Bijlage 1- Onderzoeksrapport inbesteden afvalverwerking bij HVC
Tekst van het document
Inbesteden afvalverwerking bij HVC Onderzoeksrapport 8 september 2022
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
4
2.
Werkwijze en vervolg
5
3.
Introductie HVC
6
4.
Technische aspecten
7
4.1
Logistiek, overslag en transport
7
4.2
Nascheiding van PBD
10
4.3
Verwerking (verbranding)
12
4.4
Toepassingen verwerking
13
4.5
GFT-verwerking
14
4.6
Grof restafval
14
4.7
Tarieven
15
4.8
Rapportages en administratie
16
5.
6.
Financiële aspecten
18
5.1
Financieringsstructuur
18
5.2
Garantstelling
18
5.3
Rapportages en administratie
20
5.4
Boekenonderzoek
20
5.5
Risicobeheersing
21
5.6
BTW-compensatie regeling
23
Juridische aspecten
24
6.1
Governance
24
6.2
Verplichte afname
25
6.3
Uittreding
25
6.4
Boekenonderzoek
25
2
7.
Aspecten vanuit perspectief HVC
28
7.1
Toetreding
28
7.2
Voorwaarden toetreding
29
8.
Kostenvergelijking
30
9.
Conclusie & advies
33
9.1
Conclusie
33
9.2
Advies en aandachtspunten
35
10.
Bronnen
37
11.
Bijlagen
38
3
1.
Inleiding Door de verkoop van Afval Energie Bedrijf (AEB) van de gemeente Amsterdam aan een private partij is het huidige overeenkomst voor de verwerking van huishoudelijk restafval dat destijds is aangegaan met een alleenrecht niet meer voort te zetten. Om deze reden is de overeenkomst opgezegd en wordt voor Haarlem (HLM) en Zandvoort (ZVT) gezamenlijk een inkoopprocedure doorlopen om te komen tot een nieuwe overeenkomst. De Colleges van HLM en ZVT hebben mede op basis van de door ingenieursbureau KplusV opgeleverde rapportage verkenning aanbesteden en inbesteden hun voorkeur uitgesproken voor het inbesteden van de verwerking van huishoudelijk restafval bij NV HVC (HVC). Deze voorkeur hebben beide colleges bekrachtigd met een collegebesluit waarin besloten is de eerste fase, zijnde een oriëntatie/onderzoek, overeenkomstig de beide nota’s Verbonden Partijen van HLM en ZVT (2021) uit te gaan voeren. In de commissie beheer van HLM is op 10 maart 2022 gesproken over het collegebesluit en heeft de wethouder beloofd met een aantal zaken rekening te houden tijdens het onderzoek: • De commissie sprak haar zorgen uit over de garantstelling en de risico's die hiermee verlegd worden naar de gemeente. Op basis van de bevindingen uit het onderzoek worden de risico's als beperkt beschouwd.
In paragraaf 5.2 wordt de werking van de garantstelling beschreven en worden de bijhorende risico's geduid, • De commissie heeft behoefte aan duidelijkheid over de verwachte CO2-emissies en hoe deze zich verhouden tot andere partijen. Hoewel deze cijfers van (markt)partijen niet openbaar zijn is wel duidelijk geworden dat de HVC een CO2 afvang heeft in de vorm van een pilot die naar verwachting in de toekomst flink wordt uitgebreid. Andere partijen hebben met name plannen voor afvang en zitten veelal nog niet in een uitvoeringsfase. In paragraaf 4.3.3 en 4.4.3 wordt de CO2 emissie toegelicht, • De commissie wil graag zicht houden op de afvalstromen en er invloed op kunnen uitoefenen. In het onderzoek zijn de verschillende HVC-rapportages beoordeeld op basis waarvan dit zicht zou moeten worden verkregen. De gewenste extra informatie is door HVC reeds toegezegd. Zie ook paragraaf 4.1.7 en 4.2.9 en 4.8.4 en 9.2.1, • De commissie zou graag een verwerker hebben in de nabijheid van Haarlem om de milieu impact van het transport beperkt te houden. Hier komt ook een voorkeur voor HVC uit voort boven Omrin. Uit het onderzoek blijkt dat de bijdrage van transport aan de duurzaamheid bij het verwerken van restafval slechts een relatief klein aandeel heeft. Door het transport zo efficiënt mogelijk te organiseren wordt het aandeel zo klein mogelijk gehouden.
Zie paragraaf 4.1, • De commissie geeft aan behoefte te hebben aan een vergelijking tussen de alternatieven aanbesteden en inbesteden. Omdat HVC niet meedoet aan aanbestedingen zijn beide alternatieven niet onder te brengen in één proces. En wanneer de propositie van HVC moet worden vergeleken met de eisen die worden gesteld aan de wel inschrijvende partijen ontstaat een oneerlijk beeld. In plaats daarvan is er een vergelijking gemaakt tussen HVC en de (niet bestaande) optie om bij AEB te blijven. De vergelijking in kosten is te vinden in paragraaf 8.1.1. • De door de commissie gewenste flexibiliteit komt vooral tot uitdrukking in de gewenste mogelijkheid tot uittreding als aandeelhouder. De uittredingsregeling is uitvoerig besproken met HVC en geeft de voor HLM en ZVT voldoende mogelijkheden. De intentie is wel een langdurige relatie aan tegaan. Zie paragraaf 6.3, • De VVD-fractie heeft een voorkeur voor nascheiding en vroeg dit mee te nemen in de afwegingen. Hoewel de scheidingsresultaten van AEB en HVC niet goed vergelijkbaar zijn door een verschil in % plastics in het restafval zal het resultaat van HVC beter zijn. Zie paragraaf 4.2. Onderliggend rapport beschrijft de wijze van onderzoek en alle bevindingen. Op basis hiervan is in hoofdstuk 9 een conclusie getrokken en een advies aan het college geformuleerd.
4
2.
Werkwijze en vervolg Dit onderzoeksrapport is opgesteld door een ambtelijke werkgroep bestaande uit medewerkers van BBOR, Concern control en Spaarnelanden (SPL). Het onderzoek heeft plaatsgevonden aan de hand van verschillende werksessies met HVC en de bestudering van diverse (officiële) door HCV verstrekte of door HVC ter inzage beschikbaar gestelde documenten (zie hoofdstuk 10). Er zijn ten behoeve van het onderzoek geen controles of metingen door de werkgroep uitgevoerd. Met betrekking tot het financiële en juridische onderzoek kon ook gedeeltelijk gebruik worden gemaakt van documenten van recente soortgelijke onderzoeken door andere toetreders1. De juistheid van de in het rapport opgenomen feiten is gecheckt met de bij het onderzoek betrokken medewerkers van HVC. De gemaakte afspraken en toezeggingen (weergegeven met “Afgesproken” zijn met wederzijds goedkeuring van daartoe geautoriseerde medewerkers van HVC, HLM, ZVT en SPL bekrachtigd.
De volgende stappen zijn ten behoeve van het onderzoek doorlopen: • Kennismaking van de betrokken wethouders met de directie van HVC • Oprichting van ambtelijke werkgroep • Onderzoek ronde 1 met betrekking tot de technisch aspecten vanuit de rol van opdrachtgever • Onderzoek ronde 2 met betrekking tot de financiële en juridische aspecten vanuit de rol van opdrachtgever en aandeelhouder • Onderzoek ronde 3 met betrekking tot de aspecten vanuit het perspectief van HVC • Bespreking (concept) rapport en overleg met betrokken wethouders en de directie van HVC Op basis van onderliggend onderzoeksrapport zal het college een (college)besluit nemen over een principebesluit tot inbesteden bij HVC. Overeenkomstig de procedure zoals beschreven in de nota verboden partijen (HLM) zal in HLM en ZVT de raad in de gelegenheid worden gesteld wensen en bedenkingen in te brengen. De ingebrachte zienswijzen zullen worden betrokken bij het definitieve besluit. Bij dit (college)besluit zal de raad wederom in de gelegenheid worden gesteld om wensen en bedenkingen in te brengen. Begin december 2022 is een aandeelhoudersvergadering van HVC gepland. Op de agenda staat de toetreding van HLM en ZVT als aandeelhouder van HVC. De huidige aandeelhouders (48 gemeenten en 8 waterschappen) stemmen dan hierover.
