Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving (CONCEPT 2 0)-gecomprimeerd
Tekst van het document
Gemeente Waddinxveen / januari 2025
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving (CONCEPT)
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
Inleiding
Inhoudsopgave Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
Natuur & Recreatie
Gezondheid
Circulariteit
Klimaatadaptatie
Energietransitie
Parkeren
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
1.
Inleiding
3
5.
Energietransitie
52
1.1.
Aanleiding
4
5.1.
Energiesysteem
54
5.2.
Bouwkundige oplossingen
57
6.
Parkeren
65
1.2.
Omgevingsprogramma
4
1.3.
Leeswijzer
5
2.
Natuur & Recreatie
7
2.1.
Natuur
9
6.1.
Inrichting
67
2.2.
Recreatie
23
6.2.
Situering & Normering
69
3.
Klimaatadaptatie
29
b.
Bijlagen
72
3.1.
Water- en bodemsturend
31
3.2.
Hitte
32
I
Overzichtstabel ontwerp- en beheerprincipes
73
3.3.
Droogte
34
3.4.
Wateroverlast
36
4.
Gezondheid
38
4.1.
Veilige Leefomgeving
40
4.2.
Milieu
42
4.3.
Bewegen, Sporten & Spelen
46
4.4.
Gezonde en Sociale Levenstijl
50
Ontwerpprincipes
73
Beheerprincipes
81
II
Adviesrapport Ecologische Verbindingszone
83
III
Participatieverslag
88
IV
Afwegingskader overlast van bomen
89
2
1 Inleiding Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
3
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
1.1.
Inleiding
Het Omgevingsprogramma duurzame leefomgeving beschrijft duidelijke eisen en richtlijnen die worden gesteld aan de leefomgeving binnen de kaders van de Omgevingsvisie. Dit helpt bij het maken van gerichte en weloverwogen keuzes. Dit programma draagt bij aan de doelstellingen: een duurzame, gezonde, natuurrijke, veilige en schone toekomst voor Waddinxveen en haar inwoners.
Aanleiding De gemeente Waddinxveen is een snel groeiende gemeente en volop in ontwikkeling. In 2010 telde de gemeente nog ruim 25.000 inwoners. Vanaf 2013 is het aantal inwoners snel opgelopen naar momenteel 34.000 inwoners en de verwachting is dat het nog verder stijgt tot 40.000 inwoners. Deze bevolkingsgroei leidt tot een toenemende en veranderende vraag naar ruimte. De buitenruimte is beperkt en moet plaats bieden aan meerdere functies. Zonder actieve aanpak loopt de gemeente het risico te verdichten, wat nadelige gevolgen kan hebben voor de leefbaarheid. Door bewuste keuzes te maken draagt de gemeente bij aan de gezondheid en het welzijn van haar inwoners. Dit programma richt zich op het verbeteren van de leefomgeving door aandacht te besteden aan de thema’s natuur & recreatie, klimaatadaptatie, gezondheid, energietransitie, circulariteit en parkeren. Het is van belang om een balans te vinden tussen groei en duurzaamheid, zodat de gemeente zich op een toekomstbestendige manier kan blijven ontwikkelen. Het Omgevingsprogramma duurzame leefomgeving is een integraal plan waar meerdere onderwerpen in samenkomen. Het programma is breder dan de eerder beoogde losse visies op natuur & recreatie en duurzame leefomgeving. In het kader van het ruimtelijke vraagstuk heeft de gemeenteraad op 12 oktober 2022 de Omgevingsvisie 2050 vastgesteld.
Deze visie biedt een breed kader voor de leefomgeving. Binnen dit kader is het Omgevingsprogramma opgesteld. Tijdens de Midterm Review van 2024 is aangegeven dat de visies op natuur & recreatie en duurzame leefomgeving worden samengevoegd. Doordat sinds 1 januari 2024 de Omgevingswet is ingegaan, zal dit geen visie meer heten, maar een Omgevingsprogramma. Er was ook nog een voornemen om een programma voor parkeren op te stellen. Dit thema is ingepast in het Omgevingsprogramma duurzame leefomgeving.
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
Het OPDL wordt ter vaststelling voorgelegd aan het College van Burgemeester en Wethouders.
1.2.
Omgevingsprogramma De Omgevingswet is op 1 januari 2024 in werking getreden. Deze wet bundelt de wetgeving voor onder andere ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. In plaats van 26 losse wetten is er momenteel nog maar één wet. De verschillende instrumenten van de Omgevingswet zijn weergegeven in figuur 1.
Instrument (omgevingswet)
Beschrijving
Vaststelling door:
Omgevingsvisie
Een strategisch document dat een langetermijnvisie biedt voor de fysieke leefomgeving. Het geeft richtlijnen en kaders op hoofdlijnen
Gemeenteraad
Omgevingsprogramma
Via omgevingsprogramma’s wordt er gewerkt aan bijvoorbeeld de uitvoering, een specifieke gebiedsuitwerking of aan ‘zachte’ maatregelen. Dit vloeit voort uit de omgevingsvisie
College B&W
Omgevingsplan
Een operationeel plan dat regelgeving en procedures bevat voor vergunningen en andere activiteiten binnen een bepaald gebied
Gemeenteraad
Figuur 1: Instrumenten van de omgevingswet
Figuur 2 geeft schematisch weer hoe de verschillende instrumenten van de Omgevingswet zich tot elkaar verhouden. De omgevingsvisie is een hoog over document en vormt kaders voor het omgevingsprogramma. De omgevingsvisie en het omgevingsprogramma vormen beide input voor het omgevingsplan.
