Begroting 2022 bijlage financiële raming woonbedrijf
Tekst van het document
Toelichting op
Financiële prognose 2022-2025
Rockanje, versie 17 september 2021
1
Inleiding Deze paragraaf biedt inzicht in de financiële consequenties van het beheer van het Woonbedrijf Woonbedrijf : Volkshuisvestelijk instrument gemeente Westvoorne Het beleid van het Woonbedrijf is er op gericht om voor diegenen die op grond van hun inkomen of anderszins niet in staat zijn zelf in hun huisvesting te voorzien de mogelijkheid te bieden om voor een sociale huurwoning in aanmerking te komen. “Wij bieden betaalbare, duurzame en passende woningen voor mensen met een bescheiden inkomen. Ook vinden wij een fijne en veilige woonomgeving waar de huurder zich thuis voelt belangrijk.’’
Het Woonbedrijf, onderdeel van de gemeente Westvoorne, is een gezonde organisatie. BDO consultants heeft begin 2020 doormiddel van een onderzoek de situatie van het Woonbedrijf geanalyseerd en geconstateerd dat de bedrijfsvoering op orde is. Tegelijkertijd ligt er, ook voor het Woonbedrijf, een (sloop-)nieuwbouw en duurzaamheidsopgave. Deze opgave is uitgewerkt in het strategische Portefeuilleplan 2019 – 2030. Wij steven ernaar dat alle middelen doelmatig en rechtmatig worden ingezet ten behoeve van de volkshuisvesting. Voor de toekomst van het Woonbedrijf is het belangrijk dat er sprake is van een gezonde duurzame exploitatie die van dusdanig niveau is dat geïnvesteerd kan worden in duurzaamheid van de woningen, en het realiseren van nieuwbouwwoningen om aan te blijven sluiten bij de toekomstige behoefte van (toekomstige) huurders. Op 4 en 25 november 2020 heeft de raad amendementen aangenomen die direct effect hebben op de bedrijfsvoering en ook t.a.v. de volkshuisvestelijke ambities van het woonbedrijf. Hoewel het woonbedrijf als een apart bedrijf wordt gezien is het in financieel opzicht één geheel met de gemeente. Dat betekent dat de lasten en baten onderdeel zijn van de gemeentebegroting, de financiering van investeringen via de gemeente loopt en ook de risico’s bij de gemeente liggen.
Omdat de resultaten van het woonbedrijf niet meer worden geëgaliseerd met de algemene bedrijfsreserve woningbedrijf hebben de resultaten effect op het saldo van de begroting. De onderhoudslasten van de woningen (zowel dagelijks onderhoud als groot onderhoud) stijgen de aankomende jaren. Ook is er een daling in de huuropbrengst als gevolg van de wettelijke huurbevriezing en de 1 malige huurverlaging voor huurders die daar recht op hebben. Er is een direct nadelig effect op het begrotingssaldo van de gemeente. Investeringen zoals de NOM-ready investering voor complex 107 en 109 hebben een structurele financiële consequenties die per saldo nadelig zijn. De toezichthouder heeft in het kader van het ARHI toezicht als voorwaarde gesteld dat dit structurele nadeel in begroting 2022 van structurele dekking wordt voorzien. Dit is verwerkt. Tevens heeft de externe toezichthouder vanaf de begroting 2021 de inkomsten en uitgaven van het woonbedrijf ‘anders dan andere jaren’ beoordeeld en de verkoopopbrengsten hebben een incidenteel karakter gekregen. Dit heeft ook een forse impact gehad op de meerjarenbegroting van 2022. Daarnaast heeft de externe toezichthouder zijn zorg uitgesproken over toereikendheid van de verlaagde algemene reserve van het woonbedrijf. Zij verwacht dat er inzicht komt in de investeringsopgave en dat deze verwerkt wordt in de begroting. 2
Het woonbedrijf heeft in het voorjaar het onderzoek ‘Ambitieus Woonbedrijf ‘opgestart o.a. om investeringsopgave voor de aankomende jaren inzichtelijk te maken. Dit onderzoek geeft antwoord op de vraag of het woonbedrijf zijn volkshuisvestelijke opgaven zoals beschreven in het portefeuilleplan kan realiseren: investeringen (sloop) nieuwbouw en uitvoering route kaart verduurzamingen met een gezonde duurzame bedrijfsvoering. In het najaar worden de bevindingen en advies met het college en de raad besproken.
