Raadsstuk Participatie ROM InWest
Tekst van het document
Raadsstuk
Onderwerp Participatie ROM InWest Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap
Behandelvoorstel voor commissie
Relevante eerdere besluiten Besluit College d.d. 16 november 2021
2021/610985 Verheij-de Haas, E. 4.2 Economie, toerisme en cultuur ECDW Marijn Leijten 06 41226189 mleijten@haarlem.nl De gemeente Zandvoort wordt vanuit de MRA uitgenodigd om te participeren in de Regionale Ontwikkel Maatschappij ROM InWest. Het doel is om bedrijven te ondersteunen bij de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie door business development en toegang tot regelingen en investeringsfondsen bij het Rijk en EU. De ROM is reeds opgericht door een aantal groter MRA partners als Amsterdam, Haarlem en Noord-Holland, maar ook de regio Noord-Holland-Noord en het ministerie van EZK zullen participeren. De deelname aan ROM InWest wordt in Zandvoort mede als gedeeltelijke invulling van het Duurzaamheidsfonds benut. De raadscommissie wordt verzocht advies te geven aan de raad over het voorstel van het college en over de wijze van agendering van het raadsstuk in de raadsvergadering.
Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. De raad voor te stellen om in te stemmen met het voornemen van het college om te participeren in de regionale ontwikkelmaatschappij ROM InWest met een participatie van € 530.000,-. 2. De raad in de gelegenheid te stellen wensen en bedenkingen met betrekking tot het onder 1. genoemde voorstel in te brengen. 3. De portefeuillehouder Financiën bij positieve zienswijze van de raad te benoemen als aandeelhouder ROM InWest namens Zandvoort. de secretaris,
Kenmerk: 2021/610985
de burgemeester,
1/11
Besluit Raad d.d. ……….
De raad der gemeente Zandvoort, Besluit: Gelezen het verzoek van het college van burgemeester en wethouders, Als zienswijze aan het college mee te geven: - Dat de raad akkoord is met het voornemen van het college om te participeren in ROM InWest - De participatie van de gemeente Zandvoort in de ROM InWest te bepalen op een bedrag van € 530.000,- waarbij het uitgangspunt is dat de structurele bijkomende kosten binnen de bestaande begroting van de MRA worden gedekt;
de griffier,
de voorzitter,
1. Inleiding Duurzame werkgelegenheid en transities Samen zijn de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en de regio Noord-Holland Noord (NHN) goed voor ruim een kwart van het bruto nationaal product (BNP) van Nederland. Maar de regio staat als gevolg van de COVID-19 uitbraak voor grote economische uitdagingen en tegelijkertijd voor de opgaven om versneld uitvoering te geven aan de energietransitie en de transitie naar een circulaire economie. De realisatie en financiering van deze transitieopgaven zijn niet eenvoudig. Deze nieuwe markt heeft een hoge maatschappelijke urgentie, maar kent vanuit een traditioneel businesscaseperspectief een hoog risico, een relatief laag financieel rendement en een lange doorlooptijd. De huidige economische uitdagingen en de noodzaak van een groene transitie vragen om een aanpak waarmee de economie gestimuleerd wordt om enerzijds banen te behouden en anderzijds nieuwe duurzame werkgelegenheid te creëren. Doel ROM MRA/NHN Vanwege deze dubbele opgave hebben de overheden in de MRA initiatief genomen tot de oprichting van het investeringsvehikel ROM InWest, zie ROM InWest - Innoveren + Investeren. Een ROM is een Regionale Ontwikkelingsmaatschappij waarin het Rijk (Ministerie van EZK) medeaandeelhouder is.
