Beantwoording technische vragen SGP-fractie over Wijziging Reglement van Orde risicoanalyse integriteit wethouders (12).pdf
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen SGP-fractie over agendapunt 12 Wijziging Reglement van Orde risicoanalyse integriteit wethouders Raadscommissievergadering van: 11 - 11 - 2025
Vraag
Antwoord
In het RB staat: De burgemeester deelt de uitkomsten gedeeltelijk (conclusies, aanbevelingen en beheersmaatregelen) met de commissie onderzoek geloofsbrieven. Dit gebeurt door de commissie onder geheimhouding inzage te geven in de resultaten.
Dat doet de commissie onderzoek geloofsbrieven, overeenkomstig artikel 6 lid 5 en lid 2 van het Reglement van Orde.
Wie besluit in deze vorm of de wethouder wel of niet voor benoeming in aanmerking komt?
Bij de benoeming van een wethouder wordt overeenkomstig het eerste lid een commissie ingesteld die onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de artikelen 36a, 36b, 41b, eerste, derde en vierde lid, en 41c, eerste lid van de Gemeentewet. De werkwijze van deze commissie is overeenkomstig het tweede lid.
Artikel 6 lid 5 luidt:
Dit betekent dat de commissie toetst aan de volgende stukken:
ondertekende verklaring met de openbare betrekkingen die de kandidaat bekleedt;
uittreksel uit de basisregistratie personen met woonplaats, geboorteplaats en datum;
de gedragscode, waarin het onder andere gaat over de niet toegestane nevenfuncties (artikel 15, derde lid, van de Gemeentewet);
Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG).
Artikel 6 lid 2 luidt: De commissie brengt na haar onderzoek van de geloofsbrieven verslag uit aan de raad en doet daarbij een voorstel voor een besluit inzake toelating tot de raad. In het
Vraag
Antwoord
verslag wordt ook melding gemaakt van een minderheidsstandpunt. Is het volgens onze reglementen juist om deze verantwoordelijkheid bij een commissie geloofsbrieven neer te leggen? Zo ja, op welke grond? Zo nee, is het voorstel in het RV en RB juridisch houdbaar?
Ja, zie het antwoord op de vorige vraag. Het Handboek Integriteit voor politieke ambtsdragers van decentrale overheden van het Ministerie van BZK zegt hierover het volgende: De rol van de commissie geloofsbrieven is wettelijk verplicht (Artikel V 4 Kieswet) en de uitkomsten van een risicoanalyse kunnen relevant zijn voor haar werkzaamheden. De volksvertegenwoordiging voert altijd een onderzoek naar de geloofsbrieven uit. De meest gangbare vorm is de commissie geloofsbrieven die de raad adviseert over de toelating van nieuwe bestuurders. Dit kan zowel mondeling als schriftelijk.
U schrijft dat 2/3 van de gemeenten dit niet geregeld heeft. Is bekend waarom veel gemeenten die niet hebben?
Wij schreven “Circa 1/3 van de gemeenten heeft dit vastgelegd in het reglement van orde”. Dat is iets anders dan “2/3 van de gemeenten heeft dit niet geregeld”. Een op de acht (13%) gemeenten heeft de uitvoering van de risicoanalyse niet vastgelegd. Gemeenten die de uitvoering wel hebben vastgelegd, hebben dat op uiteenlopende wijze(n) gedaan. Het reglement van orde is de meest voorkomende manier (35%), gevolgd door vastlegging in een overeenkomst met het externe bureau (31%). In mindere mate maken gemeenten gebruik van een protocol, een afzonderlijk besluit of een verordening.1
Zijn er good practices of adviezen vanuit de VNG op dit thema?
Ja. De VNG verwijst o.a. naar het Handboek Integriteit voor politieke ambtsdragers van decentrale overheden van het Ministerie van BZK. Op de VNG-webpagina Kandidaatstelling en benoeming bestuurders is o.a. te lezen dat de raad bij de benoeming van wethouders het volgende moet beoordelen:
1
wettelijke benoembaarheidsvereisten
onverenigbare functies
https://www.kennisopenbaarbestuur.nl/site/binaries/site-content/collections/documents/2023/03/21/inventarisatie-risicoanalyse-integriteit-bij-kandidaat-wethouders/ Inventarisatie+risicoanalyse+integriteit+bij+kandidaat-wethouders.pdf
Vraag
Antwoord
een eventueel strafrechtelijk verleden (VOG)
Een commissie onderzoek geloofsbrieven kan de benoembaarheid van de kandidaten onderzoeken. De kandidaten leveren de commissie alle relevante informatie aan. De commissie brengt een schriftelijk beargumenteerd advies uit waarna de raad beslist over de toelating. Sommige gemeenten bieden kandidaat-bestuurders de mogelijkheid om de risico’s waar zij door nevenfuncties, financiële belangen en dergelijke mee te maken kunnen krijgen, door een organisatie op voorhand te laten beoordelen. In het Handboek Integriteit voor politieke ambtsdragers van decentrale overheden van het Ministerie van BZK is een heel hoofdstuk gewijd aan het proces van screening van kandidaat-bestuurders. Hierin staat: Het is verstandig om de werkwijze vast te leggen, met aandacht voor de voorbereiding, de uitvoering en de omgang met de resultaten voor en na benoeming.