CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

RIB22.085 Uitkomst meicirculaire 2022

Raad 30 juni 2022, gemeente ZeistBij agendapunt: Vaststellen van de Kadernota 20234.845 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Publiekshal ▪ Het Rond 1, Zeist

www.zeist.nl ▪ www.twittter.com/gemeentezeist

Postbus 513, 3700 AM, Zeist

www.facebook.com/gemeentezeist

Telefoon 14 030 ▪ zeist@zeist.nl

Ontvangen griffie 17 juni 2022 RIB22.085 Aan de gemeenteraad

Datum

17 juni 2022

Burgerservicenummer Bijlage(n) Onderwerp

Ons kenmerk

454371

Uw kenmerk

Uitkomst meicirculaire 2022 gemeentefonds

Behandeld door

Marion Hes

Portefeuillehouder

Walter van Dijk

Geachte leden van de raad, We hebben de meicirculaire 2022 ontvangen, doorgerekend en geanalyseerd. In deze brief geven we u informatie over de uitkomst hiervan, inclusief het effect dat deze uitkomst heeft op het begrotingssaldo van de gemeente.

Inleiding De meicirculaire 2022 verscheen iets later dan gepland op 1 juni jl.. Meestal verschijnen jaarlijks drie circulaires; in mei, september en december. Mei geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid, september de vertaling van de Miljoenennota en december rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af op basis van de juiste aantallen (zoals bijvoorbeeld inwoners). Dit is dus de eerste circulaire van dit jaar. Ter informatie heeft het ministerie van BZK al eerder de zgn. “maartbrief” verzonden met daarin, op hoofdlijnen, het effect van het regeerakkoord op het gemeentefonds. In deze raadsinformatiebrief wordt echter een vergelijk gemaakt tussen de decembercirculaire 2021 en de meicirculaire 2022 omdat de “maartbrief” uitsluitend informatief was en niet is verwerkt in de gemeentebegroting. In deze meicirculaire is de herijking van het gemeentefonds verwerkt wat voor ingrijpende wijzigingen zorgt. Tevens zijn er meer dan een gemiddelde hoeveelheid mutaties verwerkt wat zorgt voor een uitgebreide en complexe analyse. We hebben ons best gedaan om de uitkomsten van deze circulaire zo overzichtelijk mogelijk aan u te presenteren en de uitkomsten zo helder mogelijk aan u toe te lichten.

Samenvatting De meicirculaire 2022 heeft alle jaren een positief effect op het begrotingssaldo. Het positieve effect wordt vooral veroorzaakt door grote positieve accressen. Zowel in het regeerakkoord, als in de Voorjaarsnota zijn forse uitgaven van het Rijk opgenomen, waardoor de gemeenten mee “de trap op gaan”. Tevens is de opschalingskorting voor drie extra jaren (2023, 2024 en 2025) bevroren, wat op die jaren ook een positief effect heeft. De meicirculaire bevat zoals gewoonlijk de afrekening van het BTW compensatiefonds (BCF) van het voorgaande jaar en dat geeft een positief effect in 2022. In 2023 is er voor één jaar de compensatie voor de tekorten op de jeugdhulp. Met het laatste was al voor 75% rekening gehouden in onze begroting, maar heeft alsnog een positief effect.

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

2

De uitgaven van het huidige kabinet, alsmede het bevriezen van de opschalingskorting, zijn door de beheerders van het gemeentefonds - de minister van BZK en de staatssecretaris van Financiën doorgerekend tot en met 2025. Dat heeft tot gevolg dat in het begrotingsjaar 2026 de algemene uitkering voor Zeist € 9 mln. lager is dan in 2025.

We hebben in Zeist de afgelopen jaren financieel pittige jaren achter de rug. We hebben taken heroverwogen en met behulp van de Inwoners Advies Commissie is het gelukt om tot een sluitende meerjarenbegroting te komen. Dit heeft echter gevolgen voor de robuustheid van de huidige begroting. Bij het opstellen van de nieuwe begroting gaan we opnieuw kijken naar de risico’s in onze begroting om voor de komende jaren de robuustheid en stabiliteit van de meerjarenbegroting verder te verstevigen. Daarbij kan onder andere gedacht worden aan de taakstellingen in onze begroting die nog niet gerealiseerd zijn zoals bijvoorbeeld de taakstelling op jeugd, participatiewet, en de organisatie).

