CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1- Definitief nota van uitgangspunten

gemeenteraad 1 juli 2026, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Nota van uitgangspunten Woningbouw Ankeveen13.108 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Gemeente Wijdemeren Postbus 190 1230 AD Loosdrecht Bezoekadres Rading 1 1231 KB Loosdrecht T. 14 035 T. +31 35 65 59 595 E. info@wijdemeren.nl www.wijdemeren.nl

Definitief Nota van Uitgangspunten Wonen, sport en leefomgeving Ankeveen

Richtinggevend kader voor een zorgvuldige en toekomstbestendige dorpsontwikkeling

Datum: Uw kenmerk Ons kenmerk Opsteller

3 juni 2026 Definitief Z.88176/D.439440

Ashna Vishnudatt, projectleider gebiedsontwikkeling 1

Samenvatting

Ankeveen is een dorp waar het landschap dichtbij is. Het open veen, het water en de weidsheid bepalen niet alleen hoe het dorp eruitziet, maar ook hoe het wordt beleefd. Tegelijkertijd staat het dorp voor een duidelijke woningbouwopgave. Jongeren zoeken mogelijkheden om in het dorp te blijven wonen en ouderen zoeken passende woningen om binnen Ankeveen door te stromen. Daarmee wordt niet alleen gezocht naar uitbreiding van woningen, maar ook naar manieren om bestaande woonbewegingen binnen het dorp weer beter mogelijk te maken. De ontwikkeling raakt daarmee aan een fundamenteel spanningsveld tussen behoud van landschap, leefkwaliteit en dorpsschaal enerzijds en de behoefte aan woningen en voorzieningen anderzijds. Juist die spanning vormt de kern van de bestuurlijke afweging in deze Nota. Sport, ontmoeting en gemeenschap vormen daarbij belangrijke dragers van het dorp. De kerk, sportverenigingen en openbare ruimte spelen een centrale rol in het dagelijks leven van veel inwoners. De verdere uitwerking richt zich daarom nadrukkelijk ook op multifunctioneel gebruik van voorzieningen en het versterken van ontmoeting en maatschappelijke samenhang binnen het dorp. De ontwikkeling wordt daarom niet uitsluitend benaderd als woningbouwopgave, maar als een integrale dorpsontwikkeling waarin wonen, sport, landschap en leefbaarheid in samenhang worden beschouwd.

De gesprekken tijdens de meedenk- en inloopavonden, de reacties van bewoners en de inbreng van verenigingen laten zien hoe groot die betrokkenheid is. In die gesprekken kwamen zorgen, wensen en dilemma’s nadrukkelijk naar voren. Over wonen en leefbaarheid, maar ook over uitzicht, natuur, verkeer, sport en de vraag wat Ankeveen in de kern typeert. Tegelijkertijd werd ook zichtbaar dat binnen het dorp verschillende belangen en perspectieven naast elkaar bestaan. Voor sommige inwoners staat vooral het behoud van rust, openheid en herkenbaarheid centraal. Voor anderen weegt juist zwaar dat jongeren en senioren steeds moeilijker een passende woning binnen het dorp kunnen vinden. De participatie heeft daarmee niet geleid tot één eenduidige voorkeur, maar vooral inzicht gegeven in de belangen, zorgen en afwegingen die binnen het dorp leven. Participatie-uitkomsten worden daarbij gewogen in samenhang met ruimtelijke, maatschappelijke, financiële en juridische randvoorwaarden. De vraag naar woningbouw komt daarmee niet alleen van buiten, maar nadrukkelijk ook vanuit het dorp zelf. Doel en status van deze Nota van Uitgangspunten Deze definitieve Nota van Uitgangspunten stelt nog geen definitief bouwplan, vergunning of bouwrecht vast.

De gemeenteraad stelt met deze Nota de ruimtelijke, maatschappelijke, programmatische en financiële randvoorwaarden vast waarbinnen de verdere uitwerking van woningbouw en sportontwikkeling in Ankeveen plaatsvindt. De Nota vormt daarmee het bestuurlijke toetsingskader voor de vervolgfase. De verdere uitwerking moet aantonen of en hoe een voorkeursrichting voldoet aan de criteria voor:  dorpsschaal en ruimtelijke kwaliteit;  betaalbaarheid en doorstroming;  sportcontinuïteit en leefbaarheid;  verkeer en parkeren;  privacy en woonkwaliteit;  water, ecologie en bodem;  netcapaciteit;  en financiële haalbaarheid. 2

De verdere uitwerking vindt daarbij gefaseerd plaats, waarbij per fase opnieuw bestuurlijke en financiële afweging plaatsvindt. Indien uit vervolgonderzoek blijkt dat niet aan deze randvoorwaarden kan worden voldaan, wordt het programma aangepast, gefaseerd of verkleind. De huidige verkenning gaat uit van een bandbreedte van circa 100 tot 119 woningen, passend binnen verschillende ruimtelijke scenario’s. Daarbij vormt deze bandbreedte nadrukkelijk geen minimumprogramma. Varianten en bestuurlijke bandbreedte De in deze Nota opgenomen variantenstudie laat nadrukkelijk zien dat binnen de ontwikkeling verschillende ruimtelijke keuzes mogelijk zijn, ieder met eigen ruimtelijke, maatschappelijke en financiële gevolgen. Variant 1 en variant 3 vormen daarbij nadrukkelijk de uitersten van de onderzochte bandbreedte. Variant 1 zet sterker in op compactheid, concentratie en beperking van ruimtebeslag, terwijl variant 3 meer uitgaat van een lagere en meer verspreide opzet met een grotere ruimtelijke footprint. De varianten zijn daarmee niet uitsluitend bedoeld als ontwerpmodellen, maar vooral als instrument om de onderliggende bestuurlijke spanningen zichtbaar en bespreekbaar te maken.

Juist de afweging tussen compactheid, landschappelijke openheid, leefkwaliteit, verkeersdruk, bouwhoogte, ruimtebeslag en financiële uitvoerbaarheid vormt een belangrijk vertrekpunt voor de verdere uitwerking. Uit de eerste integrale analyse ontstaat daarbij het beeld dat meer verspreide varianten nadrukkelijk meer spanning oproepen ten aanzien van ruimtebeslag, infrastructuur, technische uitvoerbaarheid en financiële haalbaarheid. De bestuurlijke voorkeursrichting voor een compactere en kernnabije ontwikkeling komt voort uit deze integrale afweging en blijft in de vervolgfase afhankelijk van verdere ruimtelijke, maatschappelijke, technische en financiële onderbouwing. Voorkeursrichting Uit de eerste integrale analyse ontstaat bestuurlijk een voorkeur voor een compactere en kernnabije ontwikkelrichting binnen de huidige onderzochte bandbreedte van circa 100 - 119 woningen. Deze richting biedt onder voorwaarden mogelijkheden om:  het open landschap zoveel mogelijk te ontzien;  verkeer en parkeren beter organiseerbaar te houden;  meer ruimte te creëren voor groen, water en landschappelijke buffers;  sport en wonen beter te combineren;  multifunctioneel gebruik van voorzieningen beter organiseerbaar te maken;  en de ontwikkeling beter aan te laten sluiten bij de schaal en structuur van Ankeveen.

Daarnaast bieden compactere en meer kernnabije varianten meer mogelijkheden om wonen, sport, parkeren, openbare ruimte en infrastructuur efficiënt met elkaar te combineren. Meer verspreide varianten vragen doorgaans meer ruimte, infrastructuur en verharding, waardoor ook de technische en financiële uitvoerbaarheid sterker onder druk komt te staan. Tegelijkertijd wordt onderkend dat ook een compactere ontwikkelrichting spanning oproept ten aanzien van bouwhoogte, zichtlijnen, privacy en de beleving van schaal binnen het dorp. De uiteindelijke omvang en fasering van het programma blijven daarom nadrukkelijk afhankelijk van de ruimtelijke, maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid van de ontwikkeling.

