3. Definitief Rapport 'Toekomst van sportaccommodaties'.pdf
Tekst van het document
Rapport
Toekomst van sportaccommodaties Gemeente Woudenberg
Mei 2025
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
3
1.1
Aanleiding
3
1.2
Vraagstelling
3
1.3
Totstandkoming
3
2.
Beleidskaders
4
3.
Trends en ontwikkelingen
6
3.1
Landelijk
6
3.2
Actieve inwoners Woudenberg in cijfers
7
3.3
Resultaten enquête inwoners
8
3.4
Belangrijkste bevindingen
9
4.
Binnensportaccommodaties
10
4.1
Aanbod
10
4.2
Kwaliteit van het complex
11
4.3
Gebruik, huidige en latente behoefte
12
5.
Buitensportaccommodaties
17
5.1
Sportpark De Grift
17
5.2
Ontwikkeling georganiseerde buitensport
17
5.3
Huidige vraag – aanbod verhoudingen
18
6.
Overig aanbod
21
6.1
Overzicht aanbod
21
6.2
Landelijke richtlijnen inrichting openbare ruimte
22
7.
Toekomstige vraag – aanbod verhoudingen
23
7.1
Uitgangspunten berekening toekomstige behoefte
23
7.2
Consequenties voor de vraag
23
8.
Scenario’s
27
8.1
Constateringen
27
8.2
Uitwerking in opties
27
9.
Conclusies en aanbevelingen
31
9.1
Beantwoording deelvragen
31
9.2
Aanbevelingen
32
Bijlage 1 Trends en ontwikkelingen
33
Bijlage 2 Infographic Kenniscentrum Sport & Bewegen
36
Bijlage 3 Roosters binnensportaccommodaties
37
Bijlage 4 Stichtingskosten renovatie De Camp
40
Bijlage 5 Stichtingskosten tijdelijke modulaire hal
41
Bijlage 6 Stichtingskosten blaashal
42
Bijlage 7 Stichtingskosten sportzaal
43
2
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding
In 2023 heeft de gemeente Woudenberg het plan van aanpak ‘Samenwerken aan een Gezond en Actief Leven’ (GALA) opgesteld, met als hoofddoel: samenwerken aan een vitaal en veerkrachtig Woudenberg. Positieve gezondheid, een netwerk van inwoners, inzet van de kracht van Woudenberg, samen aan de slag en ‘normaal waar kan, speciaal waar nodig’ zijn als uitgangspunten geformuleerd. Deze doelen en uitgangspunten komen overeen met het beleidskader Sociaal Domein. De uitgangspunten maken tevens duidelijk dat participatie een centraal thema is en de gemeente hier beter en innovatiever mee wil omgaan. Woudenberg heeft daarnaast een Sportakkoord (2023-2026) ontwikkeld. De inhoud van het akkoord maakt integraal onderdeel uit van het plan van aanpak voor GALA. Het doel van het Sportakkoord is zoveel mogelijk inwoners met plezier te laten sporten en bewegen. Eén van de ambities is ‘Ruimte voor sport en bewegen’. Binnen deze ambitie gaat het om de sport- en beweegvoorzieningen in de gemeente. Woudenberg kent zo’n 20 verschillende sportaanbieders en beschikt over 1 binnensportcomplex (met 2 sporthallen en een beweegruimte), 1 sportpark voor voetbal en korfbal, 1 tennis- en padelvereniging en 3 maneges.
Verder beschikt de gemeente over verschillende sportondernemers (onder meer fitness) en zijn er in de omgeving veel mogelijkheden om te sporten en bewegen in de openbare ruimte, onder meer in de bossen, parken en bij recreatiegebied Henschotermeer. De gemeente zet in op een sportinfrastructuur die uitnodigend en toegankelijk is voor iedereen. De gemeente Woudenberg heeft in het collegewerkprogramma 2022-2026 opgenomen dat er, mede door het realiseren van de wijk Hoevelaar en de daarbij behorende bevolkingsgroei, een breed onderzoek gewenst is naar het nut en de noodzaak van nieuwe sportaccommodaties. De huidige kwaliteit en de toekomstbestendigheid van de bestaande sportaccommodaties moet in dit rapport in kaart worden gebracht en er moet onderzocht worden wat de huidige en toekomstige behoefte is aan binnensport- en buitensportaccommodaties (periode tot en met 2040).
1.2
Vraagstelling
Om in kaart te brengen wat nodig is om de inwoners van Woudenberg gezond te kunnen laten sporten en bewegen (nu en in de toekomst) zijn de volgende onderzoeksvragen geformuleerd: •
Hoe ziet de huidige en toekomstige vraag naar sportaccommodaties (binnen- en buitensport) eruit?
•
Hoe toekomstbestendig zijn de huidige sportaccommodaties? In hoeverre moeten sportaccommodaties vernieuwd of verduurzaamd worden?
•
In hoeverre is er, nu en in de toekomst, een balans in vraag en aanbod?
•
Met welke investeringen moet rekening gehouden worden (voor instandhouding, verduurzaming van huidige accommodaties en/of realisatie van een nieuwe accommodatie)? En welke locatie is geschikt voor een eventuele nieuwe accommodatie?
Bij de uitwerking van de onderzoeksvragen moet rekening gehouden worden met een planningshorizon van ongeveer 15 jaar (afstemming toekomstige vraag en aanbod). Bij de uitvoering van het onderzoek wordt rekening gehouden met een doelgerichte vorm van participatie (schriftelijke enquêtes en een groepsgesprek met stakeholders).
1.3
Totstandkoming
Het onderzoek is gestart met een bijeenkomst van de gemeentelijke projectgroep en een gesprek met de wethouder. De gemeente Woudenberg heeft veel schriftelijke informatie aangeleverd. De beschikbaar gestelde informatie is geanalyseerd en aan de hand van verdiepende gesprekken met verschillende betrokkenen geverifieerd en geduid. Daarbij zijn gesprekken gevoerd met beleidsadviseurs sociaal domein, onderwijs(huisvesting), ruimtelijke ordening, wonen, speelbeleid en financiën van de gemeente Woudenberg. Er zijn enquêtes uitgezet onder inwoners, onderwijsinstellingen en verenigingen over het huidige en toekomstige gebruik van de sportaccommodaties en er is een bijeenkomst georganiseerd voor alle sportaanbieders in Woudenberg.
3
2.
Beleidskaders
Belang van sport en bewegen Sport en bewegen zijn belangrijk voor plezier, gezondheid, sociale ontwikkeling en welzijn. Toch is het voor veel mensen nog geen dagelijkse routine. Inactiviteit vormt een groeiend probleem, terwijl sport en bewegen juist bijdraagt aan fysieke én mentale gezondheid, werkproductiviteit en deels schoolprestaties. De maatschappelijke waarde van sport en bewegen is groot: de maatschappelijke opbrengsten zijn 2,76 keer hoger dan de kosten (de Social Return On Investment oftewel de SROI). Sport en bewegen kan bovendien verbinding en persoonlijke ontwikkeling stimuleren, zeker met begeleiding op maat. Tegelijkertijd is het ook gewoon leuk en waardevol op zichzelf. Daarom is het belangrijk sport en bewegen breed te benaderen, aan te sluiten bij andere domeinen én rekening te houden met verschillen tussen mensen. Gemeentelijke beleidskaders Het coalitieakkoord Bouwen met vertrouwen (2022-2026) zet in op gezondheid, inclusiviteit en een beweegvriendelijke leefomgeving. De gemeente stimuleert evenementen, samenwerking tussen verenigingen en een actieve rol in het sport- en leefstijlakkoord. Iedereen moet kunnen meedoen. Het Cultuurhuis blijft behouden (renovatie met verduurzaming heeft de voorkeur), extra sportaccommodaties vragen nader onderzoek.
Het Woudenbergs Sportakkoord 2.0 (2023-2026) bouwt voort op het eerste akkoord en richt zich op meer inwoners die voldoen aan de beweegrichtlijnen en wekelijks sporten, met extra aandacht voor de jeugd. Buurtsportcoaches zijn hierbij belangrijk. De speerpunten zijn inclusie, sociale veiligheid, toekomstbestendige sportaanbieders en vaardig bewegen voor de jeugd. De sportinfrastructuur moet uitnodigend, toegankelijk en beter benut worden. Het leefstijlakkoord richt zich op gezond gedrag, rookvrij opgroeien en het terugdringen van alcoholgebruik. Het plan Samenwerken aan een Gezond en Actief Leven (GALA) zet in op positieve gezondheid, participatie en samenwerking, met als doel een vitaal en veerkrachtig Woudenberg. Preventie, een gezonde leefomgeving, laagdrempelige voorzieningen en ontmoetingsplekken staan centraal. De Structuurvisie 2030 biedt een ruimtelijk kader voor wonen, werken, recreatie en duurzaamheid. Qua sportvoorzieningen is er aandacht voor multifunctionaliteit, bereikbaarheid en intensief gebruik. Ontwikkellocaties zijn onder meer de zuidelijke dorpsrand en inbreidingslocaties. Er zijn in beginsel geen maatschappelijke of commerciële voorzieningen gepland in Woudenberg Oost. Naast het samenvoegen en combineren van scholen wordt ingezet op het delen en commercieel benutten van voorzieningen en ruimten.
