CConstaterende datZeist
Koppel je AI →
Document · PDF

PR21.031 Kadernota 2022 RDWI

Raad 16 februari 2021, gemeente ZeistBij agendapunt: Post derden8.317 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Ontv. Griffie 13-01-2021/PR21.031 458723

Aan de bij de RDWI aangesloten gemeenten

ONS KENMERK :

DATUM

: 6 januari 2021

UW KENMERK

:

BEHANDELD DOOR

: C. van der Eem

BIJLAGEN

:1

AFDELING/TEAM

: Unit FIF

ONDERWERP

: Kadernota 2022 v0.5

TELEFOONNUMMER

: (030) 69 29 500

Geacht college van B&W en gemeenteraad, Hierbij bied ik u, namens het Dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Regionale Dienst Werk en Inkomen (GR RDWI), de Kadernota 2022 aan. De Kadernota gaat in op de ontwikkelingen voor de komende jaren, wat dit betekent voor de organisatie en hoe we dit vertalen naar financiële kaders. De Kadernota bevat alleen nieuwe ontwikkelingen en nieuw beleid; de uitwerking vindt plaats in de Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025. Wij vragen u om de zienswijzen op deze kadernota voor 11 maart 2021 in bij de GR RDWI te dienen. Het Algemeen Bestuur zal de kadernota inclusief de zienswijzen op 25 maart 2021 vaststellen. Inhoudelijk zullen de zienswijzen verwerkt worden in de Begroting 2022 Meerjarenraming 2023-2025. Ook deze wordt te zijner tijd voor zienswijze aan u aangeboden. Met vriendelijke groet,

R. Geerling Directeur a.i.

De RSD is onderdeel van de Regionale Dienst Werk en Inkomen (RDWI)

KADERNOTA RDWI 2022 Versie 0.5

Kadernota 2022 – versie 0.5

pag. 1

Inleiding De RDWI begeleidt klanten naar werk of een andere manier van participatie, in nauwe samenwerking met regionale en lokale netwerkpartners. Via deze Kadernota 2022 geven we weer wat we de komende jaren daarin willen bereiken en met welke middelen we dat gaan doen. Deze Kadernota 2022 bevat nieuwe ontwikkelingen en nieuw beleid; de uitwerking vindt plaats in de Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025, nadat gemeenten de gelegenheid hebben gehad om hun zienswijze in te dienen op deze Kadernota. Er ligt na afronding en borging van het verbeterplan ‘De RSD maakt stappen’ een stevig fundament voor de toekomst. De RDWI voert zijn taken uit binnen de gestelde begroting, de voorspelbaarheid van de resultaten is vergroot en de dienstverlening is efficiënt georganiseerd. Daardoor hebben wij in de Begroting 2021, die in juli 2020 is vastgesteld, al een aantal efficiencyslagen kunnen doorvoeren. Voor deze Kadernota 2022 bouwen wij hierop verder. Dat is nodig, want op het moment van schrijven gaan de ontwikkelingen rondom het COVID-19 virus en de Rijksmaatregelen erg snel en zijn zaken soms snel achterhaald. De organisatie voert vanwege de crisis al extra taken uit binnen de lopende begroting. Ook voor de nabije toekomst is er veel onzekerheid over de omvang van de taken en de effecten van de maatregelen.

Met de kennis van nu is de organisatie binnen de kaders die in deze nota geformuleerd worden in staat om nieuwe ontwikkelingen en de na-ijleffecten van de coronacrisis op te vangen. Wij denken hierbij aan de verwachte geleidelijke stijging van het klantenbestand, nieuwe instroom vanuit (voormalig) ondernemers, de nieuwe taken op het terrein van inburgering en de verwachte toename van schuldenproblematiek. In deze roerige tijden is het geen tijd voor grote veranderingen; we kiezen daarom voor een consistente lijn in de dienstverlening. Financiën Vanwege de COVID-19 is het niet duidelijk hoe de economie zich de komende jaren zal ontwikkelen. Hierdoor zijn alle ramingen in deze Kadernota 2022 redelijk onzeker, ook al is zo goed mogelijk rekening gehouden met de scenario’s die onder andere het CPB de afgelopen maanden heeft opgesteld. Als het economisch herstel na de crisis langer duurt, of het dal minder diep is dan verwacht, heeft dit gevolgen voor de dienstverlening van RWDI en zal dit ook een financieel effect hebben op de begroting. De Kadernota gaat per thema (hoofdstuk 2) in op de ontwikkelingen die we voor de komende jaren zien, wat dit betekent voor de organisatie en hoe we dit vertalen naar de financiën. De belangrijkste financiële ontwikkelingen voor het begrotingsjaar 2022 zijn: 1. De sociaal domein lasten zullen stijgen door de stijging van het klantenbestand.

De verwachte toename van de instroom als gevolg van de coronacrisis leidt ook tot een grotere inzet op de ondersteuning van klanten. 2. De toename van het klantenbestand leidt tot een stijging op de kosten op de uitkeringen BUIG. De verwachting is dat de toename in onze regio gelijke tred houdt met landelijke ontwikkeling. Zolang dit het geval is, zal de stijging van de lasten worden gecompenseerd door de stijging van het macrobudget. Het kabinet heeft voor de komende jaren dit budget verhoogd. Daarom gaan we er vanuit dat het resultaat op de BUIG voor gemeenten neutraal zal zijn.

Kadernota 2022 – versie 0.5

pag. 2

3. 4.

5.

Ook bij de inkomensvoorzieningen, zoals de individuele inkomenstoeslagen, is rekening gehouden met een lichte stijging. Hoewel onlangs besloten is dat de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering in 2022 start, is het financieel effect hiervan niet verwerkt. Doordat het besluit recent genomen is, is het nog niet duidelijk wat het effect is voor de financiering. Omdat de voortzetting van de intensieve aanpak van nieuwkomers samenhangt met de invoering van de nieuwe wet is voor deze dienstverlening ook geen mutatie doorgevoerd. De verwachte stijging van het klantenbestand blijft binnen de afgesproken bandbreedte, waardoor de formatie ongewijzigd blijft. Voor de apparaatskosten is daarom alleen rekening gehouden met de gebruikelijke indexaties.

Deze Kadernota wordt via de gebruikelijke wijze aangeboden aan de gemeenteraad. Zienswijzen op de Kadernota worden meegenomen in de ontwerp Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025 die na 31 maart 2021 aan de gemeenten wordt aangeboden.

Zeist, 6 januari 2021

S. Jansen Voorzitter bestuur RDWI

Kadernota 2022 – versie 0.5

R. Geerling Directeur a.i. RDWI

pag. 3

Inhoudsopgave INLEIDING ................................................................................................................................... 2 1 UITGANGSPUNTEN VOOR DE KADERNOTA ..................................................................... 5 1.1. ONTWIKKELINGEN IN VOGELVLUCHT .............................................................................. 5 1.2. RELATIE MET DE STRATEGISCHE KADERS ........................................................................ 6 1.3. WAAR HOUDEN WE FINANCIEEL GEZIEN REKENING MEE............................................... 6 2 THEMA’S 2022 ................................................................................................................. 8 2.1. ONTWIKKELING VAN HET BESTAND BIJSTAND................................................................. 8 2.2. PASSENDE ONDERSTEUNING VOOR ALLE KLANTEN ...................................................... 10 2.3. ACTIVEREND STELSEL VAN INBURGERING ..................................................................... 13 2.4. VROEGTIJDIG OPSPOREN VAN SCHULDEN ..................................................................... 14 2.5. INKOMENSVOORZIENINGEN VOOR WIE DAT NODIG HEEFT.......................................... 14 3 UITVOERING WSW DOOR BIGA GROEP .........................................................................

