03. Gedragscode integriteit raadsleden 2023.pdf
Tekst van het document
GEDRAGSCODE INTEGRITEIT RAADSLEDEN WOUDENBERG 2023
Inleiding Goed bestuur is integer bestuur. Daarmee is integriteit niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdragers, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. De gedragscode richt zich daarom zowel tot de individuele politieke ambtsdragers als tot de bestuursorganen. Ons democratische systeem en de democratische processen kunnen niet zonder integer functionerende organen en functionarissen. Integriteit van politieke ambtsdragers verwijst naar de zorgvuldigheid die politieke ambtsdragers moeten betrachten bij het invullen van hun rol in de democratische rechtsstaat. Dat betekent de verantwoordelijkheid nemen die met de functie samenhangt en bereid zijn verantwoording af te leggen, aan collega-bestuurders en/of (leden van) de volksvertegenwoordiging en bovenal aan de burger. In de democratische rechtsstaat dient eenieder zich te houden aan de wetten en regels die op democratische wijze zijn vastgesteld. Dat geldt zeker voor de politieke ambtsdragers die (mede) verantwoordelijk zijn voor de totstandkoming van die wetten en regels.
Deze plicht is voor de politieke ambtsdrager neergelegd in de eed of gelofte die de politieke ambtsdrager bij de ambtsaanvaarding aflegt: hij/zij zweert/belooft getrouw te zullen zijn aan de Grondwet, de wetten te zullen nakomen en zijn/haar plichten die uit het politieke ambt voortvloeien naar eer en geweten te zullen vervullen. De gemeenteraad stelt zowel voor de eigen leden als voor de burgemeester en de wethouders een gedragscode vast. Dat is zo vastgelegd in de Gemeentewet. De gedragscode is een richtsnoer voor het handelen van individuele politieke ambtsdragers en heeft tot doel hen te ondersteunen bij de invulling van hun verantwoordelijkheid voor de integriteit van het openbaar bestuur. Voor de gemeenteraadsleden is er naast die voor de burgemeester en de wethouders een eigen afzonderlijke gedragscode. Onderhavige gedragscode heeft betrekking op de leden van de gemeenteraad en de plaatsvervangend commissieleden. Veel bepalingen zijn voor dagelijkse bestuurders en volksvertegenwoordigers gelijk. Er zijn ook verschillen. Die hebben te maken met de staatsrechtelijke posities en met de voor hen geldende wettelijke (integriteits)regels. Het rechtskarakter van de gedragscode is dat van een interne regeling, als nadere invulling en concretisering van de wettelijke regels.
De gedragscode bevat in aanvulling op wettelijke regels gedragsnormen en regels over procedures die de transparantie van het handelen van politieke ambtsdragers evenals van de besluitvorming over en de naleving van de normen vergroten. Zij vormt een beoordelingskader en leidraad bij twijfel, vragen en discussies. Een gedragscode heeft dus niet de juridische status van een algemeen verbindend voorschrift zoals een gemeentelijke verordening waaruit rechten en verplichtingen voortvloeien. Er is sprake van zelfbinding. De regels worden in gezamenlijk debat vastgesteld door de politieke ambtsdragers zelf. In dit licht moeten de regels in de code worden gezien. Dat maakt de gedragscode evenwel niet vrijblijvend. De bestuurders en volksvertegenwoordigers kunnen daarop worden aangesproken en zij dienen zich over de naleving ervan te verantwoorden. Het niet naleven van de gedragscode kan dus wel onderdeel worden van politiek debat en kan ook politieke gevolgen hebben. De gedragscodes bieden politieke ambtsdragers een handvat om andere politieke ambtsdragers aan te spreken op hun gedrag en hieruit wellicht (politieke) consequenties te trekken. Integriteit is een thema dat betekenis krijgt in het handelen. Een integriteitsbeleid dat alleen op papier bestaat is slechts een dode letter.