Het “Tijdelijk omgevingsplan bebouwde kom” is gebaseerd op de uitgangspunten van de Structuurvisie, dat wil zeggen concentratie van sport in het noordoost kwadrant en bestaande sportfuncties daarbuiten zijn specifiek bestemd, maar er is binnen de bestemming geen ruimte voor nieuwe sportvoorzieningen. De uitkomsten van dit onderzoek (naar sportaccommodaties) zullen worden gebruikt als input voor de Omgevingsvisie die in 2026 wordt vastgesteld. De Woonvisie 2024-2030 laat zien dat Woudenberg een betaalbaar, groen en sociaal dorp wil blijven. Er is behoefte aan 1.450 extra woningen tot 2034. Uitbreiding van Woudenberg vindt plaats in Hoevelaar. Fase 1 is daarbij opgeleverd, fase 2 is in ontwikkeling. Uit de gesprekken met de gemeente komt naar voren dat op dit moment (2025) uitgegaan wordt van een resterende ontwikkeling van ongeveer 920 woningen. Met een woningbezetting van 2,6 per woning komt dat neer op zo’n 2.400 inwoners extra ten opzichte van de 14.600 inwoners in 2024, derhalve 17.000 inwoners in totaal. In eerdere beleidsdocumenten is nog uitgegaan van een groei naar 19.760 inwoners, maar die groei wordt op dit moment niet heel realistisch geacht. Bij de verbetering van de wijkinfrastructuur wordt ruimte voor bewegen als belangrijk element benoemd. Het IHP 2020-2035 vormt de leidraad voor onderwijshuisvesting in Woudenberg.
Woudenberg heeft vijf basisscholen verdeeld over twee samenwerkingsverbanden: SWV de Eem (De Jan Ligthartschool, De Griftschool, De Olijfboom en Kindcentrum Koningin Juliana) en Berséba (De Wartburg). Voortgezet en speciaal onderwijs bevinden zich buiten Woudenberg. Onderwijsvoorzieningen worden geoptimaliseerd door renovatie, hergebruik of nieuwbouw. Bewegingsonderwijs wordt ingeroosterd met oog voor afstand en capaciteit. Minimumeisen zijn een vloeroppervlak van 252 m² en twee kleedruimtes. Samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang wordt gestimuleerd. Positieve gezondheid, gezonde, groene leefomgeving en sociale participatie zijn leidend.
4
Vanuit de leerlingenontwikkeling en het inhoudelijk kader is door de raad besloten tot uitbreiding van de capaciteit voor De Olijfboom en De Wartburg. Andere mogelijke investeringen zijn het (eventueel) langer behouden van het bestaande noodlokaal van De Jan Ligthartschool, levensduurverlengde renovatie van Kindcentrum Koningin Juliana en levensduurverlengde renovatie of vervangende nieuwbouw van De Griftschool. Gelijktijdig met onderhavig onderzoek loopt een verkenning naar een school (of dependance) in Hoevelaar. Als een school wordt gerealiseerd in Hoevelaar met 13 groepen of meer die gebruik maken een voorziening voor bewegingsonderwijs (20 klokuren) moet rekening gehouden worden met een (sport)voorziening voor bewegingsonderwijs in Hoevelaar. Als een school (of dependance) met minder groepen wordt gerealiseerd, is De Camp binnen de bandbreedte van 3,5 km van Hoevelaar gesitueerd en hoeft geen voorziening voor bewegingsonderwijs te worden gerealiseerd. Het Speelruimteplan SAMENSPEL heeft geleid tot aantrekkelijke, toegankelijke en duurzame speelplekken, centraal gelegen en afgestemd op demografische veranderingen en behoeften. Meer dan 40 speelplekken zijn heringericht, met oog voor participatie, veiligheid en speelkansen dicht bij huis.
5
3.
Trends en ontwikkelingen
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste landelijke trends, ontwikkelingen en maatschappelijke uitdagingen beschreven die van invloed kunnen zijn op sport- en beweeggedrag, de behoefte aan en het gebruik van sportaccommodaties. In paragraaf 3.2 volgt een vertaling naar Woudenberg. In bijlage 1 staat een uitgebreide versie van de trends en ontwikkelingen.
3.1
Landelijk
Demografische veranderingen, zoals vergrijzing en meer migratie, beïnvloeden sportdeelname. De kloof tussen hoog- en laagopgeleiden groeit. Gezondheidsproblemen, financiële barrières en gebrek aan kennis of toegang vormen drempels voor kwetsbare groepen, waaronder mensen met een beperking. De Nederlandse economie is weerbaar, ondanks stijgende kosten en druk op koopkracht. De arbeidsmarkt blijft krap, met een lichte stijging van de werkloosheid. De werkdruk neemt toe, wat leidt tot meer verzuim, aandacht voor mentale gezondheid en het positieve effect van sport en bewegen hierop. Kansenongelijkheid in de sport is zichtbaar, vooral voor mensen met een laag inkomen. Toch blijven regelingen als het Jeugdfonds Sport & Cultuur onvoldoende bekend bij doelgroepen. In 2023 gaven Nederlandse gemeenten 2 miljard euro uit aan sport. Dat is 15 procent meer dan een jaar eerder. Het merendeel gaat naar sportaccommodaties. Het belang van deze investeringen wordt onderstreept door een Social Return on Investment (SROI)
van
2,76.
Sport
wordt
individueler
en
informeler.
Behoefte
aan
flexibiliteit
en
beleving
groeit.
Verenigingslidmaatschappen blijven stabiel, terwijl de ‘ondernemende’ sportsector, zoals fitness, groeit. Tegelijkertijd winnen activiteiten in de openbare ruimte, zoals wandelen en hardlopen, aan populariteit. Tienermeiden zijn ondervertegenwoordigd in de openbare ruimte. Motorische vaardigheden nemen af en we zitten te veel. Technologie biedt kansen, maar vereist aanpassing van het aanbod. Ecologisch gezien vraagt klimaatverandering om duurzamere accommodaties en meer ruimte voor bewegen in het groen. Nederland beschikt over een rijke sportinfrastructuur, maar gebruikers stellen steeds hogere eisen aan de kwaliteit van voorzieningen en door gebrek aan ruimte is er een steeds sterkere behoefte aan multifunctionaliteit en clustering. Politieke ontwikkelingen beïnvloeden de sport- en beweegsector aanzienlijk. Met de invoering van de Omgevingswet op 1 januari 2024 krijgt gezondheid (inclusief sport en bewegen) meer prioriteit bij ruimtelijke beslissingen en bijvoorbeeld het GALA bevordert de verbinding tussen sport en de maatschappelijke agenda. Overheidsfinanciën staan echter wel onder druk. Ruimte voor sport en bewegen Het Hoofdlijnen Sportakkoord II stimuleert vitale sportaanbieders, duurzame accommodaties en een beweegvriendelijke openbare ruimte.
Sport- en beweeggedrag ontstaat echter niet vanzelf; het vraagt om een samenhang van fysieke, sociale en persoonlijke factoren, afgestemd op de lokale context. Sportaccommodatiegebruik verschilt per leeftijd. Kinderen gebruiken vooral sporthallen, zwembaden en openbare plekken. Jongvolwassenen trekken naar fitnesscentra, terwijl sporten in de openbare ruimte steeds populairder wordt. Gemeenten hebben een wettelijke taak in het bewegingsonderwijs. Grotere, multifunctionele sportzalen vervangen traditionele gymnastieklokalen. Innovaties als de Beweegbox en Buitengymzaal verbeteren het aanbod. Tegelijk vraagt verouderd materiaal aandacht. Nederland kent circa 25.000 sportaccommodaties. Bereikbaarheid en diversiteit worden positief beoordeeld, al ontbreken voorzieningen vaker in kwetsbare wijken. Multifunctioneel gebruik en clustering zijn nodig om ruimte en kosten efficiënt te benutten. Padel, beachvelden en outdoor sporten nemen toe, maar vragen om goed beheer. Sport en bewegen in de openbare ruimte is sterk gegroeid sinds corona. Lokaal maatwerk is cruciaal, want doelgroepen gebruiken de ruimte verschillend. Verkeersveiligheid, toegankelijkheid en onderhoud zijn sleutelvoorwaarden voor blijvend gebruik.
