CConstaterende datZaltbommel
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2. toelichting bp howa

Raadsvergadering 14 december 2023, gemeente ZaltbommelBij agendapunt: Bestemmingsplan Zuilichem, Waaldijk 1815.370 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Zuilichem, Waaldijk 18/18a Toelichting

Opdrachtgever Scheepvaartbedrijf HOWA B.V. Kenmerk R085021ab.21DCBLN.jjb Versie 04_000 Datum 9 oktober 2023 Auteur

Kelvinbaan 40, 3439 MT Nieuwegein | Postbus 1475, 3430 BL Nieuwegein | T (030) 231 13 77 | F (030) 234 17 54 E info@lbpsight.nl | www.lbpsight.nl | IBAN: NL62 RABO 036 42 36 558 | KvK 30073990 | BTW NL007076083B01

Inhoudsopgave

1

Aanleiding .................................................................................................................................. 4 1.1 1.2 1.3

2

Beleidskader .............................................................................................................................. 6 2.1

2.2

2.3

3

Bestaande situatie .......................................................................................................... 14 Uitgangspunten ............................................................................................................... 15 Plan (huidige c.q. eindsituatie) ........................................................................................ 17

Haalbaarheid ............................................................................................................................ 19 4.1

4.2

4.3 4.4 4.5 4.6 5

Rijksbeleid ......................................................................................................................... 6 2.1.1 Nationale Omgevingsvisie .................................................................................... 6 2.1.2 Besluit ruimtelijke ordening .................................................................................. 7 2.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Beleidslijn Grote Rivieren) .......... 7 Provinciaal beleid .............................................................................................................. 9 2.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland ........................................................................ 9 2.2.2 Omgevingsverordening Gelderland ................................................................... 10 Gemeentelijk beleid ........................................................................................................ 11 2.3.1 Structuurvisie WaalWeelde West ....................................................................... 11 2.3.2 Landschapsplan Bommelerwaard ...................................................................... 12

Ruimtelijke inpassing ............................................................................................................. 14 3.1 3.2 3.3

4

Omschrijving aanleiding .................................................................................................... 4 Omschrijving plangrens / ligging plangebied .................................................................... 4 Geldend bestemmingsplan ............................................................................................... 5

Archeologie en cultuurhistorie ......................................................................................... 19 4.1.1 Archeologie ........................................................................................................ 19 4.1.2 Cultuurhistorie .................................................................................................... 21 Milieu ............................................................................................................................... 22 4.2.1 Bedrijven en milieuzonering ............................................................................... 22 4.2.2 Geluid bedrijvigheid ............................................................................................ 22 4.2.3 Bodemkwaliteit ................................................................................................... 23 4.2.4 Externe Veiligheid .............................................................................................. 24 4.2.5 Luchtkwaliteit (inclusief stof) .............................................................................. 26 4.2.6 Besluit milieueffectrapportage ............................................................................ 29 Wet Natuurbescherming .................................................................................................

31 Niet-gesprongen Conventionele Explosieven ................................................................. 34 Water en riolering ............................................................................................................ 35 Leidingen ......................................................................................................................... 36

Juridische planopzet............................................................................................................... 37 5.1 5.2 5.3 5.4

Vormgeving ..................................................................................................................... 37 Bestemmingen ................................................................................................................ 38 Verbeelding ..................................................................................................................... 39 Handhaving ..................................................................................................................... 39

R085021ab.21DCBLN.jjb | versie 04_000 | 9 oktober 2023

2

6

Uitvoerbaarheid ....................................................................................................................... 41 6.1 6.2

Economisch..................................................................................................................... 41 Maatschappelijk .............................................................................................................. 41

Bijlagen Bijlage I Akoestisch onderzoek Bijlage II Bodemonderzoek Bijlage III Digitale watertoets

R085021ab.21DCBLN.jjb | versie 04_000 | 9 oktober 2023

3

1

Aanleiding

1.1

Omschrijving aanleiding

HOWA is een scheepvaartbedrijf dat sinds 1955 is gevestigd aan de Waaldijk 18/18a in Zuilichem. HOWA is een watergebonden bedrijf dat zich hoofdzakelijk richt op de winning van zand en grind in het rivierengebied. Het gewonnen zand en grind wordt in de bedrijfsgebonden haven op de bedrijfslocatie aan de Waaldijk overgeslagen (primair van schip op schip). In het midden van de jaren tachtig van de vorige eeuw werd de toenmalige eigenaar van HOWA (de vader van de huidige eigenaren) benaderd door de burgemeester van de voormalige gemeente Brakel, waar Zuilichem toen toe behoorde. De burgemeester gaf aan dat HOWA binnen een jaar zou worden verplaatst naar een andere locatie en verzocht HOWA om in te stemmen met het wegbestemmen van het bedrijf op de huidige bedrijfslocatie. Hier is toentertijd vanuit HOWA mee ingestemd. Tot verplaatsing van het bedrijf is het nooit gekomen terwijl het bedrijf wel is wegbestemd. De gronden waarop het bedrijf is gevestigd hebben op dit moment de bestemming ‘uiterwaard’. Dit heeft geleid tot een lange en slepende juridische strijd met de omwonenden van het bedrijf, welke uiteindelijk in 2007 is beslecht met de afgifte van een vergunning op grond van de Wet Milieubeheer voor de inrichting van HOWA (hierna: milieuvergunning).

Inmiddels is er van verplaatsing geen sprake meer, functioneert HOWA op de huidige locatie goed en zijn de verhoudingen met de omwonenden geheel genormaliseerd. Het bedrijf beschikt daarbij, zoals al aangegeven, over een vigerende milieuvergunning en is geheel conform die vergunning in werking. Tevens beschikt HOWA over een vergunning van Rijkswaterstaat, die nodig is vanwege de buitendijkse ligging van de bedrijfslocatie (in het rivierbed van de Waal). Bij het voorgaande is nog nadrukkelijk van belang dat de bestemming ‘uiterwaard’ ter plaatse van de bedrijfslocatie van HOWA nooit is gerealiseerd. Tot op de dag van vandaag zijn de bedrijfsactiviteiten van HOWA op grond van overgangsrecht legaal gecontinueerd. Al in 2012 is door het college van burgemeester en wethouders van Zaltbommel besloten om mee te werken aan het (opnieuw) bestemmen van HOWA op de huidige locatie aan de Waaldijk 18/18a. De uitvoering van dit besluit is vervolgens aangehouden in afwachting van met name de structuurvisie WaalWeelde West. In deze, inmiddels vastgestelde structuurvisie, zijn uiteindelijk geen beleidsuitspraken gedaan die de bedrijfsactiviteiten van HOWA op de huidige locatie in de weg staan.

Om die reden heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaltbommel op 14 januari 2020 besloten om de bestemmingsplanprocedure voor HOWA te hervatten, op basis van een in overleg met HOWA opgestelde uitgangspuntennotitie. Met het onderhavige bestemmingsplan wordt nader uitvoering gegeven aan de hiervoor genoemde collegebesluiten. Dit bestemmingsplan voorziet daarbij nadrukkelijk in een passende planologische regeling voor de (reeds lange tijd) bestaande en vergunde bedrijfsactiviteiten van HOWA en maakt geen uitbreiding van deze activiteiten en/of de bedrijfslocatie mogelijk.

1.2

Omschrijving plangrens / ligging plangebied

De locatie ligt aan de Waaldijk 18/18a in Zuilichem. Het plangebied bestaat uit (delen van) de percelen kadastraal bekend als gemeente Brakel, sectie K, nummers 1, 706, 753, 1069, 1179, 1421, 1422, 1423 en 1730 en heeft een omvang van ongeveer 22.300 m2.

