CConstaterende datWestvoorne
Koppel je AI →
Document · PDF

09 Bestemmingsplan Molendijk 20 Rockanje

Commissie GG & Milieu 5 september 2022, gemeente WestvoorneBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Molendijk 20 Rockanje7.278 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

FUNCTIEWIJZIGING MOLENDIJK 20, ROCKANJE bestemmingsplan 20 september 2022

1/2

DATUM KENMERK

20 september 2022 NL.IMRO.0614.1210bpMolendijk20-0100

PROJECT PROJECTLEIDER

Functiewijziging Molendijk 20, Rockanje ir. R.A. Sips

OPDRACHTGEVER gemeente Westvoorne PROJECTNUMMER 0614.20211634 AUTEUR STATUS

2/2

S den Breejen Vastgesteld

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding en doel

7

1.2

Ligging plangebied

7

1.3

Vigerend bestemmingsplan

8

1.4

Leeswijzer

9

Planbeschrijving

11

Huidige- en toekomstige situatie

11

Hoofdstuk 3

Beleidskader

13

Hoofdstuk 4

Sectorale aspecten

15

4.1

Inleiding

15

4.2

Bedrijven en milieuhinder

15

4.3

Ecologie

15

4.4

Externe veiligheid

16

4.5

Luchtkwaliteit

16

4.6

Bodem

16

4.7

Water

16

4.8

Archeologie en cultuurhistorie

17

4.9

Mobiliteit

17

4.10

Wegverkeerslawaai en industrielawaai

17

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving

19

5.1

Bestemmingsplansystematiek

19

5.2

Planregels

19

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

23

Hoofdstuk 7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

25

Hoofdstuk 2 2.1

3/48

Regels Hoofdstuk 1

Inleidende regels

29

Artikel 1

Begrippen

29

Artikel 2

Wijze van meten

34

Bestemmingsregels

35

Artikel 3

Groen

35

Artikel 4

Tuin

36

Artikel 5

Wonen

37

Artikel 6

Waarde- Archeologie

39

Hoofdstuk 3

Algemene regels

41

Artikel 7

Anti-dubbeltelregel

41

Artikel 8

Algemene bouwregels

42

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

43

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

44

Artikel 11

Algemene aanduidingsregels

45

Artikel 12

Overige regels

46

Overgangs- en slotregels

47

Artikel 13

Overgangsrecht

47

Artikel 14

Slotregel

48

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 4

4/48

TOELICHTING

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

In Rockanje op het perceel Molendijk 20 staat de voormalige burgemeesterswoning. Deze heeft in het geldende bestemmingsplan Rockanje Noord nog een bedrijfsbestemming, wat geen recht doet aan de feitelijke situatie. Ter plaats wordt immers alleen de woonfunctie uitgeoefend. Om deze functie ook als zodanig vast te leggen, wordt met dit nieuwe bestemmingsplan de bestemming Wonen opgenomen voor het perceel Molendijk 20.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen ten noordoosten van Rockanje en ligt aan de Molendijk 20, zoals weergegeven in figuur 1.1. De exacte begrenzing is weergegeven in figuur 1.2.

Figuur 1.1 Ligging plangebied Molendijk 20

7/48

Figuur 1.2 Begrenzing plangebied

1.3

Vigerend bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied geldt nu het bestemmingsplan 'Dorpsgebied Rockanje Nood' (vastgesteld 19-02-2013) met voor het betreffende perceel de enkelbestemmingen 'Bedrijf', 'Tuin' en 'Groen'. Tevens ligt de dubbelbestemming 'Waarde- Archeologie' op het plangebied met een functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - 3'. Verder ligt er een 'vrijwaringszone-molenbiotoop' over het plangebied heen. Een uitsnede van de huidige bestemmingen ter plaatse van het perceel is opgenomen in figuur 1.3

8/48

Figuur 1.3 Huidige bestemmingen ter plaatse van het plangebied Verder geldt de 'Parapluherziening erfafscheiding, BenB, gastverblijf en parkeren' (vastgesteld 10-05-2016) ter plaatse van het plangebied.

1.4

Leeswijzer

Deze toelichting is als volgt opgebouwd:     

9/48

Hoofdstuk 2 beschrijft het plangebied en gaat verder in op de nieuwe ontwikkeling waarvoor dit bestemmingsplan het kader biedt. Hoofdstuk 3 brengt het beleidskader in beeld. Het ruimtelijk beleid op het niveau van Rijk, provincie en gemeente komt hier aan bod. In hoofdstuk 4 wordt stilgestaan bij de diverse sectorale aspecten en de wijze waarop het plan op een goede ruimtelijke manier met deze aspecten omgaat. Hoofdstuk 5 beschrijft vervolgens de juridische opzet van het plan en de mogelijkheden die daarin worden geboden. Hoofdstuk 6 en 7 tonen tot slot aan op welke wijze het plan in economische en maatschappelijke zin uitvoerbaar is.

