Gemeente Wijdemeren Jaarrekening 2024 gewaarmerkt
Tekst van het document
44
In de openbare ruimte worden duurzaamheids- en circulariteitsprincipes waar mogelijk toegepast in de projecten. Circulaire economie De transitie naar een circulaire economie wordt regionaal en bovenregionaal aangepakt. Zo zijn er regionaal mogelijkheden verkend om circulair inkopen te bevorderen. Ook zijn er projecten omtrent circulaire economie opgezet, bijvoorbeeld een onderzoek naar een bouwkringloopwinkel of een project in samenwerking met boeren uit de regio om biobased isolatiemateriaal te verbouwen. Afvalinzameling De gemeente draagt bij aan een zo effectief mogelijk inzamelingssysteem van de Grondstoffen en Afvalstoffendienst (GAD). De gemeente geeft daarmee invulling aan de in 2021 vastgestelde grondstoffenvisie. Daarnaast zijn de eerste voorbereidingen getroffen voor de invoering van het nascheiden van PMD-afval dat in 2026 ingaat. Bodemtaken Met de ingang van de Omgevingswet op 1 januari 2024 hebben gemeenten bodemtaken overgedragen gekregen van de provincie. Zo ook Wijdemeren. De overgedragen taken hebben wij ondergebracht bij de Omgevingsdienst Flevoland, Gooi en Vechtstreek (OFGV). Ecologische kennis en kunde Onze flora en fauna zijn uniek voor Nederland én Europa. Voor zowel behoud als beheer hiervan hebben wij onze ecologische kennis en kunde ingezet, en waar nodig samengewerkt met ecologische adviesbureaus.
Dit heeft geholpen bij de wettelijke taak van de gemeente om een natuurcheck uit te (laten) voeren bij omgevingsvergunningen. Deze werkwijze is ondersteunend aanhet strategisch adviseren bij ontwikkelingen rond ons Natura 2000gebied en ontwikkelwensen van initiatiefnemers in ons grondgebied. Denk bijvoorbeeld aan de effecten van festivals in de buurt van een natuurgebied of renovatie van gebouwen waar vleermuizen in huizen. Daarnaast was er advisering nodig rond opgaven vanwege het veranderende klimaat, natuurinclusief bouwen en het ecologisch beheer van watergangen in Wijdemeren, bijvoorbeeld door middel van natuurvriendelijke oevers.
Relevante informatie Relevante beleidsstukken Het (interne) beleid voor de uitvoering van dit programma is onder meer beschreven in: Omgevingsvisie (2021) Duurzaamheidsagenda (2018) Grondstoffenvisie (2021) Regionale energiestrategie 1.0 (2021) Laadpalenbeleid (2019) Nota klimaatadaptatie (2020) Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen (2017) Roadmap circulair inkopen en opdrachtgeverschap (2019) Visie Op weg naar Aardgasvrij (2021) Toekomstvisie Bedrijventerreinen (2021) Water- en Rioleringsprogramma 2023-2027
Wettelijke basis voor dit programma De wettelijke basis is vastgelegd in: Omgevingswet Kader richtlijn water (KRW) en Waterwet Wet milieubeheer en activiteitenbesluit milieubeheer Klimaatakkoord en Klimaatwet
45
Betrokken partijen Betrokken partijen bij dit programma zijn onder meer: Energiecoöperatie Wijdemeren Provincie Noord-Holland Regio Gooi en Vechtstreek Omgevingsdienst Flevoland, Gooi en Vechtstreek (OFGV) Omgevingsdienst Noord-Holland Noord Regiogemeenten Inwoners en ondernemers Metropoolregio Amsterdam (MRA) GAD Gooi en Vechtstreek Nutsbedrijven en netwerkbeheerders Woningcoöperaties
Wat heeft het gekost/Financiën ? (bedragen in de tabellen * € 1.000) Code programma
Omschrijving programma
Taakveld Taakveld omschrijving
P006 Natuur en milieu 7.4 Saldo lasten exclusief mutaties reserves
Lasten/ baten
Milieubeheer
Lasten
Taakveld Taakveld omschrijving
Lasten/ baten
P006 Natuur en milieu Saldo baten exclusief mutaties reserves
7.4
Milieubeheer
Baten
Code programma
Taakveld Taakveld omschrijving
Lasten/ baten
0.10
Baten
Code programma
Omschrijving programma
Omschrijving programma
P006 Natuur en milieu saldo mutaties reserves
Saldo inclusief mutaties reserves
Mutaties reserves
Rek 2023 Begr 2024 na wijziging 978 978
Rek 2024
819 819
1.675 1.675
Rek 2023 Begr 2024 na wijziging
Rek 2024
-344 -344
0 0
-772 -772
Rek 2023 Begr 2024 na wijziging
Rek 2024
Saldo V=Voordeel N=Nadeel -857 -857
N N
Saldo V=Voordeel N=Nadeel 772 772
V V
Saldo V=Voordeel N=Nadeel
0 0
-63 -63
-52 -52
-10 -10
N N
634
756
851
-95
N
Toelichting verschillen Lasten Algemeen In hoofdstuk 4.9 Overhead is een totaaloverzicht opgenomen van de uitgaven aan salariskosten en inhuurkosten versus de daarbij behorende begrotingsbedragen. 7.4 Milieubeheer (nadeel € 857.000) Kosten diverse subsidies (nadeel € 812.000) Er zijn in 2024 voor € 812.000 aan kosten gemaakt voor diverse subsidies (regeling capaciteit decentrale overheden voor klimaat-en energiebeleid (CDOKE), Nationaal Isolatieprogramma, Energiearmoede en Warmtetransitie). Echter, deze kosten waren per abuis niet geraamd in de begroting. Hierdoor is er een nadeel op de kosten. De geboekte kosten zijn nagenoeg gelijk aan de geboekte inkomsten. Het gaat om de volgende geboekte nadelen aan kosten per subsidie: Regeling Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat en Energiebeleid (CDOKE) ad € 328.000 Nationaal Isolatie Programma ad € 208.000 Warmtetransitie (verkenningsbuurten) ad € 266.000 Energie besparen bedrijven ad € 10.000
46
Bijdrage Omgevingsdienst (nadeel € 72.000) De bijdrage aan de OFGV (omgevingsdienst) viel € 72.000) hoger uit dan geraamd. Dit kwam door een tussentijdse begrotingswijziging vanuit het OFGV, waarop onze begroting niet meer is bijgesteld. In de voorjaarsnota 2025 wordt dit bijgesteld. Overige verschillen (voordeel € 27.000) Het overige voordeel van € 27.000 zit in diverse kleine posten.
Baten 7.4 Milieubeheer (voordeel € 772.000) Er zijn in 2024 voor € 772.000 aan hogere inkomsten ontvangen voor de subsidies (Regeling Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat en Energiebeleid (CDOKE), Nationaal Isolatieprogramma, Warmtetransitie en Energie besparen bedrijven). Echter, deze inkomsten waren niet geraamd. Hierdoor is er een voordeel op de inkomsten. De geboekte inkomsten zijn nagenoeg gelijk aan de geboekte uitgaven. Het gaat om de volgende geboekte inkomsten per subsidie: Regeling Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat en Energiebeleid (CDOKE) ad € 328.000 Nationaal Isolatie Programma ad € 208.000 Warmtetransitie (verkenningsbuurten) ad € 226.000 Energie besparen bedrijven ad € 10.000 Tegenover deze hogere inkomsten staan ook een hogere (niet geraamde) kosten op dit programma en taakveld. Per saldo is dit nagenoeg € 0. 0.10 Mutaties reserves (nadeel € 10.000) Het nadeel betreft een lagere onttrekking aan de reserve Duurzaamheid dan geraamd.
47
4.7 Programma 7 Ruimtelijke ontwikkeling Programma 7 bestaat uit de taakvelden van het BBV taakveld categorie 8 (Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing).
Beschrijving De grote vraag naar woningen is nog steeds actueel terwijl het aanbod beperkt blijft. We willen in alle kernen bouwen om de vitaliteit van de dorpen te behouden en te versterken. Hierbij leggen we de focus op inbreiden, met daar waar mogelijk realisatie van een extra bouwlaag. Daarbij proberen wij alle belangen – woningbouw, bedrijvigheid, natuur en recreatie – te behartigen en in balans te houden. De energietransitie en klimaatverandering spelen een steeds grotere rol. Bij nieuwe ontwikkelingen houden we rekening met de beperkingen van het elektranet, evenals klimaatadaptieve maatregelen en water(problematiek). Met deze uitdagingen voor ons, richten wij ons op toekomstbestendige gebiedsontwikkelingen.
