CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

04. Aanvraagformulier Uitgebreid VU 2025

Gemeenteraad 9 juli 2026, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 9: Vangnetuitkering 2025 Participatiewet4.564 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 2025 Versie: uitgebreid verzoek

Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen zijn: -

het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.

Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2026 hebben ontvangen. Het ingevulde aanvraagformulier dient voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt na ondertekening aangeboden aan de commissie via de website.

Uitgebreid formulier Dit betreft het uitgebreide formulier. Een gemeente maakt gebruik van dit formulier wanneer één van de volgende situaties van toepassing is: -

-

Voor een aanvraag voor het uitgebreide vangnet, waarbij een eigenrisicodrempel van 5% geldt. Hiervoor dient een gemeente over 2022, 2023 en 2024 voor minimaal twee van die jaren een tekort te hebben gehad van minstens 5%. Voor een aanvraag voor het reguliere vangnet (eigenrisicodrempel van 7,5%). Hiervoor dient een gemeente over 2023 en/of 2024 een vangnetuitkering te hebben ontvangen.

Uitzondering hierop betreft gemeenten tot 5.000 inwoners. Deze mogen te allen tijde gebruik maken van het basisformulier, ook als in 2023 en/of in 2024 een vangnetuitkering is toegekend of wanneer een aanvraag wordt gedaan voor het uitgebreide vangnet.

Aanpassingen in het format van de pagina’s met vragen en ondertekening niet toegestaan Voor de juistheid en de beoordeling van de aanvraag is het niet toegestaan dat u het format van de pagina’s met de vragen en ondertekening aanpast.

Meer informatie Op de website van de Toetsingscommissie staat een verdere toelichting op dit formulier: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2025

1

De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG: https://vng.nl/artikelen/vangnetuitkering-participatiewet-informatie-voor-raadsleden

2

1. Verklaring college bij een uitgebreid verzoek Dit gedeelte bestaat de volgende onderdelen: -

Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college

3

Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Die geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij of zij instemt. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal 300 à 400 woorden.

A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort Het tekort op het BUIG-budget wordt veroorzaakt door hogere uitgaven voor bijstandsuitkeringen. Dit hangt samen met een structureel hoger bijstandsbestand en beperkte uitstroom naar werk. Uit de gemeentelijke cijfers blijkt dat het aantal inwoners met algemene bijstand in 2025 en begin 2026 duidelijk hoger ligt dan in 2024. Dit leidt direct tot hogere uitkeringslasten. Daarnaast heeft een deel van de doelgroep een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, waardoor uitstroom naar volledig zelfstandig werk beperkt is en vaak ondersteuning of een tussenstap nodig is. Het college heeft gedurende 2025 onderkend dat deze ontwikkeling leidt tot een tekort en heeft maatregelen getroffen gericht op uitstroombevordering, inzet van re-integratie-instrumenten en sturing op de uitvoering. B. Samenvatting onderdeel getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren. Het college heeft maatregelen getroffen om de uitkeringslasten te beperken door uitstroom te vergroten en de uitkeringsduur te verkorten. Intern is ingezet op maatwerkbegeleiding, parttime werk als opstap naar uitstroom en een versterkte inzet van loonkostensubsidie, jobcoaching, beschut werk en ondersteunende voorzieningen.

Extern is de samenwerking met de arbeidsmarktregio, Amfors, het Regionaal Werkcentrum en taal-/participatiepartners versterkt. Hiermee wordt ingezet op betere aansluiting tussen inwoners, begeleiding, werkervaringsmogelijkheden en werkgevers.

4

C. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen Met deze maatregelen beoogt het college verdere tekortreductie door het vergroten van uitstroom en het beperken van verdere groei van het bestand. De inzet van loonkostensubsidie, jobcoaching, participatievoorzieningen en regionale samenwerking moet bijdragen aan duurzame plaatsingen en kortere uitkeringsduur. Het effect is niet volledig kwantitatief vast te stellen, maar de verwachting is dat het pakket aan maatregelen op termijn leidt tot lagere uitkeringslasten binnen het BUIG-budget.