10/48

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Huidige- en toekomstige situatie

Op het perceel Molendijk 20 ligt op dit moment een bedrijfsbestemming. Deze bedrijfsbestemming is niet meer nodig en moet worden gewijzigd naar een woonbestemming. Het woonhuis betreft een voormalige burgemeestersvilla. Onderstaande afbeelding geeft het perceel weer.

Figuur 2.1 Plangebied Molendijk 20 Onderstaande afbeelding laat de nieuwe verbeelding zien waarbij de bedrijfsbestemming is omgezet in een woonbestemming. Hierbij is de algemene systematiek van de gemeente Westvoorne voor woonpercelen toegepast. De groenstrook aan de achterzijde blijft behouden evenals de tuinbestemming aan de voorzijde.

11/48

Figuur 2.2 Molendijk 20 toekomstige situatie verbeelding met bestemming wonen

12/48

Hoofdstuk 3

Beleidskader

Door de verschillende overheden is beleid geformuleerd ten aanzien van ruimtelijke aangelegenheden. Het planvoornemen omvat het juridisch-planologisch legaliseren van een woning door de enkelbestemming 'Bedrijf' op het perceel te wijzigen in de enkelbestemming 'Wonen'. Er is geen beleid op rijks-, provinciaal, regionaal of gemeentelijk niveau dat, gezien de aard van het plan, een belemmering vormt voor het planvoornemen.

13/48

14/48

Hoofdstuk 4 4.1

Sectorale aspecten

Inleiding

Op grond van de Wet ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie dient de uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan te worden aangetoond en dient te worden onderbouwd dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk zijn de omgevingsaspecten beschreven die voor dit plan relevant zijn. Gezien de aard van het plan, die zich beperkt tot het juridisch-planologisch legaliseren van een woning door de enkelbestemming 'Bedrijf' op het perceel te wijzigen in de enkelbestemming 'Wonen', waarbij er feitelijk niets verandert, kan voor deze aspecten worden volstaan met een korte kwalitatieve onderbouwing.

4.2

Bedrijven en milieuhinder

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen:  ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd;  rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om bij ontwikkelingen de belangenafweging tussen bedrijvigheid en woningen in voldoende mate mee te nemen, kan gebruik worden gemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. Met het planvoornemen wordt geen woning toegevoegd. In de huidige situatie is al een bedrijfswoning toegestaan, dit wordt nu een reguliere burgerwoning. Voor omliggende bedrijven geldt deze woning, ook nu deze momenteel nog als bedrijfswoning is bestemd, als woning van derden waar om die reden in de bedrijfsvoering en de effecten daarvan rekening mee gehouden dient te worden.

Het feit dat deze woning nu als reguliere woning wordt bestemd, zorgt daarom niet voor een nieuwe situatie waar het gaat om afstanden tot omliggende bedrijven en mogelijke beperkingen of hinder over en weer. Geconcludeerd kan worden dat het plan geen negatieve gevolgen heeft ten aanzien van bedrijven en milieuhinder.

4.3

Ecologie

Omdat de feitelijke situatie behouden blijft, en er geen bebouwing wordt gesloopt dan wel wordt toegevoegd, zijn directe ecologisch negatieve gevolgen niet aan de orde. Door het behouden van de feitelijke situatie leidt dit bestemmingsplan evenmin tot negatieve effecten op beschermde natuurgebieden. Het aspect ecologie vormt dan ook geen belemmering.

15/48

4.4

Externe veiligheid

Bij ruimtelijke plannen wordt ten aanzien van externe veiligheid gekeken naar bedrijven waar opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt én vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor, het water of door buisleidingen. Het plan ligt niet in het invloedsgebied van een bedrijf waar gevaarlijke stoffen worden opgeslagen of geproduceerd en niet in het invloedsgebied van een weg, spoorlijn, waterweg of buisleiding die wordt gebruikt voor het transport van gevaarlijke stoffen. Hierdoor vormt het aspect externe Veiligheid geen belemmering voor de functiewijziging van het bestemmingsplan.

4.5

Luchtkwaliteit

Onderhavig bestemmingsplan voorziet niet in de toevoeging van één of meerdere woningen en daarmee valt het plan onder het Besluit niet in betekenende mate. Dit betekent dat het plan niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit ter plaatse en dat nader onderzoek niet noodzakelijk wordt geacht.

4.6

Bodem

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijziging dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd. Dit bestemmingsplan betreft enkel een planologisch-juridische functiewijziging. Er vinden geen ontwikkelingen plaats in het plangebied. Geconcludeerd kan worden dat het plan geen negatieve gevolgen heeft voor de bodem.

4.7

Water

Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Rijnland, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Er is onderzocht of het planvoornemen in strijd is met duurzaam waterbeheer. Het plan betreft het planologisch vastleggen van de bestaande situatie met een woonbestemming. Er vinden geen fysieke ingrepen plaats waardoor er geen sprake is van toename aan verharding of voor werkzaamheden in of aan water- of dijklichamen. Geconcludeerd kan worden dat het plan geen negatieve gevolgen heeft voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse. Ook heeft het plan geen negatieve gevolgen voor de waterveiligheid in de omgeving.

