a.6. Bijlage 6 Verkennend bodemonderzoek
Tekst van het document
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 www.sigma-bm.nl E-mail info@sigma-bm.nl
januari ’21
Onderwerp:
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Nieuwe Weg, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) te Genemuiden
Projectnummer:
20-M9629
Opdrachtgever:
BJZ.nu
Datum:
18 januari 2021
0
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nieuwe Weg, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) te Genemuiden
datum
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Nieuwe Weg, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) te Genemuiden 18 januari 2021
projectnummer
20-M9629
in opdracht van
BJZ.nu Twentepoort Oost 16a 7609 AG Almelo
uitgevoerd door
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325
onderwerp
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen” Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018” Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Milieukundige begeleiding (water)bodemsaneringen en nazorg SIKB 6000, protocol 6001: Milieukundige begeleiding landbodemsanering met conventionele methoden”
(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002) Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.
januari ’21
1
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nieuwe Weg, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) te Genemuiden
Inhoudsopgave 1
2
INLEIDING ....................................................................................................................................... 3 1.1
Algemeen ................................................................................................................................. 3
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................... 3
1.3
Doel van het onderzoek ........................................................................................................... 3
1.4
Referentiekader van het onderzoek ........................................................................................ 4
1.5
Opbouw van het rapport .......................................................................................................... 4
VOORONDERZOEK ........................................................................................................................ 5 2.1
3
4
Hypothese en onderzoeksstrategie ....................................................................................... 12
VELDONDERZOEK ....................................................................................................................... 13 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek ......................................................................................... 13
3.2
Resultaten van het veldonderzoek ........................................................................................ 14
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK .................................................................................... 17 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek ..................................................... 17
4.2
Toetsingscriteria .................................................................................................................... 20
4.3
Analyseresultaten en interpretatie ......................................................................................... 21
4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond ...................................................................................... 21
4.3.2
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ............................................................................. 36
5
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN .......................................................................................... 47
6
LITERTUURLIJST .......................................................................................................................... 55
7
COLOFON ...................................................................................................................................... 56
Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A.Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:2.500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring
januari ’21
2
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nieuwe Weg, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) te Genemuiden
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van BJZ.nu is in november/december 2020 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op locatie aan de Nieuwe Weg, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) te Genemuiden (gemeente Zwartewaterland). De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.
De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek
Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt een voorgenomen bestemmingsplanwijziging tot bedrijventerrein en beoogde nieuwbouw van bedrijfsgebouwen op de onderzoekslocatie.
1.3
Doel van het onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.
januari ’21
3
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nieuwe Weg, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) te Genemuiden
1.4
Referentiekader van het onderzoek
Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • vooronderzoek, (hoofdstuk 2) • veldonderzoek, (hoofdstuk 3) • chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) • conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
januari ’21
4
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nieuwe Weg, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) te Genemuiden
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in tabel 1. tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens
Aanleiding tot vooronderzoek Eigendomssituatie
A 0
B 0
C
D
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
F
G
✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie
E
Bodemopbouw
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Antropogene lagen in de bodem
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Geohydrologie
✓
✓
Geval van ernstige bodemverontreiniging?
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Kwaliteit o.b.v. BKK
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0 ✓
✓
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval Voormalig Huidig Toekomstig Asbestverdacht?
✓
✓
✓
✓
✓
5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
januari ’21
5
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nieuwe Weg, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) te Genemuiden
aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van een voorgenomen bestemmingsplanwijziging tot bedrijventerrein en beoogde nieuwbouw van bedrijfsgebouwen op de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie van de gemeente Zwartewaterland, verstrekt door de Omgevingsdienst IJsselland (email d.d. 27-10-2020); • informatie van de Bodeminformatiekaart van de provincie Overijssel; • www.topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • AHN.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt.
locatiegegevens In tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven. tabel 2: overzicht basisinformatie Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (plangebied) Algemene omschrijving
Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding
Ondergrondse infrastructuur
Nieuwe Weg, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) Genemuiden Zwartewaterland Zie bijlage 1 X = 201,040 Y= 513,914 (centraal punt) Gemeente Hasselt, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) Niet nagegaan. Ca. 212.232 m2 (ca. 21.2 ha.)
De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van de percelen sectie G nrs.9, 562 en 564 (ged.) gelegen achter Cellemuiden nr 21 te Genemuiden. De onderzoekslocatie betreft een onbebouwd en onverhard perceel dat momenteel in gebruik is als weideperceel. De opdrachtgever is voornemens om de locatie te herontwikkelen tot bedrijventerrein en op de locatie nieuwbouw van bedrijfsgebouwen te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. De onderzoekslocatie is onbebouwd. Op een deel van de onderzoekslocatie bevinden zich twee, vanaf het erf van Cellemuiden 21, paden welke bestaan uit gebroken betonplaten. Voor het overige is de onderzoekslocatie onverhard. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLIC-melding gedaan te worden.
Archeologische waarden
De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding "lage trefkans".
