CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Zienswijze 4 - geanonimiseerd

Raadsvergadering 19 september 2024, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Bestemmingsplan Bruchem, Molenstraat 245.061 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Aan de gemeenteraad van de gemeente Zaltbommel Postbus 10.002 5300 DA Zaltbommel

Van:

Collectief Landelijk Bruchem, vertegenwoordigd door

.

Adres: Molenstraat 19, Bruchem Datum: 29 juli 2022

Betreft: Zienswijzen ontwerp bestemmingsplan ‘Bruchem, Molenstraat 24’ Geachte leden van de gemeenteraad van Zaltbommel, Op ruimtelijkeplannen.nl is op 16 juni 2022 het ontwerp bestemmingsplan ‘Bruchem, Molenstraat 24’ bekendgemaakt. Hierbij maak ik mede namens het Collectief Landelijk Bruchem onze zienswijzen kenbaar over dit ontwerp bestemmingsplan. 1 Zienswijze ten aanzien van Ruimtelijke inpassing (past het plan op deze plek?) Wij maken bezwaar tegen uw besluit om een voor deze plek grootschalig recreatiepark te faciliteren, omdat dit niet voldoet aan de regels voor zorgvuldige ruimtelijke ordening. Het toetsingskader voor het beoordelen van uw beslissing ligt in het provinciale en gemeentelijke ruimtelijk- beleid, waar u in de toelichting bij het ontwerp bestemmingsplan ook uit put.

1

Laten we eerst kort ingaan op de ruimtelijke en historische analyse die ten grondslag ligt aan het vigerend ruimtelijk beleid, zoals in provinciaal en gemeentelijk beleid uitgebreid beschreven. De Molenstraat ligt op de oeverwal die is ontstaan door afzetting van zand door een zijtak van de Waal, die ooit stroomde door de aangrenzende komgronden. De oeverwallen en de stroomrug Kerkwijk-Bruchem vormen de hoogstgelegen gronden in het buitengebied van de gemeente Zaltbommel. Van oudsher vestigden mensen zich op deze hoger gelegen gronden. Op de oeverwallen zijn historische waardevolle bebouwingslinten en waardevolle dorpsranden te vinden. Door de afwisseling van fruitteelt, bedrijvigheid en wonen op de oeverwallen, is er sprake van een kleinschalig landschap met een mozaïekverkaveling (grillige verkaveling). Dit vormt een aangenaam contrast met de openheid van de komgebieden. Bij Bruchem, Kerkwijk en de zuidrand van Zaltbommel is deze overgang nog het best waarneembaar. Deze zijn daarom als waardevolle dorpsrand aangemerkt, aangegeven door de groene ‘rups’ op de afbeelding. De kernkwaliteit van deze dorpsrand bestaat uit het zicht op de open komgebieden tussen de boerderijen en de bebouwing door.

In de Gemeentelijke Structuurvisie buitengebied (vastgesteld 15 maart 2012) erkent u deze kwaliteiten en geeft u als aandachtspunt: Er dient dan ook zorgvuldig omgegaan te worden met grootschalige ontwikkelingen, zoals de realisatie van kassencomplexen. Deze verzwakken de historische ruimtelijke kwaliteit van de dijklinten en dorpsranden. Wij voegen daaraan toe dat grootschaligheid wordt bepaald in relatie tot het schaalniveau van de bestaande bebouwing en verkavelingsstructuur. Een blik op een luchtfoto toont onweerlegbaar aan dat het geplande recreatiepark (‘een “rode” doos’ van 100 x 100 meter, met ca. 15.000 m3 permanent bewoond vastgoed) voor deze plek in de kern van Bruchem valt in de categorie grootschalig. U stelt in de Structuurvisie als eis dat per ontwikkeling moet worden aangegeven op welke wijze een bijdrage wordt geleverd aan het versterken van de landschappelijke kernkwaliteiten van dat deelgebied. Het is de uitdaging voor elke initiatiefnemer om voor elke situatie een op die plek afgestemd bouw- en inrichtingsplan (inclusief landschapsinrichtingsplan) te maken dat leidt tot versterking van bestaande en/of nieuwe kwaliteiten in het landschap. Het inrichtingsplan dient daarbij te zijn 2

