CConstaterende datWijdemeren
Koppel je AI →
Document · PDF

2022-09-15 Brief en bijlage Startnotitie regionale samenwerkingsagenda 2022 - 2026 na AB2

gemeenteraad 12 december 2022, gemeente WijdemerenBij agendapunt: Zienswijze Regionale Samenwerking Agenda Regio Gooi & Vechtstreek. (Het voorstel is zonder stemming aangenomen.)5.571 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Onderwerp: Zienswijze startnotitie Regionale samenwerkingsagenda 20232026 Geachte colleges, cc. gemeentesecretarissen, griffies, algemeen bestuur, Hierbij ontvangt u van het algemeen bestuur van Regio Gooi en Vechtstreek de startnotitie Regionale samenwerkingsagenda 2023-2026. De gemeenteraden worden in de gelegenheid gesteld om uiterlijk 19 december 2022 een zienswijze kenbaar te maken. @griffies: morgen tijdens het griffiersoverleg stem ik graag nog even met jullie af in verband met doorgeleiding naar de raden van de startnotitie voor het Regiocongres. Let op (DIV): dit is een uitsluitend digitale verzending via de emailadressen die daarvoor zijn aangewezen door de gemeenten.

Met vriendelijke groet, Marlies van der Linden Bestuurssecretaris

Startnotitie Regionale samenwerkingsagenda 2023 – 2026

Kenmerk

22.0003046

Datum

8 september 2022

Contact

j.agricola@regiogv.nl

INHOUD INLEIDING

2

REGIONALE SAMENWERKING

2

STARTNOTITIE REGIONALE SAMENWERKINGSAGENDA

2

LEESWIJZER

2

1 REGIONALE SAMENWERKINGSAGENDA 2023 – 2026

3

DOEL EN REIKWIJDTE REGIONALE SAMENWERKINGSAGENDA Omschrijving regionale opgaven Gesprek tussen gemeenteraden Agenda-tool

3 3 3 3

PROCES Fasering Regiocongres en Regiopodia Vertaling in bestuurlijke uitvoeringsprogramma’s

3 3 4 4

PLANNING

5

PROCEDURE Gemeenteraden lokaal aan zet Eenduidige & gelijktijdige informatievoorziening Vaststelling

5 5 5 6

2 OPGAVEN

7

BOUWEN & WONEN Verhoging van de bouwproductie Verdeling van de woningvoorraad

7 7 7

ECONOMIE & INNOVATIE Ruimte voor kansrijke sectoren Duurzaam investeren in de beroepsbevolking en het vestigingsklimaat

8 8 9

GEZONDHEID & ONDERSTEUNING Gezondheid & preventie voorop Samenwerken aan passende zorg thuis

9 10 10

JEUGD & ONDERWIJS Kansrijke start voor ouders en kinderen In wijk en regio jeugdzorg op maat

10 10 10

MILIEU & DUURZAAMHEID Energietransitie & energiebesparing Een circulair Gooi en Vechtstreek

11 11 11

RUIMTE & MOBILITEIT Behoud van de groene en gezonde leefomgeving Stedelijke verdichting rondom OV knooppunten

11 12 12

Een bereikbaar Gooi en Vechtstreek

12

WERK & PARTICIPATIE Krapte op de arbeidsmarkt: impact op vitale sectoren Mismatch tussen werk en werkzoekenden Inclusieve arbeidsmarkt & samenleving

12 12 13 13

BIJLAGE 1 DE REGIONALE SAMENWERKING IN EEN NOTENDOP

14

VOOR INWONERS, MET GEMEENTEN

14

HISTORIE REGIONALE SAMENWERKINGSAGENDA

14

BESLUITVORMING STRATEGISCHE OPGAVEN

15

SAMENWERKING MET STAKEHOLDERS

15

SAMENWERKING BINNEN DE MRA

15

1

Inleiding Regionale samenwerking In opdracht van de zeven gemeentebesturen van Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren voert de Regio gemeentelijke taken uit. Dit betreft vooral dienstverlening aan inwoners. Daarnaast werken gemeenten samen in de beleidsvoorbereiding op regionale opgaven. Besluiten die voortkomen uit deze afstemming en samenwerking worden genomen door het eigen college en de eigen raad. De Regionale Samenwerkingsagenda is ondersteunend voor deze beleidsmatige samenwerking. In de vorige raadsperiode zijn afspraken gemaakt om het proces van regionale besluitvorming te verbeteren.1 Zo start een traject altijd met een startnotitie en streven we naar informatiesymmetrie. Dit wil zeggen dat de raden dezelfde stukken in dezelfde vorm behandelen in een zo kort mogelijke tijdspanne.

Startnotitie Regionale samenwerkingsagenda Doel van de Regionale samenwerkingsagenda is om de gemeenteraden in staat te stellen te sturen op de samenwerking bij regionale opgaven. Hiermee kunnen de gemeenteraden invulling geven aan het eigenaarschap op de agenda en de samenwerking tussen de gemeenten. De startnotitie is de eerste stap naar de vaststelling van de Regionale samenwerkingsagenda 20232026. De gemeenteraad wordt gevraagd haar zienswijzen te geven op de startnotitie. Wij stellen u hierbij vier vragen: 1. Kunt u zich vinden in het omschreven doel en reikwijdte van de Regionale samenwerkingsagenda? 2. Kunt u zich vinden in het voorgestelde proces, planning en procedureafspraken? 3. Onderschrijft u de beschreven regionale opgaven? 4. Op welke regionale opgaven wilt u met de andere gemeenteraden in gesprek gaan?