4
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
Relatie tussen Instrumenten: • •
De omgevingsvisie en het omgevingsprogramma vormen de basis voor het omgevingsplan; De visie schetst de algemene koers, terwijl het programma maatregelen en het plan specifieke regels uitwerken.
De nieuwe opzet biedt een overzichtelijkere structuur en zou leiden tot minder bureaucratie en meer duidelijkheid voor burgers, bedrijven en overheden. Als je aanvullende uitleg nodig hebt of vragen hebt over specifieke onderdelen van de Omgevingswet, laat het weten!
Inleiding
1.3.
Leeswijzer Onze aanpak om tot het Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving te komen, bestaat uit een aantal gestructureerde stappen. Deze zijn weergegeven in figuur 3. Allereerst zijn we gestart met een uitgebreide analyse van het bestaande beleid op landelijk, regionaal en lokaal niveau en hebben we landelijke richtlijnen en ontwikkelingen inzichtelijk gemaakt. Vervolgens zijn onderzoeken gedaan om ontbrekende informatie aan te vullen. Denk hierbij aan het Adviesrapport Ecologische Verbindingszones (bijlage II) en het infiltratieonderzoek.Deze onderzoeken zijn tijdens het opstellen van het programma afgerond en ingevoegd en verwerkt in figuren, tabellen of in bijlagen. Deze onderzoeken hebben inzicht gegeven in een reeds openstaande vraagstukken van de gemeente. Er zijn meerdere vormen van participatie toegepast om een brede doelgroep te bereiken. Het OPDL is specifiek en technisch van aard. Daarom is gekozen voor twee participatietrajecten: 1. Gericht op bewoners • Publieksenquête via Waddsup • Straatgesprekken (2 ochtenden op het Gouweplein)
Figuur 2: Van Omgevingvisie naar Omgevingsplan
2. Gericht op interne en externe experts • Expertsessie I (intern) • Expertsessie II (intern en extern) Het participatieverslag is als bijlage toegevoegd. Het reeds bestaande beleid en de inzichten vanuit de onderzoeken en van de participatie hebben de basis gevormd voor ontwerp- en beheerprincipes. Ontwerpprincipes functioneren (na vaststelling van dit programma) als zelfbindende richtlijnen voor nieuwe ontwikkelingen. Zelfbindend betekent dat de gemeente zich aan deze principes houdt en ze duidelijk communiceert met externe partijen zoals ontwikkelaars.
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
5
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
Inleiding
Beheerprincipes zijn ook zelfbindend en worden intern gebruikt en gedeeld met partijen die in opdracht van de gemeente werken zoals aannemers. Het gaat hier bijvoorbeeld over het beheer van openbaar groen. Ontwerpprincipes gaan dus over toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen en beheerprincipes over het onderhoud van de huidige buitenruime. Ontwerp- en beheerprincipes komen voort uit bestaand beleid en nieuwe inzichten en worden gebruikt om de buitenruimte van Waddinxveen op de lange termijn leefbaar te houden. Dit Omgevingsprogramma kan gebruikt worden als leidraad of toetsingskader voor alle nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zoals gebiedsreconstructies, gebiedsontwikkelingen, ruimtelijke initiatieven van derden en voor het beheer van de buitenruimte. De principes zijn zo concreet mogelijk beschreven maar wel op een dusdanig abstractieniveau zodat ze op alle ruimtelijke situaties van toepassing kunnen zijn. Elk plan of project blijft nog steeds maatwerk vergen. Dit programma biedt gemeentelijke projectleiders, ontwerpers, beheerders, externe partijen en ontwikkelaars houvast bij het maken van keuzes en het afwegen van acties en maatregelen. Dit Omgevingsprogramma bevat geen gedetailleerde maatregelen en kostenberekeningen.
Dat is maatwerk per project en wordt uitgewerkt in andere documenten zoals een projectplan, gebiedsvisie, een Projectenboek, het Uitvoeringsplan Groen of het IBOR. Alle ontwerp- en beheerprincipes zijn te vinden in bijlage I.
Figuur 3: Opbouw Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
6
2 Natuur & Recreatie Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
7
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
Natuur & Recreatie
In Waddinxveen hebben we de ambitie dat natuur wordt verbonden door middel van een Ecologische Verbindingszone (EVZ); In Waddinxveen hebben we de ambitie dat verstening van de leefomgeving (inclusief tuinen) afneemt en dat het aantal bomen meegroeit met de groei van het aantal huishoudens; In Waddinxveen hebben we de ambitie dat 100% van de bermen, watergangen en oevers (waar mogelijk) ecologisch wordt beheerd in 2030; In Waddinxveen is openbaar groen robuust en draagt bij aan herstel van de biodiversiteit;
2.
Natuur & Recreatie
Waddinxveen heeft als doel om invasieve exoten te verminderen;
Het feit dat de gemeente zoveel gegroeid is heeft ervoor gezorgd dat er ook meer behoefte is gekomen aan natuur en recreatie. Waddinxveen is omringd door verschillende natuur- en recreatiegebieden die versterkt en beschermd worden. Daarnaast kent de gemeente ook een uitdaging met betrekking tot openbaar groen. Door het opstellen van ontwerp- en beheerprincipes kan er op een natuurrijke en recreatieve manier worden ingezet op de inrichting en het beheer van de buitenruimte. Op die manier werkt Waddinxveen toe naar de gestelde doelen, zoals hiernaast beschreven.