Het is een belangrijk economisch instrument opgericht om de economie in een regio extra te stimuleren en heeft daartoe middelen om te investeren in bedrijven. Ook heeft een ROM een afdeling Regelingen die bedrijven ondersteunt bij Business Development en bij het
Kenmerk: 2021/610985
2/11
toeleiden naar nationale en EU investeringsfondsen of uitvoeren van rijksregelingen (zoals de COL, Corona Overbruggings Lening). In Nederland functioneren op dit moment 8 ROM’s in verschillende regio’s. Alleen de regio Noord-Holland had tot op heden nog geen ROM. De ROM zal op regionaal niveau de verbinding vormen met de publiek-private partners. Zij doet dit met een financieringsaanbod en business development. Op landelijk niveau vormt zij een schakel naar Invest-NL, maar heeft zij daarnaast een bredere reikwijdte naar andere, grote investeringsfondsen en naar subsidieregelingen van Rijk en EU. De ROM InWest completeert het aantal ROM’s in Nederland tot een landelijk dekkend geheel. Naast de provincie Noord-Holland en het ministerie van EZK is elke gemeente in de regio MRA en Noord-Holland-Noord, dus ook Haarlem, uitgenodigd te participeren in de ROM, zie bijlage 1. Voor een nadere introductie m.b.t. de ROM, zie bijlage 2a en 2b. 2. Besluit college Het College van de gemeente Zandvoort besluit: 1. De raad voor te stellen om in te stemmen met het voornemen van het college om te participeren in de regionale ontwikkelmaatschappij ROM InWest met een participatie van € 530.000,-. 2. De raad in de gelegenheid te stellen om wensen en bedenkingen met betrekking tot het onder 1. genoemde voorstel in te brengen. 3.
De portefeuillehouder Financiën bij positieve zienswijze van de raad te benoemen als aandeelhouder ROM InWest namens Zandvoort.
3. Beoogd resultaat Het belangrijkste uitgangspunt bij deelname aan de ROM is de focus op verduurzaming van onze economie, op de complexe en meer risicovolle energietransitie en transitie naar een circulaire economie. Met de deelname aan de ROM beschikt Zandvoort over een investeringsvehikel dat onze publiek-private partners in gemeente en regio verbindt met de grotere (inter)nationale investeringsfondsen. Daarnaast beschikken we over een organisatie die het innovatieve MKB ondersteunt met business development. ROM InWest zorgt er bovendien voor dat in heel Nederland ROM’s actief zijn. 4.Argumenten Argument 1
Het innoveren en de verduurzaming van de economie gaat niet vanzelf.
De energietransitie en de transitie naar een circulaire economie zijn omgeven door onzekerheden en vinden plaats in een vaak onvolkomen markt. Vanwege het verhoogde risico hebben publiek – private partijen support nodig bij hun product- en procesontwikkeling (business development) en
Kenmerk: 2021/610985
3/11
voor het financieren van de noodzakelijke investeringen. De ROM richt eigen fondsen in en biedt toegang tot Invest NL. Door dit op een grotere, regionale schaal te doen worden kansen en risico’s gespreid, de slagkracht vergroot en vindt er op een grotere schaal kennisdeling plaats. Bovendien opereren de meeste bedrijven in de duurzame economie op een groter schaalniveau dan de gemeentegrens. De ROM constructie kent een decennialange ervaring en stabiele functie in andere provincies.
Argument 2
Een ROM-constructie biedt extra voordelen
De deelname van het ministerie van EZK zorgt voor extra middelen en een grotere toegankelijkheid tot landelijke en EU fondsen. Naast een Transitiefonds m.b.t. energietransitie en circulaire economie wordt een MKB fonds ingericht voor regelingen rond innovaties en herstel van het bedrijfsleven in bredere zin. Met de oprichting van deze ROM is er een landelijk dekkend ROM netwerk ontstaan. De samenwerking tussen de ROM’s is bijvoorbeeld al zichtbaar bij de aanmeldingen voor de 2e tranche van het Groeifonds. Amsterdam, provincie Noord-Holland, Noord-Holland Noord en Alkmaar hebben reeds ingestemd met de oprichting van de ROM Regio BV. Zij onderschrijven de doelstellingen van de ROM en spelen graag in op het geschetste perspectief op landelijke fondsen. Bovendien leeft het besef sterk dat je om slagkracht te maken de regionale krachten moet bundelen. Het Ministerie van EZK heeft dan ook aangegeven dat er voldoende regionale draagkracht moet zijn voordat EZK in een ROM participeert. Dit is nu het geval.
