CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RV26 004 RV+RB Beleidskader Jeugd 2026-2030

Raad 3 maart 2026, gemeente ZeistBij agendapunt: Beleidskader Jeugd 2026-2030 (RV26.004)2.521 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

RAADSVOORSTEL Beleidskader Jeugd 2026 – 2030

Ontvangst griffie

14 januari 2026

Ronde Tafel

12 februari 2026

Zaak/stuknummer

Angèle Welting Marieke de Jong 981384 / RV26.004

Besluit college

6 januari 2026

Raadsvergadering

Portefeuillehouder Opsteller

Debat 3 maart 2026

Onderwerp Beleidskader jeugd 2026-2030

Doel van het voorstel De gemeente Zeist heeft een nieuw plan gemaakt voor de jeugd: Beleidskader Jeugd 2026-2030. Het huidige beleidskader Jeugd is verouderd en toe aan vernieuwing. Als gemeente Zeist willen we dat alle kinderen en jongeren veilig, gezond en kansrijk opgroeien. Dit beleidskader jeugd geeft ons richting hiervoor. Het stelt ons in staat doelen te stellen naar een toekomstbestendig jeugd(hulp)landschap. We geven hiermee lokaal invulling aan de landelijke Hervormingsagenda Jeugd en inkoopkoers Wmo-Jeugd van regio ZOU.

Voorgesteld besluit Het Beleidskader Jeugd 2026-2030 vast te stellen.

Besluit Raad Unaniem aangenomen 33 voor / 0 tegen

Inhoud (korte samenvatting) Als gemeente Zeist willen we dat alle kinderen en jongeren veilig, gezond en kansrijk opgroeien. Daarom hebben wij een nieuw plan gemaakt voor de jeugd, het Beleidskader Jeugd 2026-2030. Dit beleidskader brengt richting voor 2026–2030. Het legt de nadruk op een sterke pedagogische basis. De pedagogische basis is het geheel van relaties, netwerken en plekken waar kinderen en jongeren opgroeien. Deze basis is het fundament. In dit plan staat dat opgroeien soms lastig is, maar dat dit erbij hoort. We willen problemen niet vergroten, juist in het belang van kinderen en jongeren. We zorgen voor een sterke basis waarin kinderen en jongeren goed kunnen opgroeien. Jeugdhulp is aanvullend en wordt alleen ingezet wanneer deze basis onvoldoende steun biedt voor wat een kind of jongere/ gezin nodig heeft. Pagina 1 van 7

Als gemeente Zeist kiezen wij voor een samenhangende koers, waarin het versterken van de pedagogische basis centraal staat. De pedagogische basis is het geheel van relaties, netwerken en plekken waar kinderen en jongeren opgroeien. Denk aan ouders, scholen, sportclubs en buurten. Jeugdhulp is aanvullend, als deze basis niet genoeg steun biedt. Wij willen drie dingen bereiken:  De basis voor opvoeden en opgroeien (‘de pedagogische basis’) sterker maken.  Zorgen dat alle kinderen gelijke kansen krijgen.  Minder druk op de jeugdhulp. Speerpunten - belangrijke punten in het plan: 1. Sterke pedagogische basis: voorspelbaar, collectief en netwerkgericht; 2. Gebiedsgericht sturen en ongelijk investeren: op wijkniveau kijken wat nodig is; 3. Veiligheid als gezamenlijke verantwoordelijkheid: alle betrokkenen hebben een rol; 4. Bevorderen van ontwikkeling en soepele overgangen van 0–23 jaar: makkelijke overgangen tussen verschillende fases. VERDIEPING Inleiding Als gemeente Zeist willen wij dat alle kinderen en jongeren veilig, gezond en kansrijk opgroeien. Veel kinderen groeien op in een stabiele context die dit biedt. We zien echter dat de afgelopen jaren steeds meer kinderen en jongeren jeugdhulp ontvangen, dat trajecten langer duren en dat de kosten harder stijgen dan het gebruik. Gezinnen en professionals ervaren het stelsel bovendien als complex en versnipperd.