Daarom moet het handelen van politieke ambtsdragers regelmatig onderwerp van gesprek zijn, juist ook onderling, en ook daarbij geeft de gedragscode ondersteuning. De code en de voorgestelde registraties zijn instrumenten. Integriteit is uiteindelijk niet in regels te vangen. In de woorden van de schrijver C.S. Lewis gaat het om ‘doing the right thing, even when no one is watching’. Politieke ambtsdragers hebben een voorbeeldfunctie. Een politiek ambt wordt verricht in een glazen huis. Een bestuurder gedraagt zich zoals een goed ambtsdrager betaamt. Een politieke ambtsdrager onthoudt zich van gedragingen die de goede uitoefening of het aanzien van het ambt of het Pagina geprint op: 09-11-2023 11:15:57uur /var/websites/gemeentebestuur.woudenberg.nl/documenten/convert/c712962b-45bc-47ef-81ea-5025812b92f7.docx
Raadsbesluit:
openbaar bestuur schaden. Een politiek ambt gewetensvol vervullen gebeurt in de dagelijkse praktijk en strekt zich ook uit tot de privésfeer. In de huidige digitale wereld is zeker sprake van een dunne scheidslijn tussen werk en privé. Integriteit is niet alleen een kwestie van regels, maar ziet ook op de onderlinge omgangsvormen. Een respectvolle omgang, met burgers en organisaties, tussen politieke ambtsdragers onderling en tussen politieke ambtsdragers en medewerkers, met behoud van eigen politieke inhoud en stijl, is van belang. In de omgang met burgers, ambtenaren, externe partijen en andere politieke ambtsdragers wordt van een politieke ambtsdrager, ook in privétijd, correct, fatsoenlijk, en respectvol gedrag verwacht dat vrij is van ongewenste omgangsvormen en grensoverschrijdend en (seksueel) intimiderend gedrag zoals hinderlijk gedrag, intimidatie, dubbelzinnige opmerkingen, handtastelijkheden, agressie, pesten en discriminatie. Politieke ambtsdragers opereren vaak in diverse (boven)lokale netwerken. Deze netwerken dragen bij aan het geworteld zijn van de politieke ambtsdrager. Tegelijkertijd ontstaat hierdoor het risico dat politieke ambtsdragers vanuit het gevoel van sympathie en loyaliteit, de belangen van de eigen netwerken vooropstellen. De schijn van oneigenlijke beïnvloeding kan snel gewekt zijn.
Dit maakt duidelijk dat het nadenken over de eigen integriteit verder gaat dan het beoordelen van individuele handelingen. Het vraagt ook dat politieke ambtsdragers zich bewust zijn dat zij altijd verbonden zijn met professionele en persoonlijke netwerken. En dat deze netwerken ‘onbewust’ een invloed kunnen hebben op de keuzes en acties van de politieke ambtsdrager, die mogelijk tot een schending leiden. Dit risico van ‘netwerkcorruptie’ kan de integriteit en de kwaliteit van het lokaal bestuur onder druk zetten.1
1 Algemene bepalingen Wettelijke grondslag De Gemeenteraad stelt een gedragscode vast voor zijn leden (artikel 15, derde lid Gemeentewet). 1.1 Deze gedragscode geldt voor de leden van de gemeenteraad en de plaatsvervangend commissieleden, maar richt zich ook tot de gemeenteraad als bestuursorgaan. Waar hierna wordt verwezen naar raadsleden, wordt tevens gedoeld op plaatsvervangend commissieleden. 1.2 De gedragscode is openbaar en via internet beschikbaar. 1.3 De gedragscode heeft tot doel de integriteit van gemeenteraadsleden en de zuiverheid van de besluitvorming te bevorderen en in stand te houden. Toelichting: De gedragscode beoogt een algemene leidraad te bieden voor het raadslid op het gebied van integer handelen. In de Gemeentewet is al een groot aantal bepalingen over specifieke verplichtingen over het onderwerp integriteit opgenomen. Te noemen vallen de verplichtingen bij nevenfuncties en incompatibiliteiten en verplichtingen over geheimhouding. Waar dat aangewezen is, wordt in deze gedragscode naar die specifieke bepalingen verwezen. 1.4 Raadsleden bejegenen elkaar, collegeleden, ambtenaren, burgers en vertegenwoordigers van organisaties waardig, correct en respectvol, zowel in woord als geschrift.
1
Het begrip netwerkcorruptie is geïnspireerd door het promotieonderzoek van Netwerkcorruptie; wanneer sociaal kapitaal corrupt wordt’ van Willeke Slingerland, 2018.
