Beantwoording technische vragen PRO Woudenberg agendapunt 12.pdf
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen PRO Woudenberg over agendapunt 12 Raadscommissie van: 16 juni 2026
Vraag
Antwoord
1.
Het college kan op dit moment geen exact onderscheid maken tussen een structureel en incidenteel deel van het tekort. De hoogte van de BUIG-uitgaven wordt in belangrijke mate bepaald door het aantal huishoudens met een bijstandsuitkering. Dit aantal fluctueert jaarlijks onder invloed van economische ontwikkelingen, de instroom van statushouders en de samenstelling van de doelgroep.
Kan het college inzichtelijk maken welk deel van het tekort structureel en welk deel incidenteel van aard is, en welke gevolgen dit heeft voor de begroting van de komende jaren?
Daarnaast wordt het BUIG-budget door het Rijk vastgesteld op basis van een verdeelmodel dat gebruikmaakt van historische gegevens. Hierdoor loopt de ontwikkeling van het budget niet altijd synchroon met de actuele ontwikkeling van het lokale bijstandsbestand. Een stijging van het aantal uitkeringen leidt daardoor niet direct tot een evenredige stijging van het BUIG-budget. Omdat op dit moment nog niet duidelijk is hoe het bijstandsbestand zich de komende jaren ontwikkelt, kan niet worden vastgesteld of sprake is van een structureel tekort. Het college volgt deze ontwikkeling nauwgezet en betrekt deze bij de jaarlijkse begroting en meerjarenraming. 2.
Hoe verhoudt de ontwikkeling van het aantal bijstandsgerechtigden en het tekort op het BUIG-budget zich tot vergelijkbare gemeenten?
Woudenberg is niet aangesloten bij een benchmark waarin de ontwikkeling van het aantal bijstandsgerechtigden en het BUIG-resultaat wordt vergeleken met vergelijkbare gemeenten. Het college beschikt daarom niet over gevalideerde vergelijkingsgegevens. Wel is bekend dat gemeenten die te maken krijgen met een relatief snelle groei van het bijstandsbestand vaker een tekort op het BUIG-budget zien ontstaan, omdat de Rijksvergoeding gebaseerd is op historische gegevens en daardoor vertraagd meebeweegt met de actuele ontwikkeling van het bestand. Daarbij speelt mee dat Woudenberg een relatief kleine gemeente is. Hierdoor kunnen beperkte mutaties in het aantal uitkeringen al leiden tot relatief grote procentuele schommelingen in zowel het bijstandsbestand als het BUIG-resultaat. Waar grotere gemeenten dergelijke ontwikkelingen vaak over een groter bestand kunnen spreiden, werken individuele instroom- en uitstroomgevallen in Woudenberg relatief sterker
Vraag
Antwoord
door in de cijfers.
3. Wat is de financiële prognose voor de komende drie jaar en verwacht het
college opnieuw een beroep te moeten doen op een vangnetuitkering? Zo ja, welke aanvullende maatregelen worden overwogen om dat te voorkomen?
De financiële prognose voor de komende jaren wordt jaarlijks verwerkt in de gemeentelijke begroting en meerjarenraming. Daarbij wordt rekening gehouden met de verwachte ontwikkeling van het aantal uitkeringen, de rijksbijdrage en de verwachte uitkeringslasten. Of in de komende jaren opnieuw een beroep op een vangnetuitkering nodig zal zijn, is op dit moment niet met zekerheid te zeggen. Dit hangt onder andere af van de ontwikkeling van het bijstandsbestand, economische omstandigheden en de hoogte van het toekomstige BUIG-budget. Het college blijft inzetten op maatregelen die bijdragen aan het beperken van de instroom en het vergroten van de uitstroom, waaronder intensieve begeleiding, participatie- en re-integratietrajecten, taalontwikkeling en de versterking van de samenwerking binnen het sociaal domein.