04. Kadernota 2025-2028.pdf
Tekst van het document
Doel kerntakendiscussie Het doel van de kerntakendiscussie is te komen tot een gedegen, flexibel en goed onderbouwd voorstel waarin verschillende scenario’s zijn uitgewerkt, de gemeenteraad op een tijdige en prudente manier is betrokken en waar inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers hun input op hebben kunnen geven en waar mogelijk is meegenomen en verwerkt.
Plan van Aanpak Om tot dit resultaat te komen, is het traject in vier fases verdeeld. Hieronder volgt een korte toelichting per fase. Fase 1: Scenario-ontwikkeling opgave en ontwerp van het proces In de eerste fase van het traject wordt gewerkt aan het ontwerpen van een helder, transparant en duidelijk proces waar participatie een onderdeel van is. Inwonersparticipatie kan op verschillende wijzen worden vormgegeven. In de paragraaf “Het participatietraject” van dit hoofdstuk wordt inhoudelijk ingegaan op het participatieproces en in het navolgende figuur 1 is de denklijn opgenomen over de verhouding ambtelijk, bestuurlijk en inwoners.
Figuur 1 positionering college gemeenteraad en participatie Fase 2 Beïnvloedbaarheid begroting In fase twee wordt een deskstudie uitgevoerd op eerdere onderzoeken zoals het witboek bezuinigingsdialoog, de financiële scan van de provincie Utrecht en de herstelplannen van de gemeente Woudenberg uit 2021. Daarnaast wordt aan de hand van een analysemodel van beleidsvrijheid van de Raad voor het Openbaar Bestuur (Beleidsvrijheid geduid) de begroting van de gemeente geanalyseerd op de beïnvloedbaarheid door de gemeente zelf (onderscheid wettelijke en niet-wettelijke taken). Hier wordt het dashboard ‘Beïnvloedbaar begroten’ van Berenschot voor gebruikt. Dit dashboard (een online power-BI tool) biedt inzicht in verschillende niveaus in de begroting en geeft aan in hoeverre er sprake van beïnvloedbare ruimte. De mate van beïnvloedbaarheid van de begroting wordt geanalyseerd op het niveau van de BBV-taakvelden. Het model houdt onder meer rekening met: Wettelijke verplichtingen die op het budget rusten (gaat het om een verplichte, aanbevolen, optionele of autonome taak?) en of er sprake is van dwingend voorgeschreven doelvoorschriften, bandbreedtes, resultaatafspraken, dimensionering of zijn er geen voorschriften. Vervolgens wordt beoordeeld of de
Kadernota 2025-2028
24
• •
•
wettelijke taak een voorgeschreven toepassing is, in medebewind wordt uitgevoerd of een verordenende bevoegdheid voor de gemeente inhoudt. Administratieve (contractuele afspraken of verleende subsidies) of financiële verplichtingen (kapitaallasten, en met subsidies of specifieke uitkeringen samenhangende baten): voor zover deze niet meer terug te draaien zijn, wordt er vanuit gegaan dat die kosten niet beïnvloedbaar zijn. Ten aanzien van kaders vanuit de gemeenteraad (besluiten) wordt er vanuit gegaan dat deze wel heroverwogen kunnen worden. Bestuurlijke verplichtingen (afspraken met andere overheden zoals convenanten of gemeenschappelijke regelingen): in principe is het standpunt dat de gemeente verplichtende afspraken met andere overheden of organisaties nakomt.
De ruimte die vervolgens overblijft, wordt beschouwd als beïnvloedbare ruimte. Daarbij wordt in kaart gebracht welke raads- en collegekaders op die ruimte van toepassing zijn. Met andere woorden, als de gemeente de beïnvloedbare ruimte wil inzetten, welke besluiten of beleidskaders moeten dan aangepast worden? Hiermee wordt ook inzichtelijk welke consequenties verbonden zijn aan alternatieve aanwending van middelen. Het uitgangspunt dat daarbij gehanteerd wordt is dat zowel materiële als personele budgetten beïnvloedbaar zijn. Personeel wordt namelijk toegerekend aan wettelijke taken op minimumniveau en aan eigen gemeentelijke beleid en overhead wordt vervolgens toegerekend aan de fte’s die de gemeentelijke taken uitvoeren. Naast deze analyses worden in fase 2 financiële analyses opgesteld van de ontwikkeling van de begroting en rekeningen in de achterliggende jaren op budgetniveau. Fase 3 Kerntaken in beeld In deze fase wordt door Berenschot een beeld opgebouwd van het profiel van de gemeente Woudenberg in landelijke monitors over onder andere de samenstelling en het profiel van de bevolking, de zorgvraag in de gemeente, de fysieke ontwikkeling van de gemeente en het lokale lastenniveau. Mede op basis hiervan wordt vervolgens ook het gesprek met college en raad aangegaan over het profiel van de gemeente Woudenberg.
Dit biedt vanuit ‘wat willen we zijn’ basis voor een confrontatie met de scenario’s, de concrete keuzemogelijkheden tot de daaruit voortkomende vraag ‘wat kunnen we nog zijn’ in Fase 4. Daarnaast worden in fase 3, aan de hand van de opbrengst van fase 2, integraal over alle beleidsvelden de concrete keuzemogelijkheden in beeld gebracht. Het doel hiervan is een zo volledig mogelijk pakket samen te stellen. Deze keuzemogelijkheden worden per maatregel voorzien van een korte beschrijving van maatschappelijke gevolgen langs een gestandaardiseerd format. Ook zal de samenhang tussen de maatregelen in beeld gebracht worden. De maatregelen gaan over zowel inkomsten als uitgaven van de gemeente. Berenschot zal in deze fase ook haar ervaringen vanuit vergelijkbare trajecten bij andere gemeenten inzetten. Fase drie wordt afgesloten met een rapportage van de opbrengsten van fase 1 tot en met 3. Hiermee wordt het technische proces van het traject afgesloten en volgt vanaf fase 4 het bestuurlijke proces. Fase 4 Besluitvormings- en keuzeproces Op basis van de opbrengst van fasen 1 tot en met 3 wordt de besluitvorming door college en gemeenteraad vormgegeven in het samenspel met de inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen zoals met elkaar is gedefinieerd in fase 1.
Het doel van deze fase is om alle voorbereide en uitgewerkte maatregelen om te zetten in daadwerkelijke en passende besluiten waarmee het duurzaam en gezond evenwicht op lange termijn wordt gerealiseerd.
Het participatietraject De vragen ‘Waar staat de gemeente Woudenberg voor?’ en ‘Voor welke ondersteuning kunnen inwoners, maatschappelijke organisaties en ondernemers bij de gemeente terecht?’ zijn fundamenteel. Om deze vragen te kunnen beantwoorden is het gesprek met de samenleving essentieel. We zijn er als gemeente voor onze samenleving en om tot goede financiële keuzes te komen, is het nodig om ten eerste transparant te zijn. Ten tweede gaan kerntaken de samenleving aan en is het daarom nodig om de ideeën, vragen en voorstellen uit de samenleving te horen. Daarom wordt een burgerparticipatieproces over de kerntakendiscussie georganiseerd. Deze burgerparticipatie is onderdeel van de kerntakendiscussie als geheel. Kadernota 2025-2028
25
Het doel, de invloed en afbakening We stellen drie doelen voor de burgerparticipatie over de kerntakendiscussie: 1. Dat we als gemeente aan het denken worden gezet: hoe kijken onze inwoners naar de kerntaken? Wat voor ideeën hebben ze voor financiële vraagstukken en in hoeverre hebben ze steun voor die ideeën? We willen als gemeente gespiegeld worden in deze kerntakendiscussie. 2. Hulp bij de prioritering: naast de burgerparticipatie kijken we ook zelf naar de kerntaken en financiële vraagstukken. Hoe kijken inwoners naar de mogelijke scenario’s en oplossingen die bedacht worden? 3. Dat we werken aan wederzijds begrip: ‘Waar kan de gemeente Woudenberg nog voor staan?’ is een fundamentele vraag en mogelijke oplossingen kunnen lastig zijn. Een goed en transparant gesprek hierover maakt het mogelijk om meer wederzijds begrip te krijgen. Rolverdeling Het ‘niveau’ van de burgerparticipatie dat voor dit traject wordt gehanteerd is ‘adviseren’. Het college vraagt om adviezen van de samenleving. Wat betreft de verdere afbakening – waar mag het tijdens de gesprekken over gaan? – geeft het college de samenleving geen financiële, politieke of bestuurlijke kaders mee. Het enige is dat mogelijk aangedragen oplossingen door de samenleving wel binnen de kaders van de wet moeten vallen.