Leeswijzer Hoofdstuk 1 van de startnotitie beschrijft eerst het doel en reikwijdte van de Regionale samenwerkingsagenda (vraag 1) en vervolgens het traject naar vaststelling van de agenda, op proces, planning en de procedureafspraken (vraag 2). Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de regionale opgaven die de basis vormen van de samenwerking (vraag 3 en 4). Bijlage 1 geeft achtergrondinformatie bij de regionale samenwerking in het algemeen en de historie van de Regionale samenwerkingsagenda.

1

Aanbevelingen regionale raadswerkgroep ‘ Verbetering Governance Regio’, zie ook de bijlage. 2

1 Regionale samenwerkingsagenda 2023 – 2026 Doel en reikwijdte Regionale samenwerkingsagenda Doel van de Regionale samenwerkingsagenda is om de gemeenteraden in staat te stellen te sturen op de samenwerking bij regionale opgaven, in beleidsvoorbereiding en belangenbehartiging. Door erkenning van en onderlinge afstemming op de regionale opgaven kunnen de gemeenteraden hun eigenaarschap op de regionale samenwerking beter invullen. De Regionale samenwerkingsagenda bestaat dan ook uit drie elementen; 1. een omschrijving van regionale opgaven waarop gemeenten willen samenwerken 2. een duiding vanuit gemeenteraden op welke regionale opgaven zij onderling als gemeenteraden intensiever in gesprek willen 3. een agenda-tool die inzicht en overzicht geeft voor de gemeenteraden wanneer welk onderwerp in de raad kan worden geagendeerd Omschrijving regionale opgaven De Regionale samenwerkingsagenda beschrijft de regionale opgaven waarop gemeenten samenwerken maar is niet kaderstellend. Vanuit de samenwerking op de regionale opgaven worden door de colleges kaderstellende producten opgeleverd, zoals een visie of verordening, die door de lokale raden worden vastgesteld. De autonomie blijft bij gemeenten. 2 Gesprek tussen gemeenteraden De besluitvorming op regionale opgaven wordt bestuurlijk voorbereid.

De gemeenteraden worden bij de start betrokken met een startnotitie en worden geïnformeerd met informatiebrieven of een Webinar. In de Regionale samenwerkingsagenda geven de gemeenteraden daarnaast aan op welke regionale opgaven zij als gemeenteraden onderling het gesprek willen voeren en standpunten willen uitwisselen. Vanwege de agendadruk en behoefte aan focus zal dit zich tot een aantal opgaven beperken. Het algemeen bestuur faciliteert de uitwisseling tussen gemeenteraden. Agenda-tool In de agenda wordt voor alle raadstrajecten aangegeven wat er wanneer in de raad kan worden geagendeerd. Dit geeft inzicht en overzicht voor de raadsleden. De agenda wordt regelmatig geactualiseerd. Het tijdpad van trajecten is niet altijd bij het begin van de bestuursperiode bekend. Bijvoorbeeld omdat uitwerking vanuit Rijk of provincie nog moet worden afgewacht. Of omdat binnen een traject nog proceskeuzes gemaakt moeten worden op basis van de behandeling van de startnotitie in de raden.

Proces Fasering De Regionale samenwerkingsagenda komt tot stand in drie fasen. In de eerste en laatste fase hebben de gemeenteraden een centrale en legitimerende rol in het proces. Het algemeen bestuur voert de regie op de totstandkoming van de Regionale samenwerkingsagenda. Vanuit het algemeen bestuur is de vicevoorzitter (Nanning Mol) bestuurlijk trekker voor de totstandkoming van de Regionale samenwerkingsagenda.

2

Met uitzondering van de gevallen waarin het overgedragen taak aan de Regio betreft. Dan is het Regiobestuur besluitvormend. 3

De bestuurlijk trekker is bij de behandeling van de Regionale samenwerkingsagenda actief zichtbaar in de gemeenteraden en tijdens Webinars/Regiopodia over dit onderwerp.

Fase 1 Startnotitie Sept-dec 2022

Fase 2 Verwerken zienswijzen Jan-maart 2023

Fase 3 Vaststellen RSA April-juni 2023

Startnotitie

Het algemeen bestuur stelt een startnotitie op en legt deze ter zienswijze voor aan de gemeenteraden.

Verwerken

Het algemeen bestuur bespreekt de zienswijzen met elkaar en met de raden tijdens een Regiopodium en neemt deze mee bij het opstellen van de Regionale samenwerkingsagenda.

Vaststellen

Het algemeen bestuur legt op een definitief ontwerp Regionale samenwerkingsagenda voor, ter vaststelling door de gemeenteraden

De Regionale samenwerkingsagenda is in de vorm die in deze startnotitie wordt voorgesteld vooral faciliterend en beschrijvend van karakter en niet kaderstellend (zie paragraaf doel en reikwijdte). Daarom acht het algemeen bestuur het mogelijk om in de hierboven beschreven drie fasen tot vaststelling te komen. Indien uit de behandeling van de startnotitie in de gemeenteraden blijkt dat een extra tussenstap wenselijk is dan kan in fase 2 besloten worden om op basis van de zienswijzen een extra stap aan het proces toe te voegen. Deze keuze heeft als consequentie dat het traject langer gaat duren en niet voor de zomer van 2023 wordt afgerond. Regiocongres en Regiopodia Op 19 september 2022 is het Regiocongres voor alle gemeenteraadsleden: een inspiratie congres met sprekers over de regionale strategische opgaven en de wereld er omheen.. In februari 2023 is een Regiopodium gepland. Deze bijeenkomst is bedoeld voor uitwisseling en dialoog tussen raadsleden en het algemeen bestuur. Vertaling in bestuurlijke uitvoeringsprogramma’s De beleidsvoorbereiding en bestuurlijke afstemming op de regionale opgaven ligt bij zeven thematische portefeuillehoudersoverleggen. Zij vertalen per portefeuillehoudersoverleg de regionale opgaven in een bestuurlijk uitvoeringsprogramma waarin een handelingsperspectief wordt gegeven voor de bestuurlijke beleidsvoorbereiding.

