Raadsstuk Regionaal kader Opvang Wonen en Herstel 2022 tot en met 2027
Tekst van het document
Raadsstuk
Onderwerp Regionaal kader Opvang Wonen en Herstel 2022 tot en met 2027 Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
2021/641327 Haeften, R. van 2.3 Opvang, wonen en herstel MO Leensen, S.A.D. 023-5114532 sadleensen@haarlem.nl Met het regionale kader Opvang, Wonen en Herstel wordt de beweging naar een inbedding van de regionale taken Beschermd Wonen (BW), Maatschappelijke Opvang (MO) en Vrouwenopvang (VO) binnen het lokale sociaal domein voortgezet. Doelstelling is om alle cliënten Maatschappelijke Opvang, Beschermd Wonen en Vrouwenopvang zo gewoon mogelijk te laten wonen met herstelondersteuning gericht op inclusie, burgerschap, participatie, zelfredzaamheid en informele steun in de lokale omgeving. Deze ondersteuning moet betaalbaar en toekomstbestendig zijn Door meer nadruk te leggen op de client zelf, die zo thuis mogelijk ondersteund wordt, geeft het college verder vorm aan deze opgave. Hierbij houden we rekening met de weerbarstige uitvoeringspraktijk. De doordecentralisatie van Beschermd Wonen biedt een kans om samen met de acht gemeenten in onze regio en de partners vorm te geven aan de ambitie om zorg op maat, dichtbij de inwoners te organiseren. Hierbij geldt “lokaal wat kan, regionaal wat moet”. Het college wil de kwetsbare (ggz) inwoners ondersteunen met zorg en ondersteuning die zoveel mogelijk lokaal georganiseerd wordt. Maar wanneer de ondersteuningsbehoefte complex, langdurig en/of zwaar is, moeten cliënten terecht kunnen in regionale (woon)voorzieningen.
Dit regionale kader vormt de basis voor alle gemeenten om het lokale beleid en de lokale uitvoering voor Beschermd Wonen in samenhang met Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang vorm te geven.
Behandelvoorstel voor commissie
De commissie wordt verzocht advies te geven aan de raad over het voorstel van het college en over de wijze van agendering van het raadsstuk Regionale kader Opvang, wonen en herstel 2022 tot en met 2027 in de raadsvergadering
Kenmerk: 2021/641327
1/9
Relevante eerdere besluiten Besluit College d.d. 14 december 2021
Informatienota Doordecentralisatie Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen (B&W 05-03-2019 regnr. 2019/109433) Tweede Informatienota (B&W 14-01-2020 regnr. 2019/1042344) Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. Het voorstel aan de raad vast te stellen. de secretaris,
Besluit Raad d.d. ……….
de burgemeester,
De raad der gemeente Zandvoort, Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders, Besluit: 1. Het regionale kader Opvang, wonen en herstel 2022 tot en met 2027 vast te stellen. de griffier,
de voorzitter,
1. Inleiding Sinds de start van de Wet Maatschappelijk Ondersteuning (Wmo) in 2015 is ook de taak Beschermd Wonen in deze wet ondergebracht. De uitvoering van de taak kwam echter te liggen bij een centrumgemeente en niet bij de gemeente Zandvoort. Vanaf 2015 is de gemeente Haarlem centrumgemeente voor de taken Beschermd Wonen (BW) voor de regio IJmond, Zuid-Kennemerland en Haarlemmermeer. Voor Maatschappelijke Opvang (MO) en Vrouwenopvang (VO) voert Haarlem al veel langer de centrumgemeente taak voor de gehele regio uit. In 2016 is er door de acht gemeenten in de regio in samenwerking met partners uit het veld één kader voor deze drie beleidsterreinen opgesteld: het regionale beleidskader Opvang, Wonen en Herstel. Het doel is om alle cliënten Maatschappelijke Opvang, Beschermd Wonen en Vrouwenopvang zo gewoon mogelijk te laten wonen, in hun eigen omgeving en in de buurt van hun sociale netwerk. Dit
Kenmerk: 2021/641327
2/9
vergroot de kansen op volwaardig burgerschap, inclusie, participatie en zelfredzaamheid. Ook versterkt het de gewenste beweging van ‘intramuraal’ naar ‘zo thuis mogelijk’ . Daarnaast is een beoogd resultaat van het beleid dat de benodigde (herstel) ondersteuning betaalbaar en toekomstbestendig is. De regio zet in op drie actielijnen: een preventie offensief, een hersteltraject op maat en zelfstandig thuis wonen versterkt. Vervolgens is in het uitvoeringsprogramma Opvang, Wonen en Herstel beschreven hoe hier uitvoering aan wordt gegeven. Op 1 januari 2022 start de doordecentralisatie Beschermd Wonen, en zijn gemeenten verplicht juridisch samen te werken. Vanaf 1 januari 2023 worden alle gemeenten middels een tienjarig ingroeipad ook financieel verantwoordelijk voor de taak Beschermd Wonen. De Maatschappelijk Opvang volgt mogelijk in 2026. De Vrouwenopvang blijft vooralsnog een taak van de centrumgemeente. Hoewel de aanleiding voor het nieuwe regionale kader de doordecentralisatie Beschermd Wonen is, worden ook de Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang weer meegenomen. Deze beleidsterreinen zijn zo nauw met elkaar verbonden dat losknippen geen recht zou doen aan de resultaten en ontwikkelingen van de laatste vijf jaar. Ter voorbereiding op de doordecentralisatie Beschermd Wonen zijn de acht regiogemeenten intensief samen opgetrokken.