Op basis van de uitkomsten van het participatieproces en de andere activiteiten uit de verschillende hierboven beschreven fases stelt het college een voorstel op voor de gemeenteraad waarin de uitkomsten verwerkt zijn. De participatievorm en proces Voor de burgerparticipatie over de kerntakendiscussie wordt een Inwoners Werkgroep 1 opgericht om drie keer mee in gesprek te gaan. De Inwoners Werkgroep heeft de volgende eigenschappen: • De rol van deze werkgroep is, zoals ook al beschreven, adviserend; • Er wordt ingezet op het samenbrengen van diverse perspectieven in de werkgroep. Met deze participatievorm zorgen we niet voor statistische representativiteit maar wel voldoende en diverse kwalitatieve inbreng en kleuring vanuit inwonersperspectief; • Binnen de werkgroep is het belangrijk dat iedereen zich welkom en gehoord voelt. Voor elke gespreksronde krijgen de participanten een kort informatiepakket voor de bijeenkomst zodat ze toegankelijk maar goed geïnformeerd deel kunnen nemen. Dit pakket is per bijeenkomst gericht op de hoofdvraag van de bijeenkomst. De precieze hoofdvragen worden later bepaald en deze zullen deels afhangen van de andere activiteiten binnen de brede kerntakendiscussie.
De vragen zullen van de volgende aard zijn en geplaatst worden in de context van de financiële opgave van de gemeente: o Vraag 1 zal gaan over hoe de inwoners naar de kerntaken kijken; o Vraag 2 zal gaan over mogelijke oplossingen voor de financiële vraagstukken (en de steun voor en prioritering van die oplossingen); o Vraag 3 zal gaan over een advies van voorstelde scenario’s of oplossingen. Hoe wordt gedacht over mogelijke dilemma’s binnen scenario’s of oplossingen? Wat betekenen mogelijke maatregelen voor inwoners? De opbrengst van iedere bijeenkomst wordt gevat in een korte notitie die teruggelegd wordt na de bijeenkomsten. Beoogde participanten • Participanten geven zich op bij de gemeente nadat er via gebruikelijke communicatiekanalen een oproep is gedaan. Bij de opgave worden enkele aanvullende gegevens van participanten gevraagd zodat we weten wie er mee doen. • Bij de werving wordt duidelijk gemaakt dat we om commitment van de participanten vragen omdat ze drie keer meedenken. • De opgave en deelname van participanten is niet te garanderen—het is en blijft hun eigen keuze. Als blijkt dat weinig mensen zich hebben opgegeven, of dat enkel de usual suspects zich hebben opgegeven, wordt op zoek gegaan naar aanvullende perspectieven—bijvoorbeeld jongeren via de jongerenwerker en het onderwijs.
1 Er staat hier nu inwoners, omdat we later in het proces een nadrukkelijke rol geven.
Kadernota 2025-2028
26
• Het streven is een werkgroep van ca. 25 deelnemers. Als meer deelnemers zich opgeven wordt door de gemeente een gewogen selectie gemaakt om diversiteit in perspectieven te waarborgen. Wat gebeurt er met de adviezen van de werkgroep? De totale opbrengst van de Inwoners Werkgroep worden aangeboden aan het college. Het college verwerkt de uitkomsten van de brede kerntakendiscussie inclusief de opbrengt van de participatie in de kadernota 2026. Hierin is zichtbaar welke opbrengst van de Inwoners Werkgroep wel en niet verwerkt is. De kadernota wordt in mei 2026 aangeboden aan de gemeenteraad. Aan de Inwoners Werkgroep wordt een terugkoppeling gegeven van de gemaakte keuzes en wijze van verwerking in de kadernota. Betrokkenheid maatschappelijke organisaties Het participatietraject binnen de kerntakendiscussie is nu vooral gericht op burgers en inwoners. Dit in verband met het eerste doel, namelijk om gespiegeld te worden door een groep inwoners. Later in het proces (rond de derde bijeenkomst) wordt een extra adviesgesprek met de maatschappelijke organisaties en ondernemers georganiseerd.
Voorgestelde planning In figuur 2 staat de planning zoals we die nu aanhouden. Aanvullend hierop vindt op donderdagavond 27 juni a.s. een informatieavond plaats waarin de externe adviseur een presentatie over het proces omtrent de kerntakendiscussie gaat geven. De participatiemomenten met de Inwoners Werkgroep gaan vervolgens plaatsvinden op: • 2de a 3de week van september • 1ste week december, en • 2de a 3de week van maart De planning voorziet erin dat er een samenhang is in het gehele proces van de kerntakendiscussie tussen de stuurgroep vanuit het college en de organisatie, een op te richten de klankbordgroep vanuit de gemeenteraad en de Inwoners Werkgroep. Om deze aangegeven participatiemomenten te organiseren op de gewenste tijdstippen zijn er in ieder geval op een drietal hiermee samenhangende tijdstippen bijeenkomsten van de klankbordgroep nodig. Dit laat onverlet dat er meerdere bijeenkomsten voor de klankbordgroep kunnen worden georganiseerd. De met participatie samenhangende momenten zijn: • 1e week september • 3e week november • 1e week maart
Figuur 2 planning inwonersparticipatie
Kadernota 2025-2028
27
Hoofdstuk 4. Dashboard financiële gezondheid 2023 Woudenberg (update) Bij de kadernota 2024 is vorig jaar een dashboard financiële gezondheid 2022 bijgevoegd. Dit naar aanleiding van de wens van de gemeente Woudenberg om de financiële gezondheid van de gemeente nu en in de toekomst in beeld te hebben en te houden. Vervolgens is bij de vaststelling van de begroting 2024-2027 een memo vastgesteld waarin ten aanzien van vijf indicatoren een target of streefwaarde is vastgesteld om de resultaten ten aanzien van deze indicatoren de komende jaren te verbeteren. Dit betrof de volgende vijf indicatoren: 1. Eigen vermogen (per inwoner); 2. Weerstandsratio; 3. Actualiseren beheer- en investeringsplannen; 4. Investeringsquote (%); 5. Raming (herverdeling) gemeentefonds. De externe deskundige die vorig jaar het Woudenbergse dashboard heeft ontwikkeld, heeft dit voorjaar het dasboard geactualiseerd. In bijlage A bij deze kadernota treft u de geactualiseerde versie, te weten het dashboard financiële gezondheid 2023, aan. In dit dashboard is nog geen rekening gehouden met de cijfers uit het positieve jaarresultaat 2023. Bij het totaalbeeld en voor de vijf bovengenoemde indicatoren zijn in de bijlage voor een goed vergelijk zowel de actuele scores van 2023 als de scores van 2022 weergegeven.
Hierna wordt ten aanzien van bovengenoemde vijf indicatoren kort ingegaan op de verschillen ten opzichte van het dashboard 2022. 1.
Eigen vermogen (per inwoner)
streefwaarde € 1.500 met minimale ondergrens € 1.000 Het eigen vermogen per inwoner is een maat voor de buffer die de gemeente heeft voor het opvangen van tegenvallers en deze wordt berekend aan de hand van de stand van de reserves. In het dashboard 2022 stond deze voor Woudenberg op € 697 per inwoner (cijfers 2021) en werd deze op € 754 geschat voor 2022. Door de toevoeging van het jaarrekeningresultaat 2022 is de minimale ondergrens evenwel bereikt. In het dashboard 2023 staat het eigen vermogen per inwoner voor 2022 namelijk op € 1.059. Dit is een forse stijging en procentueel een hogere stijging dan de stijgingen van het gemiddelde van Nederland en van de referentiegemeenten. Het gemiddelde eigen vermogen per inwoner berekend over het gemiddelde in Nederland is in het nieuwe dashboard namelijk gestegen van € 2.052 (cijfers 2021) naar € 2.177 (cijfers 2022). Bij de referentiegemeenten is een stijging zichtbaar van € 1.618 (cijfers 2021) naar € 1.865 (cijfers 2022). Hoewel Woudenberg nog niet in de buurt van deze gemiddelden komt, is Woudenberg door de forse toevoegingen aan de reserves wel dichter naar deze gemiddelden toegegroeid.
