moeten worden voorkomen, beperkt en ongedaan worden gemaakt. Hiermee wordt rekening gehouden door de werkzaamheden zo zorgvuldig mogelijk uit te voeren.
2.2 Natuurnetwerk Nederland 2.2.1 Ligging plangebied t.o.v. het Natuurnetwerk Nederland Het dichtstbijzijnde Natuurnetwerk Nederland (hierna NNN) gebied bevindt zich op circa 1100 meter afstand van het plangebied. Het betreft een gebied met beheertype Veenmoeras (N05.03). De wezenlijke kenmerken en waarden (hierna wkw) voor dit beheertype zijn overgangen van water naar land. Het is gelegen in historische laag- en eventueel hoogveengebieden. De moerassen zijn in de huidige situatie zeer nat zijn, maar kennen een geringe waterdynamiek.
Figuur 2.2. Ligging plangebied ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland (BIJ12, 2024).
2.2.2 Effectbeoordeling Natuurnetwerk Nederland De werkzaamheden hebben geen negatieve invloed op de wkw binnen het NNN. Tijdens de werkzaamheden gaat er namelijk geen oppervlakte van de beheertypen verloren en worden de wkw van de aanwezige beheertypen niet aangetast. Externe invloed van activiteiten op het NNN is door de aard, duur en afstand van de werkzaamheden uitgesloten. De voorgenomen werkzaamheden leiden daarmee niet tot een significante aantasting van de wkw binnen het
Quickscan natuurwetgeving | telecommast Aalsmeer | site 14642
12
NNN, of tot een significante vermindering van de oppervlakte van of samenhang tussen die gebieden.
2.3 Bijzondere gebieden 2.3.1 Bijzondere nationale natuurgebieden De begrenzing en de instandhoudingsdoelstellingen van de bijzondere nationale natuurgebieden worden vastgesteld door de minister van LNV (art. 2.44 lid 2 en lid 5 Ow). De bescherming van deze bijzondere nationale natuurgebieden is vastgelegd in art. 11.1 t/m art. 11.15 Bal. Het plangebied bevind zich niet in bijzonder nationaal natuurgebied, daarom hebben de voorgenomen werkzaamheden geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstellingen van de bijzondere nationale natuurgebieden. Voor de bescherming van bijzondere nationale natuurgebieden geldt bovendien een specifieke zorgplicht (art. 11.6 Bal). Hierin is opgenomen dat nadelige gevolgen zoveel mogelijk moeten worden voorkomen, beperkt of ongedaan gemaakt. Het plangebied bevindt zich niet in deze gebieden, daarom is de specifieke zorgplicht niet van toepassing. 2.3.2 Bijzondere provinciale natuurgebieden en landschappen Het plangebied bevindt zich niet in een bijzonder provinciaal natuurgebied of bijzonder provinciaal landschap (art. 2.44, lid 5 Ow). De bescherming van deze bijzondere nationale natuurgebieden is per provincie vastgelegd in de omgevingsverordening. 2.3.3 Weidevogelgebieden Het plangebied bevindt zich niet in weidevogelleefgebied (Nationaal Georegister, 2024). De werkzaamheden hebben daarom geen negatief effect op deze gebieden.
Quickscan natuurwetgeving | telecommast Aalsmeer | site 14642
13
3. Effectbeoordeling beschermde soorten In de onderstaande paragrafen worden de onderzochte soortgroepen beschreven die vanuit de Ow beschermd zijn en in het plangebied en directe omgeving mogelijk zijn aan te treffen.
