CConstaterende datZandvoort
Koppel je AI →
Document · PDF

Collegebesluiten 22 oktober - 18 november 2024

Raadscommissie 3 december 2024, gemeente ZandvoortBij agendapunt: Overzichten14.017 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Collegebesluiten tussen 22 oktober en 18 november 2024 Document

Collegebesluit Samenwerkingsovereenkomst meervoudige jeugdhulp Zuid-Kennemerland en IJmond

Titel

Collegebesluit Samenwerkingsovereenkomst meervoudige jeugdhulp ZuidKennemerland en IJmond

Besluit B&W

22-10-2024

Document

Collegebesluit Kennis nemen van en opleggen geheimhouding Frauderisicoscan 2024

Titel

Collegebesluit Kennis nemen van en opleggen geheimhouding Frauderisicoscan 2024

Besluit B&W

22-10-2024

Document

Collegebesluit Regionaal Plan Onderwijs voortgezet onderwijs (RPO 2025-2030)

Titel

Collegebesluit Regionaal Plan Onderwijs voortgezet onderwijs (RPO 2025-2030)

Besluit B&W

29-10-2024

Document

Collegebesluit Liquidatie Werkpas Holding BV

Titel

Collegebesluit Liquidatie Werkpas Holding BV

Besluit B&W

05-11-2024

Document

Collegebesluit Pilot laadgoten Zandvoort

Titel

Collegebesluit Pilot laadgoten Zandvoort

Besluit B&W

05-11-2024

Document

Collegebesluit Actieplan Geluid 2024-2028, Omgevingsdienst IJmond

Titel

Collegebesluit actieplan Geluid 2024-2028, Omgevingsdienst IJmond

Besluit B&W

05-11-2024

Document

Opinienota Openstellen Remise voor een volwaardige milieustraat

Titel

Opinienota Openstellen van de Remise voor een volwaardige milieustraat

Besluit B&W

05-11-2024

Gekoppeld evenement

Opinienota Openstellen Remise voor een volwaardige milieustraat (Raadscommissie 03-12-2024 20:00)

Document

Collegebesluit Vrijgeven voor inspraak Voorlopig Ontwerp herinrichting Boulevard De Favauge

Titel

Collegebesluit Vrijgeven voor inspraak Voorlopig Ontwerp herinrichting Boulevard De Favauge

Besluit B&W

05-11-2024

Document

Collegebesluit Vaststellen prestatieplan Centrum voor Jeugd en Gezin 2025

Titel

Collegebesluit Vaststellen prestatieplan Centrum voor Jeugd en Gezin 2025

Besluit B&W

12-11-2024

Collegebesluit

Onderwerp Samenwerkingsovereenkomst meervoudige jeugdhulp Zuid-Kennemerland en IJmond Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

Behandelvoorstel voor de raad

2024/1653362 Carree, L. 2.2. Voorzieningen jeugd JOS Meyjes, P. 06 18733249 pmeyjes@haarlem.nl De gemeenten in de jeugdregio’s IJmond en Zuid-Kennemerland kopen gezamenlijk specialistische jeugdhulp in. Voor meervoudige jeugdhulp, perceel 1, zijn sinds 1 januari 2023 overeenkomsten gesloten met vier consortia van jeugdhulpaanbieders. Voor deze samenwerking zijn aanvullende samenwerkingsafspraken nodig tussen de consortia en gemeenten, die worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst. Het college stuurt dit besluit in het kader van actieve informatieplicht naar de gemeenteraad.

Relevante eerdere besluiten

Collegebesluit-Regionale verwervingstrategie jeugdhulp (2021/46909) in de raadcommissie 28 september 2021 Raadsstuk-Regiovisie Jeugdhulp Zuid-Kennemerland en IJmond (2021/327598) in de raadsvergadering van 28 september 2021 Collegebesluit- Pre-selectiedocument regionale verwerving jeugdhulp (2021/539390) in raadscommissie van 12 oktober 2021 Collegebesluit -(Voorlopige) selectie van Gegadigden aanbesteding jeugdhulp 2022 e.v. (2021/743129) in raadscommissie van 1 februari 2022 Collegebesluit-Inkoopprocedure voor de verwerving van de jeugdhulp 2022 (2022/937877) in raadscommissie vergadering van 12 juli 2022 RIB-Stand van zaken van de ingekochte jeugdhulp per 1 januari 2023 (2023/1669575) in raadscommissie 31 oktober 2023 Collegebesluit-Regionale verdeelsystematiek, finale kwijting jeugdhulp en mandatering kassiersfunctie Velsen (2024/540869) in B&W vergadering van 9 april 2024

Kenmerk: 2024/1653362

1/5

Besluit college d.d. 22 oktober 2024

Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. Tot het aangaan van de samenwerkingsovereenkomst meervoudige jeugdhulp met de gecontracteerde consortia voor specialistische jeugdhulp in perceel 1 (Bijlage 1) ; 2. Het eerste addendum op de samenwerkingsovereenkomst vast te stellen, waarin afspraken zijn gemaakt over verantwoording en monitoring (Bijlage 2) ; 3. Wethouder L. Carree te machtigen om de gemeente Zandvoort te vertegenwoordigen ter zake de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst en addenda. de secretaris,

de burgemeester,

1. Inleiding De aanbesteding van meervoudige jeugdhulp (perceel 1) in de jeugdregio’s IJmond en ZuidKennemerland heeft geleid tot overeenkomsten met vier consortia van jeugdhulpaanbieders. De nieuwe overeenkomsten met de consortia zijn ingegaan op 1 januari 2023. De vier consortia zijn: 1. Sparq 2. Planet Young 3. CombiKracht ZIJ 4. Hyperionhelpt De gemeenten en de consortia werken toe naar een strategisch partnerschap om te komen tot een zo goed en efficiënt mogelijk regionaal stelsel voor het leveren van specialistische jeugdhulp in perceel 1. In de aanbestedingsdocumenten is met betrekking tot het beoogde strategisch partnerschap het volgende opgenomen: ‘gemeenten, jeugdhulpaanbieder of een samenwerkingsverband van jeugdhulpaanbieders zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het stelsel en de inhoudelijke en financiële opgaven’. In de uitvoering van de overeenkomsten hebben zowel gemeenten als de consortia aangegeven nadere afspraken te willen maken ten aanzien van relevante onderwerpen die uitwerking behoeven in de uitvoeringspraktijk. De gemeenten en consortia beogen met deze samenwerkingsovereenkomsten afspraken vast te leggen met betrekking tot hun samenwerking, met als doel het strategisch partnerschap nader vorm te geven.

Kenmerk: 2024/1653362

2/5

2. Besluitpunten college Het college van burgemeester en wethouders besluit: 1. tot het aangaan van de samenwerkingsovereenkomst meervoudige jeugdhulp met de gecontracteerde consortia voor specialistische jeugdhulp in perceel 1 (Bijlage 1) ; 2. het eerste addendum op de samenwerkingsovereenkomst vast te stellen, waarin afspraken zijn gemaakt over verantwoording en monitoring (Bijlage 2); 3. wethouder L. Carree te machtigen om de gemeente Zandvoort te vertegenwoordigen ter zake de ondertekening van de samenwerkingsovereenkomst en addenda. 3. Beoogd resultaat De samenwerkingsovereenkomst zelf bevat de algemene contractuele bepalingen. De specifieke samenwerkingsafspraken worden per thema uitgewerkt in addenda bij deze overeenkomst. Per thema maken gemeenten en consortia nadere samenwerkingsafspraken met bijbehorend addendum. 4. Argumenten Bij de samenwerkingsovereenkomst is een eerste addendum toegevoegd. In het eerste addendum worden de volgende afspraken gemaakt: − Jaarverantwoording zorg: o De Jaarverantwoording Jeugd wordt uiterlijk 1 juni van het jaar volgend op het verslagjaar gepubliceerd. o De jeugdhulpaanbieders, die onder een consortium vallen die nog geen juridische entiteit zijn, publiceren de Jaarverantwoording als individuele instelling. o De Jaarverantwoording Jeugd voldoet aan de eisen conform de Regeling Jeugdwet.

o De jaarstukken voldoen aan de eisen conform artikel 8.3.1 van de Jeugdwet en geeft in elk geval inzicht in de opbrengsten die zijn verkregen uit Jeugdhulp geleverd het consortium, evenals door onderaannemers. o De consortia sturen jaarlijks uiterlijk voor 1 maart van een kalenderjaar een productieverantwoording (Bijlage 3) toe waarin zij bevestigen dat zij de beschreven zorg in de verklaring hebben geleverd. o Op basis van deze productieverklaring streven de consortia en de gemeenten ernaar om voor 1 april van elk kalenderjaar finale kwijting overeen te komen ten aanzien van de bekostiging. o Partijen maken bij addendum nadere afspraken over de vaststelling van de rechtmatigheid van de besteding van het verkregen budget. − Periodieke monitoring: o Tussen de gemeenten en een consortium vindt elk kwartaal een overleg plaats, alwaar de productie van het consortium wordt besproken en door het consortium wordt verantwoord (Bijlage 4). Voor deze overleggen wordt een agenda opgesteld en de gesprekken worden genotuleerd. o Onderdeel van deze overleggen is verder nog het gesprek over de financiële uitnutting van het vastgestelde lumpsumbudget.