Als bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2023 echter niet wederom een (forse) toevoeging aan de algemene reserves en/of bestemmingsreserves wordt gedaan, is het de verwachting dat het eigen vermogen per inwoner weer onder de minimale grens zakt, namelijk naar € 985 (schatting 2023) aflopend tot € 777 (schatting 2027). Dit in verband met een aantal geplande uitnamen uit de reserves. In het memo welke bij de begroting 2024-2027 is vastgesteld heeft het college opgenomen dat indien het eigen vermogen per inwoner onder deze grens komt, het college met voorstellen komt om de minimale ondergrens weer te bereiken. Mede in dit licht wordt bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2023 voorgesteld om € 2,8 mln toe te voegen aan de algemene reserve en € 1,4 mln aan diverse bestemmingsreserves. Daarmee komt de totale stand van de algemene reserve en bestemmingsreserves op € 20,8 mln. Berekend per inwoner (uitgaande van 14.850 inwoners) resulteert dat dan in een eigen vermogen van € 1.400 per 31 dec 2023. Daarmee wordt de minimale ondergrens ook richting de toekomst (tot en met begrotingsjaar 2028) weer gehaald. 2. Weerstandsratio absolute ondergrens van 4 De weerstandsratio betreft de omvang van de geïnventariseerde risico’s ten opzichte van de aanwezige reservecapaciteit.
Daardoor wordt deze ratio door twee componenten beïnvloed, namelijk de aanwezige reservecapaciteit en de geïnventariseerde risico’s. De hiervoor onder “1. Eigen vermogen (per inwoner)” Kadernota 2025-2028
28
beschreven toevoegingen aan de algemene- en bestemmingsreserves vanuit het jaarrekeningresultaat 2022 heeft dan ook direct effect op het weerstandsratio. Waar de weerstandsratio in het dashboard 2022 voor 2023 op 2,44 was gesteld, is deze in het dasboard 2023 voor 2024 gestegen naar 3,43. Daarmee is de absolute ondergrens nog niet gehaald maar komt deze wel in beeld. Indien vanuit het jaarrekeningresultaat 2023 inderdaad een (forse) toevoeging aan de reserves gedaan wordt, wordt naar verwachting de absolute ondergrens van 4 in 2025 gehaald. 3. Actualiseren beheer- en investeringsplannen vanaf begroting 2026 is 80% < 5 jaar Momenteel wordt bekeken welke beheer- en investeringsplannen geactualiseerd moeten worden. Zoals in het memo welke destijds bij de begroting 2024-2027 is vastgesteld, is opgenomen wordt bij de begroting 2025-2028 een classificering van deze financiële importantie toegevoegd. Daarbij zal het college tevens aangeven welke beheer- en investeringsplannen geactualiseerd gaan worden. 4. Investeringsquote (%) consequent en tijdig ramen De investeringsquote is de indicator die de toename van de vaste activa op de balans de achterliggende vier jaar meet ten opzichte van de baten van de gemeente. Het is een indicator van de instandhouding van het voorzieningenniveau van de gemeente.
Het dashboard 2023 laat ten aanzien van de investeringsquote een onveranderd beeld zien ten opzichte van de quote in het dasboard 2022. Met 0,01 voor 2022 blijft deze ruim onder de signaalwaarde van 1 en ruim onder het gemiddelde van Nederland (2,7) en van de referentiegemeenten (5,7). Afgelopen jaar zijn weinig nieuwe investeringen gedaan. Bij de komende begroting wordt de raad geïnformeerd over de stand van zaken ten aanzien van deze quote. Gezien de huidige financiële verwachting voor 2025 en de kerntakendiscussie die gevoerd gaat worden, is het evenwel de vraag welke grotere investeringen de komende jaren gedaan zullen worden. 5. Raming (herverdeling) gemeentefonds lobby en aandacht blijven vragen Ten aanzien van de raming van het gemeentefonds is in het bestuurlijk kader beschreven dat het Rijk in de voorjaarsnota 2024 heeft aangekondigd dat de opschalingskorting geschrapt wordt en dat daar tegenover in 2025 een eenmalige uitname uit het gemeentefonds wordt gedaan. Hoewel het definitief schrappen van de opschalingskorting zekerheid voor de lange termijn geeft, zorgt de eenmalige uitname in 2025 ervoor dat op korte termijn mitigerende maatregelen genomen moeten worden om een sluitend begrotingsjaar te kunnen presenteren.
Dat het voor gemeenten in het algemeen maar zeker ook voor Woudenberg belangrijker is om duidelijkheid te krijgen voor de lange termijn, is een van de onderdelen waar we in het gesprek met een afvaardiging van het ministerie van BZK aandacht voor hebben gevraagd. Naar aanleiding van de brief die naar het Rijk is gestuurd om € 300.000 aan middelen vanuit de opvang van Oekraïense vluchtelingen terug te betalen, heeft begin februari jl. een gesprek plaatsgevonden met een afvaardiging van het ministerie van BZK. Tijdens dit gesprek hebben we de Woudenbergse financiële situatie goed kunnen bespreken. Verder blijft de wethouder financiën actief betrokken bij de financiële kopgroep van de K80 om daar aandacht te blijven vragen voor de financiële situatie van kleine gemeenten. En om mede via deze kopgroep ook aangehaakt te blijven bij de lopende onderzoeken inzake de herverdeling van het gemeentefonds.
Conclusie Alles overziend zijn door de forse toevoegingen aan de reserves vanuit het jaarrekeningresultaat 2022 zowel het eigen vermogen per inwoner als het weerstandsvermogen gestegen. De indicator van het eigen vermogen per inwoner is zelfs boven het vastgestelde minimum gekomen. Echter is het door verwachte uitnamen uit de reserves richting de toekomst de verwachting dat beide indicatoren zullen afnemen als vanuit het jaarrekeningresultaat 2023 niet weer een (forse) toevoeging gedaan wordt. Ten aanzien van het actualiseren van de beheer- en investeringsplannen en de investeringsquote wordt, zoals in het memo vorig jaar beschreven, bij de begroting 2025 een actualisatie opgenomen. Tot slot blijft het van belang om aandacht te blijven vragen voor de raming (herverdeling) van het gemeentefonds.
Kadernota 2025-2028
29
Hoofdstuk 5. Financiële positie (reserves/ weerstandsvermogen) Bij het beoordelen van de financiële positie van de gemeente spelen het weerstandsvermogen en de risico’s een belangrijke rol. In deze notitie komen de reservepositie en de risico’s aan de orde. Eerst geven we een beeld bij welke reserves en voorzieningen er per 1 januari 2024 een mutatie plaatsvindt als gevolg van de jaarrekening 2023 en reeds genomen raadsbesluiten, daarna komt de reservepositie (reserves beschikbaar voor algemene middelen) en het weerstandsvermogen van de gemeente aan de orde.