gebaseerd op een zorgvuldige analyse van de kernkwaliteiten van het landschap ter plekke. Wij constateren dat het als bijlage (bij het ontwerp bestemmingsplan) toegevoegde landschappelijk inpassingsplan op geen enkele wijze voldoet aan deze eis. Het is naar onze mening ook onmogelijk om voor de geplande ontwikkeling, met 38 2-1 kappers met een nokhoogte van 7,5 meter, aannemelijk te maken dat het de landschappelijke kernkwaliteiten van deze locatie zal versterken. In het Bestemmingsplan buitengebied Zaltbommel (17 september 2014) beschermt u als gemeente daadkrachtig de beschreven kwaliteiten. U vindt daarbij de provincie aan uw zijde. In Omgevingsverordening Gelderland (februari 2022) stelt zij dat in dit open gebied als uitgangspunt geldt dat ruimtelijke ingrepen die de openheid aantasten niet zijn toegestaan. In punt 1.2.1 van de toelichting wordt de voorgenomen ontwikkeling in het ontwerp bestemmingsplan, aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. En een grootschalige stedelijke ontwikkeling is in principe een aantasting van het waardevolle karakter van dit open landschap. Wij maken er bezwaar tegen dat u nu voor de realisatie van een grootschalig recreatiepark via een planologische uitruil van bestemmingsplandoelen de kernkwaliteiten van het gebied, die u eerder zelf heeft onderschreven en beschermd, laat varen.

1 In uw nota ‘actualisatie beleid huisvesting arbeidsmigranten’ van 14 juli 2021 formuleert u als voorwaarde dat de huisvestingslocatie niet op een bestaand recreatieterrein mag liggen. Camping ’t Meulenhuis is een recreatieterrein. Wij vragen u hier adequaat uw eigen beleid te handhaven, of met een steekhoudende motivering te komen waarom u ervoor kiest hiervan af te wijken.

2 Zienswijze ten aanzien van de opzet en de organisatie van het participatieproces De gemeente wijst in het ontwerp bestemmingsplan naar het aantal ontwikkelde planvarianten als bewijs voor een goed doorlopen participatieproces. In punt 6.2 van de toelichting wordt vermeld, dat aan het principeverzoek dat aan deze partiële herziening van het bestemmingsplan ten grondslag lag, een zorgvuldig doorlopen participatietraject met omwonenden vooraf is gegaan. 1

In de brief van de Gemeente een GS van 2 september 2021 wordt voorgesteld het verlies van waardevol open gebied naast de camping te compenseren door een kavel elders in het open gebied. Het gaat uiteraard niet om het behoud van oppervlakte, maar om het behoud van beschermingskracht. 3

Deze voorstelling van zaken is niet in overeenstemming met onze bevindingen en ervaringen. In onze optiek is het aantal varianten vooral een bewijs van het aantal verschillende stakeholders waarmee op verschillende momenten afzonderlijk is gesproken. Daarmee zijn de gemeente en de initiatiefnemers om lastige gesprekken heen gemanoeuvreerd. Er zijn boeken over vol geschreven, maar doorgaans worden de volgende criteria voor goede burgerparticipatie genoemd: 1. Helderheid over doelen; 2. Heldere beschrijving van het participatieproces, inclusief fasen, mijlpalen en doelen; 3. Goede vastlegging van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van partijen; 4. Transparantie en uitwisseling van essentiële informatie (inhoudend goede verslaglegging van gevoerde overleggen en analoge en digitale informatieuitwisseling) tussen alle participanten, zodat elke participant de goede info heeft op het goede moment; 5. Een open dialoog tussen alle participanten en de gemeente; 6. Denken vanuit het belang van de burger; 7. Gelijkwaardigheid van partijen. Hoe is de participatie feitelijk verlopen? Na de eerste informatiebijeenkomst over het plan In d’n Boogerd op 14 februari 2020 gaf de wethouder al aan, dat de gemeente geen rol had in het participatieproces. Concreet hield dit in dat de initiatiefnemers met een door de omgeving gedragen voorstel moesten komen.

Maar de initiatiefnemers wilden niet met CLB praten. In onze brief van 8 april 2020 hebben wij u verzocht om een onafhankelijke procesbegeleiding, maar deze wens is niet gehonoreerd. In deze brief geven wij ook aan dat onze brieven niet of laat worden beantwoord en dat er geen gelijke uitwisseling van informatie is. Vastgesteld kan worden dat er geen gemeentelijk participatiebeleid was en dus ook geen proces waarmee de participatie in goede banen kon worden geleid. Als CLB hebben we toen zelf de handschoen opgepakt en er zijn besprekingen opgestart met de initiatiefnemers, die in een constructieve sfeer verliepen. Het belang van het CLB was hierbij om met de initiatiefnemers te komen tot een beter plan voor alle betrokkenen, dat aan de volgende doelen en randvoorwaarden voldoet:

4

1. menswaardige huisvesting van arbeidsmigranten, dus een verbetering van de huidige gedoogsituatie op de camping op Molenstraat 24 door middel van caravans en woonwagens. 2. verbetering van het huidige landschappelijke beeld van de camping. 3. binnen de kaders van de Gemeentelijke Structuurvisie voor het gebied en de business case van de initiatiefnemers. 4. binnen andere randvoorwaarden zoals veiligheid, toezicht, voorkomen overlast, belasting van de infrastructuur (wegen, parkeren, nuts-voorzieningen), lange termijnvisie (wat gebeurt er over 10 jaar). Een CLB lid is als gespreksleider en bemiddelaar opgetreden en heeft de verslaglegging verzorgd. De uitkomst van de derde bespreking was : (hierbij wordt een deel van het verslag geciteerd) ”Vandaag hebben initiatiefnemers met gemeente afgestemd. Gemeente is over het oorspronkelijke plan IdB (1e plan) in gesprek met de Provincie. Initiatiefnemers hebben gemeente verzocht dit te temporiseren vanwege de voorkeur van initiatiefnemers voor het 2e plan (toelichting: het plan van CLB) . Dit plan komt immers tot stand in overleg met het CLB, ter verkrijging van draagvlak van omwonenden . De Gemeente is positief over het 2e plan en de constructieve gesprekken tussen initiatiefnemers en CLB. Gemeente staat tevens positief tegenover het idee van een seizoencamping en het geplande parkeerterrein.”

Samengevat: initiatiefnemers geven de voorkeur aan het 2e plan (plan CLB) en ook de gemeente is positief over het idee van een seizoenscamping (een van de hoofdelementen van het CLB-plan). Geconcludeerd kan worden, dat alle drie partijen op één lijn zitten. Op zich was dat een mijlpaal. 1e fase ontwerpproces Met deze mijlpaal werd de eerste fase van het ontwerpproces positief afgesloten. Deze fase resulteerde in het vaststellen van een gebiedskaart : een tekening waarop de locatie van de migranten-woningen was geprojecteerd. Feitelijk was dit een verdere uitwerking van de oorspronkelijke tekening, op basis van de input van CLB. Een langetermijnvisie is in deze fase niet aan de orde gekomen, omdat op dat moment het uitgangspunt was dat er na 10 jaar waarschijnlijk geen arbeidsmigranten meer nodig zouden zijn en de bebouwing dan kon worden ontmanteld. 2e fase ontwerpproces In de 2e fase zouden de vier bovenstaande doelen verder worden uitgewerkt en geconcretiseerd in de definitieve vormgeving en grootte van de te bouwen huizen. Maar deze fase is niet opgestart. De initiatiefnemers zijn andere plannen gaan ontwikkelen zonder dat het CLB hier op voorhand in werd gekend. 5

Uiteindelijk zijn er na het 2e plan (het plan van CLB) nog 3 andere plannen ontwikkeld, die te kwalificeren zijn als aanpassingen op de gebiedskaart voor de bebouwing. Kenmerkend van dit proces was: geen open dialoog met alle participanten om samen verder te komen, maar bilaterale besprekingen. De inhoud werd niet of selectief gedeeld. Besluiten over nieuwe versies van de plannen werden genomen in “de achterkamer”. Ook de invulling van de randvoorwaarden werd niet in voldoende mate geconcretiseerd. Een van onze grieven is, dat brieven van CLB aan de gemeente niet of maanden later werden beantwoord. Aan het einde van de planontwikkeling is geen dossier opgesteld en gedeeld met alle relevante informatie en besluiten, die geleid hebben tot het door de gemeente opgestelde principeplan, vastgelegd in de brief van 4-12-2020. Dus geen zorgvuldig doorlopen participatietraject. Wij hebben in onze brief van 23-10-2020 aan het College van B&W en uw Raad aangegeven hoe wij het gebrek aan een echte burgerparticipatie hebben ervaren. Het vertrouwen in de lokale democratie is door dit gebrek aan echte participatie, volgens de zeven genoemde criteria aan het begin van deze 2e zienswijze, geschaad. Onze brief eindigde constructief, doordat wij de gemeente onze hulp aanbieden bij het herstel van het beschadigde vertrouwen in de overheid.

Ook deze brief is niet inhoudelijk beantwoord door de gemeente. Conclusies: 1. Gemeente heeft geen adequaat beleid ten aanzien van burgerparticipatie, of leeft dit althans niet na; 2. Het door de gemeente genoemde zorgvuldige participatietraject is feitelijk een verzameling van ad hoc acties geweest, gericht op het realiseren van de gemeentelijke doelen, in plaats van de doelen van alle betrokken belanghebbenden en van het algemeen belang.