De besluitvormende bevoegdheid in de samenwerking blijft bij gemeenten. Het uitvoeringsprogramma wordt gevoed vanuit de wensen van gemeenten, de Regionale samenwerkingsagenda, rijksbeleid en autonome ontwikkelingen. Deze wordt periodiek geactualiseerd. Na vaststelling wordt het uitvoeringsprogramma gecommuniceerd via de website van de Regio Gooi en Vechtstreek.

4

Planning3 Datum 8 september

Wie Algemeen bestuur

Wat Startnotitie vaststellen en vrijgeven voor zienswijzen

19 september

Gemeenteraden

Regiocongres (kennis/inspiratie)

15 sept –19 dec

Gemeenteraden

Lokale behandeling startnotitie/zienswijze

Eind jan / begin feb 2023

Algemeen bestuur

Bespreking opbrengst startnotitie en voorbereiding Regiopodium

13 of 20 feb 2023

Gemeenteraden

Regiopodium, bespreken opbrengst zienswijzen startnotitie

maart 2023

Algemeen bestuur

Definitief ontwerp RSA vaststellen

3 april – 26 juni 2023

Gemeenteraden

Definitieve RSA lokaal vaststellen

Procedure Gemeenteraden lokaal aan zet Als er richting gegeven wordt of als er besluiten genomen worden, dan doet de gemeenteraad dat lokaal. Regiopodia zijn altijd informatief van aard en bedoeld voor de uitwisseling van kennis, beelden en inzichten. Eenduidige & gelijktijdige informatievoorziening Eenduidige en gelijktijdige informatievoorziening is van groot belang om met elkaar een zorgvuldig proces te doorlopen om te komen tot een Regionale samenwerkingsagenda. Het algemeen bestuur zorgt dat gemeenteraden dezelfde informatiepositie hebben in lijn met de aanbevelingen van de regionale raadswerkgroep ‘ Verbetering Governance Regio’. Daartoe hanteert het algemeen bestuur de volgende uitgangspunten:

3

Uitgangspunt 1

Een eenduidige beantwoording van vragen Gemeenteraden stellen hun vragen rechtstreeks en voorafgaand aan de behandeling aan het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur voorziet de vraag z.s.m. van reactie, deelt de vraag en de reactie via de griffies met alle gemeenteraden en publiceert deze op de Regio website (tenzij vertrouwelijk).

Uitgangspunt 2

Voldoende tijd voor zienswijze Het algemeen bestuur houdt rekening met een zienswijze termijn van minimaal 8 weken exclusief reces en betrekt daarbij de vergaderdata van de raden in die periode.

Uitgangspunt 3

Een eenduidige beantwoording van moties / amendementen Het streven is om met elkaar eenzelfde samenwerkingsagenda vast te stellen. Het proces met een zienswijzeronde over de startnotitie en een Regiopodium over de opbrengst hiervan biedt de mogelijkheid aan de raden om de verschillende standpunten te betrekken bij de behandeling van de Regionale samenwerkingsagenda. De raden behouden daarbij altijd hun bevoegdheid om het definitieve voorstel te amenderen of een motie in te dienen. Indien raadsleden een motie of amendement op de definitieve samenwerkingsagenda willen indienen, dan doen zij er voor het regionaal draagvlak verstandig aan deze

De planning voor 2023 is indicatief omdat de exacte data van vergaderingen nog niet bekend zijn. 5

tijdig kenbaar te maken bij collega raadsleden van de regiogemeenten. Het algemeen bestuur wil dit proces faciliteren door moties en amendementen die tijdig bij haar kenbaar worden gemaakt te voorzien van een reactie en deze via de griffies te verspreiden onder alle gemeenteraden. Vaststelling Gemeenteraden stellen de Regionale samenwerkingsagenda lokaal vast. Het streven is om met elkaar eenzelfde samenwerkingsagenda vast te stellen. Mochten er toch afwijkingen zijn tussen de vastgestelde agenda’s van gemeenten, dan stelt het algemeen bestuur vast hoe zij daar invulling aan geeft.

6

2 Opgaven Gemeenten staan voor grote maatschappelijke opgaven. De regiogemeenten bepalen gezamenlijk wanneer er sprake is van een regionale maatschappelijke opgave. Om dat proces zo goed mogelijk te begeleiden heeft de Regio Gooi en Vechtstreek langs de huidige portefeuilles de regionale opgaven voor de komende vier jaar in kaart gebracht. Gemeenteraden bepalen op welke regionale opgaven zij met de andere gemeenteraden in gesprek willen gaan. Afwegingen die hierbij een rol spelen zijn o.a.: urgentie, impact, meerwaarde van gezamenlijke aanpak en budgettaire consequenties.