Toelichting uitkomst circulaire Alle bedragen in de tabellen zijn in deze brief afgerond op € 1.000.

Bijgesteld financieel meerjaren perspectief Op 30 juni as. staat besluitvorming over de eerste bestuursrapportage 2022 en kadernota 2023 gepland (22RVXXX). In de concept kadernota 2023 op blz. 4 treft u het financieel meerjarenperspectief aan. Dat perspectief is exclusief de uitkomsten van deze meicirculaire. Hieronder treft u het geactualiseerde financieel perspectief aan: Financieel perspectief

2022

2023

2024

2025

2026

Stand van de begroting in concept Kadernota 2023

-761

-536

-19

198

1.001

Mutaties met effect op het begrotingssaldo

3.191

9.312

12.025

14.518

5.636

2.430

8.776

12.006

14.716

6.637

Financieel perspectief na meicirculaire

Het vervolg De uitkomst van de meicirculaire wordt volgens bestaande afspraken verwerkt. De bedragen voor 2023 tot en met 2026 worden conform bestaand beleid en conform opdracht van onze financieel toezichthouder (provincie Utrecht) verwerkt in de primitieve begroting 2023. De effecten voor het jaar 2022 zullen via een technische begrotingswijziging aan de raad worden voorgelegd om te verwerken in de lopende begroting 2022.

Uitkomst meicirculaire 2022 nader toegelicht In onderstaande tabel hebben wij de uitkomst van de meicirculaire vergeleken met die van de decembercirculaire. Het verschil is de mutatie van het gemeentefonds voor Zeist. Totaaloverzicht uitkomst meicirculaire

2022

2023

2024

2025

2026

Totale uitkering meicirculaire 2022

121.365

123.658

122.639

125.010

115.996

Totale uitkering decembercirculaire 2021

114.090

106.391

106.116

106.819

107.878

7.275

17.267

16.523

18.191

8.118

A Mutaties met werkelijk effect op het begrotingssaldo

3.191

9.312

12.025

14.518

5.636

Verr. met stelposten, indexatie en eigen bijdrage

681

7.633

4.183

3.381

2.202

B Taakmutaties en doeluitkeringen

3.403

322

314

293

280

Totaal mutaties gemeentefonds

7.275

17.267

16.523

18.191

8.118

Verschil december-meicirculaire Uitsplitsing mutaties / verschil

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

3

In deze circulaire zijn er twee soorten mutaties; onder A mutaties met een effect op het begrotingssaldo, die soms verrekend worden met een stelpost uit de begroting waardoor het effect gedempt wordt; en onder B de mutaties die direct beschikbaar worden gesteld voor een bepaald doel en daarom geen invloed hebben op het begrotingssaldo. Beide soorten mutaties worden hieronder toegelicht onder A en B toegelicht.

A: Mutaties met een werkelijk effect op het begrotingssaldo Mutaties met effect op het begrotingssaldo