Geplande herinrichting
Herontwikkeling tot bedrijventerrein.
januari ’21
6
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nieuwe Weg, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) te Genemuiden
bijzonderheden: -
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte perceel zoals weergegeven in bijlage 2. bodemgebruik op basis van topografische kaarten In de onderstaande tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. tabel 3: beschrijving bodemgebruik Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis)
Op basis van de topografische kaarten lijkt de onderzoekslocatie in het verleden in gebruik te zijn geweest als agrarisch perceel. Tussen 1850 en 1892 lijkt op de percelen G nr. 562 en 564 (net buiten het onderzochte gebied) nog korte tijd enige bebouwing zichtbaar te zijn. Na 1892 is deze bebouwing niet meer zichtbaar op de topografische kaarten. De onderzoek locatie betreft een weideperceel.
Geen.
De opdrachtgever is voornemens om de locatie te herontwikkelen tot bedrijventerrein en op de locatie nieuwbouw van bedrijfsgebouwen te realiseren. Directe omgeving (<25 m) Historisch (op De eerste bebouwing t.p.v. Cellemuiden nr. 21 is al vanaf basis van 1850 zichtbaar op de topografische kaarten. topografische De onderzoekslocatie grenst aan diverse agrarische kaarten, percelen. Topotijdreis) Vanaf 1850 is in de directe omgeving van de onderzoekslocatie voor het eerst enige bebouwing te herkennen. Deze bebouwing is in de loop der jaren verder uitgebreid/gewijzigd. Huidig en In de directe omgeving van de onderzoek locatie bevinden toekomstig zich agrarische percelen.
Geen.
Huidig Toekomstig
Noordzijde: naastgelegen agrarische percelen en op enige afstand bedrijfsterreinen gelegen aan de Blokmat. Oostzijde: agrarische percelen en op enige afstand bebouwing behorend bij het adres Cellemuiden 21. Zuidzijde: naastgelegen agrarische percelen. Westzijde: Nieuwe Weg.
januari ’21
Geen.
Geen.
Het is op voorhand onbekend of activiteiten in de directe omgeving negatieve invloed hebben (gehad) op de bodemkwaliteit t.p.v. de onderhavige onderzoekslocatie.
7
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nieuwe Weg, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) te Genemuiden
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten Gebruik
De onderzoekslocatie betreft een gedeelte van de percelen sectie G nrs.9, 562 en 564 (ged.) gelegen achter Cellemuiden nr 21 te Genemuiden. De onderzoekslocatie betreft een onbebouwd en onverhard perceel dat momenteel in gebruik is als weideperceel. Voor zover bekend is de onderzoek locatie niet eerder bebouwd geweest en is de locatie alleen als agrarische grond in gebruik geweest. Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie.
Bouwvergunning
De opdrachtgever is voornemens om de locatie te herontwikkelen tot bedrijventerrein en op de locatie nieuwbouw van bedrijfsgebouwen te realiseren. Het onderhavige onderzoek heeft betrekking op het terreindeel zoals opgenomen in bijlage 2. Niet bekend.
Milieuvergunning
Niet bekend.
Handelsregister
De locatie wordt in het handelsregister van de Kamer van Koophandel niet vermeld. Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. Voor zover bekend is de onderzoekslocatie in het verleden niet eerder bebouwd geweest. Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Volgens informatie van de eigenaar zijn binnen het onderzoeksgebied geen sloten gedempt. De dammen tussen de verschillende weidepercelen bestaan uit grond. Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. Volgens informatie van de eigenaar zijn de toegangspaden naar de weidepercelen niet gefundeerd met puin o.i.d.
Aanwezigheid brandstoftanks
Aanwezigheid asbest
Ophogingen/dempingen/stortingen
januari ’21
8
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nieuwe Weg, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) te Genemuiden
Niet gesprongen explosieven
PFAS-verdachtheid
Calamiteiten
Verdachte activiteiten < 25 m
Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven. De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Voor zover bekend is er geen informatie over evt. calamiteiten die hebben plaatsgevonden waarbij de bodem verontreinigd kan zijn geraakt.
Op de locatie Krommesteeg nr. 3 wordt melding gedaan van de volgende activiteiten: ● Textielververij (1940-onbekend); ● Kokos-, sisal-, en vloermattenindustrie (1940-onbekend). Omschrijving activiteiten: Het verven en weven van kokoshaar ten behoeve van het vlechten van matten. Ter plaatse van Cellemuiden nr. 21 wordt melding gemaakt van de volgende activiteiten:
● bovengrondse brandstoftank (1982-onbekend) ● bovengrondse brandstoftank (1982-onbekend)
januari ’21
9
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nieuwe Weg, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) te Genemuiden
voorgaande bodemonderzoeken In tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart
voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
Niet bekend.
