CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Nederhorst den Berg F (Dammerweg 3 en 4 vs Monument -VvhAP)

gemeenteraad 18 november 2021, gemeente Wijdemeren2.413 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aanvullend ruimtelijk onderzoek Onze Lieve Vrouwe Hemelvaartkerk, Dammerweg, Nederhorst den Berg

Drs. Elvera Siemons, Dr. Gerrit Vermeer, november 2021

1

2

Inleiding Aangaande de besluitvorming over de vaststelling van het gewijzigde Bestemmingsplan Dammerweg 3 en 4 te Nederhorst den Berg blijken zowel bij een aantal commissieleden als bewoners en overige be­ lang­ hebbenden nog enige vraagtekens te bestaan rond de monumentale en cultuurhistorische situatie van het gebied aldaar. Dit ook in verband met de nabije aanwezigheid van Onze Lieve Vrouwe Hemel­ vaart­kerk in Nederhorst den Berg, gebouwd in 18881890 volgens plannen van Y. Bijvoet, een provinciaal monu­ment. Ons is gevraagd over de monumentale waarden ter plaatse een aanvullende studie te verrichten. Uit paragraaf 5.10 van dit Bestemmingsplan blijkt dat de Gemeente reeds in 2014 een voorloper van dit (bouw)plan heeft voorgelegd aan de erfgoedcommissie van het WZNH (bijlage 9 van het bestemmingsplan). Aan hen werd de vraag voorgelegd of het bouwplan de monumentale waarden van de kerk met pastorie (provinciaal monument) aantast. De erf­ goed­ commissie vroeg zich vervolgens af in hoeverre het park en de aan­ wezige waterstructuur onderdeel zijn van de ensemble­ waarde van het monument en verzocht om nadere informatie over de landschappelijke en historische onderbouwing van het plan.

Daartoe is in opdracht van Kondor Wessels Projecten door de Cultuurcompagnie een Cultuurhistorische Ver­ken­ ning (bijlage 8 van het be­stem­mingsplan) gedaan die de kerk beschrijft in relatie met de bijbehorende tuin en het Ankeveensepad. Deze Cultuurhistorische Verkenning meldt dat de kerk, de pastorie en de tuin rondom nooit zonder elkaar hebben bestaan; dat de structuur van de tuin meer relevant is dan de beplanting,

daar de oorspronkelijke invulling daar­ van niet meer in detail te achterhalen viel; dat de ter be­ bou­wing voorgenomen zuid­zijde van minder cul­ tuurhistorisch belang is, omdat volgens hen Bij­voet zich daar niet mee bemoeide, terwijl de noordkant van de tuin als een geheel met de kerk wel door hem zou zijn ontworpen. Bovendien wordt vermeld dat de zuidzijde heden een private bestemming dient, terwijl de noordzijde het publiek toegankelijke deel omringt. Verder wordt benoemd dat op het Ankeveensepad sinds langere tijd bebouwing voorkomt. Volgens de erfgoedcommissie van het WZNH bleek uit deze verkenning een duidelijke scheiding tussen het noordelijke en zuidelijke deel van het plan­ gebied. Het noordelijk deel zou zijn aangelegd en het zuidelijk deel zou meer organisch zijn ontstaan (en blijkbaar dus van minder belang zijn). De beplanting was vernieuwd na de Tweede Wereld­oorlog (en dus niet meer oorspronkelijk). Zodoende is het plan toen, na nog enige aanpassingen om het monument meer tot zijn recht te laten komen, “op hoofdlijnen” door de erfgoedcommissie goedgekeurd. Om een goede afweging te kunnen maken bij de voorliggende besluitvorming is het van belang te beseffen waaruit het monument eigenlijk bestaat.

En als het gaat om de gevolgen van een ingreep in het monumentale object -hier de voorgenomen be­ bouwing aan de zuidzijde van de tuin- gaat het er om wat de gevolgen zijn voor het monument. In deze studie stellen we aan de hand van een kada­ straal onderzoek de ruimtelijke geschiedenis van het object vast, nauwkeuriger dan tot op heden is gebeurd. Na het vaststellen van de waarden wordt vervolgens bekeken wat de huidige plannen voor de ruimtelijke kwaliteit betekenen.

1

Afb. 1. De kadastrale situatie in 1979. Kadaster Archief Viewer, Nederhorst den Berg, sectie B, dienstjaar 1980, hulpkaart 219.

