06 antwoord college vraag CDA NOM-woningen
Tekst van het document
BEANTWOORDING VRAGEN Datum vraagstelling
7 juni 2021
Vraagsteller
Nico Groenewegen CDA
Vraag
Vraag n.a.v. voorstel NOM: - De investering wordt afgeschreven in 40 jaar. Na 40 jaar is er een rendement van € 10.290,-. De afschrijvingslasten zijn voor 2023 en 2024 € 63.352,- en € 64.054,-. Hoe kom je aan deze bedragen, dat geeft een negatieve exploitatie van € 45.532,- en € 46.233,over deze jaren? Hoe ziet de afschrijving er uit over de 40 jaren - Er wordt geen jaarlijkse huurverhoging meegenomen, maar je zou dit mogelijk conservatief kunnen begroten op b.v. 1% waarom 0; - gezien de manier van afschrijven zal het tekort toenemen,vschrijf je in het voorstel,terwijl er gesproken wordt van rendement van de renovatie over de 40 jaar.
Portefeuillehouder
H.A. de Graad
Sector/Team
Wob
Datum beantwoording
14 juni 2021
Antwoord Vraag 1; Juist, er is een tekort in de eerste jaren van € 45.532,- en € 46.233,-. Op basis van de som van de investering en de afschrijvingstermijn is de afschrijvingslast bepaald. Vanwege de annuïtaire systematiek die wordt toegepast bij investeringen van het Woonbedrijf zal de afschrijvingslast over de periode toenemen. Het verschil tussen de huuropbrengst en de afschrijvingslast is het negatieve exploitatiesaldo. Het rendement zoals beschreven in het voorstel is op basis van een bedrijfswaarde berekening. Dit rendement komt echter pas vrij bij het afstoten van het betreffende actief. Echter om het effect op de gemeentelijke begroting te kunnen bepalen is er een conversie gemaakt van de bedrijfswaarde berekening naar het stelsel van baten en lasten zoals voorgeschreven door het BBV. Uit deze conversie is te concluderen dat de jaarlijkse extra huuropbrengst onvoldoende is om de afschrijvingslast te dekken.
Vraag 2; De huur is in 2021 bevroren . Wij verwachten dat deze trend zich voorlopig doorzet en houden daarom conservatieve huurverhogingsnorm aan. De bedrijfswaardeberekening met de 1% huurverhoging geeft alsnog een klein rendement.