20RV041 Wijziging GR RMN (getekend)
Tekst van het document
gemeenschappelijke regeling RMN
i
N | |
RAADSVOORSTEL
Gemeente Zeist Portefeuillehouder
Wouter Catsburg
Ontvangstgriffie
Opsteller
Arno Klarenbeek
RondeTafel
Zaak/stuknummer
24RV041 / 361978
Debat
Besluit college
14 mei 2024
Raadsvergadering
4 juni 2024
9 juli 2024
Onderwerp Wijziging van de gemeenschappelijke regeling Reinigingsbedrijf Midden Nederland (RMN) conform de per 1 juli 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr).
Doel van het voorstel Verkrijgen van toestemming voor het door het college aangaan van de gewijzigde tekst van de gemeenschappelijke regeling (collegeregeling RMN).
Voorgesteld besluit
Het college van burgemeester en wethouders toestemming te verlenen, bedoeld in artikel 1, lid 4 en 5 van de Wgr, om in te stemmen met het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling RMN door middel van het bijgevoegde wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling Reinigingsbedrijf Midden Nederland (RMN) Besluit Raad
9 juli 2024: Het voorstel wordt met algemene stemmen aangenomen.
Inhoud (korte samenvatting)
Van de gemeenschappelijke regeling RMN hebben wij op maandag 22 april 2024 het verzoek ontvangen voor instemming met de wijziging van de tekst van de gemeenschappelijke regeling ter
voldoening aan de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr).
Pagina 1 van 5
VERDIEPING Inleiding Het betreft hier de 2e stap in het proces van consultatie van de 6 deelnemers aan de regeling, waaronder Zeist, over de wijziging van de tekst van de regeling. Via raadsinformatiebrief 24.030 is de raad hier eerder op betrokken, zie: https://zeist.raadsinformatie.nl/document/13740180/1/RIB24 030+Zienswijze+ Ontwerp+wijziging+GR +RMN . Lijst van ingekomen stukken raad van 27 februari, bespreking d.d. 13 februari 2024.
De stukken behorend bij dit 2° voorstel zijn ingeboekt onder nummer PR24.058 en op de lijst van ingekomen stukken van de raad van 28 mei 2024 geplaatst (bespreking 21 mei 2024). https://zeist.raadsinformatie.nl/document/14083624/1 . Deze stukken zijn ook doorgestuurd aan uw raadsrapporteurs RMIN Aat Grinwis en Falco van ‘t Riet. In de hiervoor genoemde RIB24.30 zijn we bij de eerste stap in het proces uitvoerig ingegaan op de
voorgestelde wijzigingen en onze zienswijze daarover. Kortheidshalve volstaan we in dit stuk met een verwijzing daar naar en gaan we voor deze tweede stap in het proces in op de wijze van verwerking door RMN van de ontvangen zienswijzen van de deelnemers, waaronder die van ons. Verwerking zienswijzen door RMN:
De gemeente Bunnik heeft geen reactie ingediend. De gemeenten Baarn en IJsselstein hebben aangegeven geen aanleiding te zien voor een zienswijze. De gemeente Nieuwegein heeft in haar zienswijze geschreven dat de uittreding in de GR niet expliciet
benoemd is, maar wel binnen de wet gemeenschappelijke regelingen voldoende geborgd is (artikel 34 van de voorliggende GR). Daarnaast houdt Nieuwegein zich het recht voor om op de kaderbrief een zienswijze in te dienen, ook al is deze vanuit de gewijzigde GR niet meer verplicht (artikel 27 lid 2 GR). RMN geeft in zijn reactie t.a.v. de melding dat Nieuwegein zij zich het recht voorbehoudt wel een zienswijze n.a.v. de kaderbrief in te dienen, dat dit altijd kan, maar dat dit dan geen formele zienswijze procedure is. Vanuit Zeist hebben wij vanaf het moment van invoering van de kaderbrief i.p.v. de kadernota RMN op iedere kaderbrief een reactie gegeven met het oog op de op te stellen ontwerpbegrotingen. RMN heeft die reacties vervolgens meegewogen bij het opstellen van de ontwerpbegrotingen.