Afb. 2. De kadastrale situatie na de afsplitsing van twee percelen in 1992. Kadaster Archief Viewer, Nederhorst den Berg, sectie B, dienstjaar 1993, hulpkaart 273.

De kadastrale begrenzing van het monument In 1987 werd de Onze Lieve Vrouwe Hemelvaartkerk, de pastorie en de tuin aangewezen als Provinciaal monument. De aanwijzing betreft altijd het object volgens het burgerlijk recht, ofwel het perceel en de op­stallen zoals vastgelegd in het kadaster. Volgens het kadaster strekt het perceel van het monument (sectie B nummer 1148) zich ten tijde van de aanwijzing uit tot aan het Ankeveensepad (afb. 1). In 1992 vond er aan de kant van het Ankeveensepad

2

vanwege de verkoop van de pastorie voor het eerst een kadastrale splitsing plaats (afb. 2). Behalve de pastorie werd uiteindelijk ook een smalle strook van de tuin langs het Ankeveensepad afgesplitst als een apart perceel. Het monument zoals het is aangewezen omvat tevens alle afgesplitste delen. Wijzigingen langs het Ankeveensepad op het vroegere perceel van de kerk, ook de voorgenomen nieuwbouw, betreffen dus feitelijk wijzigingen aan het monument, zoals

dit in 1987 is aangewezen. De eerder genoemde vraagstelling van de erfgoedcommissie in hoeverre het park onderdeel vormt van de ensemblewaarde van het monument is technisch gesproken niet aan de orde. Het gaat immers niet om een ensemble, maar om de monumentale eenheid van kerk, pastorie en tuin rondom. De oorspronkelijke vraag van de gemeente aan deze erfgoedcommissie, namelijk of het bouwplan de monumentale waarden van de kerk met pastorie (provinciaal monument) aantast, kan zodoende eenvoudig beantwoord worden met ja. De voorgenomen bebouwing vindt immers plaats binnen de begrenzing van het monument en benadert bovendien tot op korte afstand de bestaande be­bouwing. De gedane afweging op basis van een vermeend noordelijk versus een zuidelijk deel van het park doet ook niet ter zake. Het gaat niet om de details van de beplanting of om het ontwerp, of over privaat versus publiek, maar om de ruimtelijke situering van de kerk in het omringende park. Dit wordt ook zo benoemd in de beschrijving op de Provinciale monumentenlijst: “De georiënteerde kerk ligt op een ruim terrein ten oosten van de Dammerweg.” en in de redengevende omschrijving van het monument “c. vanwege de situering in samenhang met de pastorie en het park eromheen”. Het kerkhof aan de noordzijde vertoont binnen dit geheel een meer formele aanleg, de rest van de tuin en dus ook

de strook aan het Ankeveensepad, een vrijere aanleg volgens het principe van de Engelse landschapstuin. De ruimtelijke ontwikkeling van het perceel De kerk en de pastorie, staan langs de vroegere Vechtdijk (heden Dammerweg) net ten oosten van de oude dorpskern van Nederhorst den Berg. Achter de tuin met de kerk, de pastorie en het kerkhof strekt zich een oud ver­veningsgebied uit met daarachter de Spiegelplas. Door het ruime park en de daarop aansluitende vervening erachter staat de kerk rondom in het groen. De 49 meter hoge kerktoren vormt tot op heden een markante blikvanger. De kerk verrees aan de Vechtdijk als een van de eerste gebouwen. De voorganger van het huidige Spieghelhuys op de hoek van het Ankeveensepad (Dammerweg 3) stond er al iets eerder. Zowel de kerk als het logement verrezen op een weiland van veenman en secretaris Johannes van Blaricum. In 1869 splitste hij van zijn weiland sectie B, perceelnummer 603 een hoek af die hij verkocht aan koopman Anthony Ver­nooij. Die stichtte hierop in 1879 een huis, een stal en een erf (afb. 3). Vernooij verkocht deze in 1888 aan de logementhouder Pieter Bak, die hiervan tot zijn overlijden in 1901 eigenaar van bleef. Op de plaats van dit logement verrees later het huidige Spieghelhuys, tot op heden een horecagelegenheid. Het resterende weiland verkocht Van Blaricum

Afb. 3. De vroegste bebouwing ter plaats van het huidige Spieghelhuys op 20 mei 1878. Kadaster Archief Viewer, Nederhorst den Berg, sectie B, dienstjaar 1879, hulpkaart 37.

