CConstaterende datWestvoorne
Koppel je AI →
Document · PDF

06 Was-Wordt Financiele verordening VaZ defintieve versie

Gemeenteraad 6 december 2022, gemeente WestvoorneBij agendapunt: Raadsvoorstel Financiële verordening12.049 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

HELLEVOETSLUIS

BRIELLE

WESTVOORNE

Voorne aan Zee

Artikel 1. Begripsbepaling

Artikel 1. Begripsbepaling

Artikel 1. Begripsbepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

In deze verordening wordt verstaan onder:

In deze verordening wordt verstaan onder:

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd; b. afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college; c. inkomsten: totaal van de baten voor toevoegingen en onttrekkingen van reserves; d. rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen, raadsbesluiten en collegebesluiten; e. doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen; f. doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten, van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald; g. overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met

- administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd; - afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college; - inkomsten: totaal van de baten voor toevoegingen en onttrekkingen van reserves; - rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen, raadsbesluiten en collegebesluiten. - doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen. - doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald.

a. administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd; b. financieel beheer: het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen en het uitoefenen van rechten van de gemeente Westvoorne; c. doelmatigheid: de mate waarin de gewenste prestaties worden gerealiseerd met een zo beperkt mogelijke inzet van middelen, of de mate waarin met de beschikbare middelen zoveel mogelijk resultaat wordt bereikt; d. doeltreffendheid: de mate waarin de gemeente erin slaagt de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid ook daadwerkelijk te bereiken; e. inkomsten: totaal van de baten voor toevoegingen en onttrekkingen aan reserves; f. netto schuld: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak. Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van

a. administratie: het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke organisatie en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd; b. afdeling: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college; c. inkomsten: totaal van de baten voor toevoegingen en onttrekkingen van reserves; d. bruto schuld: Onder bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteurenvorderingen en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen wordt verstaan het totaal van leningen aan deelnemingen, leningen aan overige verbonden partijen, leningen aan derden, langlopende uitzettingen, kortlopende uitzettingen, debiteurenvorderingen, liquide middelen en overlopende activa; e. netto schuld per inwoner: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke bezittingen gedeeld door het aantal inwoners op 31 december van het begrotingsjaar. f. onbenutte belastingcapaciteit onroerende zaakbelasting: verschil tussen de opbrengst onroerende zaakbelasting bij de tarieven die

Pagina 1

HELLEVOETSLUIS

BRIELLE

WESTVOORNE

Voorne aan Zee

rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt.

- overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt;

langlopende leningen, kortlopende schulden, crediteuren en overlopende passiva. Onder geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak wordt verstaan het totaal van langlopende uitzettingen, vorderingen, liquide middelen en overlopende activa; g. rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen, raadsbesluiten en collegebesluiten; h. sector: iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke organisatie die als zodanig een eigen rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college heeft; i. overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt.

minimaal nodig zijn voor toegang tot de procedure van artikel 12 van de Financiëleverhoudingswet en de (geraamde) opbrengst onroerende zaakbelasting; g. overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin de gemeente, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen of een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt. h. Verkrijgingsprijs: de verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. i. Vervaardigingsprijs: de vervaardigingsprijs omvat de aanschafkosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend.

Artikel 2. Programma-indeling

Artikel 2. Programmaindeling

Artikel 2. Programma-indeling

1. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een

1. De raad stelt een programmaindeling vast en bepaalt zo nodig bij aanvang van een nieuwe

Artikel 2. Programma-indeling 1. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast.

Pagina 2

HELLEVOETSLUIS programma-indeling voor die raadsperiode vast. 2. De raad stelt op voorstel van het college per programma de beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 3. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.

BRIELLE 1. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode een programma-indeling voor die raadsperiode vast. 2. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college de taakvelden per programma vast. 3. De raad stelt op voorstel van het college per programma de beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.

WESTVOORNE

Voorne aan Zee

raadsperiode of de bestaande programma-indeling voor de komende raadsperiode aanpassing behoeft. 2. De raad stelt op voorstel van het college de taakvelden per programma vast en bepaalt zo nodig bij aanvang van een nieuwe raadsperiode of de bestaande indeling voor de komende raadsperiode aanpassing behoeft. De onderverdeling van de programma’s in taakvelden staat voor een raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot wijzigen. Wijzigingen worden bij de begroting expliciet vermeld. 3. De raad stelt jaarlijks per programma vast: a. de beleidsdoelstellingen i.c. de beoogde maatschappelijke effecten; b. de beleidsactiviteiten i.c. de te leveren goederen en diensten; c. de in te zetten middelen in termen van baten en lasten. 4. De raad stelt, op voorstel van het college, per programma de beleidsindicatoren vast voor het meten van en het afleggen van verantwoording over de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.

2. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode op voorstel van het college de taakvelden per programma vast. 3. De raad stelt op voorstel van het college per programma de beleidsindicatoren vast. Het voorstel van het college bevat ten minste de verplichte beleidsindicatoren, bedoeld in artikel 25, tweede lid, onder a, van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 4. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen van de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.

Pagina 3

HELLEVOETSLUIS

BRIELLE

WESTVOORNE

Voorne aan Zee

5. De raad kan jaarlijks vaststellen over welke onderwerpen hij in extra paragrafen naast de verplichte paragrafen in de begroting en het jaarverslag kaders wil stellen en wil worden geïnformeerd.

Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken

Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken

Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken

1. Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma’s de baten en lasten weergegeven, alsmede de stortingen en onttrekkingen aan de reserves. 2. In de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven voor de jaren waarvoor de begroting geldt. 3. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie. 4. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven.

1. Bij de begroting en de jaarstukken worden de totale lasten en baten per programma en per taakveld weergegeven. 2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen het benodigde investeringskrediet weergegeven. 3. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven. 4. Voor de niet uit de balans blijkende verplichtingen wordt een grensbedrag van € 100.000 gehanteerd. 5. In het overzicht incidentele baten en lasten worden incidentele baten en lasten gespecificeerd vanaf € 25.000. Incidentele baten en lasten kleiner dan € 25.000 worden als ‘overige’ per programma opgenomen. Dit grensbedrag

1. Bij de begroting en de jaarstukken worden de totale lasten en baten per programma en per taakveld weergegeven. 2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven. 3. In de jaarstukken worden van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven.

Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken 1. Bij de begroting en de jaarstukken worden onder elk van de programma’s, het overzicht van algemene dekkingsmiddelen, het overzicht van de overhead de baten en lasten per taakveld en de investeringen weergegeven. 2. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven. 3. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in begroting wordt in aanvulling op het bepaalde in artikel 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie. 4. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven.

Pagina 4

HELLEVOETSLUIS

BRIELLE

WESTVOORNE

Voorne aan Zee

geldt niet voor incidentele baten en lasten als gevolg van dotaties en onttrekkingen aan de reserves, deze worden altijd apart opgenomen. 6. De begroting en jaarrekening worden opgesteld met inachtneming van het 'Besluit Begrotingen Verantwoording provincies en gemeente' (BBV).

Artikel 4. Kaders begroting

Artikel 4. Kaders begroting

Artikel 4. Kaders begroting (kadernota)

Artikel 4. Kaders begroting

1. Het college biedt voor 1 juni aan de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota voor het zomerreces vast. 2. In de begroting wordt een post onvoorzien van € 2 per inwoner opgenomen.

1. Het college biedt in de eerste helft van het begrotingsjaar de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad stelt deze nota binnen een maand na aanbieding vast. 2. In de begroting wordt een post onvoorzien van € 2,50 per inwoner opgenomen.

De raad stelt uiterlijk 1 augustus van ieder jaar het beleid en de financiële kaders voor het volgende begrotingsjaar en de drie opvolgende jaren vast. Nieuw beleid wordt afgewogen bij de behandeling van deze nota.

1. Het college biedt voor het zomerreces aan de raad een nota aan met een voorstel voor het beleid en de financiële kaders van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. 2. In de begroting wordt een post onvoorzien van € 2,50 per inwoner opgenomen.

Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten

Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten

Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten

Artikel 5. Autorisatie begroting en investeringskredieten

1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma. 2. De nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële

1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma. 2. Het college is bevoegd de geautoriseerde budgetten en

1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale lasten en de totale baten per programma, het overzicht algemene dekkingsmiddelen en de financiële positie.

1. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en de lasten per programma. 2. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke investeringen in het begrotingsjaar t, hij op een later tijdstip een

Pagina 5

HELLEVOETSLUIS

BRIELLE

WESTVOORNE

Voorne aan Zee

positie geautoriseerd voor het eerste begrotingsjaar. 4. Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad bedoeld in artikel 6, lid 1, doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. 5. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor.

investeringskredieten met een bedrag van maximaal € 25.000 te overschrijden zonder vooraf de raad te informeren. De raad dient de overschrijding achteraf te autoriseren. 3. Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad bedoeld in artikel 6, lid 1, doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. In geval van investeringen met een meerjarig karakter doet het college indien nodig ook bij iedere begroting op grond van geactualiseerde ramingen voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten. 4. Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor. 5. Het college is bevoegd om op programmaniveau (binnen hetzelfde programma) administratieve begrotingswijzigingen vast te stellen, mits de beleidsdoelen worden behaald.

2. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. 3. Bij de behandeling van de bestuursrapportages in de raad doet het college voorstellen voor wijziging van de geautoriseerde budgetten en investeringskredieten en/of bijstelling van het beleid. 4. Voor investeringen in de loop van het begrotingsjaar die niet in de begroting zijn opgenomen, legt het college vooraf aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel en een voorstel voor het autoriseren van een investeringskrediet aan de raad voor. 5. Het college is bevoegd de geautoriseerde budgetten en investeringskredieten met een bedrag van maximaal € 25.000 te overschrijden voordat de raad middels bestuursrapportages wordt gevraagd om een wijziging van het budget. 6. Het college is bevoegd om op programmaniveau (binnen hetzelfde programma) administratieve begrotingswijzigingen vast te stellen.

apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. 3. Bij de behandeling van de tussenrapportages in de raad bedoeld in artikel 6, lid 1, doet het college voorstellen voor het wijzigen van de geautoriseerde baten en lasten, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid.

Pagina 6

HELLEVOETSLUIS

BRIELLE

WESTVOORNE

Voorne aan Zee

6. Overhevelen van niet bestede incidentele budgetten in een begrotingsjaar is éénmalig mogelijk. Het overhevelen van niet bestede operationele(structurele) budgetten is ongewenst, tenzij er in het jaar van budgettering reeds een financiële verplichting is aangegaan.

Artikel 6. Tussentijdse rapportage 1. Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente op basis van de eerste 4 maanden en de eerste 9 maanden van het lopende boekjaar. 2. De tussenrapportages bevatten een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid op basis van “management by exeption” en een overzicht met de bijgestelde raming van: a. de baten en de lasten per programma; b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen; c. het overzicht van de overhead en de geraamde vennootschapsbelasting; d. het totale saldo van de baten en lasten volgend uit de onderdelen a, b en c; e. de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma;

Artikel 6. Tussentijdse rapportage 1. Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente van het lopende boekjaar. 2. De tussenrapportages worden aan de raad aangeboden in de vorm van een: a. Voorjaarswijziging voor 1 juli van het lopende begrotingsjaar; b. Financiële tussenrapportage voor 1 september, waarbij een overzicht wordt verstrekt van alle budgetten met een te verwachten overschrijding van meer dan € 25.000; c. Najaarswijziging voor 1 december van het lopende begrotingsjaar. 3. De tussenrapportages (met uitzondering van de Financiële tussenrapportage) bevatten een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen

Artikel 6. Tussentijdse rapportage 1.Het college informeert de raad door middel van 2 tussentijdse bestuursrapportages (Berap) over de realisatie van de lopende begroting van de gemeente. 2. De bestuursrapportages worden aan de raad aangeboden op de volgende tijdstippen: a. de eerste rapportage vóór 1 juli van het lopende begrotingsjaar; b. de tweede rapportage vóór 31 december van het lopende begrotingsjaar. 3. In de bestuursrapportage worden minstens de afwijkingen ten opzichte van de ramingen van de baten en lasten en investeringskredieten in de begroting na wijziging groter dan € 25.000 toegelicht. 4. In aanvulling op de in lid 3 genoemde afwijkingen, gaan de bestuursrapportages in op: a. de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van het meerjarig beleidsprogramma;