16/48

4.8

Archeologie en cultuurhistorie

Op de 'Archeologische Waarden en Beleidskaart' (AWK) is het plangebied aangegeven met een archeologische waarde binnen categorie 2 (hoge archeologische verwachting) en categorie 3.2 (redelijk hoge tot hoge archeologische verwachting). Ter bescherming van mogelijke toekomstige ontwikkelingen in het plangebied is de dubbelbestemming opgenomen in de regeling van dit plan. Aangezien er geen ontwikkeling plaatsvindt in het plangebied zijn de archeologische waarden gewaarborgd. Het woonhuis aan Molendijk 20 betreft een voormalige burgemeesterswoning en pension en is gebouwd omstreeks 1920. Het betreft een gemeentelijk monument. De cultuurhistorische waarde komen niet in het geding omdat er geen ontwikkeling plaatsvindt.

4.9

Mobiliteit

In het plangebied blijft het aantal woningen (1) gelijk. De vroegere bedrijfswoning wordt omgezet naar een reguliere woning. Hierdoor neemt de verkeersgeneratie niet toe. Daarnaast is op eigen terrein voldoende ruimte aanwezig om in de parkeerbehoefte te voorzien. Ook is de ontsluiting van de locatie goed. Het plan zal niet leiden tot problemen in de verkeersafwikkeling en parkeren: het aspect verkeer staat het plan dan ook niet in de weg.

4.10 Wegverkeerslawaai en industrielawaai In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) bevinden zich langs alle wegen geluidzones, met uitzondering van woonerven en 30 km/u-wegen. Binnen de geluidzone van een weg dient de geluidbelasting aan de gevel van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen aan wettelijke normen te voldoen. Volgens artikel 74 van de Wgh is de breedte van een geluidszone afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg (stedelijk of buitenstedelijk). Binnen het plangebied worden geen nieuwe woningen mogelijk gemaakt. De voormalige bedrijfswoning had een bijzondere status waar het gaat om (mogelijke) hinder van de eigen bedrijfsvoering. Die hoeft bij de eigen bedrijfswoning niet getoetst te worden. Dit ligt ander bij hinder naar aanleiding van wegverkeerslawaai. In dat kader is een bedrijfswoning evengoed een geluidgevoelig object. Met de bestemmingswijziging blijft de bestaande woningen behouden en verandert alleen de status van bedrijfswoningen naar reguliere woning. Gelet op het bovenstaande ontstaat daarmee geen nieuw geluidgevoelig object dat in het kader van de Wet geluidhinder getoetst dient te worden.

17/48

18/48

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische planbeschrijving

Bestemmingsplansystematiek

De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende onderdelen: - inleidende regels; - bestemmingsregels; - algemene regels; - overgangs- en slotregel.

5.2

Planregels

5.2.1 Inleidende regels Begrippen Dit artikel definieert de begrippen die in het bestemmingsplan worden gebruikt. Dit wordt gedaan om interpretatieverschillen te voorkomen. Wijze van meten Dit artikel geeft aan hoe de lengte, breedte, hoogte, diepte en oppervlakte en dergelijke van bouwwerken worden gemeten of berekend. Alle begrippen, waarin maten en waarden voorkomen, worden in dit artikel verklaard. 5.2.2 Bestemmingsregels Groen De gronden met de bestemming 'Groen‘ zijn bestemd voor groenvoorzieningen en daarbij behorende voorzieningen, zoals fiets- en voetpaden, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, straatmeubilair en water. Binnen de bestemming mogen uitsluitend gebouwen voor nutsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd. Tuin De gronden met de bestemming 'Tuin' zijn bestemd voor tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, alsmede voor water en parkeervoorzieningen. De voortuinen zijn bestemd als Tuin bij de woningen. Gebouwen en overkappingen zijn hier uitgesloten, waardoor alleen overige bouwwerken zijn toegestaan. Wonen De gronden met de bestemming 'Wonen' zijn bestemd voor wonen, met daaronder begrepen beroepsmatige activiteiten en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. Verder zijn bijbehorende voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen en water mogelijk binnen de bestemming.

Het totaal aantal woningen bedraagt maximaal 1. Op de verbeelding is aangegeven dat een maximale goothoogte van 7 meter en een maximale bouwhoogte van 11 meter toegestaan.

19/48

Binnen de bestemming zijn nog specifieke gebruiksregels opgenomen voor zelfstandige bewoning van vrijstaande bijgebouwen en voor beroepsmatige activiteiten en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. Waarde - Archeologie Binnen het plangebied is sprake van twee verschillende soorten van archeologische waarden, namelijk specifieke vorm van waarde 1 en 3. Deze zijn gebaseerd op het gemeentelijke beleid ten aanzien van de bescherming van archeologische waarden. Op de Archeologische waarden en Beleidskaart zijn deze aangeduid met nummer 1 en nummer 3. Om deze (mogelijke) archeologische sporen te beschermen is op de betreffende gronden de dubbelbestemming Waarde - Archeologie van toepassing. Door middel van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde 1' of 'specifieke vorm van waarde 3' is in de bestemmingslegging het verschil tot uitdrukking gebracht. Voor bouwwerkzaamheden wordt pas toestemming verleend nadat de archeologische waarde van het betreffende gebied is vastgesteld en de bouwactiviteiten geen schade aan kunnen brengen aan de aanwezige archeologische resten. Voor het grootste deel van het plangebied is de archeologische toetsing niet nodig indien het gaat om een bouwwerk van 200 m² of minder en/of niet dieper reikt dan 0,8 m onder het maaiveld.

