CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

5.b Ontwerp Warmteprogramma Woudenberg.pdf

Raadscommissie 16 juni 2026, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken7.460 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Warmteprogramma Woudenberg 2026 – 2036

Samenvatting Ambitie: aardgasvrij Woudenberg in 2050 In Woudenberg willen we onze bijdrage leveren aan een leefbare en duurzame toekomst. Dit betekent onder andere dat we werken aan het terugdringen van onze broeikasgasuitstoot om klimaatverandering te voorkomen, zoals in het mondiale en Nederlandse klimaatakkoord is afgesproken. Ons doel is om, in lijn met de landelijke afspraken, in 2050 geen aardgas meer te gebruiken voor de verwarming van woningen en bedrijven.

georganiseerd voor dit warmteprogramma, kwamen zorgen over kosten duidelijk naar voren. Daarom hebben we per gebied gekeken welke warmtetechniek het goedkoopst is. Wanneer het verschil groter is dan 20% dan de daaropvolgende, hebben we een warmtetechniek toegewezen aan een gebied (zie volgende pagina). Uitvoerbaarheid is ook een belangrijk uitgangspunt. We hebben daarom alleen warmteoplossingen meegenomen die technisch voldoende warmteaanbod opleveren. Ook houden we rekening met natuurlijke momenten voor woningeigenaren om aanpassingen in hun woningen te doen. Denk aan verbouwingen of het moment dat de cv-ketel moet worden vervangen.

Rol warmteprogramma In dit warmteprogramma beschrijven we hoe we de warmtetransitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving voor ons zien. Het warmteprogramma is daarmee de opvolger van de Transitievisie Warmte (TVW) die we in 2021 opstelde. In dit warmteprogramma verwerken we de laatste inzichten en maken we concreter hoe de transitie er per gebied uit zal zien. Daarbij realiseren we ons dat de tijd tot 2050 nog lang is, maar de ontwikkelingen snel gaan. We herzien het warmteprogramma daarom iedere vijf jaar om bij te kunnen sturen indien nodig. Vanaf 2030 werken we plannen per gebied verder uit in wijkuitvoeringsplannen. Hierin leggen we precies vast wanneer en hoe een gebied van het aardgas af gaat. Deze wijkuitvoeringsplannen zullen we samen met inwoners, bedrijven en uitvoeringspartners opstellen.

Leefbaarheid is in de participatie ook meermaals als uitgangspunt benoemd. Met name betreft geluidsoverlast houden we hier rekening mee door breder te kijken naar individuele oplossingen dan alleen de lucht-waterwarmtepomp. Inzet komende jaren: isoleren De warmtetransitie vraagt om een lange adem. De ambitie tot 2050 is nog ver weg, maar de benodigde ingrepen zijn fors. Niet alles kan tegelijkertijd. Het daadwerkelijk dichtdraaien van de aardgaskraan in Woudenberg verwachten we de komende jaren nog niet. Wel is het belangrijk om woningen en andere gebouwen voor te bereiden op deze stap door isolatiemaatregelen te nemen. Deze isolatiemaatregelen zorgen ervoor dat het wooncomfort verbeterd en de energierekening verminderd. Ook verminderen we hiermee onze broeikasgasuitstoot. Als gemeente ondersteunen we de komende jaren inwoners en bedrijven bij het isoleren van hun woning of gebouw. De doelen van dit warmteprogramma zijn dan ook:

Uitgangspunten en werkwijze om tot een voorkeur te komen Woudenberg is ingedeeld in gebieden die betreft kenmerken van gebouwen vergelijkbaar zijn. Zo is zoveel mogelijk rekening gehouden met de specifieke situatie om tot een voorkeur voor een warmteoplossing te komen. De gebieden moeten daarbij groot genoeg zijn om voldoende schaal te creëren.

• Er zijn geen woningen met een energielabel E, F of G meer in 2030. • Eén derde van de woningen met een label C of D wordt geïsoleerd. • Van utiliteitsbouw is 25% van de gebouwen met een label D of slechter verduurzaamd.

Betaalbaarheid van de warmtetransitie hanteren we als belangrijk uitgangspunt. Ook in de bijeenkomsten met inwoners en de online vragenlijst die zijn [2]

Toekomstbeeld: warmteoplossing per gebied De kaart hiernaast laat de voorziene warmtetechniek(en) per gebied zien. Deze gebieden kunnen ook gezien worden als de warmtekavels van de gemeente Woudenberg. De voorziene oplossing betreft het eindbeeld voor 2050. Wel blijven we zoeken naar alternatieve warmtebronnen. Voor de meeste gebieden is een overstap naar een individuele volledig elektrische oplossing het meest voordelig. Maar de komende jaren is, vanwege netcongestie, grootschalige inzet op volledig elektrische warmteoplossingen nog niet mogelijk. Isoleren kan al wel en is ook nodig om deze overstap uiteindelijk te maken. Daar zullen we dan ook de komende jaren op inzetten. Ook houden we ontwikkelingen in de gaten, zodat we kunnen bijsturen wanneer wenselijk. Voor een aantal gebieden en het buitengebied passen we maatwerk toe: elektrisch wanneer mogelijk, groengas wanneer nodig. Voor drie gebieden, de Grift-Oost, Nico Bergsteijn en het centrum, voeren we nader onderzoek uit, omdat de verschillen tussen een collectieve of

individuele oplossing klein zijn en we ruimte willen houden om in de toekomst netbewust onze warmtebehoefte in te vullen.

[3]

Inhoud Samenvatting ..................................................................................................... 2 1. Inleiding ......................................................................................................... 5 1.1. Waarom een warmteprogramma? ............................................................ 5

3.2. Overzicht van de plannen ........................................................................12 4. Aanpak per gebied ........................................................................................13 4.1. De Grift-Oost, Nico Bergsteijn en Centrum ...............................................13

1.2. Over dit warmteprogramma ..................................................................... 6 1.3. Lokale context .......................................................................................... 6

4.2. Andere gebieden m.u.v. buitengebied, bedrijventerrein en al aardgasvrije gebieden .......................................................................................................14

1.4. Totstandkoming warmteprogramma ......................................................... 7

4.3. Buitengebied...........................................................................................15

1.5. Leeswijzer ................................................................................................ 7

4.4. Bedrijventerrein ......................................................................................16

2. Uitgangspunten .............................................................................................. 8 2.1. Leidende principes voor keuzes ................................................................ 8

5. Uitvoeringsplan 2026 – 2031 .........................................................................18 5.1. Activiteiten .............................................................................................18

2.2. Rolinvulling en betrokkenheid................................................................. 10

5.2. Capaciteit en middelen ...........................................................................19

2.2.1. De rol van de gemeente ................................................................... 10

6. Monitoring en evaluatie ................................................................................21 6.1. Monitoring..............................................................................................21

2.2.2. Meenemen van betrokkenen ........................................................... 10

6.2. Evaluatie en herijking warmteprogramma ...............................................21

3. Aanpak voor heel Woudenberg .................................................................... 11 3.1. Verwachte resultaten van het warmteprogramma................................... 11

[4]

1. Inleiding In dit hoofdstuk beschrijven we de aanleiding van het warmteprogramma en hoe dit is vastgelegd in beleid en afspraken. Ook leggen we uit wat er in het warmteprogramma staat en wat de lokale context is. Vervolgens beschrijven we de totstandkoming van het warmteprogramma.

bedrijfspanden. Wij, als gemeente, spelen een belangrijke rol in deze warmtetransitie. In dit programma geven we daar richting aan. Beleid en afspraken warmteprogramma Gemeente Woudenberg sluit aan bij de landelijke ambitie uit het Klimaatakkoord waarbij we als gemeente in 2050 geen CO2 meer uitstoten en zijn gestopt met het gebruik van aardgas en in 2030 49% minder uit te stoten. In 2024 was de uitstoot met 32% afgenomen.