6
3.2
Actieve inwoners Woudenberg in cijfers
Aantal inwoners Gemeente Woudenberg telt 14.637 inwoners in 2024, waarvan 7.297 man en 7.340 vrouw. Religie speelt voor veel inwoners van Woudenberg een rol in hun leven. Woudenberg telt veel kinderen. De grootste groep inwoners is tussen de 45 en 65 jaar oud. De gemeente Woudenberg verwacht een aanzienlijke bevolkingsgroei in de komende decennia, tot ongeveer 17.000 inwoners.. Groei is zichtbaar in alle leeftijdsgroepen, met meer vergrijzing (Primos, 2024). Qua trend zien we in Nederland een toenemende vergrijzing en een stijging van het percentage mensen met een migratie achtergrond. In Woudenberg is sprake van dubbele vergrijzing (meer ouderen en meer hoogbejaarden onder die ouderen). Het percentage personen met een niet-westerse migratieachtergrond is lager dan landelijk gemiddeld. Leerlingenprognoses Om in te kunnen spelen op de ontwikkelingen op het gebied van onderwijshuisvesting maken gemeenten periodiek leerlingenprognoses. Er zijn
vijf basisscholen in
Woudenberg.
De meest
recente
leerlingenprognose van de gemeente Woudenberg laat zien dat het aantal leerlingen op de scholen tot en met schooljaar 2030/2031 licht zal stijgen en dat daarna een stabilisatie plaatsvindt (IHP Onderwijs 2019 en actualisatie 2024. . Het aantal leerlingen stijgt van 1.429 in 2025 naar 1.567 in 2040. De toegezegde investeringen (De Olijfboom, De Wartburg en De Jan Ligthartschool) zijn voldoende om de ruimtebehoefte voor de komende jaren op te kunnen vangen. Sociaaleconomische kenmerken Uit het rapport ‘Kansen op sportieve groei?’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat motieven om te sporten, sportgedrag van ouders of partner, omgeving en sociaaleconomische kenmerken belangrijk zijn in het verklaren waarom er wel of niet gesport wordt. Beleid draagt hier vaak indirect aan bij. Kenniscentrum Sport & Bewegen heeft de meest actuele data hieromtrent op een rij gezet in een infographic (zie bijlage 2). Voldoende bewegen neemt toe met het opleidingsniveau en het inkomen. In Woudenberg zijn er iets minder hoogopgeleiden dan gemiddeld in Nederland. Het gemiddeld besteedbaar inkomen ligt hoger. Gezondheidsindicatoren Kijkend naar een aantal gezondheidsindicatoren in Woudenberg blijkt dat de ervaren goede gezondheid boven het gemiddelde ligt. Het percentage personen met ernstig overgewicht is lager.
Stress wordt minder ervaren onder de mensen uit Woudenberg dan in Nederland gemiddeld. Het percentage eenzaamheid ligt in Woudenberg lager dan het Nederlands gemiddelde, maar is de afgelopen jaren wel toegenomen. Het hoogste percentage eenzaamheid wordt gerapporteerd in de buurten Den TreekHenschoten, Nico Bergsteijn, De Grift en Laanzicht. Sport- en beweegdata Uit de sport- en beweegdata wordt duidelijk dat in Woudenberg te veel mensen te weinig bewegen. De score op de beweegrichtlijnen is lager dan gemiddeld. Dit zie je vooral terug bij de 18 tot 64 jarigen. Buurt Nico Bergsteijn scoort het laagst. Er zijn minder wekelijkse sporters in Woudenberg dan gemiddeld in Nederland. Het aantal verenigingsleden dat is aangesloten bij een sportbond is net iets hoger dan gemiddeld. Dat blijkt ook uit de KISS data van NOC*NSF. Op ongeorganiseerd of anders georganiseerd sporten blijven de percentages wat achter ten aanzien van Nederland. Op fitness scoort Woudenberg net iets boven het gemiddelde. Het percentage personen dat een gewone fiets gebruikt bij een afstand van minder dan 7,5 km is laag.
7
Ruimte voor sport en bewegen Woudenberg scoort lager op de indicator ‘dichtheid sportaccommodaties (het aantal recreatieve sportaccommodaties per 10.000 inwoners)’ dan het Nederlands gemiddelde. De gemiddelde afstand van de inwoners van Nederland naar de dichtstbijzijnde sporthal is 1,6 kilometer, in Woudenberg is dit vergelijkbaar. De indicator beweegvriendelijke omgeving gaat van 0 tot 100 en laat zien in hoeverre de openbare ruimte mogelijkheden biedt voor mensen om te sporten en te bewegen. De veronderstelling is dat een beweegvriendelijke omgeving (dus een hogere score) het beweeggedrag positief beïnvloedt. Woudenberg scoort hier onder het gemiddelde. De lagere score komt met name door een lage score op diversiteit en nabijheid van sportaccommodaties.
3.3
Resultaten enquête inwoners
Via een brief is door de gemeente Woudenberg een enquête verstuurd aan zo’n 900 inwoners. 110 inwoners hebben de vragen beantwoord (respons = 12,2%). Het gros van de respondenten woont langer dan 20 jaar in Woudenberg (62%) en heeft geen kinderen
LEEFTIJD RESPONDENTEN
(64%). 100 van de 110 respondenten beoefent minimaal 1x per maand een vorm van sport of beweging. Degenen die dit niet doen, benoemen dat
18 tot 30 jaar
31 tot 45 jaar
46 tot 64 jaar
65 jaar of ouder
ze wel wandelen, fietsen of genoeg bewegen (thuis, in de tuin of op het werk). Interesse, handicap, prijzen en aanbod worden door een enkeling benoemd als
12%
25%
belemmering. 29% De soorten sport of vormen van beweging zijn erg divers; van basketbal, boulderen, crossfit, dans, fietsen, (fysio)fitness (o.a. bodypump, circuit/ e-gym
34%
en revalidatie), golf, hardlopen, kickboksen, korfbal, mtb, paardrijden, padel, suppen/ kanoën, steppen, tafeltennis, tennis, triatlon, voetbal, volleybal, wandelen, wielrennen, yoga tot zwemmen (o.a. schoonspringen). Qua locaties worden uiteraard Sportpark De Grift, De Camp en ’t Schilt genoemd, maar opvallend vaak de omgeving/ buitenruimte en ondernemende aanbieders als Bodyflash, Health club Level Up, Be Active & Fit, TEM en Geerestein. 38 van de 39 respondenten met kinderen geven aan dat hun kinderen minimaal 1x per maand sporten of bewegen. Hier zie je ook sporten als dans en fitness, maar vooral verenigingssporten als gymnastiek/ turnen, korfbal, paardrijden, tennis, voetbal, volleybal en zwemmen. Met het aantal sport- en beweegaanbieders en de bereikbaarheid van de sporthallen, -zalen, velden en banen is men tevreden. Ook de variatie aan aanbod, het aantal buitensportvoorzieningen en de kwaliteit van zowel de binnen- als buitensportvoorzieningen scoren een voldoende. Over het aantal binnensportvoorzieningen is men iets minder tevreden. Aanvullende wensen zitten op de volgende vlakken: •
Veiligheid (o.a. wolf), markering, verlichting, verbinding en verbreding loop- en fietsroutes
•
Diversiteit in aanbod, met o.a.: o
Meer en multifunctionele sport- en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte (onder meer buitenfitness, bootcamp, pumptrack)
o
Andersoortig aanbod als paardrijden, scouting, motocross, streetdance en moderne dans, (kick)boksen/ zelfverdediging voor vrouwen en jeugd, hockey, basketbal, handbal, boulderen, atletiek(baan) en een zwembad
o
Recreatief sporten zonder lidmaatschap, kennismakingsactiviteiten
o
Meer bewegen voor oudere mensen 8
•
•
o
Meer activiteiten voor kinderen onder de 6 jaar
o
Lenen/ huren van materialen
Huidige accommodaties: o
Wens voor een derde sporthal
o
Kunstgras bij vv Woudenberg
Betaalbaarheid van de sport
Een enkele respondent is verbaasd dat de gemeente sport en bewegen financiert, ondanks dat sport en bewegen geen wettelijke taak is. Qua tips en adviezen voor de gemeente Woudenberg over sport en bewegen geven de inwoners het volgende mee: •
Koester de buurtsportcoaches
•
Stimuleer samenwerking tussen verenigingen
•
Geef ruimte aan ondernemers
•
Bevorder sport en bewegen in de openbare ruimte (multifunctionele faciliteiten)
•
Creëer binnensportruimte, bijvoorbeeld uitbreiden van De Camp (naar behoefte (leden van) verenigingen, faciliteiten nabij)
•
Stimuleer sport en bewegen (o.a. kinderen, georganiseerd en anders georganiseerd)
•
Ondersteun en geef aandacht aan initiatieven/ activiteiten
•
Ondersteun verenigingen op het gebied van vrijwilligers en verengingscultuur
•
Ga mee met de tijd
3.4
Belangrijkste bevindingen
Nederland verandert demografisch, met meer ouderen, migranten en eenpersoonshuishoudens. In Woudenberg zien we dubbele vergrijzing, relatief weinig mensen met een migratieachtergrond en een verwachte bevolkingsgroei van zo’n 2.400 inwoners. Sport- en beweeggedrag wordt individueler en informeler (minder lidmaatschappen, meer eigen regie en flexibele vormen) en mede bepaald door sociaaleconomische factoren: inwoners met een hoger inkomen en opleidingsniveau bewegen vaker. In Woudenberg ligt het opleidingsniveau iets lager, maar het inkomen hoger dan gemiddeld. Hoewel de ervaren gezondheid in Woudenberg bovengemiddeld is, voldoet een relatief klein deel van de inwoners aan de beweegrichtlijnen en wordt er minder wekelijks gesport. De Woudenbergse sportdeelname is traditioneel en gericht op verenigingen. Er is relatief weinig ongeorganiseerde sport, met uitzondering van fitness. Het fietsgebruik blijft achter en de omgeving kan nog beweegvriendelijker gemaakt worden. Uit een enquête onder inwoners blijkt tevredenheid over het huidige accommodatie aanbod, maar er zijn ook wensen voor meer diversiteit, veiligheid, toegankelijkheid en recreatief sportaanbod. Belangrijke aanbevelingen van inwoners zijn onder andere meer samenwerking, betere ondersteuning van verenigingen en uitbreiding van voorzieningen.
