Raadsvoorstel Integraal Huisvestingsplan Waddinxveen 2025-2029
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Zaakkenmerk: 192397 Documentkenmerk: 196326 Portefeuillehouder: Brigitte Leferink Datum besluitvormende raad: 16 april 2025 Openbaar: Openbaar Onderwerp Integraal Huisvestingsplan Waddinxveen 2025-2029 Voorgesteld besluit De raad van Waddinxveen besluit: 1. Het Integraal Huisvestingsplan Waddinxveen 2025-2029 vast te stellen en daarbij te kiezen voor: a. Zoveel mogelijke Integrale KindCentra (IKC) waar kinderopvang en onderwijs samen gehuisvest zijn; b. Te werken met verhoogde leerling prognoses; c. Een hogere kwaliteit van schoolgebouwen dan de wettelijke norm, dit is scenario A; d. Nu geen invulling geven aan de duurzaamheidsopgave maar hier eventueel bij de kaderbrief 2026-2029 op terugkomen; e. Vernieuwbouw van OBS de Gouwe; f. Uitbreiding van CBS TOV; g. Uitbreiding van het Coenecoop College. 2. In 2025 een budget van €87.500 beschikbaar te stellen om te starten met het uitvoeringsplan en 3 haalbaarheidsonderzoeken en deze lasten te dekken uit de reserve Maatschappelijke Voorzieningen. 3. Deze mutatie op de Programmabegroting te verwerken bij de 1e Burap 2025. Publiekssamenvatting Gemeenten zijn wettelijk verplicht om te zorgen voor goede gebouwen voor basisscholen en middelbare scholen. Daarom heeft de gemeente samen met de schoolbesturen een plan voor de gebouwen van scholen gemaakt. Dit plan is het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP).
Ook kinderopvangorganisaties zijn betrokken bij dit plan. In het IHP staan afspraken tussen de gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties. Zo zorgen zij samen voor goede schoolgebouwen in Waddinxveen. Inhoudelijk zijn er 4 belangrijke speerpunten die terugkomen in het IHP: 1. We kiezen zoveel mogelijk voor Integrale KindCentra (IKC). Een IKC is een plek waar verschillende voorzieningen voor kinderen samenkomen onder één dak. Dit sluit aan bij de wensen van de scholen en kinderopvang. 2. We werken met stevigere leerlingenprognoses. De laatste jaren merken we dat de werkelijke leerlingaantallen hoger zijn dan de prognoses. Daarom werken we in het nieuwe IHP met prognoses die hoger bijgesteld zijn. 3. Er is gekozen voor een hogere kwaliteit van de schoolgebouwen dan de wettelijke norm. 4. De komende 5 jaar gaan we aan de slag met de plannen voor de schoolgebouwen van OBS de Gouwe, CBS TOV en het Coenecoop College om deze uit te breiden of te vernieuwen.
Inleiding De gemeente en schoolbesturen hebben een gedeelde verantwoordelijkheid voor onderwijshuisvesting. Gemeenten zijn op grond van de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) en de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO) (financieel) verantwoordelijk voor de huisvesting van scholen. Het gaat hierbij om nieuwbouw, renovatie, uitbreiding en de eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair. In de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Waddinxveen 2017 staat beschreven wanneer er noodzaak is voor nieuwbouw, vervangende bouw, uitbreiding schoolgebouw of ingebruikname van een bestaand gebouw. Dit geldt voor zowel het basis- als voortgezet onderwijs. De keuzes die kunnen worden gemaakt voor onderwijshuisvesting hebben onder andere betrekking op kwaliteit en duurzaamheid. Deze keuzes worden voorgelegd in dit voorstel. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor onderhoud en exploitatie. In dit IHP worden beide verantwoordelijkheden op elkaar afgestemd. Het IHP vormt het kader voor onderwijshuisvesting voor de komende vijf jaar (2025-2029) waarbinnen de gemeente en de schoolbesturen samenwerken aan goede, toekomstbestendige onderwijshuisvesting. Daarnaast geeft dit IHP een doorkijk tot aan 2044 als het gaat om het scholenlandschap in Waddinxveen.