16 4 BEDRIJFSVOERING ......................................................................................................... 17 4.1. ORGANISATIE EN APPARAATSKOSTEN ........................................................................... 17 4.2. RISICOMANAGEMENT.................................................................................................... 17 BIJLAGE 1 MEERJARENRAMING

Kadernota 2022 – versie 0.5

pag. 4

1 Uitgangspunten voor de kadernota De Kadernota 2022 geeft de financiële kaders die nodig zijn om de beleidsdoelen voor 2022 te realiseren. De manier waarop we daar invulling aan geven en de concrete en zo meetbaar mogelijke doelstellingen die we daaraan verbinden, worden verwerkt in de Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025. Daarin worden ook de zienswijzen verwerkt die door gemeenten op deze Kadernota worden meegegeven.

1.1. Ontwikkelingen in vogelvlucht Op het moment van schrijven is de gezondheidscrisis als gevolg van de uitbraak van het COVID-19 virus nog in volle gang. Het kabinet heeft maatregelen getroffen om de negatieve economische effecten zoveel mogelijk te beperken. We zien dit terug in onze dienstverlening. De stijging van het aantal klanten met een bijstandsuitkering was in 2020 nog te overzien. Tegelijkertijd kwam er een hele nieuwe taak af op de organisatie, namelijk de uitvoering van de Tijdelijke ondersteuningsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo), die tot medio 2021 doorloopt. Voor 2022 verwachten we een na-ijleffect van de crisis. Nadat de steunmaatregelen van het Rijk worden afgebouwd, zal er mogelijk meer toestroom naar de Participatiewet komen. Voor een deel gaat het om inwoners die eerst een WW-uitkering hadden of gebruik maakten van de Tozo-regeling. De instroom in ons bestand zal dan ook geleidelijk toenemen. In onze berekeningen sluiten we aan bij de ramingen die door het CPB worden gedaan. Wanneer de crisis voorbij is, is het nog de vraag hoe snel de economie zich zal herstellen. Het is denkbaar dat vooral kortdurend werklozen, een deel van de zelfstandigen en jongeren als eerste weer werk kunnen vinden, afhankelijk van de snelheid waarmee de economie zich herstelt.

Langdurige effecten zijn mogelijk te zien bij kwetsbare groepen zoals inwoners met een arbeidsbeperking, nieuwkomers en kwetsbare jongeren. Zij zijn vaak werkzaam in een tijdelijk dienstverband en in een kwetsbare sector1. Daar komt bij dat het jaar 2022 het eerste jaar wordt van de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering. Ook zullen we dan de effecten zien van de wijzigingen in de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (2021), waarbij door vroegsignalering een groter beroep wordt gedaan op schulddienstverlening. Een deel van de groep zelfstandigen zal ook langere tijd ondersteuning nodig hebben, waar dat in het verleden een veel kleinere groep was voor de RSD. De kern van de dienstverlening van de RSD is niet veranderd. We werken aan een inclusieve samenleving waarin voor iedereen plek is. Daarom begeleiden we binnen het brede netwerk van het sociaal domein inwoners naar werk of een andere manier van participatie, zodat ze vanuit hun eigen kracht een bijdrage kunnen leveren aan de maatschappij. Dat doen we door de dienstverlening dicht bij de inwoner te organiseren, door een nauwe samenwerking met de lokale netwerkpartners, door een innovatieve werkgeversbenadering, door meer focus te leggen op preventie bij schulden en door de dienstverlening toegankelijker te maken voor de klant 2. Daarbinnen zijn er wel accentverschuivingen die we in 2022 nodig achten.

Na de afronding en borging van het verbeterplan ‘De RSD maakt stappen’ staat er een stevige basis. Daardoor waren we in staat om de dienstverlening aan de inwoner ook in het crisisjaar 2020 te waarborgen, zowel de reguliere dienstverlening als de ondersteuning voor zelfstandigen. Die basis is nodig om ook in 2022 de effecten van de crisis op te 1 2

Bron: SCP, rapport ‘Maatschappelijke gevolgen van Corona’, juli 2020 Bron: verbeterplan ‘de RSD maakt stappen’

Kadernota 2022 – versie 0.5

pag. 5

vangen en de dienstverlening te waarborgen en verder verbeteren. Daarbij gaat het onder andere om: • Ondersteuning van kwetsbare groepen – te denken valt aan de verwachte toename van het aantal jongeren en aan de verdere doorontwikkeling van de dienstverlening aan inwoners met een indicatie banenafspraak en aan inwoners voor wie betaald werk niet haalbaar is • Verdere professionalisering van dienstverlening aan zelfstandigen via het nieuwe ondernemersteam – vóór de crisis betrof dit een relatief kleine taak van de RSD; we verwachten dat dit voorlopig een substantieel onderdeel blijft van de dienstverlening. Daarnaast zal er aandacht zijn voor de afronding van de Tozoregeling die in 2021 eindigt. • Regionale werkgeversdienstverlening – mede vanwege wijzigingen in de SUWIwetgeving en de inrichting van regionale mobiliteitsteams werken we steeds meer samen op bovenregionaal niveau. • Doorontwikkeling van taken op het terrein van inburgering – 2022 is het eerste volledige jaar binnen de nieuwe Wet inburgering • Vroegtijdige aanpak van schulden – partijen zoals de NVVK waarschuwen voor een grotere schuldenproblematiek in de komende periode, die tijdens de coronacrisis nog deels verborgen blijft. • Digitalisering – het proces van verdere digitalisering wordt voortgezet.

Mede door de coronacrisis gaan we in de toekomst meer gebruik maken van digitale middelen voor contact met de klant. Het belang van een goed werkend sociaal domein als vangnet voor de kwetsbare inwoners van onze regio is ook in deze crisis groot. Het aankomende wetsvoorstel ‘Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein’ kan daarbij behulpzaam zijn, doordat (onder voorwaarden) gegevensuitwisseling mogelijk wordt om casussen integraal op te pakken. We staan in het sociaal domein voor een aantal uitdagingen, die we als RDWI graag samen met de gemeenten oppakken. De taken die door de gemeenten bij de RDWI belegd zijn, komen in hoofdstuk 2 van deze Kadernota aan de orde.

1.2. Relatie met de strategische kaders De Strategische Kaders Participatiewet 2020-2023 zijn in 2019 vastgesteld door de gemeenteraden. De uitwerking van de strategische kaders is mogelijk van invloed op de Kadernota en Begroting 2022. Op het moment van schrijven is nog geen besluit genomen over de verdere uitwerking. Dit betreft de ontschottingsafspraken en de begeleiding van de groep activeringsklanten. Het loslaten van de afspraken over BUIGbudget heeft geen effect op de RDWI als geheel, wel op de gemeenten afzonderlijk. Het loslaten van de afspraken over ontschotting van de re-integratiebudgetten heeft consequenties voor de uitvoering door de RSD. Vooralsnog wordt in deze Kadernota uitgegaan van de huidige kaders; mocht er tussen het opstellen van deze Kadernota en het opstellen van de Begroting 2022 nadere besluitvorming plaatsvinden, worden de consequenties daarvan vertaald naar de Begroting 2022 en Meerjarenraming 2023-2025. Dit kan tot gevolg hebben dat er financiële wijzigingen worden doorgevoerd ten opzichte van deze Kadernota.