Een beweegvriendelijke omgeving en het stimuleren van sport voor álle doelgroepen zijn cruciaal voor de toekomst. Woudenberg heeft een sterk verenigingsleven, goede bereikbaarheid van sportlocaties en betrokken inwoners. Door gericht te investeren in multifunctionele, toegankelijke en duurzame accommodaties en de openbare ruimte sportiever en beweegvriendelijker te maken, kan de gemeente de sportdeelname structureel verhogen en bijdragen aan brede maatschappelijke doelen zoals gezondheid, sociale cohesie en leefbaarheid.
9
4.
Binnensportaccommodaties
Dit hoofdstuk geeft een foto van de huidige situatie qua binnensport. Deze foto wordt in hoofdstuk 7 gekoppeld aan de toekomstige vraag - aanbodverhoudingen. In hoofdstuk 8 volgt een vertaling van de belangrijkste bevindingen in scenario’s.
4.1
Aanbod
Gemeente Woudenberg kent ongeveer 20 verschillende sportverenigingen en -aanbieders en beschikt over één binnensportcomplex met meerdere zaaldelen. Verder is er een aparte binnensportvoorziening bij zorginstelling Reinaerde. Sportcomplex De Camp Functionaliteit Sportcomplex De Camp is een uitgebreid sportcomplex met twee sporthallen, een beweegruimte, een sporthoreca en verschillende zalen. Daarnaast maakt ook een cultureel centrum onderdeel uit van het complex. Daarmee is het complex zowel geschikt voor wedstrijden en trainingen van sportverenigingen en bewegingsonderwijs, als voor (zakelijke) bijeenkomsten en vergaderingen, evenementen, theatervoorstellingen en congressen. Het eerste deel van het complex (sporthal De Valleihal) is gerealiseerd in 1989. De tweede sporthal (De Grifthal) is in 2008 gerealiseerd. De Bosrand is in 2022 inpandig gerealiseerd in plaats van vier squashbanen om te fungeren als extra trainingslocatie voor verenigingen (onder meer tafeltennis, korfbal en volleybal). Bouwjaar Afmetingen Sporthal 1989 De Valleihal Sporthal 2008 De Grifthal Beweegruimte 2022 De Bosrand
44x28x7 meter
Aantal Aantal zaaldelen kleedkamers 1/3 en 2/3 4 + 2
Aantal Bijzonderheden tribuneplaatsen 150 Vervanging van de sportvloer
44x24x7 meter
1/2 en 1/2
4+2
150
Renovatie van de toplaag
26x10x6 meter
1
2
geen
Afwijkende maatvoering, geen onderwijskundige voorzieningen
Tabel 1: Kenmerken sportruimten De Camp
Sportcafé De Camp en overige ruimten Centraal in het gebouw is sportcafé De Camp gesitueerd. De horeca wordt gebruikt door de verenigingen tijdens trainingsavonden en in het weekend en daarnaast voor evenementen (onder meer ook in de sporthallen) en door de gebruikers van de zalen. Het complex beschikt over de Campzaal (met podium en op te delen in meerdere delen met verschillende omvang), de bestuurskamer, de Henschoterzaal, de Treekerzaal en de Poortzaal. De verschillende zalen hebben een capaciteit van 10 tot 200 personen en zijn geschikt voor vergaderingen, bijeenkomsten en evenementen. In de sporthallen kunnen grootschalige evenementen worden georganiseerd. Er zijn 220 (gratis) parkeerplaatsen en het buitenterrein is te gebruiken als evenementenlocatie. Voor het onderhavige onderzoek wordt gekeken naar het gebruik van de sporthallen en de beweegruimte op het gebied van bewegingsonderwijs en sport- en beweegactiviteiten. Gebruikers De Camp is de thuisbasis voor Korfbalvereniging Woudenberg, Volleybalvereniging Woudenberg, Zaalvoetbal De Camp, Turnvereniging Longa, TTV Smash, Badminton Vereniging Woudenberg en Bridgeclub Scharuk (in de verschillende zaalruimten van het complex). Stepteam High Level gebruikt De Camp als startplek voor haar activiteiten en er wordt gedanst door verschillende dansgroepen.
10
Eigendom en beheer Het sportcomplex is eigendom van Stichting Accommodaties voor Binnensport & Cultuur (Stichting ABC). De stichting is formeel ook exploitant van het complex. Het operationeel beheer van het complex en de exploitatie van de horeca wordt gedaan door V.O.F. Sportcafé De Camp. Overige binnensportvoorzieningen Gymzaal Heygraeff Naast De Camp beschikt Woudenberg nog over gymzaal Heygraeff. Deze gymzaal (met afmetingen 21x 1 x7 meter) uit 1995 is eigendom van zorginstelling Reinaerde. De zaal heeft 2 kleedkamers, een kantoor- en vergaderruimte en is in principe geschikt voor trainingen van verschillende binnensporten (bijvoorbeeld volleybal en zaalvoetbal). De zaal is in eigen gebruik van de zorginstelling. Reinaerde Fit organiseert hier bijvoorbeeld Motor Activity Training Program (MATP). Externe verhuur van de accommodatie (los van het gebruik door Reinaerde) wordt op dit moment niet gedaan. Het gebouw is in 2024 voorzien van een nieuw dak en verlichting. Eind januari 2025 wordt de houten vloer aangepakt. Externe locaties Andere accommodaties waar indoor gesport wordt in Woudenberg zijn onder meer verschillende fitnesscentra, dansstudio’s en overige sportlocaties (voor fysiosport, kickboksen en/of krachtkids), veelal ondernemende sport. De gemeente heeft geen financiële verhouding met deze voorzieningen.
Voor de vraag – aanbod analyses worden deze voorzieningen buiten beschouwing gelaten. In hoofdstuk 6 wordt verder ingegaan op de mogelijke faciliterende rol van de gemeente op het gebied van de ondernemende sport. KV Woudenberg maakt naast De Camp ook gebruik van de ‘beweegruimte’ van De Jan Ligthartschool en van het KNVB centrum in Zeist.
4.2
Kwaliteit van het complex
Stichting ABC constateert over de technische staat van De Camp, mede vanuit het MJOP, dat de komende jaren meerdere werkzaamheden uitgevoerd moeten worden om de levensduur van het complex te verlengen. Het gaat daarbij onder meer om vervanging van installaties (cv, ventilatie en brandmeldsysteem), vervanging van de sportvloeren, schilderwerk en een cosmetische ingreep. Daarnaast moet over een aantal jaar het dak vervangen worden. Synarchis heeft voor het onderzoek de bouwkundige en installatietechnische staat van het complex in kaart gebracht en een eerste inventarisatie van de verduurzamingsmogelijkheden gemaakt. Bouwkundig Sportcomplex De Camp bestaat uit meerdere bouwdelen met uiteenlopende bouwjaren en functies (sporthallen, beweegruimte en sociaal-culturele ruimten). •
De stalen draagconstructie vertoont geen roestvorming of scheuren. De fundering is visueel niet beoordeeld, maar gezien het ontbreken van scheurvorming in gevels en vloeren zijn er geen aanwijzingen voor funderingsproblemen.