Niet alleen zijn de regiogemeenten door het Rijk verplicht om ook na 2023 regionaal samen te blijven werken, deze samenwerking is ook noodzakelijk om het regionale voorzieningenniveau goed en betaalbaar te houden. In het voorjaar van 2021 is een intensief traject gestart om met alle betrokken partners het huidige beleidskader én de huidige uitvoeringspraktijk te evalueren en een nieuw regionaal kader op te stellen. In dit traject zijn de verschillende evaluaties en onderzoeken die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd binnen de regio en de taken MO, BW en VO. Dit nieuwe kader dient als basis voor alle acht gemeenten om hun lokale beleid en uitvoering in te richten. Het nieuwe kader is gebaseerd op onderzoeken en evaluaties die de afgelopen jaren zijn uitgevoerd en is gebaseerd op de gesprekken hierover met alle partners (zorgaanbieders, cliëntvertegenwoordiging, welzijn, corporaties, politie, ggz-instellingen en verslavingszorg). De partners benadrukken dat het nodig is om het regionale kader te vertalen in een uitvoeringsprogramma met ruimte voor flexibiliteit, ontwikkeling en innovatie en om voortdurend het gesprek met elkaar te voeren om knelpunten in de weerbarstige praktijk samen op te lossen. De ingangsdatum van het nieuwe kader is 2022, de start van de doordecentralisatie van Beschermd Wonen.
Tegelijk met deze nota zal ook de oprichting van het gemeenschappelijk orgaan Beschermd Wonen Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer en de verwervingsstrategie voor de inkoop van BW en MO per 2023 worden voorgelegd aan de colleges en raden in de regio.
Kenmerk: 2021/641327
3/9
2. Voorstel aan de raad Het college stelt de raad voor: 1. Het regionale kader Opvang, Wonen en Herstel 2022 tot en met 2027 vast te stellen. 3. Beoogd resultaat Met het regionale kader Opvang, Wonen en Herstel 2022 tot en met 2027 wordt de beweging naar een inbedding van de regionale taken Beschermd Wonen (BW), Maatschappelijke Opvang (MO) en Vrouwenopvang (VO) binnen het lokale sociaal domein voortgezet. Doelstelling is om alle cliënten Maatschappelijke Opvang, Beschermd Wonen en Vrouwenopvang zo gewoon mogelijk te laten wonen met herstelondersteuning gericht op inclusie, burgerschap, participatie, zelfredzaamheid en informele steun in de lokale omgeving. Deze ondersteuning moet betaalbaar en toekomstbestendig zijn Op basis van het regionale kader Opvang, Wonen en Herstel 2022 tot en met 2027 geven de acht gemeenten in onze regio samen met de partners vorm aan de ambitie om zorg op maat, dichtbij de inwoners te organiseren. Hierbij geldt “lokaal wat kan, regionaal wat moet”. Het college wil de kwetsbare (ggz) inwoners ondersteunen met zorg en ondersteuning die zoveel mogelijk lokaal georganiseerd wordt. Maar wanneer de ondersteuningsbehoefte complex, langdurig en/of zwaar is, moeten cliënten terecht kunnen in regionale (woon)voorzieningen.