Dit beleidskader brengt richting voor 2026–2030 en valt onder de Visie Sociaal Domein (2025) met oog voor wijkverschillen en kansenongelijkheid en is een uitwerking naar beleid voor de doelgroep kinderen en jongeren. Het legt de nadruk op een sterke pedagogische basis. De pedagogische basis is het geheel van relaties, netwerken en plekken waar kinderen en jongeren ( hierna ‘jeugd’) opgroeien. Deze basis is het fundament. Jeugdhulp is aanvullend, en wordt ingezet als deze basis niet genoeg steun biedt. Samenvatting beleidskader De maatschappelijke opgave is drieledig:  Pedagogische basis versterken in gezin, school, sport, cultuur en wijk.  Kansenongelijkheid verkleinen door ongelijk te investeren waar de stapeling van problematiek het grootst is.  Druk op jeugdhulp verlagen door het normale leven te versterken en preventief en collectief te werken. Dit beleidskader kiest voor een samenhangende koers. We versterken de pedagogische basis. Uitdagingen bij opgroeien en opvoeden zijn normaal en mogen bij het leven horen (‘normaliseren'). Jeugdhulp is aanvullend als deze basis niet genoeg steun biedt en wordt doelgericht ingezet waar nodig. Visie en leidende principes Het jeugdbeleid is een nadere uitwerking van de gemeentelijke visie Sociaal Domein (2025) voor jeugd en de gemeentelijke kernwaarden vertrouwen, nabijheid en kracht. Acht leidende principes geven richting: 1.

Uitdagingen horen bij het leven. 2. Altijd contextgericht werken. 3. Samen met kinderen, jongeren en ouders. 4. De pedagogische basis als fundament. 5. Samenhang en samenwerking centraal. 6. Ongelijk investeren voor gelijke kansen. Pagina 2 van 7

7. Jeugdhulp is aanvullend. 8. Veiligheid als ondergrens. Op basis van deze leidende principes kiest Zeist voor vier inhoudelijke speerpunten. 1. Sterke pedagogische basis: voorspelbaar, collectief en netwerkgericht. In iedere wijk komt één gezamenlijke pedagogische aanpak. We versterken het CJG in het (preventief) ondersteunen van het gezin (basishulp). We werken zoveel mogelijk met vaste contactpersonen en warme overdrachten, collectieve programma’s als voorkeursroute, en structurele ouder- en jongerennetwerken. We verbinden formele en informele steun, maken voorzieningen beter zichtbaar en professionals krijgen ruimte voor gezamenlijke duiding en oordeelvertraging. 2. Gebiedsgericht sturen en ongelijk investeren. In de wijk vormen we een pedagogische alliantie met een agenda waarin de belangrijkste thema’s en prioriteiten vastliggen. We maken per wijk een plan, gebaseerd op cijfers én verhalen. In wijken waar problemen zich opstapelen zetten we extra capaciteit in voor bijvoorbeeld jongerenwerk, sportvoorzieningen en ondersteuning op school. Zo verkleinen we ongelijkheid en sluiten we beter aan bij lokale behoeften. We volgen hierbij het integraal afwegingskader buurt- en wijkgericht werken wat nu wordt ontwikkeld binnen de gemeente. Daarnaast is de samenwerking met regio ZOU belangrijk om aanbod wat lokaal te weinig schaalgrootte heeft, regionaal te organiseren. 3.