2/8
1.5 Ter gelegenheid van het afleggen van de eed of belofte ontvangt het raadslid een exemplaar van de gedragscode en van de bepalingen van de Gemeentewet die betrekking hebben op het handelen en op de rechten en plichten van het raadslid. Toelichting: In een tijd waarin steeds kritischer wordt gelet op het doen en laten van publieke ambtsdragers, is het een goede zaak dat raadsleden zich vanaf het eerste moment van hun aantreden bewust zijn van wat het raadslidmaatschap voor hen en de gemeente betekent. Integer handelen begint bij bewustwording van wat integer handelen inhoudt. Het is goed erop te wijzen dat in bepaalde gevallen het handelen van het raadslid in strijd met zijn 2 verplichtingen, naast gevolgen voor het aanzien van de politiek, ook zeer concrete (juridische) gevolgen voor hemzelf 3, de gemeente of derden kan hebben. Juridische gevolgen kunnen zijn: Strafrechtelijk : Als een raadslid geheime informatie naar buiten brengt, is hij 4 strafbaar op grond van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht. Politiek : Bij overtreding van de voorschriften van het eerste lid van artikel 15 Gemeentewet (het verrichten van aldaar verboden handelingen) kan de burgemeester als voorzitter van de raad het raadslid op grond van artikel X 8 van de Kieswet schorsen.
De raad kan het raadslid in de eerstvolgende vergadering na inachtneming van de in artikel X 8 neergelegde procedure vervolgens zijn lidmaatschap als vervallen verklaren (met de mogelijkheid van beroep). Bij het goed doorlopen van deze zware procedure vervullen de burgemeester en de griffier een belangrijke rol. Civielrechtelijk : Als een raadslid zijn mond voorbijpraat waar hij geacht wordt te zwijgen, kan dit schade voor de gemeente of derden meebrengen. Een derde kan in zo’n geval de gemeente aanspreken tot schadevergoeding. Bestuursrechtelijk : Als een raadslid meedoet aan een stemming over een aangelegenheid waar hij zich op grond van persoonlijke belangen had moeten onthouden van stemmen, kan dat onder sommige omstandigheden leiden tot vernietiging van een raadsbesluit door de bestuursrechter op grond van vooringenomenheid. 1.6 De raad, de raadsleden en de burgemeester zijn door iedereen aanspreekbaar op de naleving van de gedragscode. Toelichting: Het lijkt een overbodige bepaling maar dat is zij toch niet. Op deze wijze worden nieuw aantredende raadsleden scherp doordrongen van de consequenties van hun publieke taakuitoefening. Het gaat hierbij om het borgen van de naleving en de handhaving van belangrijke verplichtingen.
2 Voorkomen van belangenverstrengeling Wettelijk kader Afleggen eed of belofte (artikel 14 Gemeentewet). Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de leden van de raad in de vergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: "Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen.” • Een lid van de raad neemt niet deel aan de beraadslaging en stemming over: - een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken;
Waar in dit document gesproken wordt over ‘zijn’, kan ook ‘haar’ gelezen worden. Waar in dit document gesproken wordt over ‘hem’, kan ook ‘haar’ gelezen worden. 4 Waar in dit document gesproken wordt over ‘hij’, kan ook ‘zij’ gelezen worden. 2 3
3/8
- de vaststelling of goedkeuring der rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij hoort. (artikel 28 Gemeentewet). • Op de beraadslaging en stemming, bedoeld in het eerste lid van artikel 28 Gemeentewet, is artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing. Incompatibiliteiten en nevenfuncties: • Verboden overeenkomsten/handelingen: leden van de raad mogen in geschillen, waar de gemeente of het gemeentebestuur partij is, niet als advocaat of adviseur ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur werkzaam zijn. Zij mogen bepaalde overeenkomsten, waar de gemeente bij betrokken is, niet rechtstreeks of middellijk aangaan. Van verboden overeenkomsten kan ontheffing worden verleend. (artikel 15, eerste en tweede lid, Gemeentewet). • Onverenigbaarheid van functies: het zijn van een lid van de raad sluit het hebben van een aantal andere functies uit (artikel 13 Gemeentewet). • Openbaarmaking nevenfuncties: leden van de raad maken openbaar welke nevenfuncties zij vervullen. Openbaarmaking van de lijst met nevenfuncties geschiedt zowel op elektronische wijze als door terinzagelegging op het gemeentehuis (artikel 12 Gemeentewet). 2.1 Belangenverstrengeling 1. Raadsleden voorkomen elk persoonlijk belang bij enig door de raad te nemen besluit. 2.