Voor een klein deel van het plangebied geldt een diepte van 0,5 m en/of een oppervlakte van 100 m² waarbij archeologische toetsing nodig is. 5.2.3 Algemene regels In dit onderdeel van de regels komen algemene regels aan de orde die gelden voor alle bestemmingen in het bestemmingsplan. Anti-dubbeltelbepaling Een Anti-dubbeltelregel wordt opgenomen om te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. De formulering van de anti- dubbeltelregel is bindend voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.4 Bro). Algemene bouwregels Het artikel Algemene bouwregels bevat enkele algemene regels voor het bouwen. Zo zijn er regels over parkeergelegenheid, de geringe overschrijding van bouwgrenzen of oppervlaktematen door ondergeschikte onderdelen van gebouwen. Ook wordt voorzien in een regeling voor overkappingen, luifels, overstekken en ondergrondse gebouwen, waarin wordt vastgelegd waar deze zijn toegestaan en in hoeverre deze meetellen bij de inhouds- en oppervlaktemaat van de bovengrondse gebouwen.

Algemene gebruiksregels Hoewel het gebruik van gronden en bouwwerken is geregeld in de Wro, zijn voor de duidelijkheid regels opgenomen over dit gebruik. Een voorbeeld is een algemeen verbod om gronden en bouwwerken te gebruiken in strijd met de bestemming of de bijbehorende regels.

20/48

Algemene afwijkingsregels In deze artikelen wordt een opsomming gegeven van de regels waarvan kan worden afgeweken. Ook wordt een opsomming gegeven van de regels waarmee door middel van een wijzigingsbevoegdheid ex artikel 3.6 Wro het mogelijk is enige flexibiliteit in het plan aan te brengen. Het gaat hierbij om een bevoegdheid en dus geen verplichting. Overige regels Werking wettelijke regelingen: In de regels van een bestemmingsplan wordt in een toenemend aantal gevallen met verwijzing naar een (andere) wettelijke regeling een procedure, begrip en/of functie uit die andere regeling van toepassing verklaard. De van toepassing verklaarde wettelijke regeling geldt zoals deze luidt op het moment van de vaststelling van het plan. 5.2.4 Overgangs- en slotregels In het afsluitende onderdeel van de regels komen de overgangs- en slotregel aan de orde. De formulering van het overgangsrecht is bindend voorgeschreven in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.2.1 Bro). De slotregel bevat de titel van het plan.

21/48

22/48

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

Ingevolge het Bro heeft de gemeente de onderzoeksverplichting om de financieel-economische uitvoerbaarheid van het plan te toetsen (artikel 3.1.6 lid 1 sub f Bro). Aangezien het in dit geval het juridisch-planologisch vastleggen van een reeds bestaande situatie betreft, is het vaststellen van een exploitatieplan zodoende niet noodzakelijk en is de economische uitvoerbaarheid voldoende gewaarborgd. Er wordt immers geen nieuw bouwplan mogelijk gemaakt.

23/48

24/48

Hoofdstuk 7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Ontwerpbestemmingsplan Het ontwerpbestemmingsplan met de daarbij behorende stukken heeft vanaf 28-2-2022 tot en met 11-4-2022 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode van 6 weken was het voor eenieder mogelijk om mondeling of schriftelijk een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan te geven. Er zijn geen zienswijzen binnengekomen.

25/48

26/48

REGELS

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 plan: het bestemmingsplan Molendijk 20 met identificatienummer NL.IMRO.0614.1210bpMolendijk20-0100 van de gemeente Westvoorne. 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels. 1.3 aan- en uitbouw: een aan een hoofdgebouw gebouwd gebouw dat in bouwkundig opzicht te onderscheiden is van het hoofdgebouw. 1.4 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of een figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels, regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6 ander bouwwerk: een bouwwerk, geen gebouw zijnde. 1.7 bebouwing: een of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.8 bebouwingspercentage: een op de verbeelding of in de planregels aangegeven percentage, dat de grootte van het deel van een terrein aangeeft dat maximaal mag worden bebouwd 1.9 bed & breakfast: Een bed & breakfast is een kleinschalige, aan de woonfunctie ondergeschikte, kortdurende, toeristische verblijfsvoorziening, voor uitsluitend logies en ontbijt voor maximaal vijf personen, die deel uitmaakt van het hoofdgebouw of is gevestigd in één van de bestaande bijgebouwen en wordt gerund door de gebruikers van het betreffende perceel.

1.10 bedrijf: een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop dan wel levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende activiteiten.