5

Op welke wijze heeft het college de gemeenteraad geïnformeerd? In dit onderdeel beschrijft het college op hoofdlijnen hoe het de raad betrokken heeft bij het proces vanaf de signalering van het tekort. Daarbij gaat het om het proces van het bepalen en treffen van maatregelen tot aan het moment van het voorleggen van de verklaring van het college aan de raad. Het college geeft aan op welke momenten het de gemeenteraad heeft geïnformeerd. Het college dient hiervoor een X te plaatsen bij de betreffende onderdelen. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen.

Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X

Moment in het proces

X

De kadernota, de begroting.

X

Voorjaars- en najaarsbericht en jaarrekening. Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage. (ook wel genoemd Turap, Marap etc) Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties. Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen. Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.

6

Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn opgenomen. Nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden plaatst het college een X voor de betreffende onderdelen. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. X

Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen. Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek om meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen

NB: bovenstaande tabel dient pas te worden ingevuld nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden.

7

A. Analyse van de oorzaken van het tekort In dit onderdeel dient het college een analyse op te nemen van de oorzaken van het tekort (A1). Deze analyse dient specifiek in te gaan op de situatie in de eigen gemeente of de eigen arbeidsmarktregio. Ook dient het college een analyse op te nemen van de effecten van de getroffen maatregelen in voorgaande jaren (A2). A1. Analyse van de oorzaken van het tekort van de gemeente Het tekort op het BUIG-budget over 2025 bedraagt circa € 223.764 (10,18%). Dit tekort wordt veroorzaakt door een toename van de uitgaven aan bijstandsuitkeringen, als gevolg van een structureel hoger bijstandsbestand en een beperkte uitstroom naar werk. Het college heeft gedurende 2025, op basis van realisatiecijfers en prognoses binnen de planning- en controlcyclus, gesignaleerd dat de uitkeringslasten zich ongunstiger ontwikkelden dan het beschikbare BUIG-budget. Toen is ook getracht om bij te sturen op inzet van re-integratie-instrumenten en is de inzet op uitstroom en participatie geïntensiveerd waar dit kon. Uit de spiegelrapportages blijkt dat het aantal inwoners met algemene bijstand in 2025 en begin 2026 duidelijk hoger ligt dan in 2024. Zo ging het in oktober 2025 om 118 inwoners tegenover 99 in oktober 2024 (+19%) en in november 2025 om 120 inwoners tegenover 100 in november 2024 (+20%).

In januari 2026 gaat het om 123 inwoners met algemene bijstand tegenover 112 in januari 2025 (+10%). Deze ontwikkeling laat zien dat het bestand niet tijdelijk piekt, maar structureel op een hoger niveau ligt, wat direct leidt tot hogere uitkeringslasten binnen het BUIG-budget. Daarnaast is sprake van een veranderde samenstelling van het bestand. Een aanzienlijk deel van de inwoners heeft een grotere afstand tot de arbeidsmarkt, waardoor uitstroom naar volledig zelfstandig werk beperkt is. Dit blijkt ook uit de inzet van re-integratievoorzieningen:  in januari 2026 heeft een substantieel deel van de doelgroep een arbeidsvermogen onder WML;  daarnaast is een deel van de doelgroep uitsluitend met ondersteuning, zoals loonkostensubsidie of jobcoaching, in staat om op of boven WML te werken;  uitstroom naar volledig zelfstandig werk is beperkt en vraagt vaak om ondersteuning of een tussenstap via parttime werk, loonkostensubsidie of jobcoaching. Hierdoor is aannemelijk dat de uitkeringsduur langer wordt en de uitkeringslasten hoger blijven. De combinatie van een hoger bestand en een langere uitkeringsduur leidt tot een structurele stijging van de uitkeringslasten. Factoren die binnen de invloedssfeer van het college liggen, zijn met name:  het vergroten van uitstroom;  het verkorten van de uitkeringsduur;  en het effectiever inzetten van re-integratie-instrumenten.