Wat betreft de opmerking van Nieuwegein overniet expliciet benoemd zijn van uittreding in de GR interpreteren wij die reactie gezien de door het algemeen bestuur aan de tekst van artikel 34
toegevoegde 8ste lid dat Nieuwegein de positie van de gemeenteraad/-raden terug wilde zien in de tekst van de regeling. Prima dat dit nu aanvullend is gebeurd en daarmee in balansis gebracht met de GR AVU. Neemtniet weg datdit feitelijk al gedekt wordt door artikel 1, lid 5 juncto het vierde lid van artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
De gemeente Soestheeft in reactie op de concept tekst van artikel 35 aangegeven hetinitiatieftot
evaluatie niet bij het algemeen bestuur van RMN te willen laten, maar er in de tekst van de regeling in te willen voorzien dat het algemeen bestuur de gemeenschappelijke regeling periodiek, doch tenminste eenmaal per zes jaar, evalueert. Artikel 35 is in de door het algemeen bestuur van RMN vastgestelde tekst van de regeling in die zin gewijzigd. Dat is prima en komt ook overeen met de
evaluatiebepaling in (teksten van) andere gemeenschappelijke regelingen.
Wij hebben aangegeven geen voorstander te zijn van het voorstel dat (mits twee-derde van de colleges hiermee instemt) een uitzondering gemaakt kan worden voor nieuwetoetreders op de regel dat deelnemers alle basistaken afnemen (artikel 33 lid 6 uit de concept regeling in de eerste fase). In onze ogen dient iederetoetreder de basistaken af te nemen. In artikel 4, lid 2 van de regeling zijn deze basistaken ook beschreven en is ook opgenomen dat RMN deze taken uitvoert voor alle deelnemers.
Pagina 2 van 5
RMN geeft in zijn reactie aan dat deze opmerking van Zeist is overgenomen en dat het algemeen be-
stuur in de vastgestelde nu voorliggende tekst artikel 33 lid 2 heeft gewijzigd in “Een ontwerptoetredingsbesluit wordt ten minste acht weken voordat het algemeen bestuur dit vaststelt aan de gemeen-
teraden van de deelnemers toegezonden. De gemeenteraden worden in de gelegenheid gesteld hun zienswijzen op het ontwerp toetredingsbesluit ter kennis te brengen van het algemeen bestuur.” Wij vinden dit een verbetering t.o.v. de aanvankelijk in de concept regeling opgenomen artikel 33, lid 6. Neemt niet weg dat de in de brief van RMN opgenomen toelichtende alinea, citaat: “Eventuele
uitzonderingen — indien van toepassing — op de bepalingen in de gemeenschappelijke regeling bij toetreding van gemeenten worden daarmee expliciet onderdeel van het besluitvormingsproces”; hier in tegenspraak meeis. Erlijkt door deze tekst toch een opening te worden geboden, terwijl de tekst van de regeling hier duidelijk over is. De tekst van artikel 4, lid 2 is op dit punt volstrekt helder. Anders
handelen is in strijd metdit artikel. In onze eerdere zienswijze hebben we uitgebreid beargumenteerd waarom we zo hechten aan het door iedereen afnemen van de basistaken, aan zoveel mogelijk
uniformiteit en aan standaardisatie. We gaan dat hier niet herhalen, maar verwijzen daarvoor naar die eerdere stukken. In onze reactie aan RMN nemen we over dit vorengaande een constatering op. Die reactie stellen wij
na verkregen toestemming van uw gemeenteraad vast bij ons nog te nemen besluit om in te stemmen met het aangaan van de gewijzigde tekst van de GR RMN. Dit is voorzien in onze collegevergadering
van 13 juni aanstaande.