Bouwen & wonen Verhoging van de bouwproductie Het woonakkoord Gooi en Vechtstreek4 gaat, gelet op de groei van de bevolking en het aantal huishoudens, uit van een opgave om de komende 20 jaar 9.800 woningen (Regio, exclusief Weesp) toe te voegen aan de voorraad, waarbij de behoefte tot 2030 het grootst is (+6.900). Met de nationale bouwagenda5 stuurt het Rijk met regionale woondeals tussen provincies en regio’s op verhoging van de bouwproductie en het ‘fair share’ principe: 1/3 nieuwbouw is sociaal + 1/3 nieuwbouw is betaalbaar (tot Nationale Hypotheek Garantie); 1/3 voorraad is sociaal (in Gooi en Vechtstreek is nu 25% sociaal); 1/3 woningtoewijzingen is aan aandachtsgroepen. Figuur 1 Rijksoverheid, programma woningbouw, Regie op de bouwopgave: de regionale woondeals

Verdeling van de woningvoorraad Deze raadsperiode komt er ook een woondeal voor het Gooi en de Vechtstreek,waarmee de gemeenten invulling geven aan: 1) de omvang van de regionale bouwproductie; 2) de verdeling van de bouwproductie en woningvoorraad binnen het Gooi en de Vechtstreek.

4 https://www.regiogv.nl/wp-content/uploads/2021/04/210429-Woonakkoord-Gooi-en-Vechtstreek.pdf 5

https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/03/11/nationale-woon-en-bouwagenda 7

Economie & innovatie Het Centraal Planbureau maakt in het ‘Centraal economisch plan 20226’ de economische impact van de oorlog in Oekraïne en het coronavirus inzichtelijk. De hoge energieprijzen werken ongelijk door in de koopkracht van huishoudens. Tegelijk groeit de economie en blijft de arbeidsmarkt krap.

Figuur 2 Centraal Planbureau, Centraal economisch plan 2022

Bij blijvend hoge prijzen van energie en andere vaste lasten kunnen op termijn tussen de 670.000 en 1,2 miljoen huishoudens moeite krijgen met het betalen van hun maandelijkse lasten. Dat komt neer op tussen de 9% en 15% van alle huishoudens 7. Deze ontwikkeling laat zien dat het onzekere tijden zijn voor inwoners, bedrijven en overheden. Ruimte voor kansrijke sectoren De werkgelegenheid in de regio loopt niet gelijk op met de beroepsbevolking. Verhoudingsgewijs verplaatsen veel bedrijven naar een plek buiten de regio, door het ontbreken van schuifruimte. Iets minder dan de helft van alle werkzame inwoners heeft een baan in het Gooi en de Vechtstreek zelf: in 2019 zo’n 61.000 personen 8. Er is sprake van behoorlijke inkomende en uitgaande pendel, waarbij met name de media-gerelateerde bedrijvigheid aantrekkingskracht uitoefent op werknemers uit andere delen van Nederland. Figuur 3 laat zien dat de economische groei van het Gooi en de Vechtstreek drijft op ICT- en media: ruim 17 procent van het bruto regionaal product en een aandeel van 12% van de werkgelegenheid in 2019. De zorgsector is met 14% werkgelegenheid een nog grotere werkgever in het Gooi en de Vechtstreek. Ook de zakelijke dienstverlening, groot- en detailhandel zijn groeisectoren. Figuur 3 MRA, economische verkenningen, ICT zeer bepalend voor economische groei in Gooi en Vechtstreek

6 https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/Centraal-Economisch-Plan-CEP-2022.pdf 7 https://www.cpb.nl/stresstest-kosten-van-levensonderhoud# 8

https://www.metropoolregioamsterdam.nl/wp-content/uploads/2021/12/EVMRA-2021.pdf 8

Duurzaam investeren in de beroepsbevolking en het vestigingsklimaat De balans tussen wonen en werken is belangrijk voor de leefbaarheid in de regio. Kwalitatief en kwantitatief; dit betekent dat er voldoende werkgelegenheid is en dat deze ook aansluit bij de samenstelling van de beroepsbevolking. Het Gooi en de Vechtstreek wordt omringd door economische groeiregio’s: Amsterdam, Utrecht, Almere en Amersfoort. Bij ongewijzigd beleid trekken zowel bedrijven als arbeidskrachten naar omliggende groeiregio’s. Voor het behoud van een gezonde woon-werk balans is het van belang dat er aandacht is voor: 1. voldoende ruimte voor werkgelegenheid en bedrijven; 2. een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven en arbeidskrachten (bereikbare werklocaties, praktisch en hoger onderwijs, betaalbare woningen); 3. er geïnvesteerd wordt in de economie en de beroepsbevolking van de toekomst (media en digitalisering, zorg, human capital).

Gezondheid & Ondersteuning Het aantal inwoners in het Gooi en de Vechtstreek groeit van 257.000 inwoners in 2020 met 5,5% naar 272.000 inwoners in 2050. In dezelfde periode verdubbelt het aantal 80-plussers naar 30.000 in 2050. Ook het aantal 65-plussers stijgt met 4,9% naar 42.000 en het aantal jongeren met 4,4% naar 62.000 in 2050. De beroepsbevolking krimpt van 143.000 in 2020 met -3,5% naar 138.000 in 2050. In 2050 is de omvang van de beroepsbevolking in het Gooi en de Vechtstreek bijna net zo groot als de omvang van het overige deel van de bevolking. Grafiek 1 CBS, Bevolkingsontwikkeling 1995 – 2020 en bevolkingsprognose 2020 – 2050 Corop regio Gooi en Vechtstreek (incl. Weesp) 300.000 280.000 260.000 240.000 220.000 200.000 180.000 160.000 140.000 120.000 100.000 80.000 60.000 40.000 20.000 0