Wat wilden we bereiken? • • • • •
Starten met de ontwikkeling van het Omgevingsplan. Realiseren van de woningbouwopgave passend in de omgeving en met inachtneming van vastgestelde kaders. Komen tot afronding van langlopende projecten. Verkopen van de percelen Dennenlaan (Loosdrecht) en Kininelaantje (’s-Graveland) voor woningbouw. Inzetten op ‘haalbare’ projecten.
Wat hebben we gedaan en wat hebben we daarmee bereikt? Ruimtelijke ordening Nagenoeg alle lopende juridische procedures inzake de oude provinciale regelgeving (PRV) afgerond, waaronder Cannenburgerweg 3-5 en Nederhorst Noord zijn afgerond. Omgevingswet Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024, heeft er een belangrijke verandering plaatsgevonden. Deze wetgeving heeft grote gevolgen voor de gemeente. Naast de bestaande procedures zijn er ook veel nieuwe procedures onder de nieuwe wetgeving uitgevoerd. Dit heeft aanzienlijke inspanning van zowel de gemeente als initiatiefnemers zoals het oplossen van technische storingen en juridische vraagstukken, gevraagd. Er is gewerkt aan de transitie naar één omgevingsplan voor de gemeente, inclusief technische aspecten zoals inbeheername en inhoudelijke wijzigingen om meer vergunningsvrij bouwen mogelijk te maken. Formulieren voor verzoeken, zoals principeaanvragen en kleine bouwwerken, zijn versimpeld. Dit heeft de dienstverlening verbeterd en biedt meer mogelijkheden voor vergunningsvrije bouwwerken. Daarnaast zijn voorbereidingen gestart voor het integreren van gemeentelijke verordeningen in het omgevingsplan, zoals het inventariseren van regels over de fysieke leefomgeving en het plannen van hun verwerking in het omgevingsplan. Ook is aansluiting gezocht bij lopende processen en beleidsherzieningen.
Grondexploitatie Project Porseleinhaven: De Porseleinhaven geeft een boost aan het dorpscentrum van Oud-Loosdrecht. De karakteristieke woningen met winkeltjes, kantoorruimte en horeca aan het water zorgen voor levendigheid en zijn een gewilde plek om te wonen. Het oostelijke deel met kleurrijke pakhuizen en onder andere horeca is gereed. De westzijde ligt nog braak. Vanwege capaciteitsgebrek bij de Raad van State en de rechtbank zijn de uitspraken in diverse lopende rechtsprocedures, waaronder de omgevingsvergunning voor het wonen, uitgesteld naar 2025. Pas bij een onherroepelijk omgevingsvergunning kan de ontwikkelaar starten met de verkoop en bouw van de woningen.
48
Wonen en bouwen Het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning voor het Achtererf zijn afgegeven. De ruimtelijke randvoorwaarden voor Dennenlaan fase 2 zijn door de raad vastgesteld. Het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning voor de Meenthof deelplan 1 zijn vastgesteld. Voor de Dennenlaan zijn ruimtelijke kaders vastgesteld en er is regelmatig contact geweest met een woningbouwcorporatie. Dit laatste geldt ook voor het Kininelaantje. De ontwikkeling van Ter Sype loopt. De ontwikkelaar maakt hier stappen. Samen met gemeente Hilversum is gewerkt aan het plan Puik aan de Raaweg. Er is overeenstemming over het bouwprogramma. Voor nieuwbouw aan de Kastanjelaan in Nederhorst den Berg is besloten over de ontwerpverklaring van geen bedenkingen. Voor de Terpstraschool zijn bijeenkomsten met omwonenden georganiseerd om tot ruimtelijke kaders te komen. Deze en andere plannen dragen bij aan een toename van betaalbare, duurzame en toegankelijke woningen voor senioren, jongeren en jonge gezinnen.
Relevante informatie Relevante beleidsstukken Het (interne) beleid voor de uitvoering van dit programma is onder meer beschreven in: • Huisvestingsverordening • Handboek Inrichting Openbare ruimte (HIOR) • Welstandsnota • Monumentennota 2006 • Beleidsnotitie Archeologie • Nota zichtbare handhaving • (Regionale) Woonvisie • Woonvisie Wijdemeren 2021-2024 • Notitie woonboten • Nota snippergroen • Nota grondbeleid 2020-2024 • Beleidsregels landgoederen Wijdemeren 2004 • Beleidsregels paardenbakken 2006 • Omgevingsvisie Wijdemeren 2040 • Bouwkostenbeleid 2014 • Nota plattelandswoningen • Regionaal actie programma wonen (2017-2020) • Mobiliteitsplan • Beleidsregel parkeernormen Wijdemeren Wettelijke basis voor dit programma De wettelijke basis is vastgelegd in: • Gemeentewet • Wet ruimtelijke ordening • Omgevingswet Betrokken partijen Betrokken partijen bij dit programma zijn onder meer: • Inwoners en ondernemers (belanghebbenden) • Iedereen die van de gemeente grond wil kopen, huren, pachten of gebruiken. • Aanwonenden van de betreffende weggedeeltes (sanering wegverkeerslawaai) • Eigenaren van woningen (sanering wegverkeerslawaai) • Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (I&A) • Regio Gooi en Vechtstreek • Metropoolregio Amsterdam (MRA) • Provincie Noord-Holland
49
• • • • •
Provincie Utrecht Nood- en hulpdiensten Scholen Veilig Verkeer Nederland (VVN) Omgevingsdienst Flevoland, Gooi en Vechtstreek (OFGV)
Wat heeft het gekost/Financiën ? (bedragen in de tabellen * € 1.000) Code Omschrijving programma programma
Taak- Taakveld omschrijving veld
P007 Ruimtelijke ontwikkeling 8.1 P007 Ruimtelijke ontwikkeling 8.2 P007 Ruimtelijke ontwikkeling 8.3 Saldo lasten exclusief mutaties reserves
Code Omschrijving programma programma
Lasten/ baten
Rek 2023
Begr 2024 na wijziging
Rek 2024
Saldo
V=Voordeel N=Nadeel
Ruimtelijke ordening Lasten Grondexploitatie (niet-bedr.terr.) Lasten Wonen en bouwen Lasten
1.044 88 2.162 3.293
765 1.515 1.069 3.348
897 2.037 2.848 5.783
-133 -523 -1.779 -2.435
N N N N
Lasten/ baten
Rek 2023
Begr 2024 na wijziging
Rek 2024
Saldo
V=Voordeel N=Nadeel
Ruimtelijke ordening Baten Grondexploitatie (niet-bedr.terr.) Baten Wonen en bouwen Baten
-242 -5 -753 -1.001
-81 -1.505 -850 -2.437
-296 -2.000 -961 -3.257
215 494 111 821
V V V V
Taak- Taakveld omschrijving veld
P007 Ruimtelijke ontwikkeling 8.1 P007 Ruimtelijke ontwikkeling 8.2 P007 Ruimtelijke ontwikkeling 8.3 Saldo baten exclusief mutaties reserves
Code Omschrijving programma programma
Taak- Taakveld omschrijving veld
Lasten/ baten
Rek 2023
Begr 2024 na wijziging
Rek 2024
Saldo
V=Voordeel N=Nadeel
P007 Ruimtelijke ontwikkeling P007 Ruimtelijke ontwikkeling saldo mutaties reserves
0.10 Mutaties reserves 0.10 Mutaties reserves
Baten Lasten
-70 66 -5
-304 304 0
-304 304 0
0 0 0
V N V
2.288
911
2.525
-1.614
N
Saldo inclusief mutaties reserves
Toelichting verschillen Lasten Algemeen In hoofdstuk 4.9 Overhead is een totaaloverzicht opgenomen van de uitgaven aan salariskosten en inhuurkosten versus de daarbij behorende begrotingsbedragen. 8.1 Ruimtelijke ordening (nadeel € 133.000) Salarissen en inhuur (nadeel € 159.000) De kostensoorten salarissen en inhuurkosten worden in totaal toegelicht bij hoofdstuk 4.9 Overhead. Omgevingswet en bestemmingsplannen (voordeel € 40.000) Er is in 2024 een voordeel van € 40.000 op de kosten voor de Omgevingswet en de verschillende projecten met bestemmingsplannen. Dit heeft betrekking op inhuur, advieskosten en overige kosten (abonnementen voor verschillende softwareprogramma’s). Deze kosten zijn gerelateerd aan het aantal aanvragen. Er wordt aan de voorkant een inschatting van de aanvragen gemaakt. Als dit lager uitvalt, zijn de kosten ook lager. De kostensoorten salarissen en inhuurkosten worden in totaal toegelicht bij hoofdstuk 4.9 Overhead. Overige verschillen (nadeel € 14.000) Verschillen lager dan € 25.000 worden niet toegelicht. 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) (nadeel € 523.000) Raming grondexploitaties (voordeel € 1.490.000) Er is een voordeel van € 1.490.000 op de geraamde kosten van de grondexploitatie Porseleinhaven. De verwachting was dat we in 2024 meer kosten zouden maken hiervoor, maar deze kosten zullen pas in latere
50
jaren worden gemaakt. Bovendien was de raming niet meer actueel en de begroting was hier nog niet op bijgesteld. Deze verschuiving van de uitgaven levert een voordeel op de lasten in de begroting op. Dit faseringseffect heeft nauwelijks effect op het eindresultaat van de grondexploitatie. Conform raadsvoorstel Grondexploitaties zullen we de geactualiseerde cijfers verwerken in de Voorjaarsnota 2025 en Begroting 2026. Tegenover dit voordeel op de lasten, staat ook een nadeel op de baten. Per saldo is dit een nadeel van € 173.000 op de grondexploitaties. Dit staat aan de batenkant van dit taakveld toegelicht. Afsluiten grondexploitatie Nedervecht (nadeel € 1.999.000) Met het afsluiten van de grondexploitatie Nedervecht ontstaat er een nadeel van € 1.999.000 in 2024. Dit komt omdat het afsluiten van de grondexploitatie per abuis nog niet was geraamd in de begroting. Tegenover dit nadeel op de lasten, staat een voordeel op de baten door de vrijval van de verliesvoorziening ter hoogte van hetzelfde bedrag, per saldo dus € 0. Dit staat aan de batenkant van dit taakveld toegelicht. Overige verschillen (nadeel € 14.000) Verschillen lager dan € 25.000 worden niet toegelicht.