Verwacht wordt dat het voorstel voor aandelenuitgifte aan HLM en ZVT zal leiden tot een positieve besluitvorming. Het zou mooi zijn als dan ook het definitieve besluit van HLM en ZVT is vastgesteld, maar noodzakelijk is dit niet. Als zowel de definitieve besluiten van HLM en ZVT zijn getekend en de aandeelhoudersvergadering heeft ingestemd met de toetreding dan zal de zogenoemde ballotageovereenkomst worden getekend en gestart worden met de dienstverlening. HLM, ZVT en Spaarnelanden hebben met HVC de afspraak gemaakt dat indien er sprake is van vertraging in het besluitvormingsproces er toch per 1 januari 2023 gebruik kan worden gemaakt van de dienstverlening van HVC gedurende een half jaar. Ook in het geval als ervoor wordt gekozen af te zien van inbesteden bij HVC en een aanbesteding wordt opgestart. Dit geeft naar verwachting HLM en ZVT voldoende ruimte voor een zorgvuldig afwegings- en besluitvormingsproces. 1
Recent zijn waterschap Amstel, Gooi en Vecht, waterschap Zuiderzeeland en de Gemeenschappelijke Regeling Avalex (6 gemeenten) toegetreden als aandeelhouder van HVC.
5
3.
Introductie HVC NV HVC is het grondstoffen- en duurzame-energiebedrijf van 48 gemeenten en 8 waterschappen. • Opgericht als NV Huisvuilcentrale Noord-Holland in 1991 door enkele Noord-Hollandse gemeenten en het provinciaal energiebedrijf Noord-Holland voor het oplossen van een groeiend afvalprobleem in de regio benoorden het Noordzeekanaal: naast onvoldoende capaciteit voor de verwerking van huishoudelijk restafval en regionaal brandbaar bedrijfsafval, was de directe aanleiding het urgente milieuprobleem in die tijd (o.a. dioxine-uitstoot) t.g.v. de verouderde afvalverbrandingsinstallaties die niet meer konden voldoen aan aangescherpte normen voor onder meer luchtemissies en energieterugwinning, • Gestart met een eigen vermogen van NLG ƒ 100.000, dat inmiddels door het reserveren van resultaten - dus zonder kapitaalstorting door aandeelhouders - gegroeid is naar € 169 miljoen per eind 2021 en dat dient als weerstandsvermogen, • Jaaromzet € 410 miljoen, netto jaarresultaat circa € 20 miljoen, • Ruim 1.100 fte medewerkers, verdeeld over 7 vestigingen, • 11 hoofdactiviteiten, gericht op het uitvoeren van beleid van gemeenten en waterschappen op het gebied van duurzaam afvalbeheer en de energietransitie ‘Van Gas Los’, waarmee invulling wordt gegeven aan het maatschappelijk belang dat door de aandeelhouders op deze gebieden wordt nagestreefd en stappen worden gezet naar een
circulaire economie, • HVC voert alleen activiteiten uit ten behoeve van deelnemende gemeenten en waterschappen om, net als bij een coöperatie, gebruik te maken van de schaalgrootte van het collectief. HVC is daarmee geen reguliere marktpartij en schrijft dus ook niet in op aanbestedingen. • Aandeelhouders hebben onderling afgesproken om in ieder geval grof en fijn restafval en GFT (gemeenten) en slib van rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI) (waterschappen) ter verwerking aan te bieden bij HVC. Dit is vastgelegd in een zogenaamde Ballotageovereenkomst. Overige dienstverlening is facultatief.
6
4.
Technische aspecten 4.1 Logistiek, overslag en transport 4.1.1 Transport vanaf overslagstation Haarlem De overslag en het transport (O&T) van restafval wordt bij HVC collectief georganiseerd. Door centrale regie kan het gehele systeem van O&T zo optimaal mogelijk ingericht worden. Voor de overslag in de Waarderpolder zal de exploitatie bij Spaarnelanden blijven liggen. Spaarnelanden (SPL) maakt hierbij gebruik van een eigen (vuil)overslagstation (VOST). Hier lossen de inzamelvoertuigen met restafval na gewogen te zijn op de weegbrug hun lading in een grote diepgelegen ruimte en wordt met behulp van een kraaninstallatie het restafval geladen in 40 m3 containers. Aan het einde van iedere werkdag worden 6 volle containers (vanwege vergunningseisen) naar binnen gereden. Deze containers worden momenteel de volgende dag met haakarm-voertuigen (euro 6) met aanhanger door een externe transporteur in opdracht van SPL in de vroege ochtend naar AEB gereden. HVC zal de verantwoordelijkheid voor dit zogenaamde natransport overnemen. Het contract van SPL met de transporteur loopt eind 2022 af. In overleg tussen HVC en Spaarnelanden zal nader uitgewerkt worden hoe de logistiek2 wordt ingericht, zodat bij een overstap naar HVC de logistiek vanaf januari 2023 ongestoord omgezet kan worden.
• De openingstijden van VOST zijn momenteel maandag t/m vrijdag 6.00 uur tot 16.00 uur en zaterdag 7.30 uur tot 15.30 uur. Momenteel wordt er in het weekend niet naar verwerkers getransporteerd. Bij HVC kan ook in de avond afval worden aangeboden. Dit biedt een kans voor het in de avond wegrijden van de volle containers, waardoor die niet binnengezet hoeven te worden en de ochtend kan worden begonnen met lege containers. • Om zeker te zijn van de diensten van een externe transporteur zijn vooruitlopend op de definitieve keuze voor HVC afspraken gemaakt. Deze afspraken zijn omkeerbaar, zodat bij het niet doorgaan van het inbesteden bij HVC geen verplichtingen resteren. Afgesproken is dat HVC zorgdraagt dat de natransporten worden afgestemd op een efficiënte afhandeling van de overslag, het voorkomen van een gebrek aan capaciteit (opstelruimte en beschikbaarheid 40 m3 containers) bij VOST, de verwachte verkeersdrukte op het af te leggen traject, de verwachte wachttijden (oven en nascheider) bij lossen bij HVC en de openingstijden van HVC en VOST. 4.1.2 Alternatief duurzamer transport HVC is actief bezig met het verduurzamen van het transport. Alle voertuigen voldoen aan de emissieklasse euro 6. Ook wordt inmiddels HVO100 (100% ‘Hydrotreated Vegatable Oil’) toegepast, met eigen tankstations.
Het huidige wegtransport voldoet aan de milieueisen met betrekking tot euro 6 dat toereikend is voor alle eventueel te doorkruizen milieuzones. In het recente verleden is uitgebreid getest met LNG (HVC heeft 1 haakarm-wagen voor zwaar transport op LNG), maar dit blijkt te weinig vermogen te leveren en zal daarom niet uitgebreid worden. Wel is de focus bij zwaar transport (met name voor relatief korte ritten) op elektrisch rijden. Toepassing van waterstof als energiedrager is nog in onderzoek. Bij HVC is een beperkte mogelijkheid om het natransport via scheepvaart te laten plaatsvinden. Bij SPL ontbreekt die mogelijkheid bij VOST, maar nabij het milieuplein zou eventueel een dergelijk overlaadinstallatie realiseerbaar zijn. Echter uit recent onderzoek van HVC blijkt deze vorm van 2
Bijv. uitvoering door HVC of logistieke partners van HVC (onder raamcontracten), dan wel eenmalige verlenging van huidige contract met GP Groot (i.v.m. planning besluitvorming), waarbij contract tijdelijk bij SPL blijft of overgedragen wordt aan HVC.
7
transport geen milieuwinst op te leveren. Watertransport is met name interessant voor lange trajecten (met beperkt natransport) en ontlast de druk op het verkeersnetwerk (congestie). Afhankelijk van de beladingscapaciteit scoort watertransport op CO2 uitstoot iets gunstiger dan wegtransport. Daarentegen scoort wegtransport aanzienlijk gunstiger op de uitstoot van stikstof en fijnstof. Vrachtwagenmotoren zijn schoner dan binnenvaartschepen, zelfs als beide modaliteiten gebruik maken van de meest moderne techniek. Financieel biedt watertransport voor een dergelijk korte afstand geen voordelen, onder andere door het nodige extra natransport. Daarnaast zou een investering in een overlaadvoorziening op een nieuwe locatie in Haarlem noodzakelijk zijn die de exploitatiekosten van O&T verhogen. Afgesproken is dat HVC en SPL alert blijven en kennis uitwisselen over nieuwe ontwikkelingen die kunnen bijdragen aan het (verder) verduurzamen van het transport. 4.1.3 PBD-arm en PBD-rijk restafval Als gevolg van de nieuwe vergoedingsregels voor PBD per 1 januari 2023 zal er in de transporten mogelijk3 onderscheid gemaakt moeten worden tussen PBD rijk en PBD arm restafval.