Dit regionale kader vormt de basis voor alle gemeenten om het lokale beleid en de lokale uitvoering voor Beschermd Wonen in samenhang met Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang vorm te geven, zoals ook de bedoeling van de doordecentralisatie is. In Zandvoort wonen voornamelijk cliënten van RIBW K/AM op verschillende locaties in het dorp. De samenwerking met het Sociaal Wijkteam, Pluspunt en andere Zandvoortse initiatieven wordt al volop gevonden (onder andere in “Niemand verzandt in Zandvoort”). Er is echter ook behoefte aan zogenaamde beschutte woonplekken; een plek waarbij een inwoner uit Zandvoort op het moment dat het niet goed gaat, kan werken aan herstel en participatie zonder meteen naar een zware 24uurs voorziening te verhuizen. Ook stromen er cliënten uit de Maatschappelijke Opvang en soms ook de Vrouwenopvang uit naar zelfstandige woningen in Zandvoort. Bij een goede landing in Zandvoort kan de samenwerking in de wijk, met professionals maar vooral ook met de inwoners, nog verder verbeterd worden.
Kenmerk: 2021/641327
4/9
4. Argumenten 1. Het regionale kader bouwt voort op de ingezette beweging van zorg en ondersteuning gericht op herstel, zoveel mogelijk lokaal en thuis. De opdracht1 van decentralisatie van Beschermd Wonen naar de (centrum)gemeenten in 2015 vroeg om een omslag van Beschermd Wonen binnen zorginstellingen naar het ontwikkelen van uiteenlopende woonvarianten voor kwetsbare inwoners midden in de samenleving met flexibele ondersteuning, gericht op herstel en een zingevend bestaan. Deze ambulantiseringsopgave geldt ook voor de Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang. In het beleidskader Opvang Wonen en Herstel 2017-2020 is daar in onze regio invulling aan gegeven. De uitgangspunten die hierin staan passen nog steeds binnen de regionale doelstellingen – het versterken van de eigen kracht en zelfredzaamheid en uitstroom naar zelfstandig (begeleid) wonen van mensen met een psychiatrische achtergrond. Tegelijkertijd liggen er nog vele uitdagingen op het pad. De praktijk waarin alle partners hun werk doen is weerbarstig; de in-, door- en uitstroom van cliënten is ondanks de ambulantiseringsbeweging onvoldoende op gang gekomen. Er zijn bijna geen (opvang- en woon)plekken voor complexe doelgroepen. Voorzieningen die gepland staan waaronder Skaeve Huse en Domus Plus - worden moeizaam gerealiseerd.
De uitstroom van cliënten uit voorzieningen naar zelfstandige woningen via voorrangsregelingen (omklap,- contigent- en kanscontracten regeling) is sterk verbeterd, maar de wachttijden voor deze woningen zijn vaak ruim meer dan de gewenste zes maanden. De partijen in de keten ervaren korte lijnen en laagdrempelige samenwerking. Het opschalen van ingewikkelde, vastgelopen casuïstiek loopt echter regelmatig vast. Dit alles vraagt om stevigere samenwerkingsafspraken. In het nieuwe kader zetten we in op deze stevige samenwerkingsafspraken. En daarbij wordt, in lijn met de doordecentralisatie, meer aandacht gegeven aan het opvangen en ondersteunen van inwoners in hun eigen omgeving. Zo kan er beter aangesloten worden bij de Zandvoortse context en initiatieven. 2. Het regionale kader is op basis van onderzoeken, evaluaties en gesprekken met alle partners aangescherpt Dit kader is in nauw overleg tot stand gekomen met de acht gemeenten en betrokken (zorg)partners in de regio. Er zijn de afgelopen verschillende onderzoeken en evaluaties in het kader van Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang uitgevoerd. Op basis van de conclusies en 1
Zoals in het advies Van beschermd wonen naar een beschermd thuis (november 2016) van de Commissie Toekomst Beschermd Wonen is opgenomen.
Kenmerk: 2021/641327
5/9
aanbevelingen van deze onderzoeken én op basis van intensieve gesprekken met partners, trekt het College de conclusie dat de uitgangspunten uit het Beleidskader Opvang, Wonen en Herstel nog steeds aansluiten bij de landelijke- en regionale situatie. Wel wordt zowel in de onderzoeken en de gesprekken met partners benadrukt dat er in de uitvoering van het beleid nog extra aandacht nodig is voor: • • •
de weerbarstige praktijk een betere samenwerking bij complexe casuïstiek regie en doorzettingsmacht op de uitvoering
Om die reden willen we ons in het nieuwe regionale kader richten op twee centrale uitgangspunten: 5. Cliënt centraal 6. Zo thuis mogelijk Om de cliënt centraal te stellen met ondersteuning die cliëntvolgend is en om dat zo thuis mogelijk te kunnen doen, moet de zorg (deels) anders georganiseerd worden. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden: a. b. c. d. e. f. g. h.