3

Lokale identiteit en maatschappelijke verantwoordelijkheid De ontwikkeling maakt onderdeel uit van een bredere woningbouwopgave binnen Wijdemeren en de regio. Tegelijkertijd wordt gezocht naar een ontwikkeling die past bij de schaal, identiteit en leefbaarheid van Ankeveen. De woningmarkt houdt zich daarbij niet aan de grenzen van het dorp of de gemeente. Jongeren die in Ankeveen opgroeien zoeken vaak woonruimte binnen of nabij het dorp, terwijl ook ouderen behoefte hebben aan passende woningen om binnen hun vertrouwde omgeving te kunnen blijven wonen. Daarom wordt in de verdere uitwerking onderzocht welke mogelijkheden bestaan om binnen de geldende juridische kaders rekening te houden met lokale binding en doorstroming binnen het dorp. Daarbij geldt nadrukkelijk dat de bijdrage van Ankeveen aan de woningbouwopgave in verhouding moet blijven staan tot de schaal, ruimtelijke kwaliteit en draagkracht van het dorp. De omvang van het woningbouwprogramma is daarom geen doel op zichzelf, maar het resultaat van wat ruimtelijk, maatschappelijk, financieel en functioneel verantwoord kan worden ingepast binnen Ankeveen. Deze Nota zoekt daarmee naar een evenwicht tussen behoud van dorpse kwaliteit en ruimte voor nieuwe generaties inwoners. Voor de één gaat het over uitzicht, rust en herkenning. Voor de ander over de mogelijkheid om in het dorp te kunnen blijven wonen.

De centrale vraag die in deze Nota voorligt is daarom niet hoe zoveel mogelijk woningen kunnen worden toegevoegd, maar hoe wonen, sport en gemeenschap elkaar kunnen versterken op een manier die past bij de schaal en identiteit van Ankeveen — en hoe een klein dorp vitaal kan blijven zonder zichzelf kwijt te raken. Vervolgproces Na vaststelling van deze Nota start de vervolgfase van het proces. In deze fase worden intentieovereenkomsten opgesteld met betrokken partijen en worden aanvullende onderzoeken uitgevoerd naar onder andere verkeer, parkeren, verkeersveiligheid, water, ecologie, bodem, privacy, financiële haalbaarheid, mogelijkheden voor woonzorgconcepten en ruimtelijke uitvoerbaarheid. Indien de ontwikkeling ruimtelijk, maatschappelijk en financieel haalbaar blijkt, volgt verdere uitwerking van een stedenbouwkundig plan en de benodigde planologische procedures. Daarbij wordt ook nader onderzocht op welke wijze sport, ontmoeting, maatschappelijke functies en mogelijke woonzorgconcepten elkaar kunnen versterken binnen één samenhangende dorpsontwikkeling. De verdere uitwerking vindt gefaseerd plaats. Daarbij worden nog geen onomkeerbare planologische of financiële verplichtingen aangegaan.

Deze Nota vormt daarmee geen eindpunt, maar het bestuurlijke en ruimtelijke toetsingskader voor de verdere gezamenlijke uitwerking van wonen, sport, leefbaarheid en leefomgeving in Ankeveen.

4

Inhoud Inleiding ...................................................................................................................................................... 7 1.

Programma wonen en sport ............................................................................................................... 9 1.1

Wonen – uitgangspunten (woonvisie) ..................................................................................... 9

1.2

Woningbouwstrategie en lokale context ............................................................................... 10

1.3 Wonen, solidariteit en maatschappelijke opgave .......................................................................... 10 1.4 Maatschappelijke wederkerigheid ................................................................................................. 11 1.5 Sport – uitgangspunten .................................................................................................................. 11 1.6 Sport – inrichting en verdere uitwerking ........................................................................................ 13 2.

Participatie en doorwerking in Nota van Uitgangspunten ............................................................... 14 2.1 Participatie als onderdeel van de bestuurlijke afweging ................................................................ 14 2.2 Dorpskarakter, schaal en leefomgeving ......................................................................................... 14 2.3 Wonen, betaalbaarheid en maatschappelijke opgave ................................................................... 15 2.3.1 Lokale woningbehoefte ........................................................................................................... 15 2.3.2 Passende woonvormen en dorpsschaal .................................................................................. 15 2.3.3 Lokale binding .......................................................................................................................... 16 2.3.4 Bestuurlijke afweging .............................................................................................................. 16 2.4 Sport, ontmoeting en sociale samenhang ...................................................................................... 16 2.5 Verkeer, parkeren en dagelijks gebruik van het dorp ....................................................................

17 2.6 Openheid, landschap en natuur ..................................................................................................... 17 2.7 Zorgvuldigheid van proces en besluitvorming ................................................................................ 17 2.8 Van participatiesignaal naar bestuurlijke afweging........................................................................ 18

3.

Stedenbouw en ruimtelijke structuur .............................................................................................. 19 3.1 Ruimtelijke spelregels ..................................................................................................................... 19 3.1.1

Aansluiting op de schaal van het dorp ............................................................................... 19

3.1.2

Hoogteopbouw .................................................................................................................. 19

3.1.3

Gebouwen gericht op straat en groen ............................................................................... 20

3.1.4

Bescherming van dorpsrand en landschap ........................................................................ 20

3.2 Compactheid, landschap en voorkeursrichting .............................................................................. 21 3.2.1

Kernnabijheid en bestaande voorzieningen ...................................................................... 21

3.2.2

Sportcontinuïteit en ruimtelijke samenhang ..................................................................... 21

3.2.3.

Compactheid versus ruimtebeslag ................................................................................ 21

3.4 Bestuurlijke ruimtelijke afweging en vervolgfase........................................................................... 22 4.

Verkeer, parkeren en bereikbaarheid .............................................................................................. 24 4.1 Parkeren als onderdeel van leefbaarheid....................................................................................... 24 4.2 Dubbelgebruik en piekmomenten .................................................................................................. 25 5

4.3 Ontsluiting, verkeersveiligheid en woonstraten............................................................................. 25 4.4 Verkeerskundige verschillen tussen varianten ............................................................................... 26 4.5 Bestuurlijke verkeerskundige afweging en vervolgfase ................................................................. 26 5.

Groen, water, oevers en ecologie..................................................................................................... 28 5.1

Water en compensatie: .......................................................................................................... 28

5.1 Water, klimaatadaptatie en leefomgeving ..................................................................................... 28 5.2 Bodem, veen en waterhuishouding ................................................................................................ 29 5.3 Ecologie en natuurwaarden ............................................................................................................ 29 5.4 Klimaat, openbare ruimte en verdere uitwerking .......................................................................... 29 6.

Technische haalbaarheid: duurzaamheid, energie en bodem.................................................... 31 6.1 Energievoorziening, netcapaciteit en uitvoerbaarheid .................................................................. 31 6.2 Bodem, fundering en technische randvoorwaarden ...................................................................... 31

7. Financiële haalbaarheid en uitvoerbaarheid ........................................................................................ 33 7.1 Samenhang tussen ruimtelijke keuzes en financiële haalbaarheid ................................................ 33 7.2 Risico’s en onzekerheden ............................................................................................................... 34 7.3 Ontwikkelstrategie en optimalisatie............................................................................................... 34 7.4 Randvoorwaarden voor verdere uitwerking .................................................................................. 35 8.

Varianten, bestuurlijke afweging en voorkeursrichting ................................................................... 36 8.1 Bestuurlijke hoofdconclusie ........................................................................................................... 36 8.2 Onderzochte varianten ................................................................................................................... 36 8.4 Integrale beoordelingscriteria ........................................................................................................ 37 8.5 Financiële en technische uitvoerbaarheid ...................................................................................... 38 8.6 Bestuurlijke weging ........................................................................................................................ 38

9.

Ruimtelijke ordening, procedure en uitvoerbaarheid ................................................................ 40 9.1

BOPA versus omgevingsplanwijziging .................................................................................... 40

9.2 Bestuurlijke proceslogica en benodigde onderzoeken ................................................................... 40 9.3 Timing van onderzoeken en intentieovereenkomsten................................................................... 41 10.