8.3 Wonen en bouwen (nadeel € 1.779.000) Salarissen (nadeel € 1.750.000) Bij het opstellen van de begroting 2024 is een fout gemaakt bij de doorbelasting van de begrotingsbedragen van de salarissen naar de taakvelden. In dit geval is abusievelijk een bedrag van € 1.109.000 teveel geraamd op taakveld 6.3 Inkomensregelingen. De doorbelasting van de gerealiseerde salariskosten is wel juist gedaan waardoor op taakveld 6.3 ten onrechte een voordeel ontstaat van € 1.109.000. De betreffende doorbelasting van de begrote salariskosten had echter naar taakveld 8.3 Wonen en Bouwen moeten plaatsvinden. Ook daar geldt dat de gerealiseerde salariskosten wel juist zijn geboekt maar dat het nadeel ten opzichte van de begrote salariskosten nu € 1.109.000 te hoog is. Omdat het bij de jaarrekening niet meer mogelijk is deze begrotingsposten aan te passen kan er niet anders dan volstaan worden dan in de jaarrekening melding te maken van deze omissie. Bij de voorjaarsnota 2025 wordt dit structureel recht gezet. De overige € 641.000 betreft met name inhuur en is opgenomen in het totaal van de salarissen en inhuur in het programma Overhead. Overige verschillen (nadeel € 29.000) Het overige nadeel van € 29.000 zit in diverse kleine posten (onder de € 25.000) zoals een nadeel op de onderhoudskosten en advieskosten. Daar staat een voordeel op belastingen, afschrijvingen en rente tegenover.
Baten 8.1 Ruimtelijke ordening (voordeel € 215.000) We hebben voor de ruimtelijke projecten een voordeel van € 215.000. Dit komt omdat we in 2024 meer tijd en inzet hebben besteed aan de lopende projecten en initiatieven van derden dan verwacht en begroot was. De begroting was hier dus nog niet op bijgesteld. De begroting is namelijk geraamd op basis van een gemiddelde. De hogere inkomsten staan tegenover hogere uitgaven voor de ruimtelijke projecten op ditzelfde taakveld. 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) (voordeel € 494.000) Raming grondexploitaties (nadeel € 1.505.000) Er is een nadeel van € 1.505.000 op de geraamde inkomsten van de grondexploitatie Porseleinhaven. De verwachting was dat we in 2024 hogere inkomsten zouden hebben, maar deze inkomsten zullen pas in 2025 (en latere jaren) ontvangen worden. Bovendien was de raming niet meer actueel en de begroting was hier nog niet op bijgesteld. De verschuiving van de inkomsten levert in 2024 een nadeel op de baten in de begroting op. Dit faseringseffect heeft nauwelijks effect op het eindresultaat van de grondexploitatie. Conform raadsvoorstel Grondexploitaties zullen we de geactualiseerde cijfers verwerken in de Voorjaarsnota 2025 en Begroting 2026. Tegenover dit nadeel op de baten, staat ook een voordeel op de lasten. Per saldo is dit een nadeel van € 173.000 op de grondexploitaties.
Dit staat aan de lastenkant van dit taakveld toegelicht. Afsluiten grondexploitatie Nedervecht (voordeel € 1.999.000) Met het afsluiten van de grondexploitatie Nedervecht ontstaat er een voordeel van € 1.999.000 in 2024 door het vrij laten vallen van de eerder getroffen verliesvoorziening. Dit komt omdat het afsluiten van de
51
grondexploitatie en daarmee ook de vrijval van de voorziening per abuis nog niet waren geraamd in de begroting. Tegenover dit voordeel op de baten, staat een nadeel op de lasten ter hoogte van hetzelfde bedrag, per saldo dus € 0. Dit staat aan de lastenkant van dit taakveld toegelicht. 8.3 Wonen en bouwen (voordeel € 111.000) Leges Omgevingswet (voordeel € 100.000) In de najaarsnota zijn de leges in het kader van de Omgevingswet positief bijgesteld. Er is gebruik gemaakt van een prognose en voorzichtigheidshalve is er 10% van de prognose afgehaald. We constateren bij de jaarrekening dat de prognose correct was en de risico afslag niet noodzakelijk was. Derhalve is er een extra voordeel van € 100.000. Overige verschillen (voordeel € 11.000) Verschillen lager dan € 25.000 worden niet toegelicht.
52
4.8 Algemene Baten & Lasten, dekkingsmiddelen en onvoorzien Betreft de ontvangsten uit de algemene uitkering en de diverse belastingen. Relevante informatie Relevante bedrijfsstukken • Financiële verordening • Nota reserves en voorzieningen • Nota paragraaf risicomanagement • Nota afschrijvingsbeleid Wettelijke basis voor dit programma • Gemeentewet • Besluit begroting en verantwoording (BBV) • Gemeenschappelijk Financieel Toezicht Kader (GTK) Betrokken partijen • Provincie Noord-Holland • Rijk
Wat heeft het gekost/Financiën ? (bedragen in de tabellen * € 1.000) Code Omschrijving programma programma
Taakveld Taakveld omschrijving
Lasten/ baten
P998 Algemene baten en lasten P998 Algemene baten en lasten P998 Algemene baten en lasten P998 Algemene baten en lasten P998 Algemene baten en lasten Saldo lasten exclusief mutaties reserves
0.3 0.5 0.61 0.64 0.8
Lasten Lasten Lasten Lasten Lasten
Code Omschrijving programma programma
Taakveld Taakveld omschrijving
P998 Algemene baten en lasten P998 Algemene baten en lasten P998 Algemene baten en lasten P998 Algemene baten en lasten P998 Algemene baten en lasten P998 Algemene baten en lasten Saldo baten exclusief mutaties reserves
0.5 0.61 0.62 0.64 0.7 0.8
Code Omschrijving programma programma
Taakveld Taakveld omschrijving
P998 Algemene baten en lasten 0.10 P998 Algemene baten en lasten 0.10 saldo mutaties reserves
Saldo inclusief mutaties reserves
Beheer overige gebouwen en gr. Treasury OZB woningen Belastingen overig Overige baten en lasten
Lasten/ baten
Treasury Baten OZB woningen Baten OZB niet-woningen Baten Belastingen overig Baten Algemene uitkering en overige uitk.Baten Overige baten en lasten Baten
Mutaties reserves Mutaties reserves
Lasten/ baten Baten Lasten
Rek 2023 Begr 2024 na wijziging 153 45 10 929 432 1.570
Rek 2024
Saldo V=Voordeel N=Nadeel
170 1 10 503 2.338 3.021
209 536 31 945 2.302 4.023
-39 -536 -22 -441 36 -1.002
N N N N V N
Rek 2023 Begr 2024 na wijziging
Rek 2024
Saldo V=Voordeel N=Nadeel
-663 -6.959 -2.112 -248 -36.067 -121 -46.170
-750 -7.468 -1.966 -203 -37.934 -200 -48.522
-744 -7.571 -2.097 -254 -37.998 65 -48.599
-6 103 131 50 64 -265 77
Rek 2023 Begr 2024 na wijziging
Rek 2024
Saldo V=Voordeel N=Nadeel
N V V V V N V
0 540 540
-1.898 0 -1.898
-1.898 0 -1.898
0 0 0
V V V
-44.061
-47.398
-46.474
-925
N
Toelichting verschillen Lasten
0.3 Beheer overige gebouwen gronden (nadeel € 39.000) De kostensoorten salarissen en inhuurkosten worden in totaal toegelicht bij hoofdstuk 4.9 Overhead.