Indien de onafhankelijke oordeelsvorming van het raadslid over een onderwerp in het geding is, neemt hij niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming. Hij doet hiervan vooraf mededeling aan de griffier. Toelichting: Met het begrip persoonlijk belang wordt gedoeld op ieder belang dat niet behoort tot de belangen die het bestuursorgaan uit hoofde van de hem opgedragen taak behoort te behartigen. Indien een raadslid uit hoofde van één van zijn functies of directe belangen een rol van betekenis vervult of heeft vervuld bij een dergelijk onderwerp, hoort hij daarvan tijdig in de openbare besluitvorming melding te maken zodat het besluit van het raadslid of hij aan de verdere besluitvorming en aan stemming hierover deelneemt, tijdig en transparant kan worden overwogen. 3. Een raadslid dat familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten of goederen aan de gemeente, onthoudt zich van deelneming aan besluitvorming over de opdracht. Toelichting: Deze regel is een uitwerking van artikel 28, eerste lid onder a van de Gemeentewet, waarin regels zijn opgenomen over het deelnemen aan stemming in de raad. 2.2 Belangen, lidmaatschappen en nevenfuncties 1.
Een raadslid doet zowel bij aantreden als tijdens de uitoefening van het raadslidmaatschap opgave aan de griffier van lidmaatschappen die hij heeft of gedurende de raadsperiode wenst te aanvaarden, en van alle (financiële) belangen die hij heeft, waaronder aandelen, opties en derivaten, die redelijkerwijs als relevant kunnen worden beschouwd voor zijn functioneren als raadslid. Toelichting: Een raadslid kan relevante belangen hebben in bepaalde sectoren van de lokale samenleving, niet alleen financiële, die aanleiding kunnen zijn tot (schijn van) belangenverstrengeling. Het kan gaan om het bezit van effecten, aandelen, opties, derivaten, vorderingsrechten, onroerend goed, bouwgrond en om financiële deelnemingen in ondernemingen. Zulke financiële belangen kunnen een rol spelen bij besluiten over bijvoorbeeld bestemmingsplannen, grondverkopen, maatschappelijke, culturele of welzijnsorganisaties of andere organisaties met een ideële doelstelling. In dit artikel wordt ook gedoeld op belangen die niet financieel zijn. Voorbeelden zijn een terugkeergarantie of andere bijzondere regelingen die het raadslid heeft na de beëindiging van het raadslidmaatschap. Bij lidmaatschappen wordt gedoeld op organisaties waarvoor het raadslid actief is en die redelijkerwijs relevant zouden kunnen zijn voor de uitoefening van het raadslidmaatschap.
Zo is duidelijk dat een lidmaatschap van een krant niet gemeld hoeft te worden, terwijl het lidmaatschap van een sportvereniging wel relevant kan zijn in relatie tot sportbeleid waar de raad een besluit over neemt. Een raadslid dient zichzelf er rekenschap van te geven dat nevenfuncties, lidmaatschappen en belangen die de partner of andere directe familieleden van het raadslid hebben, relevant kunnen
4/8
zijn bij het onafhankelijk functioneren als raadslid, dan wel door derden redelijkerwijs als relevant kunnen worden beschouwd. Als het raadslid van oordeel is dat hiervan sprake zou kunnen zijn, dan doet hij er goed aan dit te bespreken met de burgemeester of de griffier. 2. Een raadslid doet zowel bij aantreden als tijdens de uitoefening van het ambt opgave aan de griffier van nevenfuncties. Hij vermeldt daarbij ten behoeve van de openbaarmaking voor welke organisaties de functies worden verricht, of de nevenfunctie bezoldigd of onbezoldigd is en wat het tijdsbeslag is. 3. Nevenfuncties en lidmaatschappen, en ook relevante wijzigingen daarin, worden pas door het raadslid aanvaard nadat deze aan de griffier van de raad zijn gemeld en daarop een integriteitsadvies is verkregen. 4. Een raadslid neemt bij het aanvaarden en uitoefenen van een nevenfunctie of lidmaatschap in acht dat: a. Zijn onafhankelijkheid gewaarborgd blijft; b. Elke vorm of schijn van belangenverstrengeling wordt vermeden; c. Geen strijdigheid met enig gemeentelijk belang optreedt; d. Het tijdsbeslag het goed functioneren als raadslid niet in de weg staat. 5. Nevenfuncties worden overeenkomstig de wet openbaar gemaakt via de gemeentelijke website. De griffier legt hiervoor een register aan en beheert dat. 6.
