CConstaterende datWest Betuwe
Koppel je AI →
Document · PDF

RV2022-102 Bijlage 3 PPN 2023 Toelichting Mei-circulaire 2022.pdf

Gemeenteraad 4 juli 2022, gemeente West BetuweBij agendapunt: 6: Raadsvoorstel vaststellen Perspectiefnota West Betuwe 20232.009 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Bijlage 2 Toelichting Mei-circulaire 2022 Toelichting op de taakmutaties > 25.000 euro Nominale ontwikkeling 2022 Uit de toename (accres) van het gemeentefonds moeten ook de loon- en prijsontwikkelingen worden opgevangen. Deze ramen we binnen West Betuwe op een afzonderlijke stelpost. Deze zogeheten nominale ontwikkelingen zijn in deze circulaire fors toegenomen als gevolg van de prijsstijgingen waarmee we de laatste tijd zijn geconfronteerd, nl. 4,44% nu ten opzichte van 1,80% in de septembercirculaire 2021. Ten opzichte van de vorige circulaire houden we rekening met ongeveer 2 miljoen euro aan extra lasten. Daarnaast is er in 2022 een incidentele loon- en prijscompensatie via afzonderlijke uitkeringen voor participatie en voogdij/18+. Nominale ontwikkeling 2023 Ook uit de toename van het gemeentefonds voor 2023 moeten de loon- en prijsontwikkelingen 2023 worden opgevangen. Voor 2023 wordt rekening gehouden met een stijging van 3,12% en een kostenpost van ongeveer 2,5 miljoen euro. Valpreventie bij ouderen (Coalitieakkoord Rutte IV) Het kabinet heeft valpreventie, als kostenbesparende preventiemaatregel, in het coalitieakkoord opgenomen. Valpreventie draagt bij aan gezond ouder worden en leidt tot netto besparingen in de domeinen Zvw en Wlz.

Er dient geïnvesteerd te worden in het opschalen van beweegprogramma’s, het uitvoeren van de multifactoriële interventie en de organisatie van opsporing en screening. De maatregelen die nodig zijn voor implementatie worden komende periode met alle relevante stakeholders uitgewerkt. In het regeerakkoord staat dat de gemeenten de valpreventie moeten gaan organiseren en voor de kosten gecompenseerd worden. Nu lijkt die taak naar de zorgverzekeraars te gaan. Tegenover de uitvoeringskosten staat een besparing op de Wmo-kosten. Dit leidt vanaf 2023 tot een taakstellende besparing in het gemeentefonds: 10 miljoen euro landelijk in 2023, oplopend naar 16,7 miljoen euro structureel vanaf 2027. Energietoeslag Op 15 maart jl. is het wetsvoorstel eenmalige energietoeslag lage inkomens ingediend bij de Tweede Kamer. Met het wetsvoorstel krijgen gemeenten de bevoegdheid om dit jaar via categoriale bijzondere bijstand een eenmalige tegemoetkoming voor de gestegen energieprijzen toe te kennen aan huishoudens met een laag inkomen. Voor de uitvoering en uitgifte van de eenmalige aanvullende tegemoetkoming heeft het kabinet in maart 2022 een eenmalig budget van 679 miljoen euro beschikbaar gesteld. In de voorjaarsbesluitvorming is een aanvullend bedrag van 175 euro miljoen beschikbaar gesteld, waardoor het totaal beschikbare bedrag uitkomt op 854 miljoen euro.

Zoals gemeld in de brief aan de Tweede Kamer van 15 maart jl. is het gemeenten toegestaan vooruitlopend op de inwerkingtreding van het wetsvoorstel al tot uitbetaling van de eenmalige energietoeslagen over te gaan.

Pagina 2 van 4

Eigen bijdrage huishoudelijke hulp (Coalitieakkoord Rutte IV) In het Coalitieakkoord is opgenomen dat dit kabinet werkt aan een aanpassing van de eigen bijdrage voor de huis-houdelijke hulp in de Wmo. De komende periode wordt deze maatregel met cliënten, gemeenten en het Centraal Administratie Kantoor (CAK) uitgewerkt. De maatregel vraagt een wetswijziging en vergt een aanzienlijke implementatietijd waardoor de beoogde datum van inwerkingtreding op 1 januari 2025 is gesteld. De aanpassing dient vanaf 2025 te leiden tot een taakstellende besparing van 95 miljoen euro landelijk. De algemene uitkering wordt vanaf 2025 met dit bedrag verlaagd. Uitvoeringskosten klimaatakkoord Om de uitvoering van het bestaande klimaatbeleid in 2022 te kunnen voortzetten, ontvangen gemeenten in 2022 een overbruggingsbudget van 40 miljoen euro. Dat is onvoldoende om de reeds in 2022 gewenste versnelling teweeg te brengen. Daarom wordt van de toekomstige uitvoeringsmiddelen 74,3 miljoen euro naar 2022 verschoven. Van de initiële 40 miljoen euro gaat 38,3 miljoen euro naar het gemeentefonds en 1,7 miljoen euro naar het Btw-compensatiefonds (BCF). Dat betekent dat via het gemeentefonds in 2022 een totaalbedrag van 112,6 miljoen euro beschikbaar wordt gesteld. Over de restant middelen vindt nader overleg plaats.