1.3. Waar houden we financieel gezien rekening mee De COVID-19 crisis en de onzekerheid van de economische ontwikkeling daarna heeft het opstellen van de ramingen voor de financiële kaders voor 2022 en de Meerjarenraming

Kadernota 2022 – versie 0.5

pag. 6

2023-2025 bemoeilijkt. Voor de raming is gebruik gemaakt van de doorkijk van het CPB in de macro-economische verkenning 2021. Deze verkenning gaat uit van een krimp of slechts beperkt economisch herstel in 2021. De werkloosheid kan oplopen tot 10%. De crisis raakt jongeren, flexwerkers en kwetsbare groepen. Zij zullen eerder instromen in de bijstand. De raming BUIG in deze Kadernota weerspiegelt dit sombere beeld. Voor de andere taken wordt, zoals gebruikelijk, de realisatie in het lopend jaar als vertrekpunt genomen. Door de ondersteunde maatregelen van het kabinet zien we bij de meeste taken (nog) geen kostenstijging. Hierdoor is het moeilijk om een aanpassing van het budget goed te onderbouwen. Daarom is ervoor gekozen om stijgingen in de budgetten alleen door te voeren als er sprake is van een meerjarige trend. De werkelijke uitkomst is onzeker en hangt af van de duur van de crisis en de mate waarin de economie zich de komende jaren weet te herstellen. Voor het doorrekenen van de financiële effecten in deze Kadernota wordt daarnaast rekening gehouden met de volgende financiële kaders: Algemene uitgangspunten - Er is rekening gehouden met een reële begroting 2021 en meerjarenkader; - Structurele lasten zijn gedekt door structurele baten; - In hoofdstuk 2 worden alleen de programmakosten opgenomen; - In hoofdstuk 3 zijn alle uitvoeringskosten opgenomen.

Budgetten Sociaal Domein De budgetten re-integratie en participatie en sociale werkvoorziening zijn gebaseerd op de uitkeringen sociaal domein zoals opgenomen in de septembercirculaire 2020. Op dit moment is er sprake van één ongedeeld re-integratiebudget voor de vijf gemeenten. In de strategische kaders 2020-2023 hebben de gemeenten afgesproken dat zij deze afspraak (‘ontschotting’) evalueren en dat in de financiële uitwerking wordt vastgelegd of, en zo ja hoe, deze afspraken gehandhaafd worden. Besluitvorming hierover moet nog plaatsvinden op het moment van schrijven van deze Kadernota. Daarom wordt voor nu voortgebouwd op de huidige systematiek. Omvang formatie Er wordt uitgegaan van een formatie-omvang van 149,4 fte. Eind oktober 2020 heeft het Algemeen bestuur een systematiek vastgesteld, waarbij de omvang van de formatie binnen een bandbreedte afhangt van de omvang van het klantenbestand uitkeringen (volume BUIG) en aanvragen schulddienstverlening. De verwachte ontwikkeling van het klantbestand in 2022 geeft geen aanleiding om formatie aan te passen. Lonen en salarissen Sociale Werkvoorziening De salariskosten Sociale Werkvoorziening zijn gebaseerd op de bedragen zoals opgenomen in de Begroting 2020. Prijsaanpassingen (indexeringspercentages) Een prijsindexatie op de apparaatskosten (exclusief lonen en salarissen) van 1,5% is opgenomen in de Kadernota.

Dit percentage is opgenomen in de septembercirculaire 2020. Dit cijfer is ontleend aan de meest recente publicatie van het CPB. Loonaanpassingen De loonontwikkeling is ook gebaseerd op de verwachte loonontwikkeling (+1,5%) zoals opgenomen in de septembercirculaire 2020. Dit cijfer is ontleend aan de meest recente publicatie van het CPB.

Kadernota 2022 – versie 0.5

pag. 7

2 Thema’s 2022 In dit hoofdstuk schetsen we welke ontwikkelingen wij zien die van invloed kunnen zijn op onze dienstverlening aan de inwoners. Ook worden op hoofdlijnen de doelen geschetst. Deze worden vertaald naar financiële kaders en worden verder uitgewerkt in de Begroting 2022. Om de resultaten van onze aanpak te meten en daarover te verantwoorden, wordt in de Begroting 2022 een beperkte set aan indicatoren vastgesteld die voldoende informatie geven over onze prestaties.

2.1. Ontwikkeling van het bestand bijstand Als gevolg van de coronacrisis en de bijbehorende economische effecten, gaat het CPB uit van een stijging van het bijstandsvolume in 2021 en 2022. Daarna zou het bijstandsbestand weer langzaam dalen3. In onze prognose volgen we de ramingen van het CPB. Daarbij moet aangetekend worden dat de ontwikkeling van het volume normaal gesproken al een onzeker factor is, maar vanwege de coronacrisis is de voorspelbaarheid nog lager. De gegevens vanaf 2021 moeten dan ook gezien worden als een eerste schatting van wat zich kan voordoen. Tabel 2.1

Jaar

Groei/daling Stand t.o.v. het bijstandspartijen vorige jaar ultimo jaar

Bron

2018

-4,1%

3.022

Realisatie

Stand van zaken eind december 2018

2019

-8,8%

2.755

Realisatie

Stand van zaken eind december 2019

2020

+5,3%

2.900

Prognose

Op basis van ontwikkeling tot en met oktober 2020

2021

+5,0%

3.045

Schatting *

CPB raming bijstandsvolume, september 2020, MEV, MLT25

2022

+5,95%

3.226

Schatting

CPB raming bijstandsvolume, september 2020, MEV, MLT25

2023

-2,25%

3.154

Schatting

CPB raming bijstandsvolume, september 2020, MEV, MLT25

2024

-1,15%

3.118

Schatting

CPB raming bijstandsvolume, september 2020, MEV, MLT25

2025

-2,33%

3.045

Schatting

CPB raming bijstandsvolume, september 2020, MEV, MLT25

* De schatting 2021 en verder is gebaseerd op cijfers van het CPB. De stijging in absolute aantallen die het CPB raamt, is vertaald naar percentages en naar absolute aantal omgerekend op basis van een verwachte eindstand 2020.

Bij deze ontwikkeling zouden we binnen de bandbreedte blijven van 2.700 tot 3.300 uitkeringspartijen, zoals geschetst in de systematiek formatie die het Algemeen bestuur heeft vastgesteld4. De samenstelling van het bestand is voortdurend in ontwikkeling. Wanneer de economie weer aantrekt, zullen naar verwachting de kansrijke klanten als eerste uitstromen. Het aandeel aan klanten met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, zoals inwoners met een arbeidsbeperking en (kwetsbare) jongeren, zal daardoor toenemen. Het aantal klanten met een arbeidsbeperking (zowel met als zonder uitkering) maakt sinds 2015 deel uit van de Participatiewet, door afsluiting van de Wsw en beperking van de Wajong. Dit betreft nu 600 mensen; wij verwachten dat dit er eind 2021 rond 750 zijn en eind 2022 tussen 800 en 900. Bron: CPB Macro Economische verkenning 2021, MEV Verzamelde bijlagen MEV21-MLT25 4 Besluit Algemeen Bestuur RDWI 28 oktober 2020 3