Naast de eerder genoemde harmonisatie onderwerpen staan er nog een aantal herijkingen gepland die in relatie staan tot een gezonde duurzame bedrijfsvoering en de fusie: 1. Het op stellen van een koersplan waarin de toekomst van het van het woonbedrijf op lange termijn en in relatie tot de fusie wordt uitgewerkt; 2. Project ‘Woonbedrijf in control” in samenwerking met afdeling financiën en concern controller wordt ingezet op een solide interne controle, een op elkaar afgestemde P&C cyclus en genereren van management informatie. 3. Herijking portefeuilleplan 2019 – 2030: De volkshuisvestelijke (maatschappelijke) opgave Woonbedrijf zijn uitgewerkt in een portefeuilleplan. Het huidige portefeuilleplan geeft inzicht in de opgave tot 2030 en een doorkijk naar 2050 (prognose) binnen de gemeente Westvoorne. Een herijking nav nieuwe afspraken binnen de woningmarktregio tav te realiseren sociale huisvesting.. 4. Herijking Meerjarenonderhoudsplan: In 2022 zal de koppeling tussen uit te voeren energetische ingrepen en herstructureringsopgaven en planmatig onderhoud worden herijkt. Tevens zal het Niet planmatig Onderhoud budget herijkt worden. 5. In het najaar 2021 zal intern het verhuurbeleid geëvalueerd worden. Dit moet gereed zijn voor de huurverhoging 2022. Tevens zal in 2022 een extra controle plaats vinden van de huurprijzen. 6.
Mogelijk onderzoek bijdrage Vestiavastgoed probleem in Brielle In de gemeente Brielle wordt onder begeleiding van een bestuurlijke regisseur al gesproken over overname van Vestia vastgoed door lokale corporaties (Maasdelta, de zes Kernen en Ressort Wonen). Zoals het er nu naar uitziet zijn de lokale corporaties niet staat om alle woningen over te nemen, mede door het achterstallige onderhoud van de woningen en de duurzaamheidsopgave. Mogelijk wordt gevraagd Woonbedrijf Westvoorne gevraagd te onderzoeken of zij een bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van het Vestiavastgoed probleem. Mogelijk moet hier budget voor worden vrijgemaakt in 2022 en/of 2023. 7. Onderzocht gaat worden welke vormen van huurdersparticipatie het contact met de huurders kan optimaliseren.
3
MEERJARENBEGROTING 2022-2025
EXPLOITATIE 2022-2025 WOONBEDRIJF, versie 090921
Omschrijving
Werkelijk 2020
Bijgestelde Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
BEDRIJFSOPBRENGSTEN 1. Huren 2. Vergoedingen 3. Verkoop onroerende goederen (bruto) incl. afkoop Koopgarantregeling 4. Overige bedrijfsopbrengsten
6.996.932 55.331 981.349 0
6.979.510 57.014 672.500 0
7.226.728 58.325 875.000 0
7.554.081 58.325 1.050.000 0
7.505.015 58.325 1.400.000 0
7.636.604 58.325 875.000 0
Som van de bedrijfsopbrengsten
8.033.612
7.709.024
8.160.054
8.662.406
8.963.341
8.569.929
5. Afschrijvingen op materiële vaste activa 6. Overige waardeveranderingen vaste activa (onrendabele top) 7. Lonen en salarissen 8. Lasten onderhoud (PO en NPO) 9. Overige bedrijfslasten 10. Rente 11. Vennootschapsbelasting
1.555.218 0 670.229 1.614.797 1.851.767 694.957 p.m.
765.162 -/- P.M. 650.000 1.688.362 1.807.004 493.831 p.m.
829.024 -/- P.M. 658.156 1.936.276 2.149.207 475.352 p.m.
1.077.724 -/- P.M. 634.974 1.175.141 2.224.256 601.365 p.m.
1.137.758 -/- P.M. 634.974 1.602.141 2.267.452 595.988 p.m.
1.201.333 -/- P.M. 634.974 1.546.343 2.104.258 589.511 p.m.