Waddinxveen heeft als doel om leefgebieden van icoonsoorten (iconische diersoorten voor Waddinxveen) te verbeteren en uit te breiden; In Waddinxveen hebben we de ambitie om de ca. 80 gemeentelijke panden en maatschappelijk vastgoed natuur inclusief te maken; In Waddinxveen hebben we de ambitie dat verstening van tuinen afneemt; In Waddinxveen zijn de recreatiegebieden en recreatieve routes zijn vanaf het dorp goed te bereiken, zowel qua fysieke verbinding als qua bewegwijzering; In de groene gebieden faciliteren we recreatiemogelijkheden voor verschillende doelgroepen.
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
8
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
Natuur & Recreatie
Ecologische verbindingen kunnen samengaan met recreatieve verbindingen zoals wandel- en fietspaden. Een verbinding tussen het Bentwoud en het Gouwebos sluit aan bij de ambitie om Waddinxveen te omringen met een “groene schil”. Naast het Bentwoud en het Gouwebos omvat dit ook natuurgebieden zoals de Voorofsche Polder, polder Bloemendaal, ’t Weegje en de Vredenburghzone. Samen vormen deze gebieden een netwerk van natuur en recreatie, met volop mogelijkheden voor wandelen, fietsen en genieten van het buitenleven. Hoe we de ecologische verbindingen kunnen realiseren wordt beschreven in dit hoofdstuk. Het onderdeel recreatie is te vinden in hoofdstuk 2.2. Daadwerkelijke realisatie van verbindingen wordt beschreven in andere documenten zoals het Uitvoeringsprogramma Bentwoud en projectplannen m.b.t. de aanleg van de Bentwoudlaan.
2.1.
Natuur Natuur verbetert het milieu, zorgt voor een rijke biodiversiteit, vermindert luchtvervuiling, zorgt voor waterberging, dempt geluidshinder en verkoelt in warme periodes. Daarnaast is er een aangetoond positief effect op de gezondheid en sociale verbindingen van mensen die in een groene omgeving wonen, werken en verblijven. De aanwezigheid van groen vermindert stress, versnelt het herstel na ziekte, vermindert overgewicht en medicijngebruik onder kinderen1. Voor planten en dieren (biodiversiteit) is het nodig dat zij zich kunnen verspreiden. Zo vindt uitwisseling van genen plaats en ontstaat een sterk ecosysteem met voldoende variatie. Een sterk ecosysteem is bestand tegen ziekten en kan zichzelf aanpassen aan een veranderend klimaat. We richten ons op het verbinden van natuurgebieden, parken, stadsgroen, bermen, watergangen en oevers zodat er een groen/blauw netwerk ontstaat waarbinnen planten en dieren zich kunnen verstoppen, voeden, verplaatsen en voortplanten.
1
RIVM (2022). Kennisbundeling Groen en Gezondheid. https://www.rivm.nl/documenten/kennisbundeling-groen-en-gezondheid
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
9
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
Natuur & Recreatie
2.1.1. Ecologische verbindingszones Een ecologische verbindingszone (EVZ) is een verbinding tussen natuurgebieden. Een EVZ kan op allerlei wijzen gerealiseerd worden. Denk bijvoorbeeld aan bloemrijke grasranden langs wegen, bomenrijen, greppels of faunapassages. In figuur 4 is weergegeven welke ecologische verbindingszones in Waddinxveen gerealiseerd kunnen worden. Dit is gebaseerd op ecologisch onderzoek: Adviesrapport Ecologische Verbindingszones Waddinxveen (zie bijlage II). Op de volgende pagina staat een korte beschrijving van elk type EVZ. Voor het volledige beeld verwijzen we naar het Adviesrapport Ecologische Verbindingszones Waddinxveen.
Figuur 4: Ecologische Verbindingszones Waddinxveen
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
10
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
Natuur & Recreatie
De droge EVZ is het hooggelegen gebied nabij de spoorlijn en loopt dwars door de bebouwde omgeving. Via deze zone kunnen soorten zich verspreiden tussen natuurgebieden ten noorden en zuiden van Waddinxveen en richting het groen in de wijken. Dit is de leefomgeving van de icoonsoorten: egel, weidehommel, bunzing (marter) en bruin blauwtje (vlinder). Deze zone is 2 tot 20 meter breed en heeft zo min mogelijk onderbrekingen en obstakels. Passende natuurlijke elementen zijn bomen, struiken, bloemen, vaste planten, ruig gras, houtwallen en composthopen. Voor de ontwikkeling en verbetering van dit gebied is samenwerking met ProRail nodig omdat de gemeente geen grondeigenaar is.
Figuur 5: Impressiebeeld Droge EVZ
De vochtige EVZ is het bestaande veenweidegebied (nabij) Polder Bloemendaal en de Voorofsche Polder. Dit is de leefomgeving van de icoonsoorten: grutto: rietorchis (plant), platte schijfhoren (waterslak) en moerassprinkhaan. Ook is het een jaaggebied voor meervleermuis. Deze soorten hebben open, vochtige, ecologisch beheerde kruidenrijke graslanden nodig met vrij zicht en helder water. Vooral de grutto is erg gevoelig voor verstoring en heeft een groot leefgebied nodig van minimaal 200 hectare. Momenteel is ongeveer 190 hectare geschikt dus uitbreiding is wenselijk. Rustige vormen van recreatie zijn mogelijk in deze zone zolang er geen verstoring optreedt voor weidevogels. Voor de ontwikkeling en verbetering van dit gebied is samenwerking met Stichting Weids Bloemendaal nodig omdat de gemeente geen grondeigenaar is.