Het raadslid wordt het eerste jaar na de beëindiging van zijn raadslidmaatschap uitgesloten van het tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente. Van de werkzaamheden zijn het burgemeester- of wethouderschap en een dienstbetrekking bij de gemeente uitgezonderd. Toelichting: Om elke schijn van belangenverstrengeling tegen te gaan worden oud-raadsleden gedurende een jaar na het eind van de zittingstermijn uitgesloten van het buiten dienstverband tegen beloning verrichten van werkzaamheden voor de gemeente, uitgezonderd het burgemeesterof wethouderschap. Werkzaamheden op grond van een dienstverband zijn toelaatbaar, omdat aangenomen wordt dat een dienstverband mede vanwege de geldende rechtspositievoorschriften, voldoende transparantie in de verhouding tot het bestuur verzekert.
3 Informatie en social media Wettelijk kader Informatieplicht Burgemeester en wethouders en elk van zijn leden zijn verplicht alle inlichtingen te geven die de gemeenteraad nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Het betreft zowel een actieve als een passieve informatieplicht. Ook als individuele leden van de gemeenteraad informatie vragen zal die informatie aan de gemeenteraad moeten worden verstrekt. De informatie kan alleen worden geweigerd als die in strijd is met het openbaar belang (artikelen 169 en 180 Gemeentewet). Geheimhouding 1. Een ieder die is betrokken bij de uitvoering van de taak van een bestuursorgaan en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijke karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding van die gegevens, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot mededeling verplicht of uit zijn taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit (artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht). 2. Burgemeester en wethouders kunnen op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1, eerste en tweede lid, van de Wet open overheid, geheimhouding opleggen. Ook de burgemeester heeft die bevoegdheid. 3.
Ook de gemeenteraad dan wel (de voorzitter van) een commissie kan geheimhouding opleggen (87, 88 en 89 Gemeentewet). 4. De geheimhouding duurt voort totdat deze wordt opgeheven door het orgaan dat de geheimhouding oplegde, of – indien het aan de gemeenteraad is overgelegd – de gemeenteraad de geheimhouding opheft. 5. Een lid van de gemeenteraad of van een door de gemeenteraad ingestelde commissie dat/die in strijd handelt met de geheimhoudingsplicht kan bij besluit van de gemeenteraad ten hoogste drie maanden worden uitgesloten van het ontvangen van informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding geldt. 6. Het schenden van de geheimhoudingsplicht is een misdrijf (artikel 272 Wetboek van Strafrecht).
5/8
3.1 Een raadslid gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van zijn raadslidmaatschap beschikt. Hij zorgt ervoor dat stukken met vertrouwelijke en geheime gegevens veilig worden opgeslagen en dat computers, tablets en andere data- en communicatieapparatuur en computerbestanden niet toegankelijk zijn voor anderen dan het raadslid zelf. Toelichting: Met de tegenwoordige stand van zaken op het terrein van digitale gegevensopslag en communicatiemogelijkheden wordt extra zorgvuldigheid betracht bij het omgaan met en transporteren van (digitale) informatie. Het raadslid is hiervoor verantwoordelijk en kan hierop worden aangesproken. Wachtwoorden delen met anderen, de tablet of telefoon niet vergrendelen bij korte afwezigheid etc.; het zijn allemaal voorbeelden van het raadslid te verwijten handelen. 3.2 Een raadslid brengt geen informatie naar buiten die geheim is. Toelichting: Een raadslid heeft, anders dan een burger, de mogelijkheid tot het verkrijgen van geheime of vertrouwelijke informatie. Dit is nodig om hem in staat te stellen goede afwegingen te maken tijdens besluitvorming. Hij mag evenwel geen informatie die hem op grond van de Gemeentewet (Hoofdstuk Va Gemeentewet) onder geheimhouding is verstrekt aan anderen verstrekken zolang geheimhouding rust op de betreffende stukken. Een en ander is geregeld in artikel 2:5 Algemene wet bestuursrecht.