Netwerk en ervaringsdeskundigheid Netwerksamenwerking Preventie én vroegsignalering Integrale toegang en ondersteuningsaanbod. Goede lokale infrastructuur en regionale voorzieningen Regie en sturing op de uitvoering Dekkend zorgaanbod inkopen Niet alleen cliëntgericht, maar ook wijkgericht
Zorgaanbieders, cliëntvertegenwoordiging, welzijn, corporaties, politie, ggz-instellingen en andere partners benadrukken dat het nodig is om het regionale kader te vertalen in een uitvoeringsprogramma met ruimte voor flexibiliteit, ontwikkeling en innovatie en om voortdurend het gesprek met elkaar te voeren om knelpunten in de weerbarstige praktijk samen op te lossen. 3. In het regionale kader wordt het integrale karakter van Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang benadrukt Doordat de ketens Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang van elkaar afhankelijk zijn, is een integrale blik en intensieve samenwerking tussen de betrokken (zorg)partners nodig om oplossingen te vinden voor vraagstukken rondom de in, - door- en uitstroom van cliënten in de opvang- en woonvoorzieningen. Partners, zoals gemeenten, cliëntvertegenwoordiging,
Kenmerk: 2021/641327
6/9
zorgorganisaties, ervaringsdeskundigen, woningcorporaties, politie, welzijnsorganisaties, wijkteams, ggz-instellingen en verslavingszorg zijn vaak bij alle drie beleidsterreinen betrokken. Om die reden worden in het nieuwe kader de opgaven voor Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang in samenhang benoemd. Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang blijft (voorlopig) een verantwoordelijkheid van de centrumgemeente. Het is van belang dat alle gemeenten lokaal steviger inzetten op preventie en nazorg. 4. Het kader biedt een basis voor lokale uitwerking van beleid en uitvoering Het doel van de doordecentralisatie is dat alle gemeenten verantwoordelijkheid krijgen én nemen voor al hun inwoners. Gemeenten zullen zelf op basis van hun lokale situatie beleid en uitvoering moeten ontwikkelen. De taken Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang kennen een sterk regionaal karakter. Door als regio gezamenlijk een kader op te stellen, weten cliënten, aanbieders en andere partners wat ze kunnen verwachten en wat er van hen gevraagd wordt. Het kader biedt een basis voor alle regiogemeenten om samen met het (lokale) veld lokaal beleid en een lokaal uitvoeringsprogramma op te stellen. In Zandvoort kan daar – in samenhang met de ontwikkelingen rondom ”gewoon in de wijk” – verder vorm aan worden gegeven. 5.
Een evaluatie vindt in 2025 jaar plaats Het kader Opvang, Wonen en Herstel kent een duur van 6 jaar, van 2022 tot en met 2027. Dit kader is de basis voor het verwervingstraject; er moeten vanaf 1 januari 2023 nieuwe afspraken zijn gemaakt met aanbieders. Dit kader is ook de basis voor het opstellen van lokaal beleid en een lokaal uitvoeringsprogramma in de acht gemeenten. In 2025 vindt er een regionale evaluatie plaats van alle afspraken die er in kader van de doorcentralisatie regionaal gemaakt zijn. Dat is ook het moment om te evalueren of het regionale kader aan herijking toe is 5. Risico’s en kanttekeningen 1. Er is financiële onzekerheid Voor de regionale taak Beschermd Wonen wordt van Rijkswege een flink budget uitgekeerd (in 2021 bijna € 39 miljoen). Hoewel het totale regionale budget op dit moment voldoende lijkt te zijn, zien we ook de volgende (financiële) risico’s: - Het is op voorhand lastig in te schatten of de individuele middelen die gemeenten per 2023 ontvangen op basis van het nieuwe, objectieve verdeelmodel in praktijk voldoende zullen zijn om de werkelijke zorgkosten per gemeente te dekken. - Het objectief verdeelmodel is nog niet formeel vastgesteld. De invoering van het nieuwe verdeelmodel kan wederom uitgesteld worden of er het verdeelmodel wordt weer aangepast; - Volumegroei BW cliënten is hoger dan verwacht;
Kenmerk: 2021/641327
7/9
-
Uitbreiding in het aantal BW plekken is hoger dan verwacht.