Fasering en uitvoerbaarheid ....................................................................................................... 42

10.

Vervolgproces en planning ......................................................................................................... 42

10.1 Onderzoeken en afspraken........................................................................................................... 43 10.2 Verdere planuitwerking en marktbenadering .............................................................................. 43 10.3 Planologische procedure en vergunningverlening ....................................................................... 43 10.4 Participatie en terugkoppeling ..................................................................................................... 43 10.5 Indicatieve planning...................................................................................................................... 44

6

Inleiding Bestaande situatie De planlocatie ligt in het centrum van Ankeveen, rond het lint Stichts End, nabij de kerk en het sportcluster. Het gebied vormt de overgang tussen de dorpskern en het open veenweidelandschap. Juist die ligging maakt de locatie ruimtelijk bijzonder én gevoelig. Aan de ene kant is sprake van een kernnabije locatie met bestaande voorzieningen, ontmoetingsplekken en ontsluitingen. Aan de andere kant grenst het gebied direct aan een landschappelijk en ecologisch kwetsbare dorpsrand. De openheid van het veenweidelandschap, de zichtlijnen en de dorpse schaal worden door veel inwoners gezien als wezenlijk onderdeel van de identiteit van Ankeveen. Tegelijkertijd staat het dorp voor een duidelijke woningbouwopgave. Jongeren die in Ankeveen zijn opgegroeid vinden steeds moeilijker een passende woning binnen het dorp. Ook ouderen die kleiner of gelijkvloers willen wonen hebben daar beperkt mogelijkheden voor. Daarmee raakt de ontwikkeling niet alleen aan ruimtelijke vragen, maar ook aan leefbaarheid, sociale samenhang en de toekomst van voorzieningen binnen het dorp. Daarbij gaat het nadrukkelijk niet alleen om het toevoegen van woningen, maar ook om het beter laten functioneren van de bestaande woningmarkt binnen het dorp.

Daarmee raakt de ontwikkeling niet alleen aan ruimtelijke vragen, maar ook aan leefbaarheid, sociale samenhang en de toekomst van voorzieningen binnen het dorp. Juist die spanning tussen behoud en verandering vormt de kern van de bestuurlijke afweging in deze Nota van Uitgangspunten. Aanleiding en achtergrond De aanleiding voor deze Nota van Uitgangspunten ligt in het samenkomen van twee bewegingen. Enerzijds zijn vanuit het dorp zelf initiatieven ontstaan om te onderzoeken hoe woningbouw kan bijdragen aan:  het behoud van sport en ontmoeting;  mogelijkheden voor jongeren en senioren om binnen het dorp te blijven wonen;  en het versterken van de leefbaarheid van Ankeveen. Daarmee is dit geen uitsluitend top-down woningbouwontwikkeling, maar een ontwikkeling die mede lokaal is ontstaan en in samenspraak met inwoners, verenigingen en andere betrokken partijen wordt verkend. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken hoe wonen, sport, ontmoeting en maatschappelijke functies elkaar in de toekomst kunnen versterken binnen één samenhangende dorpsontwikkeling. Anderzijds heeft de gemeenteraad in juni 2025 via de motie ‘Bouwen het kan’ uitgesproken dat onderzocht moet worden welke woningbouwlocaties binnen Wijdemeren kansrijk en verantwoord kunnen worden ontwikkeld.

In dat kader heeft de raad opdracht gegeven om de ruimtelijke, maatschappelijke, verkeerskundige, ecologische en financiële haalbaarheid van woningbouwontwikkeling in Ankeveen nader te onderzoeken. Tegelijkertijd maakt de ontwikkeling onderdeel uit van een bredere woningbouwopgave binnen Wijdemeren en de regio. De druk op de woningmarkt raakt niet alleen grotere steden, maar ook kleinere dorpskernen waar passende woonruimte steeds schaarser wordt. Juist de spanning tussen lokale identiteit, landschappelijke kwaliteit en de maatschappelijke behoefte aan woningen vormt de aanleiding voor deze Nota van Uitgangspunten. De Nota probeert deze belangen niet weg te nemen, maar binnen duidelijke randvoorwaarden zorgvuldig met elkaar te verbinden. 7

Deze Nota van Uitgangspunten vormt het bestuurlijke en ruimtelijke toetsingskader voor de verdere uitwerking van woningbouwontwikkeling in Ankeveen. De Nota legt vast:  welke ontwikkelrichtingen verder worden onderzocht;  welke randvoorwaarden daarbij gelden;  en op basis van welke criteria de raad later een integrale afweging maakt. De huidige verkenning gaat uit van een bandbreedte van circa 100 tot 119 woningen binnen verschillende ruimtelijke scenario’s. Indien in een vervolgfase een groter programma wordt overwogen, vraagt dit om een aanvullende ruimtelijke, maatschappelijke en bestuurlijke motivering. Totstandkoming van deze Nota Deze definitieve Nota van Uitgangspunten bouwt voort op:  de concept Nota van Uitgangspunten;  de participatieopbrengsten uit de inloopavonden en terugkoppelsessies;  de Geconsolideerde Nota van Inlichtingen;  bestuurlijke en ruimtelijke analyses;  reacties van betrokken organisaties, waaronder de kerk en sportverenigingen;  en financiële en ruimtelijke haalbaarheidsverkenningen. Daarmee vormt deze Nota niet alleen een beschrijving van onderzoeken en participatie, maar vooral een bestuurlijke afweging waarin leefbaarheid, woningbouw, landschap, sport, uitvoerbaarheid en maatschappelijke belangen in samenhang zijn beschouwd.

Werkwijze en verdere uitwerking Per thema worden in deze Nota de uitgangspunten, randvoorwaarden en bestuurlijke afwegingen beschreven die richting geven aan de verdere uitwerking van de ontwikkeling in Ankeveen. Daarbij wordt onder andere ingegaan op:  wonen en doorstroming;  sport en ontmoeting;  dorpsschaal en ruimtelijke kwaliteit;  verkeer en parkeren;  landschap, water en ecologie;  en financiële en technische uitvoerbaarheid. Na vaststelling van deze Nota volgt een vervolgfase waarin de voorkeursrichting nader wordt onderzocht en uitgewerkt binnen de vastgestelde kaders. Daarbij worden nog geen onomkeerbare planologische of financiële verplichtingen aangegaan. De volgende hoofdstukken werken deze uitgangspunten thematisch verder uit.

8

1.

Programma wonen en sport

1.1

Wonen – uitgangspunten (woonvisie) 1. Bij woningbouwontwikkelingen vanaf 4 woningen wordt uitgegaan van minimaal één derde sociaal, bestaande uit sociale huur en/of sociale koop binnen de geldende beleidskaders van gemeente en regio. 2. Daarnaast wordt gestuurd op een woningbouwprogramma waarbij circa twee derde van de woningen binnen het betaalbare segment wordt gerealiseerd. Hiermee wordt aangesloten op de gemeentelijke woonvisie en de bredere maatschappelijke opgave om de woningmarkt toegankelijker te maken voor verschillende doelgroepen. 3. Bij ontwikkelingen vanaf 10 woningen geldt als richtinggevend uitgangspunt voor de verdere uitwerking een substantieel aandeel gestapelde en/of gelijkvloerse woningen, passend bij de behoefte van senioren, starters, jongeren en kleinere huishoudens. Daarbij wordt indicatief uitgegaan van minimaal 40% gestapeld, met als streven circa 50% gestapeld of gelijkvloers. 4. Seniorenappartementen dienen geschikt te zijn voor langdurig en comfortabel gebruik. Daarbij wordt uitgegaan van:  een minimale gebruiksoppervlakte van circa 60 m² GBO;  bij voorkeur twee slaapkamers;  kwalitatieve buitenruimte;  voldoende bergruimte;  en een toegankelijke inrichting van gebouw en woning. 5. Bij gestapelde bouw is een lift vereist.