1.1. Waarom een warmteprogramma? In 2015 is in Parijs afgesproken dat Nederland samen met 194 landen afspraken maakt om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen om klimaatverandering tegen te gaan. Nederland heeft in 2019 in het Klimaatakkoord vastgelegd hoe ze die doelen wil bereiken. Eén van de onderdelen daaruit is dat uiterlijk in 2050 alle gebouwen op een alternatieve, duurzame manier moeten worden verwarmd en er geen aardgas meer wordt gebruikt. Momenteel wordt aardgas nog gebruikt voor het verwarmen van gebouwen en tapwater, en om te koken.

Om dit te bereiken is afgesproken dat gemeenten voor 1 januari 2022 een Transitievisie Warmte (TVW) vaststelden en deze elke vijf jaar actualiseren. De gemeenteraad van Woudenberg heeft op 25 november 2021 de TVW vastgesteld met als doel tot 2030 in te zetten op het besparen van aardgas door het stimuleren van isolatiemaatregelen. Inmiddels is de afspraak om een TVW te hebben ook geformaliseerd in de Omgevingswet (via Wet gemeentelijk instrumentarium warmtetransitie (Wgiw)) in de vorm van een warmteprogramma.

Naast dat het gebruik van aardgas zorgt voor de uitstoot van broeikasgassen, zorgt het voor afhankelijkheid van het buitenland. In Nederland wordt namelijk geen aardgas meer gewonnen. Hierdoor moeten we al het aardgas importeren uit het buitenland, zoals de Verenigde Staten, Rusland of uit landen in het Midden-Oosten. Een alternatieve manier van verwarmen kan de afhankelijkheid van deze landen voor energie verkleinen. Ook hebben we dan minder last van prijsschommelingen op de mondiale markten, waardoor we energiearmoede kunnen terugdringen. Ook het isoleren van woningen helpt om energie en kosten te besparen.

In het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw) is uitgewerkt waar het warmteprogramma aan moet voldoen. Hierin is ook opgenomen dat gemeenten de bevoegdheid hebben om gebieden (warmtekavels) aan te wijzen die op een alternatieve manier verwarmd gaan worden. Hier wordt op een bepaalde datum geen aardgas meer geleverd. Deze aanwijsbevoegdheid moet in het warmteprogramma ruim voor toepassing worden aangekondigd.

Om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen en minder afhankelijk te worden van gasimport, werken we toe naar duurzame alternatieven. Denk aan betere isolatie, warmtepompen en warmtenetten met een duurzame bron. Dit vraagt om grote veranderingen in de infrastructuur, maar ook in woningen en

Het warmteprogramma is een verplicht programma onder de Omgevingswet. De bevoegdheid tot vaststelling ligt bij het college. Dit warmteprogramma heeft een looptijd van 2026-2036 en wordt elke vijf jaar geactualiseerd. [5]

1.2. Over dit warmteprogramma

1.3. Lokale context

Doel warmteprogramma Het doel van het warmteprogramma is om in beeld te brengen hoe we kunnen overstappen van aardgas op een duurzaam alternatief voor warmte. Per gebied is een aanpak beschreven voor het toekomstige warmtealternatief die de voorkeur heeft. Inwoners en bedrijven kunnen hun eigen verduurzamingskeuzes op deze inzichten afstemmen. Ook partners kunnen hiermee rekening houden in hun plannen, zoals de woningcorporatie en netbeheerder.

Voorafgaand onderzoek Voor dit programma is gebruik gemaakt van lopende ontwikkelingen en beschikbaar onderzoek. Denk aan verkenningen naar warmtebronnen in de regio. Onder andere aquathermie uit het Valleikanaal 1, riothermie2 en geothermie regio Amersfoort3 zijn verkend. Momenteel loopt ook een onderzoek naar warmte uit de Grift (aquathermie) door energiecoöperatie ZonopWoudenberg. Netcongestie Momenteel speelt er in de hele gemeente (en breder in Nederland) netcongestie. Voor de regio waar Woudenberg in valt geldt dat sprake is van met name congestie in het netwerk van de landelijke netbeheerder Tennet. Voor een oplossing is Woudenberg daarom afhankelijk van Tennet en de regionale netbeheerder Stedin. De verwachting van netbeheerder Stedin is dat dit tot minimaal 2033 duurt en mogelijk langer. Dat betekent dat nieuwe aansluitingen op het net niet vanzelfsprekend zijn en een grootschalige overstap op een elektrische manier van verwarmen voor die tijd niet mogelijk is.

Veranderingen ten opzichte van de TVW Dit warmteprogramma is de opvolger van de TVW. In de TVW is een eerste route naar een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050 in beeld is gebracht. In dit programma is per gebied concreet benoemd welke alternatieve wijze van verwarmen wanneer wordt verwacht. Om tot de best passende oplossing te komen is het belangrijk dat gebieden bestaan uit vergelijkbare woningen/gebouwen. Daarom hebben we geanalyseerd wat de samenstelling van gebieden het beste kan zijn. Met deze inzichten is een nieuwe gebiedsindeling toegepast. Deze gebiedsindeling is gekozen op basis van gebiedskenmerken, zoals energielabels, warmtevraag en warmtevraagdichtheid. Zie bijlage I deel A voor de gebiedsanalyse.

MER-beoordeling Wanneer wordt verwacht dat plannen een effect op het milieu hebben, is een milieueffectrapportage (MER) verplicht. De aanleg van een warmtenet en/of collectieve warmtebronnen kan zo’n effect hebben. Momenteel is het echter nog onzeker of een warmtenet een technisch en financieel haalbare oplossing is voor (een deel van) Woudenberg. De haalbaarheid van een warmtenet heeft dus gevolgen voor de MER-plicht. Daarom hebben we nu nog geen MER opgesteld.

Uitvoeringsplan(nen) en wijziging Omgevingsplan In dit warmteprogramma zijn nog geen gebieden geselecteerd waar de aanwijsbevoegdheid wordt ingezet. Dat komt omdat het op basis van de huidige inzichten niet de verwachting is dat er in de komende tien jaar in gebieden kan worden gestopt met de levering van aardgas. Er vinden daarom nog geen wijzigingen in het Omgevingsplan plaats op basis van dit warmteprogramma.