R085021ab.21DCBLN.jjb | versie 04_000 | 9 oktober 2023

4

Figuur 1.1 Luchtfoto plangebied in relatie tot omgeving.

1.3

Geldend bestemmingsplan

Voor het plangebied geldt nog het bestemmingsplan “Buitengebied, integrale herziening gemeente Brakel”, dat in 1996 is vastgesteld door de raad van de voormalige gemeente Brakel. Het plangebied heeft hierin primair de bestemming ‘uiterwaard’. Dit betekent dat het plangebied bestemd is voor de ‘versterking en ontwikkeling van natuur- en landschapswaarden’, de ‘bescherming en het behoud van natuur- en landschapswaarden’, ‘ontgrondingen’, de ‘uitoefening van het agrarisch bedrijf’, de ‘afvoer van hoog oppervlaktewater, ijs en sediment’ en de ‘aanleg, onderhoud en verbetering van de waterkering’. Binnen deze bestemming zijn voor wat betreft de bebouwing en het gebruik de bedrijfsactiviteiten van HOWA niet toegestaan Het plangebied is niet opgenomen in het nieuwere bestemmingsplan “Buitendijks gebied”, dat in 2003 is vastgesteld door de raad van de gemeente Zaltbommel en dat geldt voor alle omliggende uiterwaardgronden. In de toelichting van laatstgenoemd bestemmingsplan is hierover het volgende aangegeven: De locatie waar het bedrijf Howa nabij Zuilichem is gevestigd is buiten het plangebied gelaten. Voor dit bedrijf wordt een bestemmingsplan ontwikkeld dat een ander detailniveau betreft en rekening houdt met de specifieke situatie van dit bedrijf. De (reeds lange tijd) bestaande en vergunde bedrijfsactiviteiten in het plangebied zijn in strijd met het geldende bestemmingsplan.

Daarbij is nadrukkelijk van belang dat de bestemming ‘uiterwaard’ ter plaatse van de bedrijfslocatie van HOWA nooit is gerealiseerd. Tot op de dag van vandaag zijn de bedrijfsactiviteiten van HOWA op grond van overgangsrecht legaal gecontinueerd. Onderhavig bestemmingsplan vormt een passend juridisch-planologisch kader om deze bedrijfsactiviteiten (weer) positief te bestemmen.

R085021ab.21DCBLN.jjb | versie 04_000 | 9 oktober 2023

5

2

Beleidskader

2.1

Rijksbeleid

2.1.1 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving, met als doel in te spelen op de grote uitdagingen die voorliggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI wil de Rijksoverheid een proces in gang zetten waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1.

Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Planspecifiek De nationale belangen, zoals verwoord in de NOVI, zijn in beginsel wel relevant voor het initiatief, omdat het plangebied in het rivierbed van de Waal ligt. Zoals in paragraaf 1.1 al is aangegeven beschikt HOWA voor haar bedrijfsactiviteiten in het rivierbed echter al over een geldende vergunning van Rijkswaterstaat. Daar komt bij dat het bestemmingsplan, zoals eerder aangegeven, het (opnieuw) positief bestemmen van een reeds lange tijd bestaande bedrijfslocatie c.q. inrichting van het plangebied betreft. Op basis hiervan wordt geconstateerd dat de nationale belangen uit de NOVI niet geschaad worden.

Het initiatief is om die reden niet in strijd met de prioriteiten en afwegingsprincipes uit de NOVI geacht.

R085021ab.21DCBLN.jjb | versie 04_000 | 9 oktober 2023

6

Conclusie Het initiatief past binnen het beleidskader van de NOVI. 2.1.2 Besluit ruimtelijke ordening Voor het juridisch borgen van nationale belangen heeft het Rijk, op basis van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), twee besluiten genomen waarmee dat mogelijk is. Het gaat hier om het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (zie afzonderlijke paragraaf) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het Rijk stelt in het Bro de juridische kaders aan processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij overheden met als doel een goed systeem van ruimtelijke ordening. In artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro staat dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving moet bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het Bro definieert een stedelijke ontwikkeling als een ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Planspecifiek De regels van het Bro hebben geen betrekking op het initiatief, omdat een reeds lange tijd bestaande bedrijfslocatie (opnieuw) positief wordt bestemd.

Conclusie Het initiatief past binnen de regels van het Bro, 2.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Beleidslijn Grote Rivieren) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft het Rijk de juridische kaders die nodig zijn voor het beleidsmatig borgen van het ruimtelijk rijksbeleid. Het Rijk heeft het Barro vastgesteld in 2011. De meest recente wijziging heeft in 2020 plaatsgevonden. Het Rijk heeft in het Barro diverse zaken opgenomen, zoals het kustfundament, grote rivieren en hoofdwegen en landelijke spoorwegen. Voor de gemeente Zaltbommel is binnen het Barro het rijksbeleid voor Grote Rivieren van belang. Dit beleid is uiteengezet in de Beleidslijn Grote Rivieren. Deze Beleidslijn omvat het gehele kader voor het beoordelen van de toelaatbaarheid, vanuit rivierkundig en ruimtelijk oogpunt, van nieuwe activiteiten in het rivierbed van de grote rivieren. De Beleidslijn is van toepassing op onder andere het stroomgebied van de Waal. In de Beleidslijn wordt een onderscheid gemaakt in een stroomvoerend regime en een bergend regime. Een stroomvoerend regime geldt voor delen van het rivierbed waar, op grond van rivierkundige overwegingen, specifiek omschreven riviergebonden activiteiten zijn toegestaan. Riviergebonden activiteiten zijn bijvoorbeeld waterstaatkundige werken, de uitbreiding van steenfabrieken en de realisatie van natuur.

Niet-riviergebonden activiteiten zijn bijvoorbeeld woningbouwontwikkeling en de realisatie van niet-watergebonden bedrijventerreinen. Niet-riviergebonden activiteiten zijn niet toegestaan. Uitzonderingen zijn alleen toegestaan in situaties waarin sprake is van een groot openbaar belang en de activiteit niet buiten het rivierbed gerealiseerd kan worden, een zwaarwegend bedrijfseconomisch belang voor bestaande grondgebonden agrarische bedrijvigheid, functieverandering binnen bestaande bebouwing en per saldo meer ruimte voor de rivier. Binnen

R085021ab.21DCBLN.jjb | versie 04_000 | 9 oktober 2023

7

de gemeente Zaltbommel vallen het Munnikenland (inclusief Slot Loevestein) ten westen van de Nieuwe Dijk, de Waal en de uiterwaarden langs de Waal onder het stroomvoerend regime. Een bergend regime geldt voor delen van het rivierbed waar alle activiteiten zijn toegestaan als voldaan wordt aan de gestelde rivierkundige voorwaarden. De Afgedamde Maas inclusief uiterwaarden en het buitendijks gelegen deel van Eiland Nederhemert vallen onder het bergend regime. Ten westen van de kern Brakel is een ruimtelijke reservering opgenomen. Deze reservering heeft als doel te zorgen dat op deze locatie in de toekomst rivier verruimende maatregelen mogelijk te maken. In dit gebied moeten nieuwe grootschalige en kapitaalintensieve ontwikkelingen afgestemd worden op de toekomstige rivierverruimingsmaatregelen. Het bestaand gebruik mag worden voortgezet. De reservering bij Brakel is bedoeld om de toekomst een dijkteruglegging mogelijk te maken. Planspecifiek De regels uit het Barro hebben wel betrekking op het initiatief, omdat het plangebied in het rivierbed van de Waal ligt. Zoals in paragraaf 1.1 al is aangegeven beschikt HOWA voor haar bedrijfsactiviteiten in het rivierbed echter al over een geldende vergunning van Rijkswaterstaat. Vanuit het Barro is in dit geval met name het vrijwaringsgebied relevant.