Kinderopvang De raad heeft in de Visie op Maatschappelijke Voorzieningen besloten tot een faciliterende rol van de gemeente ten aanzien van kinderopvang. Aangezien onderwijs en kinderopvang hand in hand gaan, en de raad hierom expliciet gevraagd heeft, is de kinderopvang meegenomen in het IHP. Kinderopvang maakt steeds vaker deel uit van de onderwijshuisvesting in Integrale Kindcentra (IKC’s). De gemeente heeft geen formele verantwoordelijkheid voor de huisvesting van kinderopvang. Omdat zij een belangrijke schakel in de ontwikkeling van kinderen zijn, zijn de kinderopvangorganisaties ook betrokken bij de totstandkoming van dit IHP. Beoogd resultaat/doel Duidelijkheid bieden over de onderwijshuisvesting en de IKC’s in de periode 2025-2029 en een doorkijk naar de behoefte in de jaren daarna. Argumenten 1.1. Het vaststellen van het IHP is een bevoegdheid van de gemeenteraad Het vaststellen van het IHP is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Op basis van de visie, de leerlingenprognoses en de analyses ten aanzien van de capaciteit en kwaliteit van de onderwijshuisvesting in de gemeente is een aantal concrete projecten naar voren gekomen. 1.2. De projecten uit het IHP 2016 zijn uitgevoerd Alle projecten uit het voorgaande IHP (2016) zijn afgerond. Het vaststellen van een nieuw IHP is hierdoor van belang. 1.3.
Een strategische visie opstellen is noodzakelijk en voorkomt incidentele vragen In het IHP 2025-2029 worden alle relevante thema’s uitvoerig beschreven die van invloed zijn op de huisvesting van onderwijs. Deze landelijke en plaatselijke ontwikkelingen zijn de basis van dit strategisch plan. De kracht van het IHP is dat het wordt opgesteld in overleg met de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties. Dit biedt voor alle partijen duidelijkheid en een leidraad voor de toekomst. Op basis van een aanvraagprocedure zijn nu 3 projecten in uitvoering, dit zijn nieuwbouw voor CBS TOV, uitbreiding voor de Theo Thijssenschool en KC de Kas.
1.4 Het IHP dient realistische uitgangspunten te hebben met betrekking tot de gemeentefinanciën
De uitgangspunten in het IHP zijn vertaald naar een financiële doorrekening. Deze doorrekening is gedaan voor de kwaliteit van scenario A en gebruikt voor de doorrekening in dit raadsvoorstel. 1.5 We willen kwalitatief goede en voldoende huisvesting creëren Er is een keuze te maken wat betreft kwaliteit van de huisvesting. In het IHP staat een aanbevolen variant (scenario A), minimum-variant (scenario B) en maximum-variant (scenario C) beschreven. Scenario A is de kwaliteit die is overeengekomen tussen de schoolbesturen en gemeente. Het betreft die onderdelen die essentieel zijn voor een goed schoolgebouw en daarom niet afhankelijk zijn van een bijdrage van een schoolbestuur. We bouwen voor een periode van (minimaal) 50 jaar. Er is een tweetal verschillen ten opzichte van de minimum-variant, scenario B: 1. In scenario A is het ambitieniveau voor esthetische kwaliteit hoger waardoor er beter rekening gehouden wordt met de stedelijke context. 2. In scenario A is er een toeslag circulariteit zodat het schoolgebouw meer circulair is, onder andere door de inzet van groenbeton. Er is gezamenlijk met de schoolbesturen bewust voor gekozen om Scenario A voor te leggen. Zoals staat beschreven in het collegeprogramma willen we zorgen voor kwalitatief goede huisvesting. Met scenario A voldoen we hieraan.