1 Zie TEO-potentiestudie Valleikanaal: Hoe te verdelen? Syntraal, 25 februari 2025.

3 Zie Regionaal onderzoek potentie geothermie regio Amersfoort. IF, 27 februari 2026.

2 Zie Haalbaarheid riothermie voor De Olijfboom in Woudenberg. Syntraal, 31 oktober 2023.

[6]

participatie georganiseerd. Er zijn onder andere inwonersbijeenkomsten en een bijeenkomst met ondernemers op het bedrijventerrein geweest. Ook is er een online vragenlijst uitgezet. De uitkomsten van het participatietraject zijn opgenomen in het participatieverslag (zie Bijlage II). Op basis van de analyses en de resultaten van de participatie is het ontwerp-warmteprogramma uitgewerkt.

1.4. Totstandkoming warmteprogramma Het warmteprogramma is tot stand gekomen via een stapsgewijs proces. Eerst is de TVW geëvalueerd (zie bijlage III) en zijn verkennende gesprekken gevoerd met stakeholders. Deze eerste fase bood inzicht in de voortgang van de warmtetransitie, de belangrijkste aandachtspunten en kansen voor verdere uitwerking.

1.5. Leeswijzer

Vervolgens is een gebiedsverkenning uitgevoerd (zie bijlage I, deel A). Daarbij is de gebouwde omgeving in kaart gebracht en geanalyseerd. Tegelijkertijd zijn potentiële warmtebronnen in beeld gebracht die een rol kunnen spelen in de toekomstige warmtevoorziening. Het bedrijventerrein is hierbij afzonderlijk geanalyseerd. Voor dit gebied is een apart technisch plan van aanpak opgesteld, waarin de specifieke warmtevraag en mogelijke oplossingsrichtingen zijn onderzocht. Op basis van deze eerste analyses is een uitgangspuntennotitie opgesteld.

Hoofdstuk 2 beschrijft de uitgangspunten op basis waarvan de aanpak voor de warmtetransitie in Woudenberg is gebaseerd. Hoofdstuk 3 beschrijft de aanpak voor heel Woudenberg waarna hoofdstuk 4 specifieker ingaat op de verschillende gebieden. Hoofdstuk 5 gaat in op de activiteiten die we de komende vijf jaar ondernemen om uitvoering te geven aan het warmteprogramma. Tot slot geeft hoofdstuk 6 weer hoe het warmteprogramma gemonitord en geëvalueerd wordt. In drie aparte bijlagen staan de technische analyse die gebruikt is om tot voorkeursoplossingen voor warmtealternatieven te komen (bijlage I), het participatieverslag (bijlage II) en de evaluatie van de TVW (bijlage III) beschreven.

Vervolgens zijn verschillende warmtescenario’s geanalyseerd (zie bijlage I, deel B). Daarbij zijn de haalbaarheid en betaalbaarheid van mogelijke warmteoplossingen en warmtebronnen doorgerekend. Voor enkele gebieden is een afwegingskader onderzocht om tot een voorkeursoplossing te komen. Na de uitkomsten van de technische analyse, is een communicatie- en participatieplan opgesteld en vastgesteld. Hiermee is het vervolgproces richting inwoners, ondernemers en andere betrokkenen vormgegeven. Daarna is de

[7]

2. Uitgangspunten In dit hoofdstuk beschrijven we de kaders die de basis vormen van het warmteprogramma en toekomstige keuzes.

warmteoplossing realistisch en betaalbaar moet zijn. Ook uit de participatie volgt dat kosten als belangrijkste factor worden gezien. We kiezen daarom per gebied voor de warmteoplossing met de laagste totale nationale kosten (TNK) op basis van de scenariostudie voor verschillende warmteoplossingen. In bijlage I, deel B hebben we de TNK toegelicht.

2.1. Leidende principes voor keuzes We hebben uitgangspunten geformuleerd op basis van de ervaringen met de uitvoering van de TVW, de technische analyse en het participatietraject.

Om extra zicht te houden op de betaalbaarheid, hebben we de eindgebruikerskosten ook in beeld gebracht en voor zover mogelijk vergeleken met de huidige kosten voor verwarming. Ook dit is in bijlage I, deel B toegelicht. Als het verschil in kosten tussen twee of meer warmteoplossingen groter dan 20% is, dan selecteren we de goedkoopste oplossing in beginsel als voorkeursoplossing.

Nieuwe gebiedsindeling Op basis van de verkenning hebben we een aangepaste gebiedsindeling gemaakt. We doen dit, omdat het voor het bepalen van een geschikt warmtealternatief handig is om gebouwen met hetzelfde bouwjaar, warmtevraag of energielabel in hetzelfde gebied op te nemen. Bij het komen tot de gebiedsindeling hebben we de balans bewaakt tussen clustering van vergelijkbare objecten betreft bouwjaar, warmtevraag(dichtheid) en energielabel, en voldoende omvang van de clusters om collectieve oplossingen voldoende schaal te geven. Gebieden waar geen aardgas wordt geleverd hebben we apart gehouden. Bijlage I.A bevat de gebiedsanalyse.

Uitvoerbaarheid Naast betaalbaarheid is het belangrijk dat de warmtetransitie technisch en praktisch uitvoerbaar is. Qua technische uitvoerbaarheid hebben we een uitgebreide analyse van de verschillende potentiële warmteoplossingen en de bestaande woningen uitgevoerd. Hiermee is bepaald welke techniek wel en niet haalbaar is. Ook houden we rekening met maatwerk in gebieden waar woningen niet eenvoudig te verduurzamen zijn, zoals in het buitengebied.

Woudenberg kent een uitgebreid buitengebied met voornamelijk losstaande woningen en boerderijen. Drie gebieden in het buitengebied specificeren we apart. Dit gaat om het gebied met een zorginstelling en een recreatiepark aan de westkant van de gemeente, een mogelijk toekomstig bedrijventerrein aan de zuidoostkant en een gebied langs Ekris aan de noordkant van de gemeente. We benoemen deze gebieden apart omdat dit het meest dichtbebouwd is in het buitengebied. Dit vergroot de mogelijkheid voor collectieve oplossingen.

Betreft praktische haalbaarheid hebben we oog voor logische momenten voor woningeigenaren om ingrepen in hun woning te doen. Denk aan vervanging van de cv-ketel of een verhuizing en/of verbouwing. Dit geldt ook voor de combinatie van verduurzamingsacties met andere werkzaamheden of ingrepen in de wijk. Leefbaarheid Op basis van de participatie hebben we leefbaarheid als uitgangspunt toegevoegd. Onder leefbaarheid verstaan we bijvoorbeeld de overlast die warmteoplossingen opleveren zoals werkzaamheden of geluid. De reden om leefbaarheid toe te voegen zijn de zorgen die zijn geuit over geluidsoverlast van warmtepompen.

Betaalbaarheid overstap Zowel landelijk in het Klimaatakkoord als door de gemeente Woudenberg in de TVW, is het uitgangspunt genoemd dat de overstap naar een alternatieve [8]

Welke warmteoplossingen zijn onderzocht en welke niet? Om te komen tot een vergelijking van verschillende warmteoplossingen nemen we de volgende alternatieven wel of niet mee.