Prognose

80 jaar en ouder 65-80 jaar 20-65 jaar 0 - 20 jaar

Steeds meer mensen leven langer met chronische gezondheidsklachten en wonen ook langer zelfstandig thuis. Gevolg van de vergrijzing en decentralisatie van grote delen van de zorg thuis is dat de zorgbehoefte onder ouderen toeneemt. De houdbaarheid van de zorg komt voor gemeenten (financieel) en zorgorganisaties (voldoende arbeidskrachten) steeds meer onder druk te staan. Elk jaar groeit het aantal inwoners dat zorg en ondersteuning ontvangt vanuit de gemeenten. Daarnaast komt de houdbaarheid onder druk te staan door de toegenomen complexiteit van de samenleving. De toegenomen mentale druk groeit steeds vaker uit in een psychische klacht of aandoening. We zien dat mensen wegens tekorten in de zorg langer moeten wachten op de passende zorg9.

9 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/geestelijke-gezondheidszorg/documenten/publicaties/2021/05/19/discussienota-

toekomst-ggz 9

Gezondheid & preventie voorop Om de zorg in de toekomst betaalbaar te houden is het van belang de beweging van zorg naar gezondheid te realiseren door te zorgen voor een gezondere bevolking door: 1. een groene en gezonde leefomgeving; 2. wijkgerichte inzet op preventieve en kortdurende leefstijl- en gezondheidsinterventies; 3. gezondheidsverschillen tussen inwoners en wijken te verkleinen. Samenwerken aan passende zorg thuis Zorgen voor een passende inzet van zorg door: 1. goed samen te werken met de langdurige en verzekerde zorg bij het mogelijk maken van het langer zelfstandig thuis wonen met zorg; 2. lichtere vormen van zorg en ondersteuning op basis van beschikbaarheid in de wijk vorm te geven; 3. specialistische vormen van zorg en ondersteuning op maat gezamenlijk vorm te geven, waarbij de menselijke maat centraal staat.

Jeugd & Onderwijs GGD Gooi en Vechtstreek doet onderzoek10 naar de impact van corona op de ervaren gezondheid van kinderen en jongeren: corona heeft een behoorlijk impact op de ontwikkeling van de gezondheid van kinderen en jeugdigen uit het Gooi en de Vechtstreek. De verwachting is dat de negatieve gevolgen voor de meeste kinderen vanzelf overgaan, waarbij kinderen in kwetsbare posities hier mogelijk meer tijd en/of hulp bij nodig hebben. Het aantal kinderen met jeugdzorg nam de afgelopen jaren flink toe, de hoeveelheid zorg per kind bleef de afgelopen jaren wel stabiel. Waar in 2015 1 op de 10 jongeren jeugdhulp ontving, is dit in 2021 gestegen naar 1 op de 7.5. In het Gooi en de Vechtstreek is dat beeld wel wisselend: in Hilversum heeft 1 op de 10 jongeren hulp, in Huizen 1 op de 7.5. De toename zien we vooral bij de lichtere vorm van begeleiding; de ambulante jeugdhulp. Ondanks de toegenomen ondersteuningsbehoefte onder ouders en kinderen bezuinigt het Rijk op de jeugdzorg. Aan deze bezuinigingsopgave is een landelijke hervormingsagenda11 verbonden. Met de gestegen vraag is ook de arbeidsmarktkrapte toegenomen. Dit maakt dat de werkdruk in delen van de jeugdzorg erg hoog is. Jeugdprofessionals maken zich zorgen of zij hun werk nog naar behoren kunnen uitoefenen. Hervormingen zijn nodig om ervoor te zorgen dat jongeren en gezinnen de juiste en tijdige hulp ontvangen.

Hervormingen zijn ook nodig om de jeugdzorg betaalbaar te houden. Kansrijke start voor ouders en kinderen Een kansrijke start voor ouders en kinderen: 1. door gezondheidsverschillen met gerichte ondersteuning te verkleinen; 2. door het aanleren van gezondheidsvaardigheden en versterken van (stevig) ouderschap; 3. vroegtijdig kinderen en hun omgeving (ouders, school, huisarts, sport) preventief en licht te ondersteunen bij zorgvragen. In wijk en regio jeugdzorg op maat In wijk en regio zorgen voor aan passende inzet van jeugdzorg: 1. beschikbaarheid van lichte en preventieve jeugdzorg (vorming van wijkteams) daar waar kinderen en hun ouders (zorg)vragen stellen (school, huisartsenpraktijk, wijkcentra, sportvereniging);

10 https://www.ggdgv.nl/voor-professionals/gezondheidsmonitor/corona-gezondheidsmonitor-jeugd-2021-2/ 11

https://vng.nl/sites/default/files/2021-10/infographic-hervormingsagenda.pdf 10

2. versterken van de verbinding tussen de lichte en preventieve jeugdzorg en de verwijzers (normaliseren en demedicaliseren); 3. specialistische vormen van zorg en ondersteuning op maat gezamenlijk vorm te geven, waarbij de menselijke maat en administratieve lastenvermindering centraal staan.