3

Afb. 4. De kerk en pastorie in augustus 1890. Kadaster Archief Viewer Nederhorst den Berg, sectie B, hulpkaart 64.

in 1869, sa­men met het aangrenzende weiland aan het katholieke kerkbestuur, die hier in 1888-1890 een nieu­ we kerk en pastorie stichtte, zoals het kadaster vastlegde in augustus 1890 (afb. 4). Deze hulpkaart geeft voor het eerst ook nog de bestaande sloot langs oostzijde (achterzijde) van de parochiale tuin, die met een bocht aansloot op een ondertussen verdwenen molenkolk. Op het vroegere weiland kwam tevens een kerkhof en de rest werd ingericht als tuin. Dit geheel werd in 1987 als monument aangewezen. In 1918 vond er een bijbouw van lokalen plaats ten zuiden van de pastorie, die later zijn vervangen door het huidige parochiehuis (afb. 5).

De ontwikkeling van de wijdere omgeving De omgeving van de kerk onderging in de loop van de negentiende en de twintigste eeuw een aantal wijzigingen. Op de kadastrale minuut uit 1832 bestaat de Dammerweg nog niet, maar lopen daar de Reevaart (een in 1626-1631 gegraven afsnijding van een bocht in de Vecht) en de Vechtdijk, die nauwelijks bebouwing kende. Aan de oostzijde van de dijk grensden voornamelijk weilanden met daarachter verveningen (afb. 6). Na de demping van de Reevaart in 1963 stond er aan de oost­zijde van de straat al een groot aantal woningen, zoals de kadastrale tekening toont (afb. 7). Er ontstond aan de oostzijde van de weg uiteindelijk een vrij­wel

Afb. 5. De bijbouw van lokalen in 1918 (weergegeven met een rode lijn). Kadaster Archief Viewer, Nederhorst den Berg, sectie B, oktober 1918, hulpkaart 105.

4

ò Afb. 6. Kadastrale minuutkaart uit 1832, sectie B van Nederhorst den Berg. De pijl geeft de positie van de Onze Lieve Vrouwe Hemelvaartkerk weer. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort.

5

Afb. 7. De Dammerweg in 1964. Kadaster Archief Viewer, Nederhorst den Berg, sectie B, dienstjaar 1965, hulpkaart 171A.

aaneengesloten woonbebouwing, nagenoeg zonder zicht op het achterliggende groen van de vervening en het Spiegelmeer. Het gebied om de kerk, waarbij later nog de Sint-Josephschool en een zusterhuis verrezen, vormt nog het laatste open venster op het groen om de Spiegelplas (afb. 8). De open, groene ruimte om de kerk, schuin tegenover de oude

6

dorpskern, betreft daarom het laatst overgebleven venster op het groene gebied rond de Spiegelplas en om die reden een belangrijke ruimtelijke kwaliteit. Het Ankeveensepad De situatie ter plaatse van het huidige Ankeveense­ pad vertoonde in 1832 een geheel ander beeld dan

Afb. 8. De kerk en de pastorie vanaf de Dammerweg. Rechts van de pastorie zou hier de nieuwbouw opdoemen. Foto auteurs.

tegenwoordig. Langs het weiland waarop later de kerk verrees, liep een kade, die in het bezit was van de Stichtse Polder. Deze begrensde de waterkolk van de ‘Moulin à Eau’ een stuk verder naar het oosten. Deze nog bestaande poldermolen verrees hier omstreeks 1636. De kolk liep vlak langs de nog bestaande Ankeveense Vaart iets zuidelijker. De

situatie bleef zo tot aan de demping van de westelijke uitmonding van de kolk en de vaart in 1934 (afb. 9). Tegelijkertijd kwam er over de kade langs de noordzijde van de molenkolk een pad te lopen, destijds het Bergse Pad geheten, de eerste aanzet voor het huidige Ankeveensepad. In 1940 werd het pad doorgetrokken tot aan de molen (afb. 10). In

Afb. 9. De aanleg van het Bergsche Pad en de demping van de monding van de molenkolk en de Ankeveensevaart in 1934. Kadaster Archief Viewer, Nederhorst den Berg, sectie B, dienstjaar 1935, hulpkaart 131.