Argument 3 Zandvoortse ambities op het gebied van innovatie, duurzaamheid, energietransitie en circulaire economie en regionale samenwerking Ambities op het vlak van innovatie, energietransitie en circulaire economie vragen om systeemtransities die gemeentegrenzen verre overstijgen. Regionale samenwerking en aansluiting bij landelijke ontwikkelingen is daarbij cruciaal. Met deelname aan de ROM draagt Zandvoort bij aan een waardevol regionaal transitie instrument dat een belangrijke rol kan spelen in het realiseren van de eigen ambities. Het lokale bedrijfsleven kan profiteren van de extra mogelijkheden om investeringen aan te trekken. De business development vanuit Invest-MRA versnelt het leggen van verbindingen en het identificeren van samenwerkingskansen in én buiten de regio.
Kenmerk: 2021/610985
4/11
Argument 4 op de balans.
Tegenover de schuldpositie staat voor een gelijk bedrag aan bezit (aandelen in fonds)
Er is voor Zandvoort geen sprake van een exploitatiebijdrage in deze constructie, maar van een participatie/lening (door deelneming in aandelen) die door het revolverende karakter rendeert (de inleg wordt terugbetaald aan het eind van de looptijd). Als richtsnoer voor deelname wordt een bandbreedte van 1% van de totale gemeentelijke begroting 2019 gehanteerd. Voor Zandvoort betekent dit afgerond een participatie van € 0,53 miljoen. De rentekosten (tegen een op dit moment lage rente) komen wel ten laste van het financieringsresultaat van de begroting. Alleen als het fonds kapitaalbehoefte heeft, wordt de deelnemers gevraagd een storting te doen. De inleg wordt dus ‘uitgesmeerd’ over meerdere jaren. Het kapitaal hoeft niet bij oprichting ineens te worden overgemaakt naar de ROM maar op basis van de werkelijke kapitaalbehoefte van de ROM de komende jaren. Argument 5 geregeld.
De governance (sturing, beheersing en verantwoording) is in opzet voldoende
Gemeenten en provincies worden gevraagd een storting in het op te richten fonds te doen. Daarmee worden ze aandeelhouder en krijgen zo een positie (inspraak) via de aandeelhoudersvergadering. Partijen die deelnemen aan het fonds kunnen als aandeelhouder op meerdere manieren sturen op de ROM InWest zoals: •
In de AVA, waarin de ROM via de jaarrekening verantwoording aflegt over de uitvoering van de activiteiten.