Reserves en voorzieningen De stand van de reserves en voorzieningen per 1 januari 2024 is als volgt (het resultaatbestemming 2023 ad. € 4,1 miljoen is nog niet in deze cijfers verwerkt): Oud saldo
Mutaties
Mutaties
Nieuw saldo
01-01-2024
bij
af
01-01-2024
Algemene reserve
6.602.000
-
-
6.602.000
Algemene reserve grondbedrijf
2.838.000
-
-
2.838.000
Reserve overlopende kredieten
851.000
-
-
851.000
Reserve dorpsvoorzieningen
657.000
-
-
657.000
Reserve kapitaallasten Centrumplan fase 2
608.000
-
Reserve kapitaallasten cultuurhuis
238.000
-
-
238.000
Reserve speelvoorzieningen
171.000
-
-
171.000
Reserve wegen
676.000
-
-
676.000
Reserve civiele kunstwerken
195.000
-
-
195.000
Reserve opleidingskosten personeel
18.000
18.000
Reserve co-financiering
400.000
400.000
Reserve kapitaallasten machinepark
183.000
-
-
183.000
Reserve sociaal domein
677.000
-
-
677.000
Reserve huisvesting basisonderwijs
703.000
-
-
703.000
Reserve onderhoud gebouwen
612.000
-
-
612.000
Reserve IBOR
126.000
-
-
126.000
Reserve ICT
95.000
Reserve omgevingswet
285.000
-
-
285.000
Reserve omgevingsplan en visie
120.000
-
-
120.000
Reserve duurzaamheid
367.000
-
-
367.000
Reserve Sportpark De Grift
237.000
-
1.328.000
-
-
Voorziening pensioenregeling wethouders
608.000
95.000
237.000 1.328.000
Voorziening verlofdagen
376.000
Voorziening reparatie-uitkering WW
20.000
-
-
20.000
Voorziening egalisatie afvalstoffenheffing
446.000
-
-
446.000
6.341.000
-
-
6.341.000
Voorziening vervanging rioleringen Voorziening VVE
151.000
Voorziening afbouwregeling vergoeding oud papier
41.000
TOTAAL
Kadernota 2025-2028
25.362.000
376.000
151.000 41.000 -
-
25.362.000
30
Reserves en voorzieningen Enkele reserves en voorzieningen worden nader toegelicht: Algemene reserve Saldo per 1-1-2024: € 6.602.000 Met het oog op de continuïteit van de bedrijfsvoering is het wenselijk een robuuste algemene reserve aan te houden. De reserve dient als buffer voor het opvangen van risico’s en verplichtingen waar geen voorzieningen voor zijn gevormd en ter dekking van onverwachte tekorten op de jaarrekening. Het saldo van de algemene reserve bedraagt per 31 december 2023 € 6.602.000, zoals verwerkt in de jaarrekening 2023. Een eventuele toevoeging vanuit het resultaatbestemming 2023 ad. € 4,1 miljoen is nog niet in het saldo per 31 december 2023 verwerkt. Er zijn reeds verplichtingen aangegaan voor een bedrag van € 75.000 vanwege investeringskredieten die nog ten laste komen van de algemene reserve. Algemene reserve grondbedrijf Saldo per 1-1-2024: € 2.838.000 Deze reserve dient ter dekking van alle risico’s die de gemeente loopt ten aanzien van grondexploitaties. Ook afwaardering van gronden komt ten laste van deze reserve. De reserve wordt gevoed uit de resultaten van de lopende grondexploitaties. De raad heeft in april 2016 besloten de voordelige en nadelige exploitatieresultaten van de deelprojecten herontwikkeling Woudenberg-Oost te labelen in de algemene reserve grondbedrijf.
Verderop in deze notitie wordt een meerjarig verloop van deze reserve in beeld gebracht. Het meerjarig verloop van deze reserve is uitgesplitst in een algemeen deel en een deel Woudenberg Oost. Reserve overlopende kredieten Saldo per 1-1-2024: € 851.000 Bij de vaststelling van de najaarsrapportage 2020 (raad december 2020) is besloten de reserve overlopende kredieten in te stellen. Het komt regelmatig voor dat incidentele budgetten/kredieten een doorlooptijd hebben van meer dan een jaar of door uitstel opnieuw aangevraagd worden via de gebruikelijke tussentijdse financiële rapportages. Op dit moment hebben we nog verplichtingen in de algemene reserve betreffende restant investeringskredieten die een vertekend beeld geven van wat er nog in de algemene reserve beschikbaar is aan algemene middelen ter dekking van een begrotingstekort of ingeschatte risico’s. Daarom is besloten deze posten op te nemen in de nieuwe reserve overlopende kredieten. Investeringskredieten, die nog niet zijn afgerond en doorlopen naar een volgend jaar, worden voortaan verwerkt in de reserve overlopende kredieten. En voorbeeld hiervan is het krediet doorontwikkeling buitendienst Reserve omgevingswet Saldo per 1-1-2024: € 285.000 Het kennisteam voor de invoering van de Omgevingswet is in 2015 van start gegaan.
Het was de bedoeling In 2018 concreet te starten met de noodzakelijke doorontwikkeling van werkprocessen, actualisatie van beleidsdocumenten en de organisatorische inbedding. Ter dekking van de financiële implicaties van invoering is deze reserve gevormd. De reguliere werkprocessen zijn thans in de begroting opgenomen, dekking van incidentele kosten worden gedekt uit de reserve Omgevingswet. Na de invoering van de omgevingswet 1 januari 2024 wordt deze reserve afgebouwd. Reserve dorpsvoorzieningen Saldo per 1-1-2024: € 657.000 Ter bestemming van het rekeningresultaat 2022 is in 2023 € 350.000 toegevoegd aan de reserve dorpsvoorzieningen. Vervolgens is bij de begroting 2024-2027 een memo gevoegd met elf concrete bestedingen vanuit de reserve dorpsvoorzieningen. Hierna volgt een overzicht met de stand van zaken en een aanvullend nieuw voorstel. Ten aanzien van een aantal kleinere bestedingen (te weten de voorstellen met *, namelijk 2, 6, 7, 10 en 11) heeft de raad bij de vaststelling van de begroting direct de betreffende middelen voor deze doelen beschikbaar gesteld vanuit de reserve dorpsvoorzieningen. Voor de overige bestedingen en de nieuw toegevoegde bestedingen is enkel sprake van een reservering vanuit de reserve en zullen voor de daadwerkelijke uitname aparte raadsvoorstellen aan uw raad worden voorgelegd.
Kadernota 2025-2028
31
Onderwerp
Inschatting ten Reeds Inschatting ten tijde van opgenomen tijde van begroting 2024 kadernota 2025 Saldo reserve dorpsvoorzieningen 675.000 657.000 1 Compensatie stijgende energiekosten inwoners / garantstelling -100.000 -100.000 cultuur-en sportverenigingen 2 Openbare ruimte Dorpshart - incidentele maatregelen * -25.000 -25.000 3 Dorpsrand -50.000 -50.000 4 Businesscase Cultuurhuis - krediet voor vervolgonderzoek -40.000 -40.000 5 Onderzoek toekomst sporten Woudenberg PM -100.000 6 Opknappen oorlogsmonument bij de begraafplaats * -3.000 0 7 Toegangshek voormalige buitenplaats Groenewoude* -10.000 -10.000 8 Verkeersveiligheidsonderzoek PM -50.000 9 Subsidieaanvraag 't Schilt -100.000 -150.000 10 Expeditie Woudenberg * -18.000 -18.000 11 Monument stil geboren kind * -18.500 -18.500 0 12 Actualiseren monumentenlijst -50.000 13 Evaluatie verkeerscirculatie centrum -50.000 Voorstel bestemming jaarrekeningresultaat 2023 350.000 Resterende ruimte 310.500 364.000 + = voordelig - = nadelig
1. Compensatie stijgende energiekosten inwoners / garantstelling cultuur-en sportverenigingen Met twee sportverenigingen is de gemeente momenteel in gesprek over compensatie van stijgende energiekosten en volgt een voorstel richting het college. De hoogte van de compensaties zijn nog niet betaald maar zullen slechts een gedeelte van het gereserveerde bedrag van € 100.000 betreffen. 2. Openbare ruimte Dorpshart - incidentele maatregelen De uitvoering van de incidentele maatregelen in het dorpshart, waaronder het plaatsen van zogenoemde fietsnietjes, is nog in voorbereiding. Dit project bevindt zich nu in de offertefase. 3. Dorpsrand De ontwikkelingen in de zuidelijke dorpsrand zijn nog in voorbereiding, de huidige planning voorziet in een raadsvoorstel in september. 4. Businesscase Cultuurhuis - krediet voor vervolgonderzoek In november 2023 heeft de raad het college de opdracht gegeven om ten aanzien van twee scenario’s uit het rapport “Scenariostudie Cultuurhuis Woudenberg” een financieel dekkingsplan op te laten stellen. Hiervoor heeft de raad eenmalig een bedrag van € 40.000 beschikbaar gesteld welke gefinancierd wordt vanuit de reserve dorpsvoorzieningen. De dekkingsplannen worden op dit moment opgesteld en de uitname uit de reserve dorpsvoorzieningen vindt in 2024 plaats. 5.