7

Afb. 10. Het pad werd in 1940 doorgetrokken tot aan de molen. Kadaster Archief Viewer, Nederhorst den Berg, sectie B, oktober 1940, hulpkaart 144.

1951 ontstond er door de demping van de molenkolk naast het Ankeveensepad een groenstrook (afb. 11). De sloot langs de zuidzijde van het parochieterrein naast het Ankeveensepad betreft een overblijfsel van de gedempte molenkolk. In de voorliggende bouwplannen wordt deze sloot gedempt. Het zicht vanaf het Ankeveensepad op de kerk vertegenwoordigt tot op heden een belangrijke ruimtelijke kwaliteit, die mogelijk is doordat de tuin zich uitstrekt tot aan dit pad. Hoewel de oorspronkelijke beplanting van dit gedeelte van de tuin niet bekend is, zoals de Cultuurhistorische Verkenning meedeelt, staat vast dat de aanwezigheid van de tuin als zodanig en rondom de kerk en de pastorie van belang is voor de ruimtelijke kwaliteit. In de Cultuurhistorische Verkenning wordt

verder benoemd, zoals reeds gezegd, dat er sinds 1910 sprake is van enige bebouwing langs het Ankeveense pad. In paragraaf 5.10 van het Bestemmingsplan wordt vervolgens op basis hiervan uit het niets geconcludeerd dat het bouwplan ‘derhalve beperkte impact in de cultuurhistorische situatie heeft en aansluit bij de organische ontwikkeling van het Ankeveense pad’. Deze reeds bestaande bebouwing staat echter een stuk verderop naar het oosten langs het pad en kruist noch stoort het monument of het zicht daarop. Conclusies Aangetoond is dat de huidige bouwplannen zich bevinden binnen de kadastrale grenzen van het Provinciale monument zoals in 1987 aangewezen,

Afb. 11. De demping van de molenkolk in 1951. Kadaster Archief Viewer, Nederhorst den Berg, sectie B, november 1951, hulpkaart 154.

8

Afb. 12. De kerk en de pastorie vanaf het Ankeveensepad. Foto auteurs.

namelijk in de tuin rondom de kerk en pastorie. Het betreffende deel van de tuin waarop de bebouwing is gepland valt derhalve onder de monumentale bescherming en dit onderdeel van het monument is bovendien ook als zodanig beschreven in de aanwijzing. In de afwegingen rond de besluitvorming omtrent het voorliggende bestemmingsplan dient dit dan ook als zodanig en zwaarwegend beschouwd te worden. De cultuurhistorische verkenning naar onder andere de ensemblewaarde van de tuin en de kerk is niet relevant, omdat het een monumentaal geheel betreft. De goedkeuring daaropvolgend van de plannen door de erfgoedcommissie van het WZNH vond derhalve plaats op basis van onjuiste gronden. Het monumentale geheel rond de kerk en pastorie wordt direct door de voor­liggende plannen aangetast. Het voorgestelde bestemmingsplan Dam­­ mer­weg 3 en 4 gaat bovendien voorbij aan de bij­zon­ dere monumentale waarden van de kerk, de pastorie en de omringende tuin met kerkhof. Door de ruime tuin staat de kerk rondom in een groene ruimte en vormt dit geheel een verbindend element tussen de vervening rond het Spiegelmeer en de dorpskern. De

voorgenomen bouwwerken achter het Spieghelhuys blokkeren het zicht op het rijzige neogotische kerkgebouw en verdringen het nog volop aanwezige groen. De sloot aan de zuidzijde van de parochiale tuin, een laatste overblijfsel van de molenkolk, zou ook voor de huizen moeten wijken, wat er eens te meer op duidt dat woningbouw op deze gevoelige plek afbreuk doet aan zowel de historische structuur als de aanwezige ruimtelijke kwaliteiten. Kortom, de bouwplannen op het krappe perceel doen afbreuk aan het laatste nog bestaande groene venster aan de Dammerweg. Tot slot De hoge bomen langs de sloot zijn enige tijd geleden reeds gerooid. Momenteel groeit er ter vervanging hiervan een dichte haag van lage struiken en nog jonge bomen die het zicht vanaf het pad op de kerk deels verstoren (afb. 12). Het zou mooi zijn als de kerk tussen hoge stammen weer van deze zijde zichtbaar zou zijn. Daarvoor is een nieuwe, geschiktere aanplant nodig.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10796955/1