Notitie-reactie voorgestelde woningbouw Ankeveense pad (llaatste versie) 270217 2
Tekst van het document
Notitie - reactie voorgestelde woningbouw Ankeveensepad Nederhorst den Berg
VEVAP landschapsarchitectuur JAM* architecten + planners Schenkeveld Bureau voor Natuur en Landschap
27-02-2017
Notitie - reactie voorgestelde woningbouw Ankeveensepad Nederhorst den Berg Aan André de Hoop landschapsarchitect bnt (VEVAP landschapsarchitectuur), ir. Jeroen Mensink (JAM* architecten + planners bv) en ecoloog dr. Bram Schenkeveld (Bureau Schenkeveld) is gevraagd om hun reactie te geven op de voorgestelde woningbouwplannen aan weerszijden van het Ankeveensepad in Nederhorst den Berg. Daarvoor zijn we op de locatie gaan kijken, hebben de beschikbare (openbare) stukken bestudeerd en geven op basis daarvan hieronder onze eerste, voorlopige bevindingen weer.
B. C. A.
C.
Centrum Nederhorst den Berg, Ankeveensepad A. Dorpsplein (met zicht op landschap) B. (Besloten) kerkterrein C. Veenlandschap (Ankeveensepad)
Stroomschema handreiking nut en noodzaak wonen
Algemeen Het Ankeveensepad neemt een bijzondere plek in binnen Nederhorst den Berg. Uniek is dat men hier vanaf het centrale dorpsplein zo het groene landschap met vergezichten in stapt. Nergens in Nederland nadert het open landschap de kern van een gemeente tot zo dichtbij. Vanuit deze bijzondere ligging gezien, is bouwen op deze kwetsbare locatie bij voorbaat al een onverstandig idee. Bovendien zijn de voorgestelde plannen ook nog eens ongeschikt voor deze locaties. De bebouwing van het weiland aan de zuidzijde zou bijna het gehele oppervlakte bebouwen (en verharden) en bebouwing aan de noordzijde op de plek van de bosrand rondom de kerk heeft enorme impact op de groene beleving van het Ankeveensepad, aangezien alle bomen langs het pad hiervoor moeten worden gekapt. De inpassing op beide locaties is geforceerd, het lijkt alsof zoveel mogelijk woningen op de locaties moesten worden gerealiseerd. Teveel woningen op te weinig beschikbare grond, als haringen in een ton. Die twee ingrepen bij elkaar opgeteld hebben bovendien grote gevolgen voor het karakter van het Ankeveensepad en de landschappelijke omgeving van deze locaties. Omdat de plannen in het buitengebied gebouwd zouden worden, vereist de overheid dat nut en noodzaak goed wordt onderbouwd. De gepresenteerde cijfers en argumenten om te bouwen in het landschap buiten de bebouwingszone roepen echter ook vraagtekens op.
Zo zijn de verschillende alternatieve locaties niet in de overweging meegenomen, terwijl nog ruimte beschikbaar is op andere plekken zoals Overmeer-Zuid. Gesteld wordt dat deze uitbreidingslocatie niet geschikt zou zijn voor seniorenwoningen en levensbestendige woningen. Uiteraard is de locatie pal naast het centrum van Nederhorst den Berg een ideale plek voor ouderen, maar daarmee is niet gezegd dat de OvermeerZuid dat niet zou zijn. Ook deze plek ligt naast een oude dorpskern en is goed aangesloten op openbaar vervoer. Noodzaak om aan het Ankeveensepad te bouwen is er niet. Al helemaal niet voor de grote twee-onder-een-kapwoningen aan de noordzijde, waarvoor de argumenten die worden aangedragen voor de seniorenwoningen niet opgaan. De ladder voor duurzame verstedelijking uit het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de provinciale Handreiking nut en noodzaak wonen hanteren een eenvoudig stroomschema om de behoefte vast te stellen. In de ruimtelijke onderbouwing wordt aangegeven dat op lokaal niveau al in de woning-
bouwbehoefte wordt voorzien, uitgaande van alle plannen die al in ontwikkeling zijn. Deze overschrijding van de lokale behoefte wordt terzijde gelegd onder het mom van de grotere behoefte die bestaat op regionaal niveau. Kortom, dit plan bedient vooral de regio en niet zozeer de behoefte in de gemeente zelf. En volgens het stroomschema zou de conclusie dan moeten zijn dat hier niet gebouwd zou mogen worden. De twee initiatieven worden in sommige stukken samen behandeld maar in de meeste gevallen separaat besproken, waarbij dan geen rekening wordt gehouden met de cumulatieve effecten. Dat is zeker voor verkeer en ecologie niet houdbaar. In de ruimtelijke onderbouwing van de plannen worden bovendien zowel de landschappelijke, de historische als de ecologische kwaliteiten gebagatelliseerd. De onderbouwing is summier, vigerend beleid wordt selectief aangehaald en argumenten worden naar de voorgestelde woningbouw toe geschreven. Zo wordt de impact van auto’s genegeerd. Niet alleen levert woningbouw veel meer autobewegingen op vlakbij het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen, het huidige dorpse pad zal verbreed moeten worden en bovendien zal de benodigde hoeveelheid parkeerplaatsen gaan resulteren in bijna volledige verharding over de volle breedte, van gevel tot gevel, van het straatprofiel.