Artikel 6. Tussentijdse rapportage 1. Het college informeert de raad door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste 4 maanden en de eerste 9 maanden van het lopende boekjaar. 2. De tussenrapportages bevatten een uiteenzetting over de uitvoering en het bijstellen van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: a. de baten en de lasten per programma; b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen uitgesplitst naar taakvelden; c. het overzicht van de overhead en de geraamde vennootschapsbelasting; d. het totale saldo van de baten en lasten volgend uit de onderdelen a, b en c; e. de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; f. het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e; en g. de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten. 3. In de tussenrapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke ramingen van de baten en

Pagina 7

HELLEVOETSLUIS

BRIELLE

WESTVOORNE

Voorne aan Zee

f.

het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e; en g. de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten. 3. In de tussenrapportages worden afwijkingen op de laatst vastgestelde ramingen van de baten en lasten van programma’s in de begroting groter dan € 25.000 per baten en/of lasten toegelicht. Toelichting vindt altijd plaats op afwijkingen waarbij verwacht mag worden dat er sprake is van politieke gevoeligheid. 4. De inrichting van de tussenrapportages sluit aan bij de programma-indeling van de begroting.

van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: a. de baten en de lasten per programma uitgesplitst naar taakvelden; b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen; c. het overzicht van de overhead en de geraamde vennootschapsbelasting; d. het totale saldo van de baten en lasten volgend uit de onderdelen a, b en c; e. de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; f. het resultaat, volgend uit de onderdelen d en e.

b. het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen; c. het totale saldo van de baten en de lasten per programma; d. de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per programma; en e. de realisatie en raming van de uitputting van de investeringskredieten; f. de voortgang van de onderzoeken naar de doelmatigheid en doeltreffendheid, voor zover van toepassing.

lasten van taakvelden, prioriteiten en investeringskredieten in de begroting groter dan € 50.000 toegelicht.

Artikel 7. Informatieplicht

Artikel 7. Informatieplicht

Artikel 7. Informatieplicht

Het college besluit niet over waarborgen en garanties dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en/of bedenkingen ter kennis van het college te brengen.

1. Het college heeft een actieve informatieplicht bij overschrijding van budgetten/investeringskredieten met meer dan € 25.000. 2. Het college besluit niet over het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties die afwijken van de criteria in het treasurystatuut.

Het college besluit niet over: a. de verkoop van goederen groter dan € 25.000 b. het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan € 10.000; en c. het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen,

Artikel 7. Informatieplicht Het college besluit niet over: a. de verkoop van goederen, werken en diensten groter dan € 50.000; b. het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties en c. het verstrekken van kapitaal aan instellingen en ondernemingen, dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.

dan nadat de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen.

Pagina 8

HELLEVOETSLUIS

BRIELLE

WESTVOORNE

Voorne aan Zee

Artikel 8. EMU-saldo

Artikel 8. EMU-saldo

Artikel 8. EMU-saldo

Artikel 8. EMU-saldo

Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.

Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMUtekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.

Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.

Wanneer het Rijk de gemeente bericht dat alle gemeenten samen het collectieve aandeel van gemeenten in het EMU-tekort, bedoeld in artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben overschreden, informeert het college de raad of een aanpassing van de begroting nodig is. Als het college een aanpassing nodig acht, doet het college een voorstel voor het wijzigen van de begroting.

Artikel 9. Waardering en afschrijving vaste activa

Artikel 9. Waardering en afschrijving vaste activa

Artikel 9. Waardering en afschrijving vaste activa

Artikel 9. Waardering en afschrijving vaste activa

1. Vaste activa worden afgeschreven volgens annuïtaire methodiek en de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening. 2. Kosten voor het afsluiten van geldleningen, een saldo voor agio of een saldo voor disagio worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. 3. Vaste activa kleiner dan € 15.000 worden in 1 jaar afgeschreven. 4. Met de afschrijving van vaste activa wordt gestart met ingang van het jaar nadat de vervaardiging van het actief is afgerond. 5. Bij de afschrijving van vaste activa wordt de

1. Materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de ‘bijlage afschrijvingsbeleid’ bij deze verordening. Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut worden vanaf een bedrag van € 50.000 afgeschreven. Overige investeringen met economisch nut worden vanaf een bedrag van€ 25.000 afgeschreven. 2. Er wordt gestart met afschrijven in het jaar dat volgt op het jaar waarin de investering gereed komt of wordt verworven.

1. Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en de termijnen zoals vermeld in de bijlage “uitgangspunten waardering en afschrijving vaste activa” bij deze verordening; 2. Kosten voor het afsluiten van geldleningen en het saldo voor agio of disagio worden direct ten laste van de exploitatie gebracht; 3. Investeringen met een uitgave van minimaal € 15.000 worden geactiveerd. Investeringen beneden dit bedrag worden niet geactiveerd maar via de exploitatie geraamd en verantwoord; 4. Er wordt gestart met afschrijven in het jaar dat volgt op het jaar waarin

1. Materiële vaste activa wordt gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs 2. Immateriële en materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de lineaire methodiek en de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij deze verordening. 3. In afwijking van lid 2 worden woningen van het woonbedrijf progressief afgeschreven. 4. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. 5. Vaste activa kleiner dan € 25.000 worden niet geactiveerd. 6. Met de afschrijving van vaste activa wordt gestart met ingang van het jaar nadat de aankoop/vervaardiging van het actief is afgerond.

Pagina 9

HELLEVOETSLUIS

BRIELLE

componentenmethode zoveel als mogelijk toegepast.

Voorne aan Zee

de investering gereed komt of wordt verworven;

Artikel 10. Voorziening voor oninbare vorderingen

Artikel 10. Voorziening voor oninbare vorderingen

Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen.

1. Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen. 2. Voor openstaande vorderingen betreffende: a. onroerendezaakbelastingen; b. forensenbelasting; c. hondenbelasting; d. rioolheffing; e. afvalstoffenheffing; en f. bijstandsvertrekking, zijn afspraken gemaakt met betreffende gemeen-schappelijke regelingen over de bepaling van de voorziening wegens oninbaarheid.

Artikel 11. Reserves en voorzieningen

Artikel 11. Reserves en voorzieningen

1. In de begroting en jaarrekening wordt een actueel beeld gegeven van de reserves en voorzieningen. 2. In de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening vindt geen

WESTVOORNE

1. In de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening vindt geen toerekening van rente

Artikel 10. Voorziening voor oninbare vorderingen 1. Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen. 2. Voor openstaande vorderingen kunnen afspraken met gemeenschappelijke regelingen worden gemaakt over de bepaling van de voorziening wegens oninbaarheid.

Artikel 10. Reserves en voorzieningen 1. Het college biedt de raad periodiek een nota reserves en voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en behandelt: a. de vorming en besteding van reserves;

Artikel 11. Reserves en voorzieningen 1. In de begroting en jaarrekening wordt een actueel beeld gegeven van de reserves en voorzieningen. 2. In de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening vindt geen toerekening van rente over reserves en voorzieningen plaats.

Pagina 10

HELLEVOETSLUIS

BRIELLE

WESTVOORNE

Voorne aan Zee

toerekening van rente over reserves en voorzieningen plaats. 3. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve wordt minimaal aangegeven: a. het specifieke doel van de reserve; b. de voeding van de reserve; c. de maximale hoogte van de reserve; d. de maximale looptijd. 4. Als een bestemmingsreserve binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een besteding, valt de bestemmingsreserve het daarop volgende jaar vrij ten gunste van het exploitatieresultaat.

over de reserves en voorzieningen aan de taakvelden plaats.

b. de vorming en besteding van voorzieningen; en 2. In de beleidsbegroting, de financiële begroting, het jaarverslag en de jaarrekening vindt geen toerekening van rente over de reserves en voorzieningen aan de taakvelden plaats. 3. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een investerings-voornemen wordt minimaal aangegeven: a. het specifieke doel van de reserve; b. de voeding van de reserve; 4. Indien een bestemmingsreserve binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een onttrekking, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd. 5. Het college neemt jaarlijks in de begroting een geactualiseerd overzicht op van reserves en voorzieningen.

3. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve wordt minimaal aangegeven: a. het specifieke doel van de reserve; b. de voeding van de reserve; c. de maximale hoogte van de reserve; d. de maximale looptijd. 4. Als een bestemmingsreserve binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een besteding, valt de bestemmingsreserve het daarop volgende jaar vrij ten gunste van het exploitatieresultaat. 5. Onttrekking in een jaar vindt plaats gelijk aan de lasten in dat jaar.