Daarnaast wordt in de opzet van gebouwen nadrukkelijk rekening gehouden met toegankelijkheid en ruimte voor onder andere scootmobielen en andere ondersteunende voorzieningen. 6. Het programma moet aantoonbaar bijdragen aan een meer evenwichtige woningvoorraad voor verschillende doelgroepen binnen het dorp.

1.1.1 Passende woonvormen en doorstroming De inzet op gestapelde en gelijkvloerse woonvormen sluit aan bij de lijn die de gemeente Wijdemeren ook in andere woningbouwontwikkelingen volgt. Daarbij wordt gestuurd op een woningvoorraad die beter aansluit op de veranderende samenstelling van huishoudens en de behoefte aan meer passende woonvormen binnen bestaande dorpskernen. Daarbij wordt in de vervolgfase ook gekeken naar woonvormen die langer zelfstandig wonen binnen het dorp kunnen ondersteunen. 1.1.3 Ruimtegebruik en kwaliteit van de leefomgeving Een compactere en meer gestapelde woonvorm kan daarnaast bijdragen aan het beperken van ruimtebeslag op maaiveldniveau, waardoor meer ruimte behouden kan blijven voor groen, water, landschap en kwalitatieve openbare ruimte. De samenstelling van het woonprogramma heeft ook invloed op hoe de openbare ruimte straks wordt gebruikt en beleefd. Een programma met relatief meer appartementen en gelijkvloerse woningen richt zich sterker op kleinere huishoudens, starters en senioren. Meer grondgebonden en gezinsgerichte woningen brengen juist vaker behoefte met zich mee aan speelruimte, veilige plekken voor kinderen en extra ruimte om buiten te ontmoeten en te verblijven. Dat vraagt meer ruimte binnen het plangebied en heeft daardoor ook invloed op de balans tussen bebouwing, groen, parkeren en openbare ruimte.

Daarbij wordt ook gekeken naar de relatie met bestaande speel- en ontmoetingsvoorzieningen binnen het dorp en de mate waarin functies ruimtelijk inpasbaar blijven binnen de beschikbare ruimte van het gebied.

9

1.1.4. Gezinnen, verenigingsleven en sociale vitaliteit Tijdens participatie en gesprekken met inwoners is nadrukkelijk benoemd dat meer grondgebonden en gezinsgerichte woningen ook kunnen bijdragen aan de vitaliteit van het dorp. Gezinnen spelen een belangrijke rol binnen verenigingen, scholen, vrijwilligerswerk en het dagelijks sociale leven van Ankeveen. Daarmee laat de participatie zien dat verschillende woonvormen niet alleen verschillende ruimtelijke gevolgen hebben, maar ook op een andere manier bijdragen aan de sociale structuur en leefbaarheid van het dorp. Juist de afweging tussen doorstroming, ruimtegebruik, verenigingsleven, leefbaarheid en dorpse schaal vormt daarom een belangrijk onderdeel van de bestuurlijke weging in deze Nota.

1.2

Woningbouwstrategie en lokale context

De woningmarktproblematiek in Ankeveen staat niet op zichzelf, maar maakt onderdeel uit van een bredere opgave binnen de gemeente Wijdemeren en de regio. Tegelijkertijd heeft Ankeveen een aantal specifieke kenmerken die de opgave lokaal extra zichtbaar maken. Ankeveen telt circa 1.525 inwoners, waarvan een relatief groot deel ouder is dan 65 jaar. Daarnaast wonen er relatief veel jongeren en jonge huishoudens in het dorp. De woningvoorraad bestaat uit circa 690 woningen, terwijl het aantal appartementen zeer beperkt is. Het grootste deel van de woningvoorraad bestaat daarmee uit grondgebonden woningen. Hierdoor is de woningvoorraad relatief eenzijdig opgebouwd. Met name voor inwoners die kleiner, gelijkvloers of betaalbaar willen wonen bestaan beperkt passende mogelijkheden binnen het dorp. Daardoor komt de woningmarkt minder goed in beweging. De woningbouwopgave richt zich daarom niet alleen op het toevoegen van woningen, maar ook op het toevoegen van woningtypen die nu beperkt aanwezig zijn binnen Ankeveen. Compacte en gelijkvloerse woonvormen kunnen bijdragen aan een betere doorstroming binnen het dorp en daarmee indirect ook kansen vergroten voor andere huishoudens. Deze benadering sluit aan bij het karakter van Ankeveen als dorp waar mensen sterk geworteld zijn en waar het belangrijk wordt gevonden om in verschillende levensfasen binnen het dorp te kunnen blijven wonen.

Tegelijkertijd maakt Ankeveen onderdeel uit van een bredere woningbouwopgave binnen Wijdemeren en de regio. Vanuit dat perspectief wordt ook gekeken naar de verantwoordelijkheid die verschillende kernen hebben om, passend bij hun schaal en draagkracht, een redelijke bijdrage te leveren aan de woningbouwopgave. Woningbouw wordt daarmee niet alleen benaderd als ruimtelijke opgave, maar ook als middel om leefbaarheid, sociale samenhang en het draagvlak voor voorzieningen en ontmoeting binnen het dorp op langere termijn te versterken.

1.3 Wonen, solidariteit en maatschappelijke opgave De woningbouwopgave in Ankeveen staat niet los van de bredere druk op de woningmarkt binnen Wijdemeren en de regio. Ook in kleinere dorpskernen wordt het voor jongeren, starters, senioren en andere woningzoekenden steeds moeilijker om passende woonruimte te vinden. Die maatschappelijke druk is ook in Ankeveen zichtbaar. Jongeren die in het dorp zijn opgegroeid vinden moeilijk een betaalbare woning. Ouderen die kleiner of gelijkvloers willen wonen, hebben daar binnen de huidige woningvoorraad beperkt mogelijkheden voor. Hierdoor raken verhuisbewegingen minder goed op gang en neemt de druk op de bestaande woningvoorraad verder toe. 10

Tegelijkertijd leeft in Ankeveen sterk het besef dat het dorp zijn eigen schaal, identiteit en leefbaarheid moet behouden. Juist daarom wordt in deze ontwikkeling gezocht naar een balans tussen lokale kwaliteit en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Daarbij geldt dat van alle kernen binnen Wijdemeren een bijdrage wordt gevraagd aan de woningbouwopgave, passend bij de schaal, ligging en draagkracht van het betreffende dorp. Voor Ankeveen betekent dit niet dat onbeperkt gebouwd wordt, maar dat wordt onderzocht welke bijdrage op een zorgvuldige en uitlegbare manier past bij het dorp. De ontwikkeling wordt daarom niet uitsluitend benaderd als woningbouwopgave, maar als een integrale dorpsontwikkeling waarin wonen, leefbaarheid, ontmoeting en voorzieningen met elkaar verbonden zijn. Extra woningen kunnen daarbij bijdragen aan het behouden van draagvlak voor voorzieningen, verenigingen en ontmoeting binnen het dorp, mits de ontwikkeling zorgvuldig wordt ingepast en de kwaliteit van sport, landschap en leefomgeving behouden blijft. Lokale verbondenheid en regionale verantwoordelijkheid sluiten elkaar daarbij niet uit. Juist in een dorp als Ankeveen, waar mensen sterk geworteld zijn en waar de woningvoorraad relatief eenzijdig is opgebouwd, kan toevoeging van passende woonvormen bijdragen aan zowel lokale leefbaarheid als bredere maatschappelijke doelen.

