OPZ - Bespreekstuk Zuid-Kennemer Agenda
Tekst van het document
Zuid-Kennemer Agenda Beste collega’s, De in de 80% versie van de Zuid-Kennemer Agenda (ZKA)opgenomen punten zijn zo geformuleerd dat je je daarover op het eerste gezicht mogelijk niet al te veel hoofdbrekens maakt. Hieronder zaken waarom daar wel aanleiding toe lijkt en om onderling af te stemmen wat tijdens de aanstaande commissievergadering, de opvolgende bijeenkomst van de regioraden en vervolgens tot de vaststelling van de 100% versie van de ZKA de inbreng van de raad zal zijn. Dit stuk mag er niet toe leiden dat we als Zandvoort geen beleidsvrijheid meer hebben. Wij willen terug naar de basis waarvoor we ooit de samenwerking zijn aangegaan. Mobiliteit, bereikbaarheid, economie als propositie naar de MRA. Wat ons betreft reden om de nieuwe hoofdstukken niet toe te voegen, daar gaat de MRA niet over. Daarnaast is het niet nodig om dit de ZKA vast te leggen. Het voegt niets toe, we werken al samen binnen het sociaal domein. Algehele teneur: Dit stuk mag niet betekenen dat we geen beleidsvrijheid meer hebben. Als Zandvoort blijven we onze eigen keuzes maken inzake bijvoorbeeld biodiversiteit, uitbreiding Nationaal Park etc..
Met vriendelijke groet, Belinda
Punten uit de agenda: • Wonen, werken en gezondheid zijn belangrijke waarden voor mensen om een goed leven te kunnen hebben. Deze opgaven maken deel uit van de definitie van brede welvaart en vragen om een regionale aanpak, waarin ruimtelijke, economische en sociale ambities worden verbonden. • Dat dwingt ons om samen de keuzes te maken, die het best bijdragen aan onze kwaliteit van leven en de toekomst van en in onze regio. 1) Wel zaak dat het maken van keuzes wordt gebaseerd op het in decennia opgebouwde belang van de vrijetijdseconomie. Niet alleen voor Zandvoort maar ook voor de regio. Het is zaak ervoor te waken dat te maken keuzes mede worden gebaseerd op de te verwachten aanzienlijke toeristische groei. Verduidelijking is nodig.
• We willen de waarde en kwaliteit van het landschap en de natuur behouden en versterken. Tegelijkertijd willen we ruimte bieden aan duurzaam toerisme, klimaatadaptatie, de energietransitie en andere ontwikkelingen. • We willen onze regio ook verduurzamen en de mobiliteit naar en binnen onze regio verbeteren. 2) Dan moet wel duidelijk zijn wat we onder ‘duurzaam’ toerisme verstaan en op welke wijze ‘we’ de mobiliteit naar en binnen onze regio willen ‘verbeteren’. Opheldering is gewenst. • Naast ons gezamenlijke belang als regio, hebben we als gemeente ieder ons eigen belang. Het is niet altijd vanzelfsprekend dat deze belangen op één lijn liggen. Wil je als gemeente bijvoorbeeld sterk groeien? Dan heeft dit consequenties voor de regio en dus ook voor de gemeente die minder groei ambieert. Want meer woningen, betekent meer inwoners en dus ook meer verkeersbewegingen met de fiets, de auto of het ov. En dat beïnvloedt de bereikbaarheid van onze regio. 3) Groei van toerisme is o.a. direct verbonden met een sterke groei van het aantal huishoudens in de MRA. Gezien het beperkte aantal kustbadplaatsen zullen daardoor automatisch meer bezoekers naar de kust gaan. Niet door een keuze van Zandvoort maar als gevolg van een groeide recreatiebehoefte van een eveneens groeiende populatie in de regio.
Dus ligt er een opgave voor de regiogemeenten om de bereikbaarheid van de regio op een groeiend aantal recreatieve verkeersbewegingen af te stemmen. De vraag is of dit voldoende in de ZKA tot uitdrukking komt.
