Beantwoording technische vragen CDA
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen De fractie CDA stelt onderstaande technische vragen bij agendapunt 8 Zienswijze Jaarstukken 2026 GR Bereikbaarheid Zuid-Kennemerland van de raadscommissie van 19 mei 2026:
Governance en organisatievorm Vraag 1: De GR heeft als doel het realiseren van regionale bereikbaarheidsprojecten, maar beschikt niet over een eigen uitvoeringsorganisatie. Hoe is destijds beoordeeld dat deze governancevorm voldoende passend is voor een fonds van inmiddels circa € 8,7 miljoen? Antwoord: De GR is aangegaan in 2013. De overwegingen die destijds in de gemeenteraden zijn gemaakt over de organisatievorm zijn niet meer volledig te reconstrueren. Wel kan met redelijke zekerheid worden vastgesteld dat het draagvlak voor een zwaardere organisatievorm, waarbij de GR een rechtspersoon met eigen personeel zou worden, destijds niet in alle raden aanwezig was. Daarnaast zijn (spoor)weg en terreinbeheerders primair verantwoordelijk voor bereikbaarheidsprojecten op het eigen areaal. Tegen die achtergrond past een rol als cofinancier beter bij de uitvoeringspraktijk. Gemeenteraden blijven via de geëigende besluitvorming verantwoordelijk voor projecten binnen de eigen bevoegdheid en voeren deze doorgaans zelf uit of in de rol van opdrachtgever. Vraag 2: Is bij de inrichting of herijking van de GR expliciet een risicoanalyse uitgevoerd op uitvoeringskracht, vertraging, financiële beheersing en rechtmatigheid? Zo ja, kan deze met de raad worden gedeeld? Antwoord: De GR is aangegaan in 2013.
Voor zover bekend is bij het aangaan van de regeling geen expliciete risicoanalyse uitgevoerd. De wijziging van de GR in 2026 vindt zijn grondslag in een extern uitgevoerde evaluatie. In deze evaluatie zijn onder meer de uitvoeringskracht, de financiële beheersing en de rechtmatigheid beoordeeld, in relatie tot de effectiviteit van de GR bij het realiseren van de Bereikbaarheidsvisie Zuid-Kennemerland. De aanbevelingen uit de evaluatie zijn verwerkt in een wijzigingsvoorstel dat op 30/09/2025 in uw raad is behandeld. De voorgestelde wijzigingen zijn daarbij voorzien van een inhoudelijke toelichting in de bijgevoegde was-wordt-lijst. Raadsbesluit+Evaluatie+en+wijzigingsvoorstel+GR+Bereikbaarheid+Zuid-Kennemerland+-+getekend Bijlage 4 Was-wordt lijst Vraag 3: Sluit de huidige netwerkgovernance, inclusief de wijze van controle en verantwoording, nog voldoende aan bij de omvang van het fonds, de financiële risico's, en de verwachtingen van raden ten aanzien van transparantie en resultaat?
1/5
Antwoord: In 2025 is de GR geëvalueerd. Het wijzigingsvoorstel dat op 30/09/2025 in uw raad is behandeld, brengt de regeling inhoudelijk in lijn met de aanbevelingen uit deze evaluatie. Op korte termijn wordt daarnaast het besluit over de continuering van het regionale mobiliteitsfonds na 2027 aan uw raad voorgelegd. Dit betreft de laatste openstaande aanbeveling uit de evaluatie. Indien alle raden instemmen met zowel de inhoudelijke wijzigingen van de regeling als de continuering van het mobiliteitsfonds, sluit de governance, inclusief de wijze van controle en verantwoording, aan bij deze vorm van gemeenschappelijke regeling. De omvang van het fonds en de bijbehorende financiële risico’s (die als beperkt worden ingeschat omdat alle uitgaven in raden worden verantwoord en het fonds nooit in de min kan komen) sluiten ook aan bij de huidige governance. Ten aanzien van de verwachtingen van raden is in de evaluatie input opgehaald door per gemeente een raadslid te interviewen. In hoeverre dit representatief is voor de bredere verwachtingen ten aanzien van transparantie en resultaat, kan niet met zekerheid worden vastgesteld.