29/48

1.11 bedrijfsmatige activiteiten (in of bij een woning): het bedrijfsmatig verlenen van diensten of het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid door de hoofdbewoner, gericht op consumentenverzorging, geheel of overwegend door middel van handwerk, alsmede handelsactiviteiten via internetwinkels, waarvan de omvang zodanig is dat de activiteit in een woning en/of de daarbij behorende bouwwerken, met behoud van de woonfunctie, kan worden uitgeoefend. 1.12 beleidsregel 'Bed and Breakfast en Gastenverblijven' de door het college van B&W op 12 april 2016 vastgestelde 'beleidsregel Bed and Breakfast en Gastenverblijven', dan wel de opvolger van die beleidsregel. 1.13 beroepsmatige activiteiten (in of bij een woning): het in een woning door een bewoner, al dan niet in samenwerking met anderen, op beroepsmatige wijze verlenen van diensten op administratief, medisch, juridisch, therapeutisch, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermede naar de aard gelijk te stellen beroep dat door zijn aard en omvang zodanig is dat deze activiteiten in een woning kunnen worden uitgeoefend en de activiteiten geen onevenredige afbreuk doen aan het woon- en leefmilieu in de directe omgeving.

1.14 bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen: afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen, die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Woningwet/Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.15 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. 1.16 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.17 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.18 bouwgrens: de grens van een bouwvlak. 1.19 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten. 1.20 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

30/48

1.21 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.22 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw, of ander bouwwerk, met een dak. 1.23 bijgebouw: een niet voor bewoning bestemd vrijstaand, in ruimtelijk en functioneel opzicht van de hoofdbouwmassa te onderscheiden gebouw, ten dienste van de functie van de hoofdbouwmassa. 1.24 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen, verhuren en/of leveren aan personen, die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.25 erfbebouwing: aan- of uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen. 1.26 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.27 geluidzone - industrie de met de gebiedsaanduiding 'geluidzone - industrie' aangegeven zone, zoals bedoeld in artikel 40 van de Wet geluidhinder.

1.28 hoofdgebouw: een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als het belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1.29 huishouden één of meer personen die een gezamenlijke huishouding voeren, waarbij sprake is van continuïteit in samenstelling en onderlinge verbondenheid. 1.30 kelder: een overdekte, met wanden omsloten, voor mensen toegankelijke ruimte, beneden of tot ten hoogste 0,5 m boven de kruin van de weg, waaraan het bouwperceel is gelegen. 1.31 nutsvoorzieningen voorzieningen ten behoeve van het openbare nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie.

31/48

1.32 peil: a. In het geval van gebouwen: 1. indien de afstand van een gebouw tot de kant van de openbare weg meer dan 10 m bedraagt: de afgewerkte begane grondvloer met een maximum van 30 cm boven de gemiddelde hoogte van het aansluitende terrein, vóór het eventueel bouwrijp maken van dit terrein; 2. indien de afstand van een gebouw tot de kant van de openbare weg ten hoogste 10 m bedraagt: de afgewerkte begane grondvloer met een maximum van 30 cm boven de gemiddelde hoogte van de kruin van de weg, ter plaatse van het bouwwerk. b. In het geval van bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 1. indien de afstand van het bouwwerk tot de kant van de openbare weg meer dan 5 m bedraagt: de gemiddelde hoogte van het aansluitende terrein, vóór het eventueel bouwrijp maken van dit terrein; 2. indien de afstand van het bouwwerk tot de kant van de openbare weg ten hoogste 5 m bedraagt: de gemiddelde hoogte van de kruin van de weg, ter plaatse van het bouwwerk. 1.33 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of daarmee naar de aard en omvang vergelijkbare activiteiten, in de vorm van seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden; onder seksinrichting wordt in ieder geval begrepen: a. een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische massagesalon; b. een seksbioscoop of sekstheater; c.

een seksautomatenhal; d. een seksclub of parenclub; al dan niet in combinatie met elkaar of in combinatie met een sekswinkel. 1.34 straatmeubilair: bouwwerken ten behoeve van al dan niet openbare (nuts)voorzieningen, zoals: a. verkeersgeleiders, verkeersborden, lichtmasten, zitbanken, bloembakken; b. telefooncellen, abri's, kunstwerken, speeltoestellen en draagconstructies voor reclame; c. kleinschalige bouwwerken ten behoeve van (openbare) nutsvoorzieningen met een hoogte van ten hoogste 3 m, waaronder begrepen voorzieningen ten behoeve van telecommunicatie, energievoorziening en brandkranen; d. afvalinzamelsystemen. 1.35 verbeelding de kaart met bijbehorende verklaring waarop de bestemmingen alsmede de aanduidingen van de in het plan begrepen gronden zijn aangewezen. 1.36 voorgevel: de gevel van het gebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.37 voorgevelrooilijn: de lijn waarin de voorgevel van een hoofdgebouw is gelegen, alsmede het verlengde daarvan.