•
De kozijnen staan goed in de verf en er zijn geen tekenen van houtrot. Alle buitengevelramen zijn uitgevoerd in HR++-glas (2007).
•
Het tegelwerk is op enkele punten licht beschadigd. De sportvloeren in De Grifthal en De Valleihal zijn meer dan 15 jaar oud; het is raadzaam om de toplaag preventief te renoveren. De overige vloeren tonen normale gebruikssporen.
•
De Campzaal oogt gedateerd, maar is technisch in goede staat. De Campzaal, Poortzaal, Henschoterzaal en Treekerzaal vertonen gebruikssporen, passend bij het gebruik.
Daken en buitenschil •
De dakafwerking van De Valleihal dateert uit 1996 en is visueel nog in redelijke staat. Er zijn enkele reparaties uitgevoerd en er zijn geen lekkages bekend. We adviseren wel de daken op middellange termijn preventief te vervangen vanwege het bereiken van de technische levensduur.
•
De hellende daken van De Valleihal en De Bosrand zijn bekleed met golfplaten, die eveneens aan vervanging toe zijn. Bij deze werkzaamheden kan extra isolatie worden toegepast voor verduurzaming. 11
•
Op het dak zijn zonnepanelen geplaatst in 2017. De onderconstructie hiervan voldoet mogelijk niet meer aan de huidige eisen (voor 2020 gebouwd). Bij dakvervanging adviseren we de zonnepanelen en onderconstructie te vernieuwen. Nieuwe panelen leveren bovendien meer opbrengst op bij een compacter oppervlak.
•
De gevel van De Grifthal bestaat tot circa drie meter hoogte uit metselwerk en daarboven uit sandwichpanelen.
Installaties •
De sporthallen beschikken over direct gasgestookte ketels en indirect gestookte boilers voor warmwatervoorziening. In De Bosrand is een direct gestookte boiler buiten gebruik gesteld wegens technische gebreken; de douches zijn daar afgesloten. De meeste verwarmingsketels bevinden zich aan het einde van hun technische levensduur. Voor de continuïteit van de bedrijfsvoering is vervanging op zeer korte termijn noodzakelijk.
•
De ventilatie bestaat uit mechanische afzuiging met natuurlijke toevoer. We hebben geen bijzonderheden geconstateerd.
•
De brand- en inbraakinstallaties zijn verouderd en toe aan een upgrade vanwege het bereiken van hun technische levensduur.
•
We adviseren bij renovatie over te stappen op duurzame installaties, zoals warmtepompen, in plaats van gasgestookte systemen (onder meer vanwege het klimaatakkoord).
De accommodatie verkeert in een redelijke tot goede bouwkundige staat, zeker gezien de leeftijd van de gebouwdelen. Het sportcomplex kan, mits voorzien van een grondige renovatie van onder meer de daken, installaties, sportvloeren en een verduurzamingsslag, naar verwachting nog minimaal 20 tot 25 jaar mee.
4.3
Gebruik, huidige en latente behoefte
4.3.1
Richtlijnen gebruik binnensportaccommodaties
Uitgangspunten sporthallen en sportzalen Om een oordeel te geven over de bezetting wordt gebruik gemaakt van verschillende kengetallen. NOC*NSF en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hanteren als richtlijn voor de keuze om al dan niet een sporthal of sportzaal te realiseren een minimaal aantal gebruiksuren per jaar. NOC*NSF gaat uit van 1.400 uur gebruik per jaar exclusief onderwijsgebruik en de VNG van 1.600 uur per jaar inclusief onderwijsgebruik. Deze richtlijnen werden in het verleden door gemeenten wel gebruikt bij de afweging als er een extra sporthal gerealiseerd moest worden. Op basis van eigen referentiegegevens beoordelen we de totale bezetting van een sporthal (of sportzaal), ook van bestaande binnensportaccommodaties. Dit leidt tot een indeling in scores op 5 niveaus (van onvoldoende tot goed): •
Goed > 2.100 uur per jaar
•
Ruim voldoende 1.700 – 2.100 uur per jaar
•
Voldoende 1.500 – 1.700 uur per jaar
•
Matig 1.100 – 1.500 uur per jaar
•
Onvoldoende < 1.100 uur per jaar
De score is gekoppeld aan het totale aantal gebruiksuren per jaar inclusief onderwijsgebruik. Op zondagen wordt er in Woudenberg niet in de sporthallen gesport. Hierop zijn de hierboven gepresenteerde bezettingscijfers daarom gecorrigeerd. De verenigingen gebruiken de sporthallen in de regel gemiddeld 40 weken per jaar. Uitzondering hierop vormt de korfbalvereniging (22 weken per jaar). Bij de berekening qua bezetting wordt rekening gehouden met de aangegeven verschillen in het aantal weken gebruik bij de zaalsportverenigingen. Voor het primair onderwijs is gerekend met een bezetting van 40 weken per jaar. Uitgangspunten gymzalen Er is in principe geen norm voor het aantal gebruiksuren van een gymzaal. Over het algemeen wordt een gebruik van 1.000 uur per jaar als ‘goed’ beoordeeld. Dit is gebaseerd op de primaire functie van een gymzaal voor bewegingsonderwijs. Voor primair onderwijs heeft een gymzaal een maximale capaciteit van 26 uur per week; op jaarbasis is dit 1.040 uur. 12
4.3.2
Gebruik van De Camp
Totale gebruik Uit de roosters (zie bijlage 3) en de cijfers van Stichting ABC komt naar voren dat het totale gebruik van de sporthallen goed te noemen is. •
Het totale gebruik van De Grifthal is 2.214 uur, hetgeen op basis van de normering goed te noemen is.
•
Het totale gebruik van De Valleihal is 2.019 uur, hetgeen op basis van de normering ruim voldoende te noemen is.
•
Het gebruik van De Bosrand is 938 uur. De Bosrand heeft een afwijkende afmeting, maar kan het meest vergeleken worden met een gymzaal. De Bosrand is een ‘overlooplocatie’ om extra gebruik door met name verenigingen mogelijk te maken. Het gebruik is ruim voldoende te noemen.
•
De sporthallen worden primair door het onderwijs (1.853 uur) en sportverenigingen (2.154 uur) gebruikt, De Bosrand wordt vooral gebruikt door sportverenigingen (614 uur) en voor (zakelijke) activiteiten en evenementen (324 uur). De sporthallen worden verder voor ongeveer 220 uur voor overige (zakelijke) activiteiten gebruikt.
Grifthal totaal
Onderwijs 984
Vereniging 1.061
Zakelijk 170
Totaal 2.214
Valleihal totaal
869
1.093
57
2.019
0
614
324
938
Bosrand Tabel 2: Gebruik sportruimten De Camp
Gebruik onderwijs De vijf scholen voor primair onderwijs maken gebruik van de sporthallen: De Griftschool, De Jan Ligthartschool, Kindcentrum Koningin Juliana, De Olijfboom en De Wartburg. Voor het gebruik wordt geen tarief doorberekend aan de scholen. In schooljaar 2024 – 2025 zijn er in totaal 60 lesgroepen op de vijf scholen. De kleutergroepen (1 – 2) maken gebruik van een speellokaal voor het bewegingsonderwijs. De overige groepen maken in principe gebruik van de zaaldelen in De Camp. Voor de vijf scholen zou dat op basis van de 39 normgroepen1 gaan om 58,5 uur per week. Volgens het rooster van De Camp is ongeveer 50,5 uur ingeroosterd voor bewegingsonderwijs. Uit de roosters van de twee sporthallen komt nu een intensieve programmering voor bewegingsonderwijs naar voren. Op dinsdag tot en met vrijdag wordt in beide hallen bewegingsonderwijs gepland. In de roosters is nog ruimte beschikbaar in de Valleihal op maandag. Eén van de zaaldelen wordt verhuurd tussen 9.30 en 11.30 uur, maar de overige tijden zijn nog beschikbaar voor bewegingsonderwijs. Daarnaast zijn in De Valleihal op verschillende momenten nog uren beschikbaar, met name tussen 12.00 en 13.00 en vanaf 14.30 uur. Door een wijziging in de roosters zijn die uren beschikbaar te krijgen.. Ook in De Grifthal zijn op soortgelijke momenten uren beschikbaar.