2. In de jaarrekening wordt de stand van de reserves en voorzieningen per 31 december weergegeven. 3. In de programmabegroting wordt het eindejaar-saldo van de reserves en voorzieningen geprognotiseerd. 4. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een investerings-voornemen wordt minimaal aangegeven: a. het specifieke doel van de reserve; b. de voeding van de reserve; c. de hoogte van de reserve. 5. Bestemmingsreserves waarop in 3 achtereen-volgende jaren geen mutaties zijn geweest, vervallen en vloeien terug naar de algemene reserve. Zo nodig wordt de gemeenteraad voorgesteld, op basis van een geactualiseerd plan, de bestemmingsreserve opnieuw in te stellen.

Artikel 12. Kostprijsberekening

Artikel 12. Kostprijsberekening

Artikel 11. Kostprijsberekening

1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen, waarmee kosten in rekening worden gebracht en van goederen, werken en diensten die

1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die

1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die

Artikel 12. Kostprijsberekening 1. Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken en diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een

Pagina 11

HELLEVOETSLUIS

BRIELLE

WESTVOORNE

Voorne aan Zee

worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. 2. Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken. 3. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en in de desbetreffende verantwoordingen over de besteding toegerekend aan die activiteiten. 4. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden

worden geleverd aan overheidsbe-drijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. 2. Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waar-mee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken. 3. Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en

worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen, reserves en voorzieningen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. 2. Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen en onttrekkingen aan voorzieningen en reserves voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken. 3. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie, in de desbetreffende verantwoordingen over de besteding toegerekend aan die activiteiten. 4. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, voor de belastingaangifte aan de kostprijs

extracomptabel stelsel van kostentoerekening gehanteerd. Bij deze kostentoerekening worden naast de directe kosten, de overheadkosten en de rente van de inzet van vreemd vermogen voor de financiering van de in gebruik zijnde activa betrokken. Bij de directe kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa en de afschrijvingskosten van de in gebruik zijnde activa. Voor de rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, worden daarbij ook de compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW) en de gederfde inkomsten van het kwijtscheldingsbeleid betrokken. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden toegerekend aan activiteiten welke geheel of deels worden bekostigd met een specifieke uitkering of subsidie, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en in de desbetreffende verantwoordingen over de besteding toegerekend aan die activiteiten. Voor de toerekening van de overheadkosten worden de overheadkosten die kunnen worden betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend.

Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan

2.

3.

4.

5.

Pagina 12

HELLEVOETSLUIS

BRIELLE

WESTVOORNE

Voorne aan Zee

betrokken in de aangifte vennootschapsbelasting, binnen het taakveld overhead apart geadministreerd en voor de belastingaangifte aan de kostprijs van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend. 5. Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald op basis van het gewogen gemiddelde percentage van de bij de begroting geraamde rentebaten en –lasten. 6. In afwijking van het eerste lid worden bij vennootschapsbelastingplichtige activiteiten en grondexploitaties alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de kostprijs toegerekend. Bij projectfinanciering worden dan de werkelijke rentekosten toegerekend.

3.5.1 Ingeleend personeel die worden besteed aan de desbetreffende goederen, werken, diensten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel. 4. De systematiek van extracomptabele kostentoerekening aan de kostprijs van de rioolheffing wordt jaarlijks vastgelegd en toegelicht in de Programmabegroting. 5. De systematiek van extracomptabele kostentoerekening aan de kostprijs van de afvalstoffen-heffing wordt jaarlijks vastgelegd en toegelicht in de Programmabegroting.

van de vennootschapsbelastingplichtige activiteiten toegerekend. 5. Voor de toerekening van de overheadkosten aan de kostprijs van rechten en heffingen waarmee kosten in rekening worden gebracht, en van goederen, werken, diensten die worden geleverd aan overheidsbedrijven en derden, voor zover dat niet activiteiten als bedoeld in het derde en vierde lid betreffen, wordt uitgegaan van een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van het aantal geraamde directe uren t.o.v. de totale uren van de organisatie. 6. Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijnde activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten. De uitkomst van dit percentage van de omslagrente wordt op een half procent afgerond. 7. Bij een verstrekte lening wordt voor de bepaling van de rentekosten van de inzet van vreemd vermogen in de kostprijs uitgegaan van de rente van de lening die voor de financiering van de verstrekte lening is aangetrokken.

van een aandeel in de totale overheadkosten ter grootte van de geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel die worden besteed aan de desbetreffende goederen, werken, diensten, rechten en heffingen, gedeeld door de totale geraamde directe kosten van de economische categorieën 1.1 Salarissen en sociale lasten en 3.5.1 Ingeleend personeel. 6. Het percentage van de omslagrente voor de toerekening van rente voor de financiering van de in gebruik zijn de activa, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks met de begroting vastgesteld. Het percentage van deze omslagrente wordt bepaald uit het gewogen gemiddelde van het bij de begroting geraamde rentepercentage van de rentekosten op de opgenomen langlopende leningen, kortlopende leningen en kredieten. De uitkomst van dit percentage van de omslagrente wordt binnen de marge van een half procent afgerond en mag niet lager worden dan 0%.

