CConstaterende datWestvoorne
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - SWOT-analyse Platform31

Commissie Beeldvorming 6 oktober 2021, gemeente WestvoorneBij agendapunt: Concept Strategische Visie Voorne aan Zee37.866 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Niet gevonden in dit document.

s.l., s.a. worden door een juiste marketing van Brielle. Gemeente Brielle, Samen bouwen aan een duurzaam Brielle. Coalitieakkoord 2018-2022, blz. 8; Gemeente Hellevoetsluis, Samenwerkingsdocument 2018-2022. Hellevoetsluis, van ons allemaal, blz. 10; Gemeente Westvoorne, Collegeprogramma De toekomst in het vizier, Westvoorne, september 2018, blz. 9.

SWOT-analyse gemeente Voorne

Figuur 3.13: Aantal banen in recreatie en toerisme per 1.000 inwoners van 15 – 75 jaar in 2019 in Voorne en vergelijkbare gemeenten

Bron: waarstaatjegemeente.nl

In bevolkingsprognose krimp van de potentiële beroepsbevolking In heel Nederland neemt de komende dertig jaar de beroepsbevolking naar verwachting met een ½ 28

miljoen mensen af. En dit zou nog wel eens groter kunnen zijn als na de pandemie de buitenlandse arbeidsmigranten in mindere mate terugkomen naar Nederland dan zij in 2019 in Nederland werkzaam waren. De buitenlandse migratie (kenniswerkers, arbeidsmigranten, studenten, asielmigranten) is de afgelopen jaren dé belangrijkste verklaring voor de groei van de Nederlandse bevolking. Er zijn weinig regio’s waar géén afname van de potentiële beroepsbevolking wordt verwacht. In 35 van de 40 regio’s in Nederland krimpt naar verwachting de komende dertig jaar de potentiële beroepsbevolking. In deze regio’s dreigt het gevaar dat de economische ontwikkeling geremd of zelfs onmogelijk gemaakt wordt. De kwaliteit en kwantiteit van het arbeidsaanbod is een belangrijke determinant voor economische groei en ontwikkeling.30 Deze motor gaat in vele regio’s en gemeenten ontbreken. De economisch geografen verwachten dat bedrijven zich uiteindelijk daar gaan vestigen waar nog mensen zijn (“werken volgt wonen”). Dit patroon is op vele plaatsen in de wereld en in de Randstad nu al zichtbaar.31 In de bevolkingsprognose neemt de komende dertig jaar de bevolkingsgroep van 20 tot 65 jaar met 1.600 personen af voor de nieuwe gemeente Voorne; een afname van 3,9 procent (figuur 3.14).

De verwachte krimp van de groep inwoners tussen de 20 en 65 jaar is in Voorne procentueel hetzelfde als de afname van deze leeftijdsgroep in heel Nederland gemiddeld (4 procent).

_________ 30

Tweede Kamer der Staten-Generaal, Nota over de toestand van ’s Rijks Financiën (Miljoenennota 2015), vergaderjaar 2014-2015, 34 000, nr.

31

Steeds meer huishoudens laten in hun woonbeslissing hun preferentie voor een groene woonomgeving en een groot huis zegevieren onder

1, blz. 37, 38. de voorwaarde van een acceptabele reistijd naar het werk (“werken volgt wonen”). Ongeveer de helft van de huizenprijsverschillen tussen steden wordt ‘verklaard’ door de bereikbaarheid van banen. Gerard Marlet, De aantrekkelijke stad. Moderne locatietheorieën en de aantrekkingskracht van Nederlandse steden, Utrecht, 2009, blz. 54-57, 266-273. Ook Stad en land laat zien dat de bereikbaarheid van banen een belangrijke verklarende factor is voor de grondprijsverschillen tussen de grootstedelijke agglomeraties en de niet-grootstedelijke agglomeraties. Bij de bereikbaarheid van banen speelt de auto een drie à vier keer zo grote rol voor grondprijsverschillen als het openbaar vervoer. Behalve in grote steden en langs sommige spoorlijnen. Daar tellen beide ongeveer even zwaar. Henri de Groot, Gerard Marlet, Coen Teulings en Wouter Vermeulen, Stad en land, Centraal Planbureau, Den Haag, 2010, blz. 67-70.

SWOT-analyse gemeente Voorne

Figuur 3.14: Prognose ontwikkeling potentiële beroepsbevolking (20-65 jaar) in Voorne en vergelijkbare gemeenten 2020-2050

Bron: Platform31 op basis van meest recente prognose van CBS/PBL (Statline)

De potentiële beroepsbevolking is niet makkelijk meer te ramen door de opschuivende pensioengerechtigde leeftijd. Voor de grotere gemeenten is de bevolkingsprognose ook voorhanden voor de leeftijdsgroep 15 tot 75 jaar. Dit is de beste benadering van de potentiële beroepsbevolking. Uit

29

tabel 3.1 blijkt dat in vele gemeenten en in heel Nederland gemiddeld de potentiële beroepsbevolking óók afneemt als ruimere leeftijdsgrenzen genomen worden. Tabel 3.1: Prognose ontwikkeling potentiële beroepsbevolking (twee definities) in enkele gemeenten en regio’s 2020-2050 Bevolkingsprognose 2020-2050 toe- en afname in procenten

20 tot 65 jaar

15 tot 75 jaar

Lansingerland

5,4%

9,8%

Rotterdam

4,5%

8,1%

Den Haag

-0,6%

4,8%

Zuid-Holland

1,1%

2,1%

Groot-Rijnmond

0,8%

1,8%

Nederland

-4,0%

-3,8%

Dordrecht

-3,9%

-4,1%

Nissewaard

-3,2%

-5,1%

Súdwest-Fryslân

-5,8%

-8,8%

Stichtse Vecht

-8,5%

-9,3%

Bron: Bevolkingsprognose CBS/PBL – Statline (de bevolkingsprognose voor de leeftijdsgroep 15 tot 75 jaar is niet opgenomen in Statline voor Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne).

SWOT-analyse gemeente Voorne

3.4 Opgaven Het benutten van de toegenomen variatie en complementariteit in de nieuwe gemeente De nieuwe gemeente Voorne wordt gekenmerkt door een grotere mate van variatie in woningen, woon-, leef- en werkmilieus en voorzieningen dan de drie voormalige gemeenten afzonderlijk. Deze variatie en de toegenomen complementariteit kan een kracht van de nieuwe gemeenten worden. Het biedt de mogelijkheden om door middel van het lenen van functies van elkaar agglomeratievoordelen te realiseren. Agglomeratievoordelen die het duidelijkst zijn aangetoond voor grote steden en metropolen en die daardoor ook erg in trek zijn en groeien in inwoneraantal. Toch kan de nieuwe gemeente Voorne leren van de mechanismen die zorgen voor agglomeratievoordelen. Productieve agglomeratievoordelen ontstaan door sharing, matching en learning. Sharing gaat over het voordeel dat bedrijven die dicht bij elkaar gevestigd zijn, hebben doordat ze faciliteiten als infrastructuur of toeleveranciers kunnen delen. Matching gaat vooral over het vinden van beter passend of gekwalificeerd personeel in grote steden met een grotere beroepsbevolking. Learning gaat over het delen van kennis tussen bedrijven wat gemakkelijker gaat als er meer bedrijven aanwezig zijn, en de fysieke afstand tussen de bedrijven kleiner is.

Deze baten resulteren deels in hogere lonen, maar ook in hogere woningprijzen en hogere huren voor commercieel vastgoed. Daarnaast zijn er consumptieve agglomeratievoordelen, waar vooral bewoners van profiteren. Hierbij gaat het om een grotere variatie van voorzieningen zoals winkels, scholen, eet- en uitgaansgelegenheid die mogelijk worden op plekken waar meer mensen wonen. Door een groter aanbod van voorzieningen, stijgt ook de aantrekkelijkheid van die plek en daarmee de betalingsbereidheid voor woningen. Door de hogere prijzen in de grote steden, blijkt dat de voordelen groter zijn dan de nadelen (minder groen, 30

overlast, onveiligheid, congestie).32 Het formuleren van de goede beleidsantwoorden op de krimpende beroepsbevolking De colleges zijn zich zeer bewust van het gevaar van een krimpende beroepsbevolking. Maar het is niet eenvoudig om daar een goed beleidsantwoord op te formuleren. Door de krimp van de beroepsbevolking in vele regio’s om de nieuwe gemeente Voorne heen, dreigt zelfs dat aan de beroepsbevolking van Voorne ‘getrokken’ gaat worden en dat de uitgaande pendel groter wordt en zo de krapte aan arbeidskrachten voor de eigen bedrijven en publieke diensten nog verder vergroot. Het antwoord om het gevaar van de krimpende beroepsbevolking af te wenden is: het vergroten van de arbeidsparticipatie, het ontmoedigen van deeltijdarbeid door betere (secundaire) arbeidsvoorwaarden, het beter mobiliseren van het onbenutte potentieel en het verhogen van de arbeidsproductiviteit door vernieuwing, innovatie, digitalisering, goede opleidingen, bij-, om- en herscholing en goed ondernemerschap. Vele mogelijkheden voor nieuw ondernemerschap Er zijn vele mogelijkheden voor nieuw ondernemerschap en nieuwe toetreders.