Kadernota 2022 – versie 0.5

pag. 8

Wat willen we bereiken Doel is dat de ontwikkeling van het aantal mensen dat aangewezen is op een uitkering, gunstiger is dan het landelijk gemiddelde. Daarmee realiseren we besparingen op het BUIG-budget. We vergelijken onze prestaties daarnaast met omliggende en/of vergelijkbare regio’s, om daarmee te kunnen vaststellen op welke onderdelen verbeteringen mogelijk zijn. We spannen ons in om uitstroom te realiseren voor zover we daar invloed op hebben en de instroom waar mogelijk te voorkomen. Wat betekent dit financieel Het effect van de coronacrisis op de middellange termijn is onzeker. De steunmaatregelen van het kabinet om de negatieve effecten van de crisis te verzachten lopen naar verwachting tot medio 2021. Daarna is de kans groot dat de instroom in de Participatiewet toeneemt na de beëindiging van deze steunmaatregelen. Op basis van de ontwikkeling van het aantal bijstandspartijen is een doorrekening gemaakt van de benodigde bijdrage van de gemeenten. Tabel 2.2

Meerjarenkader 2022-2025

2021

2022

2023

2024

2025

45.655.000

47.056.000

48.687.711

48.687.711

48.687.711

293.000

293.000

293.000

293.000

293.000

Totaal BUIG/BBZ 2020

45.948.000

47.349.000

48.980.711

48.980.711

48.980.711

Mutaties BUIG kadernota 2021 en begroting 2021

-2.056.634

-2.479.997

-3.016.375

-1.893.457

-1.893.457

BUIG

45.655.000

47.056.000

48.687.711

48.687.711

48.687.711

BBZ

293.000

293.000

293.000

293.000

293.000

43.891.366

44.869.003

45.964.336

47.087.254

47.087.254

0

5.558.997

3.972.664

2.756.746

1.929.746

43.891.366

50.428.000

49.937.000

49.844.000

49.017.000

Gebundelde uitkeringen BUIG BBZ

Totaal BUIG/BBZ 2021 Mutaties BUIG/BBZ kadernota 2022 Totaal bijdrage gemeenten kadernota 2022

Loonkostensubsidie banenafspraak en beschut werk De loonkostensubsidie maakt ook deel uit van het BUIG-budget. Deze component neemt een steeds belangrijkere plaats in bij de ontwikkeling van de lasten BUIG. Voor de komende jaren wordt een stijging van het aantal plaatsingen verwacht. In de raming is rekening gehouden met een stijging van 20%. De loonkostensubsidie die wordt verstrekt bij nieuw beschut werkplaatsingen heeft een structureel karakter. BBZ Na de afbouw van de coronamaatregelen medio 2021 is de verwachting dat de instroom van zelfstandigen vanaf medio 2021 zal toenemen. Vanaf 2020 zijn de uitkeringen levensonderhoud van gevestigde zelfstandigen ondergebracht in het gebundeld budget. De uitkering levensonderhoud van starters maakte hier al deel vanuit. In verband met het voorgaande heeft de post BBZ in bovenstaande tabel alleen betrekking op de kosten voor de verstrekking van bedrijfskapitaal aan zelfstandigen (gevestigden en starters) en onderzoekskosten levensvatbaarheid. Deze post is niet verhoogd, omdat een objectieve onderbouwing voor een eventuele stijging in 2022 op dit moment niet mogelijk is. Dit komt doordat het gaat om een gering

Kadernota 2022 – versie 0.5

pag. 9

aantal bedrijfskapitalen dat de afgelopen jaren verstrekt is. Daarnaast lopen de verstrekte bedragen erg uiteen. In 2020 is de kredietverstrekking aan zelfstandigen gedaald. Dit hangt samen met de mogelijkheid om via de Tozo-regeling een beperkt bedrijfskapitaal aan te vragen. Gezien het voorgaande en de onduidelijkheid rond de ontwikkeling van de economie/maatschappij is gekozen om de last bedrijfskapitaal voorlopig ongewijzigd te laten. De onderzoekskosten zullen naar verwachting niet stijgen omdat binnen de formatie expertise ontwikkeld wordt om deze onderzoeken zelf te doen. Lasten BUIG Op basis van de schatting van het aantal bijstandspartijen en de andere genoemde ontwikkelingen is berekend dat de lasten voor de BUIG/BBZ in 2022 zullen stijgen met een bedrag van € 5.558.997. In tabel 2.3 is voor de gemeenten extracomptabel het resultaat op het BUIG budget 2022 berekend.

Resultaat BUIG 2022

A. Rijksbudgett en BUIG

B. LASTEN BUIG/BBZ

Tabel 2.3 E. Resultaat voor onschottin F. Resultaat g na na C. Totaal Vangnetuit vangnetuitker baten D Vangnet kering Aing na T&V uitkering B-C+D = E ontschotting

Bunnik

2.131.000

2.212.000

-35.000

0

-46.000

4.131

De Bilt Utrechtse Heuvelrug

10.546.000

10.219.000

-137.000

0

464.000

20.444

10.787.000

12.051.000

-158.000

148.000

-958.000

20.911

Wijk bij Duurstede

4.507.000

4.613.000

-61.000

0

-45.000

8.737

Zeist

22.067.000

21.845.000

-460.000

0

682.000

42.777

Totaal budget

50.038.000 50.940.000 -851.000

148.000

97.000

97.000

Het ministerie hanteert voor het vaststellen van het macrobudget het uitgangspunt dat het budget voldoende moet zijn om de landelijke ontwikkeling van het aantal bijstandsgerechtigden en de ontwikkeling van de lasten te dekken. Bij de raming in deze Kadernota is ook als uitgangspunt genomen dat de ontwikkeling het klantenbestand van onze gemeenten gelijke tred houdt met de landelijke ontwikkeling. Daardoor is het verwachte resultaat voor gemeenten resultaat van de 5 gemeenten tezamen ongeveer budgetneutraal. Gezien de onzekerheid rond de ontwikkeling van de economie en de gevolgen voor de instroom is het advies aan gemeenten om in het gemeentelijke weerstandsvermogen rekening toch te houden met een mogelijk negatief resultaat.

2.2. Passende ondersteuning voor alle klanten Binnen de Participatiewet hebben we de opdracht om passende dienstverlening te bieden aan alle inwoners die een beroep doen op ondersteuning. We zetten daarvoor ons participatiebudget in, waarbij we streven naar een zo effectief en efficiënt mogelijke besteding van de publieke middelen. Naast de al genoemde na-ijleffecten van de coronacrisis zijn de volgende ontwikkelingen relevant in 2022: Het aantal inwoners met een indicatie banenafspraak of advies beschut werk zal naar verwachting verder groeien. Om plaatsing te stimuleren, wordt een aantal wetswijzigingen doorgevoerd in het kader van het ‘breed offensief’ (streefdatum 1 juli 2021).

Kadernota 2022 – versie 0.5

pag. 10

- Over de groep inwoners die niet in staat is om op termijn uit te stromen naar werk, maken we met gemeenten afspraken, mede naar aanleiding van de Strategische Kaders Participatiewet 2020-2023. - Kansrijke sectoren zijn zorg en logistiek. Waar nodig en mogelijk, wordt in samenwerking met de partijen in de arbeidsmarktregio ingezet op (om)scholing naar kansrijke beroepen. - Mede vanwege wijzigingen in de SUWI-wetgeving werken we steeds meer samen op bovenregionaal niveau op het terrein van werkgeversdienstverlening. Daarbij gaat het onder andere om harmonisatie van de dienstverlening. - Vanwege de effecten van de crisis heeft het Rijk middelen beschikbaar gesteld voor regionale mobiliteitsteams. De middelen en de inrichting van de teams lopen via de arbeidsmarktregio’s. De exacte financieringsstromen zijn op het moment van schrijven nog niet bekend. - Na de afbouw van de coronamaatregelen medio 2021 is de verwachting dat de instroom van zelfstandigen vanaf medio 2021 zal toenemen; we hebben daarom een ondernemersteam ingericht om de dienstverlening aan (ex-)zelfstandigen vorm te geven. Wat willen we bereiken We streven naar een efficiënte en effectieve besteding van het participatiebudget.