PBD arm restafval wordt ingezameld in de buurten waar goed afval wordt gescheiden (ongeveer 90% van de huishoudens) en voldoende inzamelvoorzieningen voor PBD op korte loopafstand beschikbaar zijn en PBD rijk restafval wordt ingezameld in de buurten waar slecht afval wordt gescheiden (circa 10% van de huishoudens). Als gevolg van de gewijzigde vergoedingsregeling zal in het najaar voor HLM en ZVT een beleidsnotitie moeten worden vastgesteld. De ondergrondse restafvalcontainers die in aanmerking komen voor verwerking over de nascheidingsinstallatie zijnde het PBD-rijk restafval, zullen door SPL worden gemarkeerd en gescheiden ingezameld. Bij VOST zal deze stroom in een gescheiden vak worden gestort en in aparte containers overgeslagen worden om vervolgens met een apart afvalstroomnummer te worden getransporteerd naar de nascheidingsinstallatie. Afgesproken is dat SPL onderzoekt en doorrekent wat nodig is om de gescheiden inzameling en overslag mogelijk te maken. In afstemming met HVC kunnen dan de consequenties voor het natransport worden vastgesteld. 4.1.4 Transportvolumes De gerealiseerde volumes in 2021 zijn indicatief voor de verwachte volumes in 2022. De groei in areaal wordt naar verwachting tenietgedaan door de verwachte verbetering in de afvalscheiding. Fijn Restafval 2021 (in ton)
Totaal
HLM
36.977
ZVT
3.999
Zwerfafval HLM en ZVT Totaal
Overige fractie 2021 (in ton)
Waarvan PBD-arm 31.430 3.399
Waarvan PBD-rijk 5.547 600
817
n.v.t.
n.v.t.
41.793
34.829
6.147
Grof afval
GFT
HLM
5.424
6.901
ZVT
514
1.110
Totaal
5.938
8.011
In bovenstaande tabellen is niet het bedrijfsafval (restafval) opgenomen (ongeveer 4.000 ton). Het betreft een marktactiviteit van SPL en valt buiten de scope van de door HLM en ZVT te ondertekenen ballotageovereenkomst (aandeelhoudersovereenkomst). HVC biedt ook diensten
8
aan voor de verwerking bedrijfsafval. Dit betreft dan een aparte, commerciële overeenkomst met nader overeen te komen voorwaarden. Hiervoor wordt door SPL de voorgeschreven inkoopprocedure doorlopen. De verdeling in PBD-rijk en PBD-arm is gebaseerd op de aanname dat 15% van het restafval afkomstig is van woningen gelegen in (galerij)-flats waarbij de scheiding van PBD achterblijft bij de rest van de gemeentes. 4.1.5 Benodigde capaciteiten (tractie, vervoersbewegingen) Twee 40 m3 containers worden tegelijk op 1 transport door HVC en/of een externe transporteur naar HVC gereden. De lading bestaat gemiddeld uit 24-26 ton restafval. Een volgeladen inzamelvoertuig van SPL bevat ongeveer 8 ton restafval. Dit betekent dat het natransport een besparingsfactor van 3 oplevert. Het door SPL ingezamelde restafval in Haarlem en Zandvoort gaat jaarlijks dus in ongeveer 1.700 ritten natransport naar de verwerker. De benodigde 40 m3 containers worden ter beschikking gesteld door de transporteur. Momenteel worden er gemiddeld 16 stuks 40 m3 containers per dag getransporteerd (4 ritten met 2 voertuigen) 5 dagen per week. Er zijn altijd 6 stuks 40 m3 containers beschikbaar bij VOST voor het laden en klaarzetten voor transport. De voorkeur van SPL is vooralsnog om de huidige transporttijden aan te houden (6.00 uur tot 12.00 uur).
Mogelijk wordt de eindtijd iets verruimd tot 13:00 als gevolg van extra benodigde reistijd naar Alkmaar. Er kan tussen 06:00 en 02:00 uur gelost worden bij de verbrandingsinstallatie en tussen 06:30 en 17:00 uur bij de nascheidingsinstallatie op werkdagen. GP Groot (partner van HVC) en HVC kunnen aanvullend op werkdagen onbemand wegen tot 23.00 en overdag op zaterdag. Er is dus een mogelijkheid om de volle containers op VOST in de avond leeg te rijden. Dit scheelt verkeersbewegingen op VOST. Mogelijkheden in het weekend en feestdagen zijn er ook maar dit moet afgestemd worden. Afgesproken is dat SPL en HVC zich zullen inzetten om zoveel mogelijk volle ritten in te zetten en het natransport zo efficiënt mogelijk te laten verlopen gericht op milieu en kosten. Het is in beider belang (milieubesparing), aangezien aandeelhouders een vast vereveningstarief per ton voor O&T betalen en niet per rit of kilometer. 4.1.6 Transport- en overslagkosten HVC werkt met een vereveningstarief voor transport en overslag. Dit betekent dat alle aandeelhouders hetzelfde tarief betalen ongeacht de werkelijke transportafstand tot de verwerkingsinstallaties. Omdat SPL zelf zorgdraagt voor de overslag (VOST) wordt SPL gecompenseerd voor de daarmee samenhangende kosten. In principe wordt vergoed op basis van de werkelijke kostprijs.
Een analyse van de huidige en toekomstig te verwachten O&T-kosten duiden erop dat het kosten zullen oplopen als gevolg van de langere transportafstand. Daarnaast wordt er rekening gehouden te worden met de stijging van brandstofprijzen met een percentage dat hoger ligt dan de gemiddelde inflatie. In onderliggend onderzoek zijn de tarieven voor 2023 meegenomen (zie vertrouwelijke bijlage 1). Afgesproken is dat HVC en SPL gezamenlijk komen tot tarief voor compensatie van de overslagkosten (VOST). Het overslagtarief is nu vastgesteld op basis van prijspeil 2023. Dit tarief wordt volgens jaarlijks op basis van de CPI4 per 1/1 van dat jaar geïndexeerd. 4.1.7 Administratie Met betrekking tot de juiste administratie dient er een onderscheid gemaakt te worden in de ingezamelde tonnages van HLM en ZVT en ingezamelde tonnages PBD-rijk en PBD-arm restafval. Op de weegbrug van VOST wordt dit bijgehouden met aparte afvalcodes. Deze administratie wordt vergeleken met de stortgegevens die door HVC worden aangeleverd.
4
Consumentenprijsindex (CPI) is het indexcijfer dat het prijsverloop weergeeft van een pakket goederen en diensten zoals dit gemiddeld wordt aangeschaft door alle huishoudens in Nederland.
9
Afgesproken is dat HVC en SPL per kwartaal de tonnages naast elkaar leggen om te komen tot een goed vergelijk. Er worden verklaringen gezocht voor de verschillen en bij terugkerende onverklaarbare verschillen worden extra metingen verricht en de administratie hierop aangepast.
4.2 Nascheiding van PBD 4.2.1 PBD-rijk versus PBD-arm restafval Door de nieuwe vergoedingsregeling van Nedvang is het vanaf 2023 niet meer mogelijk om zowel een vergoeding te ontvangen voor brongescheiden PBD als voor nagescheiden PBD uit bron gescheiden restafval afkomstig uit hetzelfde huishouden. Dit betekent dat PBD-arm restafval als gevolg van bronscheiding niet meer aangeboden kan worden op een nascheidingsinstallatie, omdat de vergoeding vanuit het Afvalfonds komt te vervallen. Niet bij HVC, maar ook niet bij AEB of welke andere nascheidingsinstallatie dan ook. Het gaat hierbij niet alleen om het mislopen van de vergoeding, maar ook om de beschikbaarheid van de capaciteit. Als gevolg van een krappe capaciteit wordt gekozen voor enkel het nascheiden van PBD-rijk restafval. Voor de toekomst kan hier verandering in komen als nieuwe scheidingscapaciteit beschikbaar komt. HVC overweegt mogelijk een investering. Voor HLM is hier inmiddels een informatienota opgesteld waarin een optie staat beschreven om voor een gedeelte van Haarlem (buurten met voornamelijk galerijflats) over te schakelen naar de vergoeding voor nascheiding. Vooruitlopend op de vaststelling van het hiervoor noodzakelijke beleid is met HVC en SPL onderzocht op welke wijze hier uitvoering aan kan worden gegeven. HVC werkt al met dit onderscheid. SPL nog niet.