1
• Na jaren van conserverend beleid, waarin de focus lag op landschapsbehoud, wordt het tijd om alle opgaven in het landschap op een ontwikkelgerichte manier in samenhang te bezien, waarbij voor de natuurgebieden de aandacht blijft gericht op natuurontwikkeling. • Daarnaast onderzoeken we hoe we ruimte aan energietransitie of recreatie en toerisme kunnen bieden, zonder dat dit ten koste van ons landschap gaat. • Mogelijk bieden processen als de energietransitie en de groei van recreatie en toerisme kansen voor nieuwe verdienmodellen voor het landschap. • We gaan uit van zonering bij het stimuleren van recreatief-toeristisch medegebruik van het landschap en beschermen kwetsbare landschappen en natuur tegen overlast en drukte. 4) Wat wordt onder behoud en ontwikkeling van ons groenblauwe kapitaal verstaan en welke consequenties heeft dat voor het aantal bezoekers dat juist daardoor wordt aangetrokken. Al helemaal als die bezoekersstromen tevens het verdienmodel zijn ter financiering van natuurontwikkeling… Opheldering lijkt gewenst. • We concretiseren de gewenste ontwikkelrichting voor het landschap van Zuid-Kennemerland/Velsen in brede zin: natuur, toerisme en recreatie, cultuurhistorie, landbouw, water en bodem, klimaatadaptatie, enzovoorts.
• We gaan uit van zonering bij het stimuleren van recreatief-toeristisch medegebruik van het landschap en beschermen kwetsbare landschappen en natuur tegen overlast en drukte. 5) Ook hier de vraag wat moet onder de ‘gewenste’ ontwikkeling van het landschap en onder ‘bescherming’ en’ zonering’ worden verstaan? In welke mate is dit beperkend of strijdig met toeristischrecreatieve opgaven? Bij het ‘beschermen tegen overlast en drukte’, ontbreekt duidelijkheid over de strekking en de gevolgen daarvan omdat die niet worden benoemd. Zonder duidelijkheid is het oppassen geblazen alvorens daarmee in te stemmen… Het maken van een voorbehoud lijkt nodig. Verduidelijking ook. 6) Het is van belang de bedreiging van de biodiversiteit door stikstofdepositie in de duinen te herleiden tot de bron. Maar over 25% van die belasting – met name met ammoniak vanuit zee – bestaat verschil van inzicht. De belasting van de duinen met stikstof door verkeer en vervoer varieert daardoor maar is met 3% of 6,5% beperkt.
Totdat er duidelijkheid is, staat de categorie 'ammoniak van zee' niet langer in de RIVM-modellen. Het is vervangen door de tijdelijke naam 'meetcorrectie', maar in het gebruikte rekeninstrument (AERIUS Monitor) is die meetcorrectie niet te zien in de aandelen uitstoot per sector. Dat heeft tot gevolg dat de percentages stikstof van andere sectoren ineens zijn ‘gestegen’.
• Zandvoort fungeert sinds jaar en dag als badplaats van de MRA en Haarlem is een belangrijke stedelijke bestemming. Onze insteek is gericht op het investeren in kwaliteit, duurzaamheid en jaarrond aantrekkelijkheid. • We bieden in de regio ruimte aan evenementen als bijvoorbeeld Bevrijdingspop en de Formule 1, maar zeker ook aan kleinschaliger activiteiten buiten het hoogseizoen. • Met het onder de aandacht brengen van goede OV-bereikbaarheid en fiets- en wandelroutes stimuleren we dat bezoekers vaker kiezen voor deze vormen van vervoer. • Daarnaast denken we na over het type toerist/bezoeker dat we willen trekken en hoe we daar via bestemmingsmanagement het beste op kunnen sturen. 7) Bestemmingsmanagement? Mensen die aan de kust willen recreëren laten zich bij de keuze voor een dagje aan zee niet leiden door de vraag of zij wel tot het gewenste type bezoeker behoren. Zoveel keuze aan kustbadplaatsen is er niet. Het is de vraag in welke mate bestemmingsmanagement verenigbaar is met het belang van de vrijetijdseconomie voor Zandvoort. De vrijetijdssector is voor Zandvoort van fundamenteel en allesbepalend economisch belang en… geen sector die valt in te ruilen voor een andere. Dat bepaalt en beperkt ons handelingsperspectief. Het lijkt zaak dit 2
belang bij de 80% versie van de Zuid Kennemer Agenda, cijfermatig te onderbouwen en daarover heel duidelijk te communiceren.