3 Zienswijze ten aanzien van de motivering voor het recreatiepark In par. 2.3.1 van de toelichting wordt als een van de motieven voor het grootschalig recreatiepark genoemd, dat het de druk op de woningmarkt zal verminderen. Dat is aanvechtbaar. Er wonen nu in ca 100 arbeidsmigranten, spoedzoekers en vaste bewoners op de camping. In de beginperiode zal de status quo op de woningmarkt gelijk blijven. Maar door het opleiden van laagopgeleide naar hoogopgeleide werknemers verandert ook hun woonsituatie van short en/of midstay naar longstay. Mensen/werknemers die dan permanent op de camping wonen, zullen elders onderdak moeten vinden, de woningen zullen immers bezet worden door recreanten. 6

De druk op de woningmarkt zal binnen of na 10 jaar toenemen. Dit houdt in, dat er binnen of na 10 jaar 150 nieuwe woningzoekers komen die de druk op de woningmarkt vergroten. Terzijde: wij vragen ook uw aandacht voor de mensen die nu, al dan niet in een eigen onderkomen, op de camping wonen en na 10 jaar volgens de huidige plannen alsnog zullen moeten vertrekken. Volgens par. 2.4.1 bevordert het plan de verblijfsrecreatie, een van de doelen van de gemeente. Daar staat echter tegenover dat de mogelijkheden voor kampeerders en caravanners helemaal verdwijnen. Bezien vanuit een evenwichtig recreatiebeleid is dat ongewenst. Wordt er met het plan het probleem van de arbeidsmigranten opgelost of is dit een ontwikkeling voor het creëren van een recreatiepark? Onze vraag in deze is wat heeft voor de gemeente nu prioriteit? De doelen van initiatiefnemers en gemeente zijn in de loop der tijd sterk gewijzigd. In de periode 2016 - 2019, de startperiode van het project, lag het zwaartepunt van de ontwikkeling op huisvestiging van arbeidsmigranten. Volgens de initiatiefnemers (tijdens de informatiebijeenkomst op 14 februari 2020) zou na 10 jaar als de arbeidsmigranten zijn vertrokken, alleen een boomgaard overblijven.

Medio 2020 heeft de gemeente een draai gemaakt en uit de brief “principe beslissing gemeente huisvesting arbeidsmigranten”, gedateerd 4 december 2020 en punt 2.1.3.2 van de toelichting blijkt dat de gemeente een actieve rol gehad en sturend is opgetreden bij het ontwikkelen van een planconcept voor dit grootschalige recreatiepark. Initiatiefnemers hebben aangegeven, gezien de hoge eisen die zij stellen aan de huisvesting voor arbeidsmigranten, dat het plan met uitsluitend huisvesting arbeidsmigranten, financieel niet haalbaar is. Om deze vastgoedontwikkeling financieel mogelijk te maken, is gekozen voor een businessplan, waarbij de financiering van de huisvesting arbeidsmigranten mogelijk wordt gemaakt door de realisatie van een grootschalig recreatiepark. De motivering van deze commerciële vastgoedontwikkeling vinden wij ondoorzichtig en niet open naar de burgers.

7

4 Zienswijze ten aanzien van maakbaarheid/ haalbaarheid en risicoanalyse van deze vastgoedontwikkeling a Onderbouwing marktvraag recreatiepark Wij maken bezwaar tegen de magere onderbouwing voor de marktvraag naar een grootschalig recreatiepark op deze locatie. En een solide onderbouwing van de marktvraag is cruciaal, omdat een recreatiepark op de verkeerde plek verpaupert, kan leiden tot het aantrekken van criminaliteit en zo een zorg voor de buurt en voor de gemeente worden. De kern van het opgenomen betoog in de toelichting bij het ontwerp bestemmingsplan is dat: • Er sprake is van een groeiende behoefte aan ‘huisjesparken’, • Dat er in onze regio vergeleken met niet vergelijkbare regio’s in het land weinig capaciteit is; • Dat rond Zaltbommel weinig aanbod is, omdat al het aanbod is geconcentreerd langs de waterwegen (daar is volgens ons een goede reden voor); • En dat er dus een behoefte is aan een recreatiepark in Bruchem. Zonder te pretenderen dat wij deskundig zijn, weten we twee zaken. Recreatieparken hebben alleen kans van slagen op locaties die liggen bij meerdaags aantrekkelijke voorzieningen (meren, rivieren, zee e.d.) en dat de markt vraagt om luxe voorzieningen. Het daarvoor benodigde draagvlak is de reden voor de al jaren voortdurende schaalvergroting onder recreatieparken.

