CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen VVD agendapunt 9.pdf

Gemeenteraad 24 april 2025, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 7: Participatie beleidskader en -verordening1.013 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Beantwoording Technische Vragen van de VVD- participatie Raadscommissievergadering van: 08-04-2025 Vraag

Antwoord

In de documenten wordt gesteld dat de "spelregels participatie" belangrijk zijn voor consistentie en vertrouwen, maar ook dat deze juridisch niet afdwingbaar zijn. VRAAG: Hoe wordt geborgd dat initiatiefnemers en de ambtelijke organisatie zich houden aan de spelregels participatie, als deze juridisch niet afdwingbaar zijn?

Hoewel de Spelregels participatie voor intern gebruik juridisch niet afdwingbaar zijn, worden er verschillende acties ondernomen om ervoor te zorgen dat de ambtelijke organisatie zich eraan houdt. Allereerst wordt participatie structureel verankerd in beleids- en werkprocessen, zodat het niet afhankelijk is van individuele/team initiatieven. Er komt meer sturing op de uitvoering door middel van beleids- en spelregels en formats. Daarnaast investeert de gemeente in training en begeleiding van de procesbegeleiders, zodat er ingezet kan worden op actieve begeleiding en ondersteuning door de procesbegeleiders. Zodat de nieuwe werkwijze breed wordt gedragen en goed en transparant wordt toegepast. Periodieke monitoring en evaluatie zorgen ervoor dat knelpunten tijdig worden gesignaleerd en bijgestuurd. De nieuwe werkwijze participatie is vooral gericht op het interne werkproces. Als initiatiefnemers participatie moeten toepassen, dan valt dit onder de Omgevingswet. Initiatiefnemers ontvangen een informatiemail. Hierin ontvangen zij meer informatie met een link naar de betreffende webpagina. Hier vindt men ook de huidige Participatiewijzer terug. Een bestaande praktische tool om te gebruiken om het niveau van participatie te bepalen. Zij kunnen uiteraard ook persoonlijk contact opnemen met de gemeente voor meer informatie en vragen.

Er wordt gesteld dat participatie verplicht gesteld kan worden bij buitenplanse omgevingsplanactiviteiten, maar dat het ontbreken van participatie geen weigeringsgrond is voor een vergunning.

Ten slotte, door (tussentijds) te rapporteren over participatie en hiervoor – indien van toepassing - verantwoording af te leggen aan de raad en inwoners, wordt een norm neergezet die partijen stimuleert om zich aan de spelregels te houden. Zo wordt participatie een vanzelfsprekendheid en goed ingebed als onderdeel van het besluitvormingsproces. De gemeente kan een aanvraag alleen buiten behandeling stellen als er hier een wettelijke grondslag voor is. In het geval dat de informatie over participatie door het college als onvoldoende wordt beoordeeld, ontbreekt er een juridische

Vraag

Antwoord

VRAAG:

grondslag om de aanvraag buiten behandeling te stellen.

Hoe rijmt de gemeente het hanteren van een participatieplicht met het feit dat onvoldoende participatie geen formele weigeringsgrond is? Wat is dan het praktisch effect van deze plicht voor initiatiefnemers?

Er is namelijk geen expliciete verplichting voor de aanvrager om participatie op een bepaalde manier vorm te geven of een bepaald kwaliteitsniveau te halen. Het college kan in zo’n situatie de aanvrager niet dwingen om de participatieinformatie aan te vullen of te verbeteren. Hierdoor kan er geen beroep worden gedaan op het ‘buiten behandeling stellen’. Doordat we het bestaande format voor verslaglegging gaan aanscherpen, zodat deze beter voldoet aan onze informatiebehoefte, willen we zoveel mogelijk voorkomen dat we in een dergelijke situatie terechtkomen. Een aanvrager weet dan immers beter wat we nodig hebben aan informatie.

De verordening wordt in 2027 geëvalueerd, daarna elke 3 jaar. Tussentijds lijkt er geen structureel toezicht te zijn op uitvoering en naleving. VRAAG: Op welke wijze wordt in de tussentijd (voor 2027) gemonitord of participatieprocessen volgens het nieuwe beleidskader verlopen? Is er een interne toetsingsstructuur, of blijft dat bij incidenten?

De rol van procesbegeleiders is essentieel bij het monitoren en waarborgen van de uitvoering van participatieprocessen volgens het nieuwe beleidskader. Procesbegeleiders fungeren als ondersteuning tijdens het participatieproces. Om naleving te stimuleren, wordt er dus ingezet op actieve begeleiding en ondersteuning door de procesbegeleiders. Ook komt er (tussentijdse) verslaglegging en monitoring, zodat het participatieproces transparanter wordt. Zoals hierboven ook vermeld wordt participatie structureel verankerd in beleidsen werkprocessen, zodat het niet afhankelijk is van individuele/team initiatieven. En spelregel 7 en 8 van de Spelregels participatie dragen ook bij aan tussentijds monitoren. Want bij besluitvorming kunnen verslagen en evaluaties overlegd worden en jaarlijks worden ze ook verzameld.

Er wordt een digitale participatietool aangekondigd, maar nergens wordt uitgelegd welk systeem het wordt of hoe inwoners zonder digitale vaardigheden bereikt worden.

Op dit moment wordt de aanschaf van een digitale tool GoVocal (voorheen Citizenlab) overwogen. De definitieve keuze voor een tool wordt pas gemaakt na besluitvorming in de gemeenteraad over het raadsvoorstel beleidskader participatie en participatieverordening.

VRAAG: Welke digitale participatietool wordt ingezet, en hoe wordt geborgd dat ook inwoners zonder digitale vaardigheden betrokken worden?

De gemeente vindt het belangrijk dat iedereen kan meedoen en dat niemand zich buitengesloten voelt, ook inwoners die minder digitaal vaardig zijn. Daarom biedt de gemeente niet alleen een digitale tool aan, maar ook andere manieren om mee te praten. Denk aan bewonersbijeenkomsten en spreekuren. Daarnaast kan de gemeente zorgen voor extra ondersteuning, bijvoorbeeld door geprinte

Vraag

Antwoord

exemplaren van een vragenlijst beschikbaar te stellen en/of hulp te bieden bij het invullen, zoals bijvoorbeeld bij het verkeersveiligheidsonderzoek is gedaan. Op deze manier krijgt iedereen de kans om zijn of haar stem te laten horen en maken we participatie toegankelijk voor iedereen. Het beslisinstrument moet bepalen wat het juiste niveau van participatie is op basis van 'impact', maar er lijkt geen vaste normering voor 'hoog' of 'laag' impactniveau.

Door de meters in te vullen in het Beslisinstrument ontstaat een beeld van de aard en omvang van het initiatief of project en wat het effect hiervan kan zijn op de omgeving of samenleving.

VRAAG: Hoe wordt objectief vastgesteld wat de impact van een project is en welk participatieniveau daar dan bij hoort? Wordt dit vooraf vastgesteld, en zo ja: door wie en op basis van welke criteria?

Hoe intensief een participatietraject moet zijn hangt af van verschillende factoren. Het is geen platte optelsom. Maar factoren zoals, algemeen belang, impact, weerstand en maatschappelijke aandacht kunnen wel van belang zijn om een goede afweging te maken. Over het algemeen geldt: hoe hoger de ‘score’ op één of meer factoren, hoe meer inzet je zult moeten doen voor participatie. Door de meters met een projectteam of andere betrokkenen in te vullen, Eerst ieder apart en daarna onderling de scores vergelijken wordt een zo objectief mogelijk vastgesteld wat de impact van een project inclusief het niveau van participatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/3249/documents/62876