Kenmerk: 2024/1653362

3/5

−

Duur en status addendum: o Het addendum is onlosmakelijk verbonden met de Samenwerkingsovereenkomst en geldt in aanvulling op deze overeenkomst. In het geval de Samenwerkingsovereenkomst komt te beëindigen, komt daarmee ook per direct dit addendum te beëindigen. o Het addendum heeft dezelfde looptijd als de Samenwerkingsovereenkomst.

Financiële gevolgen Zowel de individuele consortia als de gemeenten dragen de eigen kosten die zij maken binnen de samenwerking op grond van de samenwerkingsovereenkomst. In het geval gemeenten en consortia gezamenlijk de kosten willen verdelen worden hier expliciet afspraken over gemaakt in een nieuw addendum, bijvoorbeeld over een te hanteren verdeelsleutel. Het opstellen van de samenwerkingsovereenkomst en het addendum worden bekostigd vanuit de bestaande begrotingsstructuur voor de jeugdregio’s IJmond en Zuid-Kennemerland. 5. Risico’s en kanttekeningen Gemeenten zijn verantwoordelijk voor jeugdhulp vanuit de Jeugdwet. Gemeenten werken hierin samen met de jeugdhulpaanbieders en de consortia, en met elkaar zijn we verantwoordelijk voor een dekkend en samenhangend zorglandschap. Het is belangrijk dat de afspraken rondom de samenwerking tussen gemeenten en consortia goed worden vastgelegd. De initiële afspraken zijn bij de start van de samenwerking vastgelegd in een Overeenkomst van Opdracht. In deze Overeenkomst van Opdracht is afgesproken dat de partijen waar nodig aanvullende afspraken maken, die bij addendum aan de overeenkomst wordt toegevoegd. De afspraken die tussen de gemeenten en de consortia worden gemaakt, kunnen ook aan de reeds gesloten Overeenkomst van Opdracht gehangen worden.

Door de gemeenten en de consortia is er echter voor gekozen om de aanvullende afspraken vast te leggen in de samenwerkingsovereenkomst. Dit benadrukt het partnerschap tussen partijen en maakt de afspraken ook transparant. Aangezien de gemeenten ook partij zijn bij de samenwerkingsovereenkomst zijn de afspraken die worden gemaakt afdwingbaar. Het risico van het huidige construct is dat er eventueel onduidelijkheid ontstaat tussen de status van de gesloten overeenkomst van opdracht en samenwerkingsovereenkomst. Bij de verdere uitwerking zal hier rekening mee worden gehouden. Als gemeenten en consortia de aanvullende afspraken niet goed vastleggen, is het risico dat de eerder gemaakte afspraken in de Overeenkomst van Opdracht niet meer goed aansluiten bij de hedendaagse praktijk. Ook is het risico dat er een geschil ontstaat tussen gemeenten en consortia over de uitvoering van de overeenkomst. 6. Uitvoering Na vaststelling van de samenwerkingsovereenkomst en het eerste addendum in de colleges van de gemeenten in de jeugdregio’s IJmond en Zuid-Kennemerland, volgt de ondertekening door de gemeenten en de consortia.

Kenmerk: 2024/1653362

4/5

7. Bijlagen 1. Bijlage 1. Samenwerkingsovereenkomst meervoudige jeugdhulp voor regio’s IJmond en ZuidKennemerland. 2. Bijlage 2. Eerste addendum op samenwerkingsovereenkomst met afspraken over verantwoording en monitoring. 3. Bijlage 3. Productieverantwoording Jeugd perceel 1. 4. Bijlage 4. Format rapportage perceel 1.

Kenmerk: 2024/1653362

5/5

Collegebesluit

Onderwerp Kennis nemen van en opleggen geheimhouding Frauderisicoscan 2024 Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

Behandelvoorstel voor de raad Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 22 oktober 2024

2024/1894172 Bluijs, G.J. 7.2. Algemene dekkingsmiddelen CC Hout, V.L. van vhout@haarlem.nl Het college voert jaarlijks een frauderisicoscan uit. Deze scan inventariseert het risico van fraude binnen de organisatie van de gemeente. De frauderisicoscan wordt besproken met de Accountantscommissie. In de frauderisicoscan zijn vertrouwelijke gegevens opgenomen, waardoor het openbaar maken van de frauderisicoscan de economische en financiële belangen van de gemeente zou kunnen schaden. Om de Accountantscommissie in de gelegenheid te stellen kennis te kunnen nemen van de scan zonder de gerechtvaardigde belangen van de gemeente te schaden, wordt een verplichting tot geheimhouding opgelegd ten aanzien van de frauderisicoscan. Het college stuurt het besluit en de bijlagen (inclusief de geheime bijlagen) naar de Accountantscommissie. n.v.t. Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. Op grond van artikel 87 van de Gemeentewet een verplichting tot geheimhouding op te leggen ten aanzien van de bij dit besluit behorende bijlage(n), te weten de Frauderisicoscan v7.2 ter bescherming van de economische en financiële belangen van de gemeente als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en b van de Wet open overheid. 2. De verplichting tot geheimhouding voor onbepaalde duur op te leggen. de secretaris,

Kenmerk: 2024/1894172

de burgemeester,

1/3

1. Inleiding Jaarlijks wordt de frauderisicoscan geactualiseerd en vervolgens besproken met de wethouder financiën en aangeboden aan de Accountantscommissie. De scan bevat vertrouwelijke informatie. Met dit besluit wordt een verplichting tot geheimhouding opgelegd ten aanzien van de frauderisicoscan zodat de leden van de Accountantscommissie ervan kennis kunnen nemen. 2. Besluitpunten college 1. Op grond van artikel 87 van de Gemeentewet een verplichting tot geheimhouding op te leggen ten aanzien van de bij dit besluit behorende bijlage(n), te weten de Frauderisicoscan v7.2 ter bescherming van de economische en financiële belangen van de gemeente als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en b van de Wet open overheid. 2. De verplichting tot geheimhouding voor onbepaalde duur op te leggen. 3. Beoogd resultaat Oplegging van de geheimhouding maakt het mogelijk dat de leden van de Accountantscommissie kennis kunnen nemen van de frauderisicoscan. 4. Argumenten Geheimhouding wordt opgelegd ter bescherming van de belangen van de gemeente Het opleggen van een verplichting tot geheimhouding is noodzakelijk omdat in de scan informatie is opgenomen die inzicht geeft in eventuele risico’s op fraude in de organisatie van de gemeente.

De gemeente moet deze scan kunnen uitvoeren en delen met de Accountantscommissie, zonder dat derden kennis kunnen nemen van de informatie die daarin is opgenomen. In de frauderisicoscan wordt onder andere aandacht besteed aan de processen waarin sprake is van ontvangst en of betalingen door middel van contante gelden. De aanwezigheid van contante gelden brengt uitdagingen met zich mee op het gebied van veiligheid en op het gebied van fraude. Openbaarmaking van informatie rondom deze processen zou de economische en financiële belangen van de gemeente kunnen schaden bijvoorbeeld wanneer contante gelden met behulp van kennis uit deze frauderisicoscan worden ontvreemd. Anderzijds zouden derden met het verkrijgen van deze informatie onwettige voordelen kunnen behalen. Vanwege de aard van de informatie wordt de verplichting geheimhouding voor onbepaalde tijd opgelegd. Halfjaarlijks worden geheimhoudingsbesluiten beoordeeld op de mogelijkheid om de geheimhouding op te heffen. Ook dit besluit wordt in die beoordeling meegenomen. 5. Risico’s en kanttekeningen n.v.t. 6. Uitvoering De frauderisicoscan wordt ter kennisname naar de Accountantscommissie gestuurd.