Deze factoren vormen het primaire aangrijpingspunt voor tekortreductie en hierop is actief gestuurd om het tekort te beperken.

8

Bijstandsverdeelmodel

Uit de analyse op basis van het bijstandsverdeelmodel blijkt dat de gemeente Woudenberg op totaalniveau een beperkte negatieve afwijking kent (−4), wat betekent dat het model een hoger aantal bijstandshuishoudens verwacht dan feitelijk aanwezig is. Dit duidt erop dat de omvang van het bijstandsbestand op zichzelf niet de primaire verklaring is voor het ontstane tekort. De oorzaak ligt daarmee niet alleen in het aantal huishoudens, maar vooral in de kenmerken van de doelgroep en de duur van de uitkeringen. Nadere uitsplitsing laat zien dat binnen specifieke groepen sprake is van afwijkingen, zoals bij alleenstaanden (+6) en inwoners met verhoogd zorggebruik, waaronder ziekenhuiskosten (+9) en huisartskosten (+5). Dit ondersteunt het beeld dat een deel van de doelgroep meer begeleiding nodig heeft voordat uitstroom naar werk mogelijk is. De combinatie van deze factoren leidt ertoe dat uitkeringen langer doorlopen en uitstroom naar werk beperkter is, wat resulteert in hogere uitkeringslasten en daarmee een tekort op het BUIG-budget. A2. Analyse van het effect van getroffen maatregelen in voorgaande jaren In de voorgaande jaren heeft de gemeente maatregelen getroffen gericht op het vergroten van uitstroom en het beperken van de uitkeringsduur. Deze maatregelen zijn in 2025 voortgezet en waar nodig aangescherpt.

Uit de re-integratiespiegel blijkt dat de inzet van instrumenten is geïntensiveerd:  het aantal loonkostensubsidies is gestegen van 15 (november 2024) naar 21 (november 2025) en ligt in januari 2026 op 20;  jobcoaching/begeleiding op de werkplek is toegenomen van 9 naar 12;  het aantal participatievoorzieningen is licht gestegen (van 39 naar 42). Deze cijfers laten zien dat de gemeente inzet op het vergroten van participatie en het ondersteunen van inwoners richting werk. De maatregelen hebben daarmee aantoonbaar effect op individueel niveau:  inwoners participeren meer;  inwoners zetten stappen richting arbeid;  en plaatsingen worden beter ondersteund en duurzamer gemaakt. Tegelijkertijd blijkt uit de bestandsontwikkeling dat deze maatregelen nog onvoldoende effect hebben op het totale aantal uitkeringen en de uitkeringslasten. Het aantal inwoners met algemene bijstand blijft in 2025 en begin 2026 hoger dan in 2024. De belangrijkste verklaring hiervoor is dat:  de instroom en uitkeringsduur van inwoners groter zijn dan de uitstroom;  een groot deel van de doelgroep afhankelijk blijft van ondersteuning om te kunnen werken;  en uitstroom vaak plaatsvindt in de vorm van gedeeltelijke of ondersteunde arbeid.

In 2025 is ingezet op het versterken van de uitvoering, onder andere door de inzet van een nieuwe reintegratiecoach en het voortzetten van maatregelen gericht op uitstroom en participatie. De effecten hiervan vragen tijd en zijn mede afhankelijk van een stabiele uitvoeringscapaciteit. 9

Voor de verdere doorwerking van de maatregelen is deze uitvoeringscapaciteit een belangrijk aandachtspunt. In 2026 staat de capaciteit onder druk door personele uitval en wisselingen binnen het team Werk & Inkomen. De uitvoering is kleinschalig ingericht, met beperkte bezetting. Daarnaast is sprake van uitval van de klantmanager rechtmatigheid en wisselingen binnen het domein doelmatigheid/re-integratie. Dit raakt niet de constatering dat in 2025 maatregelen zijn getroffen, maar betekent wel dat het volledig zichtbaar worden van de effecten tijd vraagt. De combinatie van een structureel hoger bijstandsbestand, een doelgroep met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt en de kwetsbaarheid van de kleinschalige uitvoeringscapaciteit binnen een kleine gemeente als Woudenberg maakt dat duurzame uitstroom tijd vraagt en effecten van maatregelen zich geleidelijk voordoen. Samenvattend kan worden geconcludeerd dat de ingezette maatregelen bijdragen aan participatie en individuele voortgang, maar dat deze nog onvoldoende doorwerken in het totale bestand en de uitkeringslasten. Dit komt doordat de instroom en de uitkeringsduur van de doelgroep hoger zijn dan de uitstroom. Hierdoor is aanvullende en langdurige inzet noodzakelijk om het tekort structureel te reduceren.