Omgeving <25 m
► Verkennend bodemondezoek Krommesteeg 3 (ten westen van de onderzoekslocatie) d.d. 28-03/04-04-2003, Eco Reest Milieu Adviesbureau, ref. nr. 030343. Conclusies: • grond: in de grond is een licht verhoogd gehalte EOX (>AW) aangetoond; • waterbodem (er loopt een sloot over het perceel): uit de resultaten blijkt dat het gehalte minerale olie licht verhoogd is (>AW, mogelljk door humuszuren); • slib: eindoordeel: klasse 1 slib; • grondwater: bij 1 peilbuis benzeen > Streefwaarde; geen reden tot nader onderzoek. ►Historisch onderzoek (werkvoorraad bodem spoedlocaties) Krommesteeg 3 d.d. 2312-2008, CSO Adviesbureau, ref. nr. onbekend. ► Historisch onderzoek Dijk Cellemuiden d.d. 14-02-2014, TAUW, ref. nr. nHWBP. ► Op de locatie A. van Dijk zijn de volgende onderzoeken vermeld: ♦ Verkennend bodemonderzoek NEN 5740 d.d. 10-01-2005, Mateboer, ref. nr. onbekend. ♦ Bouwstoffenbesluit d.d. 12-08-2011, EcoReest, ref. nr. onbekend ♦ Saneringsevaluatie d.d. 01-11-2011, Hunneman milieuadvies, ref. nr. onbekend. Vervolg WBB: voldoende onderzocht. ► Historisch onderzoek Grasland bij Cellemuiden 21 d.d. 10-02-2010, Aqua Terra, Kuipers en Burgers, ref. nr. onbekend. Vervolg WBB: voldoende onderzocht. ► Verkennend onderzoek NEN 5740 Cellemuiden 26 d.d. 08-03-2011, FMA Nillesen Bedrijfsadviseurs, ref. nr. onbekend. Vervolg WBB: voldoende onderzocht.
Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
januari ’21
► Industrieterrein “”Zevenhont 4” d.d. 02-10-1998 Verkennend onderzoek NVN 5740 Zevenhont Iv TAUW Gemeente d.d. 03-05-1999 Verkennend onderzoek NEN 5740 sectie 526 en 616 Gemeente d.d. 03-05-1999 Verkennend onderzoek NVN 5740 voormalig weiland Zevenhont IV IJsselmeer beton B.V. 62397 Gemeente d.d. 07-03-2003 Bouwstoffenbesluit Zevenhont IV IJsselmeer beton B.V. 64742 conclusies: onverdacht/niet verontreinigd Niet bekend.
De locatie bevindt zich in de zone buitengebied.
10
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nieuwe Weg, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) te Genemuiden
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. -1-NAP tot 1 m/+NAP. In tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. tabel 6: geohydrologische opbouw diepte m-mv 0-7 7-8 8-20 20-46 46-51
beschrijving
formatie
Afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen Midden en fijn zand, een spoor klei, veen en grind Middelgrove zanden, sporen klei en veen Middelgrove zanden, sporen klei, zandige klei en veen Grof en midden zand, een spoor klei
Holocene afzettingen, complexe eenheid Boxtel Kreftenheye Urk Appelscha
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.
(financieel-) juridische situatie In tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. tabel 7: financieel/juridische aspecten kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen
Gemeente Hasselt, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) -
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.
januari ’21
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nieuwe Weg, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) te Genemuiden
2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie aan de Nieuwe Weg, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) te Genemuiden, achter Cellemuiden nr. 21, voor zover bekend in het verleden niet eerder bebouwd is geweest. Voor zover na te gaan heeft de onderzoekslocatie een agrarisch gebruik gehad. Het onderhavige onderzoek heeft alleen betrekking op het terreindeel t.p.v. de geplande nieuwbouw (plangebied), zie bijlage 2. Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.2, strategie voor grootschalige onverdachte locaties (ONV-GR-NL) (literatuur 1).
In tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie
(deel)locatie NEN-5740+A1 onderzoeksgebied (plangebied) (ca. 212.232 m2)
mogelijke verontreiniging Grond
grondwater
onderzoeksstrategie
-
-
ONV-GR-NL
Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.
januari ’21
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nieuwe Weg, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) te Genemuiden
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. De bemonstering van grond t.b.v. PFAS onderzoek is uitgevoerd op basis van het protocol bemonstering PFAS-verbindingen in grond en grondwater (expertisecentrum PFAS, juli 2019). Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. Het uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuizen en het nemen van grondmonsters heeft plaatsgevonden op 24 en 25 november 2020. Het bemonsteren van het grondwater is (conform NEN-5740+A1) ruime tijd na plaatsing van de peilbuis op 09 december 2020 uitgevoerd. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door dhr. A.D.M. van Wuykhuyse, dhr. M.J.A. van Wuykhuyse en dhr. H. van Kuik, geregistreerde veldwerkers van Sigma Bouw & Milieu te Emmen en dhr. D. de Wilde, veldwerkers in opleiding van Sigma Bouw & Milieu te Emmen. Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Voorafgaand aan het plaatsen van boringen is een locatie-inspectie gehouden. Op basis van de locatie-inspectie zijn geen bijzonderheden waargenomen.
Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in tabel 9. tabel 9: veldwerkprogramma
Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
81
0.5
36 t/m 116
12
2.0
24 t/m 35
23
max. 2.6
1 t/m 23
2
onderzoekslocatie ( ca. 212.232 m ) Boringen Peilbuis
De geplaatste peilbuizen zijn opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0,5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven de peilfilters bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuizen zijn geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.
januari ’21
13
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nieuwe Weg, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) te Genemuiden
monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2
Resultaten van het veldonderzoek
bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In tabel 10 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. tabel 10: lokale bodemopbouw bodemlaag m-mv 0.0-0.5 0.5-2.6
januari ’21
hoofdbestanddeel
toevoeging
kleur
klei veen
zwak siltig, sterk humeus venig
grijs/beige bruin
14
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nieuwe Weg, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) te Genemuiden
veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn weergegeven in tabel 11. tabel 11: veldwaarnemingen grondwater Peilbuis
filtertraject m-mv
grondwaterstand m-mv
voorpompen liter
pH
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23
1.6-2.6 1.6-2.6 1.6-2.6 1.6-2.6 1.6-2.6 1.6-2.6 1.6-2.6 1.6-2.6 1.6-2.6 1.6-2.6 1.6-2.6 1.6-2.6 1.6-2.6 1.6-2.6 1.6-2.6 1.6-2.6 1.6-2.6 1.6-2.6 1.6-2.6 1.6-2.6 1.5-2.5 1.5-2.5 1.6-2.6
0.79 0.74 0.56 0.66 0.55 0.68 0.61 0.62 0.73 0.67 0.64 0.75 0.63 0.66 0.56 0.69 0.72 0.52 0.58 0.73 0.54 0.57 0.59
5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
6.6 6.8 6.7 6.7 6.9 6.8 6.8 7.1 6.9 6.5 7.3 6.8 6.6 6.7 6.3 5.9 6.9 6.6 6.3 7.1 6.8 6.5 6.9
EGV geleidingsvermogen µS/cm 1.070 990 1.040 1.130 1.070 880 760 1.040 1.150 1.090 880 740 810 940 770 830 720 640 720 970 1.040 790 830
troebelheid (NTU) 16.1 22.3 7.8 6.9 13.2 8.5 7.1 11.6 22.1 17.4 11.6 9.4 8.5 11.5 9.4 15.6 22.1 8.2 9.4 12.6 17.5 7.8 9.3
In de genomen grondwatermonsters is plaatselijk een hogere troebelheid gemeten dan voor natuurlijke troebelheid verwacht wordt (≥10 NTU). De peilbuizen hebben voldoende rusttijd gehad na plaatsing (minimaal een week). Ook zijn de peilbuizen zorgvuldig en met een voldoende laag debiet afgepompt zodat de grondwaterstand in de peilbuis slechts gering is gedaald tijdens afpompen (< 50 cm). Daarom wordt aangenomen dat er geen sprake is geweest van een verstoord bodemevenwicht tijdens monsterneming, en dat de gemeten waarde voor troebelheid een natuurlijke oorzaak hebben (zwevende stoffen als lutum of silt in het grondwater). Zwevende delen kunnen leiden tot verhoogde meetwaarden in het grondwater als gevolg van matrixstoringen bij de analyse en ab- en adsorptie organische verbindingen en zware metalen aan deze zwevende delen
januari ’21
15
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nieuwe Weg, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) te Genemuiden
zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. De afwijkende waarnemingen staan in de onderstaande tabel 12 weergegeven. tabel 12: afwijkende waarnemingen boring
diepte m-mv.
zintuiglijke waarnemingen
113 (dam)
0.0-0.4
resten baksteen
grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. In het opgeboorde monstermateriaal uit de bovengrond t.p.v. boring 113 zijn baksteenresten waargenomen. In bijlage A van de NEN-5725 wordt gesteld dat vooral bij ongedefinieerd gemengd bouw‐ en sloopafval de kans groot is dat dit asbestcementplaatmateriaal bevat (stukjes golfplaat, vlakke plaat, daklei en buis). Ook in betonpuin, vooral funderingspuin, komt incidenteel asbestcement voor in de vorm van asbestcementbuizen, verloren bekisting en stelplaatjes. In de overige soorten puin (puin van asfalt, asfalt, bakstenen, dakpannen, cement, klinkers en/of straatstenen, trottoirbanden en historisch puin) zit in de regel geen asbesthoudend materiaal en de aanwezigheid daarvan maakt een locatie niet verdacht. Indien het (puin)granulaat duidelijk visueel herkenbaar is als eenduidig materiaal en voldoende kan worden onderbouwd dat dit materiaal niet vermengd kan zijn met asbesthoudend materiaal, is de (deel)locatie niet verdacht.
De waargenomen baksteensporen zijn in dit geval visueel beoordeeld als eenduidig materiaal, nl. baksteen. Op basis van het gestelde in bijlage A van de NEN-5725 kan gesteld worden dat de grond t.p.v. boring 113, vanwege de aanwezigheid van baksteenresten, niet direct verdacht is voor de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal. Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1.
Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht. januari ’21
16
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nieuwe Weg, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) te Genemuiden
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. Van het totaal aantal genomen grondmonsters op de locatie zijn grond(meng)monsters samengesteld en geanalyseerd. grondwater Uit de geplaatste peilbuizen is per peilbuis een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande tabel 13 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. tabel 13: analyseschema Monstercode
boringnummer(s)
diepte (m-mv)
zintuiglijke analysepakket waarnemingen
1 (MM1)
1, 2, 24, 36, 37, 39-42
0.0-0.3
-
2 (MM2)
3, 4, 25, 44-47, 49, 50
0.0-0.3
-
3 (MM3)
5, 6, 26, 51-56
0.0-0.4
-
4 (MM4)
7, 8, 27, 57-60, 62, 63
0.0-0.4
-
5 (MM5)
9, 10, 28, 64, 65, 67-70
0.0-0.3
-
6 (MM6)
11, 12, 29, 71, 72, 74-77
0.0-0.3
-
7 (MM7)
13, 14, 30, 78-81, 83, 84
0.0-0.4
-
8 (MM8)
15, 16, 31, 85-90
0.0-0.3
-
9 (MM9)
17, 18, 32, 91-94, 96, 97
0.0-0.3
-
10 (MM10)
19, 20, 33, 98-101, 103
0.0-0.3
-
11 (MM11)
21, 22, 34, 104, 105, 107110, 23, 35, 111, 112, 114-116
0.0-0.5
-
0.0-0.5
-
grond
12 (MM12)
januari ’21
NEN-grond(*)+PFAS-28 handelingskader+AS3000 NEN-grond(*)+PFAS-28 handelingskader+AS3000 NEN-grond(*)+PFAS-28 handelingskader+AS3000 NEN-grond(*)+PFAS-28 handelingskader+AS3000 NEN-grond(*)+PFAS-28 handelingskader+AS3000 NEN-grond(*)+PFAS-28 handelingskader+AS3000 NEN-grond(*)+PFAS-28 handelingskader+AS3000 NEN-grond(*)+PFAS-28 handelingskader+AS3000 NEN-grond(*)+PFAS-28 handelingskader+AS3000 NEN-grond(*)+PFAS-28 handelingskader+AS3000 NEN-grond(*)+PFAS-28 handelingskader+AS3000 NEN-grond(*)+PFAS-28 handelingskader+AS3000
17
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nieuwe Weg, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) te Genemuiden
vervolg tabel 13: analyseschema Monstercode
boringnummer(s)
diepte (m-mv)
zintuiglijke analysepakket waarnemingen
13 (MM13)
113 (dam)
0.0-0.4
baksteen
NEN-grond(*)+AS3000
14 (MM14)
1, 2, 24
0.3-2.0
-
NEN-grond(*)+AS3000
15 (MM15)
3, 4, 25
0.5-2.0
-
NEN-grond(*)+AS3000
16 (MM16)
5, 6, 26
0.5-2.0
-
NEN-grond(*)+AS3000
17 (MM17)
7, 8, 27
0.5-2.0
-
NEN-grond(*)+AS3000
18 (MM18)
9, 10, 28
0.5-2.0
-
NEN-grond(*)+AS3000
19 (MM19)
11, 12, 29
0.5-2.0
-
NEN-grond(*)+AS3000
20 (MM20)
13, 14, 30
0.5-2.0
-
NEN-grond(*)+AS3000
21 (MM21)
15, 16, 31
0.5-2.0
-
NEN-grond(*)+AS3000
22 (MM22)
17, 18, 32
0.5-2.0
-
NEN-grond(*)+AS3000
23 (MM23)
19, 20, 33
0.5-2.0
-
NEN-grond(*)+AS3000
24 (MM24)
21, 22, 34
0.5-2.0
-
NEN-grond(*)+AS3000
25 (MM25)
23, 35
0.5-2.0
-
NEN-grond(*)+AS3000
1 (peilbuis)
1
1.6-2.6
-
NEN-grondwater(**)
2 (peilbuis)
2
1.6-2.6
-
NEN-grondwater(**)
3 (peilbuis)
3
1.6-2.6
-
NEN-grondwater(**)
4 (peilbuis)
4
1.6-2.6
-
NEN-grondwater(**)
5 (peilbuis)
5
1.6-2.6
-
NEN-grondwater(**)
6 (peilbuis)
6
1.6-2.6
-
NEN-grondwater(**)
7 (peilbuis)
7
1.6-2.6
-
NEN-grondwater(**)
8 (peilbuis)
8
1.6-2.6
-
NEN-grondwater(**)
9 (peilbuis)
9
1.6-2.6
-
NEN-grondwater(**)
10 (peilbuis)
10
1.6-2.6
-
NEN-grondwater(**)
11 (peilbuis)
11
1.6-2.6
-
NEN-grondwater(**)
12 (peilbuis)
12
1.6-2.6
-
NEN-grondwater(**)
13 (peilbuis)
13
1.6-2.6
-
NEN-grondwater(**)
14 (peilbuis)
14
1.6-2.6
-
NEN-grondwater(**)
15 (peilbuis)
15
1.6-2.6
-
NEN-grondwater(**)
16 (peilbuis)
16
1.6-2.6
-
NEN-grondwater(**)
17 (peilbuis)
17
1.6-2.6
-
NEN-grondwater(**)
18 (peilbuis)
18
1.6-2.6
-
NEN-grondwater(**)
19 (peilbuis)
19
1.6-2.6
-
NEN-grondwater(**)
grond
grondwater
januari ’21
18
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nieuwe Weg, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) te Genemuiden
vervolg tabel 13: analyseschema Monstercode
boringnummer(s)
diepte (m-mv)
zintuiglijke analysepakket waarnemingen
20 (peilbuis)
20
1.6-2.6
-
NEN-grondwater(**)
21 (peilbuis)
21
1.5-2.5
-
NEN-grondwater(**)
22 (peilbuis)
22
1.5-2.5
-
NEN-grondwater(**)
23 (peilbuis)
23
1.6-2.6
-
NEN-grondwater(**)
grondwater
verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan
januari ’21
19
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nieuwe Weg, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) te Genemuiden
4.2
Toetsingscriteria
Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0,5: De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.