Pagina 13

HELLEVOETSLUIS

BRIELLE

WESTVOORNE

Voorne aan Zee

8. In afwijking van het eerste lid worden bij vennootschapsbelastingplichtige activiteiten en grondexploitaties alleen de rentekosten voor de inzet van vreemd vermogen aan de kostprijs toegerekend. Bij projectfinanciering worden dan de werkelijke rentekosten toegerekend. In andere gevallen wordt uitgegaan van het gewogen gemiddelde rentepercentage van de portefeuille leningen.

Artikel 13. Prijzen economische activiteiten

Artikel 13. Prijzen economische activiteiten

Artikel 12. Prijzen economische activiteiten

1. Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de levering van de desbetreffende goederen, diensten of werken wordt gemotiveerd. 2. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een

1. Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de levering van de desbetreffende goederen, diensten of werken wordt gemotiveerd. 2. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde

1. Voor de levering van goederen, diensten of werken aan overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende activiteiten de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd. 2. Bij het verstrekken van leningen of garanties aan overheidsbedrijven en derden brengt de gemeente de geraamde integrale kosten in rekening. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of garantie wordt gemotiveerd.

Artikel 13. Prijzen economische activiteiten 1. Voor de levering van goederen, diensten of werken door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden waarbij de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt ten minste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de levering van de desbetreffende goederen, diensten of werken wordt gemotiveerd. 2. Bij het verstrekken van leningen of garanties door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden worden ten minste de geraamde integrale kosten in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of de garantie wordt gemotiveerd. 3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van ten

Pagina 14

HELLEVOETSLUIS

BRIELLE

WESTVOORNE

Voorne aan Zee

publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of de garantie wordt gemotiveerd. 3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd. 4. Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en sprake is van: a. leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid; b. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak; c. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht

integrale kosten in rekening gebracht. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of de garantie wordt gemotiveerd. 3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van ten minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd. 4. Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en sprake is van: a. leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid; b. een bevoordeling van activiteiten in het kader van

3. Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding van tenminste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd. 4. Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als sprake is van: a. leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid; b. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak; c. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden; d. een bevoordeling van sociale werkplaatsen; e. een bevoordeling van onderwijsinstellingen; f. een bevoordeling van publieke media-instellingen; en g. een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het

minste de geraamde integrale kosten van de verstrekte middelen. Bij afwijking vanwege een publiek belang doet het college vooraf een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd. 4. Raadsbesluiten met de motivering van het publiek belang als bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als minder dan de integrale kostprijs in rekening wordt gebracht en sprake is van: a. leveringen van goederen, diensten of werken en het verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die andere overheid; b. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak; c. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden; d. een bevoordeling van sociale werkplaatsen; e. een bevoordeling van onderwijsinstellingen; f. een bevoordeling van publieke mediainstellingen; en g. een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is.

Pagina 15

HELLEVOETSLUIS

BRIELLE

WESTVOORNE

waarvoor prijsvoorschriften gelden; d. een bevoordeling van sociale werkplaatsen; e. een bevoordeling van onderwijsinstellingen; f. een bevoordeling van publieke media-instellingen; en g. een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is.

een bij wet opgedragen publiekrechtelijke taak; c. een bevoordeling van activiteiten in het kader van een toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor prijsvoorschriften gelden; d. een bevoordeling van sociale werkplaatsen; e. een bevoordeling van onderwijsinstellingen; f. een bevoordeling van publieke media-instellingen; en g. een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is.

Werkingsverdrag van de Europese Unie en daarmee verenigbaar is.

Artikel 14. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen

Artikel 14. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen

Artikel 13. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen

Het college doet de raad jaarlijks, in de vergadering waarin ook de begrotingsvaststelling plaatsvindt, een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, heffingen en leges.

Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, heffingen, leges en rechten.

Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor belastingen, rechten, leges, rioolheffing, afvalstoffenheffing en prijzen.

Artikel 15. Financieringsfunctie

Artikel 15. Financieringsfunctie

Artikel 14. Financieringsfunctie

1. Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht:

Het college neemt in het treasurystatuut de regels op die zij hanteert voor het dagelijkse beheer de (beleids)richtlijnen

1. Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht:

Voorne aan Zee

Artikel 14. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en prijzen Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, heffingen, leges en rechten.

Artikel 15. Financieringsfunctie 1. Het college neemt bij het uitzetten en het aantrekken van middelen de volgende kaders in acht:

Pagina 16

HELLEVOETSLUIS

BRIELLE

WESTVOORNE

Voorne aan Zee

a. voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden ten minste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en b. er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden. 2. Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college indien mogelijk zekerheden. 3. Het college draagt zorg voor een actueel treasurystatuut.

voor de uitvoering van de treasuryfunctie. Het betreft de beleidsmatige vaststelling van de uitgangspunten, doeleinden, de organisatorische en financiële kaders, de informatievoorziening en de administratieve organisatie c.q. interne beheersing. De invulling ervan bepaalt de kaders waarbinnen de treasuryfunctie dient te opereren.

a. voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden tenminste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en b. er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden. 2. Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college indien mogelijk zekerheden. 3. Het college stelt regels op ter uitvoering van de financieringsfunctie en legt deze regels alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening vast in een treasurystatuut. Het college zendt het treasurystatuut ter kennisgeving aan de raad. Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie de richtlijnen in acht zoals bepaald in het treasurystatuut.

a. voor het aantrekken van financieringen met een looptijd langer dan één jaar worden tenminste twee prijsopgaven bij verschillende financiële instellingen gevraagd; en b. er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering decentrale overheden. 2. Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college indien mogelijk zekerheden. 3. Het college stelt regels op ter uitvoering van de financieringsfunctie en legt deze regels alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening vast in een treasurystatuut. Het college zendt het treasurystatuut ter kennisgeving aan de raad.

Artikel 16. Lokale heffingen

Artikel 15. Lokale heffingen

Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en

Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf lokale heffingen naast de verplichte onderdelen op grond van artikel 10 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten in ieder geval op:

Pagina 17

HELLEVOETSLUIS verantwoording provincies en gemeenten op.

BRIELLE

WESTVOORNE

Voorne aan Zee

a. de wijzigingen in tarieven en heffingen; b. de mate van kostendekking van lokale heffingen.

Artikel 17. Financiering In de paragraaf financiering bij de begroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen op grond van artikel 13 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.

Artikel 18. Weerstandsvermogen & risicobeheersing

Artikel 16. Weerstandsvermogen en risicobeheersing

In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken neemt het college de verplichte onderdelen op grond van artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op.

1. Het college biedt periodiek een (bijgestelde) nota weerstandsvermogen en risicobeheersing aan de raad aan ter vaststelling. In deze nota wordt ingegaan op: a. het risicomanagement; en b. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit. 2. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing bij de begroting en de jaarstukken, neemt het college de verplichte onderdelen op, conform artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.

Pagina 18

HELLEVOETSLUIS

BRIELLE

WESTVOORNE

Artikel 19. Onderhoud kapitaalgoederen

Artikel 17. Onderhoud kapitaalgoederen

1. Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen de verplichte onderdelen op grond van artikel 12 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten op. 2. Het college biedt de raad ten minste eens in de 4 jaar onderhoudsplannen openbare ruimte aan. De plannen geven het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud en de kosten van het onderhoud voor het openbaar groen, wegen en kunstwerken. De raad stelt de plannen vast. 3. Het college biedt de raad ten minste eens in de 4 jaar een rioleringsplan aan. Het plan geeft het kader weer voor het beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de uitbreiding van de riolering en de kosten van het onderhoud en de eventuele uitbreidingen. De raad stelt het plan vast. 4. Het college biedt de raad ten minste eens in de 4 jaar een onderhoudsplan gebouwen aan. Het plan bevat voorstellen voor het te plegen onderhoud en de bijbehorende kosten aan de gemeentelijke gebouwen. De raad stelt het plan vast.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12122997/1