Projectvoortgang en besteding Vraag 4: Wat is de verklaring voor dat meerdere projecten langdurig in studie-, verkennings- of reserveringsfase blijven, terwijl tegelijkertijd sprake is van een groeiend fondsvermogen? Antwoord: De uitvoering van de meeste projecten ligt bij gemeenten en samenwerkingspartners. Verantwoording over voortgang en eventuele vertragingen vindt primair plaats via de betrokken gemeenteraden. Daarnaast wordt in de jaarverslagen van de GR toegelicht welke projecten vertraging oplopen en wat daarvan de oorzaken zijn. Wanneer projecten vertraging oplopen, schuift ook het moment van uitkering van de gereserveerde bijdrage op. Dit draagt bij aan een tijdelijk groeiend fondsvermogen. Daarbij komt dat infrastructurele projecten doorgaans een lange studie-, verkennings- en realisatiefase kennen, waardoor middelen gedurende langere tijd gereserveerd blijven voordat tot besteding wordt overgegaan. Ten slotte zijn er projecten waarvoor nog niet alle financiering definitief is afgerond, maar waarvoor de GR wel een reservering aanhoudt. Deze reserveringen worden ingezet om partners te faciliteren en in positie te brengen, bijvoorbeeld ten behoeve van cofinanciering, lobby of verdere uitwerking van projecten.
Vraag 5: Welke concrete criteria hanteert de GR voordat middelen worden gereserveerd of toegekend aan een project? Antwoord: De GR beoordeelt aanvragen aan de hand van een aantal vaste criteria. In de eerste plaats wordt getoetst of een project bijdraagt aan de doelstellingen van de Bereikbaarheidsvisie ZuidKennemerland en past binnen één van de zeven daarin benoemde oplossingsrichtingen. 2/5
Daarnaast wordt van de indienende partij verwacht dat zij een eigen financiële bijdrage levert en aannemelijk maakt dat andere subsidiemogelijkheden zijn benut. Als uitgangspunt hanteert de GR een verdeling van de investeringskosten waarbij maximaal 25% uit het fonds wordt bijgedragen. De resterende kosten worden gedragen door de indienende gemeente en eventuele andere subsidieverstrekkers. Afwijking van dit uitgangspunt is mogelijk in geval van maatwerk. Hiervoor is een zwaardere onderbouwing vereist, bijvoorbeeld wanneer andere financieringsbronnen, zoals provinciale of rijksmiddelen, niet beschikbaar zijn en er sprake is van een aantoonbaar regionaal belang. Vraag 6: Wanneer wordt een reservering als onvoldoende voortvarend of bestuurlijk niet meer uitlegbaar beschouwd? Bestaat hiervoor een formeel afwegingskader? Antwoord: Voor het bepalen wanneer een reservering als onvoldoende voortvarend of bestuurlijk niet langer uitlegbaar wordt beschouwd, bestaat geen formeel afwegingskader. De beoordeling vindt plaats op basis van de voortgang en context van het betreffende project. Daarbij wordt onder meer gekeken of binnen de uitvoerende gemeente nog actief aan het project wordt gewerkt en of er concreet zicht is op realisatie. Daarnaast beoordeelt het bestuur jaarlijks, bij de voorbereiding van het jaarplan in het tweede kwartaal, welke projecten prioriteit krijgen.
De voortgang van bestaande reserveringen wordt hierin meegenomen. De input van gemeenteraden, via de behandeling van jaarstukken en de bespreking van projecten in regionale radenbijeenkomsten, wordt betrokken bij de uiteindelijke vaststelling van het jaarplan. Vraag 7: Waarom bevat de huidige systematiek beperkt inzicht in bestedingspercentages, doorlooptijden en gerealiseerde resultaten per project? Kan deze informatie structureel opgenomen worden? Antwoord: De GR treedt op als cofinancier van bereikbaarheidsprojecten en rapporteert in de jaarverslagen primair over de inzet van middelen en toegekende bijdragen. De meer gedetailleerde verantwoording over voortgang, bestedingen en resultaten per project vindt plaats binnen de verantwoordelijke gemeenten, inclusief de bijbehorende controle door de gemeentelijke accountants. Het structureel opnemen van deze informatie in de rapportages van de GR zou leiden tot een duplicatie van verantwoordingsinformatie. Wel kan worden bezien of de toegankelijkheid van projectinformatie verder kan worden verbeterd, bijvoorbeeld door in onze jaarverslagen explicieter te verwijzen naar beschikbare projectinformatie bij de betreffende gemeenten.