10

B. Getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt beschreven welke interne (B1) en externe maatregelen (B2) zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan de verdere tekortreductie. Onder een externe maatregel wordt verstaan: een maatregel die tot stand is gekomen met een duidelijk herkenbare inbreng van externen (dus personen of organisaties buiten de eigen gemeente). Bij B2 wordt aan de hand van drie vragen beschreven hoe de consultatie van de externe partij of externe bron heeft geleid tot de getroffen externe maatregelen. Indien maatregelen tot stand komen zonder inbreng van externen worden deze als intern aangemerkt. Bij B1 (beschrijving getroffen interne maatregelen) en B2 (Beschrijving getroffen externe maatregelen) mag het college ingaan op eerder getroffen maatregelen die in 2025 zijn voortgezet. Ook kan het college ingaan op maatregelen die na evaluatie zijn stopgezet en op maatregelen die vanaf 2025 nieuw zijn getroffen. Het college dient bij B1 minimaal één interne maatregel en bij B2 minimaal één externe maatregel te benoemen. Vereiste hierbij is dat deze maatregelen vóór 15 augustus 2026 zijn getroffen. B1. Beschrijving getroffen interne maatregelen De gemeente Woudenberg heeft in 2025 de in 2024 ingezette interne maatregelen voortgezet en verder aangescherpt.

De maatregelen zijn gericht op het vergroten van uitstroom, het verkorten van de uitkeringsduur en het voorkomen dat inwoners langdurig afhankelijk blijven van bijstand. De cijfers laten zien dat het aantal inwoners met algemene bijstand in 2025 structureel hoger ligt dan in 2024. Zo ging het in oktober 2025 om 118 inwoners tegenover 99 in oktober 2024 en in november 2025 om 120 inwoners tegenover 100 in november 2024. Ook begin 2026 blijft het bestand hoger: in januari 2026 gaat het om 123 inwoners met algemene bijstand tegenover 112 in januari 2025. Dit bevestigt dat intensieve inzet op re-integratie en participatie noodzakelijk blijft. De belangrijkste interne maatregelen zijn: 1) Intensivering van maatwerkbegeleiding en caseloadsturing De kern van de aanpak blijft maatwerkbegeleiding. Per inwoner wordt beoordeeld wat nodig is om een stap richting participatie of werk te zetten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen inwoners die al richting werk kunnen worden begeleid en inwoners voor wie eerst stabilisatie, taal, zorg of participatie nodig is. In 2025 is sterker gestuurd op prioritering binnen de caseload en op het benutten van passende instrumenten. 2) Stimuleren van parttime werk als opstap naar uitstroom Parttime werk wordt actief ingezet als tussenstap naar volledige uitstroom.

Voor inwoners die nog niet volledig arbeidsfit zijn, biedt parttime werk de mogelijkheid om arbeidsritme, werknemersvaardigheden en zelfvertrouwen op te bouwen. Deze lijn uit 2024 is in 2025 voortgezet. 3) Versterkte inzet van loonkostensubsidie De inzet van loonkostensubsidie is in 2025 geïntensiveerd. Uit de re-integratiespiegel blijkt dat het aantal voorzieningen loonkostensubsidie op grond van de Participatiewet is gestegen van 15 in november 2024 naar 21 in november 2025. In januari 2026 gaat het om 20 voorzieningen tegenover 11