In de schetsmatige impressies van de plannen wordt dit effect op het maaiveld overigens nergens getoond. In het communicatieplan van woningcorporatie Het Gooi en Omstreken, ontwikkelaar van het weiland aan de zuidzijde, wordt gesteld dat het plan zowel positief als negatief wordt ontvangen door de bewoners. De positieve reacties komen van mensen die, als hier gebouwd zou worden, graag op deze plek zouden willen wonen. Dat is echter een drogredenering. Als op deze unieke landschappelijke locatie gebouwd wordt, willen daar vanzelfsprekend heel veel mensen graag wonen. Maar hier zou überhaupt niet gebouwd moeten worden, juist vanwege die landschappelijke kwaliteit. Dat het plan bij andere mensen zoveel weerstand oproept en voor ophef zorgt, ook in de media, is veelzeggend. Ook wordt in de beantwoording op bezorgde vragen van bewoners beweerd dat “de bomen in de tuin van de pastorie bij de bouw van de seniorenwoningen aan het Ankeveensepad [kunnen] blijven staan.’’ Deze bomen zullen echter wel degelijk gekapt worden, als het bouwplan aan de noordzijde wordt uitgevoerd. Uit dit voorbeeld blijkt wederom dat men zich niet bewust is van de cumulatieve effecten van beide plannen.
Bommelsteinroute (ANWB)
Wandelroute (Over wandelen gesproken)
Landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing De landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing van de voorgestelde bebouwing negeert de stedenbouwkundig unieke ligging en de bestaande landschappelijke kwaliteiten. Terwijl de locatie nota bene deel uitmaakt van drie Noord-Hollandse cultuurlandschappen: de Stelling van Amsterdam, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en het Groene Hart. Een belangrijke kwaliteit van het Ankeveensepad is dat vanaf het dorpsplein direct zicht is op het achterliggende rietlandschap. Het landschap begint al direct achter de lintbebouwing aan de Dammerweg. Het is dan ook niet voor niets dat verschillende recreatieve routes juist op deze plek het plein verlaten en het landschap in lopen. Niet alleen voor dagjesmensen, ook voor veel inwoners van Nederhorst den Berg is het Ankeveensepad de start van een regelmatig ommetje door het landschap (rondom de Spiegel- en Blijkpolderplas). Ouderen lopen tot de bunker of tot de molen en keren weer om, wie meer energie en tijd heeft loopt een groter rondje langs het water. Aan de zuidzijde van het Ankeveensepad ligt open grasland met bijzondere cultuurhistorische elementen, een bunker uit begin twintigste eeuw (onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie) en een molen uit 1636 (poldermolen, type grondzeiler).