Onder hoogbouw met PBD-rijk restafval wordt verstaan, de meer dan drie etages hoge woningbouw waar bronscheiding niet goed wordt uitgevoerd. Wel blijft de mogelijkheid voor bewoners aanwezig om aan de bron te scheiden door de aanwezigheid van grondstofstraten nabij winkels op locaties met centrumfuncties. Afgesproken is dat SPL een uitvoeringsplan maakt op basis waarvan gescheiden inzameling van PBD-rijk en PBD-arm restafval gescheiden kan worden ingezameld en worden overgeslagen voor zowel HLM als ZVT. HVC is al geheel voorbereid op dit onderscheid. 4.2.2 Benodigde en beschikbare capaciteit Vanwege de beperkte beschikbare nascheidingscapaciteit is het van belang dat voldoende zekerheid wordt verkregen over een toereikende capaciteitsreservering voor HLM en ZVT. Een eerste berekening (zie paragraaf 4.1.4) gaat uit van 6,1 kton voor HLM en ZVT tezamen. HVC geeft aan deze capaciteit beschikbaar te hebben. Indien HLM (en ZVT) de keuze maakt om ook (in de ontwikkelzones) bij hoge nieuwbouw in te zetten op nascheiding van PBD dan komt daar naar verwachting nog 1-2 kton bij. Ook daarvoor heeft HVC naar zeggen voldoende capaciteit beschikbaar. Afgesproken is dat HVC en SPL jaarlijks de prognoses met betrekking tot het tonnage PBD-rijk restafval met elkaar afstemmen gericht op het verkrijgen van zekerheid over voldoende nascheidingscapaciteit.
4.2.3 Scheidingsresultaat Bij de AEB was/is sprake van een sterk achterblijvend scheidingsresultaat ten opzichte van de door AEB geschetste verwachtingen. Omdat HVC al langere tijd een nascheidingsinstallatie exploiteert voor PBD-rijk restafval kan op basis hiervan inzicht worden verkregen in de werkelijk behaalde resultaten. Ook is van belang dat de berekeningswijze volkomen transparant is en dat deze een valide beeld geeft van de met de installatie behaalde resultaten. De massabalans van de nascheidingsinstallatie is de afgelopen jaren verbeterd door optimalisatie en/of uitbreiding. In 2020 en 2021 bedroeg het rendement uitgesorteerd PBD respectievelijk 13,1% en 14,1%. Daarnaast treedt er nog ca. 2,0% vochtverlies (= geen recycling) op in het sorteerproces. Eind 2021 heeft er een uitbreiding plaatsgevonden, waardoor het rendement verder is gestegen. In Q1-2022 bedraagt het rendement uitgesorteerd PBD ca. 17,5%. Mogelijk dat dit nog iets zal dalen
10
i.v.m. de verbetering van de outputkwaliteit (verminderen vervuiling in output). Dat is aanmerkelijk beter dan de bij AEB recent behaalde resultaten (circa 10%). HVC hanteert de uitgaande gewichten (=massabalans) van de nascheidingsinstallatie om de bruto scheidingsresultaten vast te stellen. De massabalans van de nascheidingsinstallatie wordt jaarlijks door Nedvang onderworpen aan een technische audit. Hierbij controleert het Afvalfonds de ingaande en uitgaande gewichten van de nascheidingsinstallatie. Na afloop van een kalenderjaar voert Nedvang een vermarktingsverificatie uit op de afgezette stromen. Ook dient HVC verwerkersverklaringen aan te leveren voor het materiaal dat is aangeboden voor recycling. Daarnaast controleert de accountant steekproefsgewijs activiteiten van de HVC in een jaarcontrole. Hierbij kunnen de activiteiten van de nascheidingsinstallatie ook worden geselecteerd. Afgesproken is dat HVC de prestaties van installaties monitort, niet per gemeente of waterschap. Maar prestaties worden per kwartaal (bij Wastetool rapportages) gedeeld. Als rendement ineens aanmerkelijk slechter wordt, zal dit een logische verklaring moeten hebben waarover een gesprek kan worden gevoerd. 4.2.4 Extra logistieke eisen Er worden voor de aanlevering voor de nascheidingsinstallatie geen andere of aanvullende eisen gesteld.
Net als bij de aanlevering voor de verbrandingsoven wordt gebruik gemaakt van 40 m3 containers. Het transport valt geheel onder het vereveningstarief O&T evenals het natransport van scheider naar oven. Afgesproken is dat HVC, indien er nieuwe voorwaarden met betrekking tot logistieke eisen worden voorgesteld, dit afstemt met SPL. 4.2.5 Verdichten van restafval In het verleden zijn er bij AEB opmerkingen gemaakt die de verdichting met behulp van wormen in ondergrondse containers (van leverancier Sidcon) aanwezen als een verklaring voor een slecht nascheidingsresultaat. HVC heeft momenteel geen problemen met verdichtingen bij de scheidingsinstallatie en geeft aan niet bekend te zijn met de inzet van dergelijke containers bij hun huidige aandeelhouders. Wel wordt verwacht dat door het enigszins vermalen van het restafval door de wormen het scheiden wordt bemoeilijkt. Op basis hiervan zal enige terughoudendheid worden aangehouden met betrekking tot het mogelijk toekomstig verdichten van PBD-rijk restafval met behulp van wormen. Afgesproken De effecten van dergelijk samengeperst PBD-rijk restafval op de nascheiding zal gezamenlijk nader onderzocht worden.
4.2.6 Businesscase en door te berekenen kosten In tegenstelling tot AEB wordt door HVC geen apart tarief gerekend voor de inzet van de nascheidingsinstallatie: al het restafval wordt aangeboden tegen het reguliere aandeelhouderstarief, ongeacht of het rechtstreeks naar de oven gaat of eerst naar de scheidingsinstallatie. Wel is PBD-arm restafval uitgesloten voor nascheiding. Op basis van het bij de scheidingsinstallatie aangeboden tonnage PBD-rijk restafval komt restitutie van vermeden verbrandingsbelasting over het daadwerkelijk gerecyclede tonnage (is logischerwijs lager dan het scheidingsrendement) ten goede aan HLM en ZVT. In 2020 betrof dit 7,2%. Naar verwachting zal dit voor 2021, gezien de rendementsverbetering, richting 8% stijgen. Deze restitutie heeft geen effect op de restitutie voor vermeden verbrandingsbelasting die aandeelhouders krijgen ten gunste van de bodemas-opwerking voor het gehele volume restafval dat ter verwerking aan HVC wordt aangeboden. 4.2.7 Garantie uptime Bij storingen en onderhoud is de nascheidingsinstallatie niet beschikbaar. HVC beschikt over en bescheiden buffer om te voorkomen dat PBD-rijk restafval zonder nascheiding rechtstreeks in de oven verdwijnt. Er wordt gewerkt in 2 ploegen, waardoor in de nacht tijd is voor schoonmaak en preventief onderhoud, waardoor de uptime zeer hoog is.
Om de capaciteit van de nascheidingsinstallatie te verhogen, wordt momenteel uitbreiding van ploegen onderzocht.
11
Afgesproken is dat HVC in noodsituaties, waarbij PBD-rijk restafval zonder nascheiding de oven in gaat, SPL en HLM en ZVT informeert over de noodzaak vooruitlopend op persberichten. 4.2.8 Uitwijkmogelijkheden HVC beschikt alleen in Alkmaar over een nascheidingsinstallatie. Als onverhoopt uitgeweken wordt naar Dordrecht voor de oven dan is het nascheiden een probleem van HVC. Afgesproken is dat HLM en ZVT niet financieel benadeeld worden wanneer door toedoen van HVC geen gebruik kan worden gemaakt van de nascheidingsinstallatie. Restitutie van vermeden verbrandingsbelasting vindt alleen plaats over het tonnage restafval dat nagescheiden is. 4.2.9 Administratie en facturatie SPL, HLM en ZVT hebben behoefte aan een goed onderbouwde administratie van de nascheider op basis waarvan zowel de grondstoffen-massabalans als het scheidingspercentage kan worden berekend. De huidige kwartaalrapportage voldoet niet geheel aan deze informatiebehoefte. Afgesproken is dat HVC zorgdraagt voor een overzichtelijke rapportage per kwartaal met betrekking tot de massabalans, waarin duidelijk en ondubbelzinnig inzicht wordt verkregen in de scheidingsresultaten in de afgelopen maanden in vergelijking met de maanden van het afgelopen jaar (rollend).