Kenmerk: 2024/1894172

2/3

7. Bijlagen 1. Frauderisicoscan v7.2 (geheim)

Kenmerk: 2024/1894172

3/3

Collegebesluit

Onderwerp Regionaal Plan Onderwijs voortgezet onderwijs (RPO 2025-2030) Zuid-Kennemerland, Velsen en Haarlemmermeer Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

2024/1934479 Carree, L. 1.1. Onderwijs JOS Krijno van Vugt 06 - 15093210 krijnovanvugt@haarlem.nl In het voortgezet onderwijs zijn schoolbesturen verplicht om gezamenlijk het onderwijsaanbod in de regio af te stemmen. Deze afstemming moet worden vastgelegd in een Regionaal Plan Onderwijs (RPO), dat eens in de 5 jaar wordt opgesteld voor de regio Zuid-Kennemerland, Velsen en Haarlemmermeer. Het RPO dient door de schoolbesturen in deze regio voor 1 november 2024 definitief te worden vastgesteld en ingediend te worden bij het ministerie van OCW. Definitieve vaststelling door de schoolbesturen kan echter pas na overleg met de gemeenten. Op 19 september jl. hebben de gemeenten dit overleg gevoerd en hebben zij ingestemd met het concept RPO om het huidige VO-aanbod te waarborgen, waardoor verdere besluitvorming kan plaatsvinden in de betrokken gemeenten van bovengenoemd werkingsgebied van het RPO. Met deze instemming wordt gewaarborgd dat het huidige onderwijsaanbod voortgezet onderwijs in de komende periode 2025 – 2030 gehandhaafd kan blijven. Er is en blijft sprake van een breed en pluriform onderwijsaanbod voortgezet onderwijs in onze regio.

Behandelvoorstel voor de raad Relevante eerdere besluiten

Omdat sprake is van een beleidsarm RPO met handhaving van het huidige onderwijsaanbod zijn er geen gevolgen voor de onderwijshuisvesting in gemeenten. Het college stuurt dit besluit in het kader van actieve informatieplicht naar de gemeenteraad. Niet van toepassing

Kenmerk: 2024/1934479

1/4

Besluit college d.d. 29 oktober 2024

Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. In te stemmen met het concept Regionaal Plan Onderwijs voortgezet onderwijs (RPO 2025-2030) Zuid-Kennemerland, Velsen en Haarlemmermeer. de secretaris,

de burgemeester,

1. Inleiding In de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO) is de verplichting opgenomen een Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen (RPO) op te stellen. Doelstelling hiervan is in de regio te komen tot een goede afstemming tussen de vraag en het aanbod voortgezet onderwijs. Wanneer het RPO volgens de wettelijke voorschriften en procesgang tot stand is gekomen, zorgt de minister van OCW voor de Rijksbekostiging van de voorzieningen aan schoolbesturen. De benodigde onderwijshuisvesting is en blijft een verantwoordelijkheid van de gemeenten. Een RPO wordt gesloten voor een periode van 5 jaar en heeft betrekking op de VO-scholen in een aaneengesloten grondgebied van één of meer aangrenzende gemeenten. In de regio ZuidKennemerland, Velsen en Haarlemmermeer zijn alle VO-scholen c.q. schoolbesturen deelnemer van het voorliggende RPO. Deze regio bestaat uit zes aan elkaar grenzende gemeenten, te weten Bloemendaal, Haarlem, Haarlemmermeer, Heemstede, Velsen en Zandvoort. In deze RPO-regio besturen 9 schoolbesturen voor voortgezet onderwijs 25 VO-scholen in 42 vestigingen voor circa 27.500 leerlingen. Het huidige RPO heeft een looptijd van 2020 – 2025 (31 juli 2025). Een nieuw RPO moet voor 1 november 2024 bij de minister van OCW worden ingediend.

De VO-schoolbesturen hebben een beleidsarm RPO opgesteld om het huidige onderwijsaanbod te waarborgen en daarmee een aantal licenties voor VMBO-profielen (bijlage 1, concept RPO 2025 – 2030). Deze licenties hebben de looptijd van het huidige RPO en verlopen na beëindiging van het huidige RPO, zijnde 31 juli 2025. Er is door de schoolbesturen met de betrokken gemeenten op overeenstemmingsgericht overleg (OOGO) gevoerd en is ingestemd met dit beleidsarme RPO zodat het huidige VO-aanbod gewaarborgd blijft.

Kenmerk: 2024/1934479

2/4

Ook is afgesproken dat bij de opstelling van het (volgende) beleidsrijke RPO de gemeenten vroegtijdig(er) en op meerdere momenten betrokken dienen te worden: 1. Vooraf om informatie op te halen inzake o.a. gemeentelijke ontwikkelingen en ambities; 2. Tussentijds, als ook de overige betrokkenen (PO, MBO, bedrijfsleven) gesproken zijn en daaruit een eerste idee over een beleidsrijk RPO wordt gevormd; en; 3. Indien het concept RPO gereed is. Instemming is door de gemeenten gegeven onder de voorwaarde dat de gemeenten conform bovenstaand voorstel binnen afzienbare tijd betrokken worden. Omdat het voorliggende concept RPO nodig is om het huidige onderwijsaanbod te bestendigen, zijn er geen redenen om niet in te stemmen met het RPO 2025 – 2030. Deze besluitvorming dient in oktober plaats te vinden zodat de schoolbesturen het concept RPO voor 1 november definitief kunnen vaststellen en kunnen toesturen naar het ministerie van OCW. 2. Besluitpunten college In te stemmen met het concept Regionaal Plan Onderwijshuisvesting PO 2025 – 2030 regio ZuidKennemerland, Velsen en Haarlemmermeer. 3. Beoogd resultaat Met de instemming met het concept RPO 2025 – 2030 wordt gewaarborgd dat het huidige onderwijsaanbod voortgezet onderwijs in de regio Zuid-Kennemerland, Velsen en Haarlemmermeer de komende periode 2025 – 2030 gehandhaafd blijft.

Op die wijze blijft sprake van een breed en pluriform onderwijsaanbod voortgezet onderwijs. Het instemmen met het concept RPO betekent dat een aantal VMBO-licenties weer afgegeven worden in de regio, waardoor sprake zal zijn van hetzelfde aanbod van het VMBO-onderwijs in de regio. 4. Argumenten 1. Instemmen met RPO garandeert handhaving onderwijsaanbod VO Het is belangrijk dat het huidige onderwijsaanbod voorgezet onderwijs in de regio ZuidKennemerland, Velsen en Haarlemmermeer gehandhaafd blijft en er geen onderwijssoorten verdwijnen als gevolg van het beëindigen van licenties. Om dit te voorkomen is het van belang het concept RPO 2025-2030 vast te stellen waarin het huidige aanbod voortgezet onderwijs is beschreven. 2. Er is door de schoolbesturen OOGO met de gemeente in de regio Zuid-Kennemerland, Velsen en Haarlemmermeer gevoerd Bij schrijven van 19 juli 2024 hebben de VO-schoolbesturen in de regio Zuid-Kennemerland, Velsen en Haarlemmermeer het concept RPO 2025 - 2030 aangeboden. Definitieve vaststelling en indiening van het RPO bij de minister van OCW kan echter pas plaatsvinden na het voeren van OOGO met de gemeenten. Dit gezamenlijk OOGO van de gemeenten en schoolbesturen heeft 19 september jl.

Kenmerk: 2024/1934479

3/4

plaatsgevonden (bijlage 2 verslag OOGO). In het OOGO is enerzijds gesproken over het nu voorliggende ‘beleidsarme’ RPO en anderzijds over het proces naar en de inhoud van een in de komende schooljaren op te stellen ‘beleidsrijk’ RPO. Afgesproken is dat de gemeenten In het proces naar de opstelling van een beleidsrijk RPO nadrukkelijker worden betrokken. 3. Geen financiële consequenties voor de onderwijshuisvesting In het concept RPO 2025 – 2030 is geen planvorming met betrekking tot het VO-onderwijsaanbod opgenomen waaruit gevolgen voor de onderwijshuisvesting voortkomen voor de gemeente. In die zin zijn er geen financiële consequenties verbonden aan de vaststelling van het concept RPO 2025 – 2030. 4. Draagvlak gemeenten en schoolbesturen Het concept RPO is door de gezamenlijke schoolbesturen VO in de regio Zuid-Kennemerland, Velsen en Haarlemmermeer opgesteld en ter instemming voorgelegd aan de betrokken gemeenten in deze regio. De gemeenten in de regio hebben unaniem ingestemd met het voorliggende RPO waardoor er sprake is van schoolbestuurlijk en gemeentelijk draagvlak voor de voorzieningenstructuur voortgezet onderwijs in deze regio. 5. Risico’s en kanttekeningen Niet van toepassing. 6.