In tegenstelling tot wat in de ruimtelijke onderbouwing van de plannen wordt genoemd, bestaat het grasland niet zozeer uit drie afzonderlijke delen, maar uit één ruimtelijke eenheid met daarin de twee monumenten, bunker en molen. En over dit grasland (ooit de molentocht, later schootsveld) wordt uitgekeken over het achterliggende rietlandschap. De voorgestelde bouwlocatie is dus zeker geen zelfstandig graslandje zonder enige landschappelijke, ecologische of cultuurhistorische waarden, zoals wordt beweerd. In de ruimtelijke onderbouwing wordt ook gesteld dat “doordat gebouwd wordt direct nabij de kern in de bestaande structuur blijft het groene kwalitatieve woonmilieu en karakter van het gebied behouden”. Het grasland is nu echter geen woonmilieu, maar buitengebied. En door deze groenstrook volledig te bebouwen, aan de voorzijde te voorzien van parkeerplaatsen en aan de achterzijde van terrassen en steigers, verdwijnt al het groen. De kwaliteit van het groen en het karakter van de plek blijft dus allerminst behouden. Ook al wordt in het communicatieplan van Het Gooi en Omstreken beweert dat “in de plannen veel ruimte voor groen [is] opgenomen”.
Aan de noordzijde grenst het Ankeveensepad aan een oude sloot met daarachter de hoog opgaande beplanting van de bomensingel rondom het terrein van de kerk en de parochie. De sloot maakt onderdeel uit van een doorlopende watergang rondom het terrein van de kerk. De continue bosrand rondom het terrein benadrukt nogmaals dat het terrein als een zelfstandige eenheid moet worden gezien, ook al is het noordelijke deel ingericht als begraafplaats en het zuidelijke deel als tuin van de parochie. De beplanting geeft, samen met het silhouet van de kerk, het Ankeveensepad een deel van zijn karakteristieke landschappelijke waarden. De spitse toren steekt boven de hoge bomen uit. Dit effect wordt straks volledig teniet gedaan als het bos wordt gerooid en de sloot wordt gedempt. Conclusie landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing Het landschap rond het Ankeveensepad heeft grote landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Uniek is dat men direct vanaf het dorpsplein het landschap in stapt. Het zou onherstelbare en blijvende schade veroorzaken als deze schakel tussen plein en landschap zou worden onderbroken en de bomen zouden worden gekapt om plaats te maken voor grote twee-onder-een-kapwoningen. Landschappelijk en cultuurhistorisch is de tuin met beplantingsingel een wezenlijk onderdeel van de kerk en de parochie.
Ook dit wordt in het cultuurhistorisch onderzoek (door Cultuurcompagnie NoordHolland) gebagatelliseerd. Het is niet aannemelijk te maken dat sprake is van een relevant noordelijk deel en een onbelangrijk zuidelijk deel van het terrein.
1. Dorpsplein Nederhorst den Berg
2. Zicht vanaf plein op landschap
3. Ankeveensepad (ter plaatse van geplande bebouwing)
4. Zicht op bunker en achterliggende landschap
5. Ankeveensepad loopt in een bocht om de bunker (Hollandse waterlinie)
6. Zicht op molen
7. Zicht over grasland over achterliggend rietlandschap
8. Zicht op vrijstaande lwoningen aan het eind van het Ankeveensepad
DORPSOMMETJE
9. Zicht over water
10. Vrijstaandewoningen
11. Natuurgebied Spiegelplas
12. Uitzicht over Spiegelplas
13. Broekbos
14. Rietlandschap
15. Zicht op molen met op de achtergrond de kerken van Nederhorst den Berg
16. Strandje Spiegelplas
1.
4.
3. 2.