Op grond van het Barro heeft de Waal, als rijksvaarweg met CEMT klasse VI, een vrijwaringszone van 25 meter aan weerszijden. Een vrijwaringszone wordt gemeten vanaf de begrenzingslijn van de rijksvaarweg zoals opgenomen in de legger, bedoeld in artikel 5.1 van de Waterwet. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden binnen de begrenzing van een rijksvaarweg of op een vrijwaringszone, moet in beginsel rekening worden gehouden met het voorkomen van belemmeringen voor: 1. de doorvaart van de scheepvaart in de breedte, hoogte en diepte; 2. de zichtlijnen van de bemanning en de op het schip aanwezige navigatieapparatuur voor de scheepvaart; 3. het contact van de scheepvaart met bedienings- en begeleidingsobjecten; 4. de toegankelijkheid van de rijksvaarweg voor hulpdiensten, en 5. het uitvoeren van beheer en onderhoud van de rijksvaarweg. Zoals eerder aangegeven betreft het bestemmingsplan het (opnieuw) positief bestemmen van een reeds lange tijd bestaande bedrijfslocatie c.q. inrichting van het plangebied, waarbij de bedrijfsactiviteiten in het rivierbed zijn vergund door Rijkswaterstaat. Op basis hiervan wordt geconstateerd dat genoemde belangen uit het Barro niet geschaad worden. Conclusie Het initiatief past binnen de regels van het Barro, omdat HOWA beschikt over een vergunning van Rijkswaterstaat voor haar bedrijfsactiviteiten in het rivierbed.

R085021ab.21DCBLN.jjb | versie 04_000 | 9 oktober 2023

8

2.2

Provinciaal beleid

2.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Provinciale Staten hebben op woensdag 19 december 2018 ingestemd met de nieuwe ‘Omgevingsvisie Gaaf Gelderland’. De kern van deze Omgevingsvisie is dat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland voorop staat. Om dit te behouden en te bereiken worden in de omgevingsvisie drie uitgangspunten centraal gesteld: een Duurzaam, Economisch krachtig en een Verbonden Gelderland. Duurzaam Gelderland beschikt over talrijke initiatieven en kansrijke aanknopingspunten op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit. Gelderland maakt ruimte voor forse schaalsprongen ten behoeve van een duurzame omgeving, samenleving en economie. Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: - Energietransitie: In 2050 is Gelderland energieneutraal. Dat bereiken we door grootschalig besparen, opwekken uit duurzame energiebronnen en innoveren. Als tussendoel realiseren we 49% CO2 reductie in 2030. - Klimaatadaptatie: In 2050 is Gelderland ingericht op het veranderde klimaat. - Circulaire economie: In 2050 is Gelderland een afvalloze provincie. Met als tussenstap 50% reductie van het gebruik van grondstoffen in 2030. Afval bestaat niet meer; er zijn alleen nog grondstoffen die blijvend hun waarde behouden. - Biodiversiteit: Vanaf 2019 denkt en werkt Gelderland natuur-inclusief.

Biodiversiteit gaat verder dan de bekende natuurgebieden. Ook daarbuiten, in woonwijken, op werklocaties en bij infrastructuur wordt van biodiversiteit een kernkwaliteit gemaakt. Een krachtige economie De ‘oude’ economie van ongelimiteerde groei verandert in een economie die in balans is met haar sociale, ecologische en ruimtelijke omgeving. Nieuwe verdienmodellen en nieuwe technologieën doen hun intrede. De maakindustrie beleeft in Nederland een her- en opwaardering. Vestigingsklimaat, arbeidsmarkt, vakmanschap en kennisinfrastructuur worden steeds belangrijker. De woningmarkt in Nederland kampt enerzijds met schaarste en anderzijds met krimp. Daarnaast is er een grote opgave om bestaande bouw te verduurzamen. Gelderland heeft sterke troeven voor een internationaal onderscheidende en uiterst potentiële positie – clustering van economische activiteit, maakindustrie, logistieke kracht, sociaal ondernemen, natuur, kennis en onderwijs, ruimte, cultuur en sport en een strategische ligging. Op woongebied heeft Gelderland eveneens een uitzonderlijke positie. Door zowel te investeren in een bruisende en levendige stad en in een vitaal platteland ontstaat een symbiose waarbij beide elkaar versterken. Hierdoor gaat van Gelderland aantrekkingskracht uit. De Gelderse economie is krachtig. Deze situatie is niet vanzelfsprekend.

Duurzame werkgelegenheid en bedrijvigheid zijn cruciaal voor de economische kracht van de Gelderse regio’s. Daarnaast vraagt een goed vestigingsklimaat om hoogwaardige culturele voorzieningen. Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: - Het uitnutten van de strategische ligging van Gelderland. De Gelderse economie kan zich verder ontwikkelen binnen de natuur- en landschapswaarden en dragen duurzaam bij.

R085021ab.21DCBLN.jjb | versie 04_000 | 9 oktober 2023

9

-

-

-

Het positioneren van Gelderland als hét vestigingsgebied voor de nieuwe generatie ondernemers. Ondernemers die duurzaam ondernemen in balans met de sociale, ecologische en ruimtelijke omgeving hoog in het vaandel hebben; Een sociaal evenwichtig vestigingsklimaat in Gelderland. Het versterken de positie van Gelderland op het gebied van food, health en energy en andere topsectoren en stimuleren kleinschalig ondernemerschap en innovatie, ook met oog voor ontwikkeling van lokale arbeidsmarkten. Het verduurzamen van de bestaande gebouwde woonomgeving. Dit is noodzakelijk om steden toekomstbestendig en economisch aantrekkelijk te maken. En we zoeken actief naar interessante transformaties, zoals bijvoorbeeld de functiemenging op bedrijventerreinen en het omzetten van kantoren in woningen.

Blijvend verbonden Het is van belang dat mensen andere mensen kunnen ontmoeten. Dat geldt voor mensen in steden, wijken en voor het platteland. Of het nu gaat om werk of sociale contacten, de samenleving moet voor flexibele netwerken zorgen die voor iedereen open staan en beschikbaar zijn. Naast traditionele voorzieningen als auto en OV doen nieuwe spelers en technologieën op het gebied van verbindingen en netwerken hun intrede, zoals smart mobility, zelfrijdende auto’s en deelauto’s. Ook het belang van snelle en betrouwbare data-uitwisseling neemt toe en is hier onderdeel van. De ontwikkelingen volgen elkaar snel op en zijn soms onstuimig. Het is van belang dat de relatief goede bereikbaarheid een toekomstvaste waarde voor Gelderland is. Systemen moeten meebewegen met nieuweontwikkelingen en deze ook faciliteren. Mobiliteit moet verder verduurzaamd worden. Daarbij wil de provincie het volgende bereiken: - Een optimale bereikbaarheid van Gelderland door onderlinge aansluiting van vervoersmogelijkheden en verplaatsingen te faciliteren. In 2050 dient de mobiliteit in Gelderland volledig duurzaam te zijn in termen van energie, klimaat, circulair en biodiversiteit. - Het creëren van slimme en duurzame oplossingen voor het verbinden van mensen, goederen en data. Daaronder wordt ook begrepen het beter benutten van bestaande infrastructuur en gedragsverandering.