Uitvoering Na besluitvorming door de Colleges van Burgemeester en Wethouders in de gemeenten in ZuidKennemerland, Velsen en Haarlemmermeer wordt het concept RPO door de betrokken schoolbesturen voortgezet onderwijs vastgesteld en voor 1 november 2024 ter vaststelling aangeboden aan de minister van OCW. Met de schoolbesturen is de afspraak gemaakt dat zij het komend schooljaar de gemeenten nadrukkelijk en vroegtijdig betrekken bij het opstellen van het beleidsrijke RPO conform het onder 1 genoemde voorstel om op 3 momenten te overleggen met de gemeenten. Op die wijze kunnen ook de gemeentelijke visies en ambities met betrekking tot de voorzieningenstructuur voortgezet onderwijs betrokken worden in het op te stellen beleidsrijke RPO. 7. Bijlagen a. Bijlage 1 Concept-RPO Zuid-Kennemerland en Haarlemmermeer 2025-2030 b. Bijlage 2 Aanbiedingsbrief concept-RPO Zuid-Kennemerland en Haarlemmermeer 2025-2030 d.d. 19 juli 2024. c. Bijlage 3 Samenvatting OOGO inzake concept RPO 2025 – 2030 d.d. 19 september 2024.

Kenmerk: 2024/1934479

4/4

Collegebesluit

Onderwerp Liquidatie Werkpas Holding BV Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

2024/1956357 Bluijs, G.J. 7.3. Overhead CC Jongkees, P.H.G. 06 4621 5597 pjongkees@haarlem.nl In de recente aandeelhoudersvergadering van Werkpas Holding B.V. is besloten om Werkpas Holding B.V. te liquideren en het positieve financiële saldo na liquidatie te verdelen onder de aandeelhoudende gemeenten Haarlem (90%) en Zandvoort (10%). Het voorstel aan beide colleges is om hiermee in te stemmen.

Behandelvoorstel voor de raad

Het college stuurt dit besluit in het kader van actieve informatieplicht naar de gemeenteraad.

Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 5 november 2024

Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. In te stemmen met de liquidatie van Werkpas Holding B.V. ; 2. Het positieve financiële saldo na liquidatie ad € 315.936 te verdelen onder de aandeelhoudende gemeenten Haarlem (90%) en Zandvoort (10%); 3. Het Zandvoortse aandeel ad € 31.594 in de Decemberrapportage 2024 als bate op te nemen; 4. De jaarrekening 2023 van Werkpas Holding B.V. vast te stellen; 5. De directeur/bestuurder van Werkpas Holding B.V. décharge te verlenen voor het gevoerde beleid. de secretaris,

Kenmerk: 2024/1956357

de burgemeester,

1/3

1. Inleiding In de recente aandeelhoudersvergadering van Werkpas Holding B.V. (hierna: WPH) is besloten om WPH te liquideren en het positieve financiële saldo na liquidatie te verdelen onder de aandeelhoudende gemeenten Haarlem (90%) en Zandvoort (10%). Het voorstel aan beide colleges is om hiermee in te stemmen, de jaarrekening 2023 van WPH vast te stellen en de directeur/bestuurder van WPH te déchargeren. 2. Besluitpunten college 1. In te stemmen met de liquidatie van Werkpas Holding B.V. ; 2. Het positieve financiële saldo na liquidatie ad € 315.936 te verdelen onder de aandeelhoudende gemeenten Haarlem (90%) en Zandvoort (10%); 3. Het Zandvoortse aandeel ad € 31.594 in de Decemberrapportage 2024 als bate op te nemen; 4. De jaarrekening 2023 van Werkpas Holding B.V. vast te stellen; 5. De directeur/bestuurder van Werkpas Holding B.V. décharge te verlenen voor het gevoerde beleid.

3. Beoogd resultaat Door dit besluit wordt de voorgenomen liquidatie van WPH definitief geregeld.

4. Argumenten Op 7 oktober 2024 heeft de laatste aandeelhoudersvergadering van WPH plaatsgevonden. Beide aandeelhouders, de wethouders F. Roduner van Haarlem en G.J. Bluijs van Zandvoort, hebben samen met de directeur/bestuurder van WPH, de heer J. Coops, besloten om de eerder voorgenomen liquidatie nu definitief te maken. Aldus is besloten om WPH te liquideren en akkoord te gaan met de liquidatierekening die sluit met een positief financieel saldo van € 315.936. Al eerder hebben de aandeelhouders besloten om het positieve financiële saldo aan de aandeelhoudende gemeenten Haarlem en Zandvoort te doen toekomen, te verdelen op basis van de verhouding van het aandelenbezit (Haarlem 90% en Zandvoort 10%). In feite was WPH vanaf 1 januari 2023 een lege huls aangezien alle bedrijfsonderdelen al waren overgedragen en slechts nog B.V.’s in liquidatie resteerden. In 2022 zijn alle activiteiten overgedragen aan de Gemeenschappelijke Regeling Participatiebedrijf Zuid-Kennemerland (“SpaarneWerkt”), met uitzondering van de activiteiten inzake dagbesteding van Werkdag B.V. Per 1 januari 2023 is effectief Werkdag B.V. inclusief het Buurtbedrijf overgedragen aan Buurts. De aandeelhouders hebben tevens de jaarrekening 2023 van WPH goedgekeurd. De jaarrekening sluit met een nadelig resultaat van € 161.000, met name door kosten in het kader van de verkoop van de deelneming Werkdag B.V.

Kenmerk: 2024/1956357

2/3

De aandeelhouders stellen nu aan de colleges van Haarlem en Zandvoort voor om met de liquidatie in te stemmen, het aandeel in het positieve financiële saldo in de eerstvolgende bestuursrapportage op te nemen en de directeur/bestuurder van WPH te déchargeren voor het gevoerde beleid. 5. Risico’s en kanttekeningen • Met de liquidatie van WPH eindigt tevens het aandeelhouderschap van de gemeenten Haarlem en Zandvoort. • WPH heeft sinds de oprichting in 2015 leer- en werktrajecten, re-integratie-trajecten en dagbestedingsactiviteiten uitgevoerd voor mensen met een beperking en/of een achterstand op de arbeidsmarkt. • Het college dankt alle bestuurders en alle medewerkers van WPH voor hun inzet in de jaren 2015 tot en met 2023 en voor de in die jaren behaalde resultaten met maatschappelijke betekenis in het Sociaal Domein.

6. Uitvoering • PH regelt de uitbetaling van het positieve financiële saldo aan de gemeenten Haarlem (90%) en Zandvoort (10%). • WPH zorgt voor de uitschrijving van de WPH in de registers van de Kamer van Koophandel.

7. Bijlagen • Jaarrekening 2023 Werkpas Holding B.V.

Kenmerk: 2024/1956357

3/3

Collegebesluit

Onderwerp Pilot laadgoten Zandvoort. Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

2024/1445925 Hendriks, M. 4.3. Leefomgeving BBOR Halteren, P. van

Behandelvoorstel voor de raad

Het college stuurt dit besluit in het kader van actieve informatieplicht naar de gemeenteraad.

pvanhalteren@haarlem.nl Kabelgoottegels bieden e-rijders de mogelijkheid om hun auto op te laden op een openbaar (lees: niet voor elektrische voertuigen gereserveerd) parkeervak. De kabelgoot in de tegels voorkomt struikelgevaar, hinder voor gebruikers van het tussenliggende voetpad en belemmert niet het onderhoud. De gemeente Zandvoort start uiterlijk Q1 2025 een pilot met kabelgoottegels met een looptijd van maximaal één jaar. In totaal komen tien e-rijders in aanmerking om aan deze pilot deel te nemen.