Van RMN hebben wij bij de stukken de door het algemeen bestuur vastgestelde tekst van de GR
ontvangen waarin in rood de doorgevoerde wijzigingen zijn gemarkeerd. Het betreft hier wijzigingen ten opzichte van de door de deelnemers voor zienswijze ontvangen GR tekst bij de vorige stap met de deelnemersin dit proces. Hiermeeis helder watin deze tweede stap de wijzigingen zijn en tevens helder hoe de tekst van de GR na instemming door de deelnemers luidt.
ARGUMENTEN VOOR EN TEGEN De gemeenschappelijke regeling RMN moet voor1 juli 2024 zijn aangepast aan de gewijzigde Wet
gemeenschappelijke regelingen, dit vindt plaats via een aantal wettelijk verplichte stappen, waarin dit raadsvoorstel de tweede stap in het proces vormt.
TOELICHTING Participatie
N.v.t. Er is sprake van een interne governance aangelegenheid besturen RMN en besturen
deelnemende gemeenten. Financiële toelichting
N.v.t. De wijzigingen hebben geen directe financiele consequenties.
Juridische aspecten
Met het raadsvoorstel en -besluit wordt voldaan aan de bepalingen van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Na raadsbesluit en verkregen toestemming kan het college van B&W een definitief besluiten tot het aangaan van de gewijzigde tekst van de gemeenschappelijke regeling RMN nemen. De toestemming kan door de raad overigens slechts worden onthouden wegens strijd met het recht of het algemeen belang. Wijzigingen op de tekst van de regeling kunnen niet meer worden voorgesteld.
De wijziging treedt in werking na akkoordbevinding van de deelnemende gemeenten en na bekendmaking hiervan in het gemeenteblad van de gemeente Soest(artikel 26 Wgr: plaats van
vestiging). De regeling treedt in werking op de in de regeling aangewezen dag. De regeling treedt niet in werking voordat zij is bekendgemaakt. Na bekendmaking draagt het dagelijks bestuur zorg voor registratie van de regeling in het WGR-register als genoemd in artikel 136 Wgr.
Duurzame aspecten N.v.t. Geen
Pagina 3 van 5
Samenhang met andere projecten Voor een gelijk speelveld, voor de transparantie en het vergemakkelijken van het inzicht voor de gemeenteraden en onze bevolking is het wenselijk dat zoveel mogelijk dezelfde governance en spelregels voor en binnen de gemeenschappelijke regelingen worden gehanteerd. Daar voldoet dit voorstel aan.
VERDERE PROCES Planning en uitvoering -
-
Raadsbesluit 9 juli 2024
Definitief collegebesluit 11 juni 2024 Bericht aan RMN 13 juni 2024
Communicatie N.v.t. Geen andere dingen dan de formele bekendmaking van de regeling in het gemeenteblad van Soest. Evaluatie De tekst van de regeling bevatin artikel 35 de bepaling dat de GR tenminste 1 maal per 6 jaar wordt geévalueerd.
BIJLAGEN e
e
Brief RMN d.d. 18 april, PR24.058 ontvangen 22 april 2024 voorstel tot wijziging
gemeenschappelijke regeling RMN metbijlagen RIB24.030 d.d. 23 januari 2024 over het ontwerp van de voorgenomen wijzigingen van de regeling (fase 1 van het wijzigingsproces)
Pagina 4 van 5
ih
N | |
RAADSBESLUIT
Gemeente Zeist Behoort bij raadsvoorstel
Nr. 24RV041
De raad van de gemeenteZeist; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 14 mei 2024;
BESLUIT: Het college van burgemeester en wethouders toestemming te verlenen, bedoeld in artikel 1, lid 4 en 5
van de Wgr, om in te stemmen met het wijzigen van de gemeenschappelijke regeling RMN door
middel van het bijgevoegde wijzigingsbesluit gemeenschappelijke regeling Reinigingsbedrijf Midden d
drs. J. Langenacker, voorzitter