Figuur 6: Impressiebeeld Vochtige EVZ
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
11
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
Natuur & Recreatie
De natte EVZ bevindt zich in het westelijke buitengebied en strekt van 't Weegje naar het Bentwoud en heeft een verbinding via de Voorofsche polder naar de Gouwe via een otterpassage. De natte EVZ is een (grotendeels nog niet bestaande) watergang zonder onderbrekingen of menselijke verstoring van tenminste 2 meter breed en met aan weerszijden een natuurvriendelijke oever van 2 tot 15 meter breed. De oever heeft brede rietkragen en struiken. Dit is de leefomgeving van de volgende icoonsoorten: kleine karekiet (rietvogel), kleine watersalamander en otter. Nabij de natte EVZ (Vredenburghzone/ polder Achterof) is het leefgebied van steenuil en rugstreeppad. Deze soorten kunnen grote afstanden overbruggen en gaan goed samen met kleinschalige bebouwing en biologische agrarische activiteiten. Passende natuurlijke elementen in dit gebied zijn knotwilgenrijen, ruig gras en poelen. Om deze EVZ te realiseren en aan te sluiten op Natuur Netwerk Nederland is samenwerking met de Provincie nodig.
Figuur 7: Impressiebeeld Natte EVZ
Als stedelijk groen een omvang heeft van ten minste 5.000 m2 en wanneer de afstand tussen die gebieden niet meer dan 1.000 meter is dan is stedelijk groen aan te merken als stapsteen in een EVZ. Stedelijk groen kan een stapsteen zijn voor de icoonsoorten merel en huismus. Stedelijk groen heeft veel bomen, bloemen met zaden en (groenblijvende) struiken met bessen nodig. Als stedelijk groen verbonden wordt met tuinen via ecologisch beheerde bermen en oevers dan kan het dienen als stapsteen voor de icoonsoort egel. Voor egel is het nodig om tuinen toegankelijk te maken en onderbrekingen mogen maximaal 20 meter zijn. Op dit moment heeft Waddinxveen 4 losstaande gebieden met stedelijk groen (Zuiveringspad, Petteplas, Kanaaldijk en Park Triangel) en zijn daarom geen stapstenen binnen een netwerk. Dit is te verbeteren door in te zetten op ecologisch beheer van bermen en oevers, vergroening van tuinen en het omvormen van kale plekken naar stedelijk groen. Figuur 8: Impressiebeeld Stedelijk Groen
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
12
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
Van iedere EZV zijn twee varianten uitgewerkt: de basis en de plus variant. De basisvariant richt zich op het behouden van bestaande natuurwaarden en de minimale afmetingen e.d. die nodig zijn om een verbinding te behouden/ realiseren. Uit de plus variant spreekt een grotere ambitie waarbij we streven naar het verbeteren van de biodiversiteit en de ideale afmetingen die een EZV moet hebben. Alleen in de plus variant kunnen verdwenen soorten zoals de otter terugkeren naar Waddinxveen. Het uitgangspunt is, op basis van de uitkomsten van het participatietraject (zie participatieverslag, bijlage III), dat we kiezen we voor de plus variant in gebieden waar dit nog mogelijk is naast de huidige bebouwing. De basis variant wordt aangehouden op plaatsen waar nu al te veel bebouwing is om voor de plus variant te kunnen kiezen. We verlenen medewerking aan nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen als ze passen bij de plus variant. In een EVZ zijn woningen en industrie niet gewenst. Wel kunnen niet-natuurlijke elementen voorkomen zoals een fietspad of een bankje en er zijn activiteiten mogelijk zoals wandelen, suppen, spelen en kleinschalige agrarische activiteiten zoals herenboeren of een plukbos. Welke elementen goed passen binnen de EVZ en welke niet staan in onderstaande inrichtingsmatrix (zie figuur 9).
Natuur & Recreatie
ONTWERPPRINCIPES 1. Ga uit van de plus variant Bij de realisatie van een EVZ streven we naar de plus variant. Alleen als door huidige bebouwing de plus variant niet (overal) is te realiseren, volstaat de basisvariant. Raadpleeg de inrichtingsmatrix (figuur 9) indien er een wens bestaat om de EVZ een gemengde functie te geven. Ook hierin gaan we uit van de plus variant, de basis variant is toegevoegd indien de plus variant niet kan worden uitgevoerd 2. We stimuleren passende plannen De gemeente verleent medewerking aan nieuwe ruimtelijke plannen die passen bij de plus variant 3. Onderbouw door middel van een ecologisch adviesrapport Nieuwe ruimtelijke plannen binnen een straal van 100 meter van een natte of vochtige EVZ worden bij voorkeur onderbouwd met een ecologisch adviesrapport.
