CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

02.b Amersfoortse reactie op concept provinciale energievisie.pdf

Gemeenteraad 4 juli 2024, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken1.694 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Aan

Onderwerp

Gedeputeerde Staten van Utrecht Postbus 80300 3508 TH UTRECHT

Reactie op provinciale energievisie

Ons kenmerk

Stadhuisplein 1 Postbus 4000 3800 EA Amersfoort Telefoon: 14 033 www.amersfoort.nl

Datum

Uw kenmerk

$datumond$

UTSP-27969949352920

Geachte college van Gedeputeerde Staten, Graag maken wij gebruik van de mogelijkheid om een reactie in te dienen op de concept energievisie van de provincie Utrecht die wij op 7 mei 2024 hebben ontvangen. In deze brief geven we onze reactie. Dit doen we mede namens de deelnemende gemeenten in de RES Amersfoort (de gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Soest en Woudenberg). Wij vinden het zeer wenselijk dat er vanuit de provincie een vertaling komt van de landelijke doelen en ambities voor het energiesysteem naar provinciale uitgangspunten, passend bij onze provincie. Wij bedanken u voor het opstellen van een energievisie voor onze provincie en voor de slag die gemaakt is ten opzichte van de eerdere conceptversies. Tegelijkertijd stelt de provincie zich nog wat bescheiden op en hebben we een aantal punten waardoor de energievisie aangescherpt wordt. Ook vragen wij om meer duidelijkheid over de doorwerking van de Energievisie. Om een herhaling van onze eerdere reacties te voorkomen, beperken we ons in deze reactie tot de kernpunten en opmerkingen op een aantal thematische punten: Kernpunten 1. Leidende principes en structurerende keuzes vertalen naar de provincie Utrecht en naar voorbeelden en implementatie De ‘leidende principes’ en ‘structurerende keuzes’ uit de energievisie zijn veelal logisch en goed te volgen.

We missen daarin wel een duidelijke relatie met de strategische ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen in de Provincie Utrecht. Met het uitwerken van deze relatie ontstaat het inzicht dat nodig is om de belangrijke, strategische keuzes te maken die nodig zijn om werkelijk integraal te kunnen programmeren. Het aanvullen van de structurerende keuzes met voorbeelden en beeld- of kaartmateriaal van wat dat in de praktijk betekent is een eerste stap. Door een abstractieniveau hoger te gaan wordt de relatie gelegd met de concrete ruimtelijke situatie in de provincie Utrecht en de belangrijke (sectorale) ontwikkelingen. Neem

bijvoorbeeld de keuze om voldoende energie op te wekken voor de vraag van de gebouwde omgeving. Of de verdrievoudiging van de hoeveelheid zonne-energie en een verdubbeling van de hoeveelheid windenergie tussen 2030 en 2050. Wat betekent dit voor de provincie Utrecht in de praktijk wat betreft de opwekambities voor zon (dak en veld) en wind? En hoe wordt dit bepaald? 2. Duidelijkere positionering van de energievisie en vervolg in uitwerking De energievisie vormt input voor verschillende nog vast te stellen beleidsstukken, zoals de pMIEK en het bijbehorende afwegingskader, de omgevingsvisie en het programma Energietransitie van de provincie. Daarmee werken de keuzes die in de energievisie gemaakt worden door in deze stukken. In de structurerende keuzes is geen prioritering aangebracht, waardoor het onvoldoende duidelijk is welke doelstellingen het meest urgent zijn. Ook is onvoldoende duidelijk hoe de structurerende keuze geborgd worden en welke waarde of status deze krijgen. We verwachten van de energievisie (voor de komende vier jaar) een uitspraak over welke keuzes beleidsmatig in deze periode worden opgepakt, en hoe. 3. Betere balans tussen grotere steden en de kernen daaromheen De energievisie, als basis voor het afwegingskader, en het afwegingskader zelf werken in het voordeel van de grotere gemeenten. Simpelweg omdat daar een groter volume gebouwd moet worden.