Daarbij gaat het om verdere ondersteuning van kwetsbare groepen in samenwerking met onze lokale en regionale netwerkpartners, om bovenregionale samenwerking op het terrein van werkgeversdienstverlening en om een verdere professionalisering van dienstverlening aan zelfstandigen. We zoeken naar de juiste balans tussen de ondersteuning van het ‘oude’ klantenbestand (inwoners die ook voor of ondanks de coronacrisis waren ingestroomd) en nieuwe doelgroepen zoals ex-zelfstandigen en nieuwkomers. We willen steeds integraler werken: een goede re-integratie kan ondersteuningsvragen op andere terreinen verminderen en een goede zorgverlening vanuit de gemeenten kan re-integratie bevorderen. Het integraler werken sluit ook aan bij de wens van de regiogemeenten om op het terrein van het brede sociaal domein steeds meer samen op te trekken; de Participatiewet maakt daar een onlosmakelijk onderdeel van uit. Biga Groep is daarbij een belangrijke werkgever voor mensen met een arbeidsbeperking en een partner in re-integratie. Bij dienstverlening aan werkgevers werken we steeds minder vanuit vacaturevervulling, maar meer vanuit de vraag van sectoren. Hier zullen we een goede balans moeten houden in de bovenregionale dienstverlening voor grotere werkgevers (vanuit de middelen die bovenregionaal beschikbaar zijn) en de aansluiting bij het lokale MKB (vanuit het participatiebudget).

Wat betekent dit financieel In tabel 2.4 zijn de mutaties op de budgetten die ingezet worden voor de ondersteuning van klanten inzichtelijk gemaakt, exclusief de subsidie Wet sociale werkvoorziening. Tabel 2.4 Meerjarenkader 2022-2025

2021

2022

2023

2024

2025

Re-integratie & Participatie, programma jeugdwerkloosheid

3.592.678

3.698.998

3.805.101

3.805.101

3.805.101

154.144

154.144

154.144

154.144

3.853.142

3.959.245

3.959.245

3.959.245

Mutaties kadernota 2022: Autonome groei 2022 Subtotaal re-integratie & Participatie

Kadernota 2022 – versie 0.5

3.592.678

pag. 11

Klantkosten nieuwkomers

125.000

125.000

125.000

125.000

125.000

Mutaties kadernota 2022:

0

0

0

0

0

Subtotaal klantkosten nieuwkomers

125.000

125.000

125.000

125.000

125.000

Kinderopvang

200.000

200.000

200.000

200.000

200.000

116.000

116.000

116.000

116.000

200.000

316.000

316.000

316.000

316.000

270.144

270.144

270.144

270.144

3.917.678

4.294.142

4.400.245

Mutaties kadernota 2022: Subtotaal kinderopvang Mutaties kadernota 2022: Totaal bijdragen gemeenten

4.400.245 4.400.245

Met de beschikbare middelen zoals in bovenstaande tabel opgenomen, zijn we in staat om klanten voldoende te ondersteunen naar werk of participatie. We zijn daarbij uitgegaan van gelijkblijvende afspraken tussen gemeenten over ontschotting van reintegratiemiddelen. Bij het loslaten van deze afspraken worden de administratieve lasten hoger, omdat dan per gemeente een aparte verantwoording en administratie moet worden bijgehouden. Daarnaast wordt de dienstverlening minder effectief, omdat budgettaire overwegingen ook een rol gaan spelen. Over de begeleiding van de groep klanten die niet zelfredzaam is, maken we afspraken met de lokale partijen. De middelen die gemeenten daarvoor lokaal beschikbaar stellen, worden hier buiten beschouwing gelaten. De middelen die hierboven genoemd zijn, betreffen de taken die de RSD namens de gemeenten uitvoert. Toelichting mutaties 2022: Re-integratie & participatie, jeugdwerkloosheid: - De post re-integratie & participatie is samengevoegd met de middelen actieplan jeugdwerkloosheid. - De post autonome groei ad € 154.144 heeft betrekking op de ontwikkeling van de budgetten zoals vermeld in de specificatie bij de septembercirculaire gemeentefonds 2019. Voor het klassieke re-integratiebudget is 1,5% prijscompensatie toegevoegd.

Klantkosten nieuwkomers: Voor de begeleiding van nieuwkomers in het kader van de intensieve aanpak de post klantkosten nieuwkomers beschikbaar gesteld. Deze post vervalt na de invoering van de nieuwe Wet inburgering. Deze wordt waarschijnlijk met ingang van 2022 van kracht. Omdat invoeringsdatum van de wet recent veranderd is, is het financieel effect van de wet in 2022 nog onduidelijk. Daarom is besloten om in deze Kadernota nog niet in te gaan op het effect van de nieuwe wet (zie verder paragraaf 2.3). In het verlengde hiervan is de post klantkosten nieuwkomers in deze Kadernota ongewijzigd gelaten; na besluitvorming in het Algemeen bestuur over de implementatie van de nieuwe wet en de overgang van de oude naar de nieuwe situatie, vindt de financiële verwerking plaats. Kinderopvang De verhoging van de post met € 116.000 is gebaseerd op de prognose over 2020 en een marge van circa 25%, te weten € 28.000. De hogere kosten worden vooral veroorzaakt door meer bekendheid van de regeling voor klanten met een sociaal medische indicatie. Met verschillende gemeenten worden afspraken gemaakt over de duur van de indicatie en omvang van het aantal uur. Hierdoor is de verwachting dat de stijging minder groot zal zijn, in vergelijking met de periode 2018 tot en met 2020. Het totaal van de mutaties in 2021 bedraagt € 270.144.

Kadernota 2022 – versie 0.5

pag. 12

Voor de subsidie Wet sociale werkvoorziening zijn de mutaties in de septembercirculaire gemeentefonds 2020 als volgt: Tabel 2.5 Meerjarenkader 2022-2025 Uitkering Werkvoorziening 2021

2021

2022

2023

2024

2025

8.477.000

8.158.000

7.972.000

7.807.000

7.807.000

495.200

473.400

375.800

-11.900

8.653.200

8.445.400

8.182.800

7.795.100

Mutatie kadernota 2022 Totaal bijdragen gemeenten

8.477.000

Het budget subsidie Wet sociale werkvoorziening vormt ook onderdeel van de reintegratiemiddelen die de gemeenten ontvangen. Deze lasten dalen sinds de instroom is afgesloten in 2015. De daling is minder groot dan in 2015 werd verwacht. Dit komt doordat in de periode voor de afsluiting nog een relatief jonge groep mensen is ingestroomd bij Biga Groep (zie ook hoofdstuk 3). De mutatie in 2022 betreft de compensatie van het ministerie voor deze kostenstijging.