3.1 Veldbezoek Om de lokale situatie in het plangebied volledig in beeld te brengen is er een veldbezoek uitgevoerd, zie hieronder de bezoekomstandigheden. Onderzoeker: P. Welling
Temperatuur: 8°C
Datum: 1 februari 2024
Bewolking: 0/8
Tijd: 10.30 – 11.00 uur
Windkracht: 2 Bft
Duur veldbezoek: 0,5 uur
Neerslag: geen
3.2 Flora 3.2.1 Habitatrichtlijnsoorten (art. 11.46 Bal) Op basis van de NDFF en bekende verspreidingsdata zijn er geen waarnemingen van habitatrichtlijnsoorten bekend in de nabijheid van het plangebied of binnen de invloedssferen van de werkzaamheden. De plantensoorten die tijdens het veldbezoek zijn aangetroffen in het plangebied (zie Figuur 3.1) zijn niet juridisch beschermd. Op basis van het aangetroffen ecotoop, de abiotiek en de aanwezige plantensoorten zijn geen habitatrichtlijnsoorten te verwachten. 3.2.2 Nationaal beschermde soorten (art. 11.54 Bal en Bijlage IX Bal) Op basis van de NDFF en bekende verspreidingsdata zijn er geen waarnemingen van nationaal beschermde soorten bekend in de nabijheid van het plangebied of binnen de invloedssferen van de werkzaamheden. De plantensoorten die tijdens het veldbezoek zijn aangetroffen in het plangebied (zie Figuur 3.1) zijn niet juridisch beschermd. Op basis van het aangetroffen ecotoop, de abiotiek en de aanwezige plantensoorten zijn geen nationaal beschermde soorten te verwachten. 3.2.3 Conclusie flora Verdere vervolgstappen ten aanzien van de Ow zijn voor de soortgroep flora niet noodzakelijk.
Quickscan natuurwetgeving | telecommast Aalsmeer | site 14642
14
Figuur 3.1: Overzicht van de flora in en rond het plangebied.
3.3 Grondgebonden zoogdieren 3.3.1 Habitatrichtlijnsoorten (art. 11.46 Bal) Op basis van de NDFF zijn er geen waarnemingen bekend van habitatrichtlijnsoorten in de nabijheid van het plangebied. Ook op basis van bekende verspreidingsdata en het aangetroffen habitat tijdens het veldbezoek zijn er geen habitatrichtlijnsoorten te verwachten in het plangebied of binnen de invloedssferen van de werkzaamheden. Op basis van het veldbezoek zijn geen sporen of geschikt leefgebied vastgesteld. 3.3.2 Nationaal beschermde soorten (art. 11.54 Bal en Bijlage IX Bal) en vrijgestelde soorten (Bijlage VIIc Or) Op basis van de verspreidingsatlas zijn wel de nationaal beschermde soorten bunzing, wezel en hermelijn ( art. 11.54 Bal) te verwachten in de nabijheid van het plangebied. Deze soorten worden hieronder behandeld. Verder zijn er geen waarnemingen bekend van nationaal beschermde soorten, die niet vrijgesteld zijn in het plangebied of binnen de invloedssferen daarvan. art.
Bunzing, hermelijn en wezel Op basis het aangetroffen biotoop tijdens het veldbezoek zijn de kleine marterachtigen bunzing, hermelijn en wezel niet te verwachten in de omgeving van het plangebied. Kleine marterachtigen zijn namelijk sterk gebonden aan landschapselementen zoals houtwallen en
Quickscan natuurwetgeving | telecommast Aalsmeer | site 14642
15
bosschages die dekking bieden gedurende het foerageren en migreren tussen de vaste voortplantings- of rustplaatsen en de foerageergebieden. Deze elementen zijn afwezig in het plangebied. Provinciaal vrijgestelde soorten Daarnaast zijn enkele algemeen vrijgestelde soorten (art. 4.31 Or en bijlage VIIc Or) of provinciaal vrijgestelde soorten (Provinciale Omgevingsverordening) zoals bijvoorbeeld egel, haas, konijn en veldmuis te verwachten in de omgeving van het plangebied. De specifieke zorgplicht (art. 11.27 Bal) is op deze soorten altijd van toepassing. 3.3.3 Conclusie grondgebonden zoogdieren Verdere vervolgstappen ten aanzien van de Ow zijn voor de soortgroep grondgebonden zoogdieren niet noodzakelijk.