Som van de bedrijfslasten
6.386.968
5.404.359
6.048.016
5.713.460
6.238.314
6.076.418
- BEDRIJFSRESULTAAT VOOR INCIDENTELE BATEN EN LASTEN
1.646.644
2.304.665
2.112.038
2.948.946
2.725.027
2.493.511
BEDRIJFSRESULTAAT NA INCIDENTELE BATEN EN LASTEN
1.646.644
2.304.665
2.112.038
2.948.946
2.725.027
2.493.511
284.464 600.000 491.779
424.869 300.000 485.279
420.000 -149.599
420.000 160.000 514.517
653.289 252.081 420.000 50.000 736.668
854.416 400.000 420.000 50.000 1.224.530
840.170 400.000 420.000 50.000 1.014.857
824.259 400.000 420.000 50.000 799.252
-493.260 -1.007.777
-736.668
-1.224.530
-1.014.857
-799.252
-
-
-
-
-
BEDRIJFSLASTEN
ONTTREKKINGEN t.g.v. EXPL. ALGEMENE DIENST 12. Budgettair neutraal verwerken wijziging BBV 13. Doorberekening rente Algemene Dienst 14. Ingroeiregeling 15. Stelpost rente-effect daling netto-financieringsbehoefte 16. Extra structurele bijdrage (amendement 10-2019) 17. Overhead 18. Omzetten Koopgarant naar reguliere koopwoning RESULTAAT NA ONTTREKKINGEN ALGEMENE DIENST 19. Bestemming reserve verduurzaming woningbezit 20. Overhevelen bedrijfsresultaat Woonbedrijf 2021-2025 naar Alg. Dienst BESTEMMING ALGEMENE RESERVE WOONBEDRIJF
-149.599
4
TOELICHTING OP DE EXPLOITATIE 2022-2025 1. Huren De ontvangen huur over het 1e halfjaar van 2021 en de te ontvangen huur voor het 2e halfjaar zijn als basis genomen voor de begroting van de huur voor 2022. In 2021 is door Rijksoverheid een huurbevriezing voor de sociale huurwoningen vastgesteld. Tevens is besloten om huurders die daarvoor in aanmerking komen, een eenmalige huurverlaging te geven. Beide maatregelen hebben een na-ijl effect op de huren in de komende jaren. Voor beide maatregelen zal een compensatie in de vorm van een korting op het tarief van de verhuurderheffing komen. Op dit moment heeft nog geen definitieve besluitvorming plaatsgevonden over het tarief van de verhuurderheffing in 2022. Tevens is de verwachting dat de huurverhoging in 2022 ook ingeperkt zal worden. Wij zijn dan ook terughoudend geweest met het inrekenen van de huurverhoging voor 2022. De huur per 1 juli 2022 is verhoogd met een ingeschatte percentage van 0,50%. Voor de jaren 2023 t/m 2025 is de huur niet verhoogd met een (ingeschatte) inflatiepercentage. Hierin zijn de BBV begrotingsregels leidend.
Daarnaast is aan de opbrengsten kant rekening gehouden met de volgende ontwikkelingen in de jaren 2022-2025: Minder huuropbrengsten door: → de geraamde verkoop van huurwoningen (2022: 5, 2023: 6, 2024: 8, 2025: 5) Meer huuropbrengsten door: → verduurzaming woningen bestaand bezit, vanaf 2021 → nieuwbouw 20 woningen Kolpapad/Vlielander Heinlaan vanaf 2021 → nieuwbouw 42 woningen Patrijzenlaan vanaf 2023 → Huurverhoging NOM-ready project 107/109 vanaf 2022
2. Vergoedingen De vergoedingen hebben betrekking op de in rekening gebrachte servicekosten. Deze zijn op grond van de huurovereenkomst verrekenbaar met de huurder. Om die reden zijn dezelfde bedragen verantwoord als kosten bij de overige bedrijfslasten (9). Voorts is hierbij rekening gehouden met de ontwikkelingen in de periode 2022-2025; → extra bijdrage servicekosten i.v.m. renovatie Ringmuur vanaf 2022.