Extra capaciteit BOA’s Er is structureel 200 miljoen euro vrijgemaakt voor handhaving en veiligheid om onder meer de capaciteit van (wijk)-agenten en BOA’s in de openbare ruimte te vergroten. Van dit bedrag wordt structureel 25 miljoen euro voor de BOA’s beschikbaar gesteld. Naast onder meer 5,5 miljoen euro voor de groene BOA en een bedrag voor de verdere professionalisering en een veilige taakuitvoering van de BOA’s in alle domeinen, wordt 13 miljoen euro vrijgemaakt voor de capaciteit van BOA’s in de openbare ruimte. De 13 miljoen euro loopt via het gemeentefonds, het resterende bedrag niet. Toelichting op de verschillen Herverdeeleffect 2023 e.v. Met ingang van 1 januari 2023 wordt het nieuwe verdeelstelsel voor het gemeentefonds ingevoerd. Hoofddoel voor een nieuw verdeelstelsel was om dat eenvoudig en uitlegbaar te maken en beter aansluitend bij de noodzakelijke kosten die gemeenten maken (dat was vooral nodig in het sociaal domein). De indeling van de clusters is logischer en globaler gemaakt en het aantal maatstaven is gehalveerd. In deze circulaire is het nieuwe verdeelmodel bekend gemaakt en ook het ingroeipad voor de voor- en nadeelgemeenten. Het ingroeipad, waarmee de gemeenten naar de nieuwe verdeling ingroeien, wordt beperkt tot 3 jaar. Het maximale positieve of negatieve effect is in 2023 7,50 euro per inwoner en in 2024 en 2025 15 euro per inwoner.

Het maximale positieve of negatieve effect in 2025 bedraagt hierdoor 37,50 euro per inwoner. Voor West Betuwe is er structureel sprake van een voordeel van ongeveer 695.000 euro (± 13 euro per inwoner). Voor 2023 bedraagt het voordeel echter 467.000 euro. Dit verschil wordt veroorzaakt door het ingroeipad en de negatieve correctie van 228.000 euro. Voor 2024 en 2025 is er geen correctie omdat het voordeel van 13 euro per inwoner onder de norm (resp. 22,50 euro en 37,50 euro) ligt.

Pagina 3 van 4

Accresontwikkeling In deze circulaire zijn de nieuwe accresramingen opgenomen voor het jaar 2022 en verder, berekend conform de systematiek zoals deze is vastgesteld in het coalitieakkoord en de daaruit volgende Startnota. Voor 2022 tot en met 2025 wordt de bestaande normeringssystematiek (nog) toegepast. Dit is de zogenaamde “samen de trap op en samen de trap af” methode waarbij de omvang van het gemeentefonds groeit c.q. krimpt in dezelfde mate als de rijksuitgaven zich ontwikkelen. Voor 2026 e.v. heeft het kabinet in het coalitieakkoord éénzijdig besloten om een nieuwe systematiek in te voeren, nl. alleen nog maar een compensatie voor loon- en prijsontwikkelingen. Gemeenten krijgen dus geen compensatie meer voor volumetoename. Stijgende lasten voor bijvoorbeeld de Wmo als gevolg van vergrijziging worden dus niet meer gecompenseerd en moeten de gemeenten maar dekken uit de loonen prijscompensatie. De netto besteedbare omvang van het gemeentefonds neemt hierdoor dus af. Een en ander resulteert ten opzichte van de septembercirculaire 2021, door zowel hogere inflatie als beleids-intensiveringen, tot forse (incidentele) toenames in 2022 tot en met 2025,. Vanaf 2026 is het accres vastgezet op een plus van 840 miljoen euro bovenop de stand van de septembercirculaire 2021. Over dat bedrag vindt nog wel een indexatie plaats voor loon- en prijsontwikkelingen.

Vanaf 2027 vindt er dus geen volume-accres meer plaats. Bij de incidentele toenames 2022 tot en met 2025 past nog wel een winstwaarschuwing als gevolg van mogelijke onderuitputtingen bij de rijksuitgaven door achterblijvende investeringen en intensiveringen. Vrijval deel nominale ontwikkelingen 2022 In de eerste bestuursrapportage 2022 is een deel van de budgetindexeringen door de loon- en prijsontwikkelingen voor de jaarschijven 2022 en 2023 ten laste van de algemene middelen gebracht omdat er nog inzicht was in een eventuele compensatie door het rijk voor 2022. Het gaat hier om bedragen van respectievelijk 767.000 euro en 485.000 euro. Nu het rijk met een hogere compensatie komt, kunnen deze bedragen in 2022 en 2023 incidenteel vrij vallen ten gunste van de algemene middelen. Uitname accres voor Volkshuisvestingsfonds en woningbouwimpuls Aan gemeenten wordt via een specifieke uitkering gedurende de jaren 2023 tot en met 2026 een bedrag van 150 miljoen euro per jaar beschikbaar gesteld uit het Volkshuisvestingsfonds. In de jaren 2023 tot en met 2025 wordt het accres met datzelfde bedrag afgeroomd. Daarnaast wordt aan gemeenten via een specifieke uitkering gedurende de jaren 2023 tot en met 2032 een bedrag van 100 miljoen euro per jaar beschikbaar gesteld voor de woningbouw-impuls, gedurende de eerste jaren 2023 tot en met 2025 wordt dit bedrag afgeroomd van het accres.

