Beantwoording technische vragen CDA
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen
Hierbij de beantwoording van de technische vragen van de fractie CDA over agendapunt 3 Zienswijze Bestemming jaarrekeningresultaat 2025 VRK van de raadscommissie van 20 mei 2026
Financieel resultaat 1. Het jaarverslag stelt zelf dat het positieve resultaat van € 2,5 miljoen grotendeels incidenteel is: COVID-afrekening, lagere loonstijging, bewust niet aangegane verplichtingen bij crisisbeheersing. Welke structurele financiële bedreigingen verwacht het bestuur voor 2026– 2028, en hoe ontwikkelt de inwonerbijdrage van Zandvoort zich daarin? Jaarlijks wordt door de VRK het risicoprofiel geanalyseerd en zijn de risico’s maximaal gekwantificeerd. Zie hiervoor paragraaf 5.1 weerstandsvermogen en risicobeheersing in het concept jaarverslag 2025 en ontwerpbegroting VRK. Als financiële bedreigingen ontstaan die structureel doorwerken en van invloed zijn op de inwonersbijdrage, dan wordt dit in principe doorberekend in de inwonersbijdragen van alle gemeenten. Inwonersbijdrage Zandvoort is afhankelijk van ontwikkeling inwoneraantal, in VRK ontwerpbegroting 2027 ligt deze bijdrage voor Zandvoort op 3,04% van het totaal. 2. De VRK rekent voor 2027 met een indexatie van 2,66%, terwijl Zandvoort in de eigen meerjarenraming uitgaat van circa 3,6%. Wat is het risico dat de bijdrage aan de VRK gedurende 2027 of latere jaren alsnog aanvullend moet worden verhoogd? De VRK heeft dit risico gekwantificeerd in paragraaf 5.1 weerstandsvermogen en risicobeheersing. Conform artikel 32 van de financiële verordening wordt er gerekend met de laatst bekende prognose van het CBS.
Voorafgaand aan het versturen van de conceptbegroting wordt door de VRK geanalyseerd of de nieuwste loon- en prijsontwikkelingen afwijken van de gehanteerde. Peildatum is 1 maart van het jaar t-1. Het kan voorkomen dat de werkelijke loon- en prijsontwikkelingen hierna afwijken van de begrote indexatie. Is de afwijking voor loon- en prijsontwikkeling meer dan 1% en leidt dit tot een begrotingswijziging voor een hogere inwonersbijdrage dan zal dit worden voorgelegd aan de gemeente conform artikel 33 financiële verordening. 3. Zandvoort draagt € 78.148 bij aan het jaarresultaat maar krijgt slechts € 35.406 terug. De rest gaat naar reserves en tekortdekking bij JGZ en Veilig Thuis. Op basis van welke prioriteitstelling is deze verdeling gemaakt, en hoe weegt het bestuur de belangen van de individuele deelnemende gemeenten daarin af? In de verordening financieel beleid, beheer en organisatie (artikel 212) van de VRK staat hoe hoog de Algemene reserve van de VRK dient te zijn. De financiële risico’s voor 2027 zijn herbeoordeeld en hebben geleid tot de conclusie dat de risico's voor de bedrijfsvoering zijn verhoogd en de algemene reserve dus hiervoor ter dekking opgehoogd dient te worden. In de bestuurscommissie Publieke Gezondheid van 18-2-2026 is afgesproken welke taken de Jeugdgezondheidszorg zal uitvoeren op het gebied van 4-18 jaar.