2.3. Activerend stelsel van inburgering Het jaar 2022 is het eerste volledige jaar van de uitvoering van de nieuwe Wet inburgering. Wat betreft de toeleiding naar werk is de verwachting dat de groep nieuwkomers één van de groepen is die het effect zal voelen van de coronacrisis, omdat zij vaak flexibele of kortdurende contracten hebben. Vanaf 2022 komt er een nieuwe klantgroep bij: de gezinsmigranten. Deze zijn nu veelal geen klant bij de RSD, maar ze zijn wel inburgeringsplichtig. Wanneer wij starten met de nieuwe Wet inburgering vanaf 1 januari 2022, komen er in drie jaar tijd circa 300 tot 500 klanten bij die vóór 2022 niet tot onze klantgroepen gerekend worden. Wat willen we bereiken We gaan voor duurzaam inburgeren. Dit betreft alle levensdomeinen, waarbij de Wet inburgering het accent legt op werk in combinatie met taalontwikkeling. We doen dat in samenwerking met netwerkpartners zoals de Vluchtelingenwerkorganisaties en met de andere gemeenten op U16-niveau. Wat betekent dit financieel Het mandaat en beheer van de inburgeringsvoorzieningen (programmakosten) en de uitvoeringskosten van de Wet inburgering (Wi) en bijbehorende taken zijn bij de RDWI belegd, met uitzondering van de taken en middelen ter bekostiging van maatschappelijke begeleiding. De gemeenten ontvangen van het Rijk middelen voor de uitvoering van de wet.

De invoering van de nieuwe wet is verschoven naar 1 januari 2022. Het is op het moment van schrijven nog niet bekend wat dit betekent voor de middelen die structureel voor de uitvoering van de wet aan het gemeentefonds zijn toegevoegd. Ook is nog niet helder wat de gevolgen zijn voor de voorzieningen die in het kader van de wet beschikbaar komen. Deze informatie wordt waarschijnlijk in het voorjaar van 2021 bekend gemaakt. Tegelijkertijd met de verwerking van het financieel gevolg van de nieuwe wet, wordt ook het effect van de afbouw/inbedding van de intensieve aanpak verwerkt. Uitgangspunt blijft dat de middelen die gemeenten ontvangen toereikend moeten zijn voor de uitvoering.

Kadernota 2022 – versie 0.5

pag. 13

2.4. Vroegtijdig opsporen van schulden We verwachten in 2022 geen nieuwe ontwikkelingen als het gaat om wetgeving. Wel verwachten we een toename van het aantal inwoners dat aangewezen is op schulddienstverlening, onder andere als gevolg van de coronacrisis. Partijen zoals de NVVK en het SCP waarschuwen voor een grotere schuldenproblematiek die tijdens de coronacrisis nog deels verborgen blijft. Daarnaast zal vroegsignalering (nieuwe WGS vanaf 2021) met zich meebrengen dat we meer zicht krijgen op het aantal inwoners met schulden. Daarnaast zijn er initiatieven gericht op innovatie, zoals het collectief schuldenregelen, het op een andere wijze organiseren van beschermingsbewind, het actief gebruik maken van adviesrecht bij schuldenbewind, de dienstverlening aan zelfstandigen en het financieel ontzorgen van statushouders (ook met betrekking tot schulden). Deze ontwikkelingen worden in 2021 in gang gezet en zullen zeker in 2022 de nodige effecten hebben op de dienstverlening. Wat willen we bereiken Het vroegtijdig aanpakken van schulden is een ontwikkeling die al in gang is gezet, maar we verwachten zeker dat dit in 2022 een speerpunt blijft. Dat geldt eveneens voor de genoemde initiatieven die in 2021 al in gang gezet worden en die gericht zijn op innovatie van de dienstverlening voor inwoners met schulden.

We willen daarmee bereiken dat de dienstverlening verder geoptimaliseerd wordt. Wat betekent dit financieel Voor dit onderdeel zijn geen afzonderlijke programmakosten opgenomen. De uitvoering hiervan past binnen het brede takenpakket van de RSD. De taken op het terrein van vroegsignalering zijn extra taken waarvoor het Rijk geen extra middelen beschikbaar heeft gesteld. Door efficiencyverbeteringen op andere onderdelen is het streven om deze taken in 2022 binnen de bestaande formatie en apparaatskosten op te vangen. De werkelijke kosten hangen onder andere af van keuzes die daarin gemaakt worden ten aanzien van de uitvoering van de vroegsignalering. Op het moment van schrijven loopt een pilot die uitgevoerd wordt met gemeente Utrechtse Heuvelrug die daar (mede) inzicht in moet geven.

2.5. Inkomensvoorzieningen voor wie dat nodig heeft De gemeenten in de KRH-regio streven naar een ruim bereik van inkomensondersteunende voorzieningen. In 2022 zijn er voor zover we nu kunnen voorzien geen ingrijpende wijzigingen in het beleid rondom bijzondere bijstand, de individuele inkomenstoeslag en de collectieve aanvullende ziektekostenverzekering. Naast deze regelingen voeren we het minimabeleid uit voor de gemeenten Utrechtse Heuvelrug en Zeist. Mogelijk leiden heroverwegingen in het minimabeleid tot wijzigingen; op het moment van schrijven is dat nog niet het geval. Wat willen we bereiken Bij deze regelingen staat een snelle en adequate afhandeling van aanvragen centraal. We doen dat sinds enige jaren via de Snelbalie. De CAZ-regeling wordt aangeboden door DSW. Het voornemen is om deze samenwerking voort te zetten.

Kadernota 2022 – versie 0.5

pag. 14

Wat betekent dit financieel Tabel 2.6 Meerjarenbegroting 20222025 Bijzondere bijstand Mutaties kadernota 2022 Subotaal bijzondere bijstand Collectieve Ziektekostenverzekering

2021

2022

2023

2024

2024

2.879.000

3.001.000

3.143.000

3.143.000

3.143.000

0

0

0

0

0

2.879.000

3.001.000

3.143.000

3.143.000

3.143.000

1.275.000

1.275.000

1.275.000

1.275.000

1.275.000

Mutaties kadernota 2022

0

Subtotaal Collectieve Ziektekostenverzekering

1.275.000

1.275.000

1.275.000

1.275.000

1.275.000

Individuele Inkomenstoeslagen

1.076.000

1.075.000

1.075.000

1.075.000

1.075.000

0

48.000

48.000

48.000

48.000

1.076.000

1.123.000

1.123.000

1.123.000

1.123.000

664.000

664.000

664.000

664.000

664.000

Mutaties kadernota 2022

0

11.000

11.000

11.000

11.000

Subtotaal Minimabeleid Totaal mutaties kadernota 2022

664.000

675.000

675.000

675.000

675.000

0

59.000

59.000

59.000

59.000

5.894.000 6.074.000

6.216.000

6.216.000

6.216.000

Mutaties kadernota 2022 Subtotaal Individuele inkomenstoeslagen Minimabeleid

Totaal bijdragen gemeenten

De mutaties op de inkomensvoorzieningen zijn vooral gebaseerd op de ontwikkeling van de kosten in 2020. Voor de inkomensvoorzieningen geldt dat het lange termijneffect van de coronacrisis nog moeilijk voorspelbaar is. Op het moment van schrijven is er nog geen sprake van een toename in de kosten. Daarom is besloten om hier geen stijging voor op te nemen. Indien de aanvragen stijgen nadat de steunmaatregelen van de overheid beëindigd zijn, zou dit in 2022 een incidentele afwijking in de realisatie geven. De kosten voor de collectieve ziektekostenverzekering zijn gelijk gelaten omdat de realisatie in 2020 lager is dan het oorspronkelijk begrote bedrag in 2022. Voor de individuele inkomenstoeslagen wordt rekening gehouden met een stijging van € 48.000. Dit is in lijn met de ontwikkeling van het klantenbestand. De groep die langdurig een beroep op de bijstand moet doen stijgt al enige jaren. Tot slot houden we op basis van de realisatie in 2020 voor het minimabeleid rekening met een stijging van € 11.000. Per saldo is de mutatie in deze kadernota € 59.000.