15 in januari 2025. Hiermee wordt voor inwoners met een verminderde loonwaarde toch deelname aan werk mogelijk gemaakt. 4) Inzet van jobcoaching en begeleiding op de werkplek Naast loonkostensubsidie wordt jobcoaching ingezet om plaatsingen duurzaam te maken. De reintegratiespiegel laat zien dat jobcoach/begeleiding op de werkplek is toegenomen van 9 in november 2024 naar 12 in november 2025. In januari 2026 gaat het om 11 voorzieningen tegenover 9 in januari 2025. Deze inzet is van belang om uitval te voorkomen en werkgevers te ondersteunen bij het begeleiden van inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt. 5) Inzet van beschut werk en participatievoorzieningen Voor inwoners voor wie regulier werk nog niet haalbaar is, wordt beschut werk ingezet. In 2025 zijn drie beschut werkplekken geregistreerd. Daarnaast blijft participatie een belangrijk doel van de voorzieningen. Uit de re-integratiespiegel blijkt dat het aantal voorzieningen met als doel participatie is gestegen van 39 in januari 2025 naar 42 in januari 2026. Dit sluit aan bij de samenstelling van het bestand, waarin een deel van de inwoners nog niet direct bemiddelbaar is naar betaald werk. 6) Ondersteunende voorzieningen om deelname mogelijk te maken De gemeente zet ook ondersteunende voorzieningen in om deelname aan werk of participatie mogelijk te maken.

Vervoersvoorzieningen vormen daarin een belangrijk onderdeel. Uit de reintegratiespiegel blijkt dat dit aantal stabiel hoog is gebleven: 41 in januari 2025 en 41 in januari 2026. Hiermee worden praktische belemmeringen weggenomen. 7) Bijsturing op basis van uitvoeringservaringen In 2025 is op basis van uitvoeringservaringen bijgestuurd. Daarbij is rekening gehouden met de beperkte schaal van de uitvoering en de noodzaak om beschikbare capaciteit gericht in te zetten op instrumenten die direct bijdragen aan participatie, werk en behoud van werk. De borging en continuïteit van deze inzet blijven aandacht vragen, mede vanwege de beperkte schaal van de uitvoering. Samenvattend is in 2025 intern sterker gestuurd op maatwerk, inzet van loonkostensubsidie, begeleiding op de werkplek en participatievoorzieningen. Daarmee zijn maatregelen getroffen die aansluiten bij de oorzaken van het tekort en gericht zijn op verdere tekortreductie. Daarnaast zijn maatregelen waar nodig aangepast of anders ingezet op basis van uitvoeringservaringen en beschikbare capaciteit, waarbij de focus is gelegd op instrumenten die het meest direct bijdragen aan uitstroom en participatie.

12

B2.

Beschrijving getroffen externe maatregelen

Elke getroffen maatregel wordt beschreven met de naam van de maatregel, een omschrijving van de maatregel en gevolgd door de antwoorden op elk van de volgende drie vragen over die maatregel: a) Wat is (zijn) de externe bron(nen) (partij of ‘schriftelijke’ informatie) voor deze maatregel geweest? b) Welk inzicht bij de gemeente is gekregen door die externe partij of externe ‘schriftelijke’ informatie? c) Welke externe maatregel is getroffen naar aanleiding van de conclusie(s) uit deze consultatie? Maatregel 1: Versterkte regionale samenwerking arbeidsmarktregio (Amfors / Werkcentrum) De gemeente Woudenberg heeft de samenwerking binnen de arbeidsmarktregio geïntensiveerd, met name met Amfors en het Regionaal Werkcentrum. Hierbij wordt actief ingezet op regionale instrumenten en voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling, zoals beschut werk, loonkostensubsidie en ontwikkeltrajecten. Onderdeel hiervan is de verdere uitwerking van het toekomstplan van Amfors, waaronder bouwsteen 3.  Externe bron(nen) o Arbeidsmarktregio Amersfoort o Amfors o Regionaal Werkcentrum Verkregen inzicht Uit regionale afstemming en samenwerking is gebleken dat Woudenberg relatief beperkt gebruik maakte van beschikbare regionale voorzieningen en instrumenten.