In de Structuurvisie Buitengebied heeft u aangegeven dat de gemeente voor de uitbreiding van het recreatief areaal niet op voorhand negatief staat tegenover een uitbreiding van de bestaande campings en recreatieterreinen in het gebied (De Rietschoof en het Esmeer). Die keuze kunnen wij alleen maar onderschrijven. Uw voornemen hiervan af te wijken en nu in Bruchem te sturen naar een grootschalig recreatiepark, heeft u niet gemotiveerd en vinden wij ook onbegrijpelijk. b Onderbouwing huisvestingsbehoefte arbeidsmigranten Initiatiefnemers hebben op de meest recente informatiebijeenkomst aangegeven dat ca. 80% van de arbeidsmigranten contractueel gebonden zijn aan VDU en werkzaam zijn in de fruitteelt en (glas)tuinbouw in de Bommelerwaard. Ook is tijdens die bijeenkomst aangegeven dat VDU laagopgeleide werknemers wil omscholen tot hoogopgeleide werknemers, die ingezet worden bij de robotisering en automatisering van de sector. De grootte van de woningen wordt mede gemotiveerd doordat hoogopgeleide werknemers studieruimte nodig hebben

8

De vragen hierbij zijn: 1. Hoe is het aantal van 135 te huisvesten arbeidsmigranten op deze locatie onderbouwd? Welke onderzoeken en rapporten liggen hieraan ten grondslag? 2. Kan dit aantal gereduceerd worden nu huisvestiging van arbeidsmigranten door verandering van gemeentelijk beleid bij agrarische bedrijven is geregeld? 3. Doel van robotisering en automatisering is arbeidsreductie. Betekent dit dat het aantal arbeidsmigranten in deze sector ook wordt verminderd? 4. Betekent dit dat het aantal arbeidsmigranten, dat op de camping zal worden gehuisvest, vermindert en in welke mate? Dat heeft weer consequenties voor het businessmodel; 5. Of worden de dan vrijkomende woningen gebruikt voor laagopgeleide werknemers die elders in het land werkzaam zijn? Uitgangspunt is huisvestiging arbeidsmigranten werkzaam in de agrarische sector in de Bommelerwaard. In de praktijk wordt hier al van afgeweken. 6. Of worden de leegstaande woningen gebruikt door eerder te starten met recreatieve bewoning? Maar dit is weer strijdig met de uitgangspunten. 7. De glastuinbouw is erg energieafhankelijk en de energieprijzen zijn hoog. Wat betekent dit voor het aantal werknemers gedurende deze tien jaar, die gehuisvest zijn op de camping? Wij zien de beantwoording van deze vragen graag tegemoet en de antwoorden / output op deze vragen kunnen weer gebruikt worden als input bij het volgende punt.

c Onderbouwing financiële haalbaarheid en risicoanalyse In de brief van de gemeente aan VDU, gedateerd 25-11-2020 wordt aangegeven, dat er afspraken moeten worden gemaakt over beheer en exploitatie. Wij missen de invulling van deze afspraak, geconcretiseerd in een financiële onderbouwing en risicoverkenning voor een recreatiepark van deze omvang op deze locatie. Hierbij betrekkend dat de huidige initiatiefnemers geen ervaring hebben in het exploiteren van een grootschalig recreatiepark. Initiatiefnemers hebben tijdens een overleg met CLB in 2020 aangegeven dat het plan financieel break even is. Dit was nog voor de grote prijsstijgingen als gevolg van de oorlog in Oekraïne. De uiteindelijk rentabiliteit van het plan zou worden gegenereerd door het exploiteren van het recreatiepark. Gezien het voorgaande verzoeken wij u, rekening houdend met de genoemde punten 4a en 4b, indringend om door een onafhankelijke partij een goede haalbaarheids- en risicoanalyse uit te laten voeren en deze haalbaarheids- en risicoanalyse met ons te delen, voordat u een besluit neemt over dit bestemmingsplan 9

d Onderbouwing verzoek omgevingsverordening

afwijkruimte

instructieregels

provinciale

In uw brief aan GS (Ontwerpbestemmingsplan Molenstraat 24, Bruchem, verzoek afwijkruimte instructieregels ingevolge artikel 1a.3 provinciale omgevingsverordening), bijlage 2 bij het ontwerp bestemmingsplan verzoekt u om herbegrenzing van het ‘Waardevol Open Gebied’, gebaseerd op het openbaar belang van goede huisvesting voor arbeidsmigranten. Het ontwerp bestemmingsplan beoogt echter de aanleg van een recreatiepark te faciliteren. Dat is zeker geen openbaar maar een sectoraal en commercieel bedrijfsbelang. Wij maken bezwaar tegen het onder valse vlag mogelijk willen maken van een commercieel recreatiebedrijf in een, tegen dit type bedrijven, beschermd landelijk gebied. e Risico van latere aanpassing bebouwingsregels en illegale bebouwing Initiatiefnemers zijn voornemens zelf laagopgeleide werknemers om te scholen naar hoogopgeleide werknemers. Dat is het argument om luxe bungalows met extra ruimte te willen realiseren, die benut kan worden als studieruimte. De vraag is hoe dit zal worden vormgegeven en of daar dan aanvullende voorzieningen op het terrein voor nodig zijn? Een risico is, dat de huidige initiatiefnemers geen ervaring hebben met het runnen van een grootschalig en luxe recreatiepark. Hierdoor bestaat het gevaar dat binnen of na 10 jaar het park geheel of afzonderlijke woningen worden verkocht.