53
0.5 Treasury (nadeel € 536.000) Als gevolg van een positief rentesaldo mag er volgens de BBV voorschriften geen rente worden toegerekend aan de taakvelden. Het hierdoor ontstane nadeel bij Treasury van € 536.000 wordt gecompenseerd door de voordelen in de exploitatie op de kapitaallasten. Zie ook de paragraaf financiering voor een nadere toelichting. 0.61 OZB woningen (nadeel € 22.000) Verschillen lager dan € 25.000 worden niet toegelicht. 0.64 Belastingen overig (nadeel € 441.000) De hogere kosten ten opzichte van de begroting van € 441.000 bij dit onderdeel hebben met name betrekking op hogere kosten van € 388.000 voor het onderdeel gastheerschap belastingen en hogere interne doorberekening van salariskosten en overige kosten van per saldo € 53.000. De overschrijding is onder andere het gevolg van extra inhuur op taxatie en bezwaarafhandeling WOZ, vanwege een hoger aantal bewaarschriften dan verwacht en de inzet van extra taxatie-technische expertise aan de telefoon en een te lage opgenomen raming in de begroting. 0.8 Overige baten en lasten (voordeel € 36.000) Het voordelig effect op taakveld 0.8 overige baten en lasten van € 36.000 heeft betrekking verschillende componenten. In verband met het niet ramen van de voorzieningen voor dubieuze debiteuren en verlofsparen is er een nadeel van € 137.000.
Bij de salarissen en inhuur is sprake van een voordeel van € 280.000 en bij overige goederen en diensten is een nadeel ontstaan van € 107.000. De kostensoorten salarissen en inhuurkosten worden in totaal toegelicht bij hoofdstuk 4.9 Overhead.
Baten 0.5 Treasury (nadeel € 6.000) Afzonderlijke verschillen van minder dan € 25.000 worden niet toegelicht. 0.61 en 0.62 OZB woningen en niet woningen (voordeel € 103.000 + € 131.000) Het ontstane voordeel van totaal € 234.000 bij de onroerendgoedbelastingen is met name het gevolg van het opleggen van aanslagen OZB over oude belastingjaren. 0.64 Belastingen overige (voordeel € 50.000) Bij de overige belastingen op taakveld 0.64 is een positief ontstaan van € 50.000 als gevolg van dwanginvordering. Dit voordeel heeft met name betrekking op opbrengsten aanmanings-, dwangbevel- en explootkosten. 0.74 Algemene uitkering en overige uitkeringen (voordeel € 64.000) Op het dit onderdeel is er een klein voordeel ontstaan van € 64.000. Ten opzichte van de raming van € 37.998 is er sprake van een marginale voordelige afwijking van 0,17%. 0.8 Overige baten en lasten (nadeel € 265.000) Op begrotingsbasis is op dit taakveld een raming opgenomen van € 100.000 voor verkoop van gronden en een stelpost van € 100.000 in het kader van verkoop vastgoed herstelplan. Op rekeningbasis is een voordeel gerealiseerd van € 160.000 op de verkoop van gronden, dit resulteert in een nadeel van € 40.000. Verder zijn op dit taakveld kosten opgevoerd van € 225.000 in het kader van het vormen van een voorziening voor wachtgeld.
4.9 Overhead Overhead uit een taakveld van het BBV taakveld categorie 0 (Bestuur en ondersteuning).
54
Onder overhead verstaan wij het geheel van taken en activiteiten gericht op de sturing en ondersteuning van medewerkers in het primaire proces. Globaal gaat het dan om de kosten van de Bedrijfsvoering (huisvesting, facilitair, ICT, overig), directie en teammanagement.
Wat wilden we bereiken en wat hebben we ervoor gedaan? In lijn met het financieel herstelplan en de aanbevelingen van het onderzoeksbureau Necker van Naem is geïnvesteerd in de versterking van de bedrijfsvoering. Hierbij is rekening gehouden met de fusie met de gemeente Hilversum en wordt ingezet op het in lijn brengen van de bedrijfsvoeringsprocessen om de aansluiting bij Hilversum te vereenvoudigen. Er is ingezet wordt op het werven van vast personeel om de kosten voor inhuur zoveel mogelijke te beperken. Samen met de gemeente Hilversum is en wordt er gekeken naar het huisvestingsconcept zoals dat na de ambtelijke samenvoeging gestalte moet krijgen. Ook ICT-systemen worden al zoveel mogelijk op elkaar afgestemd.
Relevante informatie Relevante bedrijfsstukken Het (interne) beleid voor de uitvoering van dit programma is onder meer beschreven in: • IV-Visie (gemeentelijke visie op informatievoorziening, 2019) • Uitvoeringsplan IV-visie 2019-2022 Wettelijke basis voor dit programma Het beleid voor de uitvoering van dit programma is onder meer beschreven in: • Gemeentewet • Algemene wet bestuursrecht • cao gemeenten en het Personeelshandboek Betrokken partijen Betrokken partijen bij dit programma zijn onder meer: • Gemeente Hilversum
Wat heeft het gekost/Financiën ? (bedragen in de tabellen * € 1.000) Code Omschrijving programma programma P999 Overhead Saldo lasten exclusief mutaties reserves
Taak- Taakveld omschrijving veld 0.4 Overhead
Lasten/ baten Lasten
Rek 2023
Code programma
Taak- Taakveld omschrijving veld
Lasten/ baten
Rek 2023
P999 Overhead Saldo baten exclusief mutaties reserves
0.4
Baten
-41 -41
Code programma
Taak- Taakveld omschrijving veld
Lasten/ baten
Rek 2023
0.10 Mutaties reserves 0.10 Mutaties reserves
Baten Lasten
-95 0 -95
-6 0 -6
-6 0 -6
0 0 0
N V N
11.737
14.129
14.205
-76
N
Omschrijving programma
Omschrijving programma
P999 Overhead P999 Overhead saldo mutaties reserves
Saldo inclusief mutaties reserves
Overhead
11.873 11.873
Begr 2024 Rek 2024 14.154 14.154
14.225 14.225
Begr 2024 Rek 2024
-19 -19
-14 -14
Begr 2024 Rek 2024
Saldo V=Voordeel N=Nadeel -71 N -71 N
Saldo V=Voordeel N=Nadeel -5 -5
N N
Saldo V=Voordeel N=Nadeel
Toelichting verschillen Lasten
55
0.4 Overhead (nadeel € 71.000) Financiën (nadeel € 61.000) De overschrijding van het budget is ontstaan doordat er in 2024 een aantal onderzoeken en werkzaamheden zijn verricht om de kwaliteit van de administratie te verbeteren. Er heeft o.a. een onderzoek plaatsgevonden naar de optimalisatie van toeristen- en forensenbelasting, wat aan de inkomstenkant ongeveer € 20.000 extra inkomsten heeft opgeleverd. Er is een boekenonderzoek gestart naar de BTW/BCF over de jaren 2020-2024. Daarnaast zijn de kosten voor het gastheerschap financiën over 2024 lager uitgevallen. Gemeentehuis (nadeel € 80.000) De kosten voor abonnementen en vakliteratuur zijn met € 27.000 toegenomen. Deze stijging hangt samen met een bredere inzet op professionele ondersteuning en het actualiseren van kennis op specifieke beleidsterreinen, mede ingegeven door veranderende wet- en regelgeving. De onderhoudskosten aan gebouwen en installaties zijn fors hoger uitgevallen dan begroot. Er is een overschrijding van € 63.000 zichtbaar. Dit komt voornamelijk door noodzakelijk geacht onderhoud dat op korte termijn moest worden gedaan in het kader van het veilig en functioneel houden van de werkomgeving, waaronder de vervanging van close-control units. Daarnaast is een niet-begrote uitgave van € 22.500 zichtbaar welke betrekking heeft op voorbereidende werkzaamheden en inspecties die vooruitlopen op het nieuwe MJOP.