De raad /commissie is recent via de RIB: stand van zaken laadinfrastructuur bijgepraat over hoe het staat met de activiteiten rondom elektrisch laden. Een groot deel van de onderwerpen die in de motie vreemd: laadpalen d.d. 24 maart 2024 zijn benoemd komen terug in de strategische laadvisie die volgend jaar afgerond wordt. Door het starten van deze pilot is de motie vreemd: laadpalen d.d. 24 maart 2024 in zijn geheel uitgevoerd. Relevante eerdere besluiten

• •

Raadsinformatiebrief: Stand van zaken participatie in plaatsing laadpalen 22 december 2023 Raadsinformatiebrief: Stand van zaken laadinfrastructuur Zandvoort 1 oktober 2024

Kenmerk: 2024/1445925

1/7

Besluit college d.d. 5 november 2024

Het college van burgemeester en wethouders, Besluit: 1. Uitvoering te geven aan het openstaande punt van de motie vreemd ‘laadpalen’ d.d. 26 maart 2024 (kenmerk: 2024 0546305) door het starten van een pilot laadgoten met een looptijd van maximaal een jaar en een maximum van 10 deelnemers; 2. De afdelingsmanager BBOR te mandateren om de overeenkomst voor deelname aan pilot laadgoten aan te gaan. de secretaris,

de burgemeester,

de burgemeester besluit: 1. afdelingsmanager BBOR te machtigen om de overeenkomst voor deelname aan de pilot laadgoten te ondertekenen de burgemeester,

1. Inleiding De raad heeft het college opgeroepen om uiterlijk in 2024 een pilot te starten met kabelgoottegels voor maximaal 10 bewoners en deze pilot na een jaar te evalueren. Kabelgoottegels bieden e-rijders de mogelijkheid om hun auto op te laden op een openbaar (lees: niet voor EV’s gereserveerd) parkeervak. Een kabelgoot in de tegels voorkomt struikelgevaar en hinder voor gebruikers van het tussenliggende voetpad. Het huidige gebruik van een zogenoemd laadmatje is volgens de APV art. 2:10 officieel niet toegestaan. Voor aanvang van de pilot zijn eerst een aantal praktische en juridische zaken bepaald, dit vergde afstemming zodat de daadwerkelijke start van de pilot vertraagd is naar januari 2025. De komende maanden worden benut om de deelnemers uit te nodigen en te selecteren.

Kenmerk: 2024/1445925

2/7

2. Besluitpunten college Besluit: 1. Uitvoering te geven aan de motie vreemd ‘laadpalen’ d.d. 26 maart 2024 (kenmerk: 2024 0546305) door het uitvoeren van een pilot laadgoten met een looptijd van maximaal een jaar en een maximum van 10 deelnemers, zoals verder in dit besluit is beschreven; 2. De afdelingsmanager BBOR te mandateren om de overeenkomst voor deelname aan de pilot Laadgoten aan te gaan. 3. Beoogd resultaat De pilot laadgoten zal na maximaal een jaar geëvalueerd worden zodat er duidelijkheid is of in Zandvoort laadgoten wel of niet toegestaan gaan worden voor particulieren om elektrische voertuigen voor de deur op openbaar terrein op te laden. De uitkomst daarvan wordt in het beleid opgenomen en in andere noodzakelijke procedures en regelgeving binnen de gemeente. 4. Argumenten Omdat het publieke laadpalennetwerk in Zandvoort nog niet dekkend genoeg is zien we al particulieren met een eigen laadvoorziening bij de eigen woning. De komende tijd blijven mensen zelf een particuliere laadvoorziening aanschaffen. Nadeel hiervan is dat vanuit huis of vanuit de (voor-)tuin geladen wordt, maar hun oplaadkabel over de straat ligt, al dan niet met een kabelmat erover.

Dit vindt uiteraard alleen plaats als de eigenaar niet de beschikking heeft over een POET (parkeren op eigen terrein) of geen gebruik wil maken van de beschikbare openbare oplaadpunten, vanwege bijvoorbeeld eigen zonnepanelen. Er wordt nu niet gehandhaafd op deze wijze van opladen terwijl deze methode niet gewenst is vanuit met name veiligheid en ook daadwerkelijk volgens de APV art.2:10 niet is toegestaan. Vandaar de pilot om voor de mensen die in de toekomst voor de deur via hun eigen oplaadpunt willen laden te onderzoeken of een kabelgoot wel mogelijk is. Het is niet bekend bij de gemeente of er verzoeken zijn binnen gekomen om een kabelgoot aan te leggen. Randvoorwaarden voor deelname aan de pilot: De randvoorwaarden waarop de deelnemer geselecteerd wordt en dus aan moet voldoen: • Deelnemer bezit al een elektrische auto (leasecontract mag ook). Hiervoor wordt een kentekenbewijs aangeleverd; • Deelnemer heeft een bestaande laadvoorziening op of via eigen terrein; • Deelnemer heeft geen POET (Parkeren op eigen terrein), er kan alleen worden meegedaan als de inwoner in de openbare ruimte parkeert; • Er ligt alleen een stoep tussen de openbare parkeerplaats en het huis of tuin van de deelnemer, dus geen gras- of groenstrook, weg of fietspad; • Per adres kan slechtst één kabelgoot aangelegd worden;

Kenmerk: 2024/1445925

3/7

• •

De bestaande stoep moet zijn voorzien van betontegels (30x30cm) of klinkers, bij gesloten verharding (asfalt, beton) is deelname niet mogelijk; De stoep waarin de kabelgoot gelegd wordt, grenst rechtstreeks aan een openbaar toegankelijke parkeerplaats of rijbaan waar het is toegestaan om te parkeren;

Deelnemen aan de pilot: De start en de mogelijkheid tot inschrijven worden via de lokale krant en via de gemeentelijke website aangekondigd. In de uitnodiging om hieraan deel te nemen wordt bekend gemaakt gedurende welke periode de aanvraag om deel te nemen ingediend kan worden en ook direct alle voorwaarden meegegeven wanneer iemand hiervoor in aanmerking komt. De deelnemers moeten bij aanvraag voor deelname de volgende gegevens aanleveren, naam- en adresgegevens, kopie van het kentekenbewijs of leasecontract van de elektrische auto, een digitale foto van de situatie met daarop zichtbaar de woning, de oplaadvoorziening, de stoep en de openbare parkeervoorziening (parkeerplaats of rijbaan) voor de woning. De eerste tien indieners die voldoen aan de voorwaarden worden de deelnemers aan de pilot. De deelnemer ondertekent een overeenkomst met de gemeente Zandvoort waarin hij akkoord gaat met de daarin opgenomen onderstaande (gebruiks-)voorwaarden. (Gebruiks-)voorwaarden voor de Deelnemer: De deelnemer van de kabelgoottegel pilot stemt in met en houdt zich aan de volgende regels en gebruiksvoorwaarden; • De parkeervoorziening (parkeerplaats of rijbaan), waar de auto oplaadt, blijft onderdeel van de openbare ruimte en daarmee voor iedereen toegankelijk.

De deelnemer kan zich deze parkeervoorziening (parkeerplaats of rijbaan) dus niet toe-eigenen of claimen; • Veilig gebruik van de kabelgoottegel; de oplaadkabel moet in zijn geheel in de kabelgoot liggen tijdens het opladen. Het kan zijn dat de laadkabel langer is dan de kabelgoot. Dan moet een deel van de kabel op eigen terrein of onder de auto liggen. Het is niet toegestaan om een kabel langs de trottoirband te trekken; • Bij gebruik van de kabelgoot moet een goedgekeurde stroomkabel, die speciaal ontwikkeld is voor het laden van elektrisch of hybride voertuigen, worden gebruikt. De kabel moet in goede staat zijn; • De deelnemer is verantwoordelijk voor het schoonhouden van de goot in de kabelgoottegel; • De oplaadkabel dient na gebruik te worden verwijderd en op eigen terrein of in eigen voertuig te worden opgeborgen; • Als niet aan de gebruiksvoorwaarden wordt voldaan is de gemeente gerechtigd op kosten van de deelnemer de tegels te verwijderen; • Verhuizing moet worden gemeld bij de gemeente. Overdracht van de tegels naar de nieuwe bewoner is mogelijk, als deze de overeenkomst tekent; • De deelnemer van de pilot werkt actief mee aan de evaluatie door gemeente Zandvoort;

Kenmerk: 2024/1445925

4/7

• •

De deelnemer ondertekent een overeenkomst met de gemeente waarin hij akkoord gaat met de daarin opgenomen (gebruiks-)voorwaarden. Inwoners die zich tijdens de looptijd van de pilot aanmelden om deel te willen nemen kunnen niet starten, hun gegevens worden wel verzameld voor een eventueel vervolg.