• Via de AVA benoemen de aandeelhouders de leden van de RvC en de leden van de investeringscomités. De bevoegdheden van de AvA betreffen ook andere belangrijke besluiten als wijzigen statuten, uitgifte aandelen, doen van uitkeringen, wijzigen van de (lange termijn) strategie van de vennootschap (lijst is niet uitputtend); • De aandeelhouders stellen het investeringsreglement vast waaraan de directeur/bestuurder en het in te stellen onafhankelijke investeringscomité individuele investeringen moeten beoordelen. Het Investeringscomité (hierna: IC) van zowel het Transitiefonds als het MKB-fonds bestaat uit vijf leden. Er wordt naar gestreefd dat 2 tot 3 leden uit het IC voor het ene fonds ook zitting hebben in het andere fonds. Het betreft een bezoldigde functie, passend binnen de Wet Normering Topinkomens. Benoeming vindt plaats door de AVA. Het IC wordt voor respectievelijk het MKB-fonds of het Transitiefonds gevraagd een zwaarwegend advies uit te brengen ten aanzien van de voorgestelde investering, exit of afboeking. In de opzet is er dus rekening mee gehouden dat de aandeelhouders invloed hebben op de belangrijke beslissingen. Daarbij wordt aangetekend dat de rechtstreekse invloed van de gemeente Zandvoort zelf beperkt is omdat ons aandelenbelang relatief zeer beperkt is. Alle aandeelhouders
Kenmerk: 2021/610985
5/11
krijgen pro-rato stemrecht in de algemene vergadering. Daar wordt in de basis besloten op basis van 50%+1. Voor majeure besluiten in de ROM Regio bv geldt aanvullend de eis dat minimaal 3 kleine aandeelhouders moeten instemmen. Dit wordt vastgelegd in de bestuursovereenkomst. Daarin wordt ook het exacte aantal kleine gemeenten bepaald (afhankelijk van het totaal aantal aandeelhouders). De rapportage aan de gemeenteraad van Zandvoort over de voortgang bij deze deelneming zal in lijn met de nota verbonden partijen worden ingericht. Dat betekent concreet dat de gemeenteraad in de P&C documenten wordt geïnformeerd. Daarvoor wordt gebruik gemaakt van de jaarverslagen/jaarrekeningen die de ROM maakt. Deze worden eerst besproken in de desbetreffende AvA. Daarnaast kan gewerkt worden met een halfjaar bericht of kwartaalbericht van ROM MRA. De info daaruit kan verwerkt worden in onze P&C documenten (onderdeel verbonden partijen). Relevante kaders zijn vastgelegd in de exit strategie, het Investeringsreglement, de corporate governance code, beloningsbeleid (het bezoldigingsbeleid is uitgewerkt aan de hand van de Wet Normering Topinkomens), de maatschappelijk relevante indicatoren, monitoring en evaluatie (financieel en maatschappelijke impact). Het Investeringsreglement geeft de kaders waarbinnen investeringen worden gedaan.
De aandeelhouders bemoeien zich niet met specifieke investeringen maar stellen wel de condities vast. Als aandeelhouder heeft de gemeente invloed op de benoeming van beide investeringscomités en de bijbehorende investeringsreglementen. Het investeringsreglement legt vast onder welke condities de fondsbeheerder tot financiering van doelondernemingen kan overgaan op het gebied van energietransitie en/of circulariteit in de MRA en de regio NHN. Het investeringscomité is onafhankelijk en samengesteld uit onafhankelijke deskundigen die toezien op adequate toepassing van het Reglement. Hierbij geldt het streven naar nominale revolverendheid (100%) als ondergrens voor het investeringsreglement. De belangrijkste punten uit het reglement zijn: •
• •
•
Het Transitiefonds BV wordt opgericht om de doelstellingen op het gebied van energietransitie en circulariteit te realiseren door het zelfstandig en in samenwerking met andere partijen verstrekken van leningen, garanties en/of aandelenkapitaal. De omvang van de totale financiering door het fonds ligt tussen € 2.000.000 en € 5.000.000. Uitzonderingen zijn in beperkte mate en/of met goedkeuring van de RvC mogelijk. Het MKB fonds BV (met EZK als betalend partner) richt zich meer in het algemeen op innovaties. In de basis worden marktconforme uitgangspunten gehanteerd door het Transitiefonds. Er komt een professioneel fondsbeheer met bewezen kennis en kunde op het gebied van financiering van energietransitie en circulariteit. In alle gevallen waar het fonds participeert in aandelenkapitaal, leningen of garanties, zal dat nooit meer zijn dan 49,9% van het totale project, de overige 50,1% gebeurt door andere partijen zoals banken, private investeerders, overheden of Invest-NL.