De opties tussen weg, rail en water worden zorgvuldig en duurzaam afgewogen. - Het stimuleren en faciliteren van nieuwe vormen van vervoer en verplaatsing. Dit kan bijvoorbeeld door autonoom rijden. Planspecifiek Het initiatief heeft geen betrekking op één van de provinciale belangen die zijn opgenomen in de Omgevingsvisie, omdat enkel een reeds lange tijd bestaande bedrijfslocatie (opnieuw) positief wordt bestemd. Conclusie Het initiatief past binnen de beleidskaders van de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. 2.2.2 Omgevingsverordening Gelderland Vanaf 21 december 2022 is de geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening Gelderland (januari 2023) van toepassing. De regels in de Omgevingsverordening vormen het sluitstuk op de Omgevingsvisie. Ten opzichte van de Omgevingsvisie voorziet de Omgevingsverordening niet in nieuw beleid. De provincie zet de Omgevingsverordening als juridisch instrument in om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen op die onderdelen waarvoor de inzet van algemene regels

R085021ab.21DCBLN.jjb | versie 04_000 | 9 oktober 2023

10

noodzakelijk is om provinciale belangen te waarborgen of om te voldoen aan wettelijke verplichtingen. De regels uit de verordening zijn kaderstellend voor gemeenten bij het opstellen van bestemmingsplannen. Daarnaast worden de gebieden waarbinnen bepaalde regels gelden in de Omgevingsverordening concreet begrensd. De verordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland. Planspecifiek De regels uit de Omgevingsverordening hebben geen betrekking op het initiatief, omdat enkel een reeds lange tijd bestaande bedrijfslocatie (opnieuw) positief wordt bestemd. Wel is nog vermeldenswaardig dat beperkte delen aan de buitenranden van het plangebied, waaronder met name de zuidwestelijke hoek, zijn aangewezen als Groene Ontwikkelingszone. Zowel in het plangebied als geheel als in deze specifieke delen is geen sprake van een nieuwe activiteit of ontwikkeling als bedoeld in artikel 2.52 van de Omgevingsverordening. Dit betekent dat ook voor de Groene Ontwikkelingszone binnen het plangebied geen regels uit de Omgevingsverordening aan de orde zijn. Analoog hieraan geldt hetzelfde voor de regels inzake klimaatadaptatie die in artikel 2.65b van de Omgevingsverordening zijn opgenomen. Omdat in het plangebied geen sprake van een nieuwe activiteit of ontwikkeling is het betreffende artikel niet aan de orde geacht.

In aanvulling op het voorgaande is tot slot nog nagegaan of in het ontwerp wijzigingsplan Omgevingsverordening 2023 relevante wijzigingen voor dit bestemmingsplan zijn opgenomen. Dit is naar huidig inzicht niet het geval. Conclusie Het initiatief past binnen de regels van de Omgevingsverordening Gelderland.

2.3

Gemeentelijk beleid

2.3.1 Structuurvisie WaalWeelde West De gemeenteraad van Zaltbommel heeft op 15 december 2015 de structuurvisie WaalWeelde West vastgesteld. Het plangebied van de structuurvisie bestaat uit het uiterwaardengebied van de Waal, het Munnikenland en enkele binnendijks gelegen locaties ten westen van Brakel en Poederoijen. In de structuurvisie beschrijft de gemeente Zaltbommel de ruimtelijke opgaven voor hoogwaterveiligheid en natuur. Ook benoemt de structuurvisie mogelijke locaties voor woningbouw en bedrijventerreinen en recreatieve ontwikkelingen die gerelateerd zijn met de hoogwaterveiligheidsopgave. Het plangebied en de inhoud van de structuurvisie zijn grotendeels gelijkluidend met de structuurvisie WaalWeelde West die op 8 juli 2015 door Provinciale Staten van Gelderland is vastgesteld. Planspecifiek Het initiatief ligt in het plangebied van de structuurvisie en ligt binnen het hierin aangewezen deelgebied Ruijterwaard. De Ruijterwaard is een langgerekte, smalle uiterwaard tussen Brakel en Zuilichem. In een groot deel van de Ruijterwaard heeft kleiwinning plaatsgevonden, waarna de kleiwinlocatie is (her)ingericht als landbouwgrond. Daarnaast zijn er in de uiterwaard twee bedrijven gevestigd, waarvan HOWA er één is.

Hierover is in de structuurvisie het volgende aangegeven/overwogen: - De bedrijfslocatie wordt aan weerszijden begrensd door bestaande natuurterreinen die onderdeel uitmaken van het Gelders Natuurnetwerk.

R085021ab.21DCBLN.jjb | versie 04_000 | 9 oktober 2023

11

-

In het vigerende bestemmingsplan is HOWA niet bestemd, het college van burgemeester en wethouders van Zaltbommel heeft daarom in 2012 besloten om het bedrijf te gaan bestemmen. Het bedrijf moet aan de geldende wet- en regelgeving voldoen.

De belangrijkste aandachtspunten vanuit de visie zijn dat in de Ruijterwaard een nevengeul beoogd is en dat de uiterwaard is aangemerkt als zoekzone voor een recreatieve ontwikkeling in de vorm van een ‘Waalvertierplek’. De nevengeul is ten westen van de bedrijfslocatie van HOWA voorzien en de eventuele aanleg van een ‘Waalvertierplek’ is in combinatie met deze nevengeul aan de orde. Conclusie Het initiatief past binnen de beleidskaders van de structuurvisie WaalWeelde West, omdat de continuering van en (opnieuw) positief bestemmen van de bedrijfsactiviteiten HOWA hierin als een gegeven is beschouwd. Daar komt bij dat HOWA geen belemmering vormt voor de gewenste realisatie van een nevengeul en eventuele een ‘Waalvertierplek’ in de Ruijterwaard. 2.3.2 Landschapsplan Bommelerwaard De gemeente Zaltbommel heeft in 2004 het Landschapsplan Bommelerwaard vastgesteld. Het doel van het landschapsplan is 'het vastleggen van een beleidskader voor het behouden en versterken van bestaande landschaps-, natuur-, cultuurhistorische en recreatieve waarden en voor een goede inpassing van ruimtelijke en functionele ontwikkelingen, alsmede het initiëren van nieuwe initiatieven en maatregelen gericht op het versterken van de cultuurhistorische identiteit en de landschappelijke, ecologische en recreatieve kwaliteit van de Bommelerwaard.

Het Landschapsplan onderscheidt in de Bommelerwaard drie landschappelijke hoofdeenheden, namelijk de rivieren met de uiterwaarden, de oeverwallen en de komgronden. De hoofdeenheden zijn onder te verdelen in deelgebieden. Voor elk deelgebied beschrijft het Landschapsplan de kenmerkende landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische waarden. Verder brengt het plan in beeld welke ontwikkelingen zich in het buitengebied voordoen (glastuinbouw, fruitteelt, landbouw, infrastructuur, water etc.) en tot welke knelpunten en kansen deze ontwikkelingen voor het landschap leiden. Op het schaalniveau van de Bommelerwaard is het algemeen streven om de kernkwaliteiten te behouden, de landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteit te verstreken, nieuwe functies in te passen in het landschap en nieuwe landschappelijke structuren te ontwikkelen. Vanuit de landschappelijke hoofdstructuur formuleert het Landschapsplan specifieke beleidsuitgangspunten voor de rivieren en uiterwaarden, de oeverwallen en de komgebieden met als doel de gewenste ontwikkelingsrichting voor het landschap te beschrijven. Planspecifiek Het landschapsplan heeft betrekking op het initiatief, omdat het perceel gelegen is in het buitengebied in het deelgebied ‘rivieren en uiterwaarden’.