Verder is er een overschrijding van € 22.000 zichtbaar welke betrekking heeft op diverse uitgaven, waaronder facilitaire benodigdheden en onvoorziene kosten. De werkelijke kapitaallasten zijn € 45.000 lager uitgevallen. Dit zorgt voor een incidenteel voordeel binnen de kapitaallasten. ITP (nadeel € 15.000) De externe ondersteuning ICT laat een overschrijding zien van € 231.000, bestaande uit advieskosten en inhuur. Deze overschrijding heeft betrekking op de aanschaf en implementatie van nieuwe software, mede ingegeven door veranderende wet- en regelgeving. De kapitaallasten zijn per saldo € 32.000 lager uitgevallen. Dit voordeel is toe te schrijven aan latere of minder investeringen in 2023 en 2024, waardoor de afschrijvingen in 2024 lager zijn dan begroot. Binnen de infrastructuur (apparatuur, systeemsoftware en controles) heeft een overschrijding van € 347.000 plaatsgevonden. De hogere uitgaven houden verband met verlenging, aanschaf en implementatie van infrastructuurcomponenten en prijsindexaties in bestaande contracten. De kosten van softwarelicenties en overeenkomsten zijn fors lager uitgevallen dan begroot. Er is een onderbesteding van € 531.000 zichtbaar. De onderbesteding is het gevolg van het onderbrengen van de gerealiseerde kosten onder andere programma’s en taakvelden.
Salarissen en inhuur (voordeel € 85.000) De kostensoorten salarissen en inhuurkosten worden in totaal toegelicht bij hoofdstuk 4.9 Overhead.
Baten 0.4 Overhead (€ 5.000 nadeel) Verschillen lager dan € 25.000 worden niet toegelicht. 0.10 Mutaties reserves (nadeel € 6.000) Verschillen lager dan € 25.000 worden niet toegelicht.
56
Analyse kosten salarissen versus inhuurkosten (Deze staat bevat de begrotings- en realisatiebedragen van de gehele organisatie incl. het bestuur)
Omschrijving
Begroot Werkelijk
Restant
Salaris
22.100.000 16.190.000
5.910.000 incl stelpost
Inhuur
2.313.000 8.905.000 -6.592.000 -682.000 subtotaal -49.000 Plassenschap afrekening 2023 595.000 1e factuur Plassenschap 199.000 aanvullende factuur Plassenschap 63.000 Overschot
Toelichting Bij het opstellen van de begroting wordt een inschatting gemaakt van de verdeling van de salarislasten over de diverse taakvelden zoals die in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) zijn vastgelegd. In de uitvoering gedurende het jaar kunnen mensen hun tijd schrijven op deze taakvelden waarmee de daadwerkelijke verdeling van de salarislasten wordt berekend. Hierdoor ontstaan op veel taakvelden verschillen in de salarisdoorbelasting. Ook andere verstoringen zijn hierop van invloed zoals vacatures en langdurige ziekte. In dergelijke gevallen vindt in de regel inhuur plaats. Hierbij is het inhuurbudget centraal in de begroting opgenomen, de uitgaven worden verspreid over de organisatie gemaakt. Ook hierdoor ontstaan verschillen tussen de oorspronkelijke raming en de daadwerkelijke uitgaven. Per saldo betekent dit dat in 2024 een overschot resteerde op de post salarissen van ca. € 5,9 miljoen dat werd gecompenseerd door een uitgavenpost voor inhuur van ca. € 6,5 miljoen. Samen met de correcties als gevolg van de doorbelasting aan het Plassenschap betekent dit voor 2024 een overschot op de gezamenlijk posten salaris en inhuur van ca. € 0,16 miljoen.
57
5. Paragrafen 5.1 Paragraaf 1 Lokale heffingen Inleiding De belastingtaken van de gemeente Wijdemeren worden met ingang van 2020 uitgevoerd door de gemeente Hilversum, onder de naam gastheerschap belastingen Hilversum. In 2020 heeft het gastheerschap belastingen Hilversum voor het eerst de heffing, inning en invordering van alle belastingen verzorgd. De heffing, inning en invordering van de leges volgend uit lijkbezorging en burgerzaken en de leges omgevingsvergunningen zijn volledig door de gemeente Wijdemeren uitgevoerd. In deze paragraaf vindt u een overzicht van de belastingen en leges, die zijn opgelegd aan inwoners, ondernemingen, organisaties en toeristen. Beleidskader We onderscheiden gemeentelijke heffingen in ongebonden heffingen en heffingen die gebonden zijn aan bepaalde leveringen en diensten van de gemeente. Ongebonden heffingen behoren tot de algemene dekkingsmiddelen van de gemeente. Dit zijn onroerendezaakbelastingen (OZB), roerende-ruimtebelastingen (RRB), hondenbelasting, toeristenbelasting en de forensenbelasting. Kenmerkend voor de gebonden heffingen is dat de geraamde opbrengsten niet hoger mogen zijn dan de geraamde lasten van de leveringen en diensten. In onze gemeente gaat het om afvalstoffenheffing, rioolheffing, leges en lijkbezorgingsrechten.
Tarievenbeleid In de begroting is gerekend met een inflatiecorrectie van 3,9%, aangevuld met een extra verhoging van 5% vanuit het financieel herstelplan. De inflatiecorrectie is gebaseerd op de door het CPB geraamde prijsontwikkeling. Omdat de begroting van 2023 niet structureel en reëel in evenwicht was is de gemeente Wijdemeren sinds 1 januari 2023 onder preventief toezicht gesteld van Gedeputeerde Staten van de Provincie Noord-Holland. In juli 2023 is het financieel herstelplan vastgesteld in de Raad en vanaf begroting 2024 is het financieel toezicht door de Provincie Noord-Holland opgeheven. Ongebonden heffingen. (On)roerend zaakbelastingen In de begroting 2024 en bij de vaststelling van de verordeningen is bepaald dat het OZB tarief 2024 t.o.v. de raming 2023 verhoogd met 8,9% (regulier 3,9% en 5% extra). Het tarief voor de OZB woningen is mede op basis van de verwachte waardestijging t.o.v. 2023 verhoogd van 0,1148 % tot 0,1232% (toename 7,3%). De tarieven voor niet-woningen zijn daarentegen mede op basis van de verwachte waardestijging verlaagd t.o.v. de tarieven 2023. Voor het eigenarendeel van 0,2550% tot 0,2364% (afname van 7,28%), en voor het gebruikersdeel van 0,1868% tot 0,1686% (afname van 9,8%) Toeristenbelasting De toeristenbelasting is verhoogd met de geraamde inflatiecorrectie van 3,9%.
Forensenbelasting De heffingssystematiek voor de forensenbelasting is volledig herzien. De tot en met 2021 gehanteerde staffelmethode is losgelaten en er is overgegaan op een heffingsmaatstaf, die uit gaat van een vast percentage van de WOZ-waarde van het object. Dit vaste percentage is 0,30% van de WOZ-waarde. Daarbij wordt voor 2024 een tarief gehanteerd met een minimum van € 393,00 er is geen maximum bedrag. Hondenbelasting De tarieven hondenbelasting zijn verhoogd met de geraamde inflatiecorrectie van 3,9%.
58
Gebonden heffingen Afvalstoffenheffing Het inzamelen van de afvalstoffen wordt niet door de gemeente uitgevoerd, maar door de GAD (Gewestelijke afvalstoffendienst). De kosten worden omgeslagen over de belastingplichtigen. In het Loosdrechts plassengebied wordt het huisvuil opgehaald door het Plassenschap Loosdrecht in opdracht van de gemeente. De tarieven 2024 bedroegen voor meerpersoonshuishoudens € 447,71 en voor éénpersoonshuishoudens € 324,96. Het tarief voor het afvoeren van huisvuil in het plassengebied is voor 2024 bepaald op € 355,08. Rioolheffing Voor 2024 is het tarief voor het eigenarendeel per perceel € 367 en voor een perceel waar geen water naar wordt toegevoerd € 110 per perceel. Lijkbezorgingsrechten In 2024 zijn de tarieven ten opzichte van 2023 verhoogd met de inflatiecorrectie van 3,9%. Leges De leges zijn verhoogd met de geraamde inflatiecorrectie van 3,9%. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de ontwikkeling van de tarieven in de afgelopen jaren en de tarieven 2024.