Maar beleid en regelgeving doen er ook toe.33 Er zijn volop kansen in de zorg, het welzijn, allerlei vormen van persoonlijke dienstverlening, de ICT, de oudereneconomie, natuurinclusieve landbouw, de bouw (indien voldoende vernieuwend), zakelijke dienstverlening, recreatie, toerisme en de duurzaamheidstransitie.

_________ 32

Jennifer Olsen en Joep Tijm, Stedelijk bouwen, agglomeratie-effecten en woningprijzen, CPB Notitie, Den Haag, januari 2021, blz. 7.

33

Veel inspiratie voor stappen om het brede MKB (geen starters, geen ZZP’ers, geen grootbedrijf) te laten groeien, zijn te halen uit de twintig werkzame praktijkvoorbeelden in: Joost van Hoorn, Erwin Riedstra, David Louwerse, Joeri van den Ende en Janneke ten Kate, Aan de slag voor het brede MKB. Wat steden, regio’s en het Rijk voor het brede MKB kunnen doen. Lessen, aanbevelingen en praktijkvoorbeelden, Platform31, Den Haag, maart 2019.

SWOT-analyse gemeente Voorne

Vele van deze economische activiteiten zijn ook kansrijk voor ZZP’ers die in sommige gevallen kunnen doorgroeien tot echte ondernemingen. Het aantal mogelijkheden is onbeperkt en valt of staat − naast goed beleid − met goed ondernemerschap. Uiteraard oefent op korte termijn de coronacrisis en de beperkende maatregelen hun invloed uit. Als de condities goed zijn, ondernemerschap de ruimte krijgt (rode loper aanpak), functiemenging (ook in het buitengebied) mogelijk gemaakt wordt, ingezet wordt op gemengde woon- werkmilieus (en niet alleen op monofunctionele bedrijfsterreinen), er excellente scholen, goede bij-, om- en herscholingsmogelijkheden zijn dan is groei in vele sectoren mogelijk. Dit vergt naast een stimulerend beleid ook goed ondernemerschap. Voor Voorne zijn toerisme, recreatie, meerdaagse verblijfsrecreatie kansrijk en het beter gaan benutten van de koopkracht van de ouderen. Actieve senioren kunnen zelfs ook een impuls zijn voor nieuw ondernemerschap. Voor de technologische, economische, sociale en duurzaamheidsvernieuwingen en aanpassingen − én het terugveren ná de coronacrisis − is goed en veel ondernemerschap nodig. Dit geldt zeker ook om de duurzaamheidstransities mogelijk te maken en de kansen te benutten.

Door de ambitie uit te spreken dat de Zuid-Hollandse eilanden duurzame koploper in Nederland willen worden, blijkt dat de nieuwe gemeente Voorne deze kansen ook wil gaan benutten. Tegelijkertijd zijn er ook praktische hobbels die geslecht moeten worden. Nu stagneert de duurzaamheidstransitie op diverse plaatsen door onvoldoende vernieuwend ondernemerschap (de bouw en installatiebranche zijn redelijk conservatief en weinig vernieuwend en innovatief) en er zijn onvoldoende goed opgeleide bouwvakkers en installateurs. Om te komen tot meerjarige verblijfsrecreatie, hotels, nieuwe recreatieve en toeristische concepten is goed en nieuw ondernemerschap nodig. Evenals om van de traditionele landbouw te komen tot precisielandbouw, strokenteelt, natuurinclusieve landbouw en kringlooplandbouw. Het laatste is een

31

wenselijke ontwikkeling omdat de industrialisering van de agrarische productielandschappen de beleving van het landschap, natuur, ruimte en rust, en het toerisme en de recreatie aantasten. Om de kansen op meer toerisme, recreatie en meerdaagse verblijfsrecreatie te vergroten, is het wenselijk dat Voorne de “landschapspijn” niet verder vergroot.34 Ook de klimaatadaptatie en de verzilting maken de traditionele agrarische productie steeds lastiger en stimuleren eveneens een ander ontwikkelpad voor de Voornse landbouw. Beleidsinstrumenten om het ondernemerschap te bevorderen Met een pallet aan maatregelen kan het ondernemerschap in de nieuwe gemeente Voorne gestimuleerd worden.35 −

Verlaag de lasten voor ondernemers (retributies, reclamebelasting, precariorechten, verlaag of schrap OZB voor starters of kleine ondernemingen); voor deze gederfde opbrengsten moet wel elders dekking gevonden worden (maar het is maar een zeer klein deel van de gemeentelijke begroting).

−

Check regelmatig dat regels voor ondernemers werkbaar zijn en niet tegenstrijdig, stroomlijn de vergunningverlening, zorg voor minder belastend toezicht (vooruitlopend op de Omgevingswet). Het college in Hellevoetsluis zet hier op in met ‘minder regels en meer service’.36

_________ 34

Jantien de Boer, Landschapspijn, Amsterdam, 2019; Marcel ten Hooven, “Landschapspijn. Het platteland behoefte weer een landelijke visie”,

35

De nieuwe gemeente kan de bestaande activiteiten voorzetten. Inzet van een centrummanager (Brielle), faciliteren van de initiatieven van

in: De Groene Amsterdammer, 29 januari 2020. lokale en regionale ondernemers zoals de activiteiten van de Economic Board en Startersdag Voorne-Putten (Brielle), de jaarlijkse ondernemersavond (Brielle) en het ondernemersloket (Brielle). 36

Gemeente Hellevoetsluis, Samenwerkingsdocument 2018-2022. Hellevoetsluis, van ons allemaal, blz. 11.

SWOT-analyse gemeente Voorne

−

Maak functiemenging en blurring maximaal mogelijk. Functiemenging kan bevorderd worden door in bestemmingsplannen op te nemen: ‘B&W kan vrijstelling van de bestemmingsverplichting verlenen indien dit niet tot nadeel van derden leidt’. Men kan ook afscheid nemen van archaïsche ruimtelijke ordeningsregels (maximaal 30% van de woonruimte voor bedrijf, alleen ondernemer zelf, geen reclame-uitingen, geen opslag). Zo is het in Almere mogelijk om tot 50 procent van de woning te gebruiken voor bedrijfsactiviteiten aan huis. Bovendien is het mogelijk om aan huis 25 m2 winkeloppervlakte in te richten. Het vergroten van de mogelijkheden voor functiemenging en voor blurring zijn nog belangrijker geworden dan voorheen omdat vele ondernemers in de horeca, de detailhandel, de recreatie, de evenementenbranche en de persoonlijke dienstverlening in de coronacrisis en in de anderhalvemetereconomie nieuwe businessmodellen zoeken.

−

Stimuleer sociaal ondernemerschap en allerlei mengvormen tussen de formele economie en de meer informele economie in de vorm van buurtzorg, buurthuizen, buurtbedrijven, coöperaties, stadslandbouw, buurtrestaurants, huiskamerverkopen en allerlei vormen van ruilhandel en gedeelde consumptie.

−

Zorg voor meer capaciteit in de ondernemersdienstverlening. Kijk bijvoorbeeld welke lessen in dienstverlening geleerd kunnen worden uit de snelle ondersteuning van de bedrijven tijdens de lockdown periode.

−

Betaal rekeningen aan kleine bedrijven op tijd (liefst binnen één week).

−

Tender de sociale en maatschappelijke vraagstukken van de nieuwe gemeente Voorne en daag de markt uit. Dit kan nieuw ondernemerschap bevorderen.37

De werking van de arbeidsmarkt een publieke verantwoordelijkheid met een belangrijke rol voor het nieuwe college van Voorne 32

De gemeente is slechts één van de actoren in de ingewikkelde samenwerking en complexe overleggen van werkgevers, werknemers (vakbonden), UWV en onderwijsinstellingen in de arbeidsmarktregio. Qua formele taak is de gemeente slechts betrokken bij een zéér klein onderdeel van de arbeidsmarkt (Participatiewet en bijstand). Toch kan betoogd worden dat de publieke taak van de gemeente veel groter is dan haar formele taak. De werkgevers en de vakbonden behartigen een privaat belang, het UWV is een uitvoeringsorganisatie met een strikte, nauw afgebakende taakopdracht, en ook de onderwijsinstellingen verdedigen veelal een deelbelang. In dit complexe veld is alléén de gemeente, de wethouder en het college, de enige actor die het publieke belang kan behartigen of zou kunnen behartigen. Niet om de arbeidsmarkt over te nemen maar om als gemachtigde regisseur − met liefst enige doorzettingsmacht − het publieke belang aan tafel te blijven inbrengen. Dit sluit ook aan bij de opgavegerichte samenwerking vanuit publiek belang tussen overheden onderling en als overheid met andere stakeholders.38 De aanbevelingen van de commissie Bakker en de commissie Borstlap zijn een goed voorbeeld van deze noodzaak.