In eerste instantie was het volgens het coalitieakkoord de bedoeling dat gemeenten tot en met 2032 deze fondsen zelf zouden bekostigen, maar het rijk heeft besloten de resterende bekostiging van de fondsen zelf te bekostigen. Wellicht dat hiertoe is besloten omdat het rijk eenzijdig de normeringssystematiek heeft gewijzigd. Overigens is het vreemd, maar niet ongebruikelijk, dat het rijk buiten de normeringssystematiek een greep doet in het gemeentefonds om de eigen begroting sluitend te krijgen.

Pagina 4 van 4

Opschalingskorting (lagere apparaatskosten), schrappen oploop In het regeerakkoord van Rutte II is een opschalingskorting opgenomen die opliep van 60 miljoen euro landelijk in 2015 tot 975 miljoen euro vanaf 2025. In het kader van het coalitieakkoord Rutte IV is de geplande opschalingskorting gedurende de jaren 2023, 2024 en 2025 geschrapt. De bedragen die er bij horen zijn cumulatief 400, 535 en 675 miljoen euro. Dat laatste bedrag wordt in 2026 alsnog gekort, zoals eerder al verwerkt in de circulaires en ook in onze begroting. In 2023, 2024 en 2025 hebben we dus incidenteel minder nadelen van respectievelijk 933.000 euro, 1.250.000 euro en 1.566.000 euro. Ons structurele aandeel in deze landelijke korting van 975 miljoen euro bedraagt ongeveer 2,3 miljoen euro. Jeugdzorg (coalitieakkoord Rutte IV) Het kabinet stelt voor 2023 incidenteel 1,454 miljard euro extra beschikbaar voor de bestaande tekorten voor de uitvoering van de jeugdzorg. Hierbij gaat het kabinet er vanuit dat gemeenten inzetten op besparingsmaatregelen voor een bedrag van 374 miljoen euro op de uitgaven voor jeugdzorg in 2023 (die ook onderdeel is van de reeks van de Commissie van Wijzen).

Vanuit de 1,454 miljard euro is, vooruitlopend op de nadere invulling van de hervormings-agenda Jeugd, 9 miljoen euro overgeheveld naar de begroting van het ministerie van VWS ten behoeve van de uitvoering van de hervormingsagenda in 2023. De besteding van deze middelen vindt plaats in samenspraak met de VNG. Het overige deel (1,445 miljard euro) is toegevoegd aan de algemene uitkering aan gemeenten ter compensatie van de tekorten in de jeugdzorg. De incidentele compensatie voor 2023 is gelijk aan het bedrag dat is opgenomen in het regeerakkoord en gelijk aan het bedrag van de Commissie van Wijzen, maar wijkt af doordat de structurele middelen uit het regeerakkoord (in 2024 1.265 miljoen euro; in 2025 758 miljoen euro; in 2026 367 miljoen euro en vanaf 2027 structureel 300 miljoen euro) (nog) niet zijn opgenomen. Het kabinet geeft in de circulaire aan dat bij het afsluiten van de hervormingsagenda met gemeenten en relevante partijen ook zal worden besloten over de extra middelen voor 2024 en verder die aan gemeenten beschikbaar gesteld worden, waarbij het advies van de Commissie van Wijzen het uitgangspunt vormt. Door deze toezegging gaan we er vanuit dat de door de Commissie van Wijzen vastgestelde reeks van 1,454 miljard euro in 2023 aflopend tot 811 miljoen euro vanaf 2027 voor het kabinet het vertrekpunt zal zijn voor de (nog) vast te stellen compensatie.

Op basis van het (huidige) provinciaal toezichtkader hebben we rekening gehouden met een uitkering van 75% van deze reeks. Dit voorzichtigheidsprincipe is ook verstandig doordat het rijk nog een lijst met besparings-mogelijkheden heeft waarover nog geen overeenstemming is met gemeenten. De kans bestaat dat het rijk deze mogelijkheden éénzijdig als taakstellende korting verwerkt. Voor West Betuwe gaat het in 2023 om een bedrag van ongeveer 2.949.500 euro op basis van de nieuwe verdeel-formule. Op basis van de oude formule was een bedrag van 3.070.000 euro geraamd. Overige (waaronder hoeveelheidsverschillen) Een lagere ontwikkeling van de WOZ-waarden resulteren in een (voordelige) lagere ozb-korting in het gemeentefonds en tot (nadelige) lagere ozb-opbrengsten. Per saldo is er sprake van een structureel nadeel van ongeveer 300.000 euro. In positieve zin is er sprake van voordelen bij het aantal bedrijfsvestigingen en het aantal personen dat gebruik maakt van een loonkostensubsidie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeenteraad.westbetuwe.nl/api/v1/meetings/464/documents/10479