Heffing
OZB/RZB woningen Toeristenbelasting Forensenbelasting Hondenbelasting Afvalstoffenheffing Rioolheffing Lijkbezorgingsrechten leges
Tariefsontwikkeling in % ten opzichte van het voorgaande jaar 2021 2022 2023 2024 Tarief 2024 7,6 1,5 -4 7,3 0,1232 1,5 1,5 4 265 3,50 1,5 1,5 4 3,9 393,00 6,5 1,5 8 3,9 98,24 7,4 12,5 3 26 447,41 -13 0 0 56 367,00 13,5 1,5 4 3,9 Diversen 1,5 1,5 4 3,9 Diversen
59
Ad.1 Betreft forensenbelasting object zonder WOZ waarde Ad.2 Betreft het tarief eerste hond Ad.3 Betreft het tarief afvalstoffenheffing meerpersoonshuishoudens Ad. 4 Betreft eigenaren aangesloten op het riool Kostendekkendheid Afvalstoffenheffing en Rioolrecht
Kostendekkendheid afvalstoffenheffing Omschrijving
Rek 2023
Begr 2024
Rek 2024
Overige kosten Straatreiniging (extra comptabel) Overheadtoerekening (extra comptabel) Onttrekking of storting voorziening BTW 21% Bijdrage GAD Kwijtschelding
120.241 0 0 0 578.552 2.738.879 80.507
108.700 203.760 723.338 0 579.954 2.761.687 80.000
75.097 203.760 659.520 104.415 580.240 2.687.950 80.000
Totaal lasten
3.518.179
4.457.439
4.390.982
Totaal Baten
3.455.436
4.457.400
4.390.982
98,22%
-100,00%
-100,00%
Kostendekkenheid
Bij een aantal verschillende kostencomponenten zijn op rekening basis € 104.000 lagere kosten geboekt. Dit voordelige effect leidt ertoe dat ten opzichte van de raming een voordeel is ontstaan van € 104.000. Aangezien afvalstoffenheffing een gebonden heffing is dient dit voordeel te worden gestort in de voorziening afvalstoffenheffing.
Kostendekkendheid Riool Omschrijving
2023
Prim 2024
Rek 2024
Rente en afschrijving Straatreiniging (extra comptabel) Overheadtoerekening (extra comptabel) Onttrekking of storting voorziening BTW 21% Overige kosten
794.107 256.365 796.000 -790.392 344.419 1.592.818
945.703 203.760 775.702 747.030 524.169 1.445.441
647.370 203.760 774.122 1.077.540 326.309 1.640.846
Totaal lasten
2.993.317
4.641.805
4.669.947
Totaal Baten
2.982.317
-4.642.000
-4.669.947
Kostendekkenheid
-99,63%
100,00%
100,00%
De gerealiseerde kosten in 2024 zijn € 331.000 lager dan de raming. Deze lagere kosten zijn met name het gevolg van lagere rente en afschrijvingskosten (€ 298.000) op rekeningbasis.
60
De lagere rentekosten zijn het gevolg van een positief renteresultaat. Zie paragraaf financiering. Een aantal geraamde investeringen inzake riool is niet of vertraagd uitgevoerd. De lagere BTW boeking en hogere overige kosten vallen grotendeels tegen elkaar weg. Het voordelige effect is toegevoegd aan de voorziening Rioolheffing
Ontwikkeling in gemeentelijke belastingen Opbrengsten In onderstaande tabel zijn ook bedragen die nog betrekking hebben op verrekeningen uit voorgaande jaren opgenomen. Het is dus niet in alle gevallen de zuivere opbrengst van het belastingjaar 2024.
X € 1.000 Omschrijving Onroerendzaakbelasting Roerende zaakbelasting Toeristenbelasting Forensenbelasting Hondenbelasting Rioolheffing Afvalstoffenheffing Lijkbezorging leges Totaal Opbrengsten Ongebonden heffingen Gebonden heffingen Totaal opbrengsten
Raming Raming Opbrengst 2024 2024 na Opbrengst Voordeel Afwijking 2023 oorspronk rapportage 2024 /Nadeel elijk najaar 9.071 9.434 9.434 9.668 -234 V 80 76 76 78 -2 V 398 317 447 534 -87 V 918 684 964 960 4 N 118 128 128 115 13 N 2.982 4.642 4.865 4.670 195 N 3.455 4.457 4.457 4.391 66 N 315 250 250 254 -4 V 1.428 729 1.598 1.807 -209 V 18.765 20.717 22.219 22.477 -258 V 10.585 8.180 18.765
10.639 10.078 20.717
11.049 11.170 22.219
11.355 11.122 22.477
-306 48 -258
V N V
Onroerendzaakbelastingen (voordeel € 234.000) In 2024 is een meeropbrengst van afgerond € 234.000 gerealiseerd bij de onroerendzaakbelastingen. De meeropbrengst wordt name verklaard doordat in 2024 aanslagen over oude belastingjaren zijn opgelegd. Roerende zaakbelasting (voordeel € 2.000) Op de roerende zaakbelasting is een klein voordeel ontstaan van afgerond € 2.000. (Water-)toeristenbelasting en forensenbelasting (voordeel € 83.000) In de begroting 2024 is naar aanleiding van het herstelplan de raming met € 500.000 opwaarts bijgesteld. In de najaarsnota 2024 is de raming met € 90.000 afgeboekt. Op realisatiebasis blijkt dat naast de bijgestelde ramingen toch een voordelig effect is ontstaan van € 87.000 bij de (water-)toeristenbelasting en € 4.000 nadeel bij de forensenbelasting. Dit betekent dat in 2024 de taakstelling van € 500.000 bijna geheel gerealiseerd is op € 7.000 na.
61
Hondenbelasting (nadeel € 13.000) De werkelijke opbrengsten hondenbelasting 2024 zijn afgerond € 13.000 lager dan waarmee in de begroting 2024 rekening is gehouden. Rioolheffing (nadeel € 195.000) In de najaarsnota 2024 zijn de geraamde baten met 223.000 positief bijgesteld. Op realisatiebasis blijkt dat deze positieve bijstelling grotendeels niet gerealiseerd is. Bij rioolheffing is sprake van een gebonden heffing, dat wil zeggen dat de werkelijk opbrengsten niet hoger mogen zijn dan de werkelijke kosten. Zijn de kosten of opbrengsten wel hoger dan worden de positieve of negatieve effecten verrekend met de voorziening riool. Ten opzichte van de bijgestelde opbrengsten raming is er in 2024 sprake van een nadelig effect van € 195.000. Leges afvalstoffenheffing (nadeel € 66.000) Ten opzichte van de raming 2024 is er sprake van een nadelig effect van afgerond € 66.000. Het nadeel wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een te hoge inschatting van het aantal huishoudens op begrotingsbasis. Leges lijkbezorging (voordeel € 4.000) De legesopbrengsten van de lijkbezorging zijn € 4.000 hoger dan de raming. Leges burgerzaken (voordeel € 66.000) In de primitieve begroting 2024 is een bedrag geraamd voor leges Burgerzaken van € 488.000. De werkelijke gerealiseerde leges 2024 bedragen € 554.000.
het voordelige effect van € 66.000 is met name het gevolg een hoger aantal verkopen van reisdocumenten voor een totaal van € 59.000. Het restant van € 7.000 betreft kleine positieve afwijkingen op de producten burgerlijke stand en rijbewijzen. Leges WABO, Snelvaartontheffingen en overige leges € 143.000 voordeel Voor wat betreft de leges WABO, Snelvaartontheffingen, Begrafenisrechten en overige leges zijn de volgende voordelen gerealiseerd ten opzichte van de begrotingscijfers 2024: WABO Snelvaartontheffingen Overige leges Totaal
€ 51.000 € 37.000 € 55.000 € 143.000
Kwijtschelding van belastingen Kwijtschelding wordt verleend voor de hondenbelasting en de afvalstoffenheffing. Het kwijtscheldingsbeleid is niet gewijzigd. Wijdemeren hanteert de maximale kwijtscheldingsnorm, wat betekent dat 100% van de bijstandsnorm tot de kosten van bestaan worden gerekend. In 2024 heeft belastingen Hilversum kwijtscheldingsbeleid voor de gemeente uitgevoerd. In 2024 bedroeg het totaalbedrag aan verleende kwijtschelding € 94.437. In 2023 was dit € 84.335 en in 2022 € 70.614.
