CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Beantwoording technische vragen CDA 12 Vangnetuitkering 2025 Participatiewet

Gemeenteraad 9 juli 2026, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 9: Vangnetuitkering 2025 Participatiewet922 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Beantwoording technische vragen CDA-fractie bij agendapunt 12 Vangnetuitkering 2025 Participatiewet Raadscommissievergadering van: 16-06-2026 Vraag

Antwoord

1.

De Toetsingscommissie beoordeelt of gemeenten voldoende inspanningen hebben geleverd om het beroep op de bijstand te beperken en of de getroffen maatregelen passend zijn gelet op de lokale situatie. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de beschrijving van de maatregelen, maar ook naar de onderbouwing van de effecten en de wijze waarop gemeenten sturen op de uitvoering.

De Toetsingscommissie stelt hoge eisen aan het uitgebreide verzoek. Als de onderbouwing van de maatregelen of hun effectiviteit onvoldoende wordt gevonden, kan de aanvraag (deels) worden afgewezen. Dit raakt direct de financiële dekking van het tekort. Welke onderdelen van de onderbouwing zijn volgens het college het meest kwetsbaar richting de Toetsingscommissie, en hoe wordt dat risico beperkt?

Het meest kwetsbare onderdeel van de aanvraag betreft niet zozeer de rechtmatigheid van de uitgaven, maar het aantoonbaar maken van de effectiviteit van maatregelen. Zeker bij maatregelen die zich richten op inwoners met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, zoals statushouders of inwoners met meervoudige problematiek, zijn resultaten vaak pas op langere termijn zichtbaar en moeilijk rechtstreeks toe te schrijven aan één specifieke interventie. Om dit risico te beperken is de aanvraag gebaseerd op een analyse van de ontwikkeling van het bijstandsbestand, de samenstelling van de doelgroep en de reeds ingezette maatregelen. Daarbij wordt inzichtelijk gemaakt welke inspanningen zijn verricht om uitstroom te bevorderen, welke aanvullende maatregelen zijn getroffen en hoe de gemeente samenwerkt met uitvoeringspartners zoals De Kleine Schans. Daarbij geldt dat veel maatregelen zich richten op inwoners met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt en daardoor een langdurige en intensieve inzet vragen van zowel de uitvoering als de beleidsorganisatie. Het gaat hierbij onder andere om begeleiding op het gebied van participatie, taalontwikkeling en re-integratie.

De effecten van deze maatregelen worden vaak pas op langere termijn zichtbaar en zijn niet altijd rechtstreeks toe te schrijven aan één specifieke interventie, terwijl de Toetsingscommissie juist nadrukkelijk kijkt naar de onderbouwing van de effectiviteit van de ingezette maatregelen. Daarnaast is de aanvraag zorgvuldig voorbereid aan de hand van de richtlijnen van de Toetsingscommissie en ervaringen uit eerdere vangnetaanvragen. Hiermee wordt beoogd een zo volledig mogelijke onderbouwing te bieden van zowel de oorzaken van

Vraag

Antwoord

het tekort als de getroffen maatregelen. 2.

Is samenwerking met CDKS voldoende om de structurele kwetsbaarheid op te lossen, of zijn aanvullende organisatorische keuzes nodig?

De samenwerking met Coöperatie De Kleine Schans is een belangrijke stap in het versterken van de uitvoeringskracht binnen het sociaal domein en draagt bij aan het eerder signaleren van ondersteuningsvragen, het integraal begeleiden van inwoners en het vergroten van de uitstroommogelijkheden richting participatie en werk. Tegelijkertijd is de ontwikkeling van het bijstandsbestand afhankelijk van meerdere factoren waarop de gemeente slechts beperkt invloed heeft, zoals economische ontwikkelingen, landelijke wet- en regelgeving, de taakstelling voor statushouders en de samenstelling van de doelgroep. Daarom kan niet worden gesteld dat de samenwerking met CDKS op zichzelf voldoende is om alle structurele kwetsbaarheden weg te nemen. Het college ziet de samenwerking met CDKS als een belangrijk onderdeel van de aanpak. Tegelijkertijd wordt voortdurend gekeken welke aanvullende maatregelen en organisatorische keuzes nodig zijn om de instroom te beperken, de uitstroom te vergroten en inwoners sneller en beter te ondersteunen. De huidige vangnetaanvraag en de daarin opgenomen maatregelen maken onderdeel uit van deze bredere ontwikkeling. Op dit moment wordt bovendien verkend welke aanvullende maatregelen nodig zijn om onder andere de structurele kwetsbaarheid op te lossen.

3.

Het project Taalmaatjes is deze maand gestart. Hoeveel inwoners van Woudenberg zullen hier gebruik van gaan maken? Is er al een lijst wie het aangeboden gaat krijgen? Zijn er voldoende vrijwilligers?

Het project Taalmaatjes van Humanitas is recent gestart. Op dit moment is nog niet exact aan te geven hoeveel inwoners uit Woudenberg hiervan gebruik zullen maken. De verwachting is dat het project met name van meerwaarde kan zijn voor inwoners die ondersteuning nodig hebben bij het oefenen van de Nederlandse taal en het vergroten van hun participatie in de samenleving. Er is op dit moment nog geen definitieve lijst van inwoners die aan een taalmaatje worden gekoppeld. Verwijzing vindt plaats op basis van de individuele ondersteuningsbehoefte van inwoners en de beschikbare capaciteit binnen het project. Uit signalen vanuit de uitvoering blijkt dat er momenteel nog behoefte is aan extra vrijwilligers om voldoende koppelingen tussen taalmaatjes en deelnemers te kunnen realiseren. Daarnaast wordt op dit moment verkend hoe het project Taalmaatjes zich verhoudt tot bestaande taalinitiatieven, zoals het taalcafé, zodat inwoners zo goed

Vraag

Antwoord

mogelijk kunnen worden ondersteund bij hun taalontwikkeling en participatie. Wij zijn samen met Humanitas en betrokken partners hierover met elkaar in gesprek om de samenwerking en doorverwijzing verder vorm te geven. 4.

Met welke partners is er een samenwerking om taalachterstand vroeg te signaleren en die het taalmaatjesproject aan zullen bevelen?

Taalachterstanden worden op verschillende momenten en door verschillende organisaties gesignaleerd. Binnen Woudenberg vindt dit onder andere plaats door de klantmanagers inkomen, inburgering en participatie, tijdens intakegesprekken, voortgangsgesprekken en begeleidingstrajecten. Daarnaast zijn verschillende maatschappelijke partners betrokken bij het ondersteunen van inwoners bij taalontwikkeling, waaronder Humanitas, het Taalcafé, het Taalhuis/Bibliotheek Eemland, Integratiewerk en aanbieders van inburgeringstrajecten. Vanuit hun contact met inwoners kunnen zij signaleren dat aanvullende taalondersteuning wenselijk is en inwoners wijzen op het project Taalmaatjes. Nu het project Taalmaatjes recent is gestart, wordt de samenwerking tussen de betrokken partners verder vormgegeven. Daarbij wordt ook bekeken hoe signalering, doorverwijzing en aansluiting op bestaande taalinitiatieven zo goed mogelijk kunnen worden georganiseerd, zodat inwoners tijdig passende ondersteuning ontvangen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/4287/documents/77278