3. Verkoop onroerende goederen (bruto) incl. afkoop Koopgarant Op grond van de vastgestelde uitgangspunten in het Portefeuilleplan 2019 wordt er vanuit gegaan dat er 5 woningen per jaar uit het bestaande woningbezit worden verkocht. Bij het bepalen van de te verkopen woningen gaan wij uit van de volgende uitgangspunten: Te verkopen woningvoorraad is vastgelegd in het Portefeuilleplan 2019; Op basis van marktontwikkelingen is de verkoopopbrengst per woning geraamd op bruto € 175.000; (gemiddelde koopgarant en vrije verkoop) Verkoop aan starters door middel van Koopgarant regeling, overige woningen tegen vrije marktwaarde; Grens voor vrije marktwaarde is bepaald op > € 265.000;
5
5. Afschrijvingen op materiële vaste activa De materiële vaste activa worden conform de BBV-beleidsregels gewaardeerd tegen historische kostprijs en annuïtair afgeschreven. Op 25 november 2020 heeft de Raad een besluit genomen de economische afschrijvingstermijn van de woningen van het Woonbedrijf te verlengen. De economische afschrijvingstermijnen van de woningen zijn per 1 januari 2021 verlengd naar maximaal 60 jaar. Door het verlengen van de afschrijvingstermijnen dalen de afschrijvingslasten vanaf 2021 ten opzichte van voorgaande jaren. In de begroting 2022 t/m 2025 is rekening gehouden met de volgende investeringen: raming 2022 Raming investeringen: 1. investering zonnepanelen (inclusief mutatie) 2. kwaliteitsverbeteringen bij mutatie 3. energetische verbeteringen bij mutatie 4. ontwikkeling De Ruy (voorbereidingskrediet) 5. ontwikkeling Drenkeling fase 2 (voorbereidingskrediet) 6. heroverweging complex W. de Waalstraat 7. nieuwbouw 42 sociale huurwoningen Patrijzenlaan 8. NOM-ready renovatie complex 107 en 109 9. NOM-ready Schoutweg 10. Dakvervanging complex 222 Moerbeistraat 11. Dakvervanging complex 110 G. van Voorneweg Totaal bedrag investeringen (bedrijfswaarde)
40.000 75.000 75.000 30.000 25.000 10.000 9.200.000 3.165.404 1.000.000
raming 2023 40.000 75.000 75.000
raming 2024
raming 2025
40.000 75.000 75.000
40.000 75.000 75.000
500.000 500.000 13.620.404
690.000
690.000
190.000
6. Overige waardeveranderingen vaste activa Bij dit onderdeel worden de onrendabele investeringen verantwoord. Deze kunnen betrekking hebben op nieuwbouw- en renovatieprojecten maar ook bij investeringen in verduurzaming van bestaand woningbezit. Vooralsnog is er vanuit gegaan dat de projecten zoals zijn opgenomen bij punt 5 allen rendabel zijn. 7. Lonen en salarissen De lonen en salarissen van het Woonbedrijf worden doorbelast vanuit de Staat van Personeelslasten. In 2021 is er een urenuitbreiding geweest voor het Teamhoofd Woonbedrijf. Deze urenuitbreiding geldt tot aan de datum van de fusie van 1 januari 2023. 8. Lasten onderhoud planmatig en niet planmatig Het planmatig onderhoud is opgenomen in de meerjarenonderhoudsplanning (MJOP). Hierin zijn op basis van de technische levensduur de onderhoudsingrepen opgenomen. Deze MJOP is dynamisch. Jaarlijks wordt de MJOP geactualiseerd. Voorafgaand aan deze actualisatie worden er inspecties uitgevoerd in en om de woningcomplexen. De uitkomsten van deze inspecties vormen de basis voor de mutaties in de MJOP en kunnen betrekking hebben op: Doorschuiven van werkzaamheden Naar voren halen van werkzaamheden Laten vervallen van werkzaamheden Gewijzigde regelgeving Voorts wordt rekening gehouden met de mutaties ten gevolge van sloop, nieuwbouw, renovatie, verduurzaming of verkoop.