Veiligheid als gezamenlijke verantwoordelijkheid. Veiligheid in het gezin, school, wijk en online is cruciaal. Signalen van onveiligheid pakken we sneller op in gezamenlijke voorkantoverleggen. We werken met duidelijke veiligheidslijnen en investeren in aanspreekcultuur en rolmodellen. We combineren preventie en herstel, zodat gezinnen niet alleen problemen voorkomen, maar ook vertrouwen kunnen herstellen. 4. Ontwikkeling en overgangen van 0–23 jaar. Overgangen (opvang-basisschool, PO–VO, VO–mbo/werk, 18-/18+) krijgen expliciet aandacht. We zorgen voor vaste gezichten en warme overdrachten. Het CJG is toegankelijk en herkenbaar en werkt preventief. Onderwijs en jongerenwerk krijgen een brugfunctie. Er komt structurele aandacht voor digitale weerbaarheid en een integrale aanpak voor jongeren 16–23 jaar, waarin we wonen, inkomen, zorg en onderwijs verbinden.

ARGUMENTEN VOOR EN TEGEN ARGUMENTEN VOOR 1. Het beleidskader is noodzakelijk en steunt op een wettelijke en beleidsmatige grondslag. We zijn toe aan een nieuw beleidskader jeugd afgestemd op de huidige opgaven. Gemeenten hebben de verantwoordelijkheid om kinderrechten waar te borgen en richting te geven aan preventie, jeugdhulp en de aansluiting met kinderbescherming en jeugdreclassering. Het huidig beleidskader is meer dan 10 jaar geleden opgesteld en sluit niet meer aan op onze huidige situatie en opgaven. Dit voorliggend beleidskader biedt ons duidelijke koers en werkt met acht leidende principes en vier speerpunten (wat) om richting te geven aan de uitvoeringspraktijk (het hoe). Het geeft richting op het gebied van toegang, de uitvoeringspraktijk, de samenwerking met partners en de beoogde ontwikkelingen die we willen inzetten als antwoord op de maatschappelijke opgaven. Het sluit goed aan bij landelijk, regionaal en lokaal beleid. Denk aan de landelijke Hervormingsagenda Jeugd 2023-2028 en de regionale inkoopkoers van ZOU. Dit beleidskader is onze lokale uitwerking waarin deze landelijke en regionale doelen zijn meegenomen. Het sluit aan bij huidig lokaal beleid: het is een nadere uitwerking voor jeugd van de gemeentelijke visie sociaal domein en sluit aan bij diverse beleidskaders, bijvoorbeeld gezondheid, sport en bewegen en bestaanszekerheid.

In het beleidskader is een overzicht opgenomen van aanpalend beleid (bijlage B). 2. Het beleid sluit aan op de praktijk.

Pagina 3 van 7

Op basis van input van partners, ouders en jongeren, onderzoeken en interne collega’s zijn de leidende principes en de speerpunten geformuleerd. 3. We borgen sturing via monitoren en leren We werken met een PDCA-cyclus op drie niveaus, verbinden cijfers met ervaringen van jongeren/ouders/professionals. Jaarlijks rapporteren we in de P&C-cyclus aan de raad. Na vaststelling van het beleidskader, zal een uitvoeringsplan opgesteld worden inclusief KPI’s, waarmee we de voortgang van de uitvoering kunnen monitoren. 4. Het kaderstellend karakter vereist vaststelling door de gemeenteraad. Het beleidskader is kaderstellend en behoort daarmee tot de bevoegdheid van de gemeenteraad. Daarom legt het college dit document ter besluitvorming aan de raad voor. ARGUMENTEN TEGEN- KANTTEKENINGEN 1. Onbegrip en weerstand kunnen ontstaan bij inwoners door de verschuiving naar preventief en collectief aanbod. Mensen zijn gewend geraakt aan diagnoses en specialistische jeugdhulp. Het kost tijd en moeite om inwoners te laten ervaren dat ‘normale’ oplossingen vaak net zo goed of beter zijn. Er komt een publieksgerichte samenvatting van het beleidskader na vaststelling. Hiernaast is het van belang om in de dagelijkse praktijk in begrijpelijke taal uit te leggen wat verandert en waarom.