• En we kunnen onze recreatieve en toeristische sector alleen versterken als we het groeiende aantal bezoekers adequate vervoersmogelijkheden kunnen bieden. • We willen duurzamer vervoer in onze regio en een goede benutting van alle verkeersmodaliteiten. We zien ook dat er voor de fiets en het openbaar vervoer een inhaalslag nodig is, als keuzealternatief voor de auto. • Met investeringen in hoogwaardige doorfietsroutes en ov dat concurrerend is in frequentie, snelheid en comfort verbeteren we de positie van deze modaliteiten en verwachten we dat we nog meer Zuid-Kennemers kunnen verleiden om de auto te laten staan. • Naast de inhaalslag voor fiets en het ov, willen we op een aantal plaatsen ook de infrastructuur voor het doorgaande auto- en vrachtverkeer verbeteren. Het belangrijkste motief daarvoor is het verbeteren van de leefbaarheid en verkeersveiligheid in onze stads- en dorpskernen. Met name op de piekmomenten. • Door het auto- en vrachtverkeer naar de randen van de kernen en de regio te verleggen, maken we ruimte voor vervoerswijzen die minder ruimte innemen en gezonder zijn. • Voor een duurzaam bereikbare kustzone is een optimaal evenwicht tussen openbaar vervoer, fiets en autobereikbaarheid nodig.
Wanneer modaliteiten integraal en in samenhang worden afgewogen, moet dat leiden tot een betere spreiding van bezoekers, een optimaler gebruik van de verschillende modaliteiten, (behoud van) leefbare stads- en dorpskernen en een betere doorstroming op de weg. We verbeteren daarom de multimodale bereikbaarheid waarbij we de overlast van het verkeer beperken. 8) Het idee om het auto- en vrachtverkeer naar de randen van de kernen en de regio te verleggen stuit op het bezwaar dat er naar de kust – en met name naar Zandvoort en Bloemendaal aan Zee – geen andere wegen zijn dan die, welke door verschillende kernen lopen… 9) Waar het de intentie en strategie betreft om inwoners of recreanten i.p.v. de auto voor andere vormen van vervoer te laten kiezen, ontbreekt onderzoek naar de mate van bereidheid en de voorwaarden daartoe. Gedegen gedrags- en bezoekersstromen onderzoek lijkt voorwaardelijk alvorens de Bereikbaarheidsvisie tot uitgangspunt van een bereikbaarheidsstrategie of -plan te maken. Actueel onderzoek is noodzakelijk maar ontbreekt. 10) Dat recreanten hun auto aan de randen van de regio of bij OV-knooppunten zouden parkeren om vervolgens over te stappen op andere vervoersvormen in de regio is in geen enkel concreet ruimtelijk, financieel of uitvoeringsplan terug te vinden.
Naast de bereidheid hiertoe is ook het aantal daartoe benodigde parkeerplekken en de omvang van de investeringen niet onderzocht, noch of er gemeenten bereid zijn om de benodigde investeringen te doen…
• We maken een Werkplan Zuid-Kennemerland 2023-2026, behorend bij deze Zuid-Kennemer Agenda. In het Werkplan nemen we per opgave één of twee acties op waaraan wij in elk geval regionaal willen werken. 11) Alvorens in te stemmen met het opstellen van een werkplan lijkt o.a. vereist dat eerst wordt onderzocht in welke mate de hiervoor genoemde uitgangspunten, waaronder gewenst mobiliteitsgedrag, realistisch zijn.
• De gemeenteraden zijn bij de uitvoering van de Zuid-Kennemer Agenda ‘betrokken’ via de regionale radenbijeenkomsten. 12) Op welke wijze vindt besluitvorming over de Zuid-Kennemer Agenda door de gemeenteraden plaats en hoe gaat dat t.a.v. controversiële punten in de ZKA? 13) Hoe kunnen / willen we bereiken dat onze bedenkingen in de 100% versie van de Kennemer Agenda worden opgenomen?
3