Kadernota 2022 – versie 0.5

pag. 15

3 Uitvoering Wsw door Biga Groep De uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) wordt onder verantwoordelijkheid van de RDWI gedaan door Biga Groep BV. Wat betekent dit financieel Tabel 3.1 Meerjarenkader 2022-2025 Loonkosten SW Bijdrage aan BIGA Mutaties kadernota/begroting 2022 Totaal loonkosten SW Totaal bijdrage aan BIGA Mutaties kadernota 2022 Totaal bijdrage van BIGA Totaal bijdragen gemeenten

2021

2022

2023

2024

2025

9.265.000

8.927.000

8.615.000

8.615.000

8.615.000

600.000

600.000

600.000

600.000

600.000

0

496.000

623.000

442.000

442.000

9.265.000

9.423.000

9.238.000

9.057.000

9.057.000

600.000

600.000

600.000

600.000

600.000

0

496.000

623.000

442.000

442.000

9.265.000

9.423.000

9.238.000

9.057.000

9.057.000

600.000

600.000

600.000

600.000

600.000

Vanaf 2015 dalen de lasten omdat er geen instroom meer in de Wsw is en wel uitstroom. Doordat in de periode voor 2015 relatief veel jonge mensen zijn ingestroomd bij Biga Groep is de daling minder groot dan verwacht. Het budget wordt jaarlijks herzien op basis van de informatie van Biga Groep. Biga Groep vergoedt de loonkosten Wsw aan de RDWI. Daarnaast is in de tabel ook de bijdrage opgenomen die gemeenten jaarlijks via de begroting van RDWI aan Biga Groep BV betalen. De rijksbijdrage die gemeenten ontvangen voor het onderdeel Wet sociale werkvoorziening zijn opgenomen in paragraaf 2.2.

Kadernota 2022 – versie 0.5

pag. 16

4 Bedrijfsvoering 4.1. Organisatie en apparaatskosten Er wordt uitgegaan van een formatie-omvang van 149,4 fte. Eind oktober 2020 heeft het Algemeen bestuur een systematiek vastgesteld, waarbij de omvang van de formatie afhangt van de omvang van het klantenbestand uitkeringen (volume BUIG) en aanvragen schulddienstverlening. De verwachte ontwikkeling van het klantbestand in 2022 geeft geen aanleiding om formatie aan te passen. Wat betekent dit financieel Tabel 4.2 Meerjarenraming bedrijfsvoering 2022-2025 Bijdragen gemeenten 2020 Bijdrage uitvoeringskosten nieuwkomers Bijdragen 2021 inclusief uitvoeringskosten nieuwkomers

2021

2022

2023

2024

2025

12.270.243 12.270.243 12.270.243 12.270.243 12.270.243 624.500

624.500

624.500

624.500

624.500

12.894.743 12.894.743 12.894.743 12.894.743 12.894.743

Mutaties kadernota 2022 Loon en prijsindexatie Totaal bijdragen gemeenten 2021 exclusief bijdrage BIGA

226.000

226.000

226.000

226.000

12.894.743 13.120.743 13.120.743 13.120.743 13.120.743

De mutaties voor de Kadernota 2022 hebben betrekking op: - Looncompensatie ad € 172.000, berekend op basis van de loonvoet sector overheid ad 1,5%; - Prijsindexatie overige apparaatskosten ad € 54.000. Dit betreft de indexatie voor de materiele kosten binnen de apparaatskosten van 1,5%. In de apparaatskostenbegroting is geen rekening gehouden met mogelijke kosten voor de afwikkeling van de verschillende Tozo regelingen. Het gaat om de werkzaamheden die samenhangen met de verantwoording en afwikkeling van vorderingen in verband met verstrekt bedrijfskapitaal en/of terugvordering van verstrekte uitkeringen die te hoog zijn gebleken en kosten bezwaar en beroep. Voor de uitvoering van deze werkzaamheden is bij de Najaarsnota 2020 aangekondigd dat een bestemmingsreserve afwikkeling Tozo gevormd wordt. In 2022 kunnen de werkelijke kosten worden gedekt door onttrekking aan deze reserve.

4.2. Risicomanagement De structurele monitoring en het managen van risicomanagement wordt geborgd via de Planning & Control Cyclus. Dit proces ziet er in het kort als volgt uit: - Voor de Begroting en Meerjarenraming worden risico’s geïnventariseerd en geactualiseerd (zowel bedrijfsvoering als de open einde regelingen). Ook worden de te nemen beheersmaatregelen opgenomen. - Via de Voorjaarsnota en de Najaarsnota wordt de voortgang gerapporteerd over de belangrijkste beleids- en financiële indicatoren. - De actualisatie van de bedrijfsvoeringsrisico’s en de risico’s met betrekking tot de open-einde regelingen vindt plaats bij de Jaarrekening.

Kadernota 2022 – versie 0.5

pag. 17

Om de beheersing en verantwoording te vergemakkelijken is per risico een eigenaar aangewezen. Deze persoon is verantwoordelijk voor de beheersing van het risico en legt daarover verantwoording af. In de uitwerking van de risico’s is een splitsing gemaakt van risico’s niet relevant en relevant voor het weerstandsvermogen van de RDWI. Een aantal risico’s wordt in deze Kadernota expliciet benoemd en verder meegenomen in de Begroting 2022: Onzekerheid ontwikkeling van de economie na de COVID-19 crisis In deze Kadernota is al op meerdere plaatsen de aandacht gevestigd op de COVID-19 crisis waar we op het moment van schrijven in verkeren. In deze Kadernota is op basis van informatie verstrekt door het CPB zo goed mogelijk een inschatting gemaakt van de mogelijke ontwikkeling. De ramingen zijn echter onzeker. Als de huidige crisis langer duurt of het economisch dal na afbouw van de steunmaatregelen van het kabinet dieper wordt dan verwacht, zal dit ook negatieve gevolgen hebben voor bijvoorbeeld de instroom van klanten en een toename van schulddienstverleningsaanvragen, et cetera. Voor zover mogelijk wordt dit risico bij de Begroting 2022 en Meerjarenraming 20232025 gekwantificeerd.

Mogelijke impact: Toename aantal aanvragen levensonderhoud en daarmee ook de workload van het intaketeam Toename aantal klanten Participatiewet, BBZ en schulddienstverlening; effecten op de langere termijn zijn nog niet helder, maar een verdere toename wordt verwacht Het niet kunnen inzetten van bepaalde trajecten, wat effect kan hebben op de uitstroom Kredietverlening BBZ en terugvordering Tozo Met ingang van 2020 is de financieringssystematiek BBZ 2004 gevestigde ondernemers gewijzigd. De wijzigingen leiden tot meer risico voor de gemeenten. Het risico is beperkt doordat RSD processen heeft aangepast en het debiteuren bewakingsproces aangescherpt is. Daarnaast wordt het onderzoek levensvatbaarheid vaker intern uitgevoerd. Door het openstellen van de regeling Tozo 1 en 2 is de instroom in de BBZ tot nu toe zeer beperkt. Ook de aanvragen voor bedrijfskapitaal blijven achter. Het kabinet heeft bekend gemaakt dat er met ingang van 1 oktober 2020 een Tozo 3 regeling komt met looptijd tot 1 juli 2021. In verband met de COVID-19 crisis zijn als onderdeel van de regeling Tozo 1 en 2 kredieten verstrekt aan ondernemers die in nood verkeerden. Het Rijk heeft nog geen besluit genomen over de afwikkeling van de terugbetalingsverplichting op deze bedrijfskapitalen. Er is in totaal ongeveer € 2,3 miljoen verstrekt.