Scenario C heeft een hoger ambitieniveau voor circulariteit, namelijk volledig bouwen van hout. Omdat dit zorgt voor een aanzienlijk hogere investering en kapitaallasten, in combinatie met de forse investeringen die al in het IHP zitten voor (ver)nieuwbouw en verduurzaming, wordt scenario C niet aanbevolen. Te meer omdat we in een transitie zitten waarbij het over de tijd realistischer en kostenefficiënter is om in te zetten op een hoger ambitieniveau van circulariteit. 2. Voor de realisatie van het IHP zijn een uitvoeringsplan en haalbaarheidsstudies nodig Het IHP is het strategisch kader. Een vervolgstap is het concretiseren van de projecten. Hiervoor zijn een uitvoeringsplan en haalbaarheidsonderzoeken nodig. Gezamenlijk met de schoolbesturen huren we hiervoor een bureau in dat over de juiste expertise beschikt. Voor de uitbreiding van het Coenecoop College zijn al een aantal onderzoeken uitgevoerd door het Coenecoop College zelf. Daarom is de inschatting dat er voor dit haalbaarheidsonderzoek minder budget nodig is. Kanttekeningen en risico’s 1. Leerlingenprognoses zijn een raming op basis van historie Prognoses blijven een inschatting. De feitelijke leerlingenaantallen kunnen daardoor in de praktijk afwijken. Daarom is het van belang om een IHP op te stellen met voldoende aandacht voor flexibiliteit.
Uitgangspunten die in het verleden als basis werden gebruikt, blijken in de praktijk niet altijd meer vanzelfsprekend. Hoewel dit risico niet 100% beheersbaar is, proberen we hier wel op in te spelen door te werken met verhoogde leerlingprognoses, elke vier jaar een herijking van het IHP uit te voeren en elk jaar aan de hand van prognoses vraag en aanbod te monitoren. Daarnaast zetten we in op flexibele schoolgebouwen. 2. Het IHP is afhankelijk van gebiedsontwikkelingen en beleid Gebiedsontwikkelingen of nieuw landelijk/regionaal/lokaal beleid kunnen (grote) invloed hebben op het IHP. Dit risico beheersen we via de herijking, het uitvoeringsprogramma en de haalbaarheidsonderzoeken. 3. Het IHP wordt vastgesteld voor 5 jaar, maar geeft een doorkijk voor 20 jaar
Tegelijkertijd zien we ontwikkelingen voor de periode daarna. Voor zover mogelijk anticiperen we op die ontwikkelingen door nu geen besluiten te nemen die niet aansluiten bij voorziene ontwikkelingen. 4. Voor het berekenen van de investeringen wordt uitgegaan van kerngetallen Er is uitgegaan van kerngetallen en er is een aantal stelposten opgenomen om te komen tot een realistische financiële doorrekening van het IHP. Dit neemt niet weg dat de uiteindelijke investeringen kunnen afwijken van de geraamde bedragen. 5. Er is een sterke afhankelijkheid met het Uitvoeringsprogramma Maatschappelijke Voorzieningen De tabel op pagina 39 van het IHP geldt als input voor het Uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen. In het Uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen is een overzicht met voorkeurslocaties opgenomen, inclusief een inschatting van de doorlooptijd per project. In het IHP wordt aangegeven welke huisvesting wanneer nodig is, in het uitvoeringsprogramma wordt deze behoefte omgezet in projecten. Een besluit over het Uitvoeringsprogramma Maatschappelijke Voorzieningen is nodig voor het starten met de voorbereiding en realisatie van de huisvesting voor de scholen in de komende 15 jaar. Vertraging in het uitvoeringsprogramma betekent dus ook vertraging voor de uitvoering van het IHP.