januari ’21
20
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nieuwe Weg, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) te Genemuiden
4.3
Analyseresultaten en interpretatie
In deze paragraaf zijn de resultaten van de chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters, gerelateerd aan toetsingswaarden, weergegeven in tabelvorm. Na elke tabel worden de onderzoeksresultaten besproken. In bijlage 4 zijn van alle uitgevoerde analyses de analysecertificaten van Omegam opgenomen. 4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond
boven- en ondergrond (0.0-2.0 m-mv) In tabel 14 t/m 22 wordt een volledig overzicht weergegeven van de analyseresultaten getoetst aan de toetsingswaarde. tabel 14: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Project OPID 24078799#20-M9629-Nieuwe Weg percelen G nrs. 9, 562, 564 Certificaten 1120330 Toetsing T.12 - Beoordeling kwaliteit van grond volgens Wbb Toetsversie BoToVa 3-1-2000 Toetsdatum: 21 december 2020 13:47 Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds cadmium (Cd) mg/kg ds kobalt (Co) mg/kg ds koper (Cu) mg/kg ds kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds lood (Pb) mg/kg ds molybdeen (Mo) mg/kg ds nikkel (Ni) mg/kg ds zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds
AW
januari ’21
T
I
Monster 6539286 Monster 6539287 Monster 6539288 MM1, 01: 0-30, 02: 0-30, 24: 0-30, 36: 0-30, 37: 0-30, 39:MM2, 0-30,3:40:0-30, 0-30,4:41: 0-30, 0-30, 25:42: 0-30, 0-3044: 0-30, 45: 0-30, 46: 0-30, MM3,47:5:0-30, 0-40,49: 6: 0-40, 0-30, 26: 50:0-30, 0-30 51: 0-30, 52: 0-30, 53: 0-30, 54: 0-30, 55: 0-30, 56: 0-30 Max. Bodemindex 0 Max. Bodemindex 0 Max. Bodemindex 0,154 Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index 26,7 29
10 25
44,5
44,5
0 0
26,9 37,7
10 25
@
0
46,1
46,1
0 0
5,6 6,3
10 25
0 0
@
0
74,1
74,1
@
0
190 0,6 15 40 0,15 50 1,5 35 140
555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
210 0,69 8,6 22 0,16 57 < 1.5 34 100
190 0,47 7,6 16 0,14 46 < 1.0 31 79
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
210 0,61 12 20 0,18 51 < 1.5 36 92
150 0,39 8,6 13 0,15 38 < 1.0 26 63
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
110 0,34 7,4 12 0,1 27 < 1.5 21 59
280 0,48 18 20 0,13 37 < 1.0 45 110
@ 0,123 0 1.2 AW(WO) 0,017 0 0 0 0 1.3 AW(IND) 0,154 0
190
2595
5000
130
49
-
0
120
45
-
0
50
89
-
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.013 < 0.013 < 0.013 < 0.013 < 0.013 < 0.013 < 0.013 < 0.013 < 0.013 < 0.013
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.013 < 0.013 < 0.013 < 0.013 < 0.013 < 0.013 < 0.013 < 0.013 < 0.013 < 0.013
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035 < 0.035
0,35
< 0.13
0
0,35
< 0.13
0
0,35
< 0.35
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.00026 < 0.00026 < 0.00026 < 0.00026 < 0.00026 < 0.00026 < 0.00026
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.00026 < 0.00026 < 0.00026 < 0.00026 < 0.00026 < 0.00026 < 0.00026
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.0012 < 0.0012 < 0.0012 < 0.0012 < 0.0012 < 0.0012 < 0.0012
0,005
< 0.0018
0
0,005
< 0.0018
0
0,005
< 0.0088
1,5
0,02
20,75
0,51
40
1
-
-
-
-
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
-
0 0 0 0 0 0 0 0
-
0
21
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nieuwe Weg, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) te Genemuiden
tabel 15: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming
Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid AW Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds 190 cadmium (Cd) mg/kg ds 0,6 kobalt (Co) mg/kg ds 15 koper (Cu) mg/kg ds 40 kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds 0,15 lood (Pb) mg/kg ds 50 molybdeen (Mo) mg/kg ds 1,5 nikkel (Ni) mg/kg ds 35 zink (Zn) mg/kg ds 140 Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds 190 Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds 1,5 Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds 0,02