Kenmerk: 2021/610985
6/11
•
•
•
Bij financiering door het fonds wordt te allen tijde gekeken of en in welke mate lokale, regionale of landelijke publieke (co-) financiering mogelijk is en in de aanvraag beargumenteerd waarom daar wel, niet of ten dele gebruik van wordt gemaakt. Het fonds gaat alleen financieringen aan waarvan wordt verwacht dat deze een 10% betere CO2 prestatie halen over de looptijd van het project als een vergelijkbare financiering door Het fonds in het opkopen van EU-ETS CO2-emmissierechten (totdat de Algemene Vergadering een eventueel integraal impactkader vaststelt met nadere eisen dat dan prevaleert). In het Investeringsreglement, zie bijlage 6a en 6b, zijn de maatschappelijk relevante indicatoren verwerkt. Een te financieren project realiseert aantoonbaar maatschappelijk rendement op het gebied van energietransitie en/of circulariteit. Het project moet hierover vooraf, tijdens en achteraf rapporteren. Hierdoor kan het Transitiefonds jaarlijks maatschappelijk rendement laten zien op portefeuilleniveau. Daarbij worden in ieder geval de volgende indicatoren gebruikt: o CO2 uitstoot reductie (totaal en per euro geïnvesteerd door het fonds); o Kilowattuur duurzame energieproductie; o Verminderd gebruik primaire grondstoffen. o
Argument 7 De exit is geregeld waarbij inzet is dat Zandvoort de inleg terugkrijgt en bij rendement boven het nominaal revolverende karakter dividend mogelijk is Het fondsmanagement stuurt actief op exits bij de portfoliobedrijven. Bij de initiële investeringsbeslissing wordt onderbouwd dat de propositie, gelet op de businesscase, goed te verkopen is. Het MKB-fonds en het Transitiefonds hanteren elk een andere exit-strategie: • Het MKB-fonds is gericht op instandhouding. Het fondsmanagement van het MKB-fonds kan rendementen binnen het revolverende karakter continu herinvesteren in nieuwe proposities binnen het investeringsreglement. Bij rendement boven het revolverende karakter (incl. inflatiecorrectie) bestaat de mogelijkheid om dividend uit te keren aan de aandeelhouders. [Nee, tenzij principe] • Het Transitiefonds is erop gericht dat de aandeelhouders aan het eind van de looptijd hun investering minimaal nominaal terugontvangen. Na een investeringsperiode van 10 jaar zal het fondsmanagement de portefeuille in de daaropvolgende 15 jaar geleidelijk afbouwen of inzetten op verkoop van de resterende portefeuille (deze periode kan met 5 jaar verlengd worden). Bij rendement boven het nominaal revolverende karakter wordt de AVA voorgesteld om over te gaan tot dividenduitkering. [Ja, tenzij principe).
De gemeente kan dus winst maken op de inleg maar er is ook een risico omdat de revolverendheid en het rendement niet zeker zijn .
Kenmerk: 2021/610985
7/11
Naast de exit strategie die geldt voor de portefeuille is ook de vraag aan de orde in hoeverre de gemeente als aandeelhouder kan uittreden. Dat kan door verkoop van de aandelen. Verkoop is onder voorwaarden aan een andere aandeelhouder en als die geen interesse hebben aan andere partijen (waarbij de andere aandeelhouder moeten instemmen met de overdracht). Zoals aangegeven is het totale fondsvermogen naar verwachting voor €130 miljoen afkomstig uit de regio. Zandvoort neemt dan met een investering van € 0,53 miljoen voor 0,53/130 ste deel aan de ROM. Als over 25 jaar besloten wordt om het Transitiefonds op te heffen, ontvangt Zandvoort 0,53/130 ste aandeel van de waarde van het Transitiefonds over 25 jaar (einde van de looptijd van het fonds). Zandvoort blijft voor 0,53/130 eigenaar via de ROM bv met daarin het MKB-fonds. 5. Risico’s van en kanttekeningen bij dit voorstel 1. Risico’s worden opgevangen uit het weerstandsvermogen, dotaties aan een risicoreserve zijn niet per se noodzakelijk. ROM InWest richt zich met name op proposities waarvan de markt vanwege een verhoogd risicoprofiel niet in een volledige financiering kan voorzien. Hierbij is het wel van belang te melden dat ROM MRA slechts verhoogde risico’s accepteert die gerelateerd zijn aan het vernieuwende karakter van de propositie en de daarbij behorende onzekerheden.