BEHEERPRINCIPES 1. Beheer ecologisch Beheer van de EVZ is altijd ecologisch
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
13
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
Natuur & Recreatie
Figuur 9: Inrichtingsmatrix EVZ
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
14
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
2.1.2. Openbaar groen
Natuur & Recreatie
in de leefomgeving. Raadpleeg eventueel de Monitor Motie Bomen om de voortgang van bomentoename in Waddinxveen in te zien. Op de afbeelding hieronder zijn alle ecosysteemdiensten van een boom te zien
ONTWERPPRINCIPES 1. 40% groen We streven naar 40% groen per buurt of project. Dit realiseren we door een groennorm van 40% te hanteren voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Met groen wordt bedoeld bomen + laag groen. Raadpleeg eventueel de Monitor Openbaar Groen om de voortgang van openbaar groen in Waddinxveen in te zien
Figuur 11: Ecosysteemdiensten van een boom (programma bomen gemeente Gouda)
3. 75 m² groen per huishouden De richtlijn is 75 m2 (openbaar) groen per huishouden 4. Gebruik zo min mogelijk verharding Ruimtelijke plannen bevatten zo min mogelijk onnodige verharding 5. Verbind het groen Openbaar groen wordt waar mogelijk met elkaar verbonden. Bermen verbinden het groen binnen Waddinxveen en tussen Waddinxveen en omliggende gebieden Figuur 10: Percentage groen per CBS-buurt (Klimaateffectatlas)
2. 1 boom per huishouden De richtlijn is minimaal 1 boom per huishouden. Bij voorkeur van de 1e grootte. Bomen leveren meerdere ecosysteemdiensten en zijn daardoor van grote waarde
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
6. Leg oevers natuurvriendelijk aan Nieuwe oevers worden natuurvriendelijk aangelegd. Deze regel wordt toegepast bij nieuwe omgevingsplannen, gebiedsontwikkelingen en bij het verlenen van omgevingsvergunningen. Dit levert een bijdrage aan de verbetering van de biodiversiteit en het zorgt voor een groter waterbergend vermogen dan beschoeide oevers
15
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
7. Vervang beschoeide oevers voor natuurvriendelijke Bij gebiedsreconstructies worden beschoeide oevers waar mogelijk vervangen door natuurvriendelijke oevers. Natuurvriendelijke oevers lopen geleidelijk over van water naar land. De oever wordt verdeeld in verschillende zones, waarbij iedere zone zijn eigen kenmerken heeft. Daardoor komen in elke zone verschillende planten, bloemen en dieren voor. Welke soorten zich ontwikkelen hangt af van de bodemsoort, watertype, voedselrijkheid, chloridegehalte en de reeds aanwezige planten. Hoe meer zones van de natuurlijke oever aanwezig zijn, hoe natuurvriendelijker de oever is 8. Zorg voor een juiste afweging tussen inheemse -en uitheemse vegetatie Vegetatie die een bijdrage levert aan het herstel van biodiversiteit is in de regel inheems omdat inheemse bomen, planten, struiken en bloemen het beste aansluiten bij de behoeften van dieren die hier van nature voorkomen. Ook past inheemse vegetatie goed bij de grondsoort die hier van nature is. Robuust groen betekent dat het bestand is tegen het veranderende klimaat. Gevarieerd inheems groen is dit vaak al omdat het zich in de loop der jaren heeft aangepast. Maar soms kan uitheemse vegetatie een waardevolle aanvulling zijn. Bijvoorbeeld door te zorgen voor extra voedsel voor vogels of om schaduw te bieden op een plein.
Op een verhard plein groeien mediterrane bomen beter, en bieden daardoor meer schaduw dan inheemse bomen 9. Plaats indien nodig fauna trappen Waar geen natuurvriendelijke oever mogelijk is kunnen fauna trappen worden geplaatst zodat dieren de watergang in en uit kunnen komen
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
Natuur & Recreatie
10. Houd rekening met icoonsoorten We kijken bij de inrichting van de leefomgeving naar de specifieke doelen en mogelijkheden in een gebied. We passen een mix toe van zo veel mogelijk verschillende inheemse planten en vullen indien nodig aan met uitheemse planten. Nieuwe aanplant levert altijd een bijdrage aan de verbetering van de leefomgeving voor icoonsoorten, zie ook natuurinclusief ontwikkelen 11. Raadpleeg de soortentabel Om te bepalen welke bomen geschikt zijn wordt de Soortentabel WUR gebruikt 12. Raadpleeg Biodiversiteit in de stad Geschikte heesters en vaste planten staan in het overzicht Biodiversiteit in de stad 13. Creëer groene buffers tussen bedrijven en woningen Gebieden rondom bedrijventerreinen worden bij (her) ontwikkeling zoveel mogelijk ingericht als groene bufferzone. Hierdoor vermindert geluidsoverlast en luchtvervuiling 14. We steunen lokale of persoonlijke groeninitiatieven Losse groenelementen, zoals bloempotten en moestuinbakken mogen door bewoners, winkeliers en bedrijven in de openbare ruimte op de stoep geplaatst worden. Dit is gewenst mits er 1,20 meter voetpad overblijft en het geheel goed wordt onderhouden. Een openbare moestuin(bak) valt onder de ‘stadslandbouw’, een moderne variant op de traditionele volkstuin. Doelstellingen zijn vaak gezond eten en bijdragen aan duurzaamheid en de sociale cohesie. Initiatieven voor
16
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
moestuinen worden afgestemd met een collectief; een groep van bewoners. Inwoners die interesse hebben informeren zelf omwonenden over hun plan en verwerven zo draagvlak voor hun ideeën. Ook wordt het wijkplatform betrokken. Het groen behoudt zijn openbare karakter. De tuin wordt aangelegd en onderhouden door vrijwilligers. Eventueel is het mogelijk om enkele voorzieningen aan te brengen, bijvoorbeeld om gereedschap op te bergen of water te tappen
BEHEERPRINCIPES 1. Beheer ecologisch Groenstroken, bermen, watergangen en oevers worden ecologisch beheerd. Bermen, watergangen en oevers zijn belangrijke onderdelen in een groenblauw netwerk. Als ze op de juiste manier worden beheerd (ecologisch) wordt het ecosysteem aanzienlijk versterkt. Andersom is het ook zo dat door intensief te maaien de natuur ernstig beschadigd wordt. In het Uitvoeringprogramma ecologisch beheer van bermen, watergangen en oevers 2024 is beschreven wat ecologisch beheer precies is en hoe het uitgevoerd wordt door de gemeente aan de hand van de vijf kernprincipes: 1. 2. 3. 4. 5.