Hiervoor gelden de volgende beleidsuitgangspunten: - versterken karakterverschillen uiterwaarden Waal, Maas en Afgedamde Maas; - terugdringen verstoringen in de ruimtelijke continuïteit van de uiterwaarden; - versterking landschappelijke en cultuurhistorische ‘parels’ (de bijzondere uiterwaardenlandschappen Alem en het Eiland Nederhemert en omgeving Loevestein); - veiligstellen (historische) dijken en bebouwde dijklinten; - behouden en versterken van bestaande landschappelijke, geomorfologische, natuur- en cultuurhistorische waarden en van karakteristieke elementen en patronen in de uiterwaarden; - behoud en versterking ruimtelijke en ecologische relaties met het binnendijkse gebied.

R085021ab.21DCBLN.jjb | versie 04_000 | 9 oktober 2023

12

Aangezien met het plan een reeds lange tijd bestaande bedrijfslocatie (opnieuw) positief wordt bestemd en het daarmee geen nieuwe functie of ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, heeft het plan geen invloed op deze beleidsuitgangspunten. De bestaande landschapsstructuur rondom het plangebied blijft intact. Conclusie Het initiatief past binnen de doelstellingen uit het landschapsplan, met name omdat geen verandering wordt aangebracht in de huidige landschappelijke kernkwaliteiten rondom het plangebied.

R085021ab.21DCBLN.jjb | versie 04_000 | 9 oktober 2023

13

3

Ruimtelijke inpassing

3.1

Bestaande situatie

Karakteristiek kern Het initiatief ligt aan de noordelijke buitenrand van de kern Zuilichem. Zuilichem is een dorp dat is ontstaan langs de Waaldijk. Het historische deel heeft haar cultuurhistorisch waardevolle karakteristiek redelijk weten te behouden. Vooral de markante (dijk)bebouwing langs de Waaldijk draagt daaraan bij. De oorspronkelijke bebouwings- en wegenstructuur is nog steeds goed te herkennen aan de Waaldijk, Kweldijk, Molenstraat, Burgemeester Hobostraat en Nieuwstraat. De nieuwe dorpsinvullingen sluiten aan bij het individuele bebouwingskarakter van het dorp en vertegenwoordigen daarbij tevens het tijdsbeeld waarin de panden zijn gebouwd. De bebouwingsdichtheid is niet erg hoog waardoor het dorp, ondanks de nieuwere dorpsinvullingen, een groen en open karakter heeft dat mede bepaald wordt door de veelal ruime tuinen en openbare groenvoorzieningen. De relatief grote agrarische gebieden die bewaard zijn gebleven dragen bij aan dit open en groene karakter. Kenmerkend voor Zuilichem is het zicht vanaf de dijk op de bebouwing. De bebouwing staat wisselend geordend op de kavel, niet allemaal op gelijke afstand van de weg en niet in dezelfde rooilijn of oriëntatierichting. Vrijwel alle panden zijn vrijstaand of in kleine eenheden geschakeld. De meeste bebouwing heeft een eenvoudige hoofdmassa en bestaat uit één of twee bouwlagen met kap.

De bouwhoogte is hierbij sterk wisselend. Er is sprake van een grote variatie aan eenvoudige kapvormen waarbij het zadeldak de meest voorkomende is. Over het algemeen is er bij de bebouwing een baksteenarchitectuur en/of een eenvoudige agrarische vormgeving toegepast. Karakteristiek gebied Het initiatief is tevens onderdeel van het uiterwaardengebied langs de Waal en ligt specifiek in de uiterwaard Ruijterwaard. Ter plaatse van het plangebied is deze uiterwaard met een breedte van circa 75 meter relatief smal. In algemene zin is de situatie in en rondom het plangebied primair bepaald door de Waal. Vanwege de ligging bij de kern Zuilichem is daarbij al lange tijd sprake van bebouwing ter plaatse van het plangebied, zoals onder andere valt af te leiden van de topografische kaart uit 1850. Sinds het einde van de 19e eeuw kreeg de Waal door de aanleg van kribben vervolgens ter plaatse van het plangebied minder ‘vrij spel’. Het kribvak dat daarbij ter plaatse van de Waaldijk 18/18a is ontstaan, heeft in belangrijke mate de vestiging van HOWA mogelijk gemaakt. Tegelijkertijd is ook binnen het kribvak de invloed van de Waal nog wel goed zichtbaar, met name in het verlanden van de zuidwestelijke hoek. De bedrijfslocatie van HOWA wordt daarmee in hoofdzaak begrensd door de Waaldijk aan de zuidzijde, twee kribben aan de west- en oostkant en de Waal aan de noordzijde.

Daarbij is ten zuidwesten van de locatie nog één buitendijkse woning aanwezig (Waaldijk 22). Aan de west- en oostzijde grenst het plangebied aan een relatief open uiterwaardgebied.

R085021ab.21DCBLN.jjb | versie 04_000 | 9 oktober 2023

14

Figuur 3.1 Luchtfoto plangebied in relatie tot omgeving. Welstandsnota Zaltbommel 2013 en Actualisatie Welstandsnota en Reclamebeleid 2017 Het plangebied behoort op basis van het gemeentelijk welstandsbeleid tot het gebiedstype ‘buitengebied’, waarvoor het welstandsniveau ‘respect’ van toepassing is. Dit houdt primair het volgende in: Essentiële kenmerken van de aanwezige bebouwings- en omgevingskarakteristiek op het gebied van stedenbouw/landschap en architectuur worden gerespecteerd. Het initiatief betreft het (opnieuw) positief bestemmen van een reeds lange tijd bestaande bedrijfslocatie, waarbij vanzelfsprekend de aanwezige bebouwings- en omgevingskarakteristiek wordt gerespecteerd.

3.2

Uitgangspunten

Het initiatief dient conform de uitgangspuntennotitie bij het eerdergenoemde collegebesluit uit 2020 aan de hierna beschreven randvoorwaarden te voldoen. Bedrijfsactiviteiten Op basis van de geldende milieuvergunning worden de volgende bestaande bedrijfsactiviteiten toegestaan: - Reparatie en onderhoud van vaartuigen (waarbij HOWA de thans nog vergunde activiteit ‘het bouwen, onderhouden, repareren of het behandelen van metalen schepen met een lengte van 25 meter en meer’, uitgezonderd het incidenteel uitvoeren van reparaties en onderhoud van eigen schepen, niet meer uitvoert.); - Overslag van zand, grind en overige bouwstoffen;

R085021ab.21DCBLN.jjb | versie 04_000 | 9 oktober 2023

15

- Opslag van zand, grind en overige bouwstoffen; - Afvoer van zand, grind en overige bouwstoffen; - Handel in en aan- en verkoop van zand, grind en overige bouwstoffen; - Ondersteunende activiteiten, zoals onderhoudswerkzaamheden en metaalbewerking. Daarbij geldt vanuit de milieuvergunning nog wel de volgende beperking: voor vrachtverkeer overdag mogen per kalenderjaar maximaal 3.000 transporten vanaf 1,5 m3 van zand en andere bouwstoffen plaatsvinden. Per saldo is daarmee ten opzichte van de vergunde bedrijfsactiviteiten in het bestemmingsplan sprake van een beperking van (milieubelastende) bedrijfsactiviteiten, aangezien reparatie en onderhoud van vaartuigen van derden niet meer plaats mag vinden en dat HOWA ook nog nadrukkelijk afziet van de volgende in de milieuvergunning opgenomen activiteiten: - In- en verbouw van motoren, pompen en andere werktuigen; - Handel in en aan- en verkoop van vaartuigen en werktuigen. Bebouwing Ten aanzien van de mogelijkheden voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt het volgende: - Het wordt niet mogelijk gemaakt om een bedrijfswoning op het bedrijfsterrein te bouwen. In het verleden is dat namelijk nooit toegestaan; - Een bouwvlak met de afmetingen 20 x 20 meter. Het bedrijfsgebouw mag alleen binnen het bouwvlak worden gebouwd. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd.