Wel

Warmtebron Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) Thermische Energie uit Afvalwaterzuivering (TEA) Restwarmte (van bedrijven)

Wijze van levering Warmtenet MT, LT en ZLT

Zonthermie op veld

Warmtenet MT, LT en ZLT

Warmtenet MT, LT en ZLT Warmtenet MT, LT en ZLT

Warmte Koude Opslag (WKO) + drycoolers Collectieve luchtwarmtepompen Individuele lucht-warmtepomp Individuele bodem warmtepomp Thermische energie uit drinkwater (TED)

Warmtenet MT, LT en ZLT Individueel Individueel Warmtenet MT, LT en ZLT

Thermische energie uit rioolgemaal

Toelichting De potentie met WKO is 55 TJ/jaar voor het Valleikanaal en minder voor de Grift. RWZI op het bedrijventerrein.

Bron/onderzoek TEO-potentiestudie Valleikanaal: Hoe te verdelen, Syntraal (25 feb 2025) Warmteatlas (openbare data)

Op het bedrijventerrein is een koelhuis met laagtemperatuur restwarmte met WKO is <7 TJ/jaar). Aan de zuidkant van het centrum loopt een initiatief voor zon op land. Voor WKO’s in Woudenberg is er een potentie van 1500 – 2000 GJ per hectare per jaar.

Warmteatlas (openbare data)

Kan altijd meegenomen worden. Kan altijd meegenomen worden. Kan meegenomen worden waar ondergrond geschikt is. Geen potentie.

Syntraal omgevingswarmte (openbare data) Haalbaarheid riothermie voor De Olijfboom in Woudenberg, Syntraal (31 okt 2023) -

Technische potentie uit het gemaal Heijgraeff in combinatie met WKO is <0,85 TJ/jaar. Dat is een heel beperkte potentie.

Zonthermie op dak

Warmtenet MT, LT en ZLT

(Diepe) geothermie

Warmtenet MT, LT en ZLT

Collectieve bodemwarmtepomp Hybride warmtepomp met aardgas Andere individuele elektrische oplossingen zoals infraroodpanelen of airco Biogas/groengas/waterstof

Warmtenet MT, LT en ZLT

Niet

Individueel Bestaand gasnet

Complexe bron; overige warmtebron opties zijn makkelijker en minder duur. Er is potentie (ongeveer 10 MWth met 60°C op 1400 m diepte), maar het potentiële afzetgebied is te klein. (Diepe) geothermie is duur per boring en daarom alleen op grote schaal rendabel. Zijn altijd duurder dan collectieve luchtwarmtepomp. Geen eindoplossing. Over het algemeen duurder dan warmtepomp. Vanuit het Rijk is meegegeven dat er onvoldoende aanbod van biogas/groengas wordt verwacht om hier grootschalig op in te zetten. Dit kan wel in maatwerkgevallen als oplossing dienen.

[9]

-

Regionaal onderzoek potentie geothermie regio Amersfoort, IF (27 feb 2026) Biomassa is uitgesloten in WGIW en geen subsidie als basisbron.

2.2. Rolinvulling en betrokkenheid De warmtetransitie is een opgave die we in samenwerking moeten aanpakken. Hier beschrijven we de rol van de gemeente en hoe we betrokkenen meenemen.

Inwoners van Woudenberg

2.2.1. De rol van de gemeente

We willen als gemeente verschillende rollen vervullen in de warmtetransitie: • Faciliteren: informatievoorziening en duidelijkheid geven. • Stimuleren en aanjagen: ondersteunen bij het nemen en financieren van maatregelen en initiatieven. • Verbinden: tussen partners en tussen initiatieven en mogelijke deelnemers.

Woudenbergse ondernemers

In deze fase zien we als gemeente (nog) geen uitvoerende rol. Dit heeft mede te maken met het feit dat er niet direct zicht is op een collectieve warmteoplossing.

Netbeheerder Stedin (+Tennet)

2.2.2. Meenemen van betrokkenen

Verwachtingsmanagement Bij het opstellen van het warmteprogramma, maar ook voor de toekomstige uitvoering van de warmtetransitie, wordt er duidelijk gecommuniceerd over hoe betrokkenen kunnen participeren. Vanaf het begin leggen we duidelijk uit waarover inbreng mogelijk is en welke invloed hun inbreng heeft. Naar verwachting zal de keuzevrijheid in warmteoplossingen in Woudenberg beperkt zijn. Dat moet transparant worden gecommuniceerd om realistische verwachtingen te scheppen.

Woningbouwcorporatie Omnia

Onnodige inzet voorkomen Vanwege netcongestie is de kans groot dat in veel gebieden de daadwerkelijke stap naar aardgasvrij nog een tijd op zich wachten. We zijn transparant over wat wel op kortere termijn kan. We bieden betrokkenen duidelijk handelingsperspectief van wat er nu al mogelijk is en wat mogelijk is in de toekomst. Dit voorkomt dat er inzet wordt verricht die later ongunstig zou kunnen zijn.

Maatschappelijke initiatieven in de gemeente

[10]

worden geconfronteerd met de gevolgen van de warmtetransitie, omdat hun woningen moeten worden verduurzaamd. We betrekken hen daarom uitgebreid bij het komen tot wijkuitvoeringsplannen en geven hen de ruimte om hun tempo te bepalen. Tegelijkertijd geeft de gemeente duidelijkheid welke datum hun woning uiterlijk van een alternatief voor aardgas moet zijn voorzien. merken, net als inwoners, de warmtetransitie in de praktijk. Ook hen zullen we uitgebreid betrekken bij het opstellen van wijkuitvoeringsplannen en informeren we tijdig over de toekomstige warmtevoorziening van hun gebouw. heeft een belangrijke rol om de netcapaciteit te verzorgen waardoor de warmtetransitie in praktijk mogelijk is. We verwachten dat plannen voor netverzwaring worden nagekomen, zodat we over en weer een betrouwbare partner in de warmtetransitie kunnen zijn. is als eigenaar van een deel van de woningen een belangrijke partner om te verduurzamen. We zoeken daarom periodiek afstemming op over het tempo en de plannen. Waar mogelijk trekken we samen op om dit in buurten gezamenlijk te doen. Omnia is daarom ook betrokken bij het opstellen van het warmteprogramma en later bij het opstellen van wijkuitvoeringsplannen voor wijken waar Omnia bezit heeft. zoals ZonopWoudenberg en Stichting Duurzaam Woudenberg hebben een breed netwerk in de gemeente.

Ook ondersteunen ze initiatieven om verduurzaming te versnellen. Ze zijn betrokken geweest bij het uitwerken van het warmteprogramma en worden betrokken bij het opstellen van wijkuitvoeringsplannen.

3. Aanpak voor heel Woudenberg In dit hoofdstuk benoemen we wat we doen om de warmtetransitie in heel Woudenberg een stap verder te brengen, zodat we niet stil blijven staan in tijden van netcongestie. We benoemen eerst welke doelen we nastreven. Daarna beschrijven we de plannen zelf. In hoofdstuk 4 zoomen we vervolgens in op de aanpak voor specifieke gebieden.

doelstellingen op het gebied van isolatie sluiten we aan bij het nationale Programma versnelling verduurzaming gebouwde omgeving. Dit betekent dat alle woningen met een energielabel van E, F of G worden uitgefaseerd in uiterlijk 2030. 4 Voordat een stap naar een volledig elektrische warmteoplossing mogelijk is, moet een woning label A of B hebben. 5 Om met een volledig elektrische oplossing aardgasvrij te worden, zullen woningen met een label C of D dus qua isolatiegraad uiterlijk in 2050 verbeterd moeten zijn naar label A of B. We hebben het hier bewust over de isolatiegraad, omdat zonnepanelen en een hybride warmtepomp ook effect hebben op het energielabel, maar uiteindelijk niet bepalen of een woning voldoende geïsoleerd is om comfortabel te verwarmen met een warmtepomp. Met de uitvoering van dit warmteprogramma willen we het eerste deel van deze isolatieopgave aanpakken.