6
In 2022 is ook het planmatig onderhoud opgenomen voor het Nom-ready project 107&109. Tevens zijn er een aantal nieuwe wettelijke eisen die budget verhogende effect hebben op het onderhoudsbudget. Ook zijn de materiaalkosten het afgelopen jaar exorbitant gestegen en merken wij een toenemende werkdruk van aannemers. Zoals eerder vermeld vindt er in 2022 een herijking plaats. 9. Overige bedrijfslasten De overige bedrijfslasten bestaan voor 75% uit belastingen (OZB, waterschapslasten en verhuurderheffing) en verzekeringspremies. De overige 25% bestaan uit servicekosten en overige bedrijfslasten (automatiseringskosten, contributies en abonnementen, advieskosten, diverse onderzoeken m.b.t. Koersplan Woonbedrijf, herijken planmatig onderhoud, onderzoek naar aanbestedingen onderhoud, implementeren Planning & Control cyclus en management informatie etc.). Tevens worden hier de kosten van de verkoop van woningen verwerkt. 10. Rente Voor de benodigde financiering van het Woonbedrijf worden rentepercentages doorberekend, die vastgesteld zijn door de Algemene Dienst. De rente van 1,00% wordt berekend over de boekwaarde van de materiële vaste activa (mva) per 3112 van het afgelopen boekjaar. De netto-financieringsbehoefte wordt berekend door de totale reserves van het Woonbedrijf te verminderen op de boekwaarde van de materiële vaste activa. Hierop wordt het totale rentepercentage berekend.
Door het totale rentebedrag te verminderen met het rentebedrag over de materiële vaste activa, houdt men de rente over die via resultaatbestemming (punt. 13) wordt doorberekend. In de begroting 2022-2025 is uitgegaan van onderstaande rentepercentages (conform opgave van de Algemene Dienst): Toe te passen geraamde rentepercentages (totaal te betalen) - via exploitatie (conform BBV rente-omslagpercentage) over saldo mva - via resultaatbestemming TOTAAL (over financieringsbehoefte)
2022 1,00% 1,64% 2,64%
2023 1,00% 1,63% 2,63%
2024 1,00% 1,62% 2,62%
2025 1,00% 1,61% 2,61%
11. Vennootschapsbelasting In 2020 heeft de Belastingdienst na jaren een besluit genomen omtrent de eventuele Vpb-plicht voor de activiteiten van het Woonbedrijf. Dat heeft gunstig uitgepakt. Er is aangegeven dat in ieder geval de activiteiten voor 2016 t/m 2019 vrijgesteld zijn van vennootschapsbelasting. In het besluit is tevens meegenomen dat in de toekomst, de activiteiten van het Woonbedrijf gevolgd worden en dat dit eventueel kan leiden tot het herzien van eerder genoemd besluit. Om die reden is vanaf 2020 hiervoor de post als P.M. (pro memorie) opgenomen. 13. Doorberekening rente Algemene Dienst De rente, gebaseerd op de BBV-voorschriften, is verwerkt in de bedrijfslasten onder punt. 10 Rente. De extra rentelasten, buiten de BBV-voorschriften om, zijn gepresenteerd als onttrekkingen en worden via de resultaatbestemming toegevoegd aan de exploitatie van de gemeente. Voor de gehanteerde rentepercentages verwijzen wij u naar het overzicht onder punt 10. Rente. 15. Stelpost rente-effect daling netto-financieringsbehoefte In de begroting 2019 t/m 2022 had het Woonbedrijf een lagere financieringsbehoefte dan bij het opstellen van de ingroeiregeling en in de begroting 2018 t/m 2022 was opgenomen. Hierdoor zou een substantieel deel van de rentekosten van bestaande leningen niet door het Woonbedrijf maar door de algemene dienst betaald gaan worden.
Gekozen is de totale begrote rentekosten toch voor 2020 t/m 7
2022 te blijven doorbelasten aan het Woonbedrijf door middel van een aanvulling op de reeds doorbelaste rentekosten (punt 10. Rente en punt 13. Doorberekening rente algemene dienst) met een stelpost rente-effect daling netto-financieringsbehoefte. 16. Extra structurele bijdrage (amendement 10-2019) Tijdens de begrotingsbehandeling 2020 is een amendement aangenomen waarbij een aantal voorgestelde bezuinigingen werden geschrapt en het bedrag van € 260.000,- structureel werd verhoogd naar € 400.000,-. 18. Omzetten Koopgarant naar reguliere Koopwoning Als onderdeel van de bezuinigingsopgave is het omzetten van een aantal Koopgarant woningen naar vrije verkoop woningen ingezet. Oorspronkelijk waren er 1 à 2 per jaar opgenomen in de begroting. Voor 2021 zijn vooralsnog 3 afkopen geraamd. Door de gevolgen van de huidige woningmarkt verwachten wij dat mensen niet over de middelen zullen beschikken om de afkoop te kunnen betalen. Wij achten 1 afkoop per jaar reëel voor 2022 t/m 2025. 20. Overhevelen bedrijfsresultaat Woonbedrijf 2021 t/m 2025 naar Algemene Dienst Op 4 november 2020 is per amendement aangenomen dat het bedrijfsresultaat, na doorberekende lasten van de algemene dienst, over de jaren 2021 t/m 2024 niet te storten in de algemene reserve van het Woonbedrijf, maar deze te storten in de algemene reserve van de Gemeente om de rentelasten te dekken.
