07. Memo raad update algemene uitkering nav de meicirculaire 2026v6.pdf
Tekst van het document
Memo
Stand van zaken algemene uitkering n.a.v. de meicirculaire 2026 Verzonden aan: de gemeenteraad
Afzender: Wethouder Henk-Jan Molenaar Datum: 23 juni 2026
Zoals door het college voorafgaand aan de behandeling van de Kaderbrief 2027–2030 is toegezegd, informeren wij u hierbij over de gevolgen voor de algemene uitkering naar aanleiding van de Meicirculaire 2026. Financiële gevolgen Meicirculaire 2026: Intern is een globale analyse gemaakt van de algemene uitkering over de jaren 2026 tot en met 2030 naar aanleiding van de meicirculaire 2026. Dit geeft dan het volgende beeld over de cijfers 2027-2030. Algemeneuitkering Kaderbrief 2027-2030 (financieel beeld)
2027 -272
2028 -577
2029 -529
2030 -129
Inschattingalgemene uitkeringn.a.v. de meicirculaire 2026
329
206
253
377
Totaal - =nadelig +=voordelig
57
-371
-276
248
Zichtbaar is dat de impact van de meicirculaire en verschuiving van regelgeving uiteindelijk positiever is dan de vooraf gemaakte inschatting die verwerkt is in onze kaderbrief 2027-2030. Aangepaste begrotingsresultaten 2027-2030 Omdat in de meerjarenbegroting wordt uitgegaan van constante budgetten zonder automatische inflatiecorrectie, wordt in de periodieke budgetgesprekken met budgethouders expliciet stilgestaan bij inflatieontwikkelingen. Dit komt opnieuw aan de orde bij de voorbereiding van de begroting 2027. De afgelopen jaren is te zien dat tussen de kaderbrief en de begroting nog aanvullende kosten kunnen optreden, waarmee in de begroting rekening moet worden gehouden. Aanvullende ophogingen van de budgetten (die nog niet zijn verwerkt in deze kaderbrief) zullen bij het opstellen van de begroting worden meegenomen en verwerkt in de definitieve cijfers. Daarnaast zijn in het kader van de kaderbrief verschillende wensen en ambities ingebracht. Gegeven de financiële uitgangspunten en de noodzaak om te komen tot een sluitende meerjarenbegroting zijn deze voorstellen in deze fase niet financieel verwerkt in de voorliggende kaderbrief. De betreffende wensen en ambities zijn wel benoemd, zodat deze bij toekomstige afwegingen en besluitvorming kunnen worden meegenomen.
Verklaring van de financiële mutaties uit de meicirculaire 2026 De financiële effecten voor de jaren 2026 tot en met 2030 zijn als volgt: Algemene uitkering Verwerkt in de begroting 2026-2029 Totaal algemene uitkering volgens meicirculaire 2026 exclusief extra inkomsten doeluitkeringen Waarvan extra inkomsten op de doeluitkeringen Hogere algemene uitkeringn.a.v meicirculaire 2026 Mutatie n.a.v. de september/december circulaire 2025 Meegenomen in de Kaderbrief 2027-2030 Mutatie n.a.v. inschatting meicirculaire 2026 Uitstel ingroeipad herverdeling Stelpost voor de huishoudelijke hulp Wmo Extra kosten doeluitkering Inschatting algemene uitkering n.a.v. de meicirculaire 2026 inclusief uitstel ingroeipad en stelpost HH - =nadelig +=voordelig
2026 26.276.983 27.000.623 723.640 492.590 231.050
231.050
2027 26.230.266 27.816.371 252.646 1.838.751 273.513 1.204.000 361.238 -220.000
2028 25.650.839 26.829.923 69.738 1.248.822 246.040 1.167.000 -164.218 -440.000
252.646 328.592
69.738 206.044
2029 25.951.128 26.642.180 72.730 763.782 219.111 1.150.000 -605.329 -440.000 -491.000 72.730 252.941
2030 25.951.128 27.168.245 76.063 1.293.181 633.122 1.149.000 -488.941 -440.000 -502.000 76.063 376.996
Onze eerste indruk is dat dit te maken heeft met in elk geval volgende factoren. De stijging van de inkomsten uit het gemeentefonds wordt voornamelijk veroorzaakt door indexeringen en het accres (het accres is de jaarlijkse groei van het gemeentefonds die volgt uit de ontwikkeling van de rijksuitgaven). In de kaderbrief zijn deze effecten conform verwachting meegenomen, omdat de verwachting was dat de extra middelen grotendeels nodig zouden zijn om loon- en prijsontwikkelingen op te vangen. De meicirculaire pakt voor 2027 en 2028 op dit punt iets gunstiger uit dan verwacht, terwijl voor 2029 en 2030 juist een negatiever beeld ontstaat. Dit wordt hieronder toegelicht. Voor de jaren 2029 en 2030 zien we juist een hoog negatief effect op de inschatting van de algemene uitkering in de kaderbrief. Dit komt door een door het kabinet ingeboekte korting als gevolg van wijzigingen in de bekostiging van huishoudelijke hulp binnen de Wmo. Deze ontwikkeling wordt, conform de afspraken met de provincie, budgettair neutraal verwerkt in de begroting, zie ook stelpost voor huishoudelijke hulp Wmo. Daarnaast heeft het kabinet besloten het ingroeipad van de herverdeling van het gemeentefonds uit te stellen totdat nader onderzoek heeft plaatsgevonden. Hierdoor blijft het huidige ingroeipad bevroren tot en met 2028.
In de begroting van Woudenberg was al rekening gehouden met een verdere afbouw, waardoor het uitstel op dit onderdeel een positiever effect heeft dan eerder werd verwacht. Naast de algemene uitkering ontvangen gemeenten ook zogenoemde doeluitkeringen via de meicirculaire van het gemeentefonds. Deze middelen zijn bestemd voor specifieke beleidsdoelen die door het Rijk zijn vastgesteld, zoals onder andere het verbeteren van jeugdzorg, het versterken van onderwijskansen of het uitvoeren van klimaatmaatregelen. De inzet van deze middelen is gebonden aan voorwaarden en moet vaak verantwoord worden aan de hand van prestatieafspraken of rapportages. Om die reden zijn de bijbehorende opbrengsten én de daaraan gekoppelde kosten afzonderlijk in het financieel overzicht opgenomen, zodat duidelijk is welke middelen beschikbaar worden gesteld en waaraan deze moeten worden besteed.