62
5.2 Paragraaf 2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Beleidskader Het wettelijk kader van BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) stelt dat de paragraafbetreffende het weerstandsvermogen ten minste moet bevatten: A. Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; B. Een inventarisatie van de risico’s; C. Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s; D. Een kengetal voor de: - Netto schuldquote - Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen - Solvabiliteitsratio - Grondexploitatie - Structurele exploitatieruimte - Belastingcapaciteit E. Een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Het weerstandsvermogen kan worden omschreven als het vermogen van de gemeente om financiële risico’s/tegenvallers op te kunnen vangen. Dit vermogen bestaat uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit, dit zijn de middelen waarover de gemeente beschikt/kan beschikken, en de risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen. Het weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de begroting is. De mate van flexibiliteit van de gemeentebegroting speelt een belangrijke rol bij de bepaling van het weerstandvermogen: hoe snel kunnen tegenvallers worden opgevangen door ombuigingen van bestaand beleid al dan niet in combinatie met belastingverhogingen. Ook de omvang van de vrij aanwendbare reserves is daarbij van belang.
Vanuit het provinciaal toezicht zijn geen directe normen voor het weerstandsvermogen aangegeven. Weerstandscapaciteit Met de beschikbare weerstandscapaciteit bedoelen we de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet-begrote kosten te dekken. Onder benodigde weerstandscapaciteit verstaan we alle risico’s waarvoor nog geen maatregelen zijn getroffen, die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële positie. Tot het treffen van dergelijke maatregelen behoren onder andere het instellen van voorzieningen, het afdekken van risicogebieden met verzekeringen dan wel andere risico beperkende acties. Risico’s en reserves zijn continu aan verandering onderhevig, het weerstandsvermogen is dan ook een momentopname. Berekening weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente kan beschikken om niet begrote kosten op te vangen. De weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende componenten:
Algemene reserve Onvoorzien Stille reserves uit voor verkoop beschikbaar zijnde activa
Algemene reserve De algemene reserve bedraagt €10.988.000 (stand per 31 december 2024). Het verloop van de Algemene reserve staat in de toelichting op de balans.
63
Onvoorzien De post onvoorzien is een incidenteel budget dat dient als dekking van optredende risico’s. In de begroting is hiervoor in de verschillende jaarschijven een budget van € 50.000 opgenomen. Stille reserves uit voor verkoop beschikbaar zijnde activa Conform de nota risicomanagement kunnen stille reserves uit voor verkoop beschikbaar zijnde activa worden meegenomen in de bepaling van de beschikbare weerstandscapaciteit. Een aantal legakkers zijn in het bezit van de gemeente, getaxeerd en voor verkoop beschikbaar. Deze stille reserves worden vooralsnog geschat op € 100.000. Op basis van bovenstaande informatie komen we tot de volgende berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit in deze jaarrekening:
Risicobeheersing Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft voor dat de paragraaf Weerstandsvermogen o.a. een inventarisatie van de risico’s dient te bevatten en het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s. In onderstaand overzicht treft u het resultaat van de inventarisatie van de risico’s waarvoor geen of geen volledige beheersmaatregelen zijn getroffen. Berekening Risicobedrag (kans effect) De gewenste weerstandscapaciteit is bepaald conform de Nota risicomanagement 2024, die op 4 juni 2024 door de raad is vastgesteld. Hierbij is gebruik gemaakt van kans-klassen. Op grond van de kansen van optreden zijn de risico’s bepaald tussen de 20% en 60%. Risico’s waarbij de kans van optreden groter is dan 60% zijn uit voorzichtigheid volledig voorzien. Bij de waardering van grondexploitaties worden de risico’s waarbij de kans van optreden groter is dan 60% uit voorzichtigheid volledig meegenomen in de waardering van de grondexploitaties en in de risicoanalyse niet verder meegenomen.
Omschrijving Risico A B C D E F G H I J K L M
Gronden in exploitatie Ruimtelijke projecten Financiële risico's Hogere uitgaven Sociaal domein Asbest en bodemverontreiniging Wet Sociale Werkvoorziening Riolering Bruggen Beschoeiingen Onderhoud kapitaalgoederen Provinciale bodemtaken Feitelijke bestuursdwang Informatiebeveiliging
Totaal alle risico's:
Omvang na Kans in % Risicobedrag Omvang beheersmaatvan obv kanseffect maximum in € regel in € kansklassen in € 2.396.000 1.576.500 2.091.500 1.090.000 400.000 50.000 200.000 400.000 400.000 1.327.500 50.000 50.000 445.000
2.396.000 1.205.000 1.148.000 940.000 250.000 50.000 100.000 100.000 150.000 742.500 50.000 50.000 445.000
10.476.500
7.626.500
30% 32% gem. 30% variërend 50% 20% 50% 30% 30% variërend 40% 30% variërend
700.600 391.000 486.200 387.000 125.000 10.000 50.000 30.000 45.000 294.250 20.000 15.000 175.500
2.729.550
64
In de nota Risicomanagement 2024 zijn de kansen en financiële gevolgen ingedeeld in klassen. Deze staan in onderstaand overzicht vermeld. Kans klassen
Klasse
Frequentie dat risico zich Kans Te hanteren percentage voordoet (waarschijnlijkheid) in risicoprofiel Financieel gevolg (in euro) 1 < of 1x per 10 jaar Zeer klein 20% < 50.000 2 1x per 5 - 10 jaar klein 30% > 50.000 en < 100.000 3 1x per 2 - 5 jaar Gemiddeld 40% > 100.000 en < 250.000 4 1x per 1 - 2 jaar Groot 50% > 250.000 en < 500.000 5 1x per jaar of meer Zeer groot 60% > 500.000
Ratio weerstandsvermogen Berekening beschikbare ruimte Algemene reserve: Op basis van de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit kunnen we een berekening maken van de ruimte in de Algemene reserve per 31 december 2024. In onderstaand overzicht treft u het resultaat van die berekening.
Toelichting: Uit het overzicht blijkt dat op basis van de gegevens uit de jaarrekening 2024 de vrij beschikbare ruimte in de Algemene reserve positief is. Ratio weerstandsvermogen De ratio weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de gekwantificeerde risico’s. Dit wordt uitgedrukt in een verhoudingsgetal. De ratio van het weerstandsvermogen kan per 31 december 2024 als volgt worden berekend:
65
Het is van belang te weten of er sprake is van een toereikend weerstandsvermogen. Om de ratio van het weerstandsvermogen te beoordelen, gebruiken we onderstaande normering van het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement:
Ratio weerstandsvermogen Ratio > 2,0 1,4 < ratio < 2,0 1,0 < ratio < 1,4 0,8 < ratio < 1,0 0,6 < ratio < 1,0 Ratio < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Bij een ratio van 1,0 is de beschikbare weerstandscapaciteit gelijk aan de benodigde weerstandscapaciteit. In de nota risicomanagement 2024 is de ondergrens van de ratio weerstandsvermogen op 1,0 vastgesteld. Geconcludeerd kan worden dat het weerstandsvermogen van Wijdemeren “Uitstekend” in staat is om de onderkende risico’s op te vangen. Toelichting op de risico's A. (Grond)exploitaties Aan de grondexploitaties zitten hoge risico’s verbonden. Voor de gronden die al in exploitatie zijn genomen zijn voorzieningen gevormd ter hoogte van het geprognosticeerd tekort. Daarnaast is per grondexploitatie een risicoanalyse gemaakt. Gestreefd wordt naar het elimineren of verminderen van een risico. In het voorkomende geval moet een risico geaccepteerd worden. Indien het resultaat hierdoor dusdanig verslechtert dat een verhoging van een voorziening noodzakelijk is, zal deze bij de eerstvolgende herziening (of tussentijds) worden bijgesteld. Meerdere risico’s die bij de grondexploitaties worden onderkend hebben een relatie met een tijdige doorlooptijd. De uitvoering kan vertraging oplopen als gevolg van het stopzetten of aanpassen van deelplannen maar ook door vertraging van de vergunningverlening. De kans van optreden van de diverse risico’s zijn vertaald naar percentages variërend tussen de 20% en 50% voor het bepalen van de hoogte van het benodigde weerstandsvermogen. B.