De werkgevers willen de flexibele arbeid behouden, de vakbonden willen de vaste banen niet minder vast maken en de onderwijsinstellingen verdedigen hun autonomie als het gaat om de onderwijsinhoud en onderwijsvormen. Alléén de overheid vertegenwoordigt geen deelbelang en kan het publieke belang blijven benadrukken dat selectief winkelen in alle aanbevelingen geen beter

_________ 37

Zo wil het college in Brielle onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om lokaal aan te besteden. Gemeente Brielle, Collegeprogramma 2018-

38

Zie hiervoor ook het belanghebbende advies van de Studiegroep Interbestuurlijke en Financiële Verhoudingen, Als één overheid. Slagvaardig

2022, blz. 18. de toekomst tegemoet, Den Haag, 10 september 2020. De betere werking van de arbeidsmarkt is een complexe maatschappelijke opgave, waarbij vele partijen slagvaardig moeten samenwerken, dat zich uitstekend leent om de adviezen en de aanpak van de Studiegroep op toe te passen. Het college in de nieuwe gemeente Voorne kan hierin, vanuit het publieke belang, een proactieve rol nemen.

SWOT-analyse gemeente Voorne

werkende, flexibele en weerbare arbeidsmarkt oplevert. Een noodzaak die tijdens de coronacrisis alleen maar nog sterker is gebleken. Er kan een aantal maatregelen overwogen worden om te komen tot een betere werking van de arbeidsmarkt in Voorne-Putten: −

Breng meer samenhang aan tussen de beleidsterreinen ‘economie’, ‘arbeidsmarkt’, ‘Werk en Inkomen’, ‘re-integratie’ en ‘onderwijs’.

−

Besteedt meer aandacht aan de kwaliteit en variatie in het onderwijs (vooral ook op vmbo en mboniveau), stimuleer de ontwikkeling van allerlei modulaire vormen van deeltijdonderwijs zodat mensen zich kunnen bij- en omscholen, bevorder het aanbod van leerwerkbanen, erken Elders Verworven Competenties, en ontwikkel met de bedrijven een “vaardighedenpaspoort” voor werknemers om de arbeidsmobiliteit in de sector en tussen sectoren te vergroten.

−

Pak laaggeletterdheid aan met meer, specifieke en informele scholingsinspanningen. Een grotere inzet op het versterken van de Nederlandse taalvaardigheid met gemeentelijke middelen voor de kwart laaggeletterden in de beroepsbevolking valt te overwegen.39

−

Probeer kwetsbare inwoners uit de bijstand te krijgen of te houden met intensieve face-to-face begeleiding, bij-, om- en herscholing, leerwerkplekken, opleidingsvouches, scholingsfondsen, loonkostencompensatie en beschut werk.

−

Dwing als opdrachtgever bij het Werkbedrijf af dat klantmanagers evidence-based werken, nieuwe aanpakken experimenteel toetsen en de effecten van hun aanpakken systematisch monitoren en evalueren.40

Daarbij hoeft de nieuwe gemeente Voorne zich niet de hele arbeidsmarktproblematiek toe te eigenen. De meeste werklozen vinden zelf wel weer een baan en de groep bijstandsgerechtigden vormt minder dan negen procent van de arbeidsmarkt. Al zal het aantal bijstandsgerechtigden wel gaan toenemen

33

vanwege de coronacrisis. De grote dynamiek op de arbeidsmarkt vindt plaats zonder publieke bemiddeling. Jaarlijks gaan in Nederland ruim ½ miljoen mensen aan het werk, veranderen ½ miljoen mensen van baan en verliezen een ½ miljoen mensen hun baan. Focus vooral op de meest kwetsbare inwoners in Voorne Gemeenten zetten zich (vanwege de schaarse middelen) in hun beleid over het algemeen vooral in voor personen die een korte afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Die zijn immers makkelijker naar werk te begeleiden en daarmee kan op korte termijn de uitkeringslast verminderen. Het gevolg is een ‘granieten bestand’ met mensen die een (te) grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben, die aan hun lot worden overgelaten en jaren, en misschien wel levenslang, in de bijstand blijven. Naast de kosten die het met zich meebrengt, verdwijnt ook hun onbenutte potentieel uit het oog. Met het oog op een krimpende beroepsbevolking maatschappelijk niet erg verstandig. In het licht van de toenemende werkloosheid als gevolg van de coronacrisis, moeten gemeenten beducht zijn op het reflex om hun middelen in te zetten op de quick wins, te weten een focus op personen met een korte afstand tot de arbeidsmarkt. Dit is niet nodig en niet effectief omdat zij vaak met minimale aanmoedigingen hun weg naar de arbeidsmarkt wel vinden.

Om de re-integratie het meest effectief te laten zijn, kan het beste ingezet worden op de activering voor mensen met een relatief grote afstand tot de arbeidsmarkt (bijvoorbeeld omdat hun opleiding, werkervaring of competenties minder goed aansluiten bij wat er gevraagd wordt). Deze groep profiteert het meest van

_________ 39

Zowel Brielle als Westvoorne zetten in op het tegengaan van laaggeletterdheid.

40

Centraal Planbureau, Kansrijk arbeidsmarktbeleid. Deel 2, Den Haag, 2016; Centraal Planbureau, Literatuurstudie ‘Effectiviteit van placebased beleid’; Ton Wilthagen, “Als Nederland sterker uit de crisis wil komen, moet kabinet arbeidsmarkt versneld vernieuwen”, in: Het Financieele Dagblad, 8 mei 2020, blz. 24; Ton Wilthagen, “Alleen sterk samenspel van regio’s, sectoren en Rijk helpt mensen snel naar ander werk”, in: Het Financieele Dagblad, 4 juni 2020.

SWOT-analyse gemeente Voorne

de activering. Wel zijn de kosten van de intensieve begeleiding, het maatwerk en de zeer kleine stapjes hoog per activeringstraject. Maar hiermee wordt voorkomen dat de nieuwe gemeente over een aantal jaren met een nog groter granieten bestand zit. De kwaliteit en meer variatie van de bedrijfsterreinen Er is een belangrijke kwalitatieve mismatch in het aanbod van bedrijfsterreinen in nagenoeg alle Nederlandse regio’s. De enorme schaalvergroting in de logistiek is niet voorzien, er is veel aanbod op verkeerde plekken of in de verkeerde dimensies, en er is meer behoefte aan gemengde interactiemilieus.41 Voor de nieuwe gemeente Voorne aan Zee komt daar het risico bij dat de groei van de distributiecentra (‘verdozing’) de landschapsbeleving aantast en bovendien gepaard gaat met een niet-kostendekkende grondexploitatie met een hoog risico.42 Het College van Rijksadviseurs roept op om minimaal te zorgen dat er in Nederland minder distributiecentra komen en dat zij compacter, geconcentreerder en multifunctioneler worden ontwikkeld.43 Tegelijkertijd verandert door de toename van de kleinschalige bedrijvigheid (midden- en kleinbedrijf, ZZP’ers, freelancers, start-ups) ook de woon- en werkplek van de ondernemers. Veel nieuwe bedrijven, nieuwe ondernemers en ZZP’ers zijn actief in de ICT en de zakelijke dienstverlening.

Van deze ondernemers begint bijna negentig procent aan huis en ongeveer tweederde runt zelfs na vijf jaar nog zijn of haar bedrijf vanuit huis. Hierdoor bieden woonwijken en kernen in toenemende mate een breed pallet van economische activiteiten. Zo speelt 45 procent van de stedelijke bedrijvigheid zich af in woonwijken.44 De verbreding van de landbouw is op Voorne een actuele ontwikkeling van functiemenging en meer gemengde woon-, leef- en werkmilieus (boerderijwinkels, zorgboerderijen met kleinschalige recreatie, re-integratieactiviteiten jongeren, B&B, e.d.) 34

Door de schaalverkleining in het bedrijfsleven, de digitalisering en de verduurzaming is er ook een toenemende behoefte aan meer gemengde multifunctionele gebieden: centrumgebieden, gemengde woon-werklocaties, knooppuntlocaties en third places als koffiegelegenheden en dergelijke. ZZP’ers en kleine bedrijven werken steeds vaker thuis, in koffiezaken of op andere ontmoetingsplekken. Door de toenemende behoefte aan samenwerking en kennisdeling winnen werkplekken die goed met het openbaar vervoer te bereiken zijn aan populariteit. In vele steden en gemeenten bevindt de werkgelegenheid zich reeds grotendeels op informele werkmilieus en in woonwijken. De aantrekkelijkheid van monofunctionele bedrijfsterreinen neemt af.45

_________ 41

Commissie Verdienvermogen & Vestigingsklimaat (Cie Noordanus), Het nationale verdienvermogen en de cruciale rol van regio’s, s.l.,

42

Frank van Dam, Leo Pols en Hans Elzinga, Zorg voor landschap. Naar een landschapsinclusief omgevingsbeleid, Planbureau voor de

december 2016, blz. 10. Leefomgeving, Den Haag, 2019, blz. 8, 15, 102, 103; R. Mukhlis, C. Badoux, R. van Groeningen en A. van den Berg, Herindelingsscan Gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne, Provincie Zuid-Holland, Den Haag, oktober 2020, blz. 4, 45, 54 en 55. 43

College van Rijksadviseurs, (X)XL-verdozing. Minder, compacter, geconcentreerder, multifunctioneler, Den Haag, oktober 2019.