3.1. Verwachte resultaten van het warmteprogramma We hebben een uitgebreide analyse gemaakt van de meest haalbare en betaalbare warmteoplossing per gebied in Woudenberg. In bijlage I is deze analyse opgenomen. Hieruit volgt dat voor de meeste gebieden in Woudenberg een individuele elektrische warmteoplossing in 2050 het meest haalbaar en betaalbaar is.

Doelstelling. De doelen van dit warmteprogramma zijn: • Er zijn geen woningen met een energielabel E, F of G meer in 2030. Dit betekent dat ongeveer 900 woningen moeten worden geïsoleerd. • Van de in totaal bijna 2.000 woningen met een label C of D is één-derde geïsoleerd naar een label B of beter. • Voor utiliteitsbouw zetten we in om gebouwen met een label D of slechter te verduurzamen. Dit zijn er momenteel 103. In de komende uitvoeringsperiode is hiervan 25% verduurzaamd tot label B of beter.

Vanwege de beperkingen als gevolg van netcongestie (zie hoofdstuk 1), is een grootschalige transitie naar volledig elektrische oplossingen tussen nu en 2032/2033 nog niet mogelijk. Het is nog onzeker hoe snel dit daarna wel mogelijk is. We stellen daarom in dit warmteprogramma, met een looptijd van vijf jaar, geen doelen voor het realiseren van een concreet aantal aardgasvrije woningen. Wel richten we ons op isolatie. Dit is nodig om woningen klaar te maken om de stap naar een volledig elektrische warmteoplossing te kunnen maken. Betreft

4 Zie

5 Dit is afhankelijk van onder meer aanwezigheid van zonnepanelen en precieze kenmerken van de woning maar kan als richtinggevend worden aangehouden.

Programma versnelling verduurzaming gebouwde omgeving: Beleidsprogramma versnelde verduurzaming gebouwde omgeving | Home | Volkshuisvesting Nederland

[11]

3.2. Overzicht van de plannen In de figuur is per gebied aangegeven welke warmtetechniek(en) wordt voorzien als eindoplossing. We onderscheiden daarbij vier type gebieden: • Gebieden die al aardgasvrij zijn (blauwe kleur op de kaart). Hier is geen inzet meer nodig. • Gebieden waar nog niet duidelijk is of een collectieve of individuele warmteoplossing de voorkeur heeft (groene kleur op de kaart). Hier wordt in 2026 en 2027 een haalbaarheidsonderzoek naar collectieve warmte uitgevoerd. Tot die tijd focussen we qua isolatie vooral op andere gebieden. • Gebieden waar een individueel volledig elektrische oplossing het eindbeeld is (gele kleur op de kaart). In deze gebieden zetten we de komende jaren volop in op isolatie zodat de stap naar een elektrische warmteoplossing mogelijk is wanneer netcongestie geen belemmering meer vormt. • Gebieden die maatwerk nodig hebben (oranje kleur op de kaart). Binnen deze gebieden kan de eindoplossing verschillend zijn. Een individuele volledige elektrische oplossing ligt het meest voor de hand, maar voor woningen die moeilijk te isoleren zijn zal mogelijk ook gebruik moeten worden gemaakt van biogas of groengas. Het buitengebied behoort ook tot deze categorie. In het volgende hoofdstuk beschrijven we per gebied de voorgestelde aanpak.

[12]

4. Aanpak per gebied In paragraaf 3.2. hebben we op hoofdlijnen beschreven welke warmteoplossing we voor de verschillende gebieden in Woudenberg voor ons zien. Hier beschrijven we per gebied in meer detail wat dit betekent voor de aanpak richting een aardgasvrij Woudenberg. Woningen en gebieden die al aardgasvrij zijn komen hier niet terug. We spreken in paragraaf 4.1., 4.2. en 4.3. over woningen, maar we bedoelen hiermee ook andere gebouwen in de gebieden.

scoren allemaal vergelijkbaar. We hebben daarom een afwegingskader ingevuld waarbij een uitgebreide set aan factoren is meegenomen (zie bijlage I, deel B.4). Uit deze analyse volgt dat een collectieve warmteoplossing gevoed uit de Grift het beste scoort. Met name vanwege factoren als het beperken van belasting van elektriciteitsnet en minder benodigde aanpassingen in de woning. De verschillen zijn echter klein. Daarbij komt dat, op initiatief van ZonopWoudenberg, momenteel een haalbaarheidsstudie wordt uitgevoerd naar een collectieve warmteoplossing. We kiezen ervoor de uitkomsten van deze haalbaarheidsstudie af te wachten voordat we een definitieve keuze maken over een voorkeursoplossing. Mocht een collectieve warmteoplossing (warmtenet) hier als kansrijk uitkomen dan zijn we bereid snel stappen richting de implementatie te zetten door het als warmtekavel aan te wijzen. Ook zetten we dan, binnen afzienbare tijd (tussen 2030 en 2035), onze aanwijsbevoegdheid in. De reden voor dit tijdspad is ook de geplande rioolvervanging in dit gebied in 2030.

4.1. De Grift-Oost, Nico Bergsteijn en Centrum Voorziene warmteoplossing: Individueel elektrische oplossing of collectief warmtenet met als bron aquathermie uit de Grift (TEO) of droge koelers. Deze keuze maken we op basis van een haalbaarheidsstudie die wordt uitgevoerd. Wat gaan we als gemeente doen: we ondersteunen in het faciliteren van de haalbaarheidsstudie. Wat kunt u als inwoner nu al doen: we adviseren te wachten met definitieve maatregelen totdat de uitkomsten van de haalbaarheidsstudie beschikbaar zijn. Voor het oostelijk deel van de wijk de Grift en het centrum volgt uit de analyse dat er geen warmteoplossing duidelijk goedkoper is. Voor Nico Bergsteijn is een individuele oplossing net meer dan 20% goedkoper (23%). Maar vanwege de voordelen van een grotere schaal voor een collectieve warmteoplossing, houden we een collectieve oplossing voor deze wijk open. Een collectieve warmteoplossing (warmtenet) van midden temperatuur gevoed vanuit de Grift (TEO) of vanuit droge koelers en een individuele elektrische oplossing met lucht-water warmtepompen

Wanneer 2026/ 2027 2027 2028/ 2029 2028

Wat Faciliteren onderzoek haalbaarheid collectieve warmteoplossing. Uitvoeren MER + vergunning. Opstellen wijkuitvoeringsplan.

2029

Marktverkenning realisatie warmteoplossing. Vastleggen intentieovereenkomst over eigenaarschap warmtebedrijf.

2029

[13]

Opstellen ontwerp van collectieve warmteoplossing.