De revolverendheid van het fonds is uiteindelijk niet gegarandeerd. Er kunnen in de toekomst dus nadelen in de exploitatie zijn. Net als door de Provincie NH en de gemeente Amsterdam wordt het risico op 30% geschat. Periodiek moet er een actuele analyse van de waarde van de deelneming worden uitgevoerd. Zolang de waardering van het fonds gelijk is aan of hoger dan de verkrijgingsprijs hoeft er geen afwaardering plaats te vinden. De nog op te richten reserve duurzaamheid kan als achtervang fungeren bij eventuele nadelen. 2. Jaarlijkse exploitatiekostenzijn na 2024 nog niet gedekt ROM InWest maakt ook jaarlijkse kosten: het gaat o.a. om de jaarlijkse salarislasten van het team van business developers en om de kosten van fondsmanagement. De begroting is met de transitie van Invest-MRA naar de ROM-MRA/NHN verhoogd van € 1,4 miljoen naar € 3,2 miljoen. De exploitatie is hoger t.o.v. Invest-MRA omdat er o.a. meer business developers zijn voor het breed MKB-fonds, de kosten voor Rijksregelingen én afstemming op het gebied van internationale acquisitie. De ROM MRA-NHN ontvangt een structurele jaarlijkse exploitatiebijdrage van het Rijk. Het MRA deel blijft echter € 1,4 miljoen, jaarlijks verhoogd met inflatie. In de stukken is aangegeven dat de exacte kosten voor de periode na 2024 moeilijk zijn in te schatten, door de onduidelijkheid over ontwikkeling van de ROM. Dit is een risico.
Dit voorstel voldoet dus niet aan het uitgangspunt dat structurele kosten ook structureel worden gedekt. De extra middelen moeten worden gevonden door een herschikking binnen het regiobudget Economie van de MRA of door de aandeelhouders worden ingebracht of door een combinatie van beiden. De partijen die de exploitatiebijdrage opbrengen moeten altijd voorafgaand instemmen met verhoging van de exploitatiebijdrage. Voor het fondsmanagement (Fonds BV) is een vergoeding van maximaal 1,5%
Kenmerk: 2021/610985
8/11
van het gecommitteerde vermogen nodig. Dekking Fonds-bv gaat ten laste van het fondsvermogen. Als motief wordt genoemd: de kost gaat hier voor de baat uit. Deze kosten moeten in de latere jaren terugverdiend worden, in die zin is dit een extra risico. De kosten van de Holding BV (€ 0,5 a € 0,6 miljoen) worden voor 50% aan de Ontwikkel BV doorbelast en voor de andere 50% aan de Fonds-BV. 3. De gemeente Zandvoort brengt relatief beperkt middelen in en heeft daarmee relatief weinig invloed Er komen met deze voorstellen grote bedragen beschikbaar van diverse overheden waardoor er ook slagkracht ontstaat om de regionale economie te versterken en bij te dragen aan de realisatie van transitieopgaven voor energie en circulariteit. De ROM InWest wordt vormgegeven als privaatrechtelijk construct met twee besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid, te weten de ROM Regio bv en de ROM bv. Het MKB-fonds wordt een (100%) dochter van de ROM bv. Het Transitiefonds wordt op haar beurt een (100%) dochter van de ROM Regio bv. De ROM Regio bv. wordt voor 50,1% aandeelhouder in de ROM bv, het Rijk is houder van de overige 49,9% van de aandelen. De deelnemende regionale partners (provincie Noord-Holland, STAK NHN en de individuele MRA-gemeenten) zijn aandeelhouders van de ROM Regio bv naar rato van hun kapitaalbijdrage.