In de huidige bebouwingsregels zijn geen bouwwerken toegestaan, naast de 38 bungalows en de bestaande hoofdgebouwen. Als en wanneer de bungalows in de toekomst worden verkocht aan afzonderlijke eigenaren, ontstaat onontkoombaar de behoefte aan schuurtjes en schuttingen. De vraag is hoe strikt de handhaving dan zal zijn. Het feit dat op de bestaande camping volgens het vigerende bestemmingsplan geen vaste accommodaties zijn toegestaan heeft in ieder geval niet kunnen voorkomen, dat er nu vele opstallen staan. Wij maken ons zorgen over de handhaving door de gemeente. Een vraag van ons over inzicht in het nachtregister van de camping kon niet worden beantwoord. Het bestaan van het nachtregister was niet bekend. De vraag is: heeft de gemeente wel de wil en mogelijkheden/middelen om te handhaven?

10

De kans is aanwezig dat verloedering/criminalisering optreedt. Dit is ook een zorg van de provincie Gelderland, die hiervoor met politie en OM het project Ariadne heeft opgestart. Onze vragen zijn: 1. Heeft de gemeente nu al middelen om mogelijke verloedering/criminalisering uit te sluiten 2. En wil de gemeente deze middelen nu al inzetten, door hiervoor in de geformuleerde regels sluitende bepalingen op te nemen, die onze zorgen wegnemen? Gezien het voorgaande missen wij in het ontwerp bestemmingsplan handvatten voor de gemeente om deze situatie te kunnen handhaven. f Verkeers(on)veiligheid In paragraaf 4.3 wordt voorgerekend dat door de realisatie van het plan in de eerste 10 jaar de verkeersintensiteit met bijna 30% zal toenemen, maar dat de Molenstraat en de Sarskampseweg ‘dat wel aankunnen’. De Krangstraat en “De Tol”, waar nu al duidelijk sprake is van verkeersproblemen, blijven buiten beschouwing, terwijl het voorliggende plan niet de enige ontwikkeling is die extra verkeer op zal leveren. Volgens de toelichting moet ervoor worden gezorgd dat de ‘extra verkeersbewegingen in zuidelijke richting zullen lopen’, door de arbeidsmigranten in deze richting te sturen. De waarneming van de bewoners van de Molenstraat is dat dat tot dusver maar zeer ten dele lukt; niemand heeft veel zin in omrijden.

Het ‘omleiden’ van de recreanten die over 10 jaar de camping moeten bevolken, lijkt ons helemaal een vrome wens. Verder zien wij een probleem met toename van verkeer in de Molenstraat. Aangezien in het voorgestelde plan relatief dure huizen komen, zullen deze bewoond gaan worden door hoger opgeleide arbeidsmigranten. Deze hoger opgeleide arbeidsmigrant zullen (waarschijnlijk) ook beschikken of gaan beschikken over eigen vervoer, omdat de financiële situatie dit toelaat of de werksituatie dit zelfs vereist. Dit heeft ook consequenties voor het aantal benodigde parkeerplaatsen. Dit houdt in dat de verkeerstelling met de verwachting van de procentuele toename, die gecommuniceerd is met het CLB, niet meer relevant is, de toename van het aantal bewoners van de Molenstraat structureel verdubbelt (nu ongeveer 50 vaste bewoners en 50 arbeidsmigranten naar 50 plus 150) en de verkeersbewegingen van bewoners van de Molenstraat zelfs wel kan verdrievoudigen (50+50 bewoners nu met ongeveer 30+15 auto’s en dadelijk 30+100 auto’s) en aangezien er geen voorzieningen zijn in de buurt moet alles met een auto worden gedaan. Dit nog exclusief de 11

verkeersbewegingen, die het gevolg zijn van het plan voor de bebouwing van Molenstraat 3-5 en het Plan Veldzicht. Naast het kwantitatieve aspect is ook het kwalitatieve aspect van belang. De verkeerssamenstelling is namelijk erg divers; zoals zware, grote tractoren met grote mesttanks, grote vrachtwagens, die ondanks het ingevoerde verbod nog steeds in de Molenstraat rijden (al dan niet terecht), scholieren die naast elkaar fietsen, wandelende ouderen, groepen wielrenners en motorrijders etc. Dit vraagt om scheiding van verkeersdeelnemers. De kwaliteit van de huidige infrastructuur (Molenstraat, Krangstraat en De Tol) voldoet in de huidige situatie al niet meer aan de huidige veiligheidsnormen, laat staan bij hogere, structurele belasting van deze infrastructuur. Wat wij missen in het ontwerp bestemmingsplan is een disruptieve, integrale en overkoepelende visie op het gebied van verkeersveiligheid. Want het voorkomen van ongelukken is beter dan achteraf concluderen dat het beleid niet goed is geweest.