Daarnaast is inzicht verkregen in effectieve aanpakken binnen de regio, met name gericht op het combineren van begeleiding, werkervaring en loonwaardeontwikkeling. Tegelijkertijd is duidelijk geworden dat een deel van deze aanpak, waaronder bouwsteen 3 uit het toekomstplan van Amfors, nog in ontwikkeling is en nog niet volledig beschikbaar is voor inzet. Getroffen externe maatregel Naar aanleiding hiervan is de inzet op regionale voorzieningen geïntensiveerd en wordt actiever gebruik gemaakt van de mogelijkheden binnen Amfors en het Regionaal Werkcentrum. Hierbij wordt aangesloten op de verdere uitwerking van het toekomstplan van Amfors. Omdat onderdelen van deze aanpak, waaronder bouwsteen 3, nog in ontwikkeling zijn, betreft dit een maatregel met een langere doorlooptijd, waarbij het effect op uitstroom en tekortreductie zich naar verwachting gefaseerd zal voordoen. De gemeente blijft hierin afhankelijk van regionale ontwikkelingen en samenwerking. Maatregel 2: Inzet taal- en participatieondersteuning (o.a. Humanitas / taalmaatjes) Er is ingezet op aanvullende ondersteuning voor inwoners met een taalachterstand door middel van taalmaatjes en informele ondersteuning (o.a. via Humanitas). Deze ondersteuning richt zich op het versterken van taalvaardigheid in de thuissituatie en het vergroten van zelfredzaamheid.

 Externe bron(nen) o Humanitas o Vrijwilligersorganisaties o Lokale en regionale partners binnen het sociaal domein 13

Verkregen inzicht Uit signalen van uitvoeringspartners en ervaringsgegevens blijkt dat taalvaardigheid een belangrijke belemmering vormt voor participatie en uitstroom naar werk. Met name bij statushouders en andere groepen met een taalachterstand leidt dit tot vertraging in trajecten richting arbeid. Getroffen externe maatregel De gemeente heeft de inzet van taalmaatjes en informele ondersteuning uitgebreid en beter verbonden met re-integratietrajecten. Hiermee wordt beoogd de afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen en de effectiviteit van re-integratie te vergroten. De genoemde externe maatregelen zijn in 2025 ingezet en worden in 2026 voortgezet en verder doorontwikkeld.

14

C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie In dit onderdeel van de verklaring van het college wordt het beoogde effect beschreven van de genoemde (aanvullende) interne en externe maatregelen die een bijdrage leveren aan de verdere tekortreductie (C1). Het gaat hierbij om een inschatting van het beoogde effect. Ook wordt aangegeven hoe het effect van de maatregelen wordt gemonitord (C2). Het effect van de maatregel wordt zoveel mogelijk gekwantificeerd (C1). Indien het kwantificeren van het effect van maatregelen slecht of niet mogelijk is, kan het college volstaan met een kwalitatieve toelichting. C1. Beoogd effect van de getroffen maatregelen op de verdere tekortreductie. De combinatie van interne en externe maatregelen is gericht op het vergroten van de uitstroom naar werk en het verkorten van de uitkeringsduur, met als doel de uitkeringslasten binnen het BUIG-budget te verlagen. De intensivering van de inzet van re-integratie-instrumenten, zoals loonkostensubsidie en jobcoaching, draagt naar verwachting bij aan:  een toename van duurzame plaatsingen;  een hogere arbeidsparticipatie onder de doelgroep;  en een afname van de gemiddelde uitkeringsduur.