2022

2023

2024

2025

2026

1 Accres en mutaties hoeveelheden

3.406

10.647

14.786

17.290

8.659

2 Loon- en prijsindexering

-

2.006

2.007

2.008

2.005

3 Plafond BTW-compensatiefonds, afrek 2021

418

-

-

-

-

4 Herijking gemeentefonds

-

491-

1.481-

2.484-

2.498-

5 Comp. Jeugdzorg (coalitieakkoord)

-

4.317

-

-

-

6 Eigen bijdrage huish. hulp (Coalitieakkoord)

-

-

-

272-

278-

7 Bevriezing opschalingskorting

-

1.323

1.773

2.228

-

8 Uitname tbv woningbouwimpuls en VHV fonds

-

827-

830-

825-

-

9 Verrekeningen Wet Inburgering en jeugd

48

-

-

-

-

10 Uitname tbv "valpreventie"

31-

46-

47-

51-

3.872

16.945

16.209

17.899

7.838

1 Op te nemen stelpost "onderuitputting"

681-

2.129-

2.957-

3.458-

1.732-

2 Loon- en prijsindexering concept begroting 2023*

-

2.000-

2.000-

2.000-

2.000-

4 Al opgenomen in de begroting herijking GF

-

488

1.463

2.440

2.439

5 Al opgenomen in de begroting comp. Jeugdzorg

-

3.992-

689-

635-

1.187-

6 Hogere inkomsten eigen bijdrage huish.hulp

-

-

-

272

278

3.191

9.312

12.025

14.518

5.636

Primair effect op begrotingssaldo

Totaal werkelijk effect op begroting

-

*voorlopige cijfers; concept begroting 2023 nog niet gereed In bovenstaande tabel horen de nummers uit het bovenste deel bij dezelfde nummers (indien van toepassing) bij het onderste deel. Beide nummers worden in één keer toegelicht. Bijvoorbeeld beiden nummers 1 worden toegelicht onder A.1. A.1 Accres en mutaties hoeveelheden De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven; de normeringssystematiek, ook wel de “samen de trap op en samen de trap af systematiek” genoemd. Volgens dit systeem hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voorvloeiend uit de trap op trap af systematiek, wordt het accres genoemd. Het Rijk stelt geplande investeringen bij en dat heeft effect op de algemene uitkering; het accres. Wijzigingen in de (geplande) uitgaven van het Rijk zorgen voor een wisselend beeld bij de gemeenten en bijstellingen van de begroting. Dat maakt begroten soms lastig. De financiële vertaling van het Regeerakkoord Rutte IV zorgt voor een forse toename van de accressen. Uitgaven uit de Voorjaarsnota aan o.a. defensie, opvang vluchtelingen, inflatie, koppeling AOW zorgen voor nóg hogere accressen. Voor 2022 tot en met 2025 is dus de bestaande normeringssystematiek toegepast.

Vanaf 2026 is echter het accres vastgezet. Hierdoor, en door het “ontdooien” van de opschalingskorting (zie onder punt A.7), is de algemene uitkering voor Zeist in 2026 bijna € 9 mln. lager dan in 2025. Alle gemeenten hebben te maken met dit effect en daarom wordt ook wel gesproken over 2026 als het “ravijnjaar”. Meer over de normeringssystematiek en het “ravijnjaar” onder de overige mededelingen, financieringssystematiek medeoverheden. De accressen zijn fors van omvang. De ervaring leert dat plannen van het Rijk weleens worden uitgesteld of bijgesteld. Dat heeft tot gevolg dat de gemeenten weer “de trap af gaan” en moet de begroting weer worden bijgesteld. In eerdere jaren is dit regelmatig voorgekomen. In die situatie hebben we in Zeist al meerdere keren een deel van het accres op een stelpost gezet. Als de situatie zich dan voordoet dat de algemene uitkering weer naar beneden wordt bijgesteld, kan het verschil opgevangen worden met de middelen op de

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

4

stelpost. Externe gemeentefonds-experts (LIAS-PAUW) adviseren 15 á 20% apart te houden. In bovenstaande cijfers is rekening gehouden met 20%. A.2 Loon- en prijsindexering In de meicirculaire wordt het basisjaar verlegd, dit keer van 2022 naar 2023, en kan de loon- en prijsindexatie van het Rijk voor het volgende jaar worden berekend. Daar staat tegenover dat we de budgetten in onze gemeentelijke begroting ook verhogen met loon- en prijsindexatie. Vooruitlopend op de nog op te stellen meerjarenbegroting 2023 is een globale inschatting gemaakt van de loon- en prijsindexering in 2023. Naar verwachting zijn beide indexaties ongeveer aan elkaar gelijk. Pas na het opstellen van de begroting 2023 zal blijken wat het financiële effect werkelijk is. A.3 BTW compensatiefonds (BCF) De afrekening van het BCF 2021 is voor de gemeente Zeist positief omdat Zeist hier niets voor heeft begroot. Er is een plafond afgesproken wat alle gemeenten samen mogen declareren bij het BCF en wanneer dat plafond niet wordt bereikt, wordt het verschil toegevoegd aan het gemeentefonds. Daar staat tegenover dat, wanneer gemeenten meer declareren dan het plafond, het verschil wordt uitgenomen uit het gemeentefonds. A.4 Herijking gemeentefonds Aan de totstandkoming van het nieuwe verdeelmodel is jaren gewerkt.

Er is onderzocht hoe het gemeentefonds zo eerlijk mogelijk verdeeld kan worden over de gemeenten, die onderling allemaal van elkaar verschillen, zodat iedere gemeente in staat is te voorzien in de benodigde basisvoorzieningen. De totale omvang van het gemeentefonds is daarbij gelijk gebleven. Voor de onderliggende techniek en afwegingen verwijzen we naar de raadsinformatiebrief (RIB21.067) die op 16 maart 2021 aan uw Raad is verzonden. De beheerders van het gemeentefonds hebben besloten om de nieuwe, herijkte verdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2023 in te voeren. Op 6 april zijn alle gemeenten hierover geïnformeerd via een speciale maartbrief. De nieuwe verdeling wordt langs de volgende lijnen ingevoerd: • De ingroeiperiode is ingekort naar 3 jaar. •

De herverdeeleffecten in het eerste jaar worden beperkt tot € 7,50 per inwoner. Na 3 jaar is het maximale herverdeeleffect € 37,50 per inwoner.