Cultuurhistorische elementen
1. Kerk
2. Dorpsplein met koepel
3. Bunker Hollandse Waterlinie
4. Molen
Basisvorm kerkterrein: Kerkterp (oranje, rood) en randsloot - vijver (blauw)
Bossingel: kavel wordt omzoomd door een bossingel
Kerkterrein als landschappelijke eenheid
Verkavelingsplan
Kerkterrein - 1/3 van de kerkkavel - waterstructuur - bossingel - besloten karakter
Relatie dorp-landschap - bijzondere relatie dorp-landschap (ensemble plein, kerkterrein en landschap) - zicht vanaf het plein op landschap - het landelijke karakter van het Ankeveensepad
Wat gaat er verloren
Grasland - grasland - (natuurlijke) oevers watergang - bomen rond bunker en transformatorhuisje - zicht over het achterliggende rietlandschap - zicht op silhouet kerk
Verkavelingsplan en bebouwing
Verkeer en parkeren
Het betreft twee verschillende verkavelingsplannen aan weerszijden van het Ankerveensepad, ook al gaan beide plannen uit van twee-ondereen-kapwoningen. Aan de noordzijde in de bosrand rond de kerk worden ruime twee-onder-eenkapwoningen gebouwd in het marktsegment, aan de zuidzijde op het grasland zijn twee-ondereen-kapwoningen voor ouderen in het sociale segment bedacht. Beide locaties zijn zeer smal, waardoor de bebouwing bijna de gehele diepte van het kavel inneemt. Dit betekent dat voor tuinen geen ruimte is en de bebouwing respectievelijk pal aan het water en het open landschap en de tuin rondom de kerk zal grenzen. De geplande woningen aan de noordzijde worden door een nieuw te graven waterpartij gescheiden van het kerkterrein. Hierdoor komen de achterkanten, met de privé buitenruimte van deze woningen, in het zicht te liggen vanaf de oprit naar de kerk.
Bij uitvoering van deze woningbouwplannen, zal het Ankeveenspad moeten worden verbreed, om ruimte te maken voor passerend verkeer en voor parkeren. Het Ankeveensepad is ter plaatse van de voorgestelde bebouwing relatief smal. De benodigde parkeerplaatsen (2,3 per woning) kunnen alleen in de vorm van haaks parkeren worden gerealiseerd. Hiervoor is minimaal 15 meter nodig, 5 meter parkeerplaats aan weerzijde van het pad en 5 meter wegbreedte om haaks in te kunnen parkeren. Dit resulteert in min of meer volledige verharding van gevel tot gevel. Het valt dan ook op dat in de verschillende presentaties geen ontwerptekeningen getoond worden die de indruk van deze plannen op maaiveld (ooghoogte) laten zien. Het groen in de straat is in de toekomst beperkt tot een perkje voor de serres van de woningen.
De woningen staan in beide verkavelingsplannen dicht op elkaar, zodat een aaneengesloten wand van bebouwing zal ontstaan aan weerzijden van het Ankeveensepad. In de stukken wordt gesproken over veel ruimte en lucht tussen de woningen. Concreet is die ruimte beperkt, afgaande op de impressies van de architect, tot een smalle sleuf van ongeveer 1,5 tot 2 meter tussen de woningen. Bovendien is de nieuwe bebouwing behoorlijk dicht op de bestaande bebouwing gepland en in sommige impressies lijken de twee woningen aan de Dammerweg zelfs op de oprit naar de parochie en de pastoriewoning te staan.
Conclusie verkeer en parkeren Het Ankeveensepad wordt, als deze plannen worden uitgevoerd, een zeer stenige straat die niet zal aansluiten bij het dorpse karakter van het plein en niet zal passen in het open en groene karakter van het achterliggende landschap. Van de in de ruimtelijke onderbouwing omschreven ‘dorpse karakter’ zal dan ook geen sprake meer zijn. De herinrichting van het Ankeveensepad is nog niet bekeken, terwijl de impact daarvan zou moeten worden meegenomen in de beoordeling van deze twee gecombineerde plannen.
De seniorenwoningen, met alle bijbehorende bergruimte en parkeerplaatsen, lijken de bunker zeer dicht te naderen. Terwijl in het landschap van de Stelling van Amsterdam en de Nieuwe Hollandse Waterlinie rondom de bunker kernkwaliteiten als ‘een groen en overwegend rustig karakter en relatieve openheid’ juist behouden en versterkt dienen te worden. Conclusie verkavelingsplan en bebouwing Op deze kwetsbare locatie worden in verhouding teveel woningen en wordt daarbij bovendien teveel verharding voorgesteld. Het zicht vanaf het dorpsplein op het landschap wordt geblokkeerd en gereduceerd tot één blik in de nieuwe straat met aan weerszijden woningen en geparkeerde auto’s. Het lijkt alsof hier zoveel mogelijk woningen op twee relatief krappe en smalle locaties worden geprojecteerd.
