Beantwoording technische vragen PRO Woudenberg agendapunt 9
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen PRO Woudenberg over agendapunt 9 Raadscommissie van: 16 juni 2026
Vraag
Antwoord
1.
In het rapport (Deel 4, blz. 23) en de inspraaknota (Hoofdstuk 3) wordt de sloopmetersystematiek aangepast voor agrarische gebieden met waarden, waarbij de maximale bebouwde oppervlakte voor niet-agrarische bedrijven als hoofdfunctie is beperkt tot 500 m² (in plaats van 1.000 m² in multifunctionele gebieden).
Hoe wordt de compensatie voor groencompensatie (25% van de benodigde sloopmeters) concreet berekend in deze gebieden? o Wordt hierbij uitgegaan van de gemiddelde sloopmeterprijs (zoals genoemd in het rapport, blz. 28) of een vaste waarde per m² groencompensatie? o Hoe wordt de "unieke natuurverbetering" (inspraakreactie 2.4.1, punt h) gewaarborgd, en wie toetst dit (gemeente, provincie, of externe partijen)?
- De groencompensatie is van toepassing in alle deelgebieden en kan ingezet worden als alternatief voor een functie waarvoor op eigen perceel te weinig sloopmeters beschikbaar zijn en men deze sloopmeters niet elders wil/kan kopen. De methodiek van de groencompensatie is in alle gebieden gelijk. De gemeenteraad heeft in september 2024 ingestemd met de methodiek die in dit beleid ook verwoord staat. Er wordt gekeken naar de gemiddelde actuele sloopmeterprijs zoals van toepassing tijdens de fase voor vooronderzoek (principe verzoek) en die wordt afgezet tegen de aantoonbare waarde van de groencompensatie. Het laatste bestaat uit de kosten voor de aanleg en de afwaardering van de waarde van de locatie.
2.
Het rapport (Deel 3, blz. 13) en de ambtshalve aanpassingen (Hoofdstuk 3, blz. 11) benadrukken dat bij locaties op de grens van deelgebieden de feitelijke beoordeling van de locatie en omgeving bepalend is voor het toepasselijke toetsingskader. Hoe wordt deze "feitelijke beoordeling" uitgevoerd in de praktijk?
o o o 3.
Wordt hierbij gebruikgemaakt van een checklist (bv. landschappelijke waarden, aanwezige bebouwing, verkeersintensiteit)? Wie voert deze beoordeling uit Hoe wordt voorkomen dat er willekeur ontstaat bij de indeling van locaties?
In het rapport (Deel 3, blz. 14-15) en het raadsvoorstel (blz. 3) wordt de
- De Unieke natuurverbetering waarover gesproken wordt in de inspraakreactie betreft het project beekherstel van de provincie. Borging van groen en natuurcompensatie moet altijd met een aanpassing van het omgevingsplan (functieverandering van agrarisch naar natuur). Deze planologische maatregel borgt samen met private afspraken dat de grond ook als natuur gebruikt zal worden. Toetsing ligt bij provincie en gemeente. De feitelijke beoordeling vindt plaats door een beoordeling van de aanwezigheid van functies in de omgeving op het moment van aanvraag en door toetsing van een aanvraag aan de regels en uitgangspunten voor beide deelgebieden. Om daarna gemotiveerd te bepalen welke regels het meest passend zijn.
De regels voor beide deelgebieden gelden dus als checklist De beoordeling zal ambtelijk plaatsvinden net als bij alle andere verzoeken en uiteindelijk onderdeel zijn van de besluitvorming. De nu opgenomen indeling vormt de basis en deelt de gebieden in. De regels van alle drie de deelgebieden zijn duidelijk en beschikbaar. Daarmee wordt willekeur voorkomen.
Leusden heeft deze zone geborgd in haar Omgevingsvisie. Voor Woudenberg en
Vraag
kernrandzone (250 m voor Leusden, 500 m voor Renswoude/Woudenberg) en zones langs hoofdontsluitingswegen genoemd als gebieden waar extra ontwikkelingsmogelijkheden gelden.
4.