g Nutsvoorzieningen/Ondergrondse infrastructuur Wij missen in het ontwerp bestemmingsplan een hoofdstuk nutsvoorzieningen/ondergrondse infrastructuur. Want infrastructuur is meer dan alleen verkeersvoorzieningen. Mogelijk dat de andere nutsvoorzieningen bij het realiseren van alle plannen onder gedimensioneerd zullen zijn. Wij noemen hierbij: 1. Elektriciteitsnet. Gemeentelijk beleid is van het gas af. Bij een” all electric” oplossing is de capaciteit van net voor de bestaande woningen al niet voldoende. De Bommelerwaard is in dit opzicht een probleemgebied. Wat zijn de consequenties van de aansluiting van 38 nieuwe woningen? 2. Drinkwaternet. Kan dit net ook een grotere vraag aan op piekmomenten wat zijn de gevolgen voor de waterdruk? 3. Afvalwaterafvoersysteem Kan het afvalwatersysteem (persriolering) de toename van de afvalwaterproductie verwerken. In deze zienswijze vragen wij u inzicht te geven in de kwetsbaarheid van de beschreven systemen. 12

5 Zienswijze ten aanzien van het ontbreken van een stedenbouwkundige visie Bruchem De gemeente staat voor uitdagingen die in Bruchem om ruimte vragen. Waar kan de Bruchemse aanwas wonen? Welke bijdrage moet de gemeente Zaltbommel mogelijk leveren voor het oplossen van het landelijke woningtekort en wat zijn de consequenties voor Bruchem? Waar kunnen arbeidsmigranten wonen? Waar kunnen bedrijfsactiviteiten nog uitgebreid worden? Dat vraagt om een stedenbouwkundige visie voor Bruchem, waarin op basis van een grondige analyse locaties worden aangewezen en bijvoorbeeld ook de noodzakelijke aanpassingen aan de verkeersinfrastructuur in de toekomst vast worden vastgelegd, zie zienswijze 4f. Alleen op die wijze kan Bruchem groeien met behoud van de cultuurhistorische en landschappelijke waarden. Het feit is dat die visie niet bestaat. Als inwoners van Bruchem worden we geconfronteerd met perceelsgewijze en door marktpartijen geïnitieerde planvorming. Dat zien we bij plan Veldzicht, bij het perceel Molenstraat 3 -5 (waar LMB Den Otter gehuisvest was) en nu dus bij het plan voor uitbreiding van Camping ’t Meulenhuis. Per planinitiatief worden keurig alle verkenningen en toetsen gedaan, maar het gecumuleerde effect op Bruchem voor de lange termijn blijft daarmee buiten beeld. Het gevolg is verrommeling, afbraak van kwaliteiten en rechtsonzekerheid voor de inwoners.

Iedereen met een leeg weiland voor de deur moet maar afwachten wat de eigenaar daarmee voor plannen heeft. U heeft nu het ontwerp bestemmingsplan Bruchem, Molenstraat 24 vastgesteld. Die beslissing kunt u feitelijk niet op verantwoorde wijze nemen zonder een goed ruimtelijk afwegingskader, als kompas om ook voor de lange termijn de ruimtelijke ontwikkeling van Bruchem op koers te houden. Wij dringen bij u aan om deze en elke andere beslissing over grote ruimtelijke ontwikkelingen aan te houden en eerst een stedenbouwkundige ontwikkelingsvisie op te stellen. 6 Zienswijze ten aanzien van de belangenafweging De zienswijze van CLB is, dat het een gemeentelijke taak is om alle belangen van stakeholders bij dit proces, maar ook van andere belangen en waarden, zoals historische kernwaarden van dorpsranden, landschap, natuur, leefbaarheid, (verkeers)veiligheid en sociale samenhang op een onafhankelijke, evenwichtige wijze af te wegen. ` 13

De belangen van de gemeente waren ons inziens vrij binair: 1) In eerste instantie (vanaf 2016) was het belang van de gemeente geheel gericht op huisvesting van arbeidsmigranten 2) vanaf medio 2020 is het belang van de bevordering van recreatie en toerisme de boventoon gaan voeren. Huisvesting arbeidsmigranten: Het CLB heeft vanaf de eerste informatiebijeenkomst op 14-2 -2020 het belang van fatsoenlijke huisvesting voor arbeidsmigranten volledig onderschreven. Wij onderschrijven de uitkomsten van het rapport Roemer (gepubliceerd 30 oktober 2020). Dit is ook de basis geweest voor het CLB om een constructieve dialoog aan te gaan met de initiatiefnemers: verbetering van de huidige huisvesting van arbeidsmigranten, verbetering van het landschappelijk beeld van de camping en de huisvesting aldaar, binnen de kaders van de business case van de ondernemers, de omgevingsvisie van gemeente en provincie en eisen aan infrastructuur, veiligheid en voorkoming van overlast. Bevorderen recreatie en toerisme Een grotere ambitie op het terrein van recreatie en toerisme is een politieke keuze die de meerderheid van de raad steunt. Uiteraard respecteert CLB deze keuze.