44

Anne Risselada en Emma Folmer, Bedrijvige wijken in bedrijvige steden. De wijkeconomie in vijf Nederlandse steden vergeleken, Nicis

45

Joost Hagens, Maarten Kruger en Miles Copping, Ruimte voor werken in de MRA van morgen: 2017-2030. Excellente werklocaties in de

Institute/Platform31, Den Haag, 2012. metropoolregio Amsterdam. Uitvoeringsstrategie Plabeka 3.0, Bureau Buiten, Utrecht, 20 juli 2017.

SWOT-analyse gemeente Voorne

4 Sociale trends en ontwikkelingen 4.1 Inleiding In paragraaf 4.2 worden enkele belangrijke sociale trends en ontwikkelingen kort beschreven. Via allerlei bronnen wordt een breed pallet aan sociale kenmerken van de nieuwe gemeente in vergelijkend perspectief geschetst (par. 4.3). De trends en kenmerken leiden tot een aantal opgaven (par. 4.4.). Opgaven die aansluiten bij de ambities van de integrale koers sociaal domein Voorne 2019-2023 Samen Krachtig!. Maar tegelijkertijd blijkt uit de beschrijving van de opgaven in paragraaf 4.4 dat een krachtig bestuur nodig is om concrete en effectieve stappen te zetten in het realiseren van de opgaven in het sociale domein. Vele complexe hinderpalen en institutionele belemmeringen moeten overwonnen worden om de ambities te realiseren.

4.2 Trends en ontwikkelingen Voortgaan met de transformatie in het sociale domein De focus voor de gemeenten (ook voor Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne) is de afgelopen vijf jaar vooral geweest het overnemen van de nieuwe taken van rijk en provincie en het continueren van zorg en ondersteuning aan inwoners die dat nodig hebben. De echte transformatie moet echter nog beginnen: de verandering in denken en doen die nodig is om de uitgangspunten en doelen van de decentralisaties te realiseren.46 De verandering in denken en doen behelst méér integraal beleid en méér samenhang op het gebied van jeugd, onderwijs, welzijn, sport, zorg, inkomensondersteuning,

35

schuldhulpverlening, re-integratie en wijk- en kernenaanpak. De huidige gemeenten en de nieuwe gemeente Voorne moeten succesvol verbindingen realiseren tussen allerlei beleidsterreinen: jeugdzorg, Wmo, Participatiewet, Zvw, Wlz, openbare gezondheidszorg, sociale woningbouw, (passend) onderwijs, economie, arbeidsmarkt en gemeentelijk armoedebeleid. De nieuwe gemeente moet dit samenwerken over de grenzen van de zorg- en welzijnsorganisaties “afdwingen”. Het zijn de zorgaanbieders die met innovaties moeten komen. Maar de gemeente stelt de randvoorwaarden, stimuleert nieuwe toetreders en nieuwe aanpakken, en zorgt voor een innovatiebudget. Als de transformatie en innovatie niet lukt, en er komen nieuwe vormen van bureaucratische verkokering en verantwoording tot stand, dan mislukt uiteindelijk de hele decentralisatie in het sociale domein.47 Aanzienlijke en hardnekkige gezondheidsverschillen tussen laag- en hoogopgeleide inwoners Het landelijke en lokale beleid om de sociaaleconomische gezondheidsverschillen te verkleinen, is tot nu toe weinig succesvol. De inwoners met een lage sociaaleconomische status leven ten opzichte van de inwoners met een hoge sociaaleconomische status gemiddeld acht jaar korter en maar liefst achttien jaar minder in goed ervaren gezondheid.

Inwoners die moeite hebben om rond te komen, hebben drietot viermaal meer last van hart- en vaatziekten, angststoornissen, overspannenheid en nervositeit dan inwoners waarvoor dat niet geldt en zij hebben vier- tot vijfmaal zoveel last van diabetes, depressie en ernstige eenzaamheid. Deze verschillen zijn hardnekkig. Omdat de oorzaken van sociaaleconomische gezondheidsverschillen mede zijn gelegen in leefstijl, sociale problemen, leefomgeving en de inzet op preventie is, ligt er een beleidsverantwoordelijkheid

_________ 46

Gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne, Samen Krachtig! Integrale Koers Sociaal Domein Voorne 2019-2023, mei 2019, blz. 2.

47

Zie onder andere voor dit perspectief Rekenkamer Rotterdam, Het komt niet in de buurt; onderzoek naar aanpak knelpunten functioneren wijkteams, Rotterdam, juni 2018.

SWOT-analyse gemeente Voorne

voor de gemeente. Een verantwoordelijkheid omdat ongeveer 3,5 procent van de ziektelast in Nederland (11.900 vroegtijdige sterftegevallen en 800 miljoen euro directe zorgkosten) wordt veroorzaakt door oorzaken in het buitenmilieu.48 Om deze opgave aan te pakken, is samenwerking en integraliteit van belang. Toenemende sociale scheidslijnen en verscheidenheid Vooral in de grote steden is het meest duidelijk zichtbaar dat de diversiteit van de inwoners naar herkomst toeneemt. Enkele decennia geleden was de situatie nog overzichtelijk. Migranten kwamen, behalve uit de buurlanden, voornamelijk uit Marokko, Turkije, Suriname of de voormalige Nederlandse Antillen. Dit waren de vier grote groepen, en de opgave was om te zorgen voor een goede integratie van deze groepen en hun kinderen. Inmiddels is de situatie heel anders. De groep inwoners met een migratieachtergrond is niet alleen groter maar ook veel diverser geworden. Slechts een minderheid behoort tot de vier klassieke groepen, terwijl een meerderheid wortels heeft in een breed palet van andere landen, zoals Polen, Bulgarije, Syrië, India of China. Alles bij elkaar telt Nederland inwoners uit 223 herkomstlanden. In de internationale literatuur wordt dit kenmerk aangeduid met “superdiversiteit”.

Dit leidt tot verliesgevoelens onder autochtone inwoners, verlies van thuisgevoelens, minder buurtcohesie en lage omgevingsbetrokkenheid.49 Dit speelt ten opzichte van de grote steden minder in Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne, maar kan in de kernen van de nieuwe gemeente Voorne ook tot een vermindering van de sociale cohesie leiden. Maatschappelijke onvrede en onlusten De inwoners zijn op allerlei manieren gesegmenteerd en gefragmenteerd (naar leeftijd, naar 36

inkomenssituatie, naar gezinssituatie, naar mate van hulpbehoevendheid, naar werkzekerheid, naar herkomst, en naar etniciteit). Daarbij wordt de segregatie naar opleidingsniveau en naar mentaliteit dieper en neemt de kansenongelijkheid toe. In de verbanden waar mensen elkaar tegenkomen (wonen, werken, onderwijs) is uitsortering waar te nemen. Er is in toenemende mate sprake van perspectief- en kansongelijkheid. Samen met de arbeidsmarktontwikkelingen (flexibiliteit) en de toenemende onzekerheid (over werk, inkomen, pensioen en zorg) leidt dit bij belangrijke groepen Nederlanders tot onvrede over de maatschappij en de politiek.50

4.3 Kenmerken van gemeente Voorne Op allerlei indicatoren als werkloosheid, bijstand, jongeren die jeugdhulp nodig hebben, kinderen die opgroeien in armoede, eenzaamheid, sociale cohesie, schooluitval, misdrijven e.d. – zijn er geen grote sociale problemen voor de nieuwe gemeente. Vooral in Brielle en Westvoorne is de sociale problematiek zeer goed te overzien. Wel is er vanwege de krimpende beroepsbevolking reden om een maximale arbeidsparticipatie en een sterkere ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit (goed onderwijs, bij-, om- en herscholen, Leven Lang Ontwikkelen, vernieuwing, innovaties, nieuw ondernemerschap) na te streven.