In totaal lijkt daarmee nog zo’n 13 uur (hele sporthal) beschikbaar. Voor het komende schooljaar wordt door de vakdocenten een efficiëntere inroostering gehanteerd, waardoor extra capaciteit ontstaat Beide sporthallen beschikken over een scheidingswand, waarmee in beide sporthallen 2 zaaldelen zijn te creëren (4 zaaldelen in totaal). Die zaaldelen kunnen in principe allemaal gebruikt worden voor bewegingsonderwijs, waarbij een deel van de onderwijskundige toestellen wellicht in het ene of het andere zaaldeel staat. Daarmee is in theorie een capaciteit van ongeveer 104 uur voor bewegingsonderwijs (primair onderwijs) te creëren: 4 zaaldelen x 26 uur per zaal. Uit de roosters komt naar voren dat nu voor een deel van de uren bewegingsonderwijs de hele sporthal gebruikt wordt. In De Valleihal geldt dat voor al het gebruik, in De Grifthal wordt voor een deel van de uren de hele sporthal gebruikt. Voor De Valleihal is er onvoldoende materiaal om twee groepen kwalitatief gelijktijdig naast elkaar les te geven. Daarnaast is de akoestiek in De Valleihal onvoldoende, waardoor het vanuit dat oogpunt evenmin mogelijk is om twee groepen structureel tegelijk les te geven. Een aantal momenten
1
Berekend met behulp van de splitsingstabel uit de Modelbeleidsregel bekostiging lokalen bewegingsonderwijs. De normgroepen behoren in principe 1,5 klokuur bewegingsonderwijs te krijgen.
13
per week zou dat in principe wel kunnen. In de praktijk zijn er daarmee structureel drie zaaldelen (3 x 26 uur = 78 uur) beschikbaar in het sportcomplex: twee in De Grifthal en één in De Valleihal. Groepen afgerond De Olijfboom De Wartburg De Griftschool De Jan Ligthartschool Kindcentrum Koningin Juliana Totaal
Speellokaal
Gymzaal
Klokuren
Huidige uren
Verschil
15 16 7 11
5 5 3 4
10 11 4 7
15,0 16,5 6,0 10,5
16,13 14,16 4,50 5,25
1,13 -2,34 -1,50 -5,25
11
4
7
10,5
10,50
0,00
58,5
50,54
-7,96
Tabel 3: Normuren bewegingsonderwijs
Uit de verordening komt naar voren dat de voorziening(en) bewegingsonderwijs bij minimaal 15 klokuren op 3,5 km hemelsbreed gesitueerd moeten zijn en bij 20 klokuren op 1,0 km hemelsbreed. Met de huidige klokuren wordt voldaan aan deze reisafstanden. Als in Hoevelaar in de toekomst een school met 13 of meer lesgroepen bewegingsonderwijs (20 klokuren) gerealiseerd wordt, moet ook in Hoevelaar een voorziening voor bewegingsonderwijs gerealiseerd worden. Bij minder lesgroepen en klokuren, kan gebruik gemaakt worden van de huidige sportvoorzieningen.
Uit de enquêtes worden de volgende aandachtspunten naar voren gebracht door de scholen: •
De Jan Ligthartschool kiest ervoor het bewegingsonderwijs aan de groepen 3 en 4 in het speellokaal van de school (1 uur per week) aan te bieden. Het overige bewegingsonderwijs wordt voor deze twee groepen georganiseerd via langere perioden buitenspelen. Dat verklaart het lagere aantal uren dat in De Camp wordt afgenomen.
•
De Jan Ligthartschool hecht waarde aan bewegingsonderwijs door vakleerkrachten (in plaats van eigen leerkrachten met een opleiding bewegingsonderwijs). Niet voor elk uur bewegingsonderwijs is een vakleerkracht beschikbaar, waardoor met leerkrachten moet worden gewisseld.
•
De Olijfboom geeft bewegingsonderwijs in De Camp. Daarnaast worden het schoolplein, het parkeerterrein bij De Camp en het veldje naast de school gebruikt voor beweging(sonderwijs). De Olijfboom benoemt als knelpunten het aantal zaaldelen, de tijdstippen en dagen. Het lukt nu niet om alle groepen 1,5 klokuur bewegingsonderwijs aan te bieden. Er wordt een tekort aan zaalruimte ervaren; voor vakleerkrachten is het gebruik van verschillende zalen op één dag onhandig. De Olijfboom heeft behoefte een onafhankelijke verdeling van de uren tussen scholen op basis van het recht op klokuren.
•
De Olijfboom en De Griftschool geven aan behoefte te hebben aan extra uren zaalcapaciteit voor bewegingsonderwijs. De Griftschool noemt de beschikbare tijdstippen en dagen eveneens als knelpunt. 14
•
De Wartburg ervaart de afstand tot De Camp (vooral voor de jongere groepen) als knelpunt bij het inroosteren van bewegingsonderwijs ten opzichte van de rest van het curriculum.
•
Over het algemeen zijn de scholen tevreden over de accommodaties. Minder tevreden zijn ze met de (kleine) gebruiksmaterialen, de klimaatinstallatie, de akoestiek in de Valleihal en omvang van de kleedkamers.
Gebruik verenigingen en overige organisaties Er zijn zeven verenigingen die structureel gebruikmaken van de sporthallen en de beweegruimte De Bosrand. De badmintonvereniging, gymnastiek, volleybal en zaalvoetbal maken structureel gebruik van de sporthallen, de korfbalvereniging maakt gedurende 22 weken gebruik (het zaalseizoen). De judovereniging maakt gebruik van De Bosrand. Andere gebruikers van de sportvoorzieningen zijn naschoolse opvang SNO, Stichting Welzijn Ouderen Woudenberg en incidentele gebruikers (onder meer kerkgenootschappen). Uit de enquête blijkt dat gymnastiek en badminton de afgelopen jaren te maken hebben met dalende ledenaantallen: Coronamaatregelen, verminderde belangstelling voor de sport en onvoldoende vrijwilligers worden als redenen genoemd. Gymnastiek verwacht wel weer te gaan groeien, net als dans, volleybal, sportieve naschoolse opvang (SNO) en korfbal. Tafeltennis, badminton en bridge verwachten een gelijkblijvend ledenaantal. Op dit moment is er een latente behoefte (al dan niet in de vorm van wachtlijsten of minder afgenomen uren) bij dans, tafeltennis, volleybal en korfbal. Er is een grote vraag naar naschoolse opvang (SNO). Meerdere verenigingen verwachten verder te groeien als Woudenberg verder groeit. Wat betreft het gebruik van de sportvoorzieningen kan het volgende worden geconstateerd: •
Er is een onderscheid te maken tussen de wintermaanden (half oktober – eind maart) en de overige gebruiksmaanden. In de wintermaanden, inclusief zaalkorfbal, is sprake van een intensief gebruik van de twee sporthallen, met name in de avonden (vanaf 17.00 uur). In de overige gebruiksmaanden, exclusief zaalkorfbal valt het gebruik op maandag- en woensdagavond in beide sporthallen grotendeels weg.
•
Het gebruik per jaar van De Grifthal ligt iets hoger dan het gebruik van De Valleihal.
•
De wedstrijdcapaciteit (KV Woudenberg) wordt vooral in De Grifthal ingepland (9.30 – 19.30 uur) en gedeeltelijk, tussen 9.30 en 12.00 uur, in De Valleihal. Deze bezetting valt buiten de wintermaanden eveneens weg.
•
Er is in principe geen druk op wedstrijddagen (zaterdag). Ook tijdens het zaalkorfbalseizoen is er ruimte voor extra wedstrijden, met name in de Valleihal.
•
Er is met name bij volleybal en korfbal sprake van een latente behoefte aan extra capaciteit. o
Voor volleybal geeft de vereniging aan zo’n 60 extra leden te kunnen plaatsen. Uitgaande van 12 personen per team is dan sprake van 5 extra teams. Met 2 uur training in de week en 40 weken (en gelijktijdige training van 4 teams) is dan sprake van ongeveer 120 uur latente trainingscapaciteit. De wedstrijdcapaciteit is, bij 22 wedstrijden waarvan 11 thuis, zo’n 40 uur (4 wedstrijden gelijktijdig, 2 uur per wedstrijd).
o
Voor korfbal kunnen nu niet alle teams terecht in De Camp; er wordt ook gebruik gemaakt van de KNVB Campus in Zeist en de beweegruimte bij De Jan Ligthartschool. De totale latente behoefte wordt ingeschat op ongeveer 4 uur per week en van 80 uur per jaar.
o
Daarmee is sprake van een latente behoefte van 200 trainingsuren en 40 wedstrijduren; die behoefte kan nu niet worden ingevuld.
•
Verder is nog een beperkte behoefte aan zaalcapaciteit voor dans en tafeltennis. Hiervoor is geen sporthalcapaciteit nodig, maar kan ook andere zaalruimte in De Camp gebruikt worden.
•
In de middag is nog ruimte beschikbaar, al geeft dit organisatorisch uitdagingen voor de verenigingen.