Onderzoek toekomst sporten Woudenberg De kredietaanvraag voor het bredere onderzoek naar sporten in Woudenberg ligt gelijktijdig met deze kadernota aan uw raad voor. Voor dit onderzoek wordt een budget van € 100.000 aangevraagd met een dekking vanuit de reserve dorpsvoorzieningen. 6. Opknappen oorlogsmonument bij de begraafplaats Het oorlogsmonument is inmiddels opgeknapt. De dekking van de kosten is uiteindelijk uit de reguliere middelen gefinancierd waardoor er geen uitname uit de reserve dorpsvoorzieningen voor is gedaan. 7. Toegangshek voormalige buitenplaats Groenewoude Een erkend restaurateur heeft een opname gedaan en advies uitgebracht over de herstelwerkzaamheden. De komende maanden in gesprek over opdrachtverstrekking en vergunningverlening met het doel om in de tweede helft van dit jaar de werkzaamheden uit te voeren. Kadernota 2025-2028
32
8. Verkeersveiligheidsonderzoek De eerste stappen in het kader van het verkeersveiligheidsonderzoek zijn gezet en de offertes voor de uitvoering van het onderzoek ontvangen. Voor dit onderzoek en de uitvoering van de maatregelen volgend uit het onderzoek is een budget van € 50.000 vanuit de reserve dorpsvoorzieningen gereserveerd. 9. Subsidieaanvraag ’t Schilt Tennisvereniging ’t Schilt heeft in 2023 twee principeverzoeken en subsidieaanvragen ingediend voor het plaatsen van een vierde en vijfde padelbaan en het plaatsen van geluidschermen (aanvraag € 100.000) of een hal (aanvraag € 150.000). Sindsdien hebben meerdere gesprekken met Tennisvereniging ’t Schilt plaatsgevonden en is een geluidsonderzoek uitgevoerd. De beoordeling van het principeverzoek is inmiddels afgerond en de tennisvereniging is bezig om de officiële omgevingsvergunning in te dienen. Het streven is om het raadsvoorstel inzake het adviesrecht bij de aanvraag van de omgevingsvergunning gelijktijdig aan uw raad voor te leggen met het raadsvoorstel inzake de subsidieaanvraag. Vorig jaar stelde het college voor om voor deze subsidieaanvraag een bedrag van € 100.000 te reserveren vanuit de reserve dorpsvoorzieningen. Het geluidsonderzoek heeft evenwel uitgewezen dat het plaatsen van een hal in minder geluidsoverlast voor omwonenden resulteert dan het plaatsen van geluidswallen.
Naar aanleiding hiervan stelt het college voor om een bedrag ad. € 150.000 te reserveren vanuit de reserve dorpsvoorzieningen zodat de tennisvereniging een hal kan plaatsen. 10. Expeditie Woudenberg De eerste gesprekken met de externe partij die dit initiatief zou kunnen realiseren hebben plaatsgevonden. 11. Monument stil geboren kind Dit plan wordt momenteel uitgevoerd. De onthulling van de gedenkboom is gepland voor half juli 2024. 12. Actualiseren monumentenlijst In deze kadernota wordt een uitname ad. € 50.000 uit de reserve dorpsvoorzieningen voorgesteld voor het actualiseren van de gemeentelijke monumentenlijst. In 2005 is de laatste inventarisatie geweest met betrekking tot gemeentelijke monumenten, waarna vervolgens diverse panden op de gemeentelijke monumentenlijst zijn geplaatst. Het is een gewenste ontwikkeling om na 20 jaar een nieuwe inventarisatie te houden 13. Evaluatie verkeerscirculatie centrum Bij de besluitvorming over de verkeerscirculatie van het centrum in 2016 heeft de gemeenteraad een bedrag van € 50.000 gereserveerd voor de uitvoering van een evaluatie. Dit bedrag zou ten laste komen van de reserve dorpsvoorzieningen. De uitvoering van deze evaluatie is op dit moment in voorbereiding. Dit eerdere besluit was bij het opstellen van het investeringsvoorstel vanuit de reserve dorpsvoorzieningen bij de Begroting 2024 buiten beeld geraakt.
Voorziening afbouwregeling vergoeding oud papier Saldo per 1-1-2024: € 41.000 Vanaf het 4e 2023 kwartaal wordt het oud papier niet meer opgehaald door verenigingen. De vergoeding die zij voor deze werkzaamheden ontvingen zijn gestopt. Als compensatie voor het opvangen van de minder inkomsten is een afbouwregeling overeengekomen. Tot en met 2026 zal er jaarlijks een vergoeding uitgekeerd worden. In 2023 is een voorziening voor het gehele bedrag gevormd. Voorziening verlofdagen Saldo per 1-1-2024: € 376.000 Via de jaarrekening 2022 is de voorziening verlofdagen gevormd. Vanaf 2022 dient de gemeente, conform de financiële regelgeving (BBV), de voorziening verlofsparen te hebben gevormd. Bij verlofsparen is er sprake van arbeidskosten gerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare opbouw hebben en daarmee ook een onvoorspelbare afbouw kennen. Hiervoor dient een voorziening te worden gevormd. De hoogte van de voorziening zal jaarlijks op nieuw berekend en afgestemd worden met de accountant.
Kadernota 2025-2028
33
Reservepositie De gemeente Woudenberg heeft twee reserves die beschikbaar zijn voor algemene middelen, financiële tegenvallers en overige risico’s. Per 1 januari 2024 is de stand van deze reserves: Algemene reserve Algemene reserve grondbedrijf (algemeen deel) Totaal
€ 6.601.660 € 1.088.012 € 7.689.672
Tot en met 2028 verwachten we de volgende mutaties bij de algemene reserve: Saldo eind 2021
2.507.838
mutaties 2022: - toevoeging i.v.m. overschot jaarrekening 2021
477.071
- toevoeging i.v.m. reservepositieverbetering 2022
730.000
- aanwending i.v.m. verbouwing De Camp
-50.000
Saldo eind 2022
3.664.909
mutaties 2023: - toevoeging i.v.m. overschot jaarrekening 2022
2.001.751
- toevoeging i.v.m. reservepositieverbetering 2023
1.000.000
- toevoeging i.v.m. overschot jaarrekening 2022 en terugbetaling aan het rijk opvang Oekraïne
300.000
- aanwending i.v.m. kosten onderzoek businesscase Cultuurhuis
-65.000
- aanwending i.v.m. terugbetaling aan het rijk opvang Oekraïne 2022
-300.000
Saldo eind 2023
6.601.660
mutaties 2024: - toevoeging i.v.m. overschot jaarrekening 2023
pm
- aanwending i.v.m. kosten aanschaf EHRM systeem
-20.000
- aanwending i.v.m. kosten uitvoeringsplan dienstverlening
-55.454
- aanwending i.v.m. kosten tijdelijke uitbreiding personeel Cultuurhuis (voorstel in de Kadernota 2025-2028)-50.000 Saldo eind 2024
6.476.206
mutaties 2025: - toevoeging/ aanwending i.v.m. geraamd overschot/ tekort begrotingsjaar 2025
pm
Saldo eind 2025
6.476.206
mutaties 2026: - toevoeging/ aanwending i.v.m. geraamd overschot/ tekort begrotingsjaar 2026
pm
Saldo eind 2026
6.476.206
mutaties 2027: - toevoeging/ aanwending i.v.m. geraamd overschot/ tekort begrotingsjaar 2027
pm
Saldo eind 2027
6.476.206
mutaties 2028: - toevoeging/ aanwending i.v.m. geraamd overschot/ tekort begrotingsjaar 2028 Saldo eind 2028
pm 6.476.206
In bovenstaand overzicht is het geraamd overschot jaarrekening 2023 p.m. meegenomen. Inmiddels is bekend dat het jaarresultaat 2023 rond de € 4 miljoen voordelig zal bedragen. In dezelfde raadsvergadering, als waar besluitvorming plaatsvindt over deze kadernota, zal de raad een besluit nemen over de bestemming van het voordelig jaarresultaat 2023. De verwachting is dat een groot deel van het voordelig resultaat 2023 zal worden toegevoegd aan de algemene reserve. Per 1 januari 2024 bedraagt de algemene reserve € 6,6 miljoen en loopt deze iets terug naar € 6,5 miljoen eind 2024. Vanaf 2025 zal de algemene reserve waarschijnlijk dalen als gevolg van ingeschatte begrotingstekorten. Voorlopig zijn de begrotingsjaren 2025-2028 PM geraamd. Het is nog onduidelijk hoe de algemene uitkering er vanaf 2025 uit komt te zien aangezien het rijk de financiering naar gemeenten zal veranderen.