_________ 48

Tweede Kamer, vergaderjaar 2019-2020, 35 300, nr. 1, Miljoenennota 2020, blz. 59.

49

Roel Jennissen, Godfried Engbersen, Meike Bokhorst en Mark Bovens, De nieuwe verscheidenheid. Toenemende diversiteit naar herkomst

50

Cok Vrooman, Meedoen in onzekerheid, Utrecht, 2016.

in Nederland, Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, Den Haag, 2018.

SWOT-analyse gemeente Voorne

De tweedeling in sociale problematiek tussen enerzijds Hellevoetsluis en anderzijds Brielle en Westvoorne In werkloosheid (figuur 4.1), bijstandhuishoudens (figuur 4.2), aantal personen met een bijstandsuitkering (figuur 4.3), percentage jongeren met jeugdhulp (figuur 4.4) en het relatieve verzuim van leerplichtige leerlingen (figuur 4.5) blijkt de tweedeling in de sociale problematiek tussen enerzijds Hellevoetsluis en anderzijds Brielle en Westvoorne. Uiteraard zorgt dat er voor dat de sociale problematiek in de nieuwe gemeente Voorne tussen enerzijds Hellevoetsluis en anderzijds Brielle en Westvoorne uitkomt. Over het algemeen neemt de nieuwe gemeente qua sociale problematiek een middenpositie in tussen de benchmarkgemeenten. Het gemiddelde werkloosheidspercentage in 2019 is in Nederland 3,4 procent. In Hellevoetsluis is het werkloosheidspercentage 3,1 procent, in Westvoorne en Brielle 2,5 procent. Als de gemeente Voorne al zou bestaan dan zou in 2019 het werkloosheidspercentage van de nieuwe gemeente 2,8 procent zijn (figuur 4.1). Figuur 4.1: Werkloosheidspercentage in procenten in 2019 in Voorne en vergelijkbare gemeenten

37

Bron: CBS - Statline

In Hellevoetsluis is het percentage bijstandhuishoudens in alle huishoudens 4,3 procent. Voor Brielle ligt het percentage op 2,4 procent en voor Westvoorne op 1,6 procent. Het percentage bijstandhuishoudens komt daarmee in de nieuwe gemeente Voorne op 3,3 procent te liggen. Dit ligt duidelijk onder het gemiddelde percentage voor alle gemeenten tussen 50.000 en 100.000 inwoners (4,9 procent) (figuur 4.2).

SWOT-analyse gemeente Voorne

Figuur 4.2: Bijstandhuishoudens in 2020 in procenten van alle huishoudens in Voorne en vergelijkbare gemeenten

Bron: waarstaatjegemeente.nl – werk en inkomen

De tweedeling tussen Hellevoetsluis (31,6 personen) en anderzijds Westvoorne (21,9 personen) en Brielle (20,3 personen) is ook zichtbaar in het aantal personen met een bijstandsuitkering per 1.000 inwoners van 18 jaar en ouder (figuur 4.3). Opmerkelijk is het geringe aantal personen met bijstand per 1.000 inwoners van 18 jaar en ouder in Brielle. Voor de nieuwe gemeente Voorne is het aantal 38

personen met bijstand 27 personen per 1.000 inwoners. Dit is substantieel lager dan in alle gemeenten met tussen de 50.000 en 100.000 inwoners (43,7 personen) en gemiddeld in Nederland (46 personen). Figuur 4.3: Aantal personen met een bijstandsuitkering per 1.000 inwoners van 18 jaar en ouder in 2020 in Voorne en vergelijkbare gemeenten

Bron: waarstaatjegemeente.nl

Het percentage kinderen tot 18 jaar die in een gezin leven dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen (kinderen in armoede) is in 2019 in Westvoorne 3 procent, in Brielle 4 procent en in Hellevoetsluis 6 procent. Het percentage kinderen in armoede ligt in Hellevoetsluis op het Nederlandse

SWOT-analyse gemeente Voorne

gemiddelde. Het gewogen gemiddelde percentage kinderen in armoede is in de nieuwe gemeente Voorne aan Zee is 5 procent.51 De kwetsbaarheid van kinderen in gering in Westvoorne en relatief groot in Hellevoetsluis (figuur 4.4).52 Als gewogen gemiddelde scoort de nieuwe gemeente Voorne gemiddeld op de indicator van kwetsbaarheid voor kinderen in vergelijking met de benchmarkgemeenten. Figuur 4.4: Indicator kwetsbaarheid kinderen in Voorne en vergelijkbare gemeenten

Bron: Kansenatlas SEO (www.kansenatlas.seo.nl). De gewogen scores van de fusiegemeenten Altena, Hoeksche Waard, Vijfheerenlanden en Voorne berekend door Platform31 op basis van de scores van de vóór-fusie gemeenten en gewogen met het inwonersaantal 1-1-2018 per gemeente.

39

Het percentage jongeren met jeugdhulp (tot 18 jaar) is opmerkelijk laag in Westvoorne (5,3 procent) en Brielle (6,9 procent). Daarmee komt het percentage jongeren dat in de nieuwe gemeente Voorne een beroep zal doen op de jeugdzorg (7,5 procent) substantieel lager uit dan in Nederland (9,7 procent) (figuur 4.5).

_________ 51

Waarstaatjegemeente.nl

52

Een hoge mate van kwetsbaarheid van kinderen ontstaat bij een lager huishoudinkomen, een lager opleidingsniveau, een lagere WOZwaarde, een hogere adressendichtheid en meer eenoudergezinnen. Kansenatlas SEO.

SWOT-analyse gemeente Voorne

Figuur 4.5: Percentage jongeren met jeugdhulp in procenten, 1e helft 2020 in Voorne en vergelijkbare gemeenten

Bron: CBS – Statline

Het relatief verzuim per 1.000 leerplichtigen ligt in Hellevoetsluis op 44 leerlingen. In Brielle (16 verzuimende leerlingen per 1.000 leerplichtigen) en in Westvoorne (13 verzuimende leerlingen per 40

1.000 leerplichtigen ligt het relatieve verzuim veel lager. Voor de nieuwe gemeente Voorne zal het relatieve verzuim uitkomen op 32 leerlingen per 1.000 leerplichtigen. Dit is hoger dan het relatieve verzuim gemiddeld in gemeenten met tussen de 50.000 en 100.000 inwoners en gemiddeld in Nederland (figuur 4.6). Figuur 4.6: Relatief verzuim per 1.000 leerplichtigen schooljaar 2018/2019 in Voorne en vergelijkbare gemeenten

Bron: waarstaatjegemeente.nl – onderwijs. Er is sprake van relatief verzuim als een jongere wel op school is ingeschreven maar gedurende een bepaalde tijd de lessen/praktijk verzuimt. Ook veelvuldig te laat komen, wordt hiertoe gerekend.

SWOT-analyse gemeente Voorne

Het percentage voortijdig schoolverlaters is relatief hoog in Brielle, de nieuwe gemeente Voorne en Hellevoetsluis (figuur 4.7). Opmerkelijk is dat het percentage voortijdig schoolverlaters in Brielle hoger ligt dan in Hellevoetsluis. De tweedeling tussen de sociale indicatoren van enerzijds Hellevoetsluis en anderzijds Brielle en Westvoorne geldt niet voor de sociale indicator ‘voortijdig schoolverlaters’. Figuur 4.7: Percentage voortijdig schoolverlaters (VO en MBO0 schooljaar 2018/2019 in Voorne en vergelijkbare gemeenten

Bron: waarstaatjegemeente.nl – onderwijs. Het percentage van het totaal aantal leerlingen van het VO en MBO (12 – 23 jaar) dat voortijdig, dat wil zeggen zonder startkwalificatie, het onderwijs verlaat.

41

In Voorne-Putten zijn er geen excellente scholen voor basisonderwijs en voortgezet onderwijs. In Hellevoetsluis is zelfs een havo die als zeer zwak wordt betiteld door de Inspectie van het Onderwijs. Voor excellente scholen moeten de inwoners van de nieuwe gemeente naar Rotterdam, Den Haag of Vlaardingen.53 In het licht van de krimpende beroepsbevolking − en het zoekproces om daar een antwoord op te vinden − valt op dat de arbeidsparticipatie niet bijzonder hoog is (figuur 4.8).

_________ 53

Inspectie van het Onderwijs: toezichtresultaten.

SWOT-analyse gemeente Voorne

Figuur 4.8: Bruto-arbeidsparticipatie in procenten in 2019 in Voorne en vergelijkbare gemeenten

Bron: CBS – Statline

De Kansenatlas van Stichting Economisch Onderzoek laat zien dat de geschatte kans op een baan van een jongvolwassenen die is opgegroeid in de geselecteerde gemeente het hoogst is in Westvoorne (88 procent) en het minst groot in Hellevoetsluis (82 procent).54 Voor de nieuwe gemeente Voorne kan de kansengelijkheid, gemeten als basis op een baan, geraamd worden op 84 procent (figuur 4.9). De kans 42

op arbeidsparticipatie voor een jongvolwassen inwoner is een indicatie over de mate waarin het beleid en het onderwijs erin slaagt om de kansenongelijkheid tussen de inwoners te verkleinen.