•

Jaarlijks zullen de fondsbeheerders monitoren of de nieuwe verdeling de kosten in het sociaal domein goed blijft volgen.

•

De fondsbeheerders zullen de door de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) voorgestelde onderzoeksagenda uitvoeren en zo nodig aanvullende onderzoeken doen en de ROB en gemeenten hier nauw bij betrekken.

•

Voor een beperkte groep gemeenten met beperkte financiële draagkracht en een lage sociaaleconomische status komt er een aangepast ingroeipad.

•

In 2025 wordt de invoering van het nieuwe model geëvalueerd.

Voor Zeist zou, zonder het ingroeipad, het effect van de herverdeling er als volgt uit hebben gezien: Verdeling o.b.v. 2022, prijspeil 2023

Huidige

Nieuwe

Effect

Sociaal domein

73.983

63.463

-10.520 nadeel

Klassiek domein

56.478

69.405

12.927 voordeel

Overige eigen middelen

-3.013

-9.332

-6.319 nadeel

OZB

-12.270

-16.316

-4.045 nadeel

Integratie- en decentralisatieuitkeringen Totaal

6.747

6.747

121.924

113.967

-7.957 nadeel

Bron: bestand BZK “Nieuwe verdeling gemeentefonds 2022”

De gemeente Zeist heeft door de maximalisatie van € 37,50 per inwoner dus geen nadeel van bijna € 8 mln., maar een nadeel van maximaal € 2,5 mln.. Het is op dit moment nog heel onzeker wat er uit de evaluatie van 2025 zal komen. Daarom zal in de risicoparagraaf van de begroting een risico worden opgenomen voor de jaren 2026 en later.

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

5

Zeist voldoet niet aan de kenmerken om in aanmerking te komen voor een aangepast ingroeipad zoals hierboven bij de vijfde bullit is vermeld. Er is, volgens de opgestelde criteria, geen sprake van een beperkte financiële draagkracht en een lage sociaaleconomische status In de begroting van Zeist was al rekening gehouden met een negatief effect. Het aangepaste ingroeipad is bij de concept kadernota 2023 voorgesteld als begrotingswijziging. A.5 Compensatie tekorten in de jeugdzorg In 2023 worden, evenals in 2022, incidenteel extra middelen beschikbaar gesteld voor de tekorten op de jeugdzorg. Voor meer informatie over de totstandkoming van deze compensatie verwijzen we naar de raadsinformatiebrief over de septembercirculaire 2021 (RIB21.171). Het kabinet gaat de komende tijd met gemeenten en andere relevante partijen verder in gesprek over de Hervormingsagenda Jeugd, die moet bestaan uit een combinatie van een set van maatregelen en een financieel kader waarmee een structureel houdbaarder jeugdstelsel wordt gerealiseerd. Het kabinet zal bij het afsluiten van de Hervormingsagenda ook besluiten over de extra middelen voor 2024 en verder die aan gemeenten beschikbaar gesteld worden, waarbij het advies van de Commissie van Wijzen (de arbitragecommissie) het uitgangspunt vormt. Zeist had al voor 75% rekening gehouden in de begroting met deze compensatie.

Per saldo ontstaat er nu een voordeel in 2023 van € 325K (4.317 – 3.992). Ook in de jaren vanaf 2024 is er in de lopende begroting van Zeist al rekening gehouden met 75% van de verwachtte compensatie. Door de herijking van het gemeentefonds en door het aangepaste woonplaatsbeginsel is de compensatie voor Zeist lager dan wat berekend is in de begroting 2022. Van de Toezichthouder mag maximaal 75% van de compensatie worden begroot, gebaseerd op de meest recente kennis. Daarom moet de verwachte inkomst “compensatie jeugdzorg” voor de jaren 2024 en verder in de begroting naar beneden worden aangepast. In de begroting van de gemeente Zeist maken de middelen voor jeugdhulp deel uit van de algemene middelen. De budgetten voor de jeugdhulp zijn reëel geraamd, onafhankelijk van de hoogte van de algemene uitkering. Daarom wordt de compensatie toegevoegd aan het begrotingssaldo. A.6 Eigen bijdrage systematiek Wmo huishoudelijke ondersteuning In het Regeerakkoord is opgenomen dat dit kabinet werkt aan een aanpassing van de eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp in de Wmo. De komende periode wordt deze maatregel met cliënten, gemeenten en het Centraal Administratie Kantoor (CAK) uitgewerkt. De maatregel vraagt een wetswijziging en vergt een aanzienlijke implementatietijd waardoor de beoogde datum van inwerkingtreding op 1 januari 2025 is gesteld.