Hoe hebben onzes inziens de bovengenoemde belangen van de gemeente een rol gespeeld in de belangenafweging: Wij werken de belangenafweging door de gemeente uit aan de hand van een voorbeeld met 2 knoppen: Huisvestiging arbeidsmigranten (knop 1) Het aantal van 150 bewoners (135 arbeidsmigranten en 15 spoedzoekers/vaste bewoners) is vanaf het begin een hard gegeven geweest. Maar zoals in zienswijze 4b aangegeven en de ontwikkelingen in de loop van de tijd (oa wijziging van het beleid gemeente) is dit aantal geen hard gegeven meer, maar een variabele. Het is de eerste knop waaraan gedraaid had kunnen worden. Kwaliteit bungalows/bevorderen recreatie (knop 2) Terugkijkend constateren wij dat bij alle gesprekken over de verschillende varianten het uitgangspunt van VDU (de kwaliteit van de bungalows ruim boven de normen van de commissie Roemer). Ook dit was een hard gegeven. Maar met een kleiner volume van de woningen kon het doel van een menswaardige huisvestiging van arbeidsmigranten worden gerealiseerd. 14

Voorbeeld : in Swifterbant staat een park voor huisvestiging van arbeidsmigranten met kwaliteiten, waarbij kleinere woningen en kleinere kavels zijn toegepast. Alleen hoe speelt het belangen van kwaliteit bungalows en bevorderen recreatie in deze 2e knop door? Zit er een dubbele bediening in deze knop, die niet zichtbaar is voor niet ingewijden? Door niet aan beide knoppen te draaien, zijn andere belangen zoals het beschermen van landschappelijke kernkwaliteiten ondergeschikt gemaakt. De gemeente heeft de mogelijkheid om met de bovengenoemde knoppen te draaien. U, als Raad heeft bepaald dat huisvesting van toekomstige arbeidsmigranten een verantwoordelijkheid van de werkgever is. Hoewel een van de financiers van de huidige camping ook uitbater is van een uitzendbureau voor arbeidsmigranten kan niet worden gesteld dat de huidige camping als werkgever kan worden gekwalificeerd. Aan de knop “aantal arbeidsmigranten” had gedraaid kunnen worden. Volgens zienswijze 4a zijn er redenen voor. Aan de knop bevorderen recreatie/kwaliteit woningen kon ook gedraaid worden, maar hier is de rentabiliteit van vastgoedontwikkeling/bouw recreatiepark, zie zienswijze 4c, als argument gebruikt om de footprint van het plan te vergroten.

Als bewust aan beide knoppen was gedraaid, zou de gemeente een modernisering en gematigde uitbreiding van de huidige boerencamping kunnen toestaan cq faciliteren waarbij de huidige landschappelijke kernwaarden waren blijven bestaan. Wij hebben in onze brief aan het College van B&W van 15-01-2021 in detail aangegeven waar de onderbouwing van het ambtelijk advies voor het door u vastgestelde Plan 5 tekortschiet, maar hiermee is in de besluitvorming geen rekening meer mee gehouden. Wij hebben de gemeente gezien als scheidsrechter, de weger van alle belangen. Maar terugkijkend op de belangenafweging zagen wij de gemeente eerst als toeschouwer van de wedstrijd, waarbij de gemeente later als speler het veld optrad en wilde scoren. Het algemene belang is hiermee losgelaten. Door het ontbreken van een participatiebeleid en wij geen zicht hebben op de gemaakte belangenafweging en de daaraan gekoppelde besluitvorming (ontbreken van een dossier met alle informatie en gemaakte afwegingen), moeten wij helaas deze conclusie trekken. 15

Samenvatting en handreiking Gezien onze argumentatie, vastgelegd in voorgaande zienswijzen, verzoeken wij u het ontwerp bestemmingsplan niet vast te stellen. Wij doen u graag een handreiking: Het ontwerp bestemmingsplan te heroverwegen op basis van een goed geformuleerde en gedragen burgerparticipatie. Wij willen daaraan onze medewerking verlenen. Een afschrift van deze brief is verzonden naar het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland. Ik ga ervan uit dat u ons van de verdere procedures op de hoogte houdt. Hoogachtend,

Bijlagen: Volmachten 16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14467760/1