Maai zo min mogelijk Laat bij iedere maaibeurt een deel staan Voer maaisel af Gebruik licht materiaal Zet gecertificeerde beheerders in
Natuur & Recreatie
3. Pas gazonbeheer alleen toe als het noodzakelijk is Gazonbeheer wordt alleen toegepast als dit noodzakelijk is voor de gebruiksfunctie, zie speelruimteplan voor de noodzakelijke locaties. Waddinxveen heeft nog veel groenstroken langs wegen en bedrijventerreinen die niet als berm zijn aangemerkt maar als gazon. Deze stroken hebben geen gebruiksfunctie maar worden toch als een gazon intensief gemaaid. Hierin ligt een kans tot omvorming van gazon naar ecologisch beheerd grasland en bosplantsoen 4. Zaai gazons kruidenrijk in Gazons worden ingezaaid met een mix van gras/klaver/ madelief/ zodat het gazon bestand is tegen hitte. De maaihoogte wordt hierop afgestemd 5. Vermijd maaien rondom bomen Vermijd maaien rondom bomen indien mogelijk 6. Bepaal de juiste groeiplaats voor bomen Voor het bepalen van de juiste afmetingen van de groeiplaats en voor het werken met en rond bomen wordt in Waddinxveen Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen gehanteerd. Alleen met de juiste standplaats kunnen bomen gezond en groot groeien. Wij zorgen ervoor dat wortels zich wijd kunnen verspreiden en dat wortels worden beschermd tegen verdroging en te natte omstandigheden. Op onderstaande afbeelding is te zien hoe breed boomwortels groeien in de Waddinxveense bodem
2. Vorm gazons om tot groenstroken Waar mogelijk worden gazons ongevormd tot ecologisch beheerde groenstroken. Gazons zoals speelveldjes worden in het groeiseizoen wekelijks gemaaid. Dit is passend bij de gebruiksfunctie. Door vaak te maaien is er weinig ruimte voor natuurontwikkeling Figuur 12: Voorstelling boomspiegel (klimaatbestendige stad NKWK)
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
17
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
Niet alleen de afmeting van de boomspiegel (de groenruimte om een boom) is van belang maar ook de samenstelling van het oppervlak. Hoe bomen beschermd kunnen worden tegen droogte door het aanbrengen van het juiste materiaal in de boomspiegel is beschreven in de Handreiking droogtebestendig openbaar groen Waddinxveen. Hierin is o.a. beschreven dat het maaien rondom bomen (bijmaaien) schadelijk is en daarom zo min mogelijk plaatsvindt 7. We borgen de veiligheid We borgen de gemeentelijke verantwoordelijkheid met betrekking tot de veiligheid en aansprakelijkheid door middel van structurele en periodieke inspecties op de boomveiligheid 8. Plant een boom terug na de kap Voor iedere gekapte boom in de openbare ruimte komt een nieuwe boom terug, waar mogelijk in dezelfde CBS buurt. Raadpleeg de Monitor Compensatie Boommassa om inzicht te krijgen in de reeds gecompenseerde bomen 9. Kap niet zonder aangewezen reden Bomen worden niet zonder reden gekapt. Voor het kappen worden de regels gevolgd conform de APV over het kappen van bomen. Sommige inwoners ervaren overlast vanwege bomen. Bij de beoordeling van verzoeken van bewoners is behoud van bestaande bomen het uitgangspunt. Er worden geen bomen gekapt vanwege bladval, schaduwwerking, bloesem, pollen of zaailingen. We hanteren een afwegingskader om verzoeken met betrekking tot overlast te toetsen (zie bijlage IV).
Om te beoordelen of bomen nog veilig zijn, hanteren we de VTA-methode (Visual Tree Assessment). Elk jaar wordt 1/3 van de hoeveelheid bomen gecontroleerd. Hoe het kappen wordt uitgevoerd is beschreven in Handboek Bomen van het Norminstituut Bomen. Onderstaande bomen hebben een verhoogde beschermingsstatus. Dit betekent dat kap alleen mogelijk is als een onafhankelijk onderzoek aantoont dat de boom onveilig is of onherstelbaar ziek:
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
Natuur & Recreatie
• • •
Bomen die zich bevinden in of binnen een straal van 100 meter van een EVZ; Bomen in stedelijke stapstenen; Cultuurhistorische bomenrijen (zoals Wilgenlaantje en Lindenlaantje) en andere monumentale bomen die op de “Waardevolle Bomenlijst” staan. Dit kunnen ook bomen van particulieren zijn (actualisatie is in 2025) 10. Onderhoud rotondes met hoge kwaliteit
Accentplekken als rotondes kunnen worden uitgegeven aan professionele partijen, zoals hoveniersbedrijven die een hoge kwaliteit van het groen kunnen waarborgen. Reclameuitingen worden in beperkte mate toegestaan, de richtlijn is maximaal 5% van het oppervlak 11. Houd natuurlijke nestplaatsen in stand Natuurlijke nestplaatsen (zoals composthopen en takkenrillen) worden in stand gehouden en natuurlijke materialen (zoals afgevallen blad, afgegraven grond en dood hout) blijven zoveel mogelijk in het gebied 12. Plant geen bomen van de zwarte lijst Bomen die op de 'Zwarte lijst’ staan worden niet aangeplant door de gemeente. Dit zijn bomen die schadelijk kunnen zijn voor de natuur en in sommige gevallen verboden zijn door de Europese Unie 13. Bestrijd invasieve soorten Planten die op de ‘lijst van invasieve exoten’ staan, zoals berenklauw en duizendknoop, worden door groenbeheerders van de gemeente bestreden als ze worden aangetroffen tijdens onderhoudswerkzaamheden. Het bestrijden van dieren die op de lijst van invasieve exoten staan zoals de rivierkreeft, Nijlgans en de Aziatische hoornaar is formeel de verantwoordelijkheid van de Provincie en Hoogheemraadschappen. Aan de gemeente kan worden gevraagd om te helpen bij het bestrijden.