De algemene uitkering wordt vanaf 2025 met € 272K verlaagd. Daar tegenover komt een hogere inkomst aan eigen bijdragen te staan die in de conceptbegroting 2023 wordt opgenomen. A.7 Bevriezing opschalingskorting De gemeenten worden al sinds 2015 geconfronteerd met de, zogeheten, opschalingskorting op het gemeentefonds. De korting is opgelegd omdat gemeenten door gedwongen herindelingen efficiënter zouden gaan werken en dus kosten zouden besparen. Door dat “verplicht opschalen naar 100.000+ gemeenten” ging in 2015 echter al een streep, maar de korting bleef, tot onvrede bij de gemeenten. De korting loopt elk jaar op tot en met het jaar 2025 en daarna blijft de korting constant. Sinds 2020 is de jaarlijkse verhoging steeds incidenteel geschrapt, de korting is dus bevroren op het peil van 2019. Het huidige kabinet heeft besloten deze kabinetsperiode de oploop van de opschalingskorting wederom te schrappen voor de periode 2022 tot en met 2025. Zeist had de opschalingskorting al volledig verwerkt in de begroting, dit in tegenstelling tot veel andere gemeenten. Het bevriezen / schrappen van de oploop heeft daardoor een positief effect op de jaren tot en met 2025. In het jaar 2026 is er geen effect. A.8 Uitname uit het gemeentefonds t.b.v.

woningbouw impuls en volkshuisvestingsfonds In het Regeerakkoord van het kabinet zijn middelen voor de woningbouwimpuls en een volkshuisvestingsfonds opgenomen. Deze middelen worden voor de jaren 2023 tot en met 2025 onttrokken aan het voor die jaren gereserveerde accres en verder niet toegelicht in de circulaire.

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

6

A.9 Verrekeningen Wet inburgering en jeugdhulp In het jaar 2022 vinden er diverse kleine verrekeningen plaats voor jeugdhulp en Wet inburgering, in totaal € 48K. Deze middelen worden tot de algemene middelen gerekend en daarom toegevoegd aan het begrotingssaldo. A.10 Uitname uit het gemeentefonds t.b.v. “valpreventie”. Het kabinet heeft “valpreventie”, als kostenbesparende preventiemaatregel, in het Regeerakkoord opgenomen. Valpreventie draagt bij aan gezond ouder worden en leidt tot netto besparingen in de domeinen Zvw en Wlz. Er dient geïnvesteerd te worden in het opschalen van beweegprogramma’s, het uitvoeren van de multifactoriële interventie en de organisatie van opsporing en screening. De maatregelen die nodig zijn voor implementatie worden komende periode met alle relevante stakeholders, zo ook de gemeenten, uitgewerkt. Vooruitlopend daarop is alvast een structurele uitname gedaan uit het gemeentefonds.

B: Taakmutaties en doeluitkeringen Taakmutaties zijn mutaties in het gemeentefonds met betrekking tot een specifieke taak van gemeenten. Vaak gaat het om extra middelen die door het Rijk zijn toegevoegd, soms ook om kortingen. Hoewel de middelen beschikbaar zijn gesteld voor een bepaald doel, zijn het vrij besteedbare middelen. Er is dan ook geen terugbetalingsplicht bij onderbesteding. Doeluitkeringen worden specifiek met een bepaald doel beschikbaar gesteld. Ook hiervoor geldt dat het in principe vrij besteedbare middelen zijn waarvoor geen terugbetalingsverplichting is bij onderbesteding. Taakmutaties en doeluitkeringen 1 Wet Inburgering 2 WSW