3.4 Vleermuizen 3.4.1 Habitatrichtlijnsoorten (art. 11.46 Bal) Alle vleermuizen zijn opgenomen in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn en daardoor strikt beschermd. Tevens worden vleermuizen benoemd in Bijlage II van de conventie van Bonn. In de praktijk houdt deze beschermingsstatus (Bijlage IV van de Habitatrichtlijn art. 11.46 Bal) in dat voortplantingsplaatsen of rustplaatsen, essentiële vliegroutes en essentieel foerageergebied niet verstoord of vernietigd mogen worden. Een vliegroute is essentieel wanneer er geen goede alternatieve vliegroute is om vanuit de verblijfplaats het betreffende foerageergebied te bereiken, dan wel dat er wel een alternatieve vliegroute is, maar het gebruik hiervan vergeleken met de originele vliegroute teveel energie kost (te ver omvliegen of te onbeschut). Een foerageergebied is van essentieel belang voor het functioneren van de verblijfplaats wanneer er geen alternatieve foerageergebieden zijn om de eventuele aantasting ervan op te vangen. Op basis van de NDFF is één waarnemingen bekend (op circa 390 meter afstand) uit 2019 van een gewone dwergvleermuis (ter plaatse). De gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis en laatvlieger komen volgens de verspreidingsatlas echter overal in Nederland voor.
Op basis van bekende verspreidingsdata en het aangetroffen habitat tijdens het veldbezoek zijn er geen overige vleermuizen te verwachten nabij het plangebied of binnen de invloedssferen van de werkzaamheden. Op basis van het veldbezoek zijn er ook geen voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van vleermuizen te verwachten in de plangebieden. Gebouwen of grote bomen met bijvoorbeeld losse schorsplaten of holtes ontbreken namelijk. Daarnaast hebben de werkzaamheden geen invloed op essentiële vliegroutes of foerageergebied van de vleermuizen, tijdens de werkzaamheden worden namelijk geen houtopstanden verwijderd of essentiële vliegroutes geblokkeerd na realisatie. Ook worden de werkzaamheden overdag uitgevoerd en er wordt bij de werkzaamheden geen gebruik gemaakt van kunstlicht. Hierdoor zijn de werkzaamheden niet verstorend voor vleermuizen.
Quickscan natuurwetgeving | telecommast Aalsmeer | site 14642
16
3.4.3 Conclusie vleermuizen Verdere vervolgstappen ten aanzien van de Ow zijn voor de soortgroep vleermuizen niet noodzakelijk.
3.5 Vogels Vogelrichtlijnsoorten (art. 11.37 Bal) Vogelrichtlijnsoorten met jaarrond beschermde nesten (provinciale verordening) Verblijfplaatsen van vogels die hun verblijfplaats het hele jaar gebruiken zijn jaarrond beschermd. Deze jaarrond beschermde nesten zijn onderverdeeld in verschillende categorieën, waarbij de jaarrond beschermde nesten en de categorieën per provincie kunnen verschillen. Dit is per provincie vastgelegd in de provinciale verordeningen. Nesten van categorie 5 soorten zijn op voorhand niet jaarrond beschermd, alleen als ze gebruikt worden door categorie 1 tot en met 4 soorten. Categorie 5 is wel beschermd indien er zwaarwegende ecologische redenen zijn, zoals onvoldoende alternatieve broedgelegenheid. In het plangebied en de directe omgeving (>250 meter) zijn tijdens het veldbezoek geen nesten waargenomen die jaarrond beschermd zijn. Op basis van de NDFF zijn in het plangebied geen waarnemingen bekend van vogelsoorten met nest-indicerende gedragingen als waarschijnlijk broedend, baltsend/zingend, parend of territorium gedrag of van vogels waarvan een territorium is vastgesteld én die gebruik maken van jaarrond beschermde nesten. Tijdens het veldbezoek zijn de volgende soorten waargenomen: ekster (op circa 25 meter afstand) en huismus (op circa 150 meter afstand).