Randvoorwaarde Financiële haalbaarheid van collectieve warmteoplossing is meer dan 20% gunstiger dan individueel alternatief, en technische haalbaar. In wijkuitvoeringsplan wordt ook gekozen voor collectieve warmteoplossing.

2029 2029/ 2030 2031 e.v.

Vergunning aanvragen voor aanleg warmtenet en warmtebron. Aanwijsbevoegdheid inzetten door gebieden aan te wijzen in het Omgevingsplan. Start realisatie collectieve warmteoplossing.

(verhoudingsgewijs veel vrijstaand en twee-onder-een-kap) en doordat woningen al relatief goed geïsoleerd zijn. We zien een individuele elektrische warmteoplossing dan ook als de beoogde eindoplossing.

Marktverkenning en intentieovereenkomst succesvol. Voldaan aan alle voorgaande voorwaarden.

Een lucht-water warmtepomp komt uit de analyse als meest financieel gunstig. Er zijn echter ook alternatieven zoals een bodemwarmtepomp of verwarming met infraroodpanelen. Deze zijn over het algemeen duurder, maar kunnen in specifieke situaties goedkoper en/of meer wenselijk zijn. Denk aan plekken waar conventionele warmtepompen moeilijk in te passen zijn vanwege geluidsoverlast. De precieze vorm waarin elektrisch wordt verwarmd houden we daarom open.

Als blijkt dat een collectieve warmteoplossing niet haalbaar is, zetten we voor de Grift-Oost en het centrum ook in op een individuele elektrische oplossing. De aanpak zal voor deze gebieden dan vergelijkbaar worden met de aanpak voor de andere gebieden die in paragraaf 4.2 zijn benoemd.

Om een elektrische warmteoplossing te implementeren zijn drie dingen nodig: 1. Isoleren: de woning moet voldoende geïsoleerd zijn om comfortabel te verwarmen met een elektrische warmteoplossing. Dit is betreft isolatiegraad vooral label B, maar is vanwege de complexiteit van de labelsystematiek lastig in zijn algemeenheid te zeggen. 2. Installeren geschikt warmteafgiftesysteem: als een woning over klassieke radiatoren beschikt is de kans aanzienlijk dat deze moeten worden aangepast in een systeem dat geschikt is om comfortabel te verwarmen met een lage temperatuur. Denk bijvoorbeeld aan vloerverwarming of laagtemperatuurradiatoren. Dit kan ook samen met stap drie in de vorm van bijvoorbeeld een airco. Een nadeel van die laatste twee punten is wel het hogere piekvermogen om te verwarmen. 3. Installeren elektrische verwarmingsbron: in plaats van de cv-ketel dient een elektrische verwarmingsbron te worden geïnstalleerd. Denk aan een luchtwater- of bodemwarmtepomp.

4.2. Andere gebieden m.u.v. buitengebied, bedrijventerrein en al aardgasvrije gebieden Voorziene warmteoplossing: Individueel elektrische oplossing in de vorm van bijvoorbeeld lucht-water warmtepomp. Vanwege netcongestie kan grootschalige uitrol op zijn vroegst in 2033 starten. Wat gaan we als gemeente doen: we ondersteunen inwoners bij verduurzaming van hun woning. Denk hierbij aan subsidies voor isolatiemaatregelen, energiescans en het Energiepunt. Wat kunt u als inwoner doen: voorbereiden op een individuele elektrische warmtepomp door uw woning te isoleren. Ook kunt u een hybride warmtepomp overwegen als tussenstap.

Zoals in hoofdstuk 1 beschreven, hebben we momenteel te maken met netcongestie. Het is daarom voorlopig niet mogelijk om grootschalig elektrische verwarmingsbronnen te installeren (stap 3). De komende jaren zetten we daarom vooral in op het isoleren van woningen in deze gebieden. Na 2033 willen we stapsgewijs de overstap maken naar een elektrische warmtebron.

Voor de andere gebieden in Woudenberg geldt dat een individuele elektrische warmteoplossing significant goedkoper is dan een collectieve warmteoplossing (warmtenet). Dit komt vooral doordat woningen ruim zijn opgezet [14]

In de tussentijd bieden we wel ruimte voor klein collectieve oplossingen. Dit zijn bijvoorbeeld een aantal buren die gezamenlijk een duurzame warmteoplossing implementeren. Wanneer Tot 2030

Doorlopend

2032/2033

Wat Isoleren alle E, F en G woningen tot minimaal label B. Isoleren woningen met label C en D (en waar mogelijk B) tot label B of beter. Wijkuitvoeringsplannen opstellen.

2034/2035

Starten met uitvoering wijkuitvoeringsplannen.

2035 - 2040

Starten met wijkuitvoeringsplannen en uitvoering. Starten met wijkuitvoeringsplannen en uitvoering. Starten met wijkuitvoeringsplannen en uitvoering.

2040 - 2045

2045 - 2050

Waar Hele gemeente

Hele gemeente

’t Zeeland en Het Groene Woud ’t Zeeland en Het Groene Woud Princes Amalialaan en Laanzicht Nieuwoord en de Grift-West Stationsweg West en Oost

4.3. Buitengebied Voorziene warmteoplossing: individuele elektrische warmteoplossing en, afhankelijk van de situatie, gecombineerd met groengas.

Randvoorwaarde -

Wat gaan we als gemeente doen: we faciliteren in kennisdeling door bijvoorbeeld informatieavonden te organiseren of voorbeeldwoningen/bedrijven te bezoeken.

-

Wat kunt u als inwoner doen: los van de beste oplossing in uw situatie is het slim om uw woning of bedrijf te isoleren. We adviseren om uit te zoeken welke warmteoplossing het best bij uw situatie past.

Netcongestie vormt geen obstakel meer. Netcongestie vormt geen obstakel meer. Netcongestie vormt geen obstakel meer. Netcongestie vormt geen obstakel meer. Netcongestie vormt geen obstakel meer.

Voor het buitengebied geldt dat woningen en bedrijven te ver van elkaar liggen om een collectieve oplossing haalbaar te maken. De specifieke bouwkenmerken van woningen en bedrijven verschillen sterk. Hierdoor zijn over het algemeen niet alle woningen en bedrijven geschikt om elektrisch te verwarmen. Een elektrische warmteoplossing vormt wel het uitgangspunt, maar afhankelijk van de specifieke situatie zien we in het buitengebied ook een rol voor groengas als eindoplossing. De komende jaren zetten we voor het buitengebied, net als voor de gebieden uit paragraaf 4.2, in op isolatie. Het doel is om in 2030 in elk geval alle woningen van een label E, F of G te hebben verduurzaamd naar minimaal label B. De stap naar een alternatieve warmtebron zal voor het buitengebied naar verwachting pas tegen het eind van de warmtetransitie (tussen 2045 en 2050) liggen. Wanneer Tot 2030 Doorlopend v.a. 2040 [15]

Wat Isoleren van alle E, F en G woningen tot minimaal label B. Adviseren over maatwerkoplossing aardgasvrij. Opstellen uitvoeringsplan en uitvoering in het buitengebied.

naar een duurzame collectieve warmteoplossing. In de tabel hierna hebben we beschreven wat we hiervoor gaan doen.