De aandeelhouders worden gevormd door alle partijen die kapitaal beschikbaar stellen. De aandeelhouder krijgen stemrecht naar rato van hun kapitaalinbreng. De gemeente Amsterdam en/of de Provincie NoordHolland hebben samen een meerderheid in de AvA van de ROM Regio BV. De kapitaalinbreng van Zandvoort is ten opzichte van het totaal relatief beperkt. Het totale fondsvermogen is naar verwachting voor €130 miljoen afkomstig uit de regio. Een gemeente als Amsterdam neemt met een investering van € 40 miljoen voor 40/130 ste deel aan de ROM. Het aandeel van Zandvoort is veel kleiner: 0,53/130 deel. De AVA streeft naar unanieme besluitvorming. Blijkt dat niet mogelijk te zijn, dan besluit de AVA op basis van het principe ‘One share, one vote’ op basis van een gewone meerderheid (50% +1). De gemeenten met een relatief kleinere inleg worden echter beschermd door de regel dat er tenminste 3 kleinere gemeenten – Haarlem is in dit voorstel een kleinere gemeentemoeten instemmen met majeure besluiten door de “grote” aandeelhouders (Gemeente Amsterdam, Provincie Noord-Holland). 4. Voordelen slaan niet in gelijke mate terug op de deelnemers Het risico dat voordelen van ROM InWest niet overal gelijk neerslaan en deelnemers na het meedoen later hun deelname heroverwegen.
Als beheersmaatregel geldt dat met de ROM InWest zowel een economische doelstelling (economische structuurversterking) als een klimaatdoelstelling (CO2-reductie) wordt gerealiseerd. Doelstellingen die nadrukkelijk gemeentegrensoverschrijdend zijn. De samenwerking in de MRA-regio en NHN moet zorgen voor een meer efficiënte en effectieve ondersteuning van ondernemers én het realiseren van een hogere klimaatimpact. Vooraf is helder dat ROM InWest op afstand van de politiek staat en dat besluitvorming onafhankelijk is van de vestigingsplaats van onderneming.
Kenmerk: 2021/610985
9/11
De vraag kan zijn wat de prikkel is voor een gemeente om aandeelhouder te worden in de ROM als bedrijven uit alle gemeenten in de MRA aanspraak kunnen maken op de ROM. Alleen de partijen die aandeelhouder zijn, kunnen beslissingen nemen over de ROM. Als een paar partijen maar aandeelhouder zijn, kunnen die ook alles beslissen. Ook is het van belang om te beseffen dat hier sprake moet zijn van regionale solidariteit. Wel heeft Min. EZK aangegeven dat er voldoende regionale draagkracht moet zijn voordat EZK in de ROM participeert, d.w.z. er moeten voldoende regionale overheden meedoen. 5. Onvoldoende projecten Het risico dat er geen of onvoldoende projecten in de fondsen terecht komen. Dit risico wordt als ‘Zeer klein’ ingeschat. Als beheersmaatregel geldt dat er na eerder onderzoek in MRA verband m.b.t. Invest NL een grote behoefte is gebleken aan ondersteuning en financiering van grootschalige proposities in de energietransitie en circulaire economie. De behoefte wordt ook onderschreven in een adhesiebrief namens meer dan 45 bedrijven en bedrijfsverenigingen uit de MRA en NHN. Ook de evaluatiecommissie van de MRA pleit met nadruk voor de oprichting van ROM InWest (Commissie-Depla, Te Grotenhuis en Pans). Het zorgen voor een voldoende stroom aan investeringsmogelijkheden is de kerntaak van de teams Ontwikkelen en Investeren.