Het bedrijfsresultaat van 2025 wordt tevens in de algemene reserve van de Gemeente gestort.
8
BALANS 2022-2025 WOONBEDRIJF versie 090921 ACTIVA
Werkelijk
Bijgestelde Begroting 2021
2020
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2022
2023
2024
2025
VASTE ACTIVA MATERIËLE VASTE ACTIVA - Onroerende zaken in exploitatie - Onroerende zaken in ontwikkeling/MGE Totaal boekwaarde vaste activa
48.000.927 47.535.165 60.136.541 59.598.817
58.951.059 57.814.726
122.703 0 0 0 48.123.630 47.535.165 60.136.541 59.598.817
0 0 58.951.059 57.814.726
FINANCIËLE VASTE ACTIVA
0
0
0
0
0
0
VLOTTENDE ACTIVA
17.428
20.000
20.000
20.000
20.000
20.000
VORDERINGEN
363.358
355.503
355.503
355.503
355.503
355.503
TOTAAL ACTIVA BALANS 2022-2025 WOONBEDRIJF versie 090921 PASSIVA
EIGEN VERMOGEN - Algemene Bedrijfsreserve VOORZIENINGEN - verduurzaming bestaand bezit - hertaxaties Koopgarant Subtotaal
Langlopende schulden - leningen vaste activa/Algemene Dienst
Subtotaal KORTLOPENDE SCHULDEN - crediteuren - rekening-courant bank - vooruitontvangen huren - af te rekenen servicekosten - rekening-courant gemeente - nog te ontvangen facturen - transitorische posten Subtotaal
TOTAAL PASSIVA
48.504.416 47.910.668 60.512.044 59.974.320
59.326.562 58.190.229
Werkelijk
Begroting
Begroting
Begroting
Begroting
2020
Bijgestelde Begroting 2021
2022
2023
2024
2025
8.194.893
3.194.893
3.194.893
3.194.893
3.194.893
3.194.893
2.082.000 27.763 2.109.763
1.588.740 0 1.588.740
1.588.740 0 1.588.740
1.588.740 0 1.588.740
1.588.740 0 1.588.740
1.588.740 0 1.588.740
37.818.975 42.751.535 55.352.911 54.815.187
54.167.429 53.031.096
37.818.975 42.751.535 55.352.911 54.815.187
54.167.429 53.031.096
199.372 0 79.609 23.080 0 0 78.724 380.785
268.000 25.000 50.000 10.000 0 7.500 15.000 375.500
268.000 25.000 50.000 10.000 0 7.500 15.000 375.500
268.000 25.000 50.000 10.000 0 7.500 15.000 375.500
48.504.416 47.910.668 60.512.044 59.974.320
268.000 25.000 50.000 10.000 0 7.500 15.000 375.500
268.000 25.000 50.000 10.000 0 7.500 15.000 375.500
59.326.562 58.190.229
9
Prognose investeringen Woonbedrijf
In het strategische Portefeuilleplan 2019 – 2030 zijn de ambities van het Woonbedrijf uitgewerkt. Het gaat hierbij om het uitvoeren de volkshuisvestelijk opgave die nodig is om aansluiting te blijven houden met de behoefte van (toekomstige) huurders, en het naleven van de afspraken die hierover zijn gemaakt binnen de provincie en samenwerkingspartners. Denk hierbij aan: Routekaart duurzaam Voorne-Putten 2040 (Samenwerking Voorne-Putten) Warmetransitievisie Voorne-Putten d.d. 20 maart 2020 (Samenwerking Voorne-Putten) En de afspraken mbt ‘het meer evenwichtsscenario’ afspraken binnen de Woningpmarktregio Rotterdam en de provincie. Deze laatste afspraak betekent dat het Woonbedrijf naast de in het portefeuilleplan genoemde 175 extra sociale huurwoningen er ongeveer extra moet bouwen (definitief aantal moet nog worden vastgesteld).