Milieu & Duurzaamheid Er ligt een wereldwijde opgave om de opwarming van de aarde te beperken zodat klimaatverandering hanteerbaar blijft. Gooi en Vechtstreek streeft naar klimaat neutraliteit in 2050 en is in dat jaar klimaatadaptief ingericht. We moeten onze uitstoot van broeikasgassen drastisch terugbrengen, om het doel uit het Parijsakkoord (2015) van maximaal 1.5°C te halen en daarmee de klimaatverandering binnen de perken te houden. Daarvoor moeten we de omslag maken naar een toekomstbestendige economie, overgaan op duurzame energie en energiegebruik sterk terugdringen. Daarbij moeten we ook aandacht hebben voor de grondstoffen die we gebruiken. Een aantal klimaatopgaven vindt vooral in de ruimtelijke ordening hun beslag, zoals stikstofreductie en klimaatadaptatie. Energietransitie & energiebesparing We staan voor de uitdaging om in 2030 onze CO2 uitstoot met zeker 55% te verminderen. In 2050 moeten we onze CO2 uitstoot volledig terugdringen. Aan die doelen hebben Nederland en de regiogemeenten In Gooi en Vecht zich verbonden via het Nationaal Klimaatakkoord. Op nationaal niveau wordt o.a. ingezet via een Nationaal Programma Regionale Energie Strategie (RES) en een landelijke isolatieprogramma en wordt extra ingezet op verduurzaming van het bedrijfsleven. Daartoe is ook extra geld beschikbaar vanuit een klimaat- en transitiefonds.

Voor de (regio)gemeenten richt de pijler Energietransitie zich op het verduurzamen van de gebouwde omgeving (besparing) en hernieuwbare energie (opwek) via de RES en de Transitievisie Warmte (TVW). Een circulair Gooi en Vechtstreek In het Gooi en de Vechtstreek loopt net als in de rest van Nederland, de natuurkwaliteit en biodiversiteit achteruit. Volgens de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli) is de biodiversiteitscrisis even groot als de klimaatcrisis. Het werken aan een toekomstbestendige leefomgeving kan naast de invalshoek van de ruimtelijke ordening worden versterkt op wijkniveau. De wijze waarop we produceren en consumeren leidt tot uitputting van grondstoffen en te grote globale afhankelijkheid. Daarbij is de impact van vervuilende stoffen in ons milieu groot voor de natuur en onze eigen gezondheid. Een circulaire economie draagt in belangrijke mate bij aan het terugdringen van broeikasgassen (CO2) en het voorkomen van verdere klimaatverandering. Gedacht kan worden aan het terugdringen en voorkomen van afval, het stimuleren van kringloopbedrijvigheid en de deeleconomie, slimme retourlogisitiek en het verduurzamen van bouw- en materiaalketens in de regio. Het ontwikkelen van hubs en het creëren van ruimte voor circulaire bedrijvigheid hoort daarbij.

Ruimte & Mobiliteit Het Koersdocument Gooi en Vechtstreek 204012 is een bouwsteen voor lokale omgevingsvisies. Het beschrijft de belangrijkste regionale opgaves in relatie tot de ruimtelijke inrichting van het Gooi en de Vechtstreek. Deze opgaves komen ook terug in de MRA Verstedelijkingsstrategie13, waarover op de schaal van de Metropoolregio Amsterdam (MRA) wordt afgestemd met het Rijk.

12 https://www.regiogv.nl/wp-content/uploads/2021/03/Koersdocument-Gooi-en-Vechtstreek_def.pdf 13

https://www.metropoolregioamsterdam.nl/project/verstedelijkingsstrategie/ 11

Behoud van de groene en gezonde leefomgeving Het landschap in Gooi en Vechtstreek is uniek. De grote diversiteit in het landschap is van waarde als drager van cultuurhistorische waarden, vanwege de aanwezige biodiversiteit, landbouw, en recreatieve mogelijkheden. Het is een belangrijk onderdeel van de prettige woon- en leefomgeving en het vestigingsklimaat. Vitale natuur is cruciaal voor een leefbare regio. Mensen hebben natuur nodig voor hun gezondheid, schoon drinkwater, gezond voedsel en voor schone lucht. We willen dit landschap behouden, waar nodig herstellen en waar mogelijk versterken en ontwikkelen. De gevolgen van klimaatverandering (hevigere regenval, langere periodes van droogte, hitte en mogelijke overstroming of tijdelijke wateroverlast) worden al zichtbaar in de fysieke leefomgeving en leiden tot problemen, nu en in de toekomst. We moeten ons voorbereiden en aanpassen aan de klimaatverandering om een gezonde en toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Het gaat bijvoorbeeld om wateropslag, het tegengaan van hittestress en een goede luchtkwaliteit. Maar ook de opgave om de uitstoot van broeikassen te verminderen. In de natuur en landbouw ontstaan uitdagingen door verdroging en verzilting.

Provincie en Waterschap hebben voorgesteld om samen met gemeenten een gebiedsgerichte agenda op te stellen, waarbij de regio een rol heeft als verbinder richting het bovenregionale. Daarin worden afspraken gemaakt op welke opgaven de provincie en waterschap in de lead zijn en welke opgaven liggen bij gemeenten. Deze zouden gebiedsgericht en integraal kunnen landen in gebiedsaanpakken en lokaal beleid. Stedelijke verdichting rondom OV knooppunten Inwoners van het Gooi en de Vechtstreek bewegen zich door de regio voor hun werk, voorzieningen of om te recreëren. Ook de woningmarkt kent een belangrijke regionale factor. Met het schaarser worden van de ruimte, maar ook door veranderingen op het gebied van digitalisering en demografie, wordt het steeds belangrijker om wonen, werken, voorzieningen en mobiliteit in samenhang te zien. Een gebiedsgerichte aanpak biedt de kans om in een ontwikkeling de opgaven te laten samenkomen en zo bij te dragen aan de leefbaarheid en een toekomstbestendig sterk netwerk van steden en dorpen. Aantrekkelijke en toegankelijke OV knooppunten van waaruit werk, wonen en recreëren te bereiken zijn dragen bij aan de leefbaarheid en de bereikbaarheid van de kernen. Met een gevarieerd woon-, werk- en voorzieningenprogramma bij gebiedsontwikkelingen rondom de knooppunten op de Gooicorridor kan de economische activiteit worden vergroot.