Er is geen indicatie dat een van deze soorten op dit moment in (de omgeving) van het plangebied broedt. Overige broedvogels (art. 11.37 Bal) Alle vogels die van nature in het wild in Nederland voorkomen zijn beschermd op grond van de Europese vogelrichtlijn, opgenomen in art. 11.37 Bal. Het verstoren van een broedgeval moet te allen tijde voorkomen worden, ongeacht het tijdstip waarop het broedgeval aanwezig is en of het al dan niet een jaarrond beschermd nest betreft. Als broedseizoen wordt gehanteerd: periode van nestbouw, periode van broed op de eieren en de periode dat de jongen op het nest gevoerd worden. Voor de meeste soorten kan de periode van 1 maart tot en met 15 augustus worden aangehouden als broedseizoen. De omgeving van het plangebied biedt mogelijk geschikt broedgebied voor vogelsoorten uit de volgende vogelgroep: Puttergroep, Scholekster-groep, Vink-groep, en Zwarte roodstaart-groep (Sierdsema, 1995). Tijdens het veldbezoek zijn de volgende soorten waargenomen: koolmees, kauw, kleine mantelmeeuw, kokmeeuw, grauwe gans en meerkoet. Uit het veldbezoek blijkt dat het plangebied en de directe omgeving niet geschikt zijn als broedbiotoop voor vogels uit eerder genoemde vogelgroepen. Echter, zowel binnen als buiten het broedseizoen dient voor aanvang van de werkzaamheden middels een faunacheck door de aannemer gecontroleerd te worden op mogelijke broedgevallen.
Als er een broedgeval wordt vastgesteld dient er contact te worden opgenomen met de betrokken ecoloog om de eventueel te nemen vervolgstappen te bespreken.
Quickscan natuurwetgeving | telecommast Aalsmeer | site 14642
17
Verdere vervolgstappen ten aanzien van de Ow zijn voor de soortgroep vogels niet noodzakelijk.
3.6 Amfibieën 3.6.1 Habitatrichtlijnsoorten (art. 11.46 Bal) Op basis van de NDFF, bekende verspreidingsdata en het aangetroffen habitat tijdens het veldbezoek zijn er geen waarnemingen bekend van habitatrichtlijnsoorten in de nabijheid van het plangebied of binnen de invloedssferen van de werkzaamheden. 3.6.2 Nationaal beschermde soorten (art. 11.54 Bal en Bijlage IX Bal) en vrijgestelde soorten (Bijlage VIIc Or) Op basis van de NDFF, bekende verspreidingsdata en het aangetroffen habitat tijdens het veldbezoek zijn er geen waarnemingen bekend van nationaal beschermde soorten in de nabijheid van het plangebied of binnen de invloedssferen van de werkzaamheden. Provinciaal vrijgestelde soorten Wel zijn enkele algemeen vrijgestelde soorten (art. 4.31 Or en bijlage VIIc Or) of provinciaal vrijgestelde soorten (Provinciale Omgevingsverordening) zoals kleine watersalamander, gewone pad en bruine kikker te verwachten in het water en de vegetatie nabij het plangebied. De specifieke zorgplicht (art. 11.27 Bal) is op deze soorten wel altijd van toepassing. 3.6.3 Conclusie amfibieën Verdere vervolgstappen ten aanzien van de Ow zijn voor de soortgroep amfibieën niet noodzakelijk.
3.7 Reptielen 3.7.1 Habitatrichtlijnsoorten (art. 11.46 Bal) Op basis van de NDFF, bekende verspreidingsdata en het aangetroffen habitat tijdens het veldbezoek zijn er geen habitatrichtlijnsoorten te verwachten in het plangebied of binnen de invloedssferen van de werkzaamheden. Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen beschermde reptielen aangetroffen. 3.7.2 Nationaal beschermde soorten (art. 11.54 Bal en Bijlage IX Bal) en vrijgestelde soorten (Bijlage VIIc Or) Op basis van de NDFF, bekende verspreidingsdata en het aangetroffen habitat tijdens het veldbezoek zijn er geen nationaal beschermde soorten te verwachten in het plangebied of binnen de invloedssferen van de werkzaamheden. Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen beschermde reptielen aangetroffen. 3.7.3 Conclusie reptielen Verdere vervolgstappen ten aanzien van de Ow zijn voor de soortgroep reptielen niet noodzakelijk.
Quickscan natuurwetgeving | telecommast Aalsmeer | site 14642
18
3.8 Vissen 3.8.1 Habitatrichtlijnsoorten (art. 11.46 Bal) Op basis van de NDFF, bekende verspreidingsdata en het aangetroffen habitat zijn er geen waarnemingen bekend van habitatrichtlijnsoorten in het plangebied of binnen de invloedssferen van de werkzaamheden. Geschikt biotoop - waterlichamen - ontbreekt in het plangebied. Het voorkomen van (beschermde) vissen is daarom niet mogelijk. 3.8.2 Andere soorten (art. 11.54 Bal en Bijlage IX Bal) en vrijgestelde soorten (Bijlage VIIc Or) Op basis van de NDFF, bekende verspreidingsdata en het aangetroffen habitat zijn er geen waarnemingen bekend van nationaal beschermde soorten in het plangebied of binnen de invloedssferen van de werkzaamheden. Geschikt biotoop - waterlichamen - ontbreekt in het plangebied. Het voorkomen van (beschermde) vissen is daarom niet mogelijk. 3.8.3 Conclusie vissen Verdere vervolgstappen ten aanzien van de Ow zijn voor de soortgroep vissen niet noodzakelijk.