Kadernota 2025-2028
34
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is te omschrijven als ‘de mate waarin de gemeente Woudenberg in staat is middelen vrij te maken om incidentele financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande beleid inzake de gemeentelijke dienstverlening’. Het weerstandsvermogen is een graadmeter voor de robuustheid van de financiële positie van de gemeente. Het is immers niet wenselijk dat er direct moet worden bezuinigd en/of omgebogen indien zich onverwachte en substantiële tegenvallers voordoen. Om vast te kunnen stellen of het weerstandsvermogen voldoende is, worden de belangrijke risico’s geïnventariseerd en gerelateerd aan de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om de financiële gevolgen van dergelijke niet begrote zaken te kunnen opvangen. Prioritering van risico’s vindt plaats aan de hand van een schaalindeling van de kans. De volgende schaalindeling wordt als leidraad gehanteerd. Schalen voor de inschatting van de kans: • Groot (= 60%) : waarschijnlijk, de kans dat de gebeurtenis zich voordoet is groot. • Gemiddeld (= 40%) : mogelijk, de kans dat de gebeurtenis zich voordoet is gemiddeld. • Klein (= 20%) : de kans dat de gebeurtenis zich voordoet is klein. In Woudenberg hebben we 2 soorten risico’s, namelijk : programmarisico’s (structureel en incidenteel) en risico’s die voortvloeien uit de grondexploitatie.
In de volgende tabel presenteren wij de inschatting van de belangrijkste structurele risico’s voor 2025: Programmarisico’s Programma 1 - Samenleving Leerlingenvervoer Onderwijshuisvesting Sociaal domein uitgaven Totaal programma 1 - Samenleving Programma 2 - Leefomgeving Volksgezondheid/groen Totaal programma 2 - Leefomgeving Programma 5 - Bestuur en dienstverlening Gemeenschappelijke regelingen Salarissen en sociale lasten a.g.v. hoger inwonertal Totaal programma 5 - Dienstverlening Algemene dekkingsmiddelen Algemene uitkering Herijking gemeentefonds (€ 115,00 – € 37,50 p/inw.) Totaal Algemene dekkingsmiddelen Overige kleinere risico’s
Totaal structurele risico's
Begroting 2025
Risico %
Omvang risico
Kans
Bedrag risico
780.000 149.000 10.500.000 11.429.000
10% 100% 10%
78.000 149.000 1.050.000 1.277.000
60% 60% 40%
46.800 89.400 420.000 556.200
P.m. 0
-
50.000 50.000
60%
30.000 30.000
2.200.000
5%
110.000
60%
66.000
440.000
100%
440.000
60%
264.000
2.640.000
550.000
330.000
23.225.000
2,5%
580.625
40%
232.250
1.085.000
100%
1.150.875
60%
690.525
-
1.731.500 200.000
20%
922.775 40.000
24.310.000
38.379.000
3.808.500
1.878.975
De incidentele programmarisico’s geven het volgende beeld te zien: Programmarisico’s - incidenteel Programma 5 - Bestuur en dienstverlening Voorziening Wethouders-pensioenen Totaal programma 5 - Dienstverlening Loon- en prijsstijgingen
Totaal incidentele risico's
Kadernota 2025-2028
Begroting 2025
Risico %
1.328.000 1.328.000
10%
250.000
100%
1.578.000
Omvang risico
Kans
132.800 132.800
60%
250.000
60%
382.800
Bedrag risico 79.680 79.680 150.000
229.680
35
De risico’s op het gebied van de grondexploitaties zien er als volgt uit: Grondexploitatierisico’s
Risico
Nog te realiseren winst
Voorziening
Omvang risico
Kans
Concreet risico
Bouwgronden in exploitatie 1. Hoevelaar fase 1 (8e herz)
41.653
182.500
0
0
40%
0
2. Hoevelaar fase 2 (1e herz)
159.180
278.151
0
0
40%
0
1.600.000
20%
320.000
Bouwgronden niet in exploitatie Overige gronden (perceel Laagerfseweg)
Totaal incidentele grondexploitatierisico's
200.833
460.651
0
1.600.000
320.000
Het college van burgemeester en wethouders heeft besloten het perceel Laagerfseweg voorlopig niet te verkopen. Voor dit perceel is een risicobedrag berekend van € 320.000 en meegenomen in de totale risico’s grondexploitaties. In totaliteit zijn op dit moment de risico’s: Programmarisico’s (structureel) Programmarisico’s (incidenteel) Risico’s grondexploitaties Totaal
€ 1.878.975 € 229.680 € 320.000 € 2.428.655
Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente Woudenberg beschikt om niet-geraamde kosten die onverwachts en substantieel zijn (bijvoorbeeld in geval van een calamiteit) te dekken. Onderdelen van de weerstandscapaciteit zijn: • het vrije aanwendbare deel van de reserves; • de stille reserves; • post onvoorziene uitgaven; • onbenutte belastingcapaciteit; • vrije begrotingsruimte.
In de navolgende tabel is de weerstandscapaciteit voor Woudenberg berekend: Weerstandscapaciteit Woudenberg Weerstandscapaciteit per 1-1-2024: - Algemene reserve
6.601.660
- Algemene reserve grondbedrijf
1.088.012
- Stille reserves - Onvoorziene uitgaven - Onbenutte belastingcapaciteit * - Vrije begrotingsruimte Totaal
0 0 1.827.000 0 9.516.672
* Onbenutte belastingcapaciteit: voor de maximale belastingtarieven wordt gebruik gemaakt van de normen voor het artikel 12-beleid. Dit betekent dat indien de gemeente Woudenberg niet meer in staat zou zijn om de structureel zich manifesterende risico’s binnen de exploitatie op te vangen de gemeente door het Rijk gewezen zou worden op de mogelijkheid om de OZB-tarieven te verhogen om zodoende meer structurele opbrengsten te realiseren. Dit noemt men het artikel 12-beleid.
Kadernota 2025-2028
36
Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en beschikbare weerstandcapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicoberekening voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
9.516.672 =
3,92
2.428.655
Het weerstandsvermogen is 3,92. Groter dan 1 duidt erop dat de beschikbare weerstandscapaciteit toereikend is om de gekwantificeerde risico’s op korte termijn af te kunnen dekken. Zouden we de onbenutte belastingcapaciteit niet mee rekenen in het weerstandscapaciteit dan komt het weerstandsvermogen uit op afgerond 3,17.
Gewenst weerstandscapaciteit Naar aanleiding van het dasboard financiële gezondheid 2023 gemeente Woudenberg is besloten dat het wenselijk is dat ons weerstandscapaciteit minimaal 4 bedraagt. Met 3,92 zitten we net onder de gewenste 4. De gewenste weerstandscapaciteit is op 4 gezet zodat de gemeente de geprognosticeerde risico’s in principe voor vier jaar uit de aanwezige reserves zou kunnen dekken indien de risico’s zich allemaal tegelijk en in volle omvang voordoen. In de tussenliggende jaren heeft de gemeente de gelegenheid om de effecten van de risico’s volledig in de reguliere begroting te verwerken.
Algemene reserve grondbedrijf De raad heeft in de raadsvergadering van 21 april 2016 besloten (mogelijke) voordelige exploitatieresultaten van Spoorzone A1, Spoorzone A2, Spoorzone B en Woningbouw Hoevelaar fase 1 bij afsluiting van deze grondexploitaties toe te voegen aan de algemene reserve grondbedrijf en deze binnen de algemene reserve grondbedrijf te labelen ten behoeve van deelproject Ontsluiting N224 Woudenberg-Oost aangezien dit deelproject nadelig zal zijn.