Overigens: Als er onverwacht onvoldoende projecten zijn, worden er geen investeringen gedaan. 6. Risico op bijstorten Risico dat bij equity aanvullende kapitaalstortingen vanuit het fonds nodig zijn om verlies te voorkomen. Dit risico wordt ‘Klein’ ingeschat. Er is echter op dit moment nog geen vergelijkend materiaal vanuit andere ROM’s beschikbaar. Als beheersmaatregel geldt dat bij elke (equity) investering het fondsmanagement middelen beschikbaar houdt voor eventuele vervolginvesteringen én eventueel noodzakelijke middelen voor de exit. Bij sommige investeringen kunnen de benodigde vervolg investeringen lager uitpakken dan verwacht en bij andere hoger. 7. Gemeente loopt ook risico op MKB fonds maar kan wel extra rendement realiseren Gemeenten worden aandeelhouder van de ROM BV, welke een 100% moeder is van het MKBfonds BV. De gemeenten worden dus aandeelhouder van beide fonds BV’s, en lopen dus ook risico op het MKB fonds. De rendementen van beide fondsen gaan ook naar de aandeelhouders. Het Transitiefonds is nominaal revolverend en eindigt in principe na een looptijd van 25 jaar. Dit betekent dat de inflatie gebruikt kan worden om potentiële verliezen (deels) op te vangen.
Het MKB fonds is revolverend en in principe eeuwigdurend, voor het MKB fonds wordt een hoger rendement verwacht aangezien er voor het MKB fonds uitgegaan wordt van een inflatiecorrectie op de rendementsdoelstelling. Het rendement vloeit terug naar alle aandeelhouders. De gemeente kan een hoger rendement realiseren maar er is ook een risico omdat de revolverendheid en het rendement niet zeker zijn.
Kenmerk: 2021/610985
10/11
Financiële consequenties samengevat Er is voor Zandvoort bij participatie in de ROM geen sprake van een exploitatiebijdrage, maar van een participatie/lening door deelneming in aandelen. De inleg wordt terugbetaald aan het eind van de looptijd. Als richtsnoer voor de deelname wordt voor alle participanten een bandbreedte van 1% van de totale gemeentelijke begroting 2019 gehanteerd. Voor Zandvoort betekent dit afgerond een participatie van € 0,53 miljoen. De rentekosten (tegen een op dit moment lage rente) komen wel ten laste van het financieringsresultaat van de begroting. De participatie vindt in tranches plaats. Alleen als het fonds kapitaalbehoefte heeft, wordt de deelnemers gevraagd een gedeeltelijke storting te doen. De inleg wordt dus ‘uitgesmeerd’ over meerdere jaren. Het kapitaal hoeft niet bij de oprichting ineens te worden overgemaakt naar de ROM maar op basis van de werkelijke kapitaalbehoefte van de ROM de komende jaren. Het weerstandsvermogen van de gemeente Zandvoort is voldoende groot om een eventueel risico op te vangen. Maar door de inhoudelijke overeenkomst met de doelstellingen van het Duurzaamheidsfonds kan de bestemmingsreserve van het Duurzaamheidsfonds ingezet worden als extra achtervang instrument. 6.
Uitvoering De gemeenteraad is met dit besluit in gelegenheid gesteld tot het uiten van wensen en bedenkingen, zoals geregeld in artikel 160 lid 2 van de gemeentewet. Als de wensen en bedenkingen geen aanleiding geven tot andere besluitvorming dan nu wordt voorgesteld, is de uitvoering aan het college. Deelname kan per 1 januari 2022 a.s plaatsvinden, de wethouder Economie kan vanuit het College Zandvoort vertegenwoordigen in de eerst volgende aandeelhoudervergadering. Zandvoort kan eventueel ook een jaar later instappen. 7. Bijlage Bijlage 1. Bijlage 2a en 2b Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5a en 5b Bijlage 6 Bijlage 7
Uitnodiging MRA tot deelname Nadere introductie mbt de ROM Strategisch Bedrijfsplan Q&A ROM Investeringsreglement Risico-analyse ROM Organisatie en governance ROM
Kenmerk: 2021/610985
11/11