_________ 54

De geschatte kans op een baan van een jongvolwassen die is opgegroeid in de geselecteerde gemeente. Deze participatie loopt gemiddeld van 69 procent in de gemeente Groningen tot en met 90 procent in Hilvarenbeek. Bas Ter Weel, Gerben de Jong en Céline Odding, Kansenatlas. Gebruikershandleiding, SEO, Amsterdam, februari 2021. Zie ook de beschrijving van de gebruikte databronnen in de Kansenatlas.

SWOT-analyse gemeente Voorne

Figuur 4.9: De kans op arbeidsparticipatie van een jongvolwassen in Voorne en vergelijkbare gemeenten

Bron: Kansenatlas SEO (www.kansenatlas.seo.nl). De gewogen scores van de fusiegemeenten Altena, Hoeksche Waard, Vijfheerenlanden en Voorne berekend door Platform31 op basis van de scores van de vóór-fusie gemeenten en gewogen met het inwonersaantal 1-1-2018 per gemeente.

Segmentatie en segregatie van de inwoners in Voorne In alle drie de gemeenten die de nieuwe gemeente Voorne gaan vormen, is de tweedeling tussen inwoners met een lage en hoge sociaaleconomische status zeer beperkt (figuur 4.10).

43

Figuur 4.10: Sociaaleconomische status in Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne

Bron: Waarstaatjegemeente.nl - Gezondheid

Het onderwijs vormt de grootste motor van ongelijkheid. Er is een toenemende fragmentatie en segmentatie door het onderwijs (meritocratie). Deze meritocratie heeft wrede kanten omdat mensen die niet mee kunnen komen in deze complexe en veeleisende samenleving denken dat dit door eigen toedoen komt en zich daardoor minderwaardig gaan voelen. Dat zij niet mee kunnen komen, kan gelegen zijn in werkloosheid, ziekte, sociale en psychische beperkingen of aan de hoge eisen die gesteld worden. Een segmentatie en fragmentatie die zich bovendien dreigt te versterken omdat hoogopgeleide, goed verdienende ouders (“curling ouders”) de vaardigheden en financiële mogelijkheden hebben om elke hobbel in de opvoeding en opleiding van hun kinderen te effenen (sport,

SWOT-analyse gemeente Voorne

theater, bijlessen, tutors, druk op docenten uitoefenen). Mogelijkheden en vaardigheden die laagopgeleide en minder-verdienende ouders niet, of veel minder, hebben.55 Dat dit ook in de nieuwe gemeente Voorne speelt, blijkt uit de recente Kansenatlas van de Stichting Economisch Onderzoek. In Westvoorne zijn de inwoners met een laag inkomen het meest ongelijk verdeeld en het meest gesegregeerd over de gemeente en in Brielle het meest gelijk en het minst gesegregeerd. 56 Binnen de nieuwe gemeente Voorne zijn Westvoorne en Brielle het meest gefragmenteerd naar opleidingsniveau en Hellevoetsluis het minst (figuur 4.11).57 Figuur 4.11: Segregatie (links) en segregatie (rechts) op basis van opleidingsniveau in Voorne en vergelijkbare gemeenten

Bron: Kansenatlas SEO (www.kansenatlas.seo.nl). De gewogen scores van de fusiegemeenten Altena, Hoeksche Waard, Vijfheerenlanden en Voorne berekend door Platform31 op basis van de scores van de vóór-fusie gemeenten en gewogen met het inwonersaantal 1-1-2018 per gemeente.

In de nieuwe gemeente Voorne zal de sociale samenhang positief afwijken van het landelijke 44

gemiddelde. De sociale samenhang is het meest positief in Westvoorne en iets minder positief in Hellevoetsluis (figuur 4.12). Zes vergelijkbare gemeenten (Goeree-Overflakkee, Hoeksche Waard, Altena, Súdwest-Fryslân, Krimpenerwaard en Zuidplas) laten een meer positieve sociale samenhang zien dan de nieuwe gemeente Voorne.

_________ 55

Lex Herweijer en Edith Josten, “Een ideaal met een keerzijde”, in: Cok Vrooman, Mérove Gijsberts en Jeroen Boelhouwer, Verschil in Nederland, Sociaal en Cultureel Rapport 2014, SCP, Den Haag, december 2014, blz. 69, 70. 92; Judith Elshout, Evelien Tonkens en Tsjalling Swiestra, “Meritocratie als aanslag op het zelfrespect van ‘verliezers’”, in: P. de Beer en M. van Pinxteren (red.), Meritocratie: op weg naar een nieuwe klassensamenleving?, Amsterdam, 2016, blz. 209-234; Martin Sommer, “Waar is Jan Normaal gebleven? De grote middengroep is finaal gespleten in hoger en lager opgeleiden”, in: De Volkskrant, 27 februari 2016; Anouk Boone, “Interview de kloof. Ondernemer Rutger Koopmans ‘Mijn generatie denkt ook: wij willen jullie jongeren wakker schudden’”, in: De Volkskrant, 5 september 2019; Christiaan Pelgrim en Annemarie Sterk, “Kansenongelijkheid in Nederland: wie in Emmen opgroeit, haalt een Alphenaar nooit meer in”, in: NRC, 6 maart 2021.

56

De segregatie-index op basis van opleidingsniveau kent een waarde van o tot 1. Waarbij de waarde 0 een gelijke verdeling van personen met een laag opleidingsniveau over de gemeente weergeeft en de waarde 1 volledige segregatie van die bevolkingsgroep. Bas Ter Weel, Gerben de Jong en Céline Odding, Kansenatlas. Gebruikershandleiding, SEO, Amsterdam, februari 2021. Zie ook de beschrijving van de gebruikte databronnen in de Kansenatlas.

57

De fragmentatie-index op basis van opleidingsniveau kent een waarde van 0 tot 1. Bij een waarde van 0 is er geen fragmentatie in de gemeente aanwezig en heeft de gehele bevolking hetzelfde opleidingsniveau. Bij de waarde 1 heeft elk individu een ander opleidingsniveau. De warde 1 kan in dit geval nooit bereikt worden, omdat er maar onderscheid wordt gemaakt tussen drie opleidingsniveaus. De maximale waarde is 2/3 = 0,667. Zie bron vorige voetnoot.

SWOT-analyse gemeente Voorne

Figuur 4.12: Sociale samenhang 2018 (score in afwijking van het landelijk gemiddelde) in Voorne en vergelijkbare gemeenten

Bron: Waarstaatjegemeente.nl – Gezondheid. De afwijking van de score van de gemeente op de dimensie ‘sociale samenhang’ van de Leefbaarometer. Hierbij de gemiddelde score gesteld op 0. De richting van de score geeft daarmee aan of de gemeente boven of beneden het landelijk gemiddelde scoort. De scores zijn in vergelijking met de originele gegevens met een factor 100 vermenigvuldigd.

De eenzaamheid van volwassenen is in Westvoorne en Brielle gering en in Hellevoetsluis aan de hoge

45

kant (figuur 4.13).58 Voor de nieuwe gemeente Voorne ligt de eenzaamheid nog onder de gemiddelde eenzaamheid van gemeenten met tussen de 50.000 en 100.000 inwoners en onder de gemiddelde eenzaamheid in Nederland.

_________ 58

De eenzaamheidsschaal bestaat uit elf uitspraken over emotionele eenzaamheid en sociale eenzaamheid. Voorafgaand aan de uitspraken staat de vraag: 'Wilt u van elk van de volgende uitspraken aangeven in hoeverre die op u, zoals u de laatste tijd bent, van toepassing is?', met de toelichting 'U kunt antwoorden met nee, min of meer, ja'. Een uitspraak voor het meten van emotionele eenzaamheid is bijvoorbeeld ‘Ik mis een echte goede vriend of vriendin’. Sociale eenzaamheid wordt gemeten met onder andere de uitspraak: ‘Wanneer ik daar behoefte aan heb, kan ik altijd bij mijn vrienden terecht’. Iemand is sociaal of emotioneel eenzaam als diegene op minstens twee van de bijbehorende items ongunstig scoort. Iemand is eenzaam bij minstens drie ongunstige scores op alle items.