Toekomstige projecten in ontwikkeling Onderstaand geven wij u een overzicht van toekomstige projecten voor de jaren 2022 t/m 2025. Deze projecten zijn financieel, op project Patrijzenlaan en de verduurzaming projecten na, zijn deze niet doorgerekend in de huidige begroting 2022 t/m 2025. Dit betekent dat deze investeringen niet geactiveerd zijn in de materiële vaste activa staat en dat de bijbehorende rente en afschrijvingen niet berekend en opgenomen zijn in de exploitatie 2022 t/m 2025. De onderstaande overzicht is een prognose zoals deze meegenomen is in het project “Ambitieus Woonbedrijf’.
Prognose planning nieuwbouw ontwikkelingen Woonbedrijf bouwprojecten concept Basisgegevens Plannaam
2022 - 2030
Plaatsnaam
De Ruy
Oostvoorne
planning Eerste oplevering 2023
Kerkplein (allonge PP)
Oostvoorne
2028
10
Molenweg (allonge PP)
Oostvoorne
2026
12
Patrijzenlaan
Oostvoorne
2022
2023
42
Drenkeling fase 3 (allonge PP) Drenkeling fase 2
Rockanje
2027
2030
42
Rockanje
2024
2027
60-72
Noordrand (allonge PP)
Rockanje
2025
2026
20-40
Valweg 1,2,3
Oostvoorne
2028
Laatste oplevering 2024
Aantallen 24-48
21
10
Prognose financiële investeringen t/m 2030 sloop-nieuwbouw en verduurzaming
Investeringen 2022
Investering (sloop)- nieuwbouw Patrijzenlaan € De Ruy € Drenkeling fase 2 € Heroverweging: complex Willem de Waalstr. € verduurzaming: complex 107&109 € complex schoutweg 113 € zonnepanelen € investeringen via OTA € Totaal €
afschrijvings wel/niet termijn financieel doorgerekend in begroting
2022 9.200.000 30.000 25.000
60 60 60
wel niet niet
10.000
40
niet
40 40/60
wel wel wel wel
3.165.404 1.000.000 40.000 150.000 13.620.404
11
Prognose investeringen 2023 - 2030
Investering (sloop)- nieuwbouw Noordrand De Ruy Drenkeling fase 2 Drenkeling fase 3 Kerkplein Molenweg Valweg Heroverweging: Willem de Waalstr. verduurzaming: 222 Moerbeistraat 110 G. van Voorneweg complexen 111-112-114 complexen 206-207 complexen 209-210 zonnepanelen investeringen via OTA Totaal
prognose afschrijvings investeringen termijn nieuwbouw totaal
2023
2024
2025
2026
2027
2028
€ 9.025.000 € 10.465.000 € 17.223.000 € 9.450.000 € 2.700.000 € 2.700.000 € 2.700.000
60 60 60 60 60 60 60
€ 20.000 50.000 € 8.955.000 € 10.465.000 € 50.000 € 17.173.000 € 20.000 € 50.000 € 9.380.000 € 20.000 € 25.000 € 2.655.000 € 25.000 € 20.000 € 2.655.000 € 20.000 € 25.000 € 2.655.000
€ 2.240.000
40/60
€
10.000 €
€ 500.000 € 500.000 € 1.500.000 € 500.000 € 1.000.000 € 320.000 € 1.200.000 € 62.023.000
40 40 40 40 40
€
500.000 €
2029
2030
25.000 € 2.205.000
500.000 €
500.000 €
500.000 €
500.000 €
500.000
€ 500.000 € 500.000 € 40.000 € 40.000 € 40.000 € 40.000 € 40.000 € 40.000 € 40.000 € 40.000 € 150.000 € 150.000 € 150.000 € 150.000 € 150.000 € 150.000 € 150.000 € 150.000 € 11.235.000 € 17.963.000 € 11.890.000 € 3.435.000 € 10.120.000 € 6.000.000 € 690.000 € 690.000
12
13