•
De Bosrand voorziet in een trainingsbehoefte van verschillende verenigingen. Het avondgebruik concentreert zich op dinsdag en woensdag en voor een deel (2 uur per avond) op maandag en donderdag.
Knelpunten en wensen verenigingen Gymnastiek, korfbal en volleybal geven in de enquête aan knelpunten te ervaren bij het inroosteren van trainingen voor de jeugd en voor de senioren. Er zijn meer trainingsuren nodig, onder meer om wachtlijsten weg te werken, ambities (hoger spelniveau) te realiseren en daarnaast de kwaliteit van de afgenomen gebruiksuren te versterken: meer zaaldelen gelijktijdig kunnen huren, gebruik op andere tijdstippen en op andere dagen in de week.
15
Uit de enquête blijkt ook dat de verenigingen over het algemeen tevreden zijn met hun accommodatie. Verbeterpunten zijn de inrichting (voor dans specifiek matig qua materialen en onvoldoende kwaliteit van de materialen, te kleine ruimte), de beschikbare berging en de verenigingsruimte (ruimte te beperkt). Ook de klimaatinstallatie (’s winters te koud, ’s zomers te warm), akoestiek, bereikbaarheid, algehele staat en hygiëne (toilet, vloer douche, schoonmaak) scoren voor sommige verenigingen matig. In de bijeenkomst met sportaanbieders op 25 maart 2025 is de behoefte aan extra capaciteit door de zaalsportverenigingen nogmaals benadrukt. Daarbij stellen de verenigingen dat uiteraard een lange termijn visie (2040) nodig is, maar dat ook gezocht moet worden naar een oplossing voor de korte termijn.
16
5.
Buitensportaccommodaties
Dit hoofdstuk geeft een foto van de huidige situatie qua buitensport. Deze foto wordt in hoofdstuk 7 gekoppeld aan de toekomstige vraag - aanbodverhoudingen. In hoofdstuk 8 volgt een vertaling van de belangrijkste bevindingen in scenario’s.
5.1
Sportpark De Grift
Sportpark De Grift heeft als hoofdgebruikers voetbalvereniging Woudenberg en korfbalvereniging Woudenberg. Daarnaast wordt het sportpark gebruikt door Sportieve Naschoolse Opvang (SNO) en andere (incidentele) gebruikers (vergaderruimte hengelsportvereniging Ons Genoegen, startplek loop-, fiets- en skeelergroepen), diverse activiteiten (o.a. schoolvoetbal, Pro/Footcamp, Reboot Sportcoaching) en evenementen als de Florijn Winterloop.
Functionaliteit Vv Woudenberg beschikt over 5,5 velden, waarvan 1 regulier kunstgrasveld, een kunstgras pupillenveld (half veld voor O8, O9, O10 en G-voetbal) en 4 natuurgrasvelden, waaronder het hoofdveld. Het hoofdveld heeft geen verlichting en wordt daarom niet ingezet voor trainingen. Vanwege de belastbaarheid van de natuurgras wedstrijdvelden wordt een balans gezocht om deze velden voor wedstrijden en trainingen in te kunnen zetten. Verder beschikt vv Woudenberg over een pannaveldje, het Ricky van Wolfswinkel Court, en over een clubgebouw en 14 kleedkamers. De club-kleedaccommodatie is in 2005 gerealiseerd. Korfbalvereniging Woudenberg beschikt over 4 korfbalvelden. Daarnaast beschikt de vereniging over een clubgebouw en 4 kleedkamers. Tennis- en padelvereniging ’t Schilt grenst aan Sportpark De Grift en beschikt over een complex met 5 kunstgras tennisbanen en 5 padelbanen (waarvan 2 overdekt). De vereniging beschikt ook over een club- en kleedaccommodatie. Eigendom en exploitatie Stichting Beheer Sportpark De Grift heeft het gebruiksrecht en de verplichting tot beheer van het sportpark. Het eigendom ligt bij de gemeente. Dit geldt alleen voor voetbal en korfbal, bij tennis speelt de beheerstichting geen rol. Overig aanbod buitensport In Woudenberg zijn verder nog 2 jeu de boules banen en 3 maneges gesitueerd.
De jeu de boules banen worden anders en/of ongeorganiseerd gebruikt. De maneges zijn te kenschetsen als commerciële voorziening en blijven daarmee buiten beschouwing in dit onderzoek.
5.2
Ontwikkeling georganiseerde buitensport
Uit de enquête van de buitensportverenigingen blijkt dat voetbal en korfbal de afgelopen jaren groeiende ledenaantallen kennen. Redenen voor de groei, naast de bevolkingsgroei, zitten in actief (jeugd)beleid, werving, balans tussen plezier en prestatie en sportieve successen. Ook tennis en padel zijn de afgelopen jaren gegroeid in Woudenberg. Tennis heeft zich tijdens Covid-19 landelijk gezien behoorlijk ontwikkeld (als één van de weinige sporten die tijdens lockdowns was toegestaan). 17
Padel is de laatste jaren ook in opkomst en wordt in heel Nederland toegevoegd aan het aanbod van tennisverenigingen. Ook in Woudenberg is dat het geval, waarbij is overgegaan tot het bouwen van een padelhal met 2 overdekte padelbanen, naast de 3 buitenbanen. Voor de komende jaren verwachten de voetbal-, korfbal- en tennis- en padelvereniging te blijven groeien, mede vanwege de groei van de gemeente.
5.3
Huidige vraag – aanbod verhoudingen
Per tak van sport wordt de huidige capaciteit van de voorzieningen afgezet tegen de huidige behoefte. Normteams in relatie tot richtlijnen gebruik van de capaciteit Binnen de verschillende sporttakken worden teams ingedeeld in categorieën: jeugd- en seniorenteams, dames- en herenteams, veteranenteams etc. De ‘ruimteclaim’ verschilt per team. Een team jonge jeugd heeft bijvoorbeeld minder ruimte nodig om te trainen en speelt kortere wedstrijden op kleinere velden dan oudere jeugdteams en seniorenteams. Daarom wordt door verschillende sportbonden (waaronder voetbal en korfbal) gewerkt met normteams. Aan elke categorie normteams wordt een gebruiksfactor gekoppeld. De categorie(ën) met de grootste ruimtevraag krijgen de hoogste gebruiksfactor (meestal is dit 1) wat gelijk staat aan één normteam per veld. De overige categorieën krijgen een lagere gebruiksfactor. Het aantal gebruiksfactoren verschilt per sporttak. Bij voetbal is de variatie het grootst (buiten factor 1 varieert dit van 0,08 tot 0,75). Elke richtlijn is op uitgangspunten gebaseerd. Deze sluiten niet altijd aan bij de praktijk. Ook bestaan er verschillen tussen de sporttakken voor wat betreft de ruimte die binnen een richtlijn bestaat. Anders gezegd: er is onderscheid tussen hoe ‘streng’ een richtlijn is.
Er zijn bijvoorbeeld verschillen in de hoeveelheid tijd die een bond reserveert per wedstrijd (verschil tussen netto en bruto speeltijd) en het aantal uren per wedstrijddag (aanvang van de wedstrijden en eindtijd van de laatste wedstrijd). Diverse ontwikkelingen (plaatsen van verlichting bij wedstrijdvelden) kunnen ook van invloed zijn op het gebruik. Die ontwikkelingen worden door de betreffende bond niet altijd (direct) vertaald in de richtlijn. Voor de analyse van de (toekomstige) capaciteit zijn die uitgangspunten wel van belang. De richtlijnen geven wel een goede indicatie en vormen daarmee een basis om in overleg te treden bij eventuele knelpunten. Richtlijnen voetbal De richtlijn van de KNVB (voetbalbond) voor de benodigde veldcapaciteit voor wedstrijden gaat uit van een capaciteit van 7,5 uur op de zaterdag, 6,5 uur op de zondag en 4 uur op de vrijdag. Voor elke spelcategorie is een bruto speeltijd bepaald. Op basis hiervan wordt het benodigde aantal velden per wedstrijddag berekend. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat 50% van de teams ‘thuis’ speelt. De benodigde capaciteit op de drukste speeldag is bepalend voor de behoefte. In Woudenberg is dit de zaterdag. De richtlijn van de KNVB voor de benodigde capaciteit voor trainingen gaat uit van 2 trainingen van 80 minuten per team per week en 40 trainingsweken per jaar en gelijktijdig gebruik van velden door 2 normteams.