Omdat het uitvoeringsprogramma gelijktijdig wordt opgesteld weten we bij het schrijven van dit raadsvoorstel dat de oplevering van de permanente uitbreiding van het Coenecoop College op de voorkeurslocatie niet haalbaar is binnen 5 jaar. Tijdelijke huisvesting moet tussentijds voorzien in de behoefte. Hetzelfde geldt voor OBS De Gouwe. 6. Verduurzaming van gerenoveerde scholen is niet opgenomen Bij 5 scholen waar in de tijd van het voorgaande IHP gekozen is voor renovatie in plaats van nieuwbouw, is een duurzaamheidsscan uitgevoerd. Dit is een onderzoek waarbij per locatie is onderzocht wat het verduurzamingspotentieel is. Het verduurzamen van gebouwen zorgt voor lagere exploitatielasten en is positief voor de gezondheid van de kinderen. Voor de 5 scholen geldt dat het indicatieve energielabel ver afstaat van Bijna Energieneutraal (BENG) of Energieneutraal (ENG). Doordat verduurzaming van deze scholen nu niet meegenomen is in dit voorstel, voelen deze scholen zich op achterstand staan ten opzichte van de scholen die nieuwbouw krijgen. Om deze reden is er geen overeenstemming bereikt met alle schoolbesturen tijdens het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO). Dit heeft geen juridische consequenties voor de vaststelling of doorgang van het IHP. Wel heeft dit invloed op de relatie tussen schoolbesturen en de gemeente.
In de voorbereiding op de kaderbrief wordt onderzocht in hoeverre er financiële ruimte is voor extra duurzaamheidsmaatregelen. Duurzaamheid Duurzaamheid heeft een belangrijke positie binnen het IHP. Eén van de bouwstenen is kwaliteit & duurzaamheid. Hierin staat beschreven dat we duurzaamheid breder definiëren dan alleen energiebesparing en CO2-reductie: duurzaamheid gaat ook over goed onderwijs, een gezond leeren leefklimaat, een gezonde financiële exploitatie, circulariteit, toekomstbestendigheid en multifunctionaliteit. Belangrijk is onder andere het inzetten op maximale flexibiliteit. Gebouwen kunnen op deze manier meebewegen met groei en krimp van scholen en kunnen toekomstige onderwijsconcepten faciliteren. Verduurzaming van gerenoveerde schoolgebouwen is nu niet meegenomen in dit besluit. In de voorbereiding op de kaderbrief wordt onderzocht in hoeverre er financiële ruimte is voor extra duurzaamheidsmaatregelen.
Financiële consequenties Het IHP vormt het beleidskader voor de komende 5 jaar. De eerste stap is het vaststellen van het IHP. Na vaststelling van het IHP volgt een uitvoeringsprogramma. Per project dienen haalbaarheidsonderzoeken te worden uitgevoerd waarin de totale kosten per project verder worden gespecificeerd en wordt inzichtelijk gemaakt welke eenmalige lasten en structurele kapitaallasten hieruit zullen voortvloeien. De nadere uitwerking, zowel inhoudelijk als financieel, zal per project aan de raad worden voorgelegd. In de kaderbrief worden de toekomstige investeringen voor onderwijshuisvesting opgenomen. Voor de projecten die starten in het jaar 2026 worden de investeringskredieten en benodigde voorbereidingsbudgetten gevoteerd middels vaststelling van de Programmabegroting 2026-2029 of via afzonderlijke raadsbesluiten. In het IHP is in paragraaf 7.5.5 een overzicht van de benodigde investeringskredieten per termijn opgenomen. De investeringskosten zijn gebaseerd op kengetallen voor nieuwbouw en zijn indicatief. Het doel van het investeringskostenoverzicht is om de gemeente en de schoolbesturen een indicatie te geven van de financiële omvang van de opgave. Hier kunnen geen rechten aan ontleend worden. Enkel de eerste termijn wordt vastgesteld met dit raadsbesluit. Elke 4 jaar herijken we het IHP en stellen we de eerstvolgende termijn vast.