2022

2023

2024

2025

2026

59

17

17

17

18

207

219

211

189

176

2.655

-

-

-

-

4 Extra capaciteit BOA’s

40

40

40

40

40

5 Jeugdhulp kinderen in een AZC

26

26

26

26

26

6 Uitvoeringskosten klimaatakkoord

3 Energietoeslag

399

-

-

-

-

Overige kleine mutaties niet toegelicht

17

20

21

21

21

Totaal taakmutaties en doeluitkeringen

3.403

322

314

293

280

B.1 Wet Inburgering In het kader van de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 1 januari 2023 is de integratieuitkering voor inburgering vanaf 2023 overgeheveld naar de algemene uitkering. Voor 2022 heeft er nog een herberekening plaatsgevonden van de reeds beschikbare middelen. Nieuw is de structurele toevoeging van middelen voor de leerbaarheidstoets, conform de afspraken die in oktober 2021 zijn gemaakt met de VNG. Gelet op bovengenoemde overheveling zijn ook deze bedragen meteen toegevoegd aan de algemene uitkering. De leerbaarheidstoets is onderdeel van de brede intake in de Wet inburgering. De leerbaarheidstoets heeft als doel om inzicht te geven in het niveau van de Nederlandse taal dat een inburgeringsplichtige kan bereiken gedurende de inburgeringstermijn. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de begeleiding bij de afname van de leerbaarheidstoets. Concreet betekent dit dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor het inplannen van de afspraken met de kandidaten voor de afname van de leerbaarheidstoets, het beschikbaar stellen van afnamelocaties en de begeleiding van de afname van de toets. Gemeenten hebben geen rol bij de verwerking of beoordeling van de leerbaarheidstoets. B.2 Wet Sociale Werkvoorziening De omvang van de integratie-uitkering wijzigt door de actualisatie van de verdeling van de Wsw-middelen.

Deze is gebaseerd op de gerealiseerde omvang van de sociale werkplaatspopulatie. B.3 Energietoeslag Op 15 maart jl. is het wetsvoorstel eenmalige energietoeslag lage inkomens ingediend bij de Tweede Kamer. Met het wetsvoorstel krijgen gemeenten de bevoegdheid om dit jaar via categoriale bijzondere bijstand een eenmalige tegemoetkoming voor de gestegen energieprijzen toe te kennen aan huishoudens met een laag inkomen. Voor de uitvoering en uitgifte van de eenmalige aanvullende tegemoetkoming – voor huishoudens

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

7

met een laag inkomen - heeft het kabinet in maart 2022 een eenmalig budget beschikbaar gesteld. In de voorjaarsbesluitvorming is een aanvullend bedrag aan toegevoegd. B.4 Extra capaciteit BOA’s De Tweede Kamer heeft d.d. 23 september 2021 de motie Hermans c.s. aangenomen. Met deze motie, waarmee structureel € 200 miljoen is vrijgemaakt voor handhaving en veiligheid, is onder meer aan het kabinet de opdracht meegegeven om de capaciteit van (wijk)agenten en BOA’s in de openbare ruimte te vergroten. Van dit bedrag wordt structureel € 25 miljoen voor de BOA’s beschikbaar gesteld. In zijn brief van d.d. 12 november 2021 aan de Tweede Kamer heeft de minister van Justitie en Veiligheid aangegeven op welke wijze hij deze € 25 miljoen wil inzetten. Naast onder meer € 5,5 miljoen voor de groene BOA en een bedrag voor de verdere professionalisering en een veilige taakuitvoering van de BOA’s in alle domeinen, wordt € 13 miljoen vrijgemaakt voor de capaciteit van BOA’s in de openbare ruimte. De € 13 miljoen loopt via het gemeentefonds, het resterende bedrag niet. B.5 Jeugdhulp aan kinderen in AZC Vanaf 2019 zijn gemeenten volledig verantwoordelijk voor de organisatie en financiering van jeugdhulp, inclusief de jeugd-ggz, aan kinderen in een AZC. In deze circulaire is de definitieve verdeling voor 2021 opgenomen.

Deze verdeling is gebaseerd op de cijfers van januari 2021 tot en met december 2021. Deze bedragen zijn voorlopig ook voor 2022 en verder gehanteerd. B.6 Uitvoeringskosten klimaatakkoord Vanaf 2023 tot en met 2030 krijgen gemeenten meer uitvoeringsmiddelen voor klimaat- en energiebeleid. Om de uitvoering van het bestaande klimaatbeleid in 2022 te kunnen voortzetten, ontvangen gemeenten in 2022 een overbruggingsbudget. Over de resterende middelen die in het Regeerakkoord zijn gereserveerd voor de uitvoeringskosten van medeoverheden voor het klimaatakkoord en aanvullend klimaatbeleid vinden nog gesprekken plaats tussen onder andere Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), Inter Provinciaal Overleg (IPO) en het Rijk.