1.4 Maatschappelijke wederkerigheid Woningbouwontwikkeling in Ankeveen is bestuurlijk alleen geloofwaardig wanneer de ontwikkeling niet uitsluitend woningen toevoegt, maar ook zichtbaar bijdraagt aan de kwaliteit en leefbaarheid van het dorp. Daarom wordt de ontwikkeling nadrukkelijk verbonden aan het behoud en de versterking van voorzieningen en ontmoetingsplekken die voor veel inwoners onderdeel vormen van het dagelijks leven. Sport, kerk, verenigingsleven en openbare ruimte worden daarbij niet gezien als losse functies naast woningbouw, maar als belangrijke dragers van de sociale samenhang binnen het dorp. De ontwikkeling moet daarom niet alleen ruimtelijk passen, maar ook iets teruggeven aan Ankeveen. Daarbij wordt onder andere gekeken naar:  behoud en versterking van sport en ontmoeting;  de positie van kerk en maatschappelijke functies;  kwaliteit van openbare ruimte en groen;  veilige loop- en fietsverbindingen;  en ruimte voor ontmoeting en verblijf. Juist in een dorp als Ankeveen spelen verenigingen, vrijwilligers en informele ontmoetingen een belangrijke rol in het sociale leven. Daarbij geldt als uitgangspunt dat woningbouw niet mag leiden tot verschraling van sport, ontmoeting of leefkwaliteit, maar juist moet bijdragen aan een duurzame en toekomstbestendige versterking daarvan.

1.5 Sport – uitgangspunten De sportfunctie in Ankeveen blijft behouden en wordt toekomstbestendig ingericht, waarbij wordt uitgegaan van concentratie en multifunctioneel gebruik van voorzieningen. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten:  één voetbalveld blijft behouden; 11

   

de sportfunctie wordt geconcentreerd op één centrale locatie; het overblijvende veld wordt ingericht voor multifunctioneel gebruik door voetbal en handbal; sportverenigingen maken gebruik van één gezamenlijk clubgebouw; en sportgebruik, bezoekersstromen en piekmomenten worden expliciet betrokken bij de verdere uitwerking van verkeer en parkeren.

12

Sport wordt daarbij niet alleen beschouwd als functionele voorziening, maar nadrukkelijk ook als sociaal hart van het dorp. Het verenigingsleven speelt een belangrijke rol in ontmoeting, vrijwilligerswerk, jeugdactiviteiten en sociale samenhang binnen Ankeveen. De bundeling van sportvoorzieningen en het combineren van clubfuncties sluit aan bij de schaal van het dorp en de ontwikkeling van de verenigingen. Concentratie van sport op één multifunctioneel veld wordt daarom niet alleen gezien als ruimtelijke keuze, maar ook als een manier om de sportfunctie duurzaam en toekomstbestendig te behouden binnen de schaal van Ankeveen. Het gezamenlijke clubgebouw biedt daarnaast kansen om de maatschappelijke functie van de locatie verder te versterken. Door het gebouw ook buiten sportmomenten te gebruiken, kan het functioneren als laagdrempelige ontmoetingsplek voor verschillende doelgroepen binnen het dorp. Daarbij wordt in de vervolgfase nadrukkelijk gekeken naar:  exploitatie en beheer van de sportvoorzieningen;  governance en samenwerking tussen betrokken verenigingen;  toekomstige gebruiksintensiteit;  onderhoud en investeringslasten;  subsidiemogelijkheden;  en de mate waarin de sportvoorzieningen ook op langere termijn organisatorisch en financieel duurzaam kunnen functioneren.

Daarmee worden de sportvoorzieningen niet alleen behouden, maar ook toekomstbestendig ingericht als onderdeel van een vitaal en leefbaar dorp.

1.6 Sport – inrichting en verdere uitwerking De sportfunctie in Ankeveen wordt geconcentreerd op één multifunctioneel veld voor voetbal en handbal. Daarbij wordt uitgegaan van gecombineerd gebruik, passend bij de schaal van de verenigingen en de spreiding van gebruiksmomenten. Daarnaast wordt onderzocht hoe het sportveld ook gebruikt kan worden voor jeugdactiviteiten en gebruik door de basisschool, zodat de locatie breder kan bijdragen aan ontmoeting, beweging en gebruik van voorzieningen binnen het dorp. De definitieve inrichting van het sportveld wordt in de vervolgfase nader uitgewerkt en getoetst aan:  de geldende eisen van sportbonden;  de ruimtelijke randvoorwaarden van het gebied;  de praktische uitvoerbaarheid;  en de organisatorische en financiële haalbaarheid op langere termijn. Ook de organisatievorm en samenwerking tussen betrokken partijen worden in de vervolgfase nader uitgewerkt. Uitgangspunt daarbij is dat sportvoorzieningen niet alleen behouden blijven, maar ook duurzaam organiseerbaar en passend blijven bij de toekomstige schaal en behoefte van het dorp. Waarbij de verdere uitwerking moet aantonen dat multifunctioneel gebruik van het sportveld organisatorisch, sporttechnisch en praktisch uitvoerbaar is.

13

2.

Participatie en doorwerking in Nota van Uitgangspunten

2.1 Participatie als onderdeel van de bestuurlijke afweging De ontwikkeling in Ankeveen raakt direct aan de leefomgeving van inwoners, verenigingen, maatschappelijke voorzieningen en het karakter van het dorp. Juist daarom is vanaf de start ingezet op een zorgvuldig participatietraject, waarin inwoners, verenigingen, grondeigenaren en andere betrokken partijen actief zijn betrokken. De participatie bestond uit gesprekken met grondeigenaren en verenigingen, bijeenkomsten van de meedenkgroep, bewonersavonden, inloopmomenten en bredere communicatie richting het dorp via onder andere bewonersbrieven, de BouwApp, de dorpsmarkt en lokale media. Tijdens de participatie is bewust gezocht naar verschillende vormen van gesprek en verbeelding om complexe dilemma’s en tegengestelde belangen op een toegankelijke en zorgvuldige manier bespreekbaar te maken. De gesprekken en bijeenkomsten maakten zichtbaar hoe sterk inwoners zich verbonden voelen met Ankeveen. Daarbij kwamen uiteenlopende wensen, zorgen en dilemma’s naar voren. Niet alleen over woningbouw, maar ook over leefbaarheid, sport, verkeer, landschap, privacy, ontmoeting en de vraag hoe het dorp zich in de toekomst kan ontwikkelen zonder zijn herkenbaarheid te verliezen.

Voor sommige inwoners gaat die zorg heel concreet over het uitzicht vanuit de achtertuin, de rust van een woonstraat of het gevoel van ruimte wanneer je vanuit het dorp richting de weilanden kijkt. Anderen wijzen juist op jongeren die noodgedwongen langer thuis blijven wonen of ouderen die graag kleiner zouden willen wonen, maar binnen het dorp nauwelijks passende woningen kunnen vinden. Tegelijkertijd werd ook duidelijk dat binnen het dorp verschillende perspectieven naast elkaar bestaan. Voor sommige inwoners ligt de nadruk op behoud van rust, openheid en de bestaande schaal van het dorp. Anderen benadrukken juist dat zonder nieuwe woningen het steeds moeilijker wordt voor jongeren, starters en senioren om onderdeel te blijven van het dorp. De participatie laat daarmee zien dat geen sprake is van een eenvoudige tegenstelling tussen “voor” of “tegen” woningbouw, maar van een bredere maatschappelijke zoektocht naar een ontwikkeling die zorgvuldig omgaat met zowel leefkwaliteit als woningbehoefte. Alle signalen, zorgen, ideeën en aandachtspunten zijn serieus betrokken bij de bestuurlijke afweging. Tegelijkertijd vormt participatie geen referendum of zelfstandig beslismoment.

De opbrengsten uit participatie worden gewogen in samenhang met:  ruimtelijke kwaliteit;  woningbouwopgave;  sport en leefbaarheid;  verkeerskundige uitvoerbaarheid;  financiële haalbaarheid;  en de geldende juridische en beleidsmatige kaders. De participatie wordt daarmee niet alleen gezien als processtap, maar ook als belangrijke bron van maatschappelijke signalen en aandachtspunten voor de verdere uitwerking van de ontwikkeling.