18
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
In Waddinxveen doen wij dit ongevraagd omdat de gevolgschade van invasieve exoten wel voor onze rekening komt en deze vervolgschade voorkomen we door actieve bestrijding 14. Snippergroen wordt in beginsel niet verkocht Onder snippergroen en restkavels wordt verstaan: kavels, onbebouwde gemeentegrond (waaronder water), deel uitmakend van de openbare ruimte en met een maximale grootte van 150 m2. Snippergroen en restkavels worden bij voorkeur niet verkocht. Gezien de uitdagingen op het gebied van klimaatadaptie en biodiversiteit en de toenemende druk op zowel de boven- als ondergrondse infrastructuur zijn we zeer terughoudend met de uitgifte van snippergroen en restkavels. Verkoop is alleen mogelijk aan de eigenaar van een direct aanliggend perceel én als is aangetoond dat verkoop strategische, tactische of planologische voordelen heeft voor de gemeente
Natuur & Recreatie
Openbare Ruimte (IBOR) op basis van de beheerprincipes uit dit Omgevingsprogramma duurzame leefomgeving. In het IBOR wordt beschreven hoe het beheer zowel operationeel als financieel wordt uitgevoerd. Het gaat hierbij om het opruimen van zaken die niet in de openbare ruimte thuishoren en het netjes en veilig houden van bankjes, afvalbakken, verkeersborden e.d. Ook gaat het om het verwijderen van planten die tussen de tegels van het trottoir groeien en andere verharde delen waar de primaire functie wandelen of rijden is. De beheerniveaus zijn niet van toepassing op het netjes houden van groen in bermen, groenstroken, groenvakken, plantenbakken, gazons, speeltuinen, parken etc. Daarvoor geldt dat er in alle gebieden van Waddinxveen groen wordt aangeplant en onderhouden dat een positieve bijdrage levert aan biodiversiteit en/of klimaatadaptatie. Dat betekent dat planten die van nature voorkomen zoals madeliefjes en paardebloemen niet worden weggemaaid rondom bomen, lantarenpalen of in gazons. Het doel van groen is niet om netjes te zijn maar waardevol
15. Adoptie van groen is gewenst De gemeente ondersteunt en stimuleert ‘adoptie’ van openbaar groen door bewoners. Onder adoptiegroen verstaan we een stukje openbaar groen of een boomspiegel dat buurtbewoners in overleg met de gemeente opknappen en waarvan ze het onderhoud overnemen. Hiervoor wordt een overeenkomst gesloten. Ook verenigingen, scholen, bedrijven etc. kunnen groen adopteren. Inwoners die groen adopteren krijgen van de gemeente een overzicht met planten die geschikt zijn om te planten 16. Raadpleeg het IBOR voor het beheerniveau Bij het schoon en veilig onderhouden van de openbare ruimte worden verschillende beheerniveau ‘s gehanteerd op basis van de Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van het Kennisplatform CROW. Het beheerniveau per gebied wordt iedere 5 jaar vastgesteld in het Integraal Beheerplan
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
19
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
2.1.3. Natuurinclusief ontwikkelen ONTWERPPRINCIPES 1. Zorg voor een habitatverbetering voor icoonsoorten Ruimtelijke plannen bevatten een uitwerking van de habitatverbetering t.b.v. icoonsoorten uit de biomatrix (zie figuur 13). In samenwerking met ecologen zijn icoonsoorten benoemd, die samen de verschillende leefgebieden in Waddinxveen vertegenwoordigen. Als het leefgebied voor deze planten en dieren op orde is, liften andere soorten hierop mee en kan een gezonde natuur bestaan die in balans is. In de biomatrix staan de icoonsoorten voor Waddinxveen en de habitat (leefomgeving) die zij nodig hebben. Daarom wordt van alle inwoners, bedrijven, initiatiefnemers, ontwikkelaars en gemeentelijke beheerders en projectleiders verwacht dat zij in hun plannen rekening houden met de icoonsoorten
Figuur 13: Biomatrix icoonsoorten Waddinxveen
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
Natuur & Recreatie
2. Raadpleeg de Kansenkaart Biodiversiteit De keuze voor icoonsoorten en de daarbij passende inrichting kan worden onderbouwd met de Kansenkaart Biodiversiteit. Gemeenten in de regio midden Holland hebben gezamenlijk een kansenkaart biodiversiteit opgesteld zodat samengewerkt kan worden over gemeentegrenzen heen om de leefomgeving van icoonsoorten te verbeteren. De kansenkaart is door iedereen te benaderen via de website van de ODMH. Op adresniveau is te zien voor welke icoonsoort het gebied geschikt moet zijn en hoe dat is te realiseren. In Waddinxveen wordt de kansenkaart gebruik als onderbouwing voor de icoonsoortkeuze en voor communicatie doeleinden richting inwoners. Zie figuur 14 voor een overzicht van de op Waddinxveen van toepassend zijnde kaarten
Figuur 14: Kaarten Kansenkaart Biodiversiteit (Omgevingsdienst Midden-Holland)
20
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