Deze ontwikkelingen zullen nauw door Gemeenschappelijk Orgaan (GO) en de individuele gemeenten gemonitord worden. En vanuit het GO worden jaarlijks middelen gereserveerd om financiële risico’s op te kunnen vangen. Tot slot zijn in het GO afspraken gemaakt over het delen van financiële risico’s, om zo de zorgcontinuïteit te borgen. Gedurende de eerste drie jaar worden financiële overschotten en tekorten voor 100% verevend middels een vereveningsfonds. In het derde jaar wordt de verevening geëvalueerd en wordt op basis hiervan gezamenlijk besloten of en hoe vanaf het derde jaar verevening plaatsvindt. 2. Krapte op de woningmarkt en onvoldoende passende woningen voor de doelgroep De opgave van Beschermd Wonen, de Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang is voor een groot deel een woonvraagstuk. Er zijn bijna geen (opvang- en woon)plekken voor complexe doelgroepen. Deze locaties worden slechts moeizaam en mondjesmaat gerealiseerd in onze regio. Ook voor reguliere Beschermd Wonen en andere tussenvormen van Beschermd Wonen is realisatie van woonplekken geen sinecure. De wachtlijsten voor beschermde woonplekken zijn de afgelopen jaren blijven bestaan. Daarnaast zijn er onvoldoende passende woningen voor cliënten die na verblijf in de Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen weer zelfstandig willen wonen.
Nu alle gemeenten meer verantwoordelijkheid krijgen voor de (woon)voorzieningen en ondersteuning van de eigen inwoners, is het nodig om samen met woningcorporaties, investeerders en ontwikkelaars nog steviger te sturen op de toename van dit soort (woon)voorzieningen en het realiseren van de doelen voor Beschermd Wonen, de Maatschappelijke Opvang en Vrouwenopvang. 3. Acceptatie en inclusie vraagt om verandering in houding van iedereen Het realiseren van het centrale uitgangspunt ’zo thuis en lokaal mogelijk’ vraagt om meer acceptatie en inclusie van de mensen met psychiatrische of psychosociale kwetsbaarheden. De gedachte dat zij weer een thuis vinden in de wijk vraagt om een verandering in houding van alle betrokken partijen. Dit is een langdurig proces dat zich lastig laat sturen. Risico is dat gemeenten en partners hier door de ‘waan van de dag’ onvoldoende aandacht aan besteden. In de lokale uitvoeringsprogramma’s dient hier aandacht voor te zijn. 4. De trend in de landelijke (ggz) ontwikkelingen is een toename van zorgvragen en personeelstekorten De laatste jaren is er een trend - door kortere opnames in de ggz, lange wachtlijsten voor behandeling, tekort aan personeel in de zorg – van meer mensen met complexe problemen die in de wijk wonen , toename van dakloosheid en meer veiligheidsincidenten.
Deze trend wordt ondanks alle landelijke, maar ook regionale en lokale maatregelen nauwelijks gestopt. De partners uit onze regio
Kenmerk: 2021/641327
8/9
waarschuwen voor de weerbarstige praktijk. We kunnen gezamenlijk wel afspraken maken over afstemming, samenwerking, solidariteit, maar als er onvoldoende mensen zijn om cliënten te begeleiden en onvoldoende woningen waar zij kunnen wonen, dan haalt de praktijk het gewenste doel van ‘zo thuis mogelijk’ in. In de uitwerking van het kader gaan we met partners voortdurend in gesprek en op zoek naar wat er wél kan om te gaan met deze ontwikkelingen.
6. Uitvoering Tegelijk met deze nota zal ook de oprichting van het gemeenschappelijk orgaan Beschermd Wonen Zuid-Kennemerland, IJmond en Haarlemmermeer en de verwervingsstrategie voor de inkoop van BW en MO per 2023 worden voorgelegd aan de colleges en raden in de regio. Dit kader is de basis voor het opstellen van lokaal beleid en een lokaal uitvoeringsprogramma in de acht gemeenten. In 2025 vindt er een regionale evaluatie plaats van alle afspraken die er in kader van de doorcentralisatie regionaal gemaakt zijn. Daarin wordt ook meegenomen of het kader nog passend is. 7. Bijlage - Regionaal kader Opvang, Wonen Herstel 2023 tot en met 2027
Kenmerk: 2021/641327
9/9