32/48

1.38 waterhuishoudkundige voorzieningen: voorzieningen ten behoeve van het opvangen en lokaal verwerken van hemelwater afkomstig van verhard oppervlak op het perceel, zoals reservoirs voor opvang en/of hergebruik van hemelwater en infiltratiesystemen voor hemelwater met toebehoren (leidingen, zandvangputten e.d.). 1.39 wonen het gebruik van een complex van ruimten voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden. 1.40 woning: een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van één huishouden. 1.41 zijdelingse perceelsgrens de grens tussen twee percelen, die voor- en achterzijde van een perceel verbindt.

33/48

Artikel 2

Wijze van meten

2.1 afstand: de afstand tussen bouwwerken onderling en de afstand van bouwwerken tot perceelsgrenzen worden daar gemeten waar deze afstanden het kleinst zijn. 2.2 breedte, lengte en diepte van een bouwwerk: tussen (de lijnen getrokken door) de buitenzijde van de gevels en het hart van de scheidsmuren. 2.3 goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot/de druiplijn, het boeibord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.4 inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.5 bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.6 oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

34/48

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Groen

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals fiets- en voetpaden, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, straatmeubilair en water. 3.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd; b. de oppervlakte van gebouwen zoals bedoeld onder a bedraagt ten hoogste 25 m² per gebouw; c. de bouwhoogte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling, de verkeers- of wegaanduiding of de verlichting bedraagt ten hoogste 3 m.

35/48

Artikel 4

Tuin

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, alsmede voor water en parkeervoorzieningen. 4.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, worden gebouwd; b. de hoogte van erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 1,25 m; c. de hoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; d. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m.

36/48

Artikel 5

Wonen

5.1 Bestemmingsomschrijving 5.1.1 Algemeen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen, met daaronder begrepen beroepsmatige activiteiten en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen en water. 5.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: 5.2.1 Algemeen a. het aantal woningen bedraagt ten hoogste het het met de aanduiding 'maximum aantal woningen' aangegeven aantal woningen; b. hoofdgebouwen worden ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' vrijstaand gebouwd; c. de goothoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven goothoogte; d. de bouwhoogte van hoofdgebouwen bedraagt ten hoogste de met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte; e. dakkapellen en dakopbouwen zijn toegestaan op hoofdgebouwen, met dien verstande dat: 1. de breedte van dakkapellen aan de voor- of zijkant van het hoofdgebouw ten hoogste 70% van het dakvlak bedraagt; 2. de breedte van dakkapellen aan de achterzijde van het hoofdgebouw gelijk mag zijn aan de breedte van het dakvlak; 3. de breedte van dakopbouwen gelijk mag zijn aan de breedte van het dakvlak; 4. de maximale bouwhoogte niet wordt overschreden; f.

erfbebouwing wordt ten minste 1 m achter de voorgevelrooilijn gebouwd; g. de goothoogte van erfbebouwing, geen overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 3 m; h. de bouwhoogte van erfbebouwing, geen overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 5 m; i. de bouwhoogte van overkappingen bedraagt ten hoogste 3 m; j. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 1,25 m; k. de bouwhoogte van erfafscheidingen elders bedraagt ten hoogste 2 m; l. de bouwhoogte van toegangshekken/-palen als onderdeel van de erfafscheiding bedraagt ten hoogste 2,5 m over een breedte van ten hoogste 4 meter; m. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, bedraagt ten hoogste 6 m.

37/48

5.2.2 Vrijstaande woningen Voor de bouw van vrijstaande woningen gelden daarnaast de volgende regels: a. het gezamenlijk oppervlak van gebouwen en overkappingen bedraagt per bouwperceel ten hoogste 150 m²; deze oppervlakte mag worden vergroot tot ten hoogste 400 m², met dien verstande dat het totale grondoppervlak van gebouwen en overkappingen niet meer bedraagt dan 35% van het totale oppervlak van de bij de woning behorende gronden met de bestemming 'Wonen'; b. de afstand van hoofdgebouwen tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt ten minste 3 m; c. in afwijking van het bepaalde in lid 5.2.1 onder h. bedraagt de bouwhoogte van erfbebouwing, geen overkappingen zijnde, ten hoogste 6 m, indien de afstand tot de zij- en achterperceelsgrens ten minste 3 m bedraagt.

5.3 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 5.2.1. onder l, om toegangshekken / - palen met een maximum hoogte van 2,5 m over een grotere breedte dan 4 m toe te staan, met dien verstande dat: a. afwijken uitsluitend mogelijk is voor toegangshekken / -palen aan de voorzijde van een bouwperceel; b. de breedte van het bouwperceel ten minste 20 m bedraagt; c. de maximum hoogte van 2,5 m als bedoeld in lid 5.2.1 onder l mag worden toegestaan over ten hoogste 20% van de breedte van het bouwperceel, met een maximum van 10 m. 5.4 Specifieke gebruiksregels Ten aanzien van het gebruik gelden de volgende regels: a. zelfstandige bewoning van vrijstaande bijgebouwen is niet toegestaan; b. beroepsmatige activiteiten en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten zijn toegestaan, met dien verstande dat: 1. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; 2. het oppervlak in gebruik voor beroepsmatige activiteiten of kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten van hoofdgebouwen en bijgebouwen, ten hoogste 50 m² bedraagt; 3. ten behoeve van de activiteiten wordt voorzien in aanvullende parkeergelegenheid; 4. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; 5.

geen horeca en geen detailhandel plaatsvindt, uitgezonderd aan de kleinschalige bedrijfsmatige activiteit gerelateerde en daaraan ondergeschikte detailhandel.