SWOT-analyse gemeente Voorne

Figuur 4.13: Eenzaamheid 2016 (percentage volwassenen (19+) met hoge emotionele en/of sociale eenzaamheidsscore (volwassenen 19+) in Voorne en vergelijkbare gemeenten

Bron: Waarstaatjegemeente.nl - Gezondheid

Variatie in kansengelijkheid en kansenongelijkheid in Voorne De kansen(on)gelijkheid kan ook onderzocht door te ramen wat je toekomstig inkomen zal zijn als je opgroeit in een bepaalde gemeente en in welke mate het inkomen van je ouders bepalend is voor je 46

kansen. In Westvoorne en Brielle worden je toekomstige kansen – op goede schoolprestaties, een hoog opleidingsniveau, een hoog inkomen − veel minder sterk bepaald door het inkomen van je ouders dan als je opgroeit in Hellevoetsluis. In Westvoorne en Brielle kun je makkelijker een kwartje worden als je voor een dubbeltje bent geboren dan in Hellevoetsluis.59

_________ 59

Christiaan Pelgrim en Annemarie Sterk, “Kansenongelijkheid in Nederland: wie in Emmen opgroeit, haalt een Alphenaar nooit meer in”, in: NRC, 6 maart 2021.

SWOT-analyse gemeente Voorne

Figuur 4.14: Kansengelijkheid persoonlijk inkomen in Voorne en vergelijkbare gemeenten60

Bron: Kansenatlas SEO (www.kansenatlas.seo.nl). De gewogen scores van de fusiegemeenten Altena, Hoeksche Waard, Vijfheerenlanden en Voorne berekend door Platform31 op basis van de scores van de vóór-fusie gemeenten en gewogen met het inwonersaantal 1-1-2018 per gemeente.

In de Kansenatlas is ook het persoonlijk inkomen van jongvolwassenen op 28 jarige leeftijd geraamd die zijn opgegroeid in een bepaalde gemeente en de kans op een laag inkomen in de onderkant van de inkomensverdeling op 40-jarige leeftijd van personen die gedurende de beginjaren van hun werkzame leven (van 25 tot 43 jaar) in de geselecteerde gemeente hebben gewoond (figuur 4.15).

47

Figuur 4.15: Kans op persoonlijk inkomen (x € 1.000) (links) en kans op laag inkomen (rechts) in Voorne en vergelijkbare gemeenten

Bron: Kansenatlas SEO (www.kansenatlas.seo.nl). De gewogen scores van de fusiegemeenten Altena, Hoeksche Waard, Vijfheerenlanden en Voorne berekend door Platform31 op basis van de scores van de vóór-fusie gemeenten en gewogen met het inwonersaantal 1-1-2018 per gemeente.

_________ 60

Kansengelijkheid persoonlijk inkomen: de mate waarin het persoonlijk inkomen op 28-jarige leeftijd afhangt van het inkomen van de ouders. Stel de coëfficiënt is 0,23 zoals in het geval van Hellevoetsluis). De coëfficiënt is als volgt te interpreteren: indien de inkomenspositie van ouders 1 rang hoger is, is de inkomenspositie (rang) van je inkomen op 28-jarige leeftijd 0,23 rang hoger. Een coëfficiënt van 0 betekent dat de inkomenspositie van ouders niets zegt over de inkomenspositie die hun kinderen als jongvolwassenen genieten en een coëfficiënt van 1 geeft aan dat de inkomenspositie van jongvolwassenen een perfecte weerspiegeling is van de inkomenspositie van hun ouders.

SWOT-analyse gemeente Voorne

De diverse indicatoren over kansen(on)gelijkheid wegend kan geconcludeerd worden dat vooral in Brielle de kansengelijkheid het grootst is.61 Westvoorne scoort ook relatief hoog in kansengelijkheid. De relatief hoge inkomens in Westvoorne leiden niet altijd, en niet per definitie, tot hoge inkomens van kinderen en sluiten een relatief laag inkomen op latere leeftijd niet uit. Een beter mobiliseren van het onbenutte potentieel in de nieuwe gemeente Voorne In de nieuwe gemeente Voorne hebben 4.440 inwoners een WW, arbeidsongeschiktheid- of bijstandsuitkering. Dat is 11,4 procent van de beroepsbevolking. In Westvoorne is het 8,1 procent en in Hellevoetsluis 13,7 procent van de beroepsbevolking (figuur 4.16). Natuurlijk is dat veel minder dan de 71.000 mensen in Rotterdam (21½ procent van de beroepsbevolking). Het onbenutte potentieel van 11,4 procent is eerder 15 procent als de inwoners meegerekend worden die wel willen werken of meer uren willen werken maar niet in een uitkering zitten en dus niet opgenomen zijn in de 11,4 procent. Het oppakken van deze maatschappelijke opgave is van het allergrootste belang voor de toekomst van Voorne aan Zee. Immers één van de belangrijkste verklaringen voor economische groei is het arbeidsaanbod. Als er voldoende en voldoende goed opgeleide inwoners zijn, is de economische toekomst van de nieuwe gemeenten eigenlijk gegarandeerd.

Wij hebben dat gezien in de jaren negentig van de vorige eeuw toen het economisch zeer goed ging met Nederland ( “de zogenaamde puinhopen van Paars”). Dit was omdat veel vrouwen toetraden tot de arbeidsmarkt, zonder dat jongens en mannen massaal werkeloos werden. In het licht van de krimpende beroepsbevolking is het onbenutte potentieel “een luxe” die geen enkele regio en gemeente zich eigenlijk meer kan permitteren. Als wij de inschattingen van de OECD volgen dat hooguit tien procent van de banen in Nederland verloren zullen gaan door automatisering, robotica, kunstmatige intelligentie e.d. en dat de komende 48

jaren vele nieuwe banen zullen ontstaan (onder andere in de zorg) dan is een veel groter arbeidsaanbod nodig om te zorgen dat er voldoende goede mensen beschikbaar zijn (laag-, midden- en hoogopgeleid) en dat werkgevers de beste werknemers kunnen kiezen. Iedereen is dus nodig. Van een strategie gericht op het versterken van de kwaliteit van de hele beroepsbevolking, onderwijs, permanente educatie en arbeidsmobiliteit profiteren alle bedrijven en organisaties in de nieuwe gemeente Voorne.

_________ 61

Brielle heeft zelfs de krant gehaald met de nummer één positie als meest kansrijke gemeente. Joris Tieleman, “Kansarm kind klimt moeilijk op”, in: De Volkskrant, 10 oktober 2020, zaterdag katern, blz. 11.

SWOT-analyse gemeente Voorne

Figuur 4.16: Onbenutte potentieel in procenten beroepsbevolking in 2019 in Voorne en vergelijkbare gemeenten

Bron: CBS – Statline (berekening Platform31)

4.4 Opgaven Geen grote problemen om met de beschikbare middelen de sociale opgaven goed uit te voeren

49

De afgelopen vijf jaar is (in Brielle) ingezet op een mensvriendelijke invoering van de decentralisaties in het sociale domein. Maar er is een doorontwikkeling en transformatie nodig om nog meer richting de oorspronkelijk doelstellingen te komen. De doelstellingen in de drie gemeenten zijn preventie, vroegsignalering, benutten eigen kracht, maatwerk, versterking gebiedsteam, een lokaal Westvoorns gebiedsteam met vaste contactpersonen, het versterken en verbreden van de buurtaanpak, de intensivering van de samenwerking en verbinding tussen gemeente en huisartsen, het optimaal organiseren van spoedeisende hulp, ontschotten en het voorkomen van te zware zorg. De transformatie die nog gerealiseerd moet worden is: minder zorgen vóór, meer zorgen dát.62 Deze conclusie kan ook getrokken worden uit de interviews met deskundigen die op systeemniveau de decentralisaties in het sociale domein beoordelen na vijf jaar decentralisatie: “veel gedaan, maar nog te weinig bereikt en de beloften zijn nog niet ingelost”.63 De financiële problematiek van Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne in het sociale domein is beperkt. In Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne liggen de totale lasten per inwoner in het sociale domein lager dan het gemiddelde van hun referentiegemeenten.

Kwalitatief, en op termijn ook financieel, zijn er vooral knelpunten in de uitbestede jeugdhulp, met name in perceel E (ambulante hulp). Ook op de andere percelen is sprake van (lange) wachtlijsten en uitputting van budgetten. Dit resulteert in discretionaire routes voor dure specialistische voorzieningen. De gemeenten op Voorne Putten en Goeree verkennen gezamenlijk om op de ambulante diensten perceel E en D) met ingang van 2023

_________ 62

Gemeente Brielle, Open die poort. Collegeprogramma 2018-2022, blz. 3, 21; Gemeente Hellevoetsluis, Samenwerkingsdocument 2018-2022. Hellevoetsluis, van ons allemaal, blz. 6; Gemeente Westvoorne, Collegeprogramma De toekomst in het vizier, Westvoorne, september 2018, blz. 11, 35.