Overige mededelingen Financieringssystematiek medeoverheden Met de koepels (VNG en IPO) wordt in een gezamenlijk proces met een onafhankelijk begeleider gewerkt om te komen tot een nieuwe financieringssystematiek voor 2026 en verder. Daarbij wordt ook gekeken naar de zorg die gemeenten en provincies ervaren over hun financiën in 2026 (het ravijnjaar) en verder. De opdracht is om te komen tot een analyse van de financiële gevolgen van het Regeerakkoord voor gemeenten en provincies. Daarnaast zal naar oplossingen gezocht worden voor de korte en lange termijn. De Tweede Kamer zal voor de zomer worden geïnformeerd over de uitkomst en de vervolgstappen. De ROB heeft vorig jaar een advies gegeven over meer stabiliteit in het accres. Gegeven dit advies en de aangenomen motie van het lid Van Weyenberg waarin het kabinet wordt opgeroepen om “bij de Voorjaarsnota met een voorstel te komen op welke manier gemeenten meerjarige duidelijkheid hebben over de reële stijging van het accres, bijvoorbeeld door het vastklikken van de standen bij de Voorjaarsnota”, heeft het kabinet de VNG en het IPO het voorstel gedaan voor het bevriezen van de volumecomponent van het accres voor de jaren 2022 – 2025. Daarmee beoogt het kabinet voor die periode een stabielere financiering van de medeoverheden te realiseren. Op dit moment is het kabinet hierover met de VNG en het IPO in gesprek.

Omgevingswet Vanuit het gemeentefonds draagt het Rijk bij aan de transitiekosten die gemeenten hebben gemaakt in aanloop naar de invoering van de Omgevingswet. Voorwaarde hierbij is dat er een stelselevaluatie volgt waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten opnieuw in kaart worden gebracht. De verdeling van deze decentralisatie-uitkering vindt plaats via de verdeelsleutel 60% inwonertal, 25% landoppervlak en 15% vast bedrag. De bijdrage is in deze circulaire nog niet geboekt, maar wordt in de septembercirculaire 2022 verwerkt. Wel wordt voor 2022 een indicatie gegeven van het per gemeente te ontvangen bedrag. Voor Zeist € 454K. Over de middelen voor de jaren 2023 tot en met 2025 volgt meer informatie in een latere circulaire.

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

8

Vergoeding opvang ontheemden Oekraïne Op dit moment werken gemeenten en veiligheidsregio’s aan het realiseren van opvangplekken. Gemeenten vangen ontheemden op in verschillende locaties door het hele land. Om gemeenten duidelijkheid te geven over wat zij ontheemden kunnen bieden en welke kosten vergoed worden door het Rijk, is een regeling voor een specifieke uitkering (SPUK) op basis van normbedragen opgesteld. Dit wordt dus niet gefinancierd middels de algemene uitkering. Tijdelijke onderwijshuisvesting Door de instroom van Oekraïense leerlingen volstaat in sommige gemeenten de bestaande onderwijshuisvesting niet. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het realiseren van voldoende en adequate onderwijshuisvesting. OCW wil gemeenten hierbij ondersteunen en om die reden wordt € 136,3 miljoen gereserveerd voor de periode tot aan de zomervakantie. Daarna zal opnieuw worden bezien of de middelen nodig zijn en hoe deze verdeeld zullen worden. Het plan is om de middelen via een specifieke uitkering (SPUK) aan gemeenten te verstrekken. Uitgangspunt is dat gemeenten zelf de kosten voorschieten en achteraf vergoed krijgen op basis van gerealiseerde kosten (binnenkort meer informatie via www.rijksoverheid.nl/onderwijsvooroekraine). Leerlingenvervoer Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het inrichten van leerlingenvervoer.