(Gebruiks-)voorwaarden voor de Gemeente: • De gemeente zorgt voor de aanleg en het in stand houden van een veilige verharding; • De kabelgoottegels zijn/blijven eigendom van de gemeente; • De gemeente repareert schade aan de kabelgoottegels. Wanneer deze schade het gevolg is van het gebruik van de kabelgoottegel verhalen we deze schade op de bewoner; • Bij een eventuele herinrichting van de straat wordt bekeken of de parkeerplaatsen terugkomen op de oude plaats. Zo ja, dan is het uitgangspunt om de kabelgoottegel terug te plaatsen. Opzet evaluatie Voordat de pilot daadwerkelijk eindigt wordt een evaluatie gehouden met de deelnemers, buren in de directe omgeving, handhaving, beheer en de verkeerspolitie. De pilot wordt tenminste geëvalueerd op de volgende onderdelen; tevredenheid deelnemers, effecten voor de buurt, (rolstoel)toegankelijkheid, kwaliteit van de tegels en eventuele ongevallen of incidenten. De gemeente is vooral benieuwd of een dergelijke pilot met laadgoten in een gemeente waar sommige buurten met een relatief hoge parkeerdruk kampen ook succesvol kan zijn en niet leidt tot claimgedrag en minder flexibiliteit in de beschikbaarheid van openbare parkeerplaatsen.

Op basis van de reacties uit de evaluatie wordt bepaald of de pilot positief is wat leidt tot het opnemen van laadgoten in het reguliere beleid en tot het optuigen van alle noodzakelijke interne werkprocessen en eventuele noodzakelijke juridische aanpassingen of dat besloten wordt dat de gemeente Zandvoort laadgoten niet gaat toestaan waarna de tegels met de laadgoten verwijderd worden. Financiering / kosten De kosten van de aanleg van de goten, de evaluatie en communicatie (circa € 10.000) worden in de pilotfase nog door de gemeente betaald uit beleidsveld 5.1. Milieu. De gemeente is verantwoordelijk voor de aanleg van de goot. De kosten van de aanleg op eigen terrein en eventuele aanpassingen aan de meter-/stoppenkast en de aanschaf van de laadapparatuur worden niet door de gemeente betaald maar door de deelnemer. De aanvrager is verantwoordelijk voor de aanleg op eigen terrein van deze voorzieningen. Pas nadat bekend is of de evaluatie en de pilot positief zijn afgerond wordt de deelnemer gevraagd om de aanlegkosten en leges van de straataanpassingen en aanvraag te betalen, deze kosten worden nog bepaald. De verplichting tot betalen wordt in de overeenkomst opgenomen waarvoor de deelnemer tekent. Ziet de deelnemer af van verder gebruik dan worden de straattegels weer door de gemeente verwijderd, deze kosten zijn voor rekening van de gemeente.

De gemeente blijft, na alle afhandelingen, enkel eigenaar van de kabelgoot. Ook bij een negatieve

Kenmerk: 2024/1445925

5/7

uitkomst van de pilot worden de tegels op kosten van de gemeente verwijderd, ook hiervoor tekent de deelnemer. Juridische aspecten APV Artikel 2:10 van de APV van Zandvoort verbiedt het gebruik van de weg anders dan overeenkomstig de publieke functie. Hiervan is onder meer sprake als het gebruik gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of het veilig gebruik van de weg: dit is het geval met kabels die over de openbare weg slingeren en ook als ze worden afgedekt met een matje. Artikel 2:11 van de APV van Zandvoort verbiedt het zonder vergunning openbreken van de verharding van de weg, het graven of spitten in de weg of het veranderen van de wijze van de aanleg van de weg. Hiervan is onder meer sprake als we de gewone tegels gaan vervangen voor tegels met een kabelgoot. Deze verordening en dus ook deze verboden zijn door de gemeenteraad vastgesteld. Nu heeft de raad met een motie laten weten dat hij vindt dat een pilot gedaan kan worden om het gebruik van kabelgoten (onder voorwaarden) toe te staan. Deze pilot moet snel beginnen. Hieruit kan het college opmaken dat de raad het toestaat in afwijking van de APV dit tijdelijk toe te staan. Aansprakelijkheid De gemeente is op grond van de wet aansprakelijk voor alles dat zich in de openbare weg bevindt. Dit betekent dus ook dat de aansprakelijkheid bij schade en ongevallen door de kabelgoot bij de gemeente zal blijven liggen.

5. Risico’s en kanttekeningen Een aantal gemeenten kiest bewust niet voor het toestaan van kabelgoottegels vanwege de nadelen. Zo kan het ongewenste situaties opleveren op het gebied van aansprakelijkheid, toegankelijkheid, claimgedrag van parkeerplekken en ‘verrommeling’ van de openbare ruimte. Ook experts zoals MRAelektrisch adviseert om geen kabelgoottegels te faciliteren vanwege de juridische, organisatorische en veiligheid-technische kanttekeningen. Ondanks de bovengenoemde kanttekeningen die kleven aan kabelgoottegels, zijn er een hoop gemeenten die de kabelgoottegel onderzoeken of hebben onderzocht middels een pilot. Veel pilots zijn nog niet geëvalueerd. Eén van de weinige gemeenten die kabelgoottegels wel al toepast in de openbare ruimte, en een succesvolle pilot heeft afgrond, is de gemeente Soest. Gemeente Soest is positief over de kabelgoottegel en ervaart geen nadelen.

Kenmerk: 2024/1445925

6/7

6. Uitvoering Zodra de deelnemers bekend zijn worden deze geïnformeerd dat zij deel nemen aan de pilot, wordt een overeenkomst met hen aangegaan en wordt opdracht gegeven aan Spaarnelanden om de laadgoten fysiek aan te brengen. 7. Bijlagen Conceptovereenkomst gemeente – deelnemer.

Kenmerk: 2024/1445925

7/7

Collegebesluit

Onderwerp Vaststellen Actieplan Geluid 2024-2028, Omgevingsdienst IJmond Nummer 2024/1938595 Portefeuillehouder Hendriks, M. Programma/beleidsveld 4.1. Wonen en ruimtegebruik Afdeling Omgevingsdienst IJmond Auteur Bakker, H Telefoonnummer 0251-2638 Email hbakker@odijmond.nl Kernboodschap In 2022 zijn geluidbelastingkaarten vastgesteld in het kader van de Wet milieubeheer. Op basis van de geluidkaarten is een Actieplan Geluid 2024-2028 opgesteld waarin geluid reducerende maatregelen zijn opgenomen. In het Actieplan Geluid is een plandrempel van 68 dB opgenomen. Dit betekent geen aanscherping ten opzichte van het vorige actieplan voor de periode 20192023. In Zandvoort zijn 48 woningen aanwezig die een geluidsbelasting boven de 68 dB ondervinden. Er is gekozen voor een plandrempel van 68 dB na een afweging van de verschillende scenario's.

Behandelvoorstel voor de raad Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 5 november 2024

Met het raadsvoorstel heeft het college het ontwerp Actieplan Geluid 2024-2028 voor zes weken voor inspraak ter inzage gelegd conform de Awb afdeling 3.4. Hierop zijn 2 zienswijzen ingediend en is er een nota van beantwoording gemaakt. Op basis hiervan is het ontwerp-Actieplan Geluid op 2 punten aangepast en legt het definitieve 'Actieplan Geluid 2024-2028, gemeente Zandvoort’, ter vaststelling. Het college stuurt dit besluit in het kader van actieve informatieplicht naar de gemeenteraad. Vaststelling ontwerp actieplan geluid (2024/707823) door het college op 11 juni 2024. Het college van burgemeester en wethouders Besluit: 1. In te stemmen met de nota van beantwoording op de ontvangen zienswijzen; 2. De indieners via een brief op de hoogte te brengen van de beantwoording van hun zienswijzen; 3. Het definitieve Actieplan Geluid 2024-2028 vast te stellen; de secretaris,

Kenmerk: 2024/1938595

de burgemeester,

1/3

1. Inleiding De Europese Richtlijn Omgevingslawaai is gericht op de evaluatie en de beheersing van geluid van (spoor)wegen, industrie en luchtvaart. Door een goede beheersing van het omgevingslawaai kan het aantal geluidgehinderden in drukke regio’s worden beperkt. Uit de richtlijn vloeit de verplichting om elke vijf jaar geluidsbelastingkaarten en een Actieplan Geluid op te stellen. In Nederland is deze verplichting opgenomen in de Omgevingswet. Inmiddels is de vierde periode (2024-2028) ingetreden. Op basis van de geluidsbelastingkaarten is een ontwerp-Actieplan Geluid 2024-2028 opgesteld (bijlage 1). In het ontwerp Actieplan Geluid geeft het college aan hoe zij de geluidshinder van wegverkeerslawaai in de periode 2024–2028 wil beperken. Het ontwerp Actieplan Geluid 2024-2028 heeft van 17 juni tot 29 juli 2024 voor inspraak ter visie gelegen. De GGD Kennemerland en actiegroep ZTGW (Zandvoort tegen geluidsoverlast wegverkeer) hebben gedurende deze periode zienswijzen ingebracht (bijlage 2a, 2b). De zienswijzen worden behandeld in de Nota van beantwoording die is opgenomen als bijlage 3. Op basis hiervan is het ontwerp-Actieplan Geluid 2024-2028 op 2 punten aangepast. 2. Besluitpunten college Het college besluit: 1. In te stemmen met de Nota van beantwoording op de ontvangen zienswijzen; 2.