Er wordt maximaal één bedrijfsgebouw gerealiseerd; (De maatvoering van het bouwvlak is afgestemd op de voetprint van het bestaande bedrijfsgebouw in het plangebied, waarmee dit uitgangspunt alleen de bestaande bebouwing mogelijk maakt en niet voorziet in substantiële uitbreiding hiervan of een nieuw bedrijfsgebouw op een andere locatie.) - De maximale goot- en bouwhoogte van het nieuwe bedrijfsgebouw moeten aansluiten bij de bestaande goot- en bouwhoogte (3 en 6 meter). Gebouw krijgt 1 bouwlaag met kap over volledige oppervlakte (dakhelling max. 45 graden); (Deze maatvoering is afgestemd op de afmetingen van het bestaande bedrijfsgebouw in het plangebied, waarmee dit uitgangspunt alleen de bestaande bebouwing mogelijk maakt en niet voorziet in substantiële uitbreiding hiervan of een nieuw bedrijfsgebouw op een andere locatie.) - Een terrein (oostelijke oever) als loswal (vergunning RWS). Langs de oostkant van de haven wordt een damwand aangelegd; (Deze damwand is reeds aanwezig.) - Het plaatsen van een mobiele container op het terrein; (In de bestaande situatie is al een mobiele container in het plangebied aanwezig.) - Lichtmasten mogen maximaal 7 meter bedragen. Overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde maximaal 3 meter (vgl.

bestemmingsplan "Buitengebied, Zaltbommel"); (Voor bouwwerken, geen gebouw zijnde is aangesloten bij de bestaande bouwmogelijkheden die elders in het buitengebied van Zaltbommel ook gelden, waarbij nog kan worden opgemerkt dat deze bouwmogelijkheden in beginsel ondergeschikte bouwwerken betreffen.) - Het plaatsen van dukdalven en/of meerpalen in de haven (vergunning RWS). Bij het voorgaande is van belang dat de eerder in het plangebied aanwezige woonark en propaantank inmiddels al verwijderd zijn. Verder wordt afgezien van bouwmogelijkheden voor zandtrechters, die wel gebouwd konden worden op basis van de geldende vergunning van Rijkswaterstaat (RWS). Ook gezien vanuit de bebouwing is daarmee ten opzichte van de vergunde bedrijfsactiviteiten per saldo in het bestemmingsplan sprake van een beperking van (milieubelastende) bedrijfsactiviteiten, omdat zandtrechters niet meer worden toegestaan en de

R085021ab.21DCBLN.jjb | versie 04_000 | 9 oktober 2023

16

propaantank is verwijderd. Daar komt bij dat het bestemmingsplan hoofdzakelijk de bestaande bebouwing mogelijk maakt en niet voorziet in een substantiële uitbreiding van bouwmogelijkheden.

3.3

Plan (huidige c.q. eindsituatie)

Zoals hiervoor al aangegeven betreft het initiatief het continueren en (opnieuw) positief bestemmen van de bestaande en vergunde bedrijfsactiviteiten van HOWA. Ten opzichte van de in haar milieuvergunning toegestane activiteiten geldt daarbij dat de scheepsreparatie-activiteiten voor derden worden beëindigd (inclusief de in- en verbouw van motoren, pompen en andere werktuigen en de handel in en aan- en verkoop van vaartuigen en werktuigen), waarmee qua gebruik de primaire focus komt te liggen op de op- en overslag van zand en grind met bijbehorende installaties en voorzieningen (mobiele kranen, etc.). Aanvullend zijn ondersteunende activiteiten, zoals onderhoudswerkzaamheden en kleinschalige metaalbewerking toegestaan. Voor wat betreft gebruik zijn de geldende milieuvergunning en de randvoorwaarden zoals opgenomen in paragraaf 3.2 het uitgangspunt. Inrichting Het plangebied kan worden onderverdeeld in een bedrijfsgebonden haven/waterlichaam en een bedrijfsterrein/oever. Voor beide delen geldt dat de huidige inrichting wordt gehandhaafd, waarbij de verschillende onderdelen als volgt beschreven kunnen worden: - Voor de bedrijfsgebonden haven geldt dat de oorspronkelijke, vergunde begrenzing recent is hersteld, wat hoofdzakelijk inhoudt dat het door de jaren verlande zuidwestelijke deel opnieuw is uitgegraven.

Dit is conform de geldende milieuvergunning en vergunning van Rijkswaterstaat en kan daarmee als regulier beheer en onderhoud worden aangemerkt. - Het werkponton met overbruggingsconstructie in de bedrijfsgebonden haven is vervangen door een vaste loswal, om de doorstroming bij hoogwater zo min mogelijk te belemmeren. Deze loswal is gerealiseerd op basis van een vergunning van Rijkswaterstaat en een omgevingsvergunning van de gemeente Zaltbommel. - Het bedrijfsterrein/de oever is ingericht ten behoeve van de opslag van zand en grind, werk- en stallingsruimte en de ontsluiting voor (vracht)verkeer. - Het bestaande bedrijfsgebouw nabij de Waaldijk (ter plaatse van huisnummer 18a) blijft behouden en fungeert als werkplaats, kantoor en binnenopslag voor HOWA. Dit gebouw heeft één bouwlaag, met deels een plat dak en deels een kapconstructie met een tweede bouwlaag. Parkeren/verkeer Ten aanzien van autoparkeren geldt op basis van de Parkeernota Zaltbommel 2018 voor HOWA een parkeernorm van 0,9 parkeerplaatsen per 100 m2 bruto vloeroppervlakte (uitgaande van de functiecategorie arbeids- en bezoekersextensief bedrijf). De bestaande bedrijfsbebouwing in het plangebied heeft een bruto vloeroppervlakte van circa 400 m2, wat resulteert in een parkeernorm c.q. -behoefte van (afgerond) 4 autoparkeerplaatsen.

Binnen het plangebied is voldoende ruimte aanwezig om deze parkeerbehoefte op te vangen. Voor vrachtwagens geldt dat deze niet langdurig in het plangebied parkeren, maar alleen kortdurend. Hiervoor is voldoende opstelruimte aanwezig. Op basis van de benodigde autoparkeerplaatsen wordt het aantal auto’s dat per etmaal in het plangebied parkeert ingeschat op 10 (2,5 per parkeerplaats). Dit resulteert voor auto’s in een verkeersgeneratie van 20 bewegingen per werkdag.

R085021ab.21DCBLN.jjb | versie 04_000 | 9 oktober 2023

17

Voor vrachtwagens is in de geldende milieuvergunning een maximum van 3.000 transporten per jaar voorgeschreven, uitgaande van 50 werkweken met 6 werkdagen en 10 transporten per dag. Dit resulteert voor vrachtwagens in een gemiddelde verkeersgeneratie van 20 bewegingen per werkdag. Benadrukt wordt (nogmaals) dat de bedrijfsactiviteiten en daarmee ook verkeersgeneratie van HOWA reeds lange tijd bestaan, waarmee het verkeer van en naar het plangebied al onderdeel is van het heersende verkeersbeeld en relevante verkeerseffecten als gevolg van het bestemmingsplan zijn uit te sluiten.

Figuur 3.2 Luchtfoto plan met huidige c.q. eindsituatie, met daarop aangegeven hoe uitgangspunten qua enkelbestemmingen op de verbeelding van het bestemmingsplan zijn vastgelegd (Agrarisch en Bedrijf, rest plangebied krijgt bestemming Water).