januari ’21
T
I
Monster 6539289 Monster 6539290 Monster 6539291 MM4, 7: 0-40, 8: 0-40, 27: 20-40, 57: 0-30, 58: 0-30, 59: 0-30, MM5,60:9: 0-30, 10: 62:0-30, 28: 63:0-30, 64: 0-30, 65: 0-30, 67: 0-30, MM6,68:11:0-30, 0-30,69:12:0-30, 0-30,70:29:0-30 0-30, 71: 0-30, 72: 0-30, 74: 0-30, 75: 0-30, 76: 0-30, 77: 0-30 Max. Bodemindex 0 Max. Bodemindex 0 Max. Bodemindex 0 Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index 29,6 27,3
10 25
45,2
45,2
0 0
29,3 29,5
10 25
@
0
47,6
47,6
0 0
28,1 18,1
10 25
0 0
@
0
46,7
46,7
@
0
555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
120 0,46 7,5 16 0,14 36 < 1.5 23 70
110 0,3 7 12 0,12 29 < 1.0 22 56
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
200 0,7 8,8 21 0,17 55 < 1.5 35 98
170 0,45 7,7 15 0,15 43 < 1.0 31 75
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
86 0,52 4,6 21 0,11 31 < 1.5 17 83
110 0,37 5,9 18 0,11 27 < 1.0 21 79
@ -
0 0 0 0 0 0 0 0 0
2595
5000
110
37
-
0
160
55
-
0
120
43
-
0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 0,1 < 0.05 0,06 < 0.05 0,05 < 0.05 < 0.05
< 0.012 < 0.012 < 0.012 0,034 < 0.012 0,02 < 0.012 0,017 < 0.012 < 0.012
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 0,07 < 0.05 0,06 < 0.05 0,06 < 0.05 < 0.05
< 0.012 < 0.012 < 0.012 0,024 < 0.012 0,02 < 0.012 0,02 < 0.012 < 0.012
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 0,11 0,08 0,12 0,13 0,19 0,16 0,13
< 0.012 < 0.012 < 0.012 0,039 0,028 0,043 0,046 0,068 0,057 0,046
0,46
0,15
0
0,44
0,15
0
1
0,36
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.00024 < 0.00024 < 0.00024 < 0.00024 < 0.00024 < 0.00024 < 0.00024
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 0,001 0,001 < 0.001
< 0.00024 < 0.00024 < 0.00024 < 0.00024 0,00034 0,00034 < 0.00024
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 0,001 < 0.001 < 0.001
< 0.00025 < 0.00025 < 0.00025 < 0.00025 0,00036 < 0.00025 < 0.00025
0,005
< 0.0017 -
0
0,006
0,0019
0
0,005
0,0019
20,75
0,51
40
1
-
-
-
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 -
0 0 0 0 0 0 0 0
-
0
22
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nieuwe Weg, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) te Genemuiden
tabel 16: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming
Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid AW Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds 190 cadmium (Cd) mg/kg ds 0,6 kobalt (Co) mg/kg ds 15 koper (Cu) mg/kg ds 40 kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds 0,15 lood (Pb) mg/kg ds 50 molybdeen (Mo) mg/kg ds 1,5 nikkel (Ni) mg/kg ds 35 zink (Zn) mg/kg ds 140 Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds 190 Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds 1,5 Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds 0,02
januari ’21
T
I
Monster 6539292 Monster 6539293 Monster 6539294 MM7, 13: 0-40, 14: 0-40, 30: 0-30, 78: 0-30, 79: 0-30, 80:MM8, 0-30,15: 81:0-30, 16: 83:0-30, 31: 84:0-30, 85: 0-30, 86: 0-30, 88:MM9, 0-30,17: 89:0-30, 18: 90:0-30, 32: 87:0-30, 91: 0-30, 92: 0-30, 93: 0-30, 94: 0-30, 96: 0-30, 97: 0-30 Max. Bodemindex 0,027 Max. Bodemindex 0,068 Max. Bodemindex 0,01 Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index 16,2 15,1
10 25
56,4
56,4
@
0 0
25 23
10 25
0
49,5
49,5
@
0 0
25,7 29,2
10 25
0 0
0
47,3
47,3
@
0
555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
140 0,6 6 19 0,14 38 < 1.5 23 86
210 0,56 8,7 20 0,15 40 < 1.0 32 100
@ 0,027 0 0 0 1.0 AW(WO) 0 0 0 0 0
220 0,53 9,1 20 0,16 44 < 1.5 36 92
240 0,38 9,7 16 0,15 38 < 1.0 38 82
@ 0,068 0 0 0 1.0 AW(WO) 0 0 0 1.1 AW(WO) 0,046 0