Een groot deel van deze uitgaven zijn gedekt in overeenstemming de bestuurscommissie, maar er blijft een deel niet gedekt ter hoogte van € 361.000. Dit zijn onvermijdelijke kosten die met het voorstel van de resultaatbestemming 1/5
gedekt kunnen worden. Hiermee wordt voorkomen dat de gemeenten extra moeten doteren aan de VRK om het bedrag te dekken. In de bestuurscommissie Maatschappelijke Zorg en Veiligheid van 18-2-2026 is afgesproken om de werving van de extra medewerkers voor Veilig Thuis in 2026 te laten starten. De structurele financiering vanaf 2027 is via de ontwerpbegroting 2027-2030 al geregeld. De werving in 2026 leidt tot extra kosten en zou tot een extra dotatie leiden bij gemeenten. Door de bestuurscommissie is voorgesteld om dit via de resultaatbestemming te laten lopen, waardoor de extra dotatie bij gemeenten voorkomen wordt. Het Dagelijks bestuur heeft ervoor gekozen om conform de financiële verordening het restant terug te storten aan de gemeenten conform de verdeelsleutel van inwoneraantal. De diverse bestuurscommissies hebben bij het Dagelijks Bestuur voorstellen aangegeven voor resultaatbestemming. Bij behandeling van de voorstellen heeft het DB geconstateerd dat niet alle gemeenten vertegenwoordigd zijn in het DB en dat niet alle argumenten en overwegingen bij de voorstellen goed gewogen kunnen worden. De diverse bestuurscommissies hebben bij het Dagelijks Bestuur deze voorstellen aangegeven voor resultaatbestemming. Het DB heeft het Algemeen Bestuur dan verzocht om definitief de keuze te maken welke voorstellen er aan de gemeenteraden worden aangeboden ter zienswijze.
Veilig Thuis 4. Veilig Thuis laat een financieel voordeel zien van € 216.000, maar dit is vrijwel geheel ontstaan doordat medewerkers geen tijd hadden voor opleiding en de formatie niet volledig bezet was. Tegelijk haalt 54% van de onderzoeken de wettelijke termijn van 10 weken niet, en moest 43% zelfs langer dan 25 weken wachten. Hoe verklaart het bestuur dit, en wat is het concrete herstelplan met meetbare doelstellingen voor 2026? De formatie van Veilig Thuis is in 2024 bijgesteld op basis van een uitgebreid benchmark onderzoek, in samenspraak tussen Veilig Thuis en de gemeenten. De bezetting n.a.v. de benchmark is nauwelijks aangepast. De begroting van Veilig Thuis is aangepast op basis van de benodigde uren per dienst en de toenmalige instroom. In 2025 is de instroom toegenomen en is gebleken dat Veilig Thuis meer fte nodig heeft om dit te kunnen opvangen. Dit is onder andere terug te zien in de toegenomen wachttijden. Gemeenten en Veilig Thuis monitoren de instroom structureel om op tijd bij te kunnen sturen of keuzes te maken indien nodig. Daarnaast is uitbreiding van de formatie van VT opgenomen in de begroting van 2027. Vooruitlopend daarop is het doel om de voorbereidingen daarop 2e helft 2026 in te zetten, te financieren vanuit de Bestemming jaarrekeningresultaat 2025. 5.
Het aantal afgeronde V&V-trajecten daalde van 102 in 2023 naar 38 in 2025: een afname van meer dan 60%. Is dit een bewuste beleidskeuze of een capaciteitsprobleem? En wanneer verwacht het bestuur dat Veilig Thuis structureel aan de wettelijke normen voldoet? V&V trajecten worden gedaan in samenwerking met partner organisaties, zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin. Het aantal V&V trajecten is gedaald door verschillende oorzaken. In de eerste plaats Aanscherping van het criterium motivatie bij het huishouden voor deelname aan dit traject. Hierdoor is een verschuiving ontstaan van V&V trajecten naar de dienst Onderzoek
2/5
Daarnaast is ook het gebrek aan capaciteit bij de partners in combinatie met gebrek aan capaciteit bij VT mede oorzaak van de afname.