Overtreding van deze verplichting is strafbaar op grond van artikel 272 Wetboek van Strafrecht. In geval van een dergelijke schending kan het bestuursorgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd, aangifte doen bij de politie. Ook kunnen er politieke consequenties zijn voor het betreffende raadslid. 3.3 Een raadslid maakt niet ten eigen bate of ten bate van derden gebruik van in de uitoefening van zijn raadslidmaatschap verkregen (nog) niet-openbare informatie. 3.4 Een raadslid gaat verantwoord en zorgvuldig om met de e-mail- en internetfaciliteiten van de gemeente. 3.5 Een raadslid gaat verantwoord en zorgvuldig om met social media en zijn uitingen daarop. Het raadslid is zelf verantwoordelijk voor het beheer van zijn eventuele social media-accounts en is altijd aanspreekbaar op zijn gedrag en uitlatingen hierop. Bij uitingen op social media wordt geen onderscheid gemaakt tussen het raadslid en de privépersoon.
4 Geschenken, faciliteiten, diensten, excursies, evenementen en andere uitnodigingen Wettelijk kader Afleggen eed of belofte De eed of belofte die op grond van artikel 14 van de Gemeentewet moet worden afgelegd heeft onder meer betrekking op het geven, aannemen of beloven van giften, gunsten of geschenken. Zie voor de wetstekst inzake de eed of belofte het wettelijk kader onder 2 voor de bepalingen ter voorkoming van belangenverstrengeling. 4.1 Een raadslid accepteert geen geschenken, faciliteiten of diensten als zijn onafhankelijke positie hierdoor kan worden beïnvloed. 4.2 Een raadslid accepteert geen lunches, diners, recepties, excursies, evenementen, reizen en andere uitnodigingen uit hoofde van zijn functie die door anderen betaald of georganiseerd worden, tenzij dat behoort tot de uitoefening van de functie en de aanwezigheid gezien kan worden als functioneel.
6/8
4.3 Een raadslid meldt binnen één week na ontvangst bij de griffier de geschenken, faciliteiten en diensten die hij ontvangen heeft, en deelname aan excursies, evenementen en reizen uit hoofde van zijn functie voor rekening van anderen met een geschatte waarde hoger dan € 50,-. 4.4 De griffier legt een register aan van de geschenken met een geschatte hogere waarde dan € 50 en beheert dit register. In het register is aangegeven welke bestemming de gemeente hieraan heeft gegeven. Het register is openbaar en via internet beschikbaar. 4.5 Een raadslid kan een geschenk namens de raad ontvangen. De griffier kiest een gemeentelijke bestemming. 4.6 Geschenken en giften worden niet op het woon-/huisadres ontvangen. Toelichting: Het beste uitgangspunt is het niet aanvaarden van geschenken of aanbiedingen. Onder geschenken kan ook worden verstaan kortingen op privédiensten of privégoederen. Het raadslid kan alsnog besluiten een al aanvaard geschenk – gelet op de aard hiervan of op de hiermee beoogde bedoeling - niet te aanvaarden en aan de gever terug te geven. Er zijn gevallen denkbaar dat een geschenk of faciliteit voor de gemeente als zodanig een publiek goed te verdedigen, nuttig en oorbaar te achten oogmerk heeft.
Voor dat doel is het denkbaar dat het raadslid weliswaar aanvaardt, maar hij dit dan zo snel mogelijk meldt en de gift of de aangeboden faciliteit zo snel mogelijk aan de gemeente ten goede doet komen. Hierbij wordt volstrekte openheid betracht. Het is van belang ter voorkoming van elke verkeerde schijn dat het raadslid dit direct meldt aan de gever of de aanbieder. Ook zijn er gevallen denkbaar dat een geschenk op het woon-/huisadres een publiek goed te verdedigen oogmerk heeft. Hierbij valt te denken aan een bos bloemen of een presentje bij gebeurtenissen in de categorie lief en leed (bijvoorbeeld een verhuizing, huwelijk of geboorte). Voor dat doel is het denkbaar dat het raadslid weliswaar aanvaardt, maar hij dit dan zo snel mogelijk meldt aan de griffier. Er wordt op gewezen dat een raadslid er goed aan doet bij twijfel over de juiste toepassing van deze regels, intervisie te plegen binnen zijn eigen fractie en ook de griffier of de burgemeester van de raad om advies te vragen.