3/5
Rechtmatigheid en controle Vraag 8: Klopt het dat de controle op projectuitgaven plaatsvindt binnen de afzonderlijke gemeenten en niet integraal op GR-niveau? Hoe wordt dan geborgd dat er voldoende samenhangend inzicht bestaat in de rechtmatigheid en juistheid van de totale fondsuitgaven? Antwoord: De GR richt de controle primair op de rechtmatige en doelmatige verstrekking van bijdragen aan projecten die bijdragen aan de uitvoering van de Bereikbaarheidsvisie Zuid-Kennemerland. De controle op de projectuitgaven zelf vindt plaats binnen de afzonderlijke gemeenten. Deze uitgaven maken onderdeel uit van de gemeentelijke financiële verantwoording en worden getoetst via de reguliere accountantscontrole en behandeling in de gemeenteraden. De borging van rechtmatigheid en juistheid op fondsniveau vindt plaats doordat de GR uitsluitend bijdragen verstrekt op basis van vastgestelde voorwaarden en verantwoording achteraf vraagt over de besteding. Daarbij wordt aangesloten op en vertrouwd op de gecontroleerde verantwoordingsinformatie van de deelnemende gemeenten. Het samenhangend inzicht op fondsniveau volgt daarmee de gemeentelijke verantwoordingen. De GR beschikt zelf niet over een aanvullende, eigenstandige controle op de onderliggende projectuitgaven. Vraag 9: De accountantscontrole vindt plaats binnen de gemeentelijke jaarrekeningen, met relatief hoge materialiteitsgrenzen.
Is dit controleniveau passend voor assurance op specifieke GR-projectuitgaven en subsidiestromen? Antwoord: De GR kent geen eigen accountantscontrole. De toezichthouder (Provincie Noord-Holland) heeft hiermee ingestemd, gezien de aard en structuur van de GR. De GR fungeert voornamelijk als vertrekker van middelen aan de vier deelnemende gemeenten, die zelf verantwoordelijk zijn voor projectuitvoering en -verantwoording. De controle op de aanwending van de verstrekte bijdragen vindt volledig plaats binnen de gemeentelijke jaarrekeningen, door de accountants van de afzonderlijke gemeenten, onder democratisch toezicht van de gemeenteraden. Dit is de meest logische plek voor die controle: de uitvoeringsverantwoordelijkheid ligt bij de gemeenten, en de accountantscontrole sluit daar direct op aan. Dit model is beoordeeld en geaccepteerd door de toezichthouder. Het controleniveau is daarmee passend voor de schaal, het karakter en de rol van deze GR.
Verantwoordelijkheid en sturing Vraag 10. Wie is bestuurlijk eindverantwoordelijk wanneer projecten langdurig vertragen of gereserveerde middelen niet tot uitvoering komen: de GR, de uitvoerende gemeente, of de individuele portefeuillehouder? 4/5
Antwoord: De bestuurlijke eindverantwoordelijkheid volgt de uitvoeringsverantwoordelijkheid. Voor de uitvoering van projecten ligt die verantwoordelijkheid bij de uitvoerende gemeente. De gemeente stuurt op planning, middelen en resultaat, en legt daarover verantwoording af aan de eigen gemeenteraad. De individuele portefeuillehouder is binnen dat kader politiek aanspreekbaar, maar draagt die verantwoordelijkheid als vertegenwoordiger van het gemeentebestuur, niet op persoonlijke titel. Het bestuur van de GR is eindverantwoordelijk voor de inzet van de collectieve middelen die aan de GR zijn toevertrouwd. Dit omvat het bewaken van voortgang, het aanspreken van gemeenten bij langdurige vertraging, en het nemen van een besluit wanneer gereserveerde middelen niet tot besteding komen. Als middelen langdurig niet tot uitvoering komen, is het bestuur van de GR gehouden daarover actief te besluiten, bijvoorbeeld door reserveringen vrij te laten vallen, opnieuw te bestemmen of de betreffende gemeente formeel aan te spreken. Kortom: de uitvoerende gemeente is verantwoordelijk voor de projectrealisatie, het bestuur van de GR is verantwoordelijk voor het beheer van de collectieve middelen en het bijsturen wanneer de uitvoering structureel achterblijft.
5/5