De indieners via een brief op de hoogte te brengen van de beantwoording van hun zienswijzen; 3. Het definitieve Actieplan Geluid 2024-2028 vast te stellen; 3. Beoogd resultaat Vaststellen van het definitieve Actieplan Geluid 2024-2028. 4. Argumenten Met het vaststellen van het Actieplan Geluid 2024-2028 wordt voldaan aan de wettelijke verplichting. 5. Risico’s en kanttekeningen Er zijn geen risico’s. Het is niet wettelijk verplicht om maatregelen te nemen. 6. Uitvoering Het vaststellen van het Actieplan Geluid 2024-2028 is geen voor beroep vatbaar besluit omdat het een eigen beleidsvoornemen is. Binnen één maand na de vaststelling dient het college van deze vaststelling kennis te geven via overheid.nl. Het vastgestelde Actieplan Geluid 2024-2028, gemeente Zandvoort zal door de

Kenmerk: 2024/1938595

2/3

Omgevingsdienst IJmond worden verstrekt aan het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Dit gebeurt via de Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG). 7. Bijlagen 1 Actieplan Geluid 2024-2028 2 Zienswijze GGD 3. Zienswijze Zandvoort tegen geluidoverlast 4. Nota beantwoording zienswijze 5. Concept brief reactie zienswijze GGD 6. Concept brief reactie zienswijze Zandvoort tegen geluidoverlast

Kenmerk: 2024/1938595

3/3

Opinienota

Onderwerp Openstellen van de Remise voor een volwaardige milieustraat Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernvraag aan de commissie

2023/1983331 Hendriks, M. 4.4. Duurzaamheid PCM Bukman, S. 023-5115692 sbukman@haarlem.nl Het college vraagt de commissie om over de onderstaande varianten van gedachten te wisselen zodat het college kan bepalen welke variant de voorkeur heeft: a. Een volwaardige milieustraat realiseren; b. De milieustraat open stellen en een externe brenglocatie handhaven; c. De situatie laten zoals die is.

Behandelvoorstel voor de commissie Relevante eerdere besluiten Besluit college d.d. 15 oktober 2024

Het college stuurt de opinienota ter bespreking naar de commissie. nvt 1. Het college stelt de opinienota aan de commissie vast. de secretaris,

Kenmerk: 2023/1983331

de burgemeester,

1/6

1. Inleiding Aan de Kamerlingh Onnesstraat bevindt zich de Remise. Van oudsher is dit de locatie van gemeentelijke publieke werken, de afdeling Groen en Reiniging. Sinds januari 2018 is Spaarnelanden hier gehuisvest die verantwoordelijk is voor de bovengenoemde taken. De gemeente Zandvoort is eigenaar van het terrein en het gebouw en heeft een deel van het pand getransformeerd naar een vorm van een circulair ambachtscentrum (onder de projectnaam: Circulaire Hotspot). Er is klein begonnen met de ambitie om door te groeien, en verder uit te bouwen bij succes. Het toevoegen van afval fracties op De Remise kan het hergebruik daarvan bij de Circulaire Hotspot stimuleren. Het professionaliseren van de huisvesting van de Circulaire Hotspot wordt opgepakt in relatie met het Strategisch Portefeuilleplan dat in de maak is. In het coalitieprogramma 2022-2026 staat dat in het kader van duurzaamheid een proef zal worden uitgevoerd met het openstellen van een milieuplein. Op grond van de beschrijving bij het thema duurzaamheid is het doel te komen tot betere afvalscheiding en daarmee te komen tot een hoger percentage hergebruik. Zandvoort scoorde in de benchmark van 2021 een afvalscheidingspercentage van 49%. Op basis van de vergelijking met gemeenten uit dezelfde stedelijkheidsklasse heeft Zandvoort hiermee een groot verbeterpotentieel. 2.

Huidige situatie Binnen de gemeentegrenzen van Zandvoort is er nu geen volwaardige milieustraat. Inwoners worden verwezen naar de milieustraten in Haarlem, Heemstede of Bloemendaal om hun grof huishoudelijk afval af te voeren. Op de remise in Zandvoort wordt een selectief aantal fracties ingezameld, het betreft: (vlak) glas, elektrische apparaten, kunststof, papier en karton, asbest, bitumen en banden. Klein chemisch afval (KCA) alleen op woensdagmiddag, en eens in de twee maanden op zaterdag middels een KCA-Wagen op drie locaties in het dorp gedurende een half uur per locatie. Ook is er een gratis service om grofvuil één keer per week op te laten halen. 3. Alternatieven a. Volwaardige milieustraat openstellen Met het openstellen van een volwaardige milieustraat is de kans dat de afvalscheiding verbetert het grootst. Bewoners kunnen dan alle grof afval fracties bij de milieustraat in Zandvoort kwijt. Er is onderzoek gedaan naar de haalbaarheid van zo’n milieustraat en wat dat organisatorisch en financieel betekent. Daaruit blijkt dat het inpassen van een volwaardige milieustraat fysiek niet past. Er is te weinig ruimte om alle verplichte fracties te kunnen aanbieden. Maar door maatwerkvoorschriften aan het bevoegd gezag te vragen kan toch een milieustraat met een adequaat voorzieningenniveau worden gerealiseerd.

Daarmee kan de mogelijkheid om in Haarlem, Bloemendaal of Heemstede afval te brengen komen te vervallen, hetgeen een kostenbesparing oplevert. Overigens past hier wel de waarschuwing dat de milieuregels steeds strenger worden. Het verkrijgen van maatwerkvoorschriften is nu nog mogelijk, maar wordt steeds moeilijker waardoor het onzeker is hoelang de milieustraat op De Remise aan de regels blijft voldoen. Bij aanscherping van de regels zal alsnog een externe aanbiedlocatie moeten worden ingehuurd. De eisen die worden gesteld aan een milieuplein, ook als dat voor een proefperiode is, voor zaken als opstelplekken voor containers, bereikbaarheid en veiligheid vergen dermate hoge investeringen dat een proefperiode vanuit het doelmatig besteden van middelen afgeraden wordt. Aangeraden wordt

Kenmerk: 2023/1983331

2/6

om zonder proefperiode een keuze te maken tussen de mogelijke alternatieven. In het onderzoek is vastgesteld dat pas bij inwoneraantallen boven de 25.000, een volwaardige milieustraat tegen, wat in den lande wordt beschouwd als maatschappelijk aanvaardbare kosten, kan worden geëxploiteerd. Voor de remise komen de investeringen op circa € 467.000,-. Op onderstaande afbeelding is weergegeven hoe de volwaardige milieustraat kan worden ingericht:

b. De milieustraat openstellen en één externe brenglocatie handhaven Bij deze variant worden Haarlem en Heemstede als brenglocatie afgeschaft en De Remise als volwaardige milieustraat ingericht onder de huidige regelgeving met maatwerkvoorschriften voor bepaalde fracties. De brenglocatie Bloemendaal blijft dan open. Er wordt voor Bloemendaal gekozen omdat die voor het merendeel van de Zandvoorters het minst ver rijden is. Daarmee wordt ook

Kenmerk: 2023/1983331

3/6

bijgedragen en minder uitstoot van Co2 en fijnstof. Door Bloemendaal als extra brenglocatie aan te houden blijft de gemeente aan de wettelijke vereisten voldoen ook als de regelgeving wordt aangescherpt. c. De situatie laten zoals die is Het openstellen van een milieustraat is onmogelijk zonder grote investeringen. Het onderzoek laat zien dat er geen aanleiding is om de huidige werkwijze aan te passen gezien vanuit het kostenperspectief. Daarnaast heeft de raad bij het vaststellen van de afvalstoffenheffing middels een motie aangegeven dat gezocht moet worden naar mogelijkheden om de afvalbeheerkosten te beperken. Alleen het verhogen van het serviceniveau en een mogelijke bijdrage aan afvalscheidingspercentage wordt gezien als reden om ondanks de kosten en de risico’s over te gaan tot het inrichten van volwaardige milieustraat. De huidige mogelijkheden van het brengen van een beperkt aantal afval fracties worden goed benut. Ook de weg naar de milieustraten van Bloemendaal, Heemstede en Haarlem wordt goed gevonden. Gedurende 53 uur per week zijn één of meerdere brenglocaties open. 4. Kernvraag aan de commissie Het college vraagt de commissie om over de onderstaande varianten van gedachten te wisselen zodat het college kan bepalen welke variant de voorkeur heeft: a. Een volwaardige milieustraat realiseren; b.