Kadernota 2025-2028
37
In het verloop van de algemene reserve grondbedrijf tot en met 2028 is inzichtelijk gemaakt het algemene deel en het deel Woudenberg Oost. Tot en met 2028 verwachten we de volgende mutaties bij de algemene reserve grondbedrijf:
Saldo eind 2021
Algemeen deel
Woudenberg Oost
1.208.276
81.060
Totaal 1.289.336
Mutaties 2022: - aanwending a.g.v. kosten beheer en onderhoud perceel Laagerfseweg
-54.446
- aanwending a.g.v. dekking kosten onderzoek Woudenberg Oost
-54.446 -3.000
- aanwending a.g.v. dekking kosten onderzoek Woudenberg Zuid-Oost
-11.596
- aanwending a.g.v. voorziening tekort Nijverheidsweg
-8.321
- aanwending a.g.v. kosten Hoevelaar fase 3
-3.000 -11.596 -8.321
-10.760
-10.760
- aanwending a.g.v. kosten visie dorpsranden
-14.575
- aanwending a.g.v. kosten nota grondbeleid
-7.000
-7.000
- te betalen vennootschapsbelasting 2022 grondbedrijf
-52.353
-52.353
- bijstelling voorziening Spoorzone A2
-14.575
-9.155
-9.155
- bijstelling voorziening Het Groene Woud
4.746
4.746
- terug ontvangen aanslag vennootschapsbelasting 2021
62.760
62.760
- winstneming het Groene Woud
105.411
- toevoeging POC exploitatieresultaat GREX Hoevelaar fase 1 - toevoeging POC definitieve exploitatieresultaat GREX Amalialaan
10.988
- correctie aanwending a.g.v. dekking kosten Centrumplan
3.909
Saldo eind 2022
105.411 643.500
1.247.799
643.500 10.988 3.909
701.645
1.949.444
Mutaties 2023: - aanwending a.g.v. kosten beheer en onderhoud perceel Laagerfseweg
-22.525
- aanwending a.g.v. dekking kosten Centrumplan fase III
-5.372
-22.525 -5.372
- aanwending a.g.v. kosten visie dorpsranden
-33.023
-33.023
- aanwending a.g.v. dekking kosten restauratie monumentaal toiletgebouw
-80.000
-80.000
- te betalen vennootschapsbelasting 2023 grondbedrijf (door Hoevelaar)
-120.999
-120.999
- overheveling krediet Vitaal Centrum naar reserve overlopende kredieten
-139.873
- overheveling krediet Parallelweg Oost naar reserve overlopende kredieten
-139.873 -95.000
-95.000
1.235.000
1.235.000
- toevoeging POC exploitatieresultaat GREX Hoevelaar fase 1
87.500
87.500
- toevoeging POC exploitatieresultaat GREX Hoevelaar fase 2
20.500
20.500
- vrijval voorziening Spoorzone A2
1.486
1.486
1.750.132
2.838.144
- terug ontvangen aanslag vennootschapsbelasting 2022
36.852
- toevoeging a.g.v. vervallen voorziening ontsluiting Hoevelaar op N224 - winstneming het Groene Woud
Saldo eind 2023
36.852
4.154
1.088.012
4.154
Mutaties 2024: - aanwending a.g.v. kosten beheer en onderhoud perceel Laagerfseweg
-10.000
- aanwending a.g.v. dekking kosten onderzoek Woudenberg Zuid-Oost
-84.139
- aanwending a.g.v. dekking kosten Woudenberg Oost
-10.000 -84.139 -88.200
-88.200
- toevoeging POC exploitatieresultaat GREX Hoevelaar fase 1
pm
0
- toevoeging POC exploitatieresultaat GREX Hoevelaar fase 2
pm
0
- te betalen vennootschapsbelasting 2024 grondbedrijf
pm
0
1.661.932
2.655.805
Saldo eind 2024
993.873
Mutaties 2025: - aanwending a.g.v. kosten beheer en onderhoud perceel Laagerfseweg
-10.000
- te betalen vennootschapsbelasting 2025 grondbedrijf
-10.000 pm
- toevoeging POC exploitatieresultaat GREX Hoevelaar fase 1
182.500
- toevoeging POC exploitatieresultaat GREX Hoevelaar fase 2
pm
0
1.756.232
2.645.966
Saldo eind 2025
889.734
182.500
Mutaties 2026: - aanwending a.g.v. kosten beheer en onderhoud perceel Laagerfseweg
0 -10.000
- te betalen vennootschapsbelasting 2026 grondbedrijf
pm
0
278.151
278.151
879.734
2.034.383
2.914.117
pm
0
879.734
2.034.383
2.914.117
pm
0
879.734
2.034.383
2.914.117
- toevoeging POC exploitatieresultaat GREX Hoevelaar fase 2 Saldo eind 2026
-10.000
Mutaties 2027: - te betalen vennootschapsbelasting 2027 grondbedrijf Saldo eind 2027 Mutaties 2028: - te betalen vennootschapsbelasting 2028 grondbedrijf Saldo eind 2028
Kadernota 2025-2028
38
Hoofdstuk 6. Onderzoek opbrengst OZB versus korting OZB in algemene uitkering Motie raad Bij de besluitvorming van de beleidsbegroting 2023-2026, in de raadsvergadering van 20 oktober 2022, heeft de raad een motie ingediend waarbij aan het college is gevraagd onderzoek te doen naar de gemeentelijke woonlasten op basis van evenredigheid. De raad heeft gevraagd een voorstel te doen voor een differentiatie in de rioolheffingen en afvalstoffenheffing, waarbij eenpersoonshuishoudens een lager tarief gaan betalen dan meerpersoonshuishoudens. Tevens heeft de raad gevraagd de scenario’s die bij de begroting 2022 voor OZB woningen en niet-woningen zijn geschetst, te actualiseren. Intern is onderzoek gedaan naar differentiatie tarieven rioolheffing en afvalstoffenheffing. Hierover zijn voorstellen gedaan naar de raad bij de behandeling van de kadernota 2024-2027 en de begroting 2024-2027. Het college heeft aangegeven op een later moment een actualisatie te maken over de scenario’s die bij de begroting 2022 voor OZB woningen en OZB niet-woningen zijn geschetst.
Dashboard financiële gezondheid Woudenberg 2022 In 2023 is via het dasboard financiële gezondheid Woudenberg 2022 in beeld gebracht wat er nodig is om te komen tot een financieel gezond Woudenberg. Twee van de indicatoren uit het dashboard die opvielen waren het gewogen OZB tarief en de onbenutte lastendruk (tarief t.o.v. redelijk peil). Uit deze twee indicatoren kon het volgende geconcludeerd worden: 1. De gemiddelde WOZ waarde per woning in Woudenberg ligt € 80.000 hoger dan het gemiddelde in Nederland. 2. Het gewogen OZB tarief wordt bepaald door een gemiddelde van het tarief OZB woningen, OZB niet woningen gebruikers en OZB niet woningen eigenaren ten opzichte van het redelijk peil. Dit redelijk peil is een drempel voor artikel 12 en bepaalt op welk niveau de OZB moet liggen om extra steun te krijgen in het kader van artikel 12 Gemeentewet. Het gewogen OZB tarief van Woudenberg ligt behoorlijk onder het redelijk peil. 3. Gezien het lage gewogen tarief OZB in Woudenberg zou deze in de komende periode verhoogd kunnen worden om meer inkomsten te genereren. Daar dient wel rekening mee gehouden te worden dat het te betalen OZB bedrag, op dit moment, al wel redelijk is vanwege de hoge WOZ waarde in Woudenberg.