4.4. Bedrijventerrein

Wanneer Tot 2030

Voorziene warmteoplossing: maatwerk per gebied: • De Nort en het noordelijk deel van de parallelweg: collectief restwarmte of RWZI. • Kleine Landaas: individueel of klein collectief elektrisch. • Rond de kruising Spoorlaan-Stationsweg: klein collectief restwarmte. • Oude spoorzone: reeds nagenoeg aardgasvrij. • Oostelijk deel: afhankelijk van grootschalige verduurzaming.

2027 2027 2028

Wat gaan we als gemeente doen: we faciliteren in verbinding tussen bedrijven die een collectieve energieoplossing willen verkennen. Ook ondersteunen we bij isolatiemaatregelen.

2028

Wat kunt u als ondernemer doen: krijg inzicht in uw eigen energieverbruik. Ook kunt u isoleren en (kleinschalige) collectieve energieoplossingen met ondernemers in de buurt verkennen.

2031/2032

Het bedrijventerrein kent niet één uniform eindbeeld. Dit komt doordat het in verschillende fasen is gerealiseerd. Ook verschilt de bedrijvigheid. In de figuur op de volgende pagina hebben we een mogelijk eindbeeld voor het bedrijventerrein gevisualiseerd. In bijlage I, deel C staat een uitgebreide analyse van het bedrijventerrein opgenomen. Duurzame warmte kan bedrijven helpen om energiekosten te verlagen. Een collectieve oplossing biedt een kans om de transitie te doorlopen zonder geconfronteerd te worden met de beperkingen tot uitbreiding van de elektriciteitsaansluiting door netcongestie. Daarom willen we als gemeente, waar mogelijk, actief inzetten op het faciliteren en stimuleren van bedrijven in de stap

[16]

Wat Isoleren van alle F en G gebouwen tot minimaal label B. Haalbaarheidsonderzoek collectieve warmteoplossing. Peiling interesse in klein collectieve warmteoplossing. Indien er ruime interesse is, haalbaarheidsonderzoek klein collectieve warmteoplossing. Afhankelijk van de uitkomsten haalbaarheidsonderzoek, bepalen we vervolgstappen voor de realisatie van een collectieve warmteoplossing. Informatievoorziening individuele warmteoplossing (indien netcongestie geen belemmering meer vormt).

Deelgebied Gehele bedrijventerrein De Nort en noordelijk deel Parallelweg Rond kruising Spoorlaan-Stationsweg Rond kruising Spoorlaan-Stationsweg De Nort en noordelijk deel Parallelweg

Kleine Landaas en oostelijk deel

[17]

5. Uitvoeringsplan 2026 – 2031 In dit hoofdstuk beschrijven we welke activiteiten we de komende vijf tot tien jaar ondernemen om uitvoering te geven aan het warmteprogramma. We gaan eerst in op de activiteiten en daarna op de benodigde capaciteit en middelen.

We werken samen in het Energie Diensten Centrum (EDC). Het EDC is een samenwerking van Utrechtse gemeenten en de provincie waarin zij kennis, capaciteit, en middelen bundelen om de woningvoorraad sneller en slimmer te verduurzamen, onder meer met gezamenlijke programma’s.

5.1. Activiteiten

De gemeente Woudenberg neemt deel aan het Meerjarig Collectief Ontzorgingsprogramma (MCO). Vanuit dit programma hebben eigenaar-bewoners van grondgebonden woningen anno 2026 toegang tot verschillende vormen van ondersteuning. Zo hebben inwoners de mogelijkheid om gratis of tegen een kleine eigen bijdrage (afhankelijk van de WOZ-waarde) een adviesgesprek te plannen. Huishoudens ontvangen dan een adviesrapport met één of meer op maat gemaakte offertes voor isolatiemaatregelen. Het staat hen vrij hier wel of geen gebruik van te maken. Bij akkoord worden de isolatiemaatregelen uitgevoerd door een erkende uitvoerder.

In hoofdstuk 3 en 4 hebben we verschillende doelen en stappen beschreven die we de komende jaren willen bereiken, bijvoorbeeld het isoleren van een groot aantal woningen naar minimaal label B. Om dit te bewerkstellingen, zetten we in op zowel generieke activiteiten waarmee we alle inwoners en bedrijven in de gemeente willen bereiken, als specifieke activiteiten voor gerichte gebieden. De komende jaren zal het programma verder vorm worden gegeven voor de meest effectieve aanpak om de doelen te bereiken. Generiek doelgroep inwoners Het doel van onze brede inzet voor alle inwoners van Woudenberg is om de algemene boodschap te vertellen dat isoleren tot minimaal label B verstandig is. Hierbij richten we ons minder op de gebieden De Grift-Oost, Centrum en Nico Bergsteijn, omdat daar een verkenning naar collectieve oplossing loopt (zie verderop onder specifieke gebiedsgerichte aanpak). Daarbij hebben we specifieke aandacht voor slechte labels en zetten we mogelijk gebiedsgericht inspanningen op om gebieden met de meeste EFG-labels als eerste te bereiken.

Ook is er subsidie beschikbaar voor het treffen van isolatiemaatregelen. Eigenaar-bewoners kunnen een subsidiebedrag ontvangen voor één of twee isolatiemaatregelen. Een belangrijke voorwaarde is dat de WOZ-waarde van de woning in het peiljaar onder het gemeentelijk gemiddelde ligt. Huishoudens met een inkomen onder een bepaalde grens komen bovendien in aanmerking voor een volledige vergoeding van een isolatiemaatregel (tot een vastgesteld maximum). De subsidie kan worden verkregen als korting op de factuur via de ontzorgingsaanpak, maar kan ook op basis van een offerte of factuur worden aangevraagd wanneer maatregelen in eigen beheer worden uitgevoerd.

Specifiek hebben we aandacht voor natuurlijke verduurzamingsmomenten, zoals bij verhuizing en verbouwing, waarvoor we bijvoorbeeld de samenwerking met makelaars zoeken.

In aanvulling op de activiteiten vanuit het MCO bieden we in de gemeente ook gerichte ondersteuning. Dit bestaat onder meer uit:

[18]

ondersteunen. De kansen voor een energie hub en collectieve warmteoplossing zullen worden verkend.

• De mogelijkheid voor een bezoek van een Energiecoach vanuit Stichting Duurzaam Woudenberg. Voor onafhankelijk advies bij woningverduurzaming en energiebesparing. • De mogelijkheid voor het afnemen van een Energiescan door de energiecoaches van Stichting Duurzaam Woudenberg.

Specifieke gebiedsgerichte aanpak Aanvullend op de voorgaande inzet die we gemeentebreed organiseren, ondernemen we een aantal activiteiten om de warmtetransitie in specifieke gebieden een stap verder te brengen. Het gaat om:

Om te zorgen dat inwoners bekend zijn met de noodzaak van isolatie en het ondersteuningsaanbod zetten we diverse communicatiekanalen in. Hierbij kun je denken aan:

• Het faciliteren van onderzoek naar collectieve warmte voor, in de eerste plaats, de gebieden de Grift-Oost, Centrum en Nico Bergsteijn. Dit onderzoek wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van de energiecoöperatie ZonopWoudenberg. Afhankelijk van de uitkomst van dit onderzoek zetten we vervolgstappen zoals benoemd in paragraaf 4.2. • Het uitvoeren van een verkenning van collectieve warmte in het noordelijk deel van het bedrijventerrein (de Nort en noordelijk deel Parallelweg). • De kansen voor kleine collectieve warmteoplossingen blijven we verkennen en actief kennis vergaren. We zoeken samenwerking met provincie en andere partijen.