Daarnaast faseren we de invoering (bijvoorbeeld starten in enkele buurten/wijken en per speerpunt) om te leren en draagvlak op te bouwen bij partners. 2. Het beleidskader heeft impact op de omvang en aard van werkzaamheden van de consulenten binnen het CJG, het vergt zorgvuldige implementatie en priortering. Doorontwikkeling van het CJG om het beleid goed toe te passen, is van belang. Dit geldt voor de toegang tot aan bepalen of en welke inzet nodig is. Het vraagt om scherpe prioritering om consulten goed toe te rusten in het werken met de leidende principes en het meebouwen aan de speerpunten. 3. Onvoldoende capaciteit en teamwisselingen binnen het werkveld kunnen voorspelbaarheid en warme overdrachten ondermijnen. In de huidige arbeidsmarkt hebben partners en de gemeente regelmatig te maken met wisselingen van personeel. We borgen continuïteit zoveel mogelijk met duidelijke vervangings- en overdrachtsafspraken. 4. Onvoldoende datagedreven sturing op wijkniveau kan gerichte keuzes en bijsturing belemmeren. Grootste risico hierbij is dat het niet helder is wat de gedeelde ambities zijn voor de wijk. We proberen zoveel mogelijk data op wijkniveau te genereren. We organiseren ophaal/duidings-sessies op wijkniveau. En we borgen dit in de PDCA-cyclus van monitoren en leren. 5.

Investering in het versterken van de pedagogische basis vergt meerjarige inzet voordat effecten op jeugdhulp zichtbaar worden. Effecten zijn niet direct zichtbaar, de kosten gaan voor de baten. Versterken van de pedagogische basis is bouwen voor de langere termijn. Hiernaast is het effect van preventie moeilijk meetbaar, omdat het succes ervan betekent dat een probleem uitblijft. Door het meten op aanbod-niveau (bijv. tevredenheid, cijfer, etc.), in combinatie met data over bijvoorbeeld wachtenlijsten en de inzet ambulante jeugdhulp, meten we (indirecte) effecten.

TOELICHTING Participatie Het beleidskader is samen met jongeren, ouders en maatschappelijke partners ontwikkeld. Bijdragen kwamen onder meer van de scholen, focusgroep jongeren en focusgroep ouders, CJG-consulenten,

Pagina 4 van 7

beleidsadviseurs jeugd en onderwijs, jongerenwerk/Meander Omnium, aangevuld met een bewonersenquête onder volwassenen en jongeren uit Zeist. De inbreng van al deze belanghebbenden – variërend van de behoefte aan vaste gezichten, vindbare informatie tot ontmoetingsplekken – is verwerkt in de leidende principes en speerpunten. Ook de Jongerenraad en de Adviesraad Sociaal Domein zijn betrokken geweest. De jongerenraad heeft middels twee bijeenkomsten input geleverd en reactie ontvangen van het college. Het advies van de Adviesraad Sociaal Domein en de reactie ziet u in de bijlage. Het overgrote deel van de input van beide raden is in lijn met het beleidskader. Hiernaast zijn er mooie punten meegegeven om mee te nemen in het uitvoeringsplan.

Financiële toelichting We willen als gemeente een verschuiving zien: een beweging naar de ‘voorkant’, van individuele geïndiceerde jeugdhulp naar zoveel mogelijk preventieve en collectieve vormen van ondersteuning. We sturen op een afname van de kosten van jeugdhulp, zodat de uitgaven aan jeugdhulp duurzaam houdbaar blijven. Het is een risico om het budget voor de pedagogische basis te koppelen aan de hoogte van de uitgaven voor jeugdhulp. Ten eerste omdat financiële investeringen in de pedagogische basis niet direct en niet met zekerheid leiden tot lagere kosten in de jeugdhulp. Voor uitvoering van dit beleidskader is voor de jaren 2026 en 2027 uitvoeringsbudget aangevraagd en opgenomen in de begroting 2026. Dit is een benodigde voorinvestering, noodzakelijk om de beweging naar de ‘voorkant’ op gang te krijgen en te koersen op een afname van de jeugdhulpkosten. Echter we overzien dat een meerjarige investering in het nog op te stellen uitvoeringsplan van dit beleidskader noodzakelijk zal zijn. Er volgt hiervoor in voorbereiding op de begroting 2028 een dekkingsvoorstel. Streven is dat we hiervoor middelen kunnen verschuiven vanuit de jeugdhulpbudgetten. Zoals opgenomen in de regionale inkoopstrategie Wmo en Jeugdhulp is het streven om vanaf 2027 10% van het jeugdhulpbudget over te hevelen naar ‘de voorkant’, oplopend naar 25% in 2030.