3. Zorg voor een habitatverbetering voor gebouwbewonende diersoorten Ruimtelijke plannen bevatten een uitwerking van de habitatverbetering die gerealiseerd wordt voor vleermuis, huismus, gierzwaluw en spreeuw 4. Onderbouw plannen in de EVZ Nieuwe ruimtelijke plannen binnen een straal van 100 meter van een natte of vochtige EVZ worden bij voorkeur onderbouwd met een ecologisch adviesrapport waaruit blijkt dat de ontwikkeling geen bedreiging vormt voor de EVZ 5. Pas Adviesrapport Ecologische Verbindingszones toe Nieuwe ruimtelijke plannen binnen een straal van 100 meter van een EVZ baseren het groenontwerp zoveel mogelijk op het ecologische adviesrapport. Voor de inrichting kan worden gekeken naar de gestelde voorkeuren per zone. Raadpleeg voor de zonekaart figuur 4. De uitkomsten van het adviesrapport staan bijlage II 6. Zorg voor nestelruimte De buitenruimte is geschikt voor dieren om te nestelen. Waar mogelijk worden natuurlijke nestplaatsen geboden zoals een takkenril, zand of composthoop. Als aanvulling kunnen technische oplossingen zoals vogelhuisjes en bijenhotels worden geplaatst
Natuur & Recreatie
9. Vergroen tuinen De verhouding tussen groen en steen in privé-tuinen voldoet zoveel mogelijk aan de Steenbreek norm. In groene tuinen vinden dieren voedsel en veiligheid. Ook helpen groene tuinen bij het bestrijden van hittestress en wateroverlast. Om dieren te helpen kunnen inwoners van Waddinxveen inheemse (lokale) en bes-dragende beplanting toepassen. Het bijvoeren van egels en vogels in de winter helpt ook. Om ervoor te zorgen dat dieren zich kunnen verplaatsen tussen tuinen worden barrières zoveel mogelijk weggenomen. Door hagen toe te passen in plaats van schuttingen kunnen dieren de tuin bereiken en ze kunnen er nesten opbouwen. Als tuinen ecologisch worden beheerd kunnen dieren zich er ook voortplanten. Ecologisch beheer van tuinen houdt het volgende in: • • • • • •
afgevallen blad, dood hout en uitgebloeide bloemen blijven liggen. Hierin overwinteren dieren en het voorkomt uitdroging van de bodem. een deel van het gras wordt niet gemaaid. er wordt zo min mogelijk gespit en geschoffeld zodat het bodemleven niet wordt gestoord. inheemse vegetatie zoals paardenbloemen, klaver en madeliefjes wordt niet bestreden. er worden geen bestrijdingsmiddelen toegepast. snoeien gebeurt buiten het broedseizoen van vogels. Dus tussen oktober en maart.
De gemeente zet zich actief in om tuinen te vergroenen doormiddel van het Groene tuinen project. Er wordt informatie gegeven door tuincoaches over beplanting, tegels worden gratis opgehaald en er worden planten of bomen verstrekt. Ook stimuleert de Gemeente de aanleg van geveltuinen.
7. Ga voor ecologische oplossingen Ecologische oplossingen hebben de voorkeur boven technische oplossingen als het gaat om waterberging. Greppels, wadi’s en infiltratiestroken hebben naast een waterbergende functie ecologische waarde
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
21
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
Stichting Steenbreek hanteert een richtlijn waarbij uitgegaan wordt van 15m² aan verhard oppervlak dat nodig is voor praktische functies zoals een terras, containers en fiets. Van de overige grond wordt bij voorkeur 80% groen ingericht worden en mag 20% verhard worden voor bijvoorbeeld een pad. In Waddinxveen is deze richtlijn overgenomen en aangevuld met de landelijke regel dat 50% vergunningsvrij gebouwd mag worden met een maximum van 50m². Deze regel wordt toegepast bij nieuwe omgevingsplannen en bij het verlenen van omgevingsvergunningen. Tevens wordt er in de ontwerpfase gestuurd op het groen invullen van de tuinen
Natuur & Recreatie
met meer isolatie en een betere afdichting van gaten en kieren. Bij natuurinclusief bouwen worden gebouwen zo ontworpen, dat zonder verlies van veiligheid of comfort voor mensen ook diersoorten en planten weer een plek krijgen. Het kan zowel gaan om technische voorzieningen in de gevel zoals neststenen als om begroeiing aan het gebouw zoals groene daken en gevels. Met name gebouw- bewonende soorten, zoals huismus, gierzwaluw, huiszwaluw, spreeuw en vleermuizen, kunnen hiervan profiteren. Natuurinclusief bouwen is vereist voor Nieuwbouw en grote verbouwingen
2025 5%
2030 40%
2035 100%
12. Raadpleeg de NDFF Voordat een ontwikkeling start, wordt de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd op huidige soorten (voorheen natuurwaardenkaart). Bij de bouw wordt rekening gehouden met de aanwezige soorten doormiddel van mitigerende en compenserende maatregelen. Figuur 15: Steenbreek Richtlijn: Groen vs Verhard (Stichting Steenbreek)
Voorbeeld van een inclusief ontwerp van de Gouwehal (maatschappelijk vastgoed):
10. Gebruik hagen als erfafscheiding In nieuwe