Het is niet te voorspellen wanneer VT structureel aan de wettelijke normen voldoet. Het niet halen hiervan is al jaren een landelijk beeld bij de meeste Veilg Thuis organisaties, waar geen eenvoudige oplossing voor is. Er zijn veel factoren hierop van invloed, zoals maatschappelijke ontwikkelingen, capaciteit, het samenspel partners in het netwerk en financiën. Ook zijn de termijnen zeer krap opgesteld. VT en gemeenten doen er alles aan om de wettelijke termijnen zoveel mogelijk te halen. 6. Het pand aan de Oostvest heeft geen veilige spreekkamers en medewerkers lopen veiligheidsrisico's bij cliënten. Het jaarverslag noemt 'verdere realisatie van passende huisvesting in 2026'. Wat is het concrete tijdpad en de kostenraming, en hoe worden de kosten verdeeld over de deelnemende gemeenten? Dit is nog niet bekend. De VRK bereidt momenteel een voorstel over huisvesting voor.
Jeugdgezondheidszorg (JGZ) 7. Het structurele tekort bij de JGZ wordt al jaren gesignaleerd. Nu wordt € 361.000 uit het jaarresultaat gebruikt als tijdelijke dekking voor 2026, terwijl het gesprek met gemeenten over structurele financiering nog loopt. Wanneer wordt dat gesprek afgerond, en op welk moment worden de gemeenteraden geïnformeerd over de uitkomsten en de consequenties voor het takenpakket? De inzet van €361.000 uit het jaarresultaat is een tijdelijke maatregel voor 2026. Hiermee wordt voorkomen dat op korte termijn onzorgvuldige of overhaaste keuzes in het takenpakket moeten worden gemaakt. Dat is van belang om de uitvoering van de JGZ-taken voor kinderen, gezinnen en inwoners van Zandvoort zoveel mogelijk te laten doorgaan. Gemeenten en de VRK werken momenteel aan een voorstel voor het takenpakket van de JGZ vanaf 2027. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de financieringsvraag, maar ook naar de vraag of taken anders of efficiënter kunnen worden georganiseerd. Gemeenten en VRK onderzoeken hierbij welke activiteiten mogelijk buiten het takenpakket van de JGZ vallen en logischer bij andere partners thuishoren. Bovendien zijn er al een aantal quick wins doorgevoerd als eerste efficiencymaatregel, zoals de aangepaste werkwijze bij niet verschenen zonder bericht (NVZB) en het begrenzen van begeleidingsactiviteiten bij overgewicht en obesitas.
Op 1 juli 2026 wordt een gezamenlijk voorstel ter besluitvorming voorgelegd aan de bestuurscommissie Publieke Gezondheid. Daarna wordt de raad betrokken bij de scenario’s, de financiële consequenties en de mogelijke gevolgen voor het takenpakket. 8. Als de structurele financiering van de JGZ in 2026 niet wordt opgelost: welke taken worden dan als eerste afgeschaald, en welke doelgroepen in Zandvoort worden daardoor geraakt? Er is op dit moment nog geen besluit genomen over afschaling van taken. Het uitgangspunt van gemeenten en VRK is om de wettelijke JGZ-taken te blijven borgen en de gevolgen voor kinderen en 3/5
gezinnen in Zandvoort zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In het voorstel dat op 1 juli aan de bestuurscommissie wordt voorgelegd, wordt inzichtelijk gemaakt welk takenpakket vanaf 2027 uitvoerbaar is, welke financiële consequenties daaraan verbonden zijn en welke maatregelen de JGZ kan treffen om binnen het beschikbare financiële kader te sturen. Daarbij wordt het pakket 2026 als basis genomen en uitgewerkt met mogelijke plussen en minnen. Het gaat hier met name om aanvullende taken, bovenwettelijke inzet of taken die in 2026 al zijn begrensd. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om aanvullende preventieve inzet, deelname aan overleggen en overbruggingszorg voor kinderen die wachten op jeugdhulp. Juist bij die taken wordt nu scherper gekeken naar effectiviteit, taakafbakening en overlap met andere partijen. De inzet blijft om merkbare gevolgen voor inwoners van Zandvoort zoveel mogelijk te beperken.