Voor de bestaande kleinere kernen verder gelegen van de OV knooppunten is behoud van de leefbaarheid belangrijk en snelle ontsluiting richting de bestaande OV knooppunten in de regio, o.a. via fiets. Een bereikbaar Gooi en Vechtstreek Bereikbaarheid is een belangrijke randvoorwaarde voor prettig wonen, werken en recreëren, voor de leefbaarheid van alle kernen en voor een goed vestigingsklimaat. Mensen moeten zich eenvoudig en met een goed ervaren kwaliteit door ons gebied kunnen verplaatsen. Bij voorkeur met een zo laag mogelijke belasting voor natuur en milieu. De druk op het wegennet neemt toe. Gebruik van het openbaar vervoer en de fiets is belangrijk om het wegennet te ontlasten en om te komen tot duurzamer vervoer. Voor kwetsbare groepen is dit juist belangrijk omdat zij het alternatief van de auto niet altijd hebben en vervoersarmoede dreigt.

Werk & Participatie Krapte op de arbeidsmarkt: impact op vitale sectoren De arbeidsmarkt wordt al een aantal jaren krapper. Die beweging is in 2013 ingezet en is, behoudens een trendbreuk door corona, niet meer gestopt, zoals uit figuur 1 blijkt 14. In 2021 werd voor het eerst

14

https://www.cbs.nl/item?sc_itemid=cc45b446-91d9-4ee1-8bf1-76f70b959b7f&sc_lang=nl-nl 12

sinds 50 jaar het punt bereikt dat er meer vacatures zijn dan werklozen. Die tendens zet door. Na het eerste kwartaal 2022 kon het aantal van 451.000 vacatures worden genoteerd tegenover 338.000 werklozen. Dit betekent dat er tegenover elke 100 werklozen 133 vacatures staan. Figuur 4 CBS, Openstaande vacatures en werkloze beroepsbevolking

De krapte op de arbeidsmarkt heeft invloed op het functioneren van vitale diensten in onze samenleving. De kwaliteit van de zorg, het onderwijs, openbaar vervoer, energievoorziening en vele andere vitale sectoren wordt sterk beïnvloed door een gebrek aan voldoende gekwalificeerd personeel. Mismatch tussen werk en werkzoekenden We spreken van een mismatch op de arbeidsmarkt op het moment dat er wel aanbod is van mensen die zouden kunnen werken, maar nu niet aan het werk zijn. In totaal gaat het, gemeten na het 1 e kwartaal 2022, om een onbenut arbeidspotentieel van 1,1 miljoen mensen 15. Voor een groot deel gaat het om het bereiken, het verleiden, het mobiliseren, het om- en bijscholen van het onbenut arbeidspotentieel. Voor een deel bestaat de mismatch eruit dat de kennis en vaardigheden niet aansluiten bij hetgeen nu wordt gevraagd op de arbeidsmarkt en voor een ander deel in persoonlijke keuzes van mensen om niet te werken (denk aan het voorrang geven aan de opvoeding van kinderen). Daarnaast is er een groep Nederlanders met een grote afstand tot werk, doordat zij belemmerd worden in termen van gezondheid, schulden en andere problemen. Inclusieve arbeidsmarkt & samenleving Om de krapte op de arbeidsmarkt aan te kunnen pakken, is het noodzakelijk om met het onderwijs en het bedrijfsleven werk te maken van een inclusieve arbeidsmarkt.

Beperkingen, taalbarrières, seksuele geaardheid of andere zaken zijn nog te vaak impliciete uitsluitingsgronden op de arbeidsmarkt. Met de juiste ondersteuning is het mogelijk om dit onbenutte arbeidspotentieel inclusief in te zetten op de arbeidsmarkt.

15 https://nos.nl/artikel/2429125-recordkrapte-op-de-arbeidsmarkt-133-vacatures-per-100-werklozen Nog een primaire bron

bijzoeken ipv deze secondaire. 13

Bijlage 1 De regionale samenwerking in een notendop Voor inwoners, met gemeenten De Regio Gooi en Vechtstreek is verlengd lokaal bestuur. In opdracht van de zeven gemeentebesturen van Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren en Wijdemeren voert de Regio gemeentelijke taken uit. De gemeenten kiezen voor samenwerking als hiermee meer kwaliteit, kostenbesparing en efficiency geboden kan worden. Daarnaast is er steeds vaker een plicht tot gemeentelijke samenwerking vanuit het Rijk. Vanaf 2015 is de regie op maatschappelijke opgaven vanuit het Rijk overgedragen aan gemeenten. Eerst op jeugdzorg, geestelijke gezondheidszorg en ouderenzorg. Later ook op klimaat, energietransitie, woon- en omgevingsbeleid. In veel gevallen gaat deze decentralisatie gecombineerd met een plicht tot gemeentelijke samenwerking op deze opgaven. Een groot deel van de samenwerking betreft uitvoeringstaken. Vanuit een wettelijk kader wordt dienstverlening georganiseerd voor onze inwoners. De beleidsvoorbereiding voor de overgedragen taken ligt bij de Regio. Meestal is er weinig beleidsruimte vanuit het wettelijk kader. Waar wel keuzes gemaakt kunnen worden, op de onderdelen Grondstoffen en Bescherming & Opvang, worden de gemeenteraden bij de beleidsvoorbereiding betrokken via een zienswijzeprocedure.