Toch is de opgave voor kleinere kernen net zo groot en urgent. En kijkend naar het UPLG en de daaruit voortkomende investeringen, is het belangrijk dat de visie ook ingaat op de gevolgen voor het energiesysteem van de toekomst buiten de stad. Dit moet nadrukkelijker aandacht krijgen voor een regio met voornamelijk kleine kernen rondom de stad Amersfoort. 4. Meer samenwerking bij de strategische ontwikkeling van het energiesysteem van de toekomst Wij dringen er bij u op aan om ons nadrukkelijk te betrekken bij het komen tot keuzes over strategische ruimtelijke ontwikkeling in combinatie met strategische ontwikkeling van energiesystemen en bijbehorende energieinfrastructuur op die manier op te pakken. We zien daarbij onder andere een relatie met het proces van actualisering van de omgevingsvisie. Gezien het grote, strategische belang van de energievisie, ziet de regio Amersfoort liever een gedeelde visie met vertraging dan een visie met beperkte waarde. Wij stellen daarom voor om de komende jaren een structureel overleg te organiseren waarin deze samenwerking vorm krijgt. Wij leveren daar graag een constructieve bijdrage aan. 5. Provincie zoveel mogelijk ondersteunend aan gemeenten Het is belangrijk dat de verschillende overheidslagen en netbeheerders goed samenwerken in de realisatie van de energietransitie, en vervolgens binnen de eigen bevoegdheden verantwoordelijkheid nemen.

Wij zien de samenwerking tussen gemeenten en provincie, en de ondersteuning van gemeenten door de provincie, graag expliciet uitgewerkt in de leidende principes. Gemeenten hebben een belangrijke taak als het gaat om de energietransitie. Daarmee wordt de energievisie ook het kader voor gemeentelijk energiebeleid; door de richtinggevende keuzes en door handreikingen en instrumenten die ons helpen bij de lokale uitwerking en uitvoering. Waarbij aangesloten wordt op de stappen die in gemeenten al gezet zijn. Wij vragen u daarom ook aandacht te schenken aan de wijze waarop de Energievisie doorwerkt in energiebeleid en concrete uitvoering.

Thematische punten: warmtetransitie, zonne- en windenergie, circulaire energietransitie, netcongestie 6. Warmtetransitie De voorkeur voor de ontwikkeling van warmtenetten wordt meerdere keren genoemd in de energievisie. Wij onderstrepen het belang en de rol die warmtenetten kunnen hebben in het omgaan met schaarse netcapaciteit. Tegelijkertijd zien wij een spanningsveld tussen deze voorkeur van de provinciale energievisie en de verantwoordelijkheid van de gemeenten om de netten te realiseren. Ook wordt aangenomen dat het verschil in maatschappelijke kosten deels overbrugbaar is, zelfs voor gebieden waar momenteel geen warmtenet is voorzien. We vinden de insteek op laagst maatschappelijke kosten te beperkt in relatie tot warmtenetten. Het gaat om een transitie naar aardgasvrij, waarbij een warmtenet een middel is, maar niet het doel op zich. Daarnaast is onduidelijk hoe deze keuze doorwerkt naar de uiteindelijke positie in de pMIEK. Warmtenetten kennen een aantal knelpunten die realisatie in de weg kunnen staan, en die opgelost moeten worden. Zoals hoe om te gaan op de onrendabele top en beeldvorming van inwoners op warmtenetten. In de visie ligt veel nadruk op de laagst maatschappelijke kosten. Maar dat zegt niets de over mogelijke kosten voor de eindgebruiker.