2.2 Dorpskarakter, schaal en leefomgeving Een terugkerend thema uit de participatie is het behoud van het dorpse karakter van Ankeveen. Daarbij gaat het voor veel inwoners niet alleen over architectuur of bouwhoogte, maar vooral over de manier waarop het dorp dagelijks wordt beleefd. Bewoners vragen nadrukkelijk aandacht voor:  privacy en afstand tot bestaande woningen;  verkeersdruk en parkeerdruk; 14

zicht op groen en water; en het behoud van een herkenbare overgang tussen dorp en landschap. Tijdens gesprekken en bewonersavonden werd regelmatig benoemd dat inwoners bang zijn voor het verlies van rust, openheid en herkenbaarheid. Daarbij gaat het niet alleen over “hoe hoog” gebouwen worden, maar ook over vragen zoals:  kijken nieuwe appartementen straks direct in bestaande tuinen?;  blijft het dorp nog groen en open aanvoelen?;  en blijven woonstraten veilig en rustig voor kinderen die buiten spelen en fietsen?  

Voor veel inwoners hangt de kwaliteit van Ankeveen samen met kleinschaligheid, rust en het gevoel van ruimte rondom het dorp. Het landschap rondom het dorp wordt daarbij niet ervaren als “lege ruimte”, maar als onderdeel van hoe inwoners het dorp dagelijks beleven. Tegelijkertijd werd tijdens de participatie ook benoemd dat woningdruk op zichzelf niet automatisch iedere vorm van ontwikkeling rechtvaardigt. Juist daarom worden ruimtelijke kwaliteit, leefbaarheid en draagkracht nadrukkelijk betrokken bij de verdere uitwerking van de ontwikkeling. De signalen uit participatie zijn vertaald naar randvoorwaarden en beoordelingscriteria op het gebied van:  dorpsschaal;  bouwhoogte;  ruimtelijke inpassing;  verkeer en parkeren;  en de relatie tussen bebouwing, openbare ruimte en landschap.

2.3 Wonen, betaalbaarheid en maatschappelijke opgave 2.3.1 Lokale woningbehoefte Tijdens de participatie werd breed onderkend dat het voor jongeren, starters en senioren steeds moeilijker wordt om passende woonruimte in of nabij Ankeveen te vinden. Inwoners geven aan dat jongeren die in het dorp zijn opgegroeid vaak moeilijk een betaalbare woning kunnen vinden en daardoor noodgedwongen langer thuis blijven wonen of vertrekken naar andere plaatsen. Tegelijkertijd geven oudere inwoners aan dat zij soms graag kleiner of gelijkvloers zouden willen wonen, maar binnen het dorp nauwelijks passende alternatieven zien. Daardoor blijven grotere woningen langer bezet, terwijl andere huishoudens juist moeilijk kunnen doorstromen. Verschillende inwoners benoemden tijdens gesprekken dat het dorp hierdoor langzaam “vastloopt” op de woningmarkt. Daarbij werd regelmatig genoemd dat appartementen en gelijkvloerse woonvormen kunnen bijdragen aan meer doorstroming binnen het dorp, mits deze zorgvuldig worden ingepast binnen de schaal en uitstraling van Ankeveen. 2.3.2 Passende woonvormen en dorpsschaal De participatie laat zien dat inwoners woningbouw niet uitsluitend beoordelen op aantallen woningen, maar vooral op de manier waarop nieuwe bebouwing aansluit bij het dorp. Daarbij kwamen verschillende voorkeuren naar voren ten aanzien van woningtypen, dichtheid en bouwhoogte.

Het beeld dat uit de participatie ontstaat is gemengd: inwoners erkennen enerzijds de behoefte aan betaalbare woningen en doorstroming, maar vragen anderzijds nadrukkelijk aandacht voor leefkwaliteit, ruimtelijke inpassing en de schaal van het dorp. Sommige inwoners geven aan dat zij liever lagere en meer grondgebonden woonvormen zien, terwijl anderen juist benoemen dat compactere woonvormen mogelijk meer ruimte kunnen laten voor groen, openheid en afstand tot bestaande woningen. 15

Daarnaast is aandacht gevraagd voor betaalbaarheid, zodat woningen daadwerkelijk bereikbaar blijven voor starters, jongeren en huishoudens uit de regio.

2.3.3 Lokale binding Tijdens de participatie werd regelmatig benoemd dat inwoners het belangrijk vinden dat jongeren en senioren met een binding aan Ankeveen mogelijkheden houden om binnen het dorp te wonen of door te stromen. Voor veel inwoners gaat het daarbij niet alleen over woningen, maar ook over het behoud van sociale verbanden. Mensen kennen elkaar via school, verenigingen, vrijwilligerswerk en familiebanden. Juist daarom leeft sterk het gevoel dat jongeren uit het dorp ook in de toekomst een plek moeten kunnen vinden binnen de gemeenschap waar zij zijn opgegroeid. Tegelijkertijd vindt de bestuurlijke afweging plaats binnen een bredere regionale woningmarkt. De woningmarkt functioneert niet uitsluitend lokaal, maar ook in samenhang met omliggende kernen en gemeenten. Daarom wordt binnen de verdere uitwerking gezocht naar een evenwicht tussen:  lokale leefbaarheid;  kansen voor inwoners uit het dorp;  en de bredere maatschappelijke woningbouwopgave.

2.3.4 Bestuurlijke afweging De participatie maakt zichtbaar dat inwoners enerzijds waarde hechten aan behoud van leefkwaliteit en dorpse schaal, maar anderzijds ook erkennen dat de druk op de woningmarkt toeneemt. Juist die spanning vormt een belangrijk onderdeel van de bestuurlijke afweging in deze Nota van Uitgangspunten. Daarbij geldt dat woningdruk op zichzelf niet automatisch iedere vorm of omvang van ontwikkeling rechtvaardigt. De ontwikkeling wordt daarom beoordeeld in samenhang met:  ruimtelijke kwaliteit;  leefbaarheid;  verkeer en parkeren;  sport en ontmoeting;  ecologie en landschap;  en maatschappelijke uitvoerbaarheid. De bestuurlijke afweging richt zich daarmee op de vraag hoe een ontwikkeling kan bijdragen aan de woningbouwopgave, zonder dat de identiteit, schaal en leefkwaliteit van Ankeveen onevenredig onder druk komen te staan.

2.4 Sport, ontmoeting en sociale samenhang Uit de participatie komt nadrukkelijk naar voren dat sportvoorzieningen en ontmoetingsplekken een belangrijke rol spelen binnen het dorp. Voor veel inwoners vormen de sportvelden en verenigingen meer dan alleen een sportfunctie. Het zijn plekken waar ouders langs de lijn staan, vrijwilligers actief zijn, kinderen samen sporten en inwoners elkaar ontmoeten. Juist in een dorp als Ankeveen spelen verenigingen een belangrijke rol in het dagelijks sociale leven. Tijdens de participatie werd daarom regelmatig benoemd dat woningbouw alleen uitlegbaar wordt gevonden wanneer de ontwikkeling zichtbaar bijdraagt aan het behoud en de versterking van sport, ontmoeting en leefbaarheid. 16

Tegelijkertijd is vanuit verenigingen aangegeven dat ook sportvoorzieningen in de tijd veranderen en toekomstbestendig moeten blijven. Daarbij werd benoemd dat het aantal leden, het gebruik van velden en de behoefte aan voorzieningen in de toekomst kunnen veranderen. Daarom wordt in de verdere uitwerking nadrukkelijk gekeken naar de manier waarop sportvoorzieningen duurzaam organiseerbaar en passend blijven binnen de schaal van het dorp.

2.5 Verkeer, parkeren en dagelijks gebruik van het dorp Verkeer, parkeren en verkeersveiligheid vormen belangrijke aandachtspunten binnen de participatie. Bewoners vragen nadrukkelijk aandacht voor:  verkeersdruk in woonstraten;  parkeerdruk rondom sport en voorzieningen;  verkeersveiligheid voor fietsers en voetgangers;  en de bereikbaarheid van het dorp tijdens piekmomenten. Daarbij gaat het voor inwoners niet alleen om parkeernormen of verkeerscijfers, maar vooral om het dagelijks gebruik van het dorp. Bewoners geven aan dat woonstraten op sommige momenten nu al vol staan met geparkeerde auto’s, terwijl tijdens sportmomenten, kerkactiviteiten of de zaterdagmarkt extra drukte ontstaat. Ook werd regelmatig benoemd dat kinderen in verschillende woonstraten nog op straat spelen en fietsen en dat inwoners het belangrijk vinden dat het dorp veilig en overzichtelijk blijft voor langzaam verkeer en hulpdiensten. Deze signalen zijn vertaald naar het uitgangspunt dat verkeer, parkeren, sport, bezoekersstromen en openbare functies integraal worden beschouwd in de verdere uitwerking van de ontwikkeling.