38/48

Artikel 6

Waarde- Archeologie

6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere aldaar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor de bescherming en veiligstelling van archeologische waarden. 6.2 Bouwregels Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels: a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in lid 7.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 1 m; b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag - met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels - uitsluitend worden gebouwd, indien: 1. de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; 2. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de bouwactiviteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning voor het bouwen regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige; c.

het bepaalde in dit lid onder b1 en b2 is niet van toepassing, indien het bouwplan betrekking heeft op een of meer van de volgende activiteiten of bouwwerken: 1. vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bebouwing, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; 2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - 1': een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 100 m² en/of waarvoor geen bouwwerkzaamheden (waaronder begrepen: heien en het slaan van damwanden) worden verricht die dieper reiken dan 0,5 m beneden het maaiveld; 3. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - 3': een bouwwerk met een oppervlakte van ten hoogste 200 m² en/of waarvoor geen bouwwerkzaamheden (waaronder begrepen: heien en het slaan van damwanden) worden verricht die dieper reiken dan 0,8 m beneden het maaiveld;

6.3

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden

6.3.1 Aanlegverbod zonder omgevingsvergunning Het is verboden op of in de gronden met de bestemming 'Waarde - Archeologie' zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, aan te leggen of werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen, waartoe worden gerekend afgraven, woelen, mengen, diepploegen, egaliseren, ontginnen, ophogen en aanleggen van drainage; b. het uitvoeren van heiwerkzaamheden en het op een of ander wijze indrijven van voorwerpen;

39/48

c. het graven en/of verbreden van sloten, vijvers en andere wateren; d. het verlagen of verhogen van het waterpeil; e. het aanleggen van ondergrondse kabels en leidingen en het aanbrengen van daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur. 6.3.2 Uitzondering op het verbod Het verbod van lid 7.3.1 is niet van toepassing, indien de werken en werkzaamheden: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - 1': een oppervlakte beslaan van ten hoogste 100 m² en/of niet dieper reiken dan 0,5 m beneden maaiveld; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van waarde - 3': een oppervlakte beslaan van ten hoogste 200 m² en/of niet dieper reiken dan 0,8 m beneden maaiveld; c. noodzakelijk zijn voor de uitvoering van een bouwplan waarbij lid 7.2 in acht is genomen; d. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan; e. ten dienste van archeologisch onderzoek worden uitgevoerd; f. normaal beheer en onderhoud betreffen; g. worden uitgevoerd in bestaande weg- en leidingcunetten. 6.3.3 Voorwaarden voor een omgevingsvergunning De werken en werkzaamheden, zoals in lid 7.3.1 bedoeld, zijn slechts toelaatbaar, indien de aanvrager van de omgevingsvergunning aan de hand van nader archeologisch onderzoek kan aantonen dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn.

Voorts zijn de werken en werkzaamheden toelaatbaar, indien: a. de aanvrager van de omgevingsvergunning een rapport heeft overlegd waarin de archeologische waarde van de betrokken locatie naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld; b. de betrokken archeologische waarden, gelet op dit rapport, door de activiteiten niet worden geschaad of mogelijke schade kan worden voorkomen door aan de omgevingsvergunning regels te verbinden, gericht op het behoud van de archeologische resten in de bodem, het doen van opgravingen dan wel het begeleiden van de bouwactiviteiten door een archeologische deskundige. 6.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen een of meer bestemmingsvlakken van de bestemming Waarde - Archeologie geheel of gedeeltelijk verwijderen, indien: a. uit nader archeologisch onderzoek is gebleken dat ter plaatse geen archeologische waarden aanwezig zijn; b. het op grond van nader archeologisch onderzoek niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan ter plaatse in bescherming en veiligstelling van archeologische waarden voorziet.

40/48

Hoofdstuk 3 Artikel 7

Algemene regels

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

41/48

Artikel 8

Algemene bouwregels

8.1 Overschrijding bouwvlakken / bestemmingsgrenzen ondergeschikte bouwdelen De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van aanduidingsgrenzen, aanduidingen en bestemmingsregels worden overschreden door: a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, balkons, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding ten hoogste 2,5 m bedraagt; b. tot gebouwen behorende erkers en serres, mits de overschrijding ten hoogste 2 m bedraagt; c. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding ten hoogste 1,5 m bedraagt.