Nieuwkomersonderwijs wordt zo veel als mogelijk centraal georganiseerd, waardoor de afstand tussen opvanglocaties en de onderwijsinstellingen kan toenemen. Daarom worden gemeenten gesteund in het organiseren van leerlingenvervoer voor nieuwkomersonderwijs. Dit betreft een eenmalige decentrale uitkering voor de periode 1 maart 2022 – 16 juli 2022

Informatie ontwikkeling specifieke uitkering Buig Wat is het Buig budget Naast de meicirculaire ontvangen gemeenten van het Rijk diverse specifieke uitkeringen. Deze uitkeringen worden niet toegekend in de circulaires en worden onder voorwaarden verstrekt. De besteding wordt verantwoord in een bijlage (zgn Sisa bijlage) in de jaarrekening. De ontwikkeling van het zgn. Buig budget is een belangrijke specifieke uitkering voor de verstrekking van bijstand, loonkostensubsidies, IOAW uitkeringen en IOAZ uitkeringen. Het gaat in Zeist om een budget van ca. € 19 miljoen. Gemeenten mogen overschotten op dit budget zelf houden. De opbouw van het Buig budget is een technisch vrij ingewikkelde exercitie. Macro is landelijk een bedrag beschikbaar voor dit budget. Gemeenten betalen van dit budget de uitkeringen, als hierbij tekorten ontstaan kan onder voorwaarden een zgn. Vangnetuitkering worden verkregen. Het landelijk beslag op de Vangnetregeling wordt afgetrokken van het Macro budget en hierna wordt het budget verdeeld over de gemeenten op basis van een systematiek voor kleine, middelgrote en grote gemeenten. Zeist ontvangt het grootste gedeelte van dit budget op basis van objectieve verdeelmaatstaven. Nieuwe ontwikkeling is, dat een deel van het budget, de loonkostensubsidie, wordt verdeeld op basis van historische uitgaven.

De toekenning voor Zeist ziet er nu als volgt uit: Deel budget Buig via objectief verdeelmodel voor dak- thuislozen en instellingsbewoners in bijstand (ca 2,5%) Budget LKS (loonkostensubsidie) historisch afhankelijk van uitgaven 2021 (ca 4,5%) Budget bijstand op basis van objectieve verdeelmaatstaven (ca 93%)

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

9

Hoe ziet de ontwikkeling van het Buig budget er uit? Jaar

Voorlopig budget

2019 2020 2021 2022 2023

18.446 18.560 19.853 20.383

Nader voorlopig budget 17.841 17.893 19.683 19.104

Definitief budget 18.003 19.252 19.488

Het voorlopig budget wordt in oktober bekend gemaakt voor het volgend jaar. In april volgt een bijstelling van het nader voorlopig budget. De cijfers worden dan herijkt op basis van de voorlopig jaarcijfers van gemeenten. Vanwege een dalende trend in bijstandsuitgaven, daalt ook het Macro budget. In de zomer worden de loonen prijsontwikkelingen doorgerekend. Zoals nu in de Voorjaarsnota van het Rijk is verwoord, verwachten we in oktober bij de definitieve vaststelling een kleine positieve correctie op het Buig budget. Aandeel loonkostensubsidie Het Buig budget bevat een deel voor de inzet van Loonkostensubsidie. Loonkostensubsidie kan worden ingezet voor werknemers met een kleinere productiviteit. In plaats van bijstand betaalt de gemeente aan de werkgever het verschil tussen de loonwaarde en het minimumloon. Het Rijk stimuleert de inzet van loonkostensubsidie door het budget toe te kennen op basis van historische uitgaven. Op basis van realisatie 2021 is er voor Zeist een bedrag van € 784.000 toegekend in 2022. Naarmate alle gemeenten meer Loonkostensubsidie verstrekken stijgt ook het Macro budget voor dit onderdeel. Belangrijk om nog te noemen is dat naast het Buig budget de gemeenten het Participatiebudget ontvangen voor begeleiding naar werk. Voor dit budget is de gemeente 100% risicodrager.

De kosten van verstrekking van loonkostensubsidie zijn onlosmakelijk verbonden met de kosten van begeleiding en coaching aan de werknemer. Deze kosten moeten gemeenten zelf betalen uit het Participatiebudget. Op dit moment is dit geen probleem gezien de lage werkloosheidscijfers. Echter, bij toenemende werkloosheid zal dit budget in toenemende mate ook nodig zijn voor re-integratie.

Wij vertrouwen erop u met het verstrekken van deze informatie op afdoende wijze te hebben geïnformeerd.

Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Zeist, de gemeentesecretaris,

de burgemeester,

dr. H.S. Grotens

drs. J.J.L.M. Janssen

Austerlitz ▪ Bosch en Duin ▪ Den Dolder ▪ Huis ter Heide ▪ Zeist

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11609835/1