CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

kno advies z.81354-2 geen besluit op rechtsgevolg gelakt

Gecombineerde commissie 14 maart 2024, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Beslissen op bezwaar tegen raadsbesluit starten verkenningsfase1.001 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Zaaknummer: Z.81354 ADVIES VAN DE COMMISSIE VOOR DE BEZWAARSCHRIFTEN Onderwerp: het bezwaarschrift ingediend door mevrouw E.J. Siderius, De Kreek 4 te Loosdrecht. Het bezwaarschrift is gericht tegen het nemen van een besluit tot bestuurlijke fusie tijdens de raadsvergadering op 5 oktober 2023.

1.

Bestreden besluit De gemeenteraad heeft in de raadsvergadering van 5 oktober 2023 het raadsvoorstel Starten verkenningsfase om te komen tot bestuurlijke fusie en uitgangspunten verkenningsfase aangenomen.

2.

Bezwaarschrift Bij brief gedateerd 14 november 2023 is door mevrouw Siderius (hierna: bezwaarmaker) bezwaar gemaakt tegen voornoemd besluit.

3.

Ontvankelijkheid Onder belanghebbende wordt op grond van artikel 1:2, eerste lid van de Awb verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Voor de ontvankelijkheid is vereist dat de belanghebbende een belang heeft bij het voeren van de procedure. Het doel dat degene die rechtsmiddelen instelt voor ogen staat, moet met het bezwaar of beroep kunnen worden bereikt (zols bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling), ECLI:NL:RVS:2001:AL2330). Is dat niet het geval dan ontbreekt procesbelang. In artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) is bepaald dat onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Deze rechtshandeling dient gericht te zijn op (extern) rechtsgevolg. Een beslissing heeft rechtsgevolgen indien zij er op gericht is dat een bevoegdheid, recht of verplichting voor een of meer personen en te doen ontstaan of teniet te doen, dan wel de juridische status van een persoon of een zaak vast te stellen (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling, ECLI:NL:RVS:2008:BC3065). De commissie ziet zich allereerst voor de vraag gesteld of bezwaarmaker nog een belang heeft bij een beslissing op het bezwaar.

De commissie constateert dat het raadsvoorstel om te komen tot een bestuurlijke fusie met een andere gemeente in de regio al is vastgesteld en raadgeving daarover derhalve een gepasseerd station is. Dit maakt volgens de commissie dat het doel dat bezwaarmaker voor ogen staat niet (meer) kan worden bereikt met onderhavige bezwarenprocedure. Reeds om deze reden dient onderhavig bezwaarschrift naar het oordeel van de commissie niet ontvankelijk te worden verklaard vanwege het ontbreken van procesbelang. De commissie overweegt voorts dat het bestreden besluit niet kan worden aangemerkt als een voor bezwaar en beroep vatbaar besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid van de Awb.

2

Ingevolge art. 3 lid 1 van de Wet algemene regels herindeling (hierna: Wet arhi) geschiedt een wijziging van de gemeentelijke indeling bij wet. Indien de provincie een wijziging voorbereidt, stellen gedeputeerde staten burgemeester en wethouders van de betrokken gemeenten in de gelegenheid overleg met hen te voeren over de wens tot wijziging van de gemeentelijke indeling. Het overleg duurt ten hoogste zes maanden (art. 8 lid 1). Vervolgens stellen gedeputeerde staten een herindelingsontwerp vast (art. 8 lid 2). Het herindelingsontwerp is een ontwerp van een herindelingsadvies (art. 1, aanhef en onder g). Een ieder kan zijn zienswijze over het ontwerp aan GS kenbaar maken (art. 8 lid 3) en ook de betrokken gemeenteraden kunnen dat (art. 8 lid 4). Het herindelingsadvies wordt door provinciale staten vastgesteld (art. 4 lid 1). Het herindelingsadvies is een advies aan de Minister over de wijziging van de gemeentelijke grenzen (art. 1, aanhef en onder e). Indien de Minister op basis van het herindelingsadvies besluit een voorstel voor een herindelingsregeling te doen, zendt hij het wetsvoorstel aan de ministerraad (art. 11). Vanaf de dag waarop uit een herindelingsontwerp of -advies blijkt dat een gemeente in aanmerking komt om te worden opgeheven, vallen besluiten van de raden en colleges van die gemeenten onder financieel toezicht van gedeputeerde staten (art. 21).

(zie ook de uitspraak van de rechtbank Limburg van 5 juli 2027, ECLI:NL:RBLIM:2017:6452. De commissie verwijst hierbij in de eerste plaats naar Kamerstukken II 1996/97, 25234, nr. 5, pagina 10: De rechtsbescherming geldt echter niet waar het betreft besluiten van de wetgevende macht. De instelling en opheffing van gemeenten geschiedt bij wet. Dat betekent dat tegen deze besluiten geen beroep bij de bestuursrechter mogelijk is. Dat geldt ook voor de met het oog op de voorbereiding van een herindelingswet genomen beslissingen en tussenstappen, die bovendien niet als besluit kunnen worden aangemerkt omdat zij ieder rechtsgevolg ontberen. De commissie leidt hier nadrukkelijk uit af dat bij de totstandkoming van de Wet arhi is beoogd om ter zake van de met het oog op de voorbereiding van een herindelingswet genomen beslissingen en tussenstappen beroep bij de bestuursrechter uit te sluiten en dat deze beslissingen bovendien niet als voor bezwaar en beroep vatbare besluiten kunnen worden aangemerkt omdat zij rechtsgevolg ontberen. Dit volgt tevens uit het arrest van het Gerechtshof ArnhemLeeuwarden van 23 mei 2027, ECLI:NL:GHARL:2017:4366 waarin wordt verwezen naar een uitspraak van de Hoge Raad in een procedure waarbij het eveneens ging om de toetsing van de procedure voorafgaand aan een herindeling (HR 19 november 1999, ECLI:NL:HR:1999:AA1056).

Hierin is onder andere het volgende overwogen: “Met dit stelsel zou niet te rijmen zijn dat de rechter in de loop van de procedure die tot een wet in formele zin leidt, wel zou kunnen oordelen dat procedurevoorschriften niet in acht zijn genomen en op die grond in het wetgevingsproces zou kunnen ingrijpen, hetgeen zou meebrengen dat de vraag of procedurevoorschriften zijn geschonden en, zo ja welke gevolgen daaraan moeten worden verbonden, in feite wordt onttrokken aan de beoordeling door de formele wetgever, aan wie dit oordeel bij uitsluiting toekomt.

3

Conclusie De commissie adviseert gelet op het bovenstaande het bezwaarschrift van mevrouw Siderius niet ontvankelijk te verklaren. 4.

Hoorzitting Nu het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk is, heeft de commissie op grond van artikel 7:13, vierde lid, van de Awb, afgezien van een hoorzitting.

5.

Advies De commissie adviseert het bezwaarschrift niet-ontvankelijk te verklaren. Wijdemeren, 22 januari 2024 de commissie voor de bezwaarschriften, de secretaris

de voorzitter,

drs. J. Duits

mr. F. Pieters

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13852442/1