De volledige milieustraat beperkt openstellen en één externe brenglocatie handhaven; c. De situatie laten zoals die is. 5. Overeenkomsten 1. In de huidige situatie kunnen al een aantal fracties worden ingeleverd. Op de huidige milieustraat kan nu al o.a. papier/karton, klein chemisch afval en bruin- en witgoed worden ingeleverd. Dit zijn de meest voorkomende grof afval soorten en er wordt al goed gebruik van gemaakt. Er is geen ruimte om zonder grote aanpassingen het aantal afvalfracties te vergroten. Meer fracties aanbieden betekent dat er grote fysieke aanpassingen aan het terrein moeten worden doorgevoerd en dat er meer personele inzet nodig is. Beide zaken gaan gepaard met relatief hoge kosten. 2. De Remise functioneert tevens als uitvalsbasis voor de taken van Spaarnelanden Een deel van het terrein en de opstallen worden door Spaarnelanden gebruikt voor het stallen van voertuigen, materialen voor onderhoud van de openbare ruimte en alle andere spullen die zij nodig hebben voor de uitoefening van de dagelijkse werkzaamheden. Ook bij het inrichten van een volwaardige milieustraat blijft de ruimtebehoefte van Spaarnelanden gelijk maar door het terrein te herindelen kan de milieustraat toch voor groot deel worden ingepast. 3.

Eén externe brenglocatie handhaven verzekerd voldoen aan de wettelijke regels Door Bloemendaal als extra brenglocatie aan te houden houdt de gemeente in ieder geval één brenglocatie over die een volwaardige milieustraat heeft. Indien, zoals verwacht de regelgeving wordt aangescherpt kan de gemeente evengoed blijven voldoen aan de wettelijke eisen.

Kenmerk: 2023/1983331

4/6

6. Verschillen 1. Het uitbreiden van de milieustraat levert betere service aan de bewoners Door de milieustraat volwaardig te maken kunnen bewoners dichter bij huis hun grof afval aanbieden. Dat kan inwoners stimuleren om hun grof afval te brengen in plaats van gebruik te maken van de ophaalservice van de gemeente. Het laagdrempeliger maken van het brengen van grof afval kan bovendien leiden tot minder illegale dumpingen of bijplaatsingen bij regulier afval. Het grof afval kan op de milieustraat beter worden gescheiden dan bij ophalen. Opgehaald grofvuil wordt nu voor zover mogelijk nagescheiden. Betere scheiding draagt bij aan de doelstelling om te komen tot meer hergebruik. Goed gescheiden grof afval kan makkelijker tot hergebruik leiden door één of meer deelnemende partijen aan de Circulaire Hotspot op dezelfde locatie. 2. Een volwaardige milieustraat brengt hogere kosten met zich mee De kosten per huishouden stijgen als De Remise als enige brenglocatie voor Zandvoorters wordt ingericht, waarbij een gelijk serviceniveau als de huidige brenglocaties wordt aangehouden. De huidige kosten per huishouden per jaar voor de milieustraat zijn afgerond € 31 (€271.00,- ). Bij een volwaardige milieustraat stijgen deze kosten naar € 59 (€522.000,-). De extra kosten bedragen daarmee € 28 per huishouden.

In deze variant is gerekend met een opening van de remise dagelijks van 9 tot 14.00 uur en op zaterdag gedurende 6 uur (totaal 32 uur per week). 3. Eén externe brenglocatie handhaven brengt hogere kosten met zich mee Door Bloemendaal aan te houden kunnen de openingstijden op De Remise beperkt gehouden worden. Daarmee is het organisatorisch makkelijker in te passen en worden de meerkosten ook iets lager. De kosten per huishouden per jaar stijgen dan nog steeds aanzienlijk van € 31 (€271.00,-) naar € 46 (€411.000,-) per huishouden. De extra kosten bedragen daarmee € 15 per huishouden. In deze variant is Bloemendaal 23 uur per week open (inclusief zaterdagochtend), de remise dagelijks van 9 tot 13.00 uur en op zaterdag dicht. 4. Een volwaardige milieustraat past niet op de locatie. Het exploiteren van een volwaardige milieustraat is aan wettelijke regels gebonden. Alle 18 afvalfracties moeten gescheiden worden ingezameld. In beperkte mate zijn daarvoor ontheffingen te verkrijgen. Daardoor is het, zij het maar net aan, mogelijk om op de Remise zo’n voorziening te realiseren. Echter als naar de toekomst wordt gekeken is het zeer aannemelijk dat binnen een aantal jaren de regelgeving wordt aangepast en dat de regelgeving rond maatwerkafspraken wordt aangescherpt. Als dat gebeurt wordt een volwaardige milieustraat op de huidige locatie onmogelijk. 7. Risico’s a.

Het beschikbare oppervlak op De Remise is niet toereikend voor het plaatsen van reservecontainers. Op het moment dat blijkt dat er veel meer afval wordt aangeboden dan de snelheid waarmee de containers op de milieustraat kunnen worden gewisseld dan ontstaat er een logistiek probleem. Bezoekers moeten dan worden weggestuurd. b. Er kunnen pieken ontstaan in de bezoekersaantallen waardoor het te druk wordt op het bordes. Aanbevolen te werken met een reserveringssysteem om ongewenste toeloop te voorkomen.

Kenmerk: 2023/1983331

5/6

8. Vervolg Indien het college, op basis van de gedachtenwisseling in de commissie, kiest voor alternatief c (de situatie te laten zoals die is) wordt de raad daarover geïnformeerd, dan volgt geen raadsvoorstel, er wijzigt immers niets. Mogelijk volgt dan wel om nader onderzoek naar mogelijkheden toch tot betere afvalscheiding te komen. Een optie daarbij is het wijzigen van het beleid ten aanzien van huis-aan-huis inzameling van grof huishoudelijk afval. Door minder frequent in te zamelen (niet meer wekelijks) en/of een tarief te vragen per melding worden inwoners van Zandvoort gestimuleerd om met hun grof afval zelf naar de milieustraat te gaan. Dit bespaart op de kosten van de huis-aan-huis inzameling. Ook levert dit een milieuwinst doordat er minder grof huishoudelijk afval als restafval wordt verwerkt (verbrand of gestort). Hier past overigens een zorgvuldige afweging want het kan ook betekenen dat het lastiger maken om grof afval op te laten halen als negatief effect heeft dat er meer illegaal wordt gedumpt. Om betere afvalscheiding te stimuleren kan ook worden overwogen een recyclewagen in te zetten bij voorbeeld op marktdagen. Spaarnelanden heeft daar in Haarlem zeer positieve ervaringen mee. Ook moet worden bezien welk effect de keuze heeft op de toekomstige werking van de Circulaire Hotspot.

Bij voorkeur voor één van de andere alternatieven (a of b) volgt een raadsvoorstel om de gekozen variant vast te stellen en het benodigde budget daarvoor vrij te maken.

Kenmerk: 2023/1983331

6/6

Collegebesluit

Onderwerp Vrijgeven voor inspraak Voorlopig Ontwerp herinrichting Boulevard De Favauge Nummer Portefeuillehouder Programma/beleidsveld Afdeling Auteur Telefoonnummer Email Kernboodschap

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14831015/1