Omdat het economisch klimaat door het COVID-19 verslechterd is, is de kans reëel dat een deel van deze kredieten niet terugbetaald zullen worden. Het risico bestaat dat gemeenten een deel van deze niet terugbetaalde kredieten zelf moeten dragen, omdat nog niet helder is hoe het Rijk hiermee om zal gaan. Het Rijk heeft bij de aankondiging van de Tozo regeling gemeld dat de overheden (volledig) gecompenseerd zullen worden. Daarom wordt dit risico voor nu op PM gezet. Toename verwachte inwoners met schulden We verwachten een toename van klanten die getroffen zijn door de economische effecten van de coronacrisis. Daarnaast zal de wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening leiden tot een toename van het aantal klanten, vanwege de nieuwe wettelijke taak van vroegsignalering. Signalen over betalingsachterstanden moeten

Kadernota 2022 – versie 0.5

pag. 18

worden opgevolgd. De organisatie bereidt zich op deze ontwikkelingen voor met training en opleiden van medewerkers, de inrichting van een systeem voor de registratie van de signaleringen en samenwerking met (keten)partners. Op dit moment is nog moeilijk in te schatten hoe groot de groei zal zijn. Dit zal naar verwachting vooral in 2021 duidelijk gaan worden. Uitwerking financiën strategische kaders Over dit risico hebben wij in de Begroting 2021 gerapporteerd. Op het moment van schrijven (november 2020) is er nog geen duidelijkheid. Zolang dit het geval is, gaan wij uit van de bestaande kaders. In de volgende tabel is de financiële impact van de ‘open einde regelingen’-risico’s opgenomen. Deze financiële risico’s worden opgenomen, zodat de KRH gemeenten deze risico’s kunnen opnemen in hun begrotingen of weerstandsvermogen.

Risico’s open einde regelingen totaal

Benodigde weerstandscapaciteit (impact X kans X 3 jaar)

Tekorten op BUIG budgetten

11.067.000

Vangnetregeling

264.000

Lasten bijzondere bijstand en IIT

750.000

Debiteurenvorderingen

105.000

Bedrijfskredieten (BBZ)

550.000

Onderzoeken levensvatbaarheid

365.000

Kinderopvang

210.000

Kredieten TOZO 1 en 2

PM

Totaal

13.311.000

Maximaal risico op BUIG per gemeente 2020

Benodigde weerstandscapaciteit (impact X kans X 3 jaar) kans 90%

Bunnik

196.000

529.000

De Bilt

862.000

2.327.000

Utrechtse Heuvelrug

877.000

2.368.000

Wijk bij Duurstede

376.000

1.015.000

Zeist

1.790.000

4.833.000

Totaal

4.099.000

11.067.000

Risico’s open einde regeling BUIG budgetten

De totaal benodigde weerstandscapaciteit voor bovenvermelde risico’s is ongeveer gelijk aan de Begroting 2021 (€ 13.101.000).

Kadernota 2022 – versie 0.5

pag. 19

Bijlage 1 Meerjarenraming Onderstaande tabel is op basis van de vastgestelde begroting 2020 en de verwerking van de financiële kaders van hoofdstuk 2. Dat leidt tot onderstaande meerjarenraming 20212024. In de bijlage wordt het overzicht bijdragen per gemeenten toegevoegd. Meerjaren kader

Meerjarenbegroting 20222025

Begroting 2021

2022

2023

2024

2025

Gebundelde uitkeringen / BBZ

45.088.366

51.379.000

50.888.000

50.795.000

49.968.000

Bijzondere bijstand

3.004.000

3.126.000

3.268.000

3.268.000

3.268.000

Individuele inkomenstoeslagen Collectieve Ziektekostenverzekering

1.075.000

1.123.000

1.123.000

1.123.000

1.123.000

1.275.000

1.275.000

1.275.000

1.275.000

1.275.000

664.000

675.000

675.000

675.000

675.000

3.592.678

3.853.142

3.959.245

3.959.245

3.959.245

125.000

125.000

125.000

125.000

125.000

8.477.000

8.653.200

8.445.400

8.182.800

7.795.100

200.000

316.000

316.000

316.000

316.000

Subtotaal Sociaal Domein

63.501.044 70.525.342

70.074.645

69.719.045

68.504.345

Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering RSD (inclusief uitvoeringskosten nieuwkomers)

0

0

0

0

15.104.243

15.330.243

15.330.241

15.330.241

15.330.241

600.000

600.000

600.000

600.000

600.000

8.927.000

9.423.000

9.238.000

9.057.000

9.057.000

Subtotaal Bedrijfsvoering

24.631.243 25.353.243

25.168.241

24.987.241

24.987.241

Totaal lasten

88.132.287 95.878.585

95.242.886

94.706.286

93.491.586

Lasten Taakvelden Sociaal Domein

Minimabeleid gemeenten Reintegratie & Participatie incl actieplan jeugdwerkloosheid Nieuwkomers (klantkosten) Uitkering Wet Sociale Werkvoorziening Kinderopvang

Bijdrage Exploitatie BIGA Loonkosten SW

Baten Taakvelden Sociaal Domein Gebundelde uitkeringen / BBZ

1.197.000

951.000

951.000

951.000

951.000

125.000

125.000

125.000

125.000

125.000

Subtotaal Sociaal Domein

1.322.000

1.076.000

1.076.000

1.076.000

1.076.000

Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering RSD (inclusief uitvoeringskosten nieuwkomers)

0

0

0

0

0

2.209.500

2.209.500

2.209.500

2.209.500

2.209.500

0

0

0

0

0

8.927.000

9.423.000

9.238.000

9.057.000

9.057.000

Subtotaal Bedrijfsvoering

11.136.500 11.632.500

11.447.500

11.266.500

11.266.500

Totaal baten

12.458.500 12.708.500

12.523.500

12.342.500

12.342.500

(=bijdragen van gemeenten)

75.673.787 83.170.085

82.719.386

82.363.786

81.149.086

Bijzondere bijstand

Bijdrage Exploitatie BIGA Loonkosten SW

Kadernota 2022 – versie 0.5

pag. 20

Bijdrage gemeenten

2021

2022

2023

2024

2025

Bunnik

3.420.104

3.493.407

3.371.900

3.511.808

3.480.505

De Bilt

14.544.675

16.109.468

16.073.274

15.840.296

15.654.388

Utrechtse Heuvelrug

15.739.975

17.457.192

17.429.798

17.329.355

17.073.349

Wijk bij Duurstede

7.190.144

7.706.368

7.467.403

7.709.680

7.555.559

Zeist

34.778.891

38.403.650

38.377.013

37.972.648

37.385.287

Totaal bijdragen gemeenten 75.673.789 83.170.085 82.719.388 82.363.788 81.149.088

Kadernota 2022 – versie 0.5

pag. 21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9659642/1