4.3 Verwerking (verbranding) 4.3.1 Keur en afkeur Restafval wordt altijd geaccepteerd, uiteraard binnen de kaders van de milieuvergunning van de installatie. Huishoudelijk afval van HLM en ZVT valt altijd binnen deze kaders. 4.3.2 Installatiekeuze HVC heeft twee afvalverwerkingsinstallaties (ovens): Alkmaar (675 kton) en Dordrecht (396 kton). Het afvalaanbod van HLM en ZVT zal verwerkt worden in Alkmaar. Hooguit bij onderhoud en/of onvoorziene omstandigheden is uitwijken naar Dordrecht mogelijk of in zeer uitzonderlijke omstandigheden uitwijking naar capaciteit van derden. De ovens op beide locaties hebben een R15status. Er is echter sprake van een klein verschil en er is geen specifieke keuze mogelijk. 4.3.3 Duurzaamheid De installatie van HVC in Alkmaar heeft een zeer uitgebreide rookgasreiniging. Dit was ook een belangrijke reden voor de oprichting van HVC. De emissie-uitstoot is ruim binnen de grenswaarden. Over emissies wordt ook in het jaarverslag 2021 van HVC gerapporteerd (pagina 63 en 64). Sinds oprichting van locatie in Alkmaar vindt monitoring plaats (o.a. op het dioxinegehalte) bij gewassen en koemelk door de Wageningse Universiteit (WUR). Er is, volgens zeggen van HVC, tot op heden nooit enige invloed van emissies van HVC op de kwaliteit van de onderzochte gewassen en koemelk gesignaleerd. HVC heeft een unieke bodemasopwerking.
Zie paragraaf 4.4.2 voor verdere toelichting. In het algemeen leidt de verbranding van 1 ton afval tot de uitstoot van ongeveer 1 ton CO2, waarvan een groot deel biogeen6. Voor het belasten van CO2-emissie bij afvalverbranding is inmiddels door de rijksoverheid gekozen, en dit heeft op zijn vroegst in 2027 impact. De verwachting is dat de belasting zal oplopen tot ongeveer € 15 per ton rond 2030. Er is nu nog veel onduidelijk met betrekking tot deze belasting/heffing en hoe dit doorberekend zal worden.
5
De AVI’s (afvalverwerkingsinstallaties = ovens) in Nederland worden door Rijkswaterstaat gekwalificeerd op basis van de Kaderrichtlijn afvalstoffen. Alleen AVI’s die voldoende energie efficiënt zijn kunnen in aanmerking komen voor de R1-status. 6 Wanneer de vrijgekomen CO2 afkomstig is uit de verbranding van biomassa afkomstig is dan wordt de CO2 biogeen genoemd.
12
Sinds twee jaar heeft HVC een demo-installatie voor CO2-afvang operationeel. Hiermee wordt CO2 uit de rookgassen afgevangen, vloeibaar gemaakt en toegepast in de kassenbouw (wordt CCU genoemd dat staat voor carbon capture & utilisation). Inmiddels is subsidie toegekend voor een full-scale installatie van 100 kton in Alkmaar en wordt toegewerkt naar een investeringsbeslissing. In Dordrecht loopt een onderzoeksproject om met CO2 en waterstof methanol te produceren. Projecten gericht op CO2 afvang zullen waarschijnlijk in een stroomversnelling kunnen komen als de emissiebelasting een feit is. HVC beschikt over een biomassacentrale die wordt ingezet voor de verwerking van B-hout (geschilderd afvalhout). HVC geeft aan dat de beschikbaarheid van B-hout meer dan voldoende is om de biomassacentrale op 100% van de capaciteit te laten draaien. Dit betekent dat het is uitgesloten dat er andere vormen van biomassa belanden in de centrale. HVC onderzoekt continu naar betere (meer hoogwaardige) verwerkingsmethoden voor het B-hout. Zolang deze niet beschikbaar zijn is de biomassacentrale de beste route. De huidige biomassacentrale van HVC is naar zeggen van HVC niet geschikt voor andere vormen van biomassa. Zolang SPL gebruik maakt van het PARO contract voor de verwerking van grof afval zal er geen (B-)hout van HLM en ZVT naar HVC gaan en in de biomassacentrale terechtkomen.
Zie paragraaf 4.6.1.
4.4 Toepassingen verwerking 4.4.1 Energie en warmte resultaat verbranding Beide verwerkingsinstallaties (ovens) van HVC hebben, zoals alle installaties in Nederland, de R1status. Alleen installaties die voldoende energie-efficiënt zijn kunnen in aanmerking komen voor de R1-status, die jaarlijks wordt getoetst. Zie voor een actueel overzicht de website van Rijkswaterstaat: Statusbepaling AVI's op basis van de Kaderrichtlijn - LAP3. In Alkmaar zal het energierendement van de verwerkingsinstallatie nog verder verbeteren door het realiseren van een slib-drooginstallatie om RWZI-slib van aandeelhoudende waterschappen te drogen met restwarmte van de verwerkingsinstallatie. 4.4.2 Bodemassen Na de verwerking van restafval in de verwerkingsinstallatie in Alkmaar en Dordrecht blijft er een onbrandbare restfractie over met een massa van ongeveer 25% van de input. Deze zogenoemde bodemassen bevatten aanzienlijke hoeveelheden herbruikbare grondstoffen. Sinds 2018 heeft HVC in Alkmaar een wasinstallatie voor bodemassen, waardoor deze grondstoffen opnieuw kunnen worden ingezet. In deze installatie worden alle bodemassen van de ovens in Alkmaar en Dordrecht verwerkt. In het procedé worden eerst zoveel mogelijk ferro- en non-ferrometalen teruggewonnen (momenteel ongeveer 11,5%).
Op zeer korte termijn komt een extra scheidingsstap, de ‘metalkicker’ in operatie, waarmee beter roestvrij staal (RVS) gescheiden wordt. De resterende bodemas wordt vervolgens gewassen, waarbij alle zware metalen en andere verontreinigingen worden afgevangen. Het resultaat is opgewerkte, schone bodemas (circa 77,5%), die als vrij toepasbare bouwstof kan worden ingezet in de weg- en waterbouw. Dit in tegenstelling tot de gangbare opwerking van bodemas tot IBC-stoffen (stoffen die vanwege vervuiling alleen ‘ingepakt’ toegepast kunnen worden: isoleren, beheren, controleren). Het overgebleven residu, vervuild slib, wordt onder gecontroleerde condities gestort. HVC is in Nederland de eerste (en tot nu toe enige) verwerker die alle bodemassen opwerkt tot 100% vrij toepasbare bouwstoffen. Overeenkomstig de Green Deal Bodemassen dienen alle verwerkers de bij hen vrijkomende bodemassen op te werken. Per saldo leidt deze vorm van bodemasopwerking bij HVC voor de gemeentelijke hergebruiksdoelstellingen tot een extra hergebruik van zo’n 24-40 kg per persoon per jaar. De bij de bodemas-opwerking gescheiden ferro en non-ferro metalen worden voor gemiddeld 9095% hergebruikt.
13
4.4.3 CO2-prestatieladder HVC maakt geen gebruik van de methodiek CO2-prestatieladder. De CO2-prestatieladder is van ‘origine’ met name een aanbestedingsinstrument en omdat HVC niet inschrijft op aanbestedingen heeft HVC dit instrument (tot op heden) nooit gebruikt. HVC geeft wel inzicht in de door HVC behaalde CO2-prestaties in het jaarverslag (pagina 17). Als berekeningssystematiek gebruikt HVC het door de sector voorgestane EpE-protocol7. HVC ontwikkelt momenteel een eigen CO2-tool waarmee per businessunit de CO2 prestaties kunnen worden bepaald. Daarnaast wordt per businessunit de CO2-impact van voorgenomen maatregelen/investeringen bepaald en wordt de doelstelling voor 2026 vastgelegd. Via de accountantscontrole op het jaarverslag wordt deze informatie vanaf dit jaar door een onafhankelijke externe partij getoetst.
4.5 GFT-verwerking 4.5.1 Mogelijke en noodzakelijke aanpassingen in huidige overeenkomst Momenteel wordt het GFT (groente- fruit en tuinafval) van HLM en ZVT al gedurende enkele jaren door HVC verwerkt. In de huidige overeenkomst is het GFT-tarief gelijk aan het aandeelhouderstarief zonder dat HLM en ZVT beiden aandeelhouder zijn. In artikel 3.6 van de overeenkomst staat dat indien niet besloten wordt aandeelhouder bij HVC te worden, dat in dat geval HVC het recht heeft een eventuele toeslag te rekenen boven op het aandeelhouderstarief GFT. Het GFT zal bij HVC verwerkt worden overeenkomstig de ballotageovereenkomst en de huidige overeenkomst komt daarmee te vervallen. Ten opzichte van het huidige contract (met vestiging alleenrecht) verandert er verder niets. Het aandeelhouderstarief en vereveningstarief voor overslag en transport zijn in beide overeenkomsten hetzelfde. 4.5.2 Duurzaamheid Het milieurendement van de GFT-verwerking bij HVC voldoet aan de verwachtingen. Het GFT van HLM/ZVT wordt grotendeels vergist en vervolgens gecomposteerd. Het geproduceerde compost voldoet aan een hoge kwaliteit die de akkerbouw aan compost stelt: keurcompost klasse A. 4.5.3 Mogelijke aanpassingen logistiek In Vijfhuizen is het overslagstation van HVC voor GFT gehuisvest. SPL maakt voor GFT geen gebruik van de eigen VOST. De inzamelvoertuigen rijden dus direct door naar Vijfhuizen.