5 Uitgaven en declaraties en gebruik van voorzieningen van de gemeente Wettelijk kader Procedure van declaratie Er zijn voor raadsleden voorschriften opgenomen in de ‘Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden gemeente Woudenberg 2015’ over de wijze van declaratie (inclusief het overleggen van bewijsstukken) van vooruit betaalde (zakelijke) kosten en over rechtstreekse facturering van (zakelijke) kosten bij de gemeente. Fractieondersteuning De in de raad vertegenwoordigde groeperingen hebben recht op ondersteuning. De raad stelt met betrekking tot de ambtelijke bijstand en de ondersteuning van de in de raad vertegenwoordigde groeperingen een verordening vast. De verordening bevat ten aanzien van de ondersteuning regels over de besteding en de verantwoording. (artikel 33, tweede en derde lid Gemeentewet) Recht op financiële vergoeding De raadsfracties ontvangen jaarlijks een financiële bijdrage als tegemoetkoming in de kosten voor het functioneren van de fractie. Deze bijdrage bestaat uit een vast deel voor elke fractie. Daarnaast ontvangt elke fractie een bedrag per raadszetel. (artikel 5 Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning) Besteding financiële vergoeding Fracties besteden de bijdrage om hun volksvertegenwoordigende, kaderstellende en controlerende rol te versterken. De bijdrage mag niet gebruikt worden ter bekostiging van:
7/8
a. betalingen aan politieke partijen of met politieke partijen verbonden instellingen of natuurlijke personen anders dan ter vergoeding van prestaties (diensten of goederen) geleverd ten behoeve van de fractie; b. giften; c. uitgaven die betaald moeten worden van vergoedingen ingevolge het Rechtspositiebesluit raadsen commissieleden; d. opleidingen voor individuele raadsleden, tenzij deze inhoudelijk gerelateerd zijn aan de politieke uitgangspunten van de deelnemers. Bij twijfel over de geoorloofdheid van de besteding van de vergoeding, beslist het presidium (artikel 6 Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning). Ter uitwerking van dit artikel is in de toelichting behorende bij genoemde verordening een overzicht opgenomen waarvoor de financiële vergoeding wel en niet mag worden gebruikt. Verder zijn er voorschriften opgenomen in de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning over de verstrekking van een voorschot (artikelen 7 en 8) en de verantwoording en controle (artikel 10). 5.1 1. De raadsfracties richten de financiële en administratieve organisatie zodanig in dat er een getrouw beeld mogelijk is van de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven. 2.
De raadsfracties verantwoorden zich over hun besteding van de bijdrage voor fractieondersteuning volgens de in de Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning vastgestelde regels en procedures. 5.2 Raadsleden en fracties declareren geen kosten die al op andere wijzen worden vergoed. 5.3 1. Het raadslid maakt verantwoord gebruik van de beschikbare gemeentelijke eigendommen en voorzieningen. 2. Gebruik van voorzieningen en eigendommen van de gemeente ten eigen bate of ten bate van derden is niet toelaatbaar, tenzij dit wettelijk of volgens interne regels is toegestaan.
6 Uitvoering gedragscode 6.1 De gemeenteraad bevordert de eenduidige interpretatie van de gedragscode. Ingeval van leemtes en onduidelijkheden in de gedragscode voorziet de gemeenteraad daarin. 6.2 De griffier is voor en over de raadsleden contactpersoon of aanspreekpunt integriteit. Zij trekt in deze rol op met de burgemeester. 6.3 1 Op voorstel van de burgemeester maakt de gemeenteraad met haar afspraken over de navolgende onderwerpen: a. de periodieke bespreking van het onderwerp integriteit in zijn algemeenheid en van de gedragscode in het bijzonder; b. de periodieke bespreking van het overzicht van nevenfuncties en neveninkomsten in de raad; c. de processtappen die worden gevolgd in geval van een vermoeden van een integriteitschending van een politieke ambtsdrager van de gemeente; d. In het geval van een integriteitsonderzoek door een extern bureau wordt alleen gebruik gemaakt van door het Ministerie van Justitie en Veiligheid erkende onderzoeksbureaus. 2. De afspraken als bedoeld onder 1 worden vastgelegd in een bijlage die onderdeel uitmaakt van deze gedragscode. 6.4 1. Deze gedragscode treedt in werking met ingang van de dag, volgend op die van haar bekendmaking. Op dat moment vervalt de op 28 maart 2013 door de raad vastgestelde ‘Gedragscode bestuurlijke integriteit politieke ambtsdragers’. 2.
Deze gedragscode kan worden aangehaald als ‘Gedragscode integriteit raadsleden Woudenberg 2023’.
8/8