De laagste maatschappelijke kosten moeten op een geloofwaardige manier worden vertaald naar de inwoners voor een gezonde participatiegraad. Wij wijzen u hierbij ook op het recente uitgevoerde onderzoek “De keuze voor warmtenetten of andere Warmteoplossingen” van Berenschot in opdracht van o.a. Stedin en NVDE. Wij vragen de provincie dan ook om gemeenten zowel in het proces als in de realisatie te ondersteunen. Verder missen wij in de energievisie de mogelijke oprichting van een Provinciaal Warmte Ondersteuningsbedrijf. Hiermee geeft u juist een concrete en wezenlijke invulling aan de rol die de provincie voor zich ziet. En zonder een dergelijk vehikel wordt de beoogde inzet op warmtenetten, met name in de kleine gemeenten, helemaal een uitdaging. We willen ook graag betrokken zijn bij de verdere uitwerking van het onderzoek daarvan. 7. Zonne- en windenergie In de energievisie worden enkele doelen genoemd, zoals 1,99 TWh zonneenergie en 0,96 TWh windenergie in 2030. Ons is echter onvoldoende duidelijk welke aannames ten grondslag ligt aan deze waarden en/of op welk beleid dit is gebaseerd. Is hier sprake van een voortzetting van de huidige trend, of zijn deze waarden het resultaat van ambitieus beleid op de ontwikkeling van duurzame opwek? Hoe verhouden de resultaten van de planMER op windlocaties zich tot deze doelstellingen? 8.

Netcongestie Daarnaast zien wij in netcongestie een parallelle ontwikkeling die een grote invloed zal hebben op de realisatie van de energievisie. De kamerbrief "Versnelling en uitbreiding maatregelen netcongestie Flevoland, Gelderland en Utrecht (FGU)" van 25 april doet vergaande uitspraken die vallen binnen het tijdsbestek van deze visie. Sommige maatregelen, zoals het begrenzen van de laadcapaciteit, zijn pijnlijk en lastig te communiceren naar de inwoners. Het zou goed zijn als ook in de energievisie er ruimte is voor deze afwegingen. Met betrekking tot de doelstelling rond net-efficiënte installaties in bestaande bouw

spreekt de kamerbrief over een groot potentieel. Om dit te realiseren dient er ook in de energievisie aandacht te worden besteed aan deze doelstelling. 9. Circulaire energietransitie Een onderbelicht punt in de provinciale energievisie vinden wij het gebruik van vele grondstoffen, en de daarbij horende CO2-uitstoot bij de productie van materialen. In de energievisie staat hierover nu slechts een bijzin bij ‘voorwaarden van het energiesysteem’: “Om onbedoelde negatieve effecten van de energietransitie tegen te gaan zal ook de productieketen van groene energie(technologie) circulair en duurzaam moeten worden ingericht”. Dit onderwerp zou, wat ons betreft, veel meer aandacht moet krijgen en als leidend principe moeten worden meegewogen bij het maken van keuzes. We zien dit als een randvoorwaarde voor de energietransitie. Zorg dat je keuzes t.a.v. het energiesysteem niet per saldo leiden tot een verhoging van materiaalgebonden CO2-emissies. Neem bijvoorbeeld biobased isoleren. Hier liggen veel kansen voor extra CO2-besparing, het tegengaan van negatieve effecten en het samenbrengen van het platteland (voor de productie) en de stad (voor de afzet). Zo is er in samenwerking met. de Alliantie, Cirkelregio Utrecht, Building Balance, Natuur- en milieu Utrecht, Cirkelstad en de Provincie Utrecht een ‘Utrechtse Aanpak Biobased Isoleren’ in ontwikkeling.

Wij zien in de energievisie graag terugkomen hoe de provincie de circulaire energietransitie voor zich ziet. Tot slot Wij zien uit naar de verdere (gebiedsgerichte) uitwerking van de leidende principes en structurerende keuzes zoals verwoord in de energievisie. En wij zijn benieuwd hoe deze zich ruimtelijk vertalen in de Provinciale Omgevingsvisie – programma, en -verordening en in de P-MIEK. Ook zijn wij benieuwd naar de rol die de Provincie kan en wil -nemen in de energietransitie, en hoe deze rol zicht vertaalt in een aanpak, in maatregelen en in een budget voor het provinciale energieprogramma. De consequenties van de energievisie voor gemeenten en de regio Amersfoort worden pas helder na verdere uitwerking van het stuk. Daarom worden wij graag bij het vervolgtraject betrokken. Vanuit de opgaven die voor ons liggen, werken we graag samen aan een provincie met een duurzaam en robuust energiesysteem. Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Amersfoort, de secretaris,

de burgemeester,

$handteken ing$

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/2593/documents/54342