Dit wordt momenteel gezien als een voldoende efficiënte wijze van transport en overslag.
4.6 Grof restafval 4.6.1 Huidige overeenkomst SPL heeft net in 2021 een verwerkingscontract afgesloten bij PARO in Amsterdam (Westpoort). De looptijd is vastgesteld op 2 jaar met een verlengingsoptie van 2 jaar en nog eens een verlengingsoptie van 1 jaar. Dus in totaal een looptijd van 5 jaar. Met de ballotageovereenkomst verplichten de aandeelhouders elkaar tot het aanleveren van al het fijn en grof restafval en GFT ter verwerking bij HVC. Gezien de huidige overeenkomst voor de verwerking van grof restafval tussen SPL en PARO, is HVC akkoord gegaan dat HLM en ZVT gedurende de looptijd van de overeenkomst het aanleveren van grof restafval ter verwerking niet
7
Protocol met richtlijnen voor het berekenen en rapporteren van de uitstoot van broeikasgassen die verband houden met afvalverwerkingsactiviteiten, over een specifieke periode (meestal een jaar) en op basis van eenvoudige operationele gegevens. CO2 is een van de belangrijkste broeikasgassen.
14
hoeven aan te bieden bij HVC. Hiertoe wordt een addendum bij de ballotageovereenkomst opgesteld. Afgesproken is dat SPL per verlengingsoptie de afweging maakt het grof restafval over te brengen naar HVC. Hierbij zijn onder andere het verwerkingstarief en de scheidingsresultaten aspecten die meegenomen worden in de afweging. Na afloop van de laatste verlengingsmogelijkheid van het huidige contract wordt, overeenkomstig de ballotageovereenkomst, ook het grof restafval ter verwerking bij HVC aangeboden (tenzij in onderling overleg anders wordt overeengekomen). 4.6.2 Mogelijke aanpassingen logistiek Het huidige transport naar PARO in Westpoort wordt verzorgd door PARO in opdracht van SPL. Bij het overzetten naar HVC moet rekening worden gehouden met de consequenties voor de logistiek. Tariefvergelijking met betrekking tot O&T heeft nog niet plaatsgevonden. 4.6.3 Ontwikkelingen Renewi is bezig PARO over te nemen. Op het moment dat dit is afgerond zal waarschijnlijk het lopende contract onveranderd overgenomen worden door de nieuwe combinatie. Door de stevige inflatie geeft PARO aan noodzaak te zien tussentijds met prijsaanpassingen te moeten komen. Afhankelijk van de uitkomsten van de lopende gesprekken kan mogelijk overwogen worden, in overleg met HVC gezien de capaciteitsplanning, een eerder overstapmoment naar HVC te kiezen.
4.7 Tarieven 4.7.1 Algemeen De tarieven waarvoor de afgenomen diensten worden uitgevoerd zijn aandeelhouderstarieven (tarieven die alleen gelden voor de aandeelhouders) die jaarlijks worden vastgesteld door de Raad van Commissarissen. Indien afgeweken wordt van de gangbare indexering dan wordt hiervan melding gemaakt in de aandeelhoudersvergadering (AV). Dit vindt plaats medio het jaar (mei/juni) voorafgaand op het jaar waarop ze betrekking hebben. Voor 2023 zijn de prijzen begin juni vastgesteld en uitgangspunt geweest voor de kostenberekeningen. Via een aandeelhoudersbrief worden de aandeelhouders tijdig geïnformeerd over de nieuwe tarieven. Dit sluit goed aan op het P&C proces van HLM en ZVT. De tarieven zijn gebaseerd op een kostprijsberekening plus een beperkte winstmarge. In tegenstelling tot de tarieven van marktpartijen die ook in hun tarieven rekening houden met de marktprijzen. De afgelopen decennia laten de markttarieven grote schommelingen zien. Door de huidige overcapaciteit op de verwerkingsmarkt van restafval is er momenteel sprake van markttarieven die lager liggen dan het ‘bruto’ aandeelhouderstarief bij HVC. HVC geeft aandeelhouders geen (direct) inzicht in de opbouw van de kostprijs. Vragen hierover worden doorverwezen naar de Raad van Commissarissen.
Inzicht in de tariefsopbouw zou noodzakelijk kunnen zijn wanneer getwijfeld wordt over de bedrijfsefficiency of in het juist toerekenen van kosten over de verschillende bedrijfsactiviteiten. Binnen onderliggend onderzoek is geen aanleiding gevonden om vooruitlopend op de daadwerkelijke inbesteding in gesprek te gaan met de Raad van Commissarissen. Mocht hier later wel aanleiding voor zijn dan zullen HLM en ZVT hiervoor draagvlak zoeken bij de andere aandeelhouders (A). De tarieven zijn door HVC bedoeld voor intern (ambtelijk) gebruik en moeten vertrouwelijk worden behandeld. De tarieven mogen niet openbaar worden gemaakt en zijn daarom in een apart document (bijlage 1) onder geheimhouding ter beschikking gesteld aan raad en college. 4.7.2 Indexatie HVC hanteert een door de aandeelhouders vastgestelde strategie van een gematigde tariefsopbouw. Dat betekent dat in principe de CPI gevolgd wordt om te komen tot een voor inflatie gecorrigeerd nieuw tarief. Als daar aanleiding voor is dan kan daarvan worden afgeweken.
15
Een eventuele afwijking (naar boven) wordt met de aandeelhouders afgestemd tijdens de aandeelhoudersvergadering in het voorjaar. Bij de vaststelling van de tarieven voor 2023 is uitgegaan van de CPI (januari). Deze bedraagt dit jaar 6,4% (2021: 1,6%). Gezien een geraamd tekort op het verevende transport van restafval zijn en worden kostenbeheersmaatregelen uitgevoerd en is op het vereveningstarief voor overslag en transport van fijn en grof huishoudelijk restafval ook eenmalig een opslag toegepast van € 2,63 per ton. HVC stelt dat opslag weer in mindering is gebracht op de verwerkingstarieven voor fijn en grof huishoudelijk restafval, waarmee deze correctie voor de aandeelhouders kostenneutraal is. HVC heeft besloten voor het GFT-verwerkingstarief geen indexering toe te passen, vanwege hogere energieopbrengsten, structurele verbetering van prestaties en op termijn wegvallende afschrijvingslasten.
4.8 Rapportages en administratie 4.8.1 Overlegstructuur Een vaste overlegstructuur is in goed overleg nog nader te bepalen, maar onderstaande tabel geeft een beeld hoe dit eruit kan zien: Overleg
Doel
Frequentie
Wie van HLM/ZVT/SPL
Wie van HVC
AV
Besluitvorming
2x per jaar
Portefeuillehouder HVC
Directie & RvC
Vooroverleggen AV
Voorbereiding aandeelhoudersvergadering
2x per jaar
Portefeuillehouder HVC & ambtelijke ondersteuning
Directie & secretaris van de onderneming
Bestuurlijk overleg
Bijpraten & ontwikkelingen
Naar behoefte
Beide wethouders met portefeuilles afval en/of duurzaamheid
Betreffende directielid
Directieoverleg
Evalueren samenwerking dienstverlening
Minimaal 1x per jaar
Directeur Fysiek en Directeur SPL en ambtelijke ondersteuning
Directeur aandeelhouderszaken, ev. accountmanager
Dienstverlening afvalverwerking
Samenwerking, rapportage & beleidsaspecten
1x per kwartaal
Beleidsmedewerker BBOR en Manager SPL
Accountmanagement, ROS (Regie op Stromen)
Operationeel overleg
Bespreken dagelijkse operatie
Frequentie? (Wanneer nodig)
Manager SPL Afval en/of financiële administratie
ROS, Teamleider Logistiek en/of financiële administratie
Het is gebruikelijk onderscheid te maken tussen een portefeuille houdende wethouder als aandeelhouder van HVC en een andere wethouder als opdrachtgever. Eendachtig dit onderscheid zouden de wethouders Financiën op kunnen treden als aandeelhouder en de wethouders (Duurzaamheid en) Afval als opdrachtgever. Er zal nog een keuze gemaakt moeten worden welke wethouders er dan aanschuiven bij de aandeelhoudersvergadering als vertegenwoordiger van de aandeelhoudende wethouders. Maar bij het vooroverleg aandeelhoudersvergadering kunnen naar behoefte beiden aanschuiven. 4.8.2 Rapportages Per kwartaal worden de volumes gerapporteerd op basis van de weeggegevens. Voor rapportages over de scheidingsinstallaties zie toelichting bij paragraaf 4.2.3 en 4.2.9. In zijn algemeenheid wordt jaarlijks gerapporteerd over de algehele rendementen van de verwerkingsinstallaties in jaarverslag en jaarverslagbrieven. 4.8.3 Facturatie De facturen voor de dienstverlening van HVC worden verstuurd naar crediteur SPL.