Als de beweging naar de voorkant niet lukt, behalen we de doelen van de inkoopkoers en van de Hervormingsagenda Jeugd niet. Ook zijn de kanttekeningen 1, 2, 5, relevant ten aanzien van de mate waarin we de beweging naar de voorkant kunnen realiseren. Daarom is het van belang de investering in de pedagogische basis als een voorinvestering te zien maar ook als een investering die blijvend nodig is. Juridische aspecten Dit is een kaderstellend beleidsdocument in de zin van de Jeugdwet (periodiek plan van de raad). Hiernaast is het Kinderrechtenverdrag relevant, het Besluit begroting en verantwoording, de landelijke Hervormingsagenda Jeugd en de regionale inkoopkoers Wmo en Jeugd van ZOU. Zie voor meer toelichting 1.1, de wettelijke en beleidsmatige grondslag. De verordening jeugdhulp blijft als aparte regeling van kracht; het beleidskader geeft de strategische koers waarbinnen de verordening wordt toegepast en uitvoering plaatsvindt. Duurzame aspecten Bij een brede interpretatie van het begrip duurzaamheid, kan je stellen dat dit beleidskader in het teken staat van duurzaamheid. Duurzaamheid van het jeugdstelsel, en een duurzame samenleving waarin onze jeugd veilig, gezond en kansrijk opgroeit.

Samenhang met andere projecten Ten behoeve van illustratie van de samenhang en plek in het sociaal domein hieronder het figuur uit het raadsvoorstel gemeentelijke visie sociaal domein.

Pagina 5 van 7

Voor samenhang met aanpalend beleid zie ‘argumenten voor’, punt 1 laatste alinea. VERDERE PROCES Planning en uitvoering Na vaststelling van het beleidskader wordt het Uitvoeringsplan Jeugd opgesteld met per speerpunt de acties, indicatoren (KPI’s) en afspraken over regie en eigenaarschap. Het uitvoeringsplan wordt als voorstel aan het college voorgelegd en na vaststelling ter informatie aan de raad voorgelegd. Over voortgang en effecten wordt gerapporteerd via de reguliere P&C-cyclus. Jaarlijks vindt met de wethouder een evaluatie plaats m.b.t. de voortgang van het uitvoeringsplan, wat waar nodig tot bijstelling kan leiden. Communicatie Na vaststelling van het beleidskader komt er een publieksvriendelijke, meer visuele samenvatting (met speciale aandacht voor jongeren) van dit beleidskader. Evaluatie Monitoren en leren volgens de PDCA-cyclus op drie niveaus (wijk, beleid, bestuur). Rapportage in de P&C-cyclus; jaarlijkse evaluatie met mogelijke bijstelling van het uitvoeringsplan met de wethouder.

BIJLAGEN 1. Beleidskader Jeugd Zeist 2026–2030 2. Advies van de Adviesraad Sociaal Domein 3. Uitgaande brief aan de adviesraad sociaal domein

Pagina 6 van 7

RAADSBESLUIT

Behoort bij raadsvoorstel Nr. RV26.004

De raad van de gemeente Zeist; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 6 januari 2026; BESLUIT: Het Beleidskader Jeugd 2026-2030 vast te stellen.

Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 3 maart 2026 De raad voornoemd, ValidSigned door Eva Lemaier op 05-03-2026

ValidSigned door Joyce Langenacker op 05-03-2026

drs. E.M.H. Lemaier

drs. J. Langenacker, voorzitter

1

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16673109/3