De financiële consequenties zijn dus bewust enkel doorgerekend voor de periode 0-5 jaar. Er kunnen geen rechten worden ontleend aan de doorkijk tussen 5-20 jaar onder paragraaf 7.5.5. Kapitaallasten nieuwbouw, (vernieuwbouw) en uitbreiding kwaliteit Een keus voor scenario A brengt onderstaande kapitaallasten met zich mee. Ook zijn de kapitaallasten voor eerste inrichting en de verwachte voorbereidingskosten inzichtelijk gemaakt. Zoals aangegeven in het IHP kunnen er geen rechten worden ontleend aan alle kerngetallen. Deze zijn daarmee indicatief. Investeringskosten Kapitaallasten scenario A per jaar Periode 0 tot 5 jaar Nieuwbouw nieuwe school Stichting Klasse Uitbreiding Coenecoopcollege Uitbreiding TOV Totaal 0 tot 5 jaar
€ € € €
5.902.185 16.043.924 806.977 22.753.086
€ € € €
168.635 458.402 23.057 650.094
Voorbereidings kosten (gemiddeld 20%)
Kapitaallasten eerste inrichting
€ € € €
€ € € €
1.180.437 3.208.785 161.395 4.550.617
26.379 63.036 8.455 97.870
De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd bij de berekeningen. - De investeringskosten voor de gemeente in de schoolgebouwen zijn berekend conform scenario A in het IHP en gebaseerd op kengetallen. Deze geven een indicatie van de hoogte van de investeringskosten met prijspeil 2025. - De investeringskosten betreffen enkel de investeringen in het schoolgebouw en de eerste inrichting. Kosten van eventueel te verwerven grond zijn hierin niet meegenomen. - Uitgangspunt voor deze grove berekening van de kapitaallasten van de schoolgebouwen is annuïtaire afschrijving. Daarnaast wordt, volgens artikel 13, lid 10 van de financiële verordening, niet de componentenbenadering gehanteerd. - Er wordt gestreefd naar het hanteren van een afschrijftermijn van 50 jaar wanneer panden voldoen aan de duurzaamheidsnormen. Bij het voorstel tot wijziging van de financiële verordening zal hierop worden teruggekomen. In de voorliggende berekening wordt de gehele investering in het schoolgebouw in 50 jaar afgeschreven met een restwaarde van nul. De toegerekende rente bedraagt 1,5%.
-
-
-
Uitgangspunt voor de grove berekening van de kapitaallasten van de eerste inrichting is lineaire afschrijving, de investering wordt in 15 jaar afgeschreven met een restwaarde van nul. De toegerekende rente bedraagt 1,5%. De kapitaallasten worden in de begroting opgenomen vanaf het jaar na oplevering van de betreffende investering. De voorbereidingskosten van gemiddeld 20% per investering betreffen exploitatiekosten en worden niet geactiveerd. Per project zal in de haalbaarheidsonderzoeken worden bezien of dekking van deze kosten vanuit de bestemmingsreserve maatschappelijke voorzieningen kan plaatsvinden. De bedragen zijn gebaseerd op normbedragen zonder rekening te houden met eigen aanvullende gemeentelijke eisen. De kosten van tijdelijke huisvesting van TOV (2 lokalen gedurende 5 jaar) bedragen naar verwachting € 62.384 per jaar. Dit betreffen exploitatiekosten welke niet worden geactiveerd.
Benodigd eenmalig budget uitvoeringsplannen en haalbaarheidsstudies Voor het uitwerken van de uitvoeringsplannen en haalbaarheidsstudies is in het jaar 2025 een budget van €87.500 benodigd ten behoeve van inhuur van een externe partij. De lasten kunnen worden gedekt uit de reserve maatschappelijke voorzieningen. Verwerking hiervan in de begroting zal plaatsvinden bij de 1e Bestuursrapportage 2025. Juridische consequenties Gemeenten zijn op grond van de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) en de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO) (financieel) verantwoordelijk voor de huisvesting van scholen. Het gaat hierbij om nieuwbouw, renovatie, uitbreiding en de eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair. In de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Waddinxveen 2017 staat beschreven wanneer er noodzaak is voor nieuwbouw, vervangende bouw, uitbreiding schoolgebouw of ingebruikname van een bestaand gebouw. Participatie en communicatie Het IHP is samen met Hevo, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties ontwikkeld. Hiervoor zijn 9 inhoudelijke sessies geweest waarbij alle schoolbesturen, zowel basisals middelbaar onderwijs zijn uitgenodigd. Ook zijn er 3 sessies geweest met de kinderopvangorganisaties. Vanwege de kwestie rondom de verduurzamingsopgave is geen overeenstemming bereikt tijdens het Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO).