16
De vergoeding voor overslagdiensten VOST wordt verrekend met SPL. De kosten worden opgenomen in de administratie van de grondstoffenbalans (registratie van De provisie voor de garantstelling wordt direct vergoed aan de gemeenten HLM en ZVT. 4.8.4 Controles massabalans Zie voor een uitleg over de controle op de rendementen van onze verwerkingsinstallaties de toelichting bij paragraaf 4.2.3. HVC verstrekte als onderbouwing een brief over de restitutie van 2020 van de nascheidingsinstallatie en een voorbeeldverklaring (samenvatting) van het door Nedvang ingeschakelde meetinstituut voor de controle over 2019. Een recenter en uitgebreider technisch auditrapport van Cyclos in opdracht van Nedvang (over 2021) is ingezien bij HVC. 4.8.5 Restitutie belastingen De verbrandingsbelasting in 2022 bedraagt € 33,58 per ton. Het tarief voor 2023 is nog niet bekend. Er vindt restitutie van vermeden verbrandingsbelasting plaats: Voor al het restafval dat door HVC wordt verwerkt geldt voor aandeelhouders een teruggave van vermeden verbrandingsbelasting ten gunste van de uitgebreide bodemasopwerking. Deze teruggave bedraagt ongeveer 16%, oftewel € 5,40 per ton in 2022. Ook voor het restafval wat door HVC wordt nagescheiden (waar geen bronscheiding van PBD heeft plaatsgevonden) geldt een teruggave van vermeden verbrandingsbelasting over de daadwerkelijk gerealiseerde recycling van de PBD-fractie.
Deze teruggave bedraagt ongeveer 8%, oftewel € 2,70 per ton in 2022. Hiertoe wordt jaarlijks aan de betreffende gemeenten een informatiebrief (restitutie VSI 2020) verstuurd. De percentages zijn gebaseerd op berekeningen over gehele keten, dus ook residu-stromen verderop in de keten die alsnog moeten worden verbrand (of gestort) zijn hierin meegenomen. Restitutie van vermeden verbrandingsbelasting kan dus in totaal oplopen tot € 8 per ton. Voor HLM en ZVT is dat niet reëel, omdat het merendeel van het aangeboden restafval PMD-arm is. 4.8.6 Toerekening DE-credits (duurzame energie) De door HVC geproduceerde duurzame energie wordt jaarlijks aan iedere aandeelhouder specifiek toebedeeld op basis van de door een aandeelhouder aangeleverde afvalstromen én door het aandeelhouderschap (w.o. aantal aandelen), omgerekend naar elektriciteit. Dit wordt gecommuniceerd via de jaarverslagbrief, die ieder jaar in mei/juni verstuurd wordt.
17
5.
Financiële aspecten De ambtelijke werkgroep heeft vastgesteld welke financiële verplichtingen worden aangegaan en welke risico’s hiermee worden gelopen. En hoe deze risico’s worden afgedekt. Daarnaast is de financiële gezondheid van HVC onderzocht. Dit hoofdstuk geeft inzicht in de door HVC voor publicatie vrijgegeven aspecten. Aspecten als de liquiditeit zijn wel onderzocht, maar geen onderdeel van onderliggend rapport omdat deze door HVC als vertrouwelijk worden beschouwd.
5.1 Financieringsstructuur 5.1.1 Balansfinanciering Door de garantstelling van aandeelhouders worden nagenoeg8 alle activiteiten van de groep volledig gefinancierd via de balans van HVC. Inbreng van eigen vermogen is hierdoor niet nodig en blijft beperkt tot de nominale waarde van de te verwerven aandelen. De garantstellingen zijn gesplitst tussen A en B t.a.v. financieringen voor respectievelijk activiteiten t.b.v. gemeenten (afvalbeheer en warmte) en de slibactiviteiten voor de waterschappen. 5.1.2 Projectfinanciering Dit is niet gegarandeerde financiering en heeft dus geen invloed op de omvang van de garanties. Het risico van HVC blijft beperkt tot het ingebrachte eigen vermogen met beperkte omvang. Wind-, zon- en geothermieprojecten worden gefinancierd met projectfinanciering. Deze zijn goed financieel te isoleren, kennen een zekere kasstroom door SDE-subsidie en zijn financierbaar tegen lage rente.
5.2 Garantstelling 5.2.1 Werking Als de bank na wanbetaling door HVC de garanties inroept, nemen de aandeelhoudende gemeenten op basis van hun garantstelling de schuld over van HVC bij de bank. De aandeelhouders zijn hierdoor dus niet hun garantiegeld kwijt, maar zijn door overname van de schuld van HVC bij de bank nu zelf financier van HVC. De waarde zit onverkort in het bedrijf HVC, waarmee het risico beperkt is. Als de aandeelhouders hun belang i.c. HVC willen herfinancieren (of verkopen) is het risico het verschil tussen de uitbetaalde garanties en de herfinancieringsopbrengst van de vordering op HVC. Daarom geeft de veelal toegepaste berekeningswijze in de risicoparagraaf van de gemeente een te hoge risico-inschatting (bedrag garantstelling x kans inroepen garantie = omvang risico) aangezien hierin niet de waarde van HVC in is verdisconteerd. Met de aandeelhouders is een financiële koers afgesproken, op termijn leidend tot keuzevrijheid voor garantstelling door opbouw van het eigen vermogen (ultimo 2021: € 169 miljoen). 5.2.2 Berekening Eind 2021 bedraagt de omvang van de door de gemeenten gegarandeerde leningen € 589 miljoen. Op basis van besluitvorming door de aandeelhoudersvergadering bedragen de gegarandeerde leningen voor de gezamenlijke aandeelhouders A + B maximaal € 725 miljoen.
De garantstelling wordt evenredig verdeeld over de gemeenten op basis van het aantal aandelen.
8
Totaal leningen jaarrekening 2021: € 720,5 miljoen waarvan € 611,9 miljoen gegarandeerd en waarvan € 589,1 miljoen betrekking heeft op de aandeelhouders A.
18
Ultimo 2021 is de totale garantstelling voor aandeelhouders A afgerond € 589 miljoen. Op basis van het aantal aandelen bedraagt de garantstelling dan € 36,8 miljoen voor Haarlem en € 3,9 miljoen voor Zandvoort. 5.2.3 Overname van de schuld Er hoeft in principe door HLM en ZVT geen eigen vermogen gereserveerd te worden voor de garantstelling. Het is aan HLM en ZVT zelf hoe hiermee om te gaan. Als (een gedeelte van) de gegarandeerde leningen pro rata door de gemeente aan de bank zouden worden betaald, dan zal hiervoor financiering gevonden moeten worden. Een alternatief zou kunnen zijn: HLM/ZVT betaalt niet in 1 keer de hoofdsom aan de bank, maar neemt de betalingsverplichtingen van HVC tegenover de bank over. Daarmee dalen de kapitaallasten bij HVC evenredig, met (als het gaat om de financiering van de verwerkingsinstallaties) evenredig lagere kosten/ton tot gevolg. Met de hierdoor hogere kasstromen kan HVC de facturen betalen van de aandeelhouders ter dekking van hun verplichtingen richting BNG (Bank Nederlandse Gemeenten). 5.2.4 Duiding van risico’s HVC heeft nog nooit een beroep op de aandeelhouders hoeven doen met betrekking tot de garantstelling. De operatie en organisatie is gericht op continuïteit, beschikbaarheid, beheersbare groei en projecten. De machinebreuk- en bedrijfsschadeverzekering van HVC biedt bij calamiteiten voldoende dekking.