Verder wordt uitgegaan van een planning van de trainingen van maximaal 22 uur per week: 4 uur op de maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag (18.00 – 22.00 uur) en 6 uur op de woensdag (16.00 – 22.00 uur). Bij verenigingen die minder dan 20% van de wedstrijden op de zondag spelen wordt de vrijdag niet meegerekend als capaciteit en daalt het aantal trainingsuren per weken naar 18. Dit is voor Woudenberg van toepassing. Voor het bepalen van de benodigde capaciteit is tot slot het veldtype van belang. Gerekend wordt met een maximale bespeelbaarheid van een natuurgras trainingsveld van 700 uur per jaar, wat neerkomt op 17,5 uur per week. Een kunstgrasveld kan in principe onbeperkt worden ingezet, dus bepaalt het aantal uren per week waarop de verenigingen trainingen plannen de maximale capaciteit. Op basis van de richtlijn van de KNVB is dit 18 uur per week bij een zaterdagvereniging, wat neerkomt op 720 uur per jaar. Omdat de richtlijn gebaseerd is op veel factoren dient de uitkomst te worden gezien als een indicatieve trainingsbehoefte. Een natuurgras wedstrijdveld kan maximaal 350 uur per jaar bespeeld worden. Voor kleedkamers is jarenlang uitgegaan van 2 kleedkamers per wedstrijdveld en 2 extra kleedkamers per 3 wedstrijdvelden. Sinds 2013 is een ‘nieuwe’ richtlijn opgesteld, waarbij minder maar grotere kleedkamers (en teamlockers) worden gehanteerd: 18
2 kleedkamers per wedstrijdveld. Van de kleedlokalen dient 50% een maat te hebben van minimaal 15 m² en 50% minimaal 24 m². De nieuwe richtlijn wordt vooral gehanteerd bij nieuw te realiseren kleedkamers. De richtlijnen voor korfbal, tennis en padel zijn wat minder uitgebreid en complex: Richtlijnen korfbal De richtlijn voor de benodigde capaciteit aan velden van het KNKV (korfbalbond) is 7 normteams per wedstrijdveld per speeldag en 0,33 trainingsvelden per wedstrijdveld. Het benodigde aantal wedstrijdvelden is ook hier leidend. KV Woudenberg speelt haar wedstrijden op zaterdag. De richtlijn voor het aantal kleedlokalen is minimaal 4 en bij 3 of meer wedstrijdvelden wordt veelal uitgegaan van 2 kleedkamers per wedstrijdveld. Een harde regel is dat echter niet. Richtlijnen tennis en padel De KNLTB (tennisbond) hanteert voor de berekening van de benodigde capaciteit aan tennisbanen de volgende richtlijnen: •
70-90 spelers per baan voor verlichte banen en 50-70 spelers per baan bij onverlichte banen.
•
De banen worden zowel gebruikt voor (georganiseerde) trainingen en wedstrijden als voor ongeorganiseerd gebruik, het zogenaamde ‘vrij spelen’. De verhouding tussen deze activiteiten varieert per vereniging.
•
Ook de leeftijdsopbouw van de leden speelt een rol (de mate waarin de banen ook overdag worden benut).
•
Er is geen richtlijn voor het aantal kleedlokalen. De meeste verenigingen beschikken over 1 kleedlokaal voor dames en 1 kleedlokaal voor heren.
•
Voor padel hanteert de KNLTB dezelfde richtlijnen als voor tennisbanen (maximaal 90 leden per baan).
Benodigde capaciteit Voetbal Vv Woudenberg heeft 45 teams. Het aantal normteams is 28. Op basis van de normering is het aantal benodigde wedstrijdvelden van vv Woudenberg 3,93. Afgerond zijn dat 4 velden. Vv Woudenberg beschikt in principe over 5 wedstrijdvelden. De capaciteit voor wedstrijden is daarmee voldoende voor het huidige aantal leden. De wedstrijdvelden (exclusief het hoofdveld) worden ook voor trainingen ingezet. Vanwege de bespelingsnorm zijn er in de praktijk dan eigenlijk wat minder wedstrijdvelden beschikbaar, maar in de huidige verhoudingen in principe voldoende. Er zit nog enige rek in de bespelingsnorm, omdat de norm van de KNVB behoorlijk conservatief is. Door minder tijd tussen wedstrijden en latere aanvangstijden zouden meer wedstrijden gepland kunnen worden. De indicatieve trainingsbehoefte op basis van het aantal teams is ongeveer 1.530 uur per jaar. De beschikbare maximale capaciteit is ongeveer 2.060 uur per jaar. Volgens de normering is er daarmee zo’n 530 uur per jaar aan trainingscapaciteit te veel, dit is een overschot van 13,22 uur per week. Vv Woudenberg heeft 14 kleedlokalen. Volgens de oude richtlijn is een aantal van 12 kleedlokalen voldoende.
Knelpunten en wensen vv Woudenberg De voetbalvereniging geeft aan nu niet te hoeven groeien in het aantal wedstrijdvelden, maar er is wel noodzaak om de verhouding natuurgras en kunstgras meer naar elkaar toe te brengen. De vereniging heeft nu 4 natuurgras wedstrijdvelden, 1 kunstgrasveld en 1 pupillen kunstgrasveld. Er is behoefte om minimaal 1 natuurgrasveld om te zetten naar een kunstgrasveld. Er wordt aangegeven dat de afgelopen jaren geregeld trainingen en wedstrijden in de periode november – februari zijn afgelast vanwege de slechte afwatering van één van de velden. In deze maanden zijn velden minder bespeelbaar en kan er daardoor minder gesport worden. Daarnaast gaat de kwaliteit van de natuurgras wedstrijdvelden in die periode achteruit. Ook de kosten voor het herstellen van de speelschade op de natuurgrasvelden is in deze periode hoger. De vereniging heeft verder behoefte aan extra opslagcapaciteit en ruimtes waar ze vergaderingen en wedstrijdbesprekingen kunnen worden gehouden. Een verbeterpunt zit tevens in het hekwerk. De voetbalvereniging krijgt regelmatig klachten uit de 19
buurt dat buiten de openingstijden van het sportpark hangjongeren op het sportpark zijn. Alle hekken zijn dan wel op slot. Ze klimmen er relatief makkelijk over heen. Ook kunnen van binnenuit een aantal hekken geopend worden (vanwege veiligheid is gekozen voor deze toepassing). Qua bereikbaarheid (en toegankelijkheid) is er behoefte aan nieuwe bewegwijzering, zowel online als fysiek. Fysiek een aantal duidelijke borden die de bezoekers vanaf de grote parkeerplaats naar het sportpark leiden. Online worden bezoekers op verschillende manieren onjuist naar het sportpark genavigeerd. Onder andere via Google Maps gaat dit niet goed en wordt men naar het bospad achter de velden genavigeerd. Bezoekers worden ook vaak via de Griftdijk naar het sportpark geleid. Door de toenemende energieprijzen is het wenselijk om het sportpark meer te verduurzamen, naast de LED verlichting die er nu al is en de zonnepanelen op het clubhuis. Korfbal KV Woudenberg heeft zo’n 350 leden, verdeeld over senioren, junioren en een grote jeugdafdeling. Dit zijn momenteel 26 teams waarvan 21 jeugdteams. Dit vertaalt zich in 17,98 normteams. De veldbehoefte op basis van dit aantal normteams is 2,57, afgerond 3. KV Woudenberg speelt haar thuiswedstrijden tijdens de veldperiode op de 4 kunstgrasvelden van Sportpark De Grift. KV Woudenberg heeft dus een overschot van 1 veld.
Het aantal kleedlokalen van KV Woudenberg voldoet aan het minimum van 4. Knelpunten en wensen KV Woudenberg Korfbal geeft in de enquête aan dat het aantal parkeerplaatsen op de meeste speelzaterdagen onvoldoende is. Vanuit het ambitieplan ligt een grote focus op onder andere ledengroei en -behoud, voldoende gekwalificeerde trainers en voldoende vrijwilligers, echter dit ziet korfbal niet als knelpunten/ zorgen. Tennis en padel Tennis- en padelvereniging ’t Schilt beschikt over verlichte banen. Daarom is in de vraag – aanbod verhouding uitgegaan van een benodigde capaciteit van 1 baan per 90 leden (bovenkant van de bandbreedte van 70 – 90 bij verlichte banen). We hebben ook naar de baandruk gekeken. Dit is het werkelijke aantal spelers per baan. Bij ‘t Schilt kan elk lid zowel tennis als padel spelen. De vereniging telt 300 tennissende leden en 515 (overwegend) padellende leden. Het benodigd aantal tennisbanen komt op basis van de het aantal tennissende leden uit op 3,33, afgerond 4. Het beschikbare aantal banen is 5. Met een totaal aan 300 leden is de baandruk 60. Bij meer dan 90 leden per baan is er sprake van hoge baandruk. Bij padel is op basis van het aantal leden sprake van een behoefte van 5,7 padelbanen, afgerond 6 padelbanen. Er zijn 5 padelbanen beschikbaar. De druk op de padelbanen is daarmee hoger te noemen. Dit geldt overigens voor veel padelbanen in Nederland.