3.9 Insecten 3.9.1 Habitatrichtlijnsoorten (art. 11.46 Bal) Op basis van de NDFF, bekende verspreidingsdata en het aangetroffen habitat tijdens het veldbezoek zijn er geen habitatrichtlijnsoorten te verwachten in het plangebied of binnen de invloedssferen van de werkzaamheden. Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen beschermde insecten aangetroffen. Wegens de afwezigheid van geschikt biotoop ontbreken geschikte voortplantingslocaties voor beschermde soorten uit deze soortgroep. 3.9.2 Nationaal beschermde soorten (art. 11.54 Bal en Bijlage IX Bal) en vrijgestelde soorten (Bijlage VIIc Or) Op basis van de NDFF, bekende verspreidingsdata en het aangetroffen habitat tijdens het veldbezoek zijn er geen nationaal beschermde soorten, die niet vrijgesteld zijn te verwachten in het plangebied of binnen de invloedssferen van de werkzaamheden. Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen beschermde insecten aangetroffen. Wegens de afwezigheid van geschikt biotoop ontbreken geschikte voortplantingslocaties voor beschermde soorten uit deze soortgroep. 3.9.3 Conclusie insecten Verdere vervolgstappen ten aanzien van de Ow zijn voor de soortgroep insecten niet noodzakelijk.
3.10 Weekdieren 3.10.1 Habitatrichtlijnsoorten (art. 11.46 Bal) Op basis van de NDFF, bekende verspreidingsdata en het aangetroffen habitat tijdens het veldbezoek zijn de habitatrichtlijnsoorten Bataafse stroommossel en platte schijfhoren niet te verwachten in de nabijheid van het plangebied binnen de invloedssferen van de
Quickscan natuurwetgeving | telecommast Aalsmeer | site 14642
19
werkzaamheden. Door het ontbreken van oppervlaktewater in het plangebied is het voorkomen van (beschermde) weekdieren niet mogelijk en ontbreken geschikte voortplantingslocaties voor beschermde soorten uit deze soortgroep. Verdere vervolgstappen ten aanzien van de Ow zijn voor de habitatrichtlijnsoorten van de soortgroep weekdieren niet noodzakelijk. 3.10.2 Andere soorten (art. 11.54 Bal en Bijlage IX Bal) en vrijgestelde soorten (Bijlage VIIc Or) Er zijn geen andere beschermde soorten in deze soortgroep. Verdere vervolgstappen ten aanzien van de Ow zijn voor de andere soorten van de soortgroep weekdieren niet noodzakelijk. 3.10.3 Conclusie weekdieren Verdere vervolgstappen ten aanzien van de Ow zijn voor de soortgroep weekdieren niet noodzakelijk.
3.11 Specifieke zorgplicht: Rode lijst soorten (art. 11.27 Bal) Voor het uitvoeren van een flora- en fauna-activiteit (activiteit met mogelijke gevolgen voor van nature in het wild levende dieren of planten) geldt de specifieke zorgplicht (art. 11.27 Bal). Bij activiteiten in de fysieke leefomgeving is het daarom nodig om na te gaan of er vogel- of habitatrichtlijnsoorten, nationaal beschermde soorten (Bijlage IX) of Rode Lijst soorten en voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats aanwezig (kunnen) zijn. In deze alinea worden alleen de Rode Lijst soorten behandeld, de overige van toepassing zijnde soorten zijn in bovenstaande alinea’s al behandeld. Om te voldoen aan de specifieke zorgplicht (art. 11.27 Bal) en om nadelige gevolgen te voorkomen voor Rode Lijst soorten, worden de werkzaamheden zorgvuldig en zo schadebeperkend mogelijk - met een natuurinclusieve standaard manier van werken uitgevoerd. Voertuigen blijven zoveel mogelijk op bestaande wegen en paden. De rijroute naar de masten wordt zo zorgvuldig mogelijk bepaald en indien mogelijk wordt er over een akker of weiland gereden. Groenelementen zoals slootkanten, bosranden, bosschages, struweel, takkenrillen en nectarplanten worden bij de werkzaamheden ontzien. Daarnaast worden waterpartijen net als de groenelementen ontzien.