R085021ab.21DCBLN.jjb | versie 04_000 | 9 oktober 2023

18

4

Haalbaarheid

4.1

Archeologie en cultuurhistorie

4.1.1 Archeologie Op 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988, samen met enkele andere wetten op het gebied van de bescherming van cultureel erfgoed, samengevoegd tot de Erfgoedwet. Ten aanzien van het ruimtelijk domein regelt deze wet de omgang met Rijksbeschermde gebouwde en archeologische monumenten en de beschermde stads- en dorpsgezichten. De Erfgoedwet werkt door in de Wet administratieve bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Op grond van de Erfgoedwet moet de gemeente bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening houden met de in de grond aanwezige en te verwachten archeologische waarden. Op 7 juli 2011 heeft de gemeenteraad van Zaltbommel een archeologische inventarisatie en archeologiebeleid met een bijbehorende kaart vastgesteld. Hierin zijn onder meer vrijstellingsgrenzen voor oppervlakten en diepten opgenomen. Het gemeentelijk beleid is op 1 september 2011 in werking getreden. De reden voor het vaststellen van het beleid is het voorkomen van onnodig onderzoek en slechts voor de gebieden waar archeologische waarden te verwachten zijn, wel te besluiten tot nader onderzoek (en alleen als de ontwikkeling de beide vrijstellingsgrenzen overschrijdt). Het bovengenoemde beleid is vertaald in dit bestemmingsplan. Op de archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart zijn alle archeologische onderzoeken en vondstmeldingen verwerkt.

Verder is deze kaart op bureauonderzoek gebaseerd. Met betrekking tot bodemkundige en geologische gegevens is gebleken dat voor de gemeente Zaltbommel de zanddieptekaarten van het Gelders Rivierengebied het beste uitgangsmateriaal vormden. De kaarten beslaan namelijk het gehele oppervlak van de gemeente en ze zijn gebaseerd op grootschalige veldonderzoeken die specifiek zijn gericht op het in kaart brengen van de ontstaansgeschiedenis van het landschap. Aan de hand van het Actueel Hoogtebestand Nederland is een verdere detaillering in de begrenzing van het onderzoeksgebied gemaakt. De archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart gaat uit van een intact landschap met gave bodemprofielen. In werkelijkheid zijn grote delen van het gebied in meer of mindere mate verstoord door allerlei bodemtechnische ingrepen in het verleden. De mate van deze verstoringen en het effect ervan op de archeologische resten in het gebied zijn globaal bekend. De archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart doet dan ook globaal uitspraken over de mate van bodemverstoring, maar doet geen uitspraken over de gaafheid van te verwachten archeologische resten. Als een initiatiefnemer kan aantonen dat het terrein diepgaand is verstoord, geldt voor het verstoorde deel geen onderzoeksverplichting. Planspecifiek Hierna is een uitsnede van de beleidskaart archeologie voor het plangebied opgenomen.

Op het plangebied zijn de volgende beleidszones van toepassing: - Waarde-archeologie 1 (rood/paars); - Waarde-archeologie 5 (lichtblauw); - Geen Waarde-archeologie (lichtgroen). De beleidszone Waarde-archeologie 1 met de daarbij behorende diepte en oppervlakte is vertaald in de regels en verbeelding van dit bestemmingsplan. Daarbij zijn de regels geënt op de regels die

R085021ab.21DCBLN.jjb | versie 04_000 | 9 oktober 2023

19

voor deze beleidszones in het geldende bestemmingsplan ‘Buitengebied, Zaltbommel’ zijn opgenomen. De beleidszones Waarde-archeologie 5 en Geen Waarde-archeologie behoeven op basis van/in lijn met het genoemde bestemmingsplan geen vertaling in de regels en verbeelding van dit bestemmingsplan. Daarbij geldt wel dat bij het uitvoeren van bodemverstorende werkzaamheden in een gebied, de hoogste archeologische verwachtingswaarde leidend is.

Figuur 4.1 Uitsnede beleidskaart archeologie gemeente Zaltbommel.

R085021ab.21DCBLN.jjb | versie 04_000 | 9 oktober 2023

20

De beleidszone Waarde-archeologie 1 met de daarbij behorende diepte en oppervlakte is vertaald in de regels en verbeelding van dit bestemmingsplan. Daarbij zijn de regels geënt op de regels die voor deze beleidszone in het bestemmingsplan ‘Buitengebied, Zaltbommel’ zijn opgenomen. De beleidszones Waarde-archeologie 5 en Geen Waarde-archeologie behoeven op basis van/in lijn met het genoemde bestemmingsplan geen vertaling in de regels en verbeelding van dit bestemmingsplan. Uit de toets aan de beleidszones blijkt dat geen archeologisch onderzoek (met als doel te bepalen of bij de voorgenomen activiteiten de kans bestaat dat archeologische resten in de ondergrond worden aangetast) nodig is. De reden hiervoor is dat een reeds lange tijd bestaande bedrijfslocatie (opnieuw) positief wordt bestemd, zonder dat het bestemmingsplan daarbij nieuwe ontwikkelingen met werkzaamheden in de bodem c.q. ondergrond mogelijk maakt. Conclusie Vanuit het aspect archeologie bestaan er geen belemmeringen voor het (opnieuw) positief bestemmen van de bestaande bedrijfslocatie van HOWA in dit bestemmingsplan. 4.1.2 Cultuurhistorie Menselijke ingrepen hebben voor kenmerkende en waardevolle cultuurhistorische waarden gezorgd. In de gemeente Zaltbommel zijn waardevolle elementen aanwezig die een natuurlijke geschiedenis hebben en die een door de mens gevormde geschiedenis hebben.

De gemeente Zaltbommel heeft een cultuurhistorische inventarisatie uitgevoerd naar zowel waardevolle structuren, gebieden en dorpsgezichten als afzonderlijke elementen. Dat heeft geresulteerd in een inventarisatiekaart die op 7 juli 2011 door de gemeenteraad is vastgesteld. Belangrijke cultuurhistorische waarden zijn: - De aan de rivieren gerelateerde oeverwallen met bebouwingsstructuren; - De wetering Capreton; - De Nieuwe Hollandse Waterlinie; - Rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten (Zaltbommel en Nederhemert-Zuid); - Gemeentelijk beschermd dorpsgezicht (Gameren); - Gemeentelijke en rijksmonumenten; - Historische buitenplaatsen (Huis Brakel). Planspecifiek In of in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen belangrijke cultuurhistorische waarden aanwezig, met uitzondering van enkele woningen aan de Waaldijk die als gemeentelijk monument zijn aangewezen. Het bestemmingsplan voorziet enkel dat een reeds lange tijd bestaande bedrijfslocatie (opnieuw) positief wordt bestemd, zonder dat relevante (bouw)werkzaamheden plaatsvinden. Alleen al om die reden zijn effecten op cultuurhistorische waarden uit te sluiten. Conclusie Vanuit het aspect cultuurhistorie bestaan er geen belemmeringen voor het (opnieuw) positief bestemmen van de bestaande bedrijfslocatie van HOWA in dit bestemmingsplan.