De jaarlijkse vrije kasstroom en kredietruimte biedt voldoende mogelijkheid om eventuele calamiteiten te financieren. Gelet op de huidige financiële positie van HVC en haar overheidsaandeelhouders en overheidsklanten is het niet aannemelijk dat er een beroep wordt gedaan op de garantstelling. Zou een dergelijk scenario van betalingsproblemen wel van toepassing zijn dan vertaalt zich dat waarschijnlijk in hogere tarieven en kosten voor afvalverwerking. Het risico van liquiditeitsproblemen van HVC wordt als dat al van toepassing is dus via de verwerkingstarieven of andere bijdragen die aan de afvalstoffenheffing zijn toe te rekenen afgewend. De garanties bleven door de afgelopen jaren heen min of meer gelijk rond de € 200.000 per aandeel A. Nieuwe toetreders (aandeelhouders) en mutaties in de gegarandeerde leningen hadden dus nauwelijks invloed op de garantstelling per aandeel. De afschrijving van de verwerkingsinstallaties wordt voortvarend ingezet waardoor de boekwaarde ten opzichte van het totaal afneemt en er verdere diversificatie optreedt. 5.2.5 Provisie Aandeelhouders ontvangen ieder jaar 1% garantstellingsprovisie over het saldo aan gegarandeerde leningen van het jaar daarvoor. Dit provisiepercentage is bepaald als het renteverschil tussen wel/niet gegarandeerde financiering en maakt deel uit van de rentelasten van HVC.
Hiermee wordt een eventuele staatssteundiscussie voorkomen. In het verwachte geval dat de afwenteling van de risico's wordt gerealiseerd met hogere verwerkingstarieven komen de kosten te liggen bij de grondstoffenbalans. Hierbij kan de afweging gemaakt worden om de opbrengsten vanuit de garantstellingsprovisie te betrekken bij de afvalbegroting en afvalstoffenheffing in plaats van ten gunste van de algemene middelen te brengen. Per saldo wordt het effect van de toetreding tot HVC op de afvalstoffenheffing dan met de te ontvangen provisie beperkt. Op basis van deze beredenering kan ook verdedigd worden dat de afvalstoffenheffing kostendekkend is.
19
5.3 Rapportages en administratie 5.3.1 Overlegstructuur Aandeelhouders komen twee keer per jaar (mei/juni en december) bijeen in een Aandeelhoudersvergadering. Hier legt de directie van HVC samen met de Raad van Commissarissen verantwoording af en worden belangrijke besluiten ter stemming ingebracht. De aandeelhouders worden over het algemeen vertegenwoordigd door de wethouder/waterschapsbestuurder met de betreffende portefeuille. Ambtelijk worden de wethouders ondersteund vanuit de rol van aandeelhouder (Concern control) en vanuit de rol als opdrachtgever (BBOR en SPL) maar deze zijn niet aanwezig bij de AV. Omdat bij HVC inhoud en financiën niet los van elkaar worden gezien (het gaat om de inhoud, maar wel op basis van gezonde financiën), is interne afstemming over deze rol gewenst (zie ook paragraaf 4.8). 5.3.2 Rapportages HLM/ZVT hebben verschillende voorbeelden van rapportages ontvangen (zie hoofdstuk 10) en hebben niet openbare rapportages mogen inzien bij HVC.
5.4 Boekenonderzoek 5.4.1 Algemeen HVC is een gezond financieel bedrijf met een evenwichtig resultaat en risicoprofiel. HVC beschikt over een forse jaarlijkse vrije kasstroom (€ 100 miljoen) die beschikbaar is voor nieuw beleid, herinvesteringen en/of het aflossen van leningen (eind 2021: € 720 miljoen). Alle activiteiten renderen zelfstandig en leveren een verantwoord rendement. Er is geen sprake van kruissubsidiëring. Risico’s zijn in beeld gebracht door accountantskantoor Deloitte (waarvan een samenvatting van de rapportage beschikbaar is gesteld voor inzage) en beheersbaar geacht. HVC monitort aan de hand van met aandeelhouders afgesproken streefratio’s naar keuzevrijheid van financieringswijze, zoals in de volgende alinea’s wordt toegelicht. 5.4.2 Solvabiliteit Solvabiliteit geeft de mate aan waarin de financiering plaatsvindt met eigen vermogen en wordt berekend door het eigen vermogen te delen door het totale vermogen. Eind 2021 bedraagt de solvabiliteit ratio 16,6% (jaarverslag pagina 75). De trend is dat deze jaarlijks oploopt als gevolg van het toevoegen van het jaarresultaat aan het eigen vermogen. Het streven is de solvabiliteit op te laten lopen tot 25%-30%. 5.4.3 Debt/EBITDA HVC gebruikt de Debt/EBITDA ratio om uitdrukking te geven aan de verhouding van de schuld ten opzichte van de operationele kasstroom. Het streven is deze ratio kleiner te krijgen dan 4x.
In 2021 is de debt/EBITDA ratio 6,8x (jaarverslag pagina 75). 5.4.4 Rentedekking De rentedekking wordt uitgedrukt in Interest Coverage Ratio (ICR). Het geeft hoeveel maal het resultaat voor rente en belasting de renteverplichting kan dekken. Het streven is groter dan 3x. In 2021 is deze ratio 1,6x. 5.4.5 FFO/Debt Deze ratio geeft aan hoeveel maal de operationele kasstroom (na belasting) beschikbaar is om de financiering terug te betalen. Het streven is kleiner dan 30%. In 2021 is de ratio 14%. 5.4.6 Negatieve bedrijfsresultaten (historisch) HVC heeft de laatste vijf jaar geen negatief resultaat in het jaarverslag opgenomen.
20
5.4.7 Winstbestemmingen Het resultaat wordt jaarlijks toegevoegd aan het eigen vermogen overeenkomstig het besluit van de aandeelhoudersvergadering ten aanzien van de financiële strategie. Investeringen tot € 10 miljoen kunnen zelfstandig door de directie van HVC met goedkeuring door de Raad van Commissarissen worden genomen. Bij grotere investeringen is een akkoord van de aandeelhoudersvergadering noodzakelijk. 5.4.8 Nieuwe activiteiten Elke investering boven de € 10 miljoen komt ter goedkeuring langs in de aandeelhoudersvergadering. Op dit moment zijn de volgende investeringen in overweging (niet uitputtend): • Slib-drooginstallatie bij locatie Alkmaar (al goedgekeurd) • Uitbreiding van de CO2 afvanginstallatie, • Geothermieprojecten Polanen (zeer recent goedgekeurd) en Wippolderlaan, • Uitbreiding warmtenetten (diverse projecten), • Capaciteitsuitbreiding van de GFT-verwerking, • Diverse (reguliere) vervangingsinvesteringen. Overige investeringsprojecten bevinden zich nog in een vroege haalbaarheids-/ontwikkelingsfase en zijn dus nog niet zodanig concreet, maar zullen te zijne tijd indien van toepassing opgenomen worden in de investeringsbegroting en als deze groter zijn dan € 10 miljoen voorgelegd worden aan de aandeelhoudersvergadering.
5.4.9 Verslagen van aandeelhoudersvergaderingen Ten behoeve van het onderzoek zijn omwille van vertrouwelijkheid de verslagen en besluitenlijsten van de aandeelhoudersvergaderingen ingezien bij HVC. Daarnaast wordt voor iedere aandeelhoudersvergadering een vooruit- en terugblik op de aandeelhoudersvergadering opgesteld, bedoeld voor geïnteresseerde bestuurders (college, raad) en ambtenaren. Enkele voorbeelden hiervan zijn ingezien. 5.4.10 Accountantsrapport Ten behoeve van de jaarrekening 2021 heeft de accountant (PWC) een accountantsverklaring opgesteld. Deze is ingezien.
5.5 Risicobeheersing 5.5.1 Beoordeling en rapportage In overleg met de Raad van Commissarissen wordt jaarlijks een risico-inventarisatie opgesteld waarbij de risico’s gekoppeld worden aan de gekozen strategie. Het beheer van de risico’s is toegewezen aan directieleden (‘risico-eigenaren’) die integraal rapporteren als onderdeel van de kwartaalrapportage. Impactvolle risico’s en wijze van risicomitigatie worden toegelicht in de risicoparagraaf van het jaarverslag. Manager risicomanagement en verzekeringen is facilitator en beheerder van het systeem ‘Risk-ID’. Bijvoorbeeld de risico’s voortkomend uit de afvalverwerking vallen zowel onder Directeur Energie uit Afval (afvalverbranding), Directeur Duurzame Energie (warmte opwekking) als Directeur Regie op de Stromen (input en afzet afval en grondstoffen). 5.5.2 Juridische structuur Integrale ketenregie is het leidend beginsel: beslissingen worden gewogen naar zowel het milieuen bedrijfseconomisch effect over de hele keten om het hoogste maatschappelijk nut voor de aandeelhouders te realiseren. De bedrijfsactiviteiten worden voornamelijk gefinancierd met garanties van de aandeelhouders op basis van de ballotageovereenkomst en dus op niveau van NV HVC. Aandeelhouders kunnen activiteiten bij NV HVC inbesteden via route quasi-inbesteden en vestigen alleenrecht op niveau NV HVC.