Naast de dienstverlening aan inwoners faciliteert de Regio de afstemming en samenwerking tussen gemeenten op opgaven die vragen om een aanpak op regionale schaal. Deze afstemming vindt vooral plaats in de portefeuillehoudersoverleggen. De regie ligt bij het algemeen bestuur (AB). De AB-leden zijn voorzitter van éénn van de zeven portefeuillehoudersoverleggen. Besluiten die voortkomen uit deze afstemming en samenwerking worden genomen door het eigen college en de eigen raad. De gemeenteraden sturen op de regionale samenwerking via de planning en controlcyclus van de Regio en via de Regionale samenwerkingsagenda.

Historie Regionale samenwerkingsagenda De gemeenteraden Blaricum, Eemnes, Gooise Meren, Hilversum, Huizen, Laren, Weesp en Wijdemeren namen in 2015 initiatief om voor het Gooi en de Vechtstreek te komen tot een gezamenlijke strategische agenda voor de periode 2015-2018. Sinds 2016 is de Regionale samenwerkingsagenda opgenomen in de Gemeenschappelijke Regeling Regio Gooi en Vechtstreek en stellen gemeenteraden bij de start van de nieuwe raadsperiode gezamenlijk speerpunten van regionale samenwerking vast. 14

Gemeenteraden amendeerden in 2019 de ontwerp regionale samenwerkingsagenda 2019 – 2022 en stelden lokaal een eigen Regionale samenwerkingsagenda vast. Het algemeen bestuur zag zich op onderdelen geconfronteerd met uiteenlopende wensen en behoeften. Daarop besloot het algemeen bestuur te werken met een werkdocument en startte een proces om met de gemeenteraden te komen tot verbetering van de besluitvorming op strategische opgaven en vergroting van de regionale slagkracht.

Besluitvorming strategische opgaven De regionale raadswerkgroep ‘Verbetering Governance Regio’ kwam in 2020 met praktische aanbevelingen om de besluitvorming te verbeteren en in het najaar van 2021 met een aanvullend advies om de aanbevelingen op een aantal punten te verhelderen. De raadswerkgroep adviseerde het Regiobestuur om te kiezen voor actieve en zichtbare regie op de regionale agenda . De positie van de gemeenteraden moet geborgd zijn aan de voorkant van de aanpak van gezamenlijke opgaven; de organisatie van het eigenaarschap en het woordvoerderschap van de raad verdient hiervoor bijzondere aandacht in de afzonderlijke gemeenteraden. Daarbij moet de positie van het algemeen bestuur verduidelijkt worden door actieve en zichtbare regie vanuit het algemeen bestuur. Op 25 november 2021 reageerde het algemeen bestuur op het advies en wijzigde het besluitvormingsproces om te komen tot een Regionale samenwerkingsagenda op een aantal onderdelen: 1. het algemeen bestuur voert regie op de totstandkoming en uitvoering; 2. de voorbereiding vindt plaats in de vorm van een startnotitie, waarin de regionale opgave(n), het proces en de procedure zijn opgenomen; 3. het algemeen bestuur stelt gemeenteraden in de gelegenheid zienswijzen in te dienen op een ontwerp en maakt zichtbaar hoe zij omgaat met de zienswijzen van de gemeenteraden; 4.

gemeenteraden worden door het algemeen bestuur in de gelegenheid gesteld om te komen tot onderlinge afstemming ter voorbereiding van de besluitvorming in de gemeenteraden. In alle raadstrajecten die voortkomen uit de Regionale samenwerkingsagenda worden de aanbevelingen van de raadswerkgroep betrokken. Zo start een traject altijd met een startnotitie en streven we naar informatiesymmetrie. Dit wil zeggen dat de raden dezelfde stukken in dezelfde vorm behandelen in een zo kort mogelijke tijdspanne.

Samenwerking met stakeholders De regionale opgaven kunnen niet alleen door de gemeenten opgelost worden. Samenwerking met Samenkracht, mede overheden, bedrijfsleven, onderwijs en tal van maatschappelijke partners is nodig om met elkaar tot een passende inzet te komen. In de uitwerking van regionale opgaven worden de relevante partners betrokken in expertmeetings of via de reguliere afstemmingsoverleggen die er met regionale stakeholders zijn.

Samenwerking binnen de MRA De regiogemeenten (exclusief Eemnes) participeren als deelregio Gooi en Vechtstreek in de Metropoolregio Amsterdam (MRA). De MRA heeft een eigen cyclus waarin de raden worden geconsulteerd. In 2023 wordt gestart met de invulling van de MRA agenda 3.0. De Regio Gooi en Vechtstreek coördineert de afstemming over MRA producten binnen de deelregio. Voor het gewenste inzicht en overzicht worden raadsconsultaties vanuit de MRA opgenomen in de agenda-tool van de Regionale samenwerkingsagenda. Meer informatie over de deelname van Gooi en Vechtstreek aan de MRA vindt u hier.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12117273/1