Onderzoek opbrengst OZB versus korting OZB in algemene uitkering Om te kunnen beoordelen of de tarieven OZB niet-woningen in redelijke verhouding staan met het tarief OZB woningen is onderzoek gedaan naar de opbrengst OZB versus de korting OZB in de algemene uitkering. Korting OZB via de algemene uitkering Alle gemeenten ontvangen van het Rijk een algemene uitkering uit het gemeentefonds. Dit is één van de belangrijkste inkomstenposten voor iedere gemeente. Voor Woudenberg gaat het om afgerond € 23 miljoen. De hoogte van dit bedrag bestaat uit een genormeerd kosten georiënteerd bestanddeel waarvan de genormeerde OZB inkomsten worden afgetrokken. Het kosten georiënteerde bestanddeel wordt bepaald door verschillende variabelen; aantal inwoners en woningen, leeftijdsopbouw, aantal bijstandontvangers, centrumfunctie, etc. Het genormeerde OZB inkomsten bestanddeel wordt bepaald door een genormeerd landelijk uniform rekentarief over de WOZ waarden in de gemeente. Technisch werkt dit als volgt: a. Er is een bepaalde “koek” die gemeentefonds heet. De omvang van de koek wordt door het Rijk bepaald. Dit staat los van de WOZ-waarden van gemeenten. b. Vervolgens is aan de orde de verdeling van de koek over alle gemeenten. Binnen dat verdeelmodel is er een aftrekpost “belastingcapaciteit”.
Dat levert een negatief bedrag op door de werkelijke WOZ-waarde per gemeente te vermenigvuldigen met een gelijk rekentarief voor alle gemeenten. c. Een gemeente met een hoge WOZ-waarde heeft een hoge aftrekpost. Een gemeente met een lage WOZwaarde heeft een lagere aftrekpost. Deze aftrekpost staat los van het eigen OZB tarief van de gemeente. Kadernota 2025-2028
39
d. Het totale bedrag van de aftrekpost van alle gemeenten samen wordt via andere onderdelen in de berekening (andere verdeelmaatstaven en uitkeringspercentage) weer “uitgesmeerd” (verdeeld) over alle gemeenten. Want “de koek” blijft even groot en wordt over alle gemeenten verdeeld. e. De gemeente met een hoge WOZ-waarde krijgt hierdoor een lagere uitkering uit het gemeentefonds en de gemeente met de lage WOZ-waarde juist een hogere. De werking van deze verdeelsystematiek is dat gemeenten met dure woningen dus minder geld van het Rijk ontvangen dan gemeenten met goedkope woningen. De wetgever (het Rijk) gaat er namelijk vanuit, dat gemeenten met dure woningen (hogere WOZ-waarde) meer belasting van hun eigen burgers vragen dan gemeenten met goedkope woningen. Het is daarom dan ook niet zo dat alle gemeenten evenveel geld overhouden van de OZB die zij innen. Het is expliciet de bedoeling van de wetgever dat gemeenten met dure woningen hogere lokale lasten innen. Voor eenzelfde voorzieningenniveau krijgen gemeenten met dure woningen dus minder geld van het Rijk omdat hun burgers meer belasting kunnen betalen. Onderzoek Woudenberg Voor Woudenberg is inzichtelijk gemaakt de werkelijke opbrengst OZB versus de korting OZB in de algemene uitkering uit het gemeentefonds.
Voor de jaren 2015 en de jaren 2018 t/m 2023 geeft dit het volgende beeld (2023 en 2022 zijn voorlopige cijfers): Totaal OZB Werkelijke opbrengst OZB Korting algemene uitkering OZB Netto opbrengst OZB Korting algemene uitkering in % t.o.v. werkelijke opbrengst OZB woningen eigenaar Werkelijke opbrengst OZB Korting algemene uitkering OZB Netto opbrengst OZB Korting algemene uitkering in % t.o.v. werkelijke opbrengst
2023
2022
2021
2020
2019
2018
3.089.969 3.023.477 2.893.137 2.494.126 2.418.680 2.278.483 -2.530.392 -1.946.414 -1.860.427 -1.743.644 -1.706.180 -1.618.620 559.577 1.077.063 1.032.710 750.482 712.500 659.863 81,89 2023
64,38 2022
64,30 2021
69,91 2020
70,54 2019
71,04 2018
2.213.984 2.255.141 2.096.613 1.826.594 1.766.393 1.654.915 -1.747.594 -1.411.862 -1.338.139 -1.269.152 -1.240.000 -1.167.410 466.390 843.279 758.474 557.442 526.393 487.505 78,93
62,61
63,82
69,48
70,20
70,54
2015 2.194.468 -1.622.990 571.478 73,96 2015 1.511.740 -1.162.240 349.500 76,88
OZB niet-woningen eigenaar
2023
2022
2021
2020
2019
2018
2015
Werkelijke opbrengst OZB Korting algemene uitkering OZB Netto opbrengst OZB
535.921 -458.963 76.958
466.325 -297.984 168.341
477.138 -306.632 170.506
404.387 -275.800 128.587
403.329 -274.026 129.303
375.054 -265.696 109.358
418.587 -272.675 145.912
85,64
63,90
64,26
68,20
67,94
70,84
65,14
Korting algemene uitkering in % t.o.v. werkelijke opbrengst OZB niet-woningen gebruiker
2023
2022
2021
2020
2019
2018
2015
Werkelijke opbrengst OZB Korting algemene uitkering OZB Netto opbrengst OZB
340.064 -323.835 16.229
302.011 -236.568 65.443
319.386 -215.656 103.730
263.145 -198.692 64.453
248.958 -192.154 56.804
248.514 -185.514 63.000
264.141 -188.075 76.066
95,23
78,33
67,52
75,51
77,18
74,65
71,20
Korting algemene uitkering in % t.o.v. werkelijke opbrengst
De cijfers uit dit overzicht laten zien dat: 1. De korting totaal OZB in de algemene uitkering is gestegen van 65 % naar 82 % in 2023. De netto opbrengst OZB voor Woudenberg is € 560.000. Aan opbrengst OZB wordt via aanslagoplegging in 2023 € 3,1 miljoen ontvangen, echter via de algemene uitkering wordt Woudenberg voor € 2,5 miljoen gekort. 2. De korting OZB in de algemene uitkering is het hoogst bij OZB niet woningen gebruiker, namelijk 95 %. Daarna OZB niet woningen eigenaar met 86 % en OZB woningen eigenaar met 79 %. 3. De sterkste stijging van de korting OZB in de algemene uitkering heeft plaatsgevonden tussen 2022 en 2023.
Kadernota 2025-2028
40
Conclusie Uit voorstaand onderzoek kan het volgende geconcludeerd worden: • De korting OZB in de algemene uitkering is vooral gestegen vanaf 2023. Dit komt door de herijking gemeentefonds, ingaande 2023. Vanwege de herijking van het gemeentefonds is de korting OZB in 2023 flink gestegen doordat de WOZ waarde voor 90 % gaat meewegen. Dit percentage lag tot en met 2022 nog tussen de 80 % en 70 %. Daarnaast is de WOZ waarde voor 2023 flink gestegen in Woudenberg, namelijk 21 %. Dit is 5 % hoger dan het landelijk gemiddelde van 16 %. • De gestegen korting OZB in de algemene uitkering heeft vanaf 2023 een flinke nadelige financiële impact op de begroting van Woudenberg, namelijk afgerond € 0,5 miljoen. • De korting OZB niet woningen in de algemene uitkering is in verhouding hoger dan de korting OZB woningen. Voor al de korting OZB niet woningen gebruiker is extreem hoog (95 %). • De afgelopen jaren was het beleid in Woudenberg om bij stijging van de WOZ waarde de OZB tarieven evenredig te verlagen zodat per saldo de lastendruk alleen steeg met het inflatiepercentage (bij daling WOZ waarde steeg het OZB tarief). Door de hoge korting OZB zal opnieuw moeten worden gekeken of dit beleid stand kan houden.
Voorstel Naar aanleiding van dit onderzoek stelt het college het volgende voor: a. Het college komt met een voorstel voor de OZB tarieven 2025 bij de begroting 2025-2028 waarbij het uitgangspunt is om het kortingspercentage OZB in de algemene uitkering niet verder te laten stijgen. b. Vanaf 2025 wordt afgestapt van het beleid om bij stijging van de WOZ waarde de OZB tarieven evenredig te verlagen en bij daling WOZ waarde de OZB tarieven evenredig te laten stijgen.
Kadernota 2025-2028
41