De versterkte regionale samenwerking en inzet van externe voorzieningen (zoals Amfors) vergroten de mogelijkheden om inwoners met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt te plaatsen in passend werk of ontwikkeltrajecten. Daarnaast draagt de inzet op taalondersteuning bij aan het wegnemen van belemmeringen voor participatie, waardoor trajecten richting werk effectiever verlopen. Hoewel het effect van individuele maatregelen beperkt kwantitatief is vast te stellen, blijkt uit de cijfers dat:  de inzet van loonkostensubsidie is toegenomen (van 15 naar circa 20 trajecten);  de inzet van jobcoaching is uitgebreid;  en de participatiegraad binnen de doelgroep licht is gestegen. Gezamenlijk dragen deze maatregelen bij aan het beperken van verdere groei van het bijstandsbestand en het vergroten van uitstroom op termijn. Gelet op het tekort van circa € 223.764 is volledige reductie op korte termijn niet realistisch, maar wordt verwacht dat deze inzet bijdraagt aan het geleidelijk verlagen van de uitkeringslasten binnen het BUIG-budget. C2. De wijze waarop het effect van de maatregelen wordt gemonitord. Het effect van de maatregelen wordt gemonitord op basis van bestaande managementinformatie en spiegelrapportages, waaronder: 15

  

de bijstandsuitkeringsstatistiek (ontwikkeling bestand en instroom/uitstroom); de re-integratiestatistiek (inzet en gebruik van voorzieningen); en interne voortgangsinformatie vanuit de uitvoering (De Kleine Schans).

Hierbij wordt gekeken naar:  de ontwikkeling van het aantal bijstandsgerechtigden;  de inzet en benutting van re-integratievoorzieningen;  en de uitstroom naar werk of participatie. Vanaf 2026 wordt de monitoring verder versterkt door de inzet van het CompetenSYSmatchingssysteem, dat ook binnen de regio (onder andere door de gemeente Amersfoort) wordt gebruikt. Dit systeem ondersteunt bij het beter matchen van inwoners op beschikbare trajecten en arbeidsmogelijkheden en draagt bij aan meer inzicht in de effectiviteit van de inzet. Daarnaast wordt de managementinformatie verder aangescherpt en beter benut binnen de organisatie, zodat gerichter kan worden gestuurd op uitstroom en de inzet van instrumenten. De monitoring vindt plaats binnen de reguliere planning- en controlcyclus en wordt periodiek besproken binnen de organisatie. Waar nodig worden maatregelen bijgesteld op basis van deze inzichten.

16

D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen. Omdat de financiering van de bijstand via de gemeenten verloopt, is het aan de colleges en raden van gemeenten om de aanvraag op te stellen en in te dienen. De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekeningen zijn gezet. De verklaring is slechts geldig indien het college deze met het door de minister van SZW ter beschikking gestelde aanvraagformulier heeft aangeboden aan de raad. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woudenberg verklaart dat het vóór 15 augustus 2026 de genoemde interne en externe maatregelen heeft getroffen om te komen tot verdere tekortreductie. Datum: ___________ De secretaris,

Naam van de ondertekenaar: ___________ De burgemeester,

Naam van de ondertekenaar: ___________

17

2. Instemming gemeenteraad In artikel 10, eerste lid, onderdeel d, Besluit Participatiewet staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben. De instemming is pas geldig indien de verklaring aan de raad is aangeboden in de vorm van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier.

De gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college. Daarmee bevestigt de gemeenteraad dat het college: 1. 2. 3.

voldoende duidelijk heeft gemaakt wat de oorzaken zijn van het tekort; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het pakket van maatregelen effectief is om de geschetste problemen aan te pakken, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat dit pakket van maatregelen, voor zo ver door de gemeente beïnvloedbaar is, leidt tot een beoogde tekortreductie. Daarbij wordt het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief inzichtelijk gemaakt.

Ondertekening De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient voor het moment van indiening van het verzoek zijn instemming te hebben gegeven. De aanvraag dient uiterlijk 15 augustus 2026 door de Toetsingscommissie te zijn ontvangen. De gemeenteraad van de gemeente Woudenberg stemt in met de onder 1 door het college van deze gemeente afgegeven verklaring. Met de ondertekening gaat de gemeenteraad akkoord met de beschrijving van de wijze waarop hij is geïnformeerd door het college en met de weergave van de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad. De voorzitter,

Naam van de ondertekenaar: ___________ De griffier,

Naam van de ondertekenaar: ___________ 18

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/4287/documents/76890