Het plaatsen van berichten op onze website. Het versturen van brieven via de post en nieuwsbrieven via de mail. Het organiseren van bijeenkomsten en inloopspreekuren. Het plaatsen van online- en offlineadvertenties. Zichtbaarheid in de wijk, zoals deur-aan-deuracties om bewoners erop te wijzen dat zij in aanmerking komen voor subsidie. • Er wordt een uitvoeringsplan ontwikkeld voor de USET inclusieve warmtetransitie, waarvan een bewustwordingscampagne en doorlopende publiekscampagne onderdeel zijn. • • • • •

5.2. Capaciteit en middelen

Bovendien hebben we een energieloket waar inwoners terecht kunnen met vragen, zijn we daarnaast via de mail en telefonisch bereikbaar, en volgen we de ontwikkelingen rondom het Energiehuis om advies en ondersteuning onder één dak samen te brengen in een uitgebreide variant van een energieloket.

De meeste maatregelen die hiervoor benoemd zijn, ondernemen we reeds en zijn opgenomen in de bestaande begroting op basis van de beschikbare CDOKE-gelden die de gemeente ontvangt vanuit het Rijk voor haar regietaak in o.a. de warmtetransitie.

Tot slot gaan we de komende jaren onderzoeken hoe we kunnen stimuleren dat inwoners die een isolatiemaatregel nemen ook hun energielabel bijwerken. Zo krijgen we beter zicht op de isolatiegraad van de woningen in Woudenberg.

We zetten in op communicatie en continueren de samenwerking in EDC-verband rond het MCO. Ook loopt het haalbaarheidsonderzoek naar collectieve warmte al via ZonopWoudenberg. Afhankelijk van de uitkomst vergt dit een aparte aanpak of, wanneer een warmtenet niet haalbaar blijkt te zijn, aansluiten bij de reguliere aanpak.

Generiek doelgroep bedrijven Ook bedrijven zullen we informeren over de mogelijkheden om te isoleren en verduurzamen. Hier werken we samen met de provincie die het ontzorgingsprogramma voor MKB coördineren. Dit programma heeft een looptijd tot 1 mei 2027. We onderzoeken nog hoe we bedrijven na die tijd kunnen [19]

Aanvullend zijn er enkele maatregelen en onderzoeken die nog niet in de bestaande begrotingen zijn opgenomen. Het gaat dan om de volgende activiteiten in 2027: • Capaciteit om te verkennen of het stimuleren van een update van het energielabel bij het uitvoeren van een maatregel wenselijk is. • Het verkennen van mogelijkheden om kleine collectieve warmteoplossingen te ondersteunen. • Het verkennen van de mogelijkheid om tot een collectieve warmteoplossing te komen in het noordelijk deel van het bedrijventerrein. De benodigde capaciteit (1 fte in 2027) om deze activiteiten uit te voeren kan gedekt worden uit de CDOKE-gelden. Daarnaast is gedurende de uitvoering van het warmteprogramma 2,0 fte nodig voor activiteiten om isoleren en besparen te stimuleren bij diverse doelgroepen. De geraamde inzet kan worden gedekt uit de CDOKE-gelden. Voor de uitvoering maken we gebruik van de diverse subsidies zoals de Specifieke Uitkeringsregeling Energiearmoede en – Lokale Aanpak Isolatie (LAI). Het kan zijn dat eerdergenoemde maatregelen leiden tot een aanvullende budgetbehoefte. Denk bijvoorbeeld aan het uitvoeren van een plan-MER wanneer de haalbaarheidsstudie collectieve warmte tot een positief resultaat leidt. In dat geval nemen we hierover een apart besluit.

[20]

6. Monitoring en evaluatie In de warmtetransitie hebben we te maken met ontwikkelingen waar we zelf geen invloed op hebben, maar die wel keuzes en snelheid van de transitie beïnvloeden. Denk aan technologische ontwikkeling, landelijk en Europees beleid en netcongestie. Ook is niet van tevoren met zekerheid te zeggen of de activiteiten die we willen uitvoeren voldoende zijn om onze ambities en doelstellingen te halen. Het is daarom van groot belang om de voortgang te monitoren en periodiek te evalueren waar we staan. In dit hoofdstuk leggen we uit hoe we dit doen.

• % woningen aardgasvrij per gebied. • % geldige energielabels per type t.o.v. totaal aantal geldige energielabels per gebied. Om te zorgen dat het aantal geldige energielabels zo hoog mogelijk is, stimuleren we inwoners om energielabels bij te werken nadat ze een maatregel hebben getroffen, bijvoorbeeld door inwoners hier actief op te wijzen. Naast deze indicatoren op doelniveau, rapporteren we ook jaarlijks over de inzet van de voorgestelde activiteiten. Bijvoorbeeld door over het aantal verstrekte subsidies en het aantal geholpen bezoekers door het Energieloket te rapporteren.

6.1. Monitoring Het hoofddoel van de warmtetransitie is om te zorgen dat woningen aardgasvrij worden. Echter zetten we hier de komende periode nog niet actief op in vanwege netcongestie (zie hoofdstuk 3). Wel is het van belang te monitoren hoeveel woningen aardgasvrij zijn zodat we weten hoe groot de opgave nog is en hoe snel de autonome ontwikkeling gaat.

Tot slot volgen we jaarlijks de belangrijkste ontwikkelingen die buiten onze invloedsfeer liggen. Zo zullen we in de jaarlijkse monitor in ieder geval rapporteren over ontwikkelingen in landelijk beleid en de verwachtingen ten aanzien van netcongestie.

We zetten de komende periode actief in op isolatie van woningen. Zoals in hoofdstuk 3 benoemd, zijn de doelen van dit warmteprogramma geen woningen met een energielabel E, F of G meer in 2030, het isoleren van één derde van de woningen met label C of D en alle utiliteitsgebouwen met een label C of D isoleren naar een label B of beter. Om vinger aan de pols te houden monitoren we daarom het percentage van het aantal geldige energielabels van een bepaald type ten opzichte van het totaal aantal geldige energielabels. De indicatoren die we jaarlijks in beeld brengen zijn:

6.2. Evaluatie en herijking warmteprogramma Na vijf jaar wordt het warmteprogramma geëvalueerd. Met deze evaluatie brengen we in beeld in hoeverre de doelen van het warmteprogramma zijn bereikt en of de gekozen aanpak nog aansluit bij de actuele ontwikkelingen en inzichten. Daarbij kijken we zowel naar de inhoudelijke voortgang (zoals isolatiegraad, ontwikkelingen per gebied en voortgang van onderzoeken) als naar het proces (zoals samenwerking met partners, participatie en uitvoerbaarheid). De eerste evaluatie en herijking van het warmteprogramma staat gepland voor 2031.

[21]

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/4283/documents/76517