2.6 Openheid, landschap en natuur De relatie tussen dorp en landschap wordt door veel inwoners gezien als wezenlijk onderdeel van de identiteit van Ankeveen. Voor veel bewoners zijn openheid, groen, water en de overgang tussen dorp en polder onderdeel van hoe het dorp dagelijks wordt beleefd. Tijdens de participatie werd regelmatig benoemd dat inwoners waarde hechten aan zicht op weilanden, water en groene randen rondom het dorp. Daarbij werd ook benadrukt dat de landschappelijke overgang niet alleen belangrijk is voor natuurwaarden, maar ook voor het gevoel van rust en ruimte dat inwoners met Ankeveen verbinden. De participatie laat zien dat ontwikkeling alleen maatschappelijk uitlegbaar wordt gevonden wanneer landschap, groen en openbare ruimte zichtbaar onderdeel blijven van de ruimtelijke kwaliteit van het plan.

2.7 Zorgvuldigheid van proces en besluitvorming De participatie laat zien dat de betrokkenheid bij de toekomst van Ankeveen groot is. Tijdens bijeenkomsten en gesprekken zijn uiteenlopende zorgen, verwachtingen en ideeën gedeeld. Daarbij werd zichtbaar dat inwoners niet alleen kijken naar de vraag óf ontwikkeling mogelijk is, maar vooral naar de manier waarop keuzes tot stand komen en hoe zorgvuldig belangen worden afgewogen. Verschillende inwoners gaven daarbij aan het belangrijk te vinden dat niet het gevoel ontstaat dat besluiten al vaststaan voordat onderzoeken zijn uitgevoerd of verdere uitwerking heeft plaatsgevonden. De participatie laat daarmee zien dat behoefte bestaat aan:  transparantie over keuzes;  inzicht in onderzoeken en afwegingen;  en een proces waarin ruimte blijft bestaan voor verdere uitwerking en bijsturing. 17

Juist daarom is ervoor gekozen om deze Nota van Uitgangspunten nadrukkelijk te positioneren als bestuurlijk toetsingskader voor de vervolgfase en niet als definitief stedenbouwkundig plan of eindbesluit.

2.8 Van participatiesignaal naar bestuurlijke afweging De opbrengsten uit participatie zijn niet één-op-één overgenomen, maar vertaald naar:  randvoorwaarden;  varianten;  beoordelingscriteria;  en bestuurlijke afwegingspunten. Voorbeelden hiervan zijn:  zorgen over bouwhoogte en schaal → uitgangspunt van dorpse schaal en beperkte hoogteaccenten;  zorgen over privacy en uitzicht → verdere uitwerking van afstand, bezonning, zichtlijnen en ruimtelijke positionering;  zorgen over verkeer en parkeren → integrale parkeer- en verkeersbalans;  wens voor betaalbaarheid → nadruk op sociale woningen en betaalbare segmenten;  wens voor appartementen én grondgebonden wonen → verschillende varianten en woningtypologieën expliciet meegewogen;  belang van sport en ontmoeting → behoud en toekomstbestendige inrich ng van sportvoorzieningen als randvoorwaarde;  zorgen over een voldongen feit → gefaseerde uitwerking met verdere onderzoeken en bestuurlijke afweging. Daarnaast zijn signalen uit participatie aanleiding geweest om aanvullende varianten en ruimtelijke denkrichtingen expliciet mee te nemen in de verdere afweging.

De gemeenteraad maakt op basis van deze Nota van Uitgangspunten een integrale afweging tussen:  ruimtelijke kwaliteit;  maatschappelijke meerwaarde;  leefbaarheid;  uitvoerbaarheid;  financiële haalbaarheid;  sport en ontmoeting;  en de bijdrage aan de woningbouwopgave. Na keuze van een voorkeursvariant volgt een vervolgfase waarin de gekozen richting nader wordt onderzocht en uitgewerkt binnen de vastgestelde randvoorwaarden en beoordelingscriteria. De participatie laat zien dat in Ankeveen niet alleen discussie bestaat over aantallen woningen, maar vooral over de manier waarop ontwikkeling ruimtelijk wordt ingepast binnen het dorp. Zorgen over schaal, openheid, privacy, verkeer, landschap en leefkwaliteit zijn daarom vertaald naar stedenbouwkundige uitgangspunten en ruimtelijke beoordelingscriteria voor de verdere uitwerking van de ontwikkeling. De volgende hoofdstukken werken deze ruimtelijke uitgangspunten verder uit.

18

3.

Stedenbouw en ruimtelijke structuur

De ontwikkeling in Ankeveen vindt plaats op de overgang tussen de dorpskern en het open veenweidelandschap. Juist die ligging maakt de locatie ruimtelijk gevoelig. De ruimtelijke afweging gaat daarom niet alleen over het toevoegen van woningen, maar vooral over de vraag hoe ontwikkeling kan plaatsvinden op een manier die past bij de schaal, structuur en identiteit van het dorp. De ruimtelijke uitgangspunten in deze Nota volgen uit de Omgevingswet, de provinciale omgevingsverordening, de ligging van de locatie en de stedenbouwkundige studie voor het centrum van Ankeveen (Vollmer & Partners, 15 september 2025). De daarin opgenomen inzichten zijn vertaald naar randvoorwaarden en toetsingscriteria voor de verdere uitwerking van de voorkeursrichting.

3.1 Ruimtelijke spelregels De voorkeursrichting en de verdere uitwerking daarvan moeten voldoen aan de volgende ruimtelijke spelregels.

3.1.1 Aansluiting op de schaal van het dorp Nieuwbouw moet aansluiten op de schaal en uitstraling van Ankeveen. Daarbij wordt rekening gehouden met:  bestaande woonstraten;  rooilijnen;  kapvormen;  hoogteopbouw;  en de herkenbare dorpse structuur van het lint. Met “korrel” wordt daarbij bedoeld dat bebouwing wordt opgebouwd uit kleinere herkenbare gebouwen die passen bij de schaal van het dorp, in plaats van grote aaneengesloten bouwmassa’s. Ook de bestaande rooilijnen spelen een belangrijke rol. Bebouwing moet logisch aansluiten op de bestaande structuur van het lint en de woonstraten, zodat de dorpse opbouw herkenbaar blijft en geen abrupt of stedelijk straatbeeld ontstaat. Grote aaneengesloten bouwblokken passen niet bij de schaal van Ankeveen en zijn daarom niet wenselijk.

3.1.2 Hoogteopbouw Gebouwen kennen een geleidelijke hoogteopbouw richting bestaande woningen en kwetsbare dorpsranden. Uitgangspunt is een hoogtebeeld van overwegend twee tot drie lagen. Beperkte hoogteaccenten kunnen onder voorwaarden aanvaardbaar zijn op locaties:  die logisch aansluiten op de bestaande dorpsstructuur;  waar voldoende afstand aanwezig is tot bestaande woningen;  en waar sprake blijft van een zorgvuldige overgang richting openbare ruimte en landschap. Bewoners hebben tijdens de participatie nadrukkelijk aandacht gevraagd voor bouwhoogte, privacy, zichtlijnen en de uitstraling van grotere bouwvolumes binnen het dorp. De beoordeling van bouwhoogte vindt daarom niet uitsluitend plaats op basis van het aantal lagen, maar op basis van de totale ruimtelijke impact van een ontwikkeling. Daarbij spelen onder andere een rol:  afstand tot bestaande woningen;  zichtlijnen; 19

   

privacy; schaduwwerking; hoe groot gebouwen aanvoelen; en de relatie met openbare ruimte en landschap.