220 0,65 14 21 0,19 68 < 1.5 36 110
190 0,45 12 16 0,17 55 < 1.0 32 87
@ 0 0 0 0 1.1 AW(WO) 0,001 1.1 AW(WO) 0,01 0 0 0
2595
5000
100
62
-
0
100
40
-
0
90
35
-
< 0.05 < 0.05 < 0.05 0,05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.022 < 0.022 < 0.022 0,031 < 0.022 < 0.022 < 0.022 < 0.022 < 0.022 < 0.022
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 0,06 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.014 < 0.014 < 0.014 0,024 < 0.014 < 0.014 < 0.014 < 0.014 < 0.014 < 0.014
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.014 < 0.014 < 0.014 < 0.014 < 0.014 < 0.014 < 0.014 < 0.014 < 0.014 < 0.014
0,36
0,23
0
0,38
0,15
0
0,35
< 0.14
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.00043 < 0.00043 < 0.00043 < 0.00043 < 0.00043 < 0.00043 < 0.00043
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.00028 < 0.00028 < 0.00028 < 0.00028 < 0.00028 < 0.00028 < 0.00028
0 0 0 0 0 0 0
< 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001 < 0.001
< 0.00027 < 0.00027 < 0.00027 < 0.00027 < 0.00027 < 0.00027 < 0.00027
0 0 0 0 0 0 0
0,005
< 0.0030 -
0
0,005
< 0.0020 -
0
0,005
< 0.0019 -
0
20,75
0,51
40
1
-
-
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
-
0
23
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Nieuwe Weg, percelen G nrs. 9 (ged.), 562 (ged.) en 564 (ged.) te Genemuiden
tabel 17: gemeten gehaltes (mg/kg d.s.) in grond met beoordeling conform de Wet Bodembescherming
Parameters
Toetsing
Analyse Eenheid AW Lutum/Humus Organische stof % (m/m ds) Lutum % (m/m ds) Droogrest droge stof % Metalen ICP-AES barium (Ba) mg/kg ds 190 cadmium (Cd) mg/kg ds 0,6 kobalt (Co) mg/kg ds 15 koper (Cu) mg/kg ds 40 kwik (Hg) (niet vluchtig) mg/kg ds 0,15 lood (Pb) mg/kg ds 50 molybdeen (Mo) mg/kg ds 1,5 nikkel (Ni) mg/kg ds 35 zink (Zn) mg/kg ds 140 Minerale olie minerale olie (florisil clean-up) mg/kg ds 190 Polycyclische koolwaterstoffen naftaleen mg/kg ds fenantreen mg/kg ds anthraceen mg/kg ds fluoranteen mg/kg ds benzo(a)antraceen mg/kg ds chryseen mg/kg ds benzo(k)fluoranteen mg/kg ds benzo(a)pyreen mg/kg ds benzo(ghi)peryleen mg/kg ds indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kg ds Sommaties som PAK (10) mg/kg ds 1,5 Polychloorbifenylen PCB - 28 mg/kg ds PCB - 52 mg/kg ds PCB - 101 mg/kg ds PCB - 118 mg/kg ds PCB - 138 mg/kg ds PCB - 153 mg/kg ds PCB - 180 mg/kg ds Sommaties som PCBs (7) mg/kg ds 0,02
januari ’21
T
I
Monster 6539295 Monster 6539296 Monster 6539297 MM10, 19: 0-30, 20: 0-30, 33: 0-30, 98: 0-30, 99: 0-30, 100: MM11, 0-30,21:101:0-50,0-30,22:103: 0-50,0-30 104: 0-30, 105: 0-30, 107: 0-30,MM12, 108: 23: 0-30,0-50, 109:350-30, : 0-50,110:111:0-30,0-30,34:112(dam): 0-30 0-50, 114: 0-50, 115: 0-30, 116: 0-30 Max. Bodemindex 0,041 Max. Bodemindex 0,082 Max. Bodemindex 0,014 Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Toetsoordeel Voldoet aan Achtergrondwaarde Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index Ana.Res. Std.Res. T.Oordeel B.Index 25,8 31,8
10 25
45,4
45,4
@
0 0
16 19,1
10 25
0
59,4
59,4
@
0 0
24,4 17,2
10 25
0 0
0
47,3
47,3
@
0
555 6,8 102,5 115 18,075 290 95,75 67,5 430
920 13 190 190 36 530 190 100 720
270 0,68 11 22 0,17 56 < 1.5 43 110
220 0,46 9,1 16 0,15 44 < 1.0 36 84
@ 0,041 0 0 0 0 0 0 1.0 AW(WO) 0,015 0
200 0,54 8,2 18 0,13 45 < 1.5 31 94
250 0,49 10 18 0,13 45 < 1.0 37 100
@ 0,082 0 0 0 0 0 0 1.1 AW(WO) 0,031 0
150 0,56 11 20 0,2 40 < 1.5 25 95
200 0,43 15 18 0,2 37 < 1.0 32 96
@ 0,014 0 0 0 1.3 AW(WO) 0,001 0 0 0 0
2595
5000
150
58
-
0
99
62
-
0
150
61
-
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05
< 0.014 < 0.014 < 0.014 < 0.014 < 0.014 < 0.014 < 0.014 < 0.014 < 0.014 < 0.014
0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
< 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05 < 0.05