Gezamenlijk zijn de volgende stappen doorlopen: 1. Om te komen tot een gezamenlijke visie zijn in verschillende bijeenkomsten met Hevo, de gemeente en de schoolbesturen uitgangspunten gedefinieerd. Deze visie is vervolgens gedeeld met de kinderopvangorganisaties en met hen besproken en aangescherpt. 2. Samen met schoolbesturen hebben we tijdens interactieve sessies invulling gegeven aan de opgave voor onderwijshuisvesting. Dit hebben we gedaan op basis van de gezamenlijke visie en de uitkomsten van de analyse. Na vaststelling van het IHP worden de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties geïnformeerd. Uitvoering/vervolg Uitvoeringsplannen IHP Na vaststelling van het IHP starten gemeente en schoolbesturen met het opstellen van uitvoeringsplannen en haalbaarheidsstudies voor elk van de 3 locaties. In deze plannen wordt tenminste ingegaan op het volgende.
1. Afspraken op programmaniveau Deze afspraken gaan over (1) het inrichten van een organisatie voor het realiseren van de onderwijshuisvesting (2) het ontwikkelen van een financiële werkwijze (met uniformiteit tussen projecten) en (3) het maken van samenwerkingsafspraken. 2. Afspraken projectniveau In het uitvoeringsprogramma maatschappelijke voorzieningen worden (1) voorkeurslocaties vastgelegd voor maatschappelijke vastgoed, waaronder onderwijshuisvesting. Hierin wordt ook duidelijk (2) welke functies worden gebundeld op locaties. In de uitvoeringsplannen die worden opgesteld met de schoolbesturen wordt dit bevestigd. Daarnaast wordt (3) de planning vastgelegd voor de projecten. In de haalbaarheidsonderzoeken worden vervolgens projecten concreet en actueel gemaakt. Herijking Naast deze concrete vervolgstappen volgt er elke 4 jaar een herijking om de eerstvolgende termijn vast te stellen en te bekijken of aanpassingen nodig zijn. Bijlagen 1. Integraal Huisvestingsplan Waddinxveen 2025-2029 2. Waddinxveen Duurzaamheidsscans Integraal Huisvestingsplan Waddinxveen 2025-2044 3. Rapport Leerlingenprognoses Voortgezet onderwijs 4. Rapport Leerlingenprognoses Basisonderwijs 5. Notitie OOGO
Raadsbesluit De raad van de gemeente Waddinxveen, gelezen het voorstel van Burgemeester en wethouders d.d. 18 maart 2025: 1. Het Integraal Huisvestingsplan Waddinxveen 2025-2029 vast te stellen en daarbij te kiezen voor: a. Zoveel mogelijke Integrale KindCentra (IKC) waar kinderopvang en onderwijs samen gehuisvest zijn; b. Te werken met verhoogde leerling prognoses; c. Een hogere kwaliteit van schoolgebouwen dan de wettelijke norm, dit is scenario A; d. Nu geen invulling geven aan de duurzaamheidsopgave maar hier eventueel bij de kaderbrief 2026-2029 op terugkomen; e. Vernieuwbouw van OBS de Gouwe; f. Uitbreiding van CBS TOV; g. Uitbreiding van het Coenecoop College. 4. In 2025 een budget van €87.500 beschikbaar te stellen om te starten met het uitvoeringsplan en 3 haalbaarheidsonderzoeken en deze lasten te dekken uit de reserve Maatschappelijke Voorzieningen. 5. Deze mutatie op de Programmabegroting te verwerken bij de 1e Burap 2025.
Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Waddinxveen in zijn openbare vergadering van 16 april 2025.
de griffier
de voorzitter
{{esl:Signer1:capture:size(200,50)}}
{{esl:Signer2:capture:size(200,50)}}
(mr. F.W. van der Dussen)
(drs. E.J. Nieuwenhuis)