Wijdemeren kent dorpse uitgangspunten; overwegend 2–3 lagen blijft hoofdregel; maar in deze specifieke situatie kunnen beperkte hoogteaccenten bijdragen aan:  minder ruimtebeslag;  behoud open landschap;  grotere afstand tot bestaande woningen;  compactere kernnabije opzet. Beperkte hoogteaccenten zijn daarom uitsluitend mogelijk indien met objectieve studies wordt aangetoond dat sprake blijft van:  een aanvaardbaar woon- en leefklimaat;  een passend dorpsbeeld;  beperkte schaduwwerking;  voldoende privacy;  en een zorgvuldige ruimtelijke overgang. Daarbij worden in de vervolgfase onder andere zichtstudies, bezonningsstudies, privacytoetsen en beeldkwaliteitsbeoordelingen betrokken.

3.1.3 Gebouwen gericht op straat en groen Gebouwen richten zich met voordeuren, ramen en verblijfsruimten op straten, groen en openbare ruimte. Blinde gevels en “achterkanten” richting dorp, landschap of openbare ruimte worden zoveel mogelijk voorkomen. Daarmee moet worden voorkomen dat openbare ruimte aanvoelt als achterkant van een ontwikkeling. Juist in een dorpse omgeving zijn sociale veiligheid, zichtbaarheid en contact met de openbare ruimte van groot belang. 3.1.4 Bescherming van dorpsrand en landschap De overgang tussen dorp en open landschap wordt behouden en waar mogelijk versterkt. Daarbij wordt uitgegaan van:  een groene dorpsrand;  behoud van zichtlijnen;  versterking van groen en water;  en een zorgvuldige overgang tussen bebouwing en landschap. Ontwikkeling aan de landschapsrand vraagt daarom altijd om een expliciete ruimtelijke en landschappelijke onderbouwing.

3.1.5 Menselijke maat en impact op de omgeving Bij de ruimtelijke beoordeling wordt niet alleen gekeken naar het aantal bouwlagen, maar vooral naar de vraag hoe een ontwikkeling eruitziet en wordt beleefd binnen het dorp. Juist uit de participatie blijkt dat bewoners ontwikkelingen niet alleen beoordelen op aantallen woningen, maar vooral op:  de afstand tot bestaande woningen;  behoud van privacy; 20

  

zichtlijnen; de hoeveelheid groen; en de vraag of Ankeveen herkenbaar blijft als dorp.

Bewoners geven daarbij aan zorgen te hebben over:  verlies van uitzicht;  inkijk vanuit appartementen;  aantasting van privacy;  en het gevoel dat grotere bouwmassa’s het dorpse karakter kunnen aantasten. Daarnaast leven zorgen over de afstand tussen nieuwe bebouwing en bestaande woningen. Met name aan de randen van het plangebied leeft de zorg dat nieuwe woningen of appartementengebouwen te dicht op bestaande woningen komen te staan. Vanuit een deel van de bewoners wordt daarnaast nadrukkelijk aandacht gevraagd voor het behoud van het karakter van bestaande woonbuurten rondom het plangebied. Daarbij leven zorgen over:  extra verkeer door bestaande woonstraten;  nieuwe loop- en wandelroutes direct langs bestaande woningen;  en een verschuiving van de rustige woonkwaliteit van bestaande buurten. Bewoners geven daarbij aan het belangrijk te vinden dat nieuwe ontwikkeling niet leidt tot een zwaardere belasting van bestaande woonranden en buurten.

3.2 Compactheid, landschap en voorkeursrichting Op basis van de stedenbouwkundige analyse, de participatie en de bestuurlijke afweging richt de voorkeursrichting zich op een compacte en kernnabije ontwikkelrichting. 3.2.1 Kernnabijheid en bestaande voorzieningen Ontwikkeling aan de zijde waar de bestaande dorpsstructuur al aanwezig is — zoals kerk, voorzieningen, wegen en bestaande bebouwing — sluit beter aan op het huidige dorp en beperkt de noodzaak voor nieuwe infrastructuur en uitbreiding richting het open landschap. Daarmee wordt de ontwikkeling zoveel mogelijk verbonden aan het bestaande dorp, in plaats van dat nieuwe bebouwing verder het landschap in schuift.

3.2.2 Sportcontinuïteit en ruimtelijke samenhang De gekozen richting maakt het mogelijk om sport op één robuust en toekomstbestendig veld te behouden, terwijl tegelijkertijd ruimte ontstaat voor woningbouw en openbare ruimte. Daarmee worden meerdere maatschappelijke functies gecombineerd:  behoud van sport en ontmoeting;  versterking van leefbaarheid;  en toevoeging van woningen binnen de bestaande kernstructuur. De ontwikkeling wordt daarmee niet uitsluitend benaderd als woningbouwlocatie, maar als integrale dorpsontwikkeling waarin wonen, sport en leefomgeving in samenhang worden georganiseerd. 3.2.3. Compactheid versus ruimtebeslag Binnen het plangebied concurreren wonen, sport, parkeren, groen, water, langzaam verkeer en openbare ruimte om dezelfde beperkte ruimte. Meer verspreide grondgebonden varianten vragen daarbij doorgaans meer ruimte voor ontsluiting, parkeren en directe speelvoorzieningen, waardoor de druk op open ruimte en dorpsranden toeneemt. De ruimtelijke analyse laat zien dat een lagere en meer verspreide variant niet automatisch ruimtelijk gunstiger uitpakt. Een grotere hoeveelheid grond die door bebouwing wordt ingenomen kan juist leiden tot: 21

   

meer ruimtebeslag; meer verharding; bebouwing dichter op bestaande woningen; en een grotere druk op bestaande woonbuurten.

Daarmee ontstaat een belangrijk ruimtelijk spanningsveld binnen de bestuurlijke afweging:  compactere bouwvormen kunnen invloed hebben op hoogtebeleving;  terwijl meer verspreide laagbouwvarianten juist sterker kunnen ingrijpen op ruimtegebruik, openbare ruimte en afstand tot bestaande woningen. Een compacte en kernnabije ontwikkelrichting kan in deze situatie onder voorwaarden ruimtelijk zorgvuldiger worden ingepast doordat:  functies meer geconcentreerd kunnen worden georganiseerd;  meer ruimte behouden kan blijven voor groen en water;  en de druk op bestaande woonranden beperkter kan blijven.

3.4 Bestuurlijke ruimtelijke afweging en vervolgfase De ruimtelijke analyse laat zien dat een compacte en kernnabije ontwikkelrichting onder voorwaarden ruimtelijk beter beheersbaar kan zijn dan een meer verspreide variant. Een compacte en kernnabije ontwikkelrichting kan bijdragen aan:  beperking van ruimtebeslag;  efficiënter ruimtegebruik;  meer samenhang tussen wonen, sport en openbare ruimte;  en een duidelijkere aansluiting op de bestaande dorpsstructuur. Bij meer verspreide varianten ontstaat sneller druk op beschikbare ruimte, infrastructuur en bestaande woonbuurten. Ook neemt de behoefte aan verharding, ontsluiting en parkeeroplossingen daarbij doorgaans toe. De bestuurlijke voorkeur richt zich daarom op een ontwikkelrichting die:  aansluit op de bestaande dorpsstructuur;  kernnabij wordt ontwikkeld;  zorgvuldig omgaat met landschap en dorpsranden;  en voldoet aan de uitgangspunten voor leefbaarheid, menselijke maat en ruimtelijke kwaliteit. Deze locatie is daarbij niet zonder meer vergelijkbaar met andere locaties binnen de gemeente. De combinatie van:  kernnabijheid;  sport en maatschappelijke voorzieningen;  de lokale oorsprong van het initiatief;  en de ligging op de overgang tussen dorp en landschap, maakt deze situatie ruimtelijk en bestuurlijk bijzonder.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17039351/1