63

Jasper Loots en Piet-Hein Peeters, Vijf jaar lokaal sociaal domein. Veel gedaan, te weinig bereikt, s.l, 2019. De beloften van vijf jaar die nog niet zijn ingelost, zijn: de gemeenten zijn nog niet ‘nabijer’ gekomen, integraliteit en maatwerk zijn nog niet dé praktijk en de gemeenten laten nog niet los en de burger zijn nog niet meer de eigenaar van de oplossing van hun probleem geworden.

SWOT-analyse gemeente Voorne

subregionaal in te kopen.64 Maar de nieuwe gemeente Voorne heeft niet de grote tekorten in het sociale domein die vele andere gemeenten wel hebben. Toch is ook voor Voorne een aandachtspunt dat door de toename van het beroep op de jeugdzorg, de toenemende complexiteit van de zorgvraag en het inzetten van zwaardere zorg dan strikt noodzakelijk is, de uitgaven blijven stijgen. Vele gemeenten zijn gedwongen om als bezuinigingsmaatregel de toegangsdrempel tot de jeugdzorg te verhogen door bijvoorbeeld meer verantwoordelijkheid bij de ouders en de opvoedomgeving te eisen.65 Organiseerbaarheid en betaalbaarheid van de zorg opgave voor gemeenten én rijk De grote gezamenlijke opgave van rijk en gemeenten is om de sterke groei van de zorguitgaven (tweemaal sterker dan ons nationaal inkomen) te beteugelen en de zorg betaalbaar en toegankelijk te houden. De afgelopen vijftig jaar is het aandeel van de zorguitgaven in de Rijksbegroting sterk gestegen. Van 6 procent in 1970 tot 22 procent in 2020. Het aandeel van onderwijs in de Rijksbegroting is in dezelfde periode gedaald van 16 procent naar 14 procent. Terwijl de afgelopen vijftig jaar de Rijksbegroting ook nog eens sterk is toegenomen. Elke vier jaar neemt de omvang van de zorguitgaven met 10 miljard euro toe. Bij ongewijzigd beleid stijgen de zorguitgaven tot 174 miljard euro in 2040. Dat is een verdubbeling ten opzichte van 2015.

Daarmee worden de snel stijgende collectieve zorguitgaven een koekoeksjong dat andere collectieve uitgaven (onderwijs, veiligheid, verbetering van de dijken, et cetera) in toenemende mate over de rand van het begrotingsnest zal kieperen. Als de zorguitgaven even snel blijven toenemen als in de beginjaren van dit millennium, slokken zij in 2040 een kwart van de economie op. Tegen die tijd zijn huishoudens gemiddeld bijna de helft van hun inkomen aan zorgpremies kwijt. Dit is voor iedereen (burgers, ondernemers, rijk, gemeenten) geen duurzaam perspectief. 50

Het kabinet heeft in de Miljoenennota 2020 geagendeerd dat de organiseerbaarheid en de betaalbaarheid van de zorg een belangrijke opgave is. De gemeenten (waaronder de nieuwe gemeente Voorne) kunnen met ideeën komen, de agenda bepalen, proactief zijn met nieuwe aanpakken, nieuwe financieringsbronnen benoemen (o.a. bijdragen van de zorgverzekeraars aan preventie), het slechten van de schotten (financieel en intern) en het blijven afdwingen van zorginnovaties. De analyse van de Argumentenfabriek voor het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid laat zien dat er aan de drie wetten (Participatiewet, Jeugdwet en Wet Maatschappelijke Ondersteuning) verschillende paradigma’s over mensbeeld, over de overheid en over de maatschappij ten grondslag liggen.66 Dit zorgt in de uitvoering van het sociaal beleid (één gezin, één plan, één aanpak) voor allerlei belemmeringen in het integraal werken. Ontschotten, één gezin, één plan en één aanpak is ook het streven van Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne.67 Tegelijkertijd, is het verre van eenvoudig om dat in de praktijk te realiseren. De vernieuwing, transformatie en innovatie in het sociale domein in Voorne kan leren van ervaringen en experimenten in andere gemeenten en steden en van onder andere de Citydeal Inclusieve Stad. Enkele stappen die overwogen kunnen worden, zijn: −

Vrijwel altijd is het binnen wettelijke kaders mogelijk om te ‘doen wat nodig is’; dat dit in vele gevallen niet gebeurt, komt door onwetendheid, niet creatief zijn, afgesproken werkprocessen bij en met de gemeente, en de hoge werkdruk in de wijk- en gebiedsteams (conclusie CityDeal Inclusieve Stad).

_________ 64

R. Mukhlis, C. Badoux, R. van Groeningen en A. van den Berg, Herindelingsscan Gemeenten Brielle. Hellevoetsluis en Westvoorne,

65

Yolanda de Koster, “Toegangsdeur tot jeugdzorg en Wmo gaat dichter”, in: Nieuwsbrief Binnenlands Bestuur, 6 september 2019.

66

Frank Kalshoven en Getrude van Driesten, Paradigma’s in het sociaal domein, De Argumentenfabriek, Amsterdam, maart 2018.

67

Gemeenten Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne, Samen Krachtig! Integrale Koers Sociaal Domein Voorne 2019-2023, mei 2019.

Provincie Zuid-Holland, Den Haag, oktober 2020, blz. 27, 84, 85, 97, 99 en 113.

SWOT-analyse gemeente Voorne

−

Ga verder met het organiseren van budgetten per wijk en alloceer de budgetten per wijk en per opgave verder. Zet de beste mensen in en alloceer de meeste middelen naar de grootste opgave.

−

Mandateer de gebiedsteamprofessionals en alloceer een flexibel (regelvrij)budget om beweging te kunnen krijgen in casuïstiek. Meer ruimte aan professionals geven is ook een ambitie van Samen Krachtig! Integrale Koers Sociaal Domein Voorne 2019-2023.

−

Door de kosten per huishouden in kaart te brengen van de huidige reguliere manier van ondersteuning over meerdere jaren wordt gestimuleerd om andere, betere en onorthodoxe aanpakken te proberen in complexe casussen; vaak blijken deze meer effectieve aanpakken ook aanzienlijke kostenbesparingen mogelijk te maken (-/- 30 procent).

−

Vergroot de transparantie in het sociaal domein door data per kern/gemeente te genereren, liefst samen met de zorgverzekeraars en stel op basis daarvan een meerjarig investeringsprogramma op waarbij ‘shared savings’ inzichtelijk worden; eventueel aangevuld met een populatiegebonden budgettering van de gebiedsteams (één geldstroom P-wet, Wmo en Jeugdwet) en/of een gezamenlijk budget voor maatwerk over de grenzen van de Wmo, Wlz en Zvw heen. Eindhoven heeft hier in het kader van de CityDeal Inclusieve Stad ervaring mee opgedaan.

Pak vooral de structurele achterstanden op Voor velen (mensen met een lage sociaaleconomische positie, mensen in kwetsbare omstandigheden, e.d.) is het door structurele achterstanden moeilijk om hun leven in te richten met een gezonde levensstijl. Een (dreigende) dakloosheid, (baan)onzekerheden, stress, armoede, schulden, eenzaamheid, psychische problemen, geluidsoverlast, e.d. zijn achterliggende structurele oorzaken voor een ongezonde levensstijl. Als deze structurele oorzaken niet worden aangepakt, is een individuele benadering weinig effectief.68 De gemeente heeft, naast het rijk, een belangrijke rol om deze structurele achterstanden te verminderen.69 Zo’n aanpak van de structurele achterstanden vraagt een

51

vernieuwende organisatie van preventie, zorg en ondersteuning, zoals eerder aangekondigd in de Landelijke Nota Gezondheidsbeleid. Dit vergt een domeinoverstijgende aanpak over meerdere departementen en over diverse gemeentelijke afdelingen heen. Een theoretisch ‘eenvoudige’ oplossingsrichting is om niet langer de verrichtingen te bekostigen maar om “gezondheidswinst” de bekostigingsmaatstaf te laten zijn. Dan ontstaat een natuurlijke prikkel om over meerdere terreinen samen te werken en om de structurele factoren aan te pakken. Men kan als start − door het samenvoegen van de drie verschillende zorgpotten (Wmo, Wlz, Zorgverzekeringswet) − de gezondheidswinst van de sterk groeiende groep zorgbehoeftige, kwetsbare ouderen gaan bekostigen. Zo ontstaat per wijk, stadsdeel of gemeente één pot met geld voor de integrale zorg aan thuiswonende ouderen. Door betere preventie in de kernen voorkomen van ziekte en achterliggende problemen Voor het verbeteren van de gezondheid van inwoners in de wijk en kern moeten zorgaanbieders (huisartsen, ziekenhuizen), gemeenten en de welzijnssector elkaar weten te vinden en samen optrekken. Dat blijkt nog lastig. Vroegsignalering van (gezondheids)problemen door wijkzorgteams gebeurt bijvoorbeeld nog maar weinig en er wordt nog onvoldoende integrale hulp dicht bij huis

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10574787/1