Crisisbeheersing en natuurbrand 9. De onderuitputting op crisisbeheersing van € 480.000 komt doordat bewust geen verplichtingen zijn aangegaan en opleidingen anderhalf jaar lang niet beschikbaar waren via het NIPV. Zijn de opleidingsachterstanden inmiddels ingelopen, en zo niet, wat is de concrete planning? De opleidingsachterstanden zijn inmiddels volledig ingelopen. Zo zijn er nieuwe Operationeel leiders, Persvoorlichters CoPi en Hoofden Informatie opgeleid. 10. Zandvoort ligt volledig ingeklemd tussen Natura 2000-duingebieden. Het risico op onbeheersbare natuurbranden wordt in het jaarverslag als nieuw risico gesignaleerd. Is het eenmalige bedrag van € 50.000 voor de opstartfase toereikend, en wanneer is het programma volledig operationeel? Wij vragen om een planning en reëel kostenplaatje voor de structurele fase in de begroting 2027. Op pagina 87 van de programmabegroting is uitbreiding voor het structurele programma natuurbrand opgenomen. In de Bestuurscommissie Openbare Veiligheid (BCOV) van 18 februari 2026 is het bijbehorende Uitvoeringsplan behandeld (Microsoft Word - 20260107 Uitvoeringsplan NBB VRK V1.1.docx). In het Uitvoeringsplan is een planning en een begroting opgenomen (vanaf pagina 24).
De daadwerkelijke planning schuift ongeveer een jaar op, aangezien het structurele geld in 2027 beschikbaar zal komen (bij opstellen van het uitvoeringsplan is nog uitgegaan van 2026). De werving van personeel zal in 2027 plaats vinden, waardoor gewerkt kan worden aan vakbekwaamheid en preventie-activiteiten. De aanschaf van materieel vindt zo spoedig mogelijk plaats maar is mede afhankelijk is van aanbestedingsprocedures (met een doorloop tot uiterlijk 2032). De opstartfase vindt gefaseerd plaats. Met een eenmalig bedrag van € 50.000 kan de opstart van het project versneld worden, zodat sneller richting het beoogde resultaat gewerkt kan worden.
Sociale veiligheid binnen de VRK 11. Het volledige budget onvoorzien van € 50.000 is ingezet voor een extern onderzoek naar sociale veiligheid binnen de VRK. Het jaarverslag meldt dat er stappen zijn gezet, maar de 4/5
bevindingen worden niet toegelicht. Wat waren de uitkomsten van dit onderzoek, welke maatregelen worden genomen, en wanneer worden de gemeenteraden hierover geïnformeerd? De bevindingen van het onderzoek zijn geordend langs drie pilaren: structuur, cultuur en ondersteunende systemen. Op basis van de bevindingen zijn adviezen geformuleerd die terugkomen in een routekaart. In de kern ligt de sleutel voor het verder bouwen aan sociale veiligheid in het structureel verankeren van processen en afspraken, en het versterken van teams door afspraken te doorleven en er opvolging aan te geven. Dit alles met verbindend leiderschap voorop. Op 7 januari heeft in het Dagelijks Bestuur het gesprek over de uitkomsten plaatsgevonden. Samenvattend concludeert het bestuur dat er binnen de organisatie veel geregeld is op het gebied van sociale veiligheid, en dat het rapport daar bovenop nog aanknopingspunten geeft ter verbetering. Het bestuur heeft daarom besloten om de directie te vragen deze handschoen weer op te pakken en zorg te dragen voor een goede implementatie. In de komende Bestuurscommissie van 1 juli zal nader worden ingegaan op de implementatie van de aanbevelingen uit het rapport. Hier worden ook de aanbevelingen van de OR in meegenomen.
Structurele houdbaarheid en governance 12. Wat is de structurele financiële houdbaarheid van de VRK richting 2027-2030, mede gezien het feit dat het positieve resultaat 2025 grotendeels incidenteel van aard is? De VRK heeft een meerjarig sluitende begroting, waarbij 2027 is geïndexeerd en 2028 e.v. tegen constante prijzen is opgenomen.
5/5