Verkeer
Natura 2000 gebied, Oostelijke Vechtplassen
Natuurdoeltypen, de landschappelijke elementen van het plangebied sluit direct aan op natura 2000 gebied (water, grasland en bos)
Ecologie; reactie op natuurtoetsen Inleiding Beide woningbouwprojecten zijn in 2015 en 2016 getoetst aan de natuurwetgeving middels een quickscan en vervolgonderzoek door de bureaus Aveco de Bondt en Laneco. Hiervan zijn alleen samenvattingen gezien. Deze zien geen belemmeringen voor de ontwikkeling. Bureau Schenkeveld is gevraagd om hier een korte reactie op te geven. Gebiedsbeschrijving Het plangebied ligt op de overgang van de oorspronkelijke lintbebouwing aan de Dammerweg naar de restanten van het verveningsgebied van de Spiegelpolder. De overgebleven legakkers en petgaten aan de westelijke rand van de Spiegelplas zijn als zoete plas, (riet)moeras en laagveenbos onderdeel van het NatuurNetwerk Nederland (NNN) en het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. De overgang hiernaartoe wordt gekenmerkt door parkbos inclusief vijverpartij, boomrijen, een geriefbosje, weiland, moestuinen en bebouwing als schuurtjes, een bunker en een molen. Dit gevarieerde landschap heeft zijn eigen ecologische kwaliteit. Het biedt een droge verblijfplaats en een met beplanting gemarkeerde trekroute aan dieren die in het moerasgebied foerageren, maar heeft ook eigen karakteristieke planten- en diersoorten.
Soortbescherming Voor zover de stukken ingezien konden worden lijkt er onvoldoende onderzoek gedaan te zijn naar de volgende ecologische betekenis van het plangebied voor beschermde soorten onder de nieuwe Wet natuurbescherming (vogels met jaarrond beschermde nesten, vogelrichtlijn- en habitatrichtlijnsoorten, nationaal beschermde soorten): • de betekenis van de beplanting langs het Ankeveensepad als vliegroute voor vleermuizen; • de betekenis van de bunker als winterverblijfplaats van vleermuizen; • de betekenis van de oude bomen in het parkbosje als verblijfplaats/baltsplek van vleermuizen; • de betekenis van de vijverpartij en het parkbosje als leefgebied van Ringslang; • de betekenis van de diverse schuurtjes als nestplek van Steenuil; • de betekenis van de cipressen aan de rand van het geriefbosje als roestplek van Ransuil; • de betekenis van de afwisseling van beplanting, water en weiland voor Groene specht, IJsvogel; • de aanwezigheid van Rugstreeppad en Veenmol in het gebied.
Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op minder dan 30 meter van het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. De effecten samenhangende met woningbouw betreffen onder andere verontreiniging inclusief stikstofdepositie door meer verkeer, verstoring door geluid, licht, trilling en optische verstoring en verstoring door mechanische effecten (zie https://www.synbiosys. alterra.nl/natura2000/effectenindicatorappl.aspx?su bj=effectenmatrix&tab=1). Deze effecten lijken niet onderzocht. Conclusie ecologie De woningbouw betekent een aantasting van de specifieke ecologische kwaliteiten van het overgangsgebied van de dorpskern van Nederhorst den Berg naar het moerasgebied ten westen van de Spiegelplas. Of hierbij verbodsbepalingen van de nieuwe Wet natuurbescherming worden overtreden lijkt onvoldoende onderzocht.
Algehele conclusie De twee nieuwbouwplannen op deze unieke locatie, waar de dorpsrand overgaat in het omliggende landschap, worden summier en selectief onderbouwd, onvoldoende in samenhang beschouwd, waarbij bovendien vooropgezette conclusies worden getrokken en landschappelijke, cultuurhistorische en ecologische kwaliteiten worden gebagatelliseerd. Zorgvuldige heroverweging van de voorgestelde bouwplannen zou derhalve op zijn plaats zijn.
Haarlem, 27 februari 2017
André de Hoop landschapsarchitect bnt VEVAP Landschapsarchitectuur Krelagestraat 16 2012 CS Haarlem ir. Jeroen Mensink, architect JAM* architecten + planners bv Panamalaan 6-A 1019 AZ Amsterdam dr. A.J.M. (Bram) Schenkeveld, ecoloog Bureau Schenkeveld Visstraat 1 4101 AC Culemborg