R085021ab.21DCBLN.jjb | versie 04_000 | 9 oktober 2023

21

4.2

Milieu

Voorafgaand aan de beoordeling van met name de milieuaspecten geluid, bodemkwaliteit en luchtkwaliteit is de geldende vergunning op grond van de Wet Milieubeheer c.q. revisievergunning milieu van belang (hierna aangeduid als geldende milieuvergunning). Hierin is HOWA vergund als een inrichting die in hoofdzaak is bestemd voor: a. op- en overslag van zand, grond en andere bouwstoffen; b. bouwen, onderhouden, repareren of het behandelen van de oppervlakte van metalen schepen met een langs de waterlijn te meten lengte van 25 m of meer. De geldende milieuvergunning is verleend op 27 november 2007 en heeft het kenmerk MPM5017. In de geldende milieuvergunning is vastgelegd ligt vast welke ‘milieuruimte’ er beschikbaar is voor de bedrijfsactiviteiten van HOWA. Met andere woorden: welke maximale milieueffecten de bedrijfsactiviteiten van HOWA mogen veroorzaken, bijvoorbeeld voor wat betreft de geluidbelasting op omliggende woningen. Om die reden is de geldende milieuvergunning en de daarin opgenomen milieuruimte uitgangspunt voor de beoordeling van de relevante milieu- en omgevingsaspecten in dit bestemmingsplan. 4.2.1 Bedrijven en milieuzonering Vanuit milieuoogpunt kan een bepaalde afstand tussen een milieubelastende activiteit en een milieugevoelig object noodzakelijk zijn.

Deze afstand heeft als doel bijvoorbeeld om ter plaatse van een 'gevoelig' object, zoals woningen, een aanvaardbaar geur-, geluid- of veiligheidsniveau te realiseren. Deze afstand wordt een milieuzonering genoemd. Een milieuzonering vormt het indirecte ruimtegebruik van een milieubelastende activiteit. In de uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging Nederlandse Gemeenten zijn richtafstanden opgenomen, waarmee rekening moet worden gehouden ten opzichte van gevoelige functies. Het gaat daarbij zowel om de invloed van omliggende milieubelastende activiteiten op nieuwbouwplannen, als om invloed van eventuele nieuwe milieubelastende activiteiten op milieugevoelige bestemmingen in de omgeving. Planspecifiek In de nabijheid van het plangebied bevinden zich enkele gevoelige functies, die al in de huidige, vergunde situatie relevant zijn voor HOWA. Het gaat om de diverse woningen in de directe omgeving, met name aan de Waaldijk. Voor deze woningen geldt dat geluid het maatgevende milieuaspect is. Hoe de bedrijfsactiviteiten van HOWA qua geluid inpasbaar zijn in de omgeving is al in het kader van de geldende milieuvergunning onderzocht, beoordeeld en middels voorschriften vergund. Voor dit bestemmingsplan is het betreffende akoestisch onderzoek geactualiseerd. Voor een verdere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 4.2.2.

Conclusie In de volgende paragrafen is per onderwerp aangegeven wat het eventuele effect van de bedrijfsactiviteiten van HOWA is op de milieugevoelige functies in de omgeving van het plangebied en op welke wijze dit wordt opgelost. 4.2.2 Geluid bedrijvigheid Uit paragraaf 4.2.1 is gebleken dat de bedrijfsactiviteiten in het plangebied qua geluid invloed kunnen hebben op woningen in de directe omgeving. HOWA heeft als groothandel in zand en grind namelijk conform de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering' een maximale richtafstand van 100 meter voor het aspect geluid.

R085021ab.21DCBLN.jjb | versie 04_000 | 9 oktober 2023

22

Planspecifiek Gezien het bovenstaande is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar het geluid door HOWA op omliggende woningen. Hierin is het volgende geconcludeerd: Uit het onderzoek is gebleken dat het geluid op de woningen in de omgeving aanvaardbaar is en voldoet aan de in 2007 vergunde geluidniveaus. Voor de incidentele bedrijfssituatie IBS-2 is een maatwerkvoorschrift nodig. Het volledige akoestisch onderzoek maakt als bijlage I onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Conclusie Vanuit het aspect geluid van bedrijvigheid zijn er geen belemmeringen voor dit initiatief. 4.2.3 Bodemkwaliteit Bij het opstellen van een bestemmingsplan moet als gevolg van het Besluit ruimtelijke ordening worden onderzocht of de voorgenomen bestemming niet wordt belemmerd door bodemverontreiniging. In het belang van de bescherming van het milieu zijn, om de bodem te beschermen, regels gesteld in de Wet bodembescherming. Deze wet is van toepassing op bestemmingsplannen die nieuwe ontwikkelingen mogelijk maken, waarvan in dit geval geen sprake is. De vraag is derhalve of de bodem geschikt is voor de huidige functie, te weten de reeds lange tijd bestaande bedrijfsactiviteiten van HOWA. Planspecifiek Het bestemmingsplan voorziet feitelijk niet in een functiewijziging van de gronden in het plangebied, aangezien een reeds lange tijd bestaande bedrijfslocatie (opnieuw) positief wordt bestemd.

Ook maakt het bestemmingsplan geen gevoelige functies mogelijk (zoals woningen met tuinen). Het bestemmingsplan laat daarbij ook geen functies c.q. bedrijfsactiviteiten toe waarbij bodemroerende activiteiten aan de orde zijn. Tot slot maakt het bestemmingsplan ook niet zonder meer nieuwe bodembedreigende activiteiten mogelijk, omdat voor deze activiteiten voldaan moet worden aan het Activiteitenbesluit. Het voorgaande is onderschreven in de geldende milieuvergunning, waarin inzake bodem onder andere het volgende is overwogen: Het risico dat door de aangevraagde activiteiten in combinatie met de getroffen en te treffen voorzieningen en beheermaatregelen een bodemverontreiniging ontstaat, is verwaarloosbaar. Gelet op het voorgaande is een bodemonderzoek in het kader van onderhavig bestemmingsplan niet vereist, maar is het wel gewenst om middels een vooronderzoek (conform NEN 5725) inzicht te krijgen in de huidige bodemkwaliteit in het plangebied. Dit vooronderzoek is uitgevoerd en de conclusie hiervan luidt als volgt: Op basis van de resultaten van de bodemonderzoeken die in het verleden zijn uitgevoerd en de bedrijfsactiviteiten die sindsdien op het terrein worden uitgevoerd kan worden geconcludeerd dat de bodem mogelijk verontreinigd is. Bij handhaving van het huidig gebruik is er geen aanleiding om een nader onderzoek uit te voeren.

Het volledige vooronderzoek maakt als bijlage II onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Gezien de voorgaande conclusie vormt de bodemkwaliteit geen beletsel voor het continueren van de bestaande bedrijfsactiviteiten en bestaat er geen aanleiding voor nader bodemonderzoek. Wel kan dit nader onderzoek nodig zijn bij een grootschalige herinrichting van het terrein (grondverzet of bouwen), beëindiging van de bedrijfsactiviteiten of een grondtransactie.

R085021ab.21DCBLN.jjb | versie 04_000 | 9 oktober 2023

23

Conclusie Op basis van de voorgaande beoordeling en het vooronderzoek kan worden geconcludeerd dat het aspect bodemkwaliteit geen belemmering vormt voor het (opnieuw) positief bestemmen van de bestaande bedrijfslocatie van HOWA in dit bestemmingsplan. 4.2.4 Externe Veiligheid Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Bij de realisatie van (beperkt) kwetsbare objecten zoals onder meer woningen, dient de invloed van deze aspecten in beeld te worden gebracht. Planspecifiek Nabij het plangebied is met de vaarweg c.q. corridor Rotterdam - Duitsland ter plaatse van de Waal één relevante risicobron aanwezig. Deze risicobron betreft een basisnet-transportroute voor gevaarlijke stoffen, wat betekent dat het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) van toepassing is. In de omgeving van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen of vanuit externe veiligheid relevante buisleidingen aanwezig. Uit de regionale signaleringskaart externe veiligheid blijkt, zoals hiervoor al aangegeven, dat het aspect externe veiligheid relevant is vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Waal.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13574445/1