Hoe wordt de juridische borging van deze zones gewaarborgd in het omgevingsplan? o Wordt de 250 m vs. 500 m discussie (inspraakreactie 2.2.2, punt a) opgelost door een gemeentelijke verordening of via een provinciale afstemming? o Hoe wordt voorkomen dat nieuwe aansluitingen op hoofdwegen (zoals de N224/N226) worden gemaakt, zoals gevraagd in de inspraakreactie van inwoners Noordoost Woudenberg (2.4.1, punt e)?
Antwoord
Renswoude is deze zone geborgd in de provinciale omgevingsverordening. In het proces om te komen tot het omgevingsplan voor het deelgebied Buitengebied zal worden bezien of opname in het gemeentelijk omgevingsplan wenselijk is. - Deze inspraakreactie heeft betrekking op Leusden, in Leusden is de kernrandzone opgenomen in de Omgevingsvisie en het omgevingsplan. De discussie daar kan worden opgelost door een aanpassing van het omgevingsplan. - De provincie is bevoegd gezag voor nieuwe aansluitingen op de provinciale wegen en als gemeente hebben wij een beleidskader voor nieuwe uitwegen op de andere wegen. Naast dit VAB-beleid zal op basis van de regels voor uitwegen beoordeeld worden of een nieuwe aansluiting op de hoofdweg mogelijk is. Overigens zien wij geen relatie tussen deze vraag en de aangehaalde inspraakreactie.
Toelating van nevenactiviteiten bij niet-agrarische bedrijven in Leusden vs. Renswoude/Woudenberg
Binnen Leusden was de wens om bij reguliere bedrijven in het buitengebied ook nevenfuncties toe te staan. In het bestemmingsplan van Renswoude en Woudenberg zijn nevenfuncties bij niet-agrarische bedrijven niet toegestaan.
Vraag: In het rapport (Deel 4, blz. 17-18) en de inspraaknota (Hoofdstuk 2.1.3, punt b) wordt een verschil gemaakt tussen Leusden (waar 1 nevenactiviteit is toegestaan bij niet-agrarische bedrijven) en Renswoude/Woudenberg (waar geen nevenactiviteiten zijn toegestaan).
Wij vonden het niet gepast en geen onderdeel van het hoofddoel van dit VAB-beleid om binnen dit beleid ook bij niet-agrarische bedrijven nevenfuncties toe te staan.
Hoe wordt dit verschil juridisch onderbouwd in het omgevingsplan? o Wordt hiervoor een afzonderlijke regeling opgesteld voor Leusden, of wordt dit geïntegreerd in het gemeenschappelijke VAB-beleid? o Hoe wordt voorkomen dat dit leidt tot ongelijke behandeling van ondernemers in de drie gemeenten?
- Er zijn vaker ruimtelijke regels die in de ene gemeenten iets anders zijn dan in een andere gemeente. Wij zijn van mening dat toestaan van nevenactiviteiten geen gevolgen hebben voor de concurrentiepositie van bedrijven.
5.
In het rapport (Deel 4, blz. 21-22) wordt gesteld dat in agrarische productiegebieden verblijfsrecreatie (met overnachtingsmogelijkheden) niet is toegestaan, terwijl dit in multifunctionele agrarische gebieden wel mag (max. 500 m²).
- U heeft recent het uitvoeringskader toezicht en handhaving vastgesteld, waarin de uitvoering en prioritering van het toezicht staat. Op het moment dat er aanwijzingen zijn (door verzoek om handhaving of eigen constatering van onze toezichthouders) vindt handhaving plaats.
Hoe wordt deze regel gehandhaafd in de praktijk?
- In het onderhavige beleid staat duidelijk dat dit alleen in Leusden van toepassing is, met de vaststelling en publicatie van dit beleid kan men in Leusden gebruik maken van die regeling.
- Bestaande legale verblijfsrecreatie op basis van bestemmingsplan of vergunning kan worden voortgezet, hier is geen overgangsrecht op van toepassing.
Vraag
Antwoord
o o
Wordt er een actief toezicht uitgeoefend op illegale verblijfsrecreatie (bv. Airbnb in omgebouwde schuren)? Hoe wordt omgegaan met bestaande verblijfsrecreatie die al voor 2026 was toegestaan (overgangsrecht)?
Overgangsrecht houdt in dat functie binnen afzienbare termijn zal stoppen. Het zijn legale en vergunde situatie met verkregen rechten, waar de vaststelling van dit beleid geen invloed op heeft.