Ruimtelijke projecten Aan de uitvoering van projecten zijn risico’s verbonden. De uitvoering kan vertraging oplopen als gevolg van het stopzetten of aanpassen van deelplannen maar ook door vertraging van de vergunningverlening. De kans van optreden van de diverse risico’s zijn vertaald naar percentages variërend tussen de 20% en 60% voor het bepalen van de hoogte van het benodigde weerstandsvermogen. C. Financiële risico's Onder deze risico’s valt onder andere het risico bij gegarandeerde geldleningen. Dit risico is gering, omdat in veel gevallen het Waarborgfonds Sociale Woningbouw eerst garant staat. En bij hypotheken het Waarborgfonds Eigen Woningen. Andere risico’s kunnen zich voordoen op gebied van renteontwikkeling als gevolg van hoge inflatie en onzekerheden in de algemene uitkering. D. Hogere uitgaven Sociaal domein Binnen de uitvoering van het sociaal domein, bestaande uit de WMO, de Jeugdzorg en de uitvoering van de participatiewet, bestaan er meerdere risico’s. Daarnaast is een kentering in de landelijke trend dat de zorgvraag stijgt, nog niet waargenomen. Ook naar de toekomst wordt ondanks een raming van een toename van de kosten, rekening gehouden met het risico van extra stijging. E.
Asbest en bodemverontreiniging Bij reconstructie projecten is de kans aanwezig op asbest en bodemverontreiniging wat niet op voorhand bekend is ondanks de bodemonderzoeken die vooraf worden verricht. Tot op heden heeft dit risico zich niet voorgedaan.
66
F. Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) De WSW is ondergebracht in de Participatiewet. Het Werkvoorzieningsschap Tomingroep voert dit voor de deelnemende gemeenten uit. Er bestaat een risico dat de Tomingroep in enig jaar tegenvallende resultaten heeft. Maatregelen worden blijvend ingezet om te zorgen dat de opbrengsten de kosten blijven dekken. Toch resteert er voor de gemeenten een risico dat zij eventuele onvoorziene tekorten moeten aanvullen. G. Riolering Het rioolstelsel is afgelopen jaar veel beter in kaart gebracht. Hierdoor weten we beter hoe het functioneert en kunnen we risico's verkleinen. Grote calamiteiten hebben zich de laatste jaren niet voorgedaan. De meest waarschijnlijke calamiteiten zijn het gedeeltelijk instorten van het stelsel, een onvoorziene langdurige buiten gebruikstelling en milieuschade. De komende jaren zullen we vanuit het vastgestelde water- en rioleringsplan (WRP) onder meer rioolgemalen renoveren, planmatig het stelsel reinigen en inspecteren en foutieve lozingen op het oppervlaktewater reduceren. Voor normale onderhoudskosten en kapitaallasten van investeringen is een onderhoudsvoorziening beschikbaar. In de voorziening is geen rekening gehouden met calamiteiten. H. Bruggen Jaarlijks inspecteren wij onze bruggen en voeren reparaties uit. Bij onvoldoende onderhoud en/of een te zware aslast kan een brug beschadigen.
In dat geval moeten omleidingen worden ingesteld, wellicht een noodbrug geplaatst worden, reparaties worden uitgevoerd of een nieuwe brug worden gebouwd. In de afgelopen drie jaar hebben zich geen calamiteiten met bruggen voorgedaan. I. Beschoeiingen De gemeente heeft een grote hoeveelheid beschoeiingen in onderhoud. De staat van een aantal delen is nog slecht. De achterstanden in het onderhoud zijn in kaart gebracht in het "Beheerplan overige waterwerken". Met de uitvoering van dit beheerplan worden gedurende de jaren 2024-2028 fasegewijs de achterstanden ingelopen. Hiermee wordt de hoogte van eventuele schades beperkt. Het risico is dat door het wegslaan van beschoeiing de aanliggende wegconstructie ernstig verzakt. J. Onderhoud kapitaalgoederen Naast de genoemde risico’s bij riolering, bruggen en beschoeiingen, is of wordt het onderhoud van de overige zaken, zoals wegen, speeltoestellen andere aspecten binnen de openbare ruimte, in kaart gebracht. Ook hieruit blijken achterstanden, waarbij vanuit de eind 2023 vastgestelde beheerplannen deze achterstand gefaseerd wordt ingelopen. Hiermee wordt de hoogte van eventuele schades zoveel mogelijk beperkt. K. Provinciale bodemtaken Tezamen met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (1 januari 2024) worden de provinciale bodemtaken overgedragen aan de gemeenten.
In het Algemeen Bestuur van de OFGV is met de deelnemers afgesproken dat met de overdracht het budget dat uit het provinciefonds naar het gemeentefonds wordt overgeheveld, leidend is voor de bijdragen voor deze taak bij de OFGV. Er wordt van uitgegaan dat het Rijk op de overheveling van het budget van provincie naar gemeenten geen korting toepast. Dit is echter nog geen garantie. L. Feitelijke bestuursdwang Bij het toepassen van feitelijke bestuursdwang mag het aspect van het kostenverhaal in principe niet meewegen of kan niet meewegen. Het wordt namelijk toegepast in zeer spoedeisende gevallen of in die gevallen waar het dreigende verbeuren van een last onder dwangsom geen soelaas biedt om tot beëindiging of herstel van een overtreding te komen. M. Informatiebeveiliging In 2018 is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) in werking getreden. Om datalekken te voorkomen zijn er technische en organisatorische maatregelen getroffen. Echter, er blijft altijd een risico op een datalek. Indien de gemeente succesvol aansprakelijk wordt gesteld voor een datalek dan is de vervolgschade gedekt op de aansprakelijkheidspolis. Voorts de organisatie bewust maken door te (blijven) stimuleren en naleven van verantwoordelijkheden (zoals bijhouden verwerkingsregister, melden datalekken, actief rekening houden met privacyaspecten bij projecten, DPIA’s uitvoeren, etc. ).
Een eventuele boete is niet verzekerd. Aan de gemeente zijn nog geen boetes opgelegd.
67
Financiële kengetallen Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) schrijft voor dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing een overzicht van vijf financiële kengetallen moet worden opgenomen. Bij deze kengetallen worden een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen. De kengetallen en de beoordeling geven gezamenlijk op eenvoudige wijze inzicht in de financiële positie van de gemeente. De vijf kengetallen zijn: 1a. Netto schuldquote 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte
1a. Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in de verhouding tussen de schuldenlast van de gemeente en haar inkomsten. Dit is van belang voor de beoordeling van de financiële draagkracht van de gemeente. In 2024 bedraagt de netto schuldquote 42%, wat aanzienlijk lager is dan de geprognotiseerde 96% in de primaire begroting. Deze afwijking wordt met name veroorzaakt door lagere investeringen en/of hogere inkomsten dan verwacht. De huidige score blijft daarmee ruim onder de signaleringsgrens van 100%, wat duidt op een gezonde financiële positie. 1b. Netto schuldquote (gecorrigeerd voor verstrekte leningen) De gecorrigeerde netto schuldquote komt in 2024 uit op 44%, ten opzichte van een begrote 98%. Deze correctie geeft een zuiverder beeld van de schuldenlast die daadwerkelijk drukt op de exploitatie, doordat verstrekte leningen buiten beschouwing worden gelaten. De uitkomst bevestigt dat de gemeente financieel solide opereert en haar leningen goed beheerst. 2. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio, die aangeeft in hoeverre de gemeente met eigen vermogen aan haar verplichtingen kan voldoen, bedraagt in 2024 20%. Hoewel dit een verbetering is ten opzichte van de eerder begrote 17%, ligt de waarde nog steeds onder de norm van 30%. Dit betekent dat de financiële weerbaarheid van de gemeente beperkt is. Verdere versterking van de reserves blijft wenselijk. 3.
Grondexploitatie De ratio voor grondexploitatie bedraagt in 2024 1%. Dit betekent dat er geen actieve grondposities zijn met een materiële waarde ten opzichte van de baten. De negatieve waarde in de begroting 2024 (-1%) is niet
68
gerealiseerd, wat erop wijst dat eventuele risico’s op dit vlak zijn afgebouwd of geherwaardeerd. Dit geeft een stabiel en laag risicoprofiel. 4. Structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte over 2024 bedraagt 0%, waarmee sprake is van een sluitende exploitatie zonder ruimte voor extra structurele lasten of baten. Dit is lager dan het begrote overschot van 3%, wat kan duiden op hogere lasten of tegenvallende structurele baten. Hoewel het saldo neutraal is, blijft het van belang scherp te blijven sturen op een structureel overschot om toekomstige financiële risico’s te kunnen opvangen. 5. Belastingcapaciteit (verhouding woonlasten Wijdemeren versus landelijk gemiddelde) Dit kengetal geeft inzicht in de ruimte die een gemeente heeft om haar lokale belastingen te verhogen. Deze ruimte wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten voor huishoudens. Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) publiceert deze lasten jaarlijks in de Atlas van de lokale lasten. Onder woonlasten wordt verstaan: de onroerendezaakbelasting (OZB), de rioolheffing en de afvalstoffenheffing voor een woning met een gemiddelde WOZ-waarde in de betreffende gemeente.