De werkzaamheden hebben dan geen negatief effect op de staat van instandhouding van de in het gebied voorkomende soorten. Met het bovenstaande geven we uiting aan de specifieke zorgplicht. Er is nog geen juridisch kader voor het omgaan met deze specifieke zorgplicht. Daarmee is dit een lerend onderdeel van deze rapportage. Indien er voortschrijdend inzicht is zullen betreffende rapportages worden aangevuld.
Quickscan natuurwetgeving | telecommast Aalsmeer | site 14642
20
Quickscan natuurwetgeving | telecommast Aalsmeer | site 14642
21
4. Conclusie en vervolgstappen 4.1 Conclusie Vanuit de gebieds- en soortenbescherming zijn er geen beperkingen voor de uitvoer van de werkzaamheden. Wel dient men extra alert te zijn op de mogelijke aanwezigheid van broedende vogels. Het verstoren van een broedgeval is een overtreding van art. 11.37 Bal lid 1. Wanneer er gedurende de uitvoering van de werkzaamheden een nest wordt aangetroffen binnen de invloedssferen van de werkzaamheden, dienen de werkzaamheden te worden stilgelegd en dient er contact te worden opgenomen met de betrokken ecoloog van Duvekot (J. Aalders 06 39 83 75 42 of N. Zwartjes 06 52 09 77 86). In het kader van de algemene en specifieke zorgplichten wordt zorggedragen voor het plangebied en de potentieel aanwezige soorten door zorgvuldig te werken en eventueel aanwezige groene en blauwe structuren zoveel mogelijk ongemoeid te laten.
4.2 Vervolgstappen Verdere vervolgstappen ten aanzien van de Ow zijn niet noodzakelijk (Tabel 4.1). Tabel 4.1. Conclusie en vervolgstappen per werkperiode voor gebiedsbescherming en soortenbescherming.
Vervolgstappen gebiedsbescherming Vervolgstappen soortenbescherming Broedseizoen (1 maart – 15 augustus)
Werkperiode Q1 Q2 Q3 Q4 Geen vervolgstappen noodzakelijk: de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd Geen vervolgstappen noodzakelijk: de werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd Bij aanwezigheid broedende vogels niet uitvoeren.
Quickscan natuurwetgeving | telecommast Aalsmeer | site 14642
22
Bronnen BIJ12.
(2024). Informatiekaart Natuur. Opgehaald van www.bij12..nl: https://atlas.bij12.nl/WebViewer/index.html?viewer=ikn_pub Bij12. (2024). InformatieKaart Natuur (IKN). Opgehaald van https://atlas.bij12.nl/WebViewer/index.html?viewer=ikn_pub Ericsson. (2024). Technische tekeningen telecommast Ericsson sitenummer 14642. Ericsson. Esri Nederland. (sd). World Imagery 2024. Ministerie van LNV. (2024). Natura 2000 gebieden. Opgehaald van www.natura2000.nl/gebieden Nationaal Georegister. (2024). Nationaal Georegister Kaart. Opgehaald van https://nationaalgeoregister.nl/geonetwork/srv/dut/catalog.search#/map Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (2023, november 6). Opgehaald van AERIUS, rekeninstrument voor de leefomgeving, update Calculator versie 2023.0.1: https://www.aerius.nl/nl Sierdsema, H. (1995). Broedvogels en beheer. Het gebruik van broedvogelgegevens in het beheer van bos- en natuurterreinen. Driebergen/Beek-Ubbergen: Staatsbosbeheer & SOVON.
Tenzij anders vermeld zijn de opgenomen foto’s gemaakt door P. Welling
Quickscan natuurwetgeving | telecommast Aalsmeer | site 14642
23