42/48

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

9.1 Strijdig gebruik a. Het is verboden de in het plan begrepen gronden en bouwwerken te gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de in het plan aan deze gronden gegeven bestemming en met het in of krachtens het plan ten aanzien van het gebruik van deze gronden en bouwwerken bepaalde, waarbij gebruik van gebouwen voor opslag/stalling is toegestaan. b. In ieder geval wordt als gebruik in strijd met de bestemming of het plan aangemerkt: 1. het gebruik ten behoeve van een seksinrichting; 2. de opslag en/of verkoop van consumentenvuurwerk, professioneel vuurwerk of andere vergelijkbare ontplofbare goederen;

43/48

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

10.1 Afwijkingen en overschrijdingen Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a. het oprichten van niet voor bewoning bestemde gebouwen en andere bouwwerken ten dienste van (openbare) nutsvoorzieningen met een bovengrondse grondoppervlakte van ten hoogste 20 m² en een goothoogte van ten hoogste 4 m; b. afwijkingen van maten met ten hoogste 15%; c. overschrijding van bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, voor zover zulks van belang is voor een technisch betere realisering van bouwwerken dan wel voor zover zulks noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein; de overschrijdingen mogen echter niet meer dan 3 m bedragen en het bouwvlak mag niet met meer dan 10% worden vergroot. De omgevingsvergunning wordt niet verleend, indien daardoor onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken. 10.2 Bed and breakfast Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in hoofdstuk 2 voor het gebruik van bijbehorende bouwwerken en/of het oorspronkelijke hoofdgebouw als gastenverblijf of bed & breakfast indien wordt voldaan aan de op moment van aanvraag van toepassing zijnde 'Beleidsregel Bed and Breakfast en Gastenverblijven'.

44/48

Artikel 11

Algemene aanduidingsregels

11.1 Molenbiotoop Molenbiotoop en molen in stedelijk gebied In afwijking van hoofdstuk 2 gelden ter plaatse van de aanduiding 'vrijwaringszone - molenbiotoop' de volgende regels: a. binnen een afstand van 100 m tot het middelpunt van de molen wordt geen bebouwing opgericht hoger dan de onderste punt van de verticaal staande wiek; b. binnen een afstand van 100 tot 400 m tot het middelpunt van de molen wordt geen bebouwing opgericht met een hoogte die meer bedraagt dan 1/30 van de afstand van het bouwwerk tot het middelpunt van de molen, gerekend vanaf de onderste punt van de verticaal staande wiek; c. het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in dit lid onder a en b, indien: 1. de vrije windvang of het zicht op de molen al zijn beperkt vanwege aanwezige bebouwing en de windvang en het zicht op de molen niet verder worden beperkt vanwege de nieuw op te richten bebouwing; 2. toepassing van de in dit lid onder a bedoelde afstands- en/of hoogtematen de belangen in verband met de nieuw op te richten bebouwing onevenredig zouden schaden; d. indien op grond van hoofdstuk 2 een lagere maximale bouwhoogte geldt dan de maximaal toelaatbare bouwhoogte ingevolge dit lid onder a en b, prevaleert de maximaal toelaatbare bouwhoogte van hoofdstuk 2.

45/48

Artikel 12

Overige regels

12.1 Voldoende parkeergelegenheid a. een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, kan niet worden gebouwd wanneer op het bouwperceel of in de omgeving daarvan niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in stand wordt gehouden; b. bij een omgevingsvergunning wordt aan de hand van op dat moment van toepassing zijnde beleidsregels bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid; c. bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in sub a en worden toegestaan dat in minder dan voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien, mits dit geen onevenredige afbreuk doet aan de parkeersituatie.

46/48

Hoofdstuk 4 Artikel 13

Overgangs- en slotregels

Overgangsrecht

13.1 Overgangsrecht bouwwerken Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a. een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; b. het bevoegd gezag kan in afwijking van het eerste lid eenmalig een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%; c. het onder lid a bepaalde is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

13.2 Overgangsrecht gebruik Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d. dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregeling van dat plan.

47/48

Artikel 14

Slotregel

Deze regels worden aangehaald onder de naam 'Regels van het bestemmingsplan Molendijk 20'.

48/48

VERBEELDING

Plangebied Plangrens

Enkelbestemmingen G

Groen

T

Tuin

W

Wonen

Dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie

WR-A

Gebiedsaanduidingen vrijwaringszone - molenbiotoop

Functieaanduidingen G W 1

(swr-1)

specifieke vorm van waarde - 1

(swr-3)

specifieke vorm van waarde - 3

Bouwvlakken 7

bouwvlak

11

20

Maatvoeringen

18b

(swr-3)

T

1

maximum aantal wooneenheden

7

maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)

11

18a

WR-A

19a

(swr-1) 19 18c-18e

GEMEENTE ESTVOORNE

17

Molendijk 20, Rockanje

16 15

bestemmingsplan

13

11 9 7 14

Mo

len

dij

k

24 5 11-11a

PROJECT

20180291

FORMAAT

A3

SCHAAL

1:1000

KAART

1/1

Vastgesteld

20-09-2022

GETEKEND

f.t.

Ontwerp

28-02-2022

IDN

NL.IMRO.0614.1210bpMolendijk20-0100

Concept

17-08-2021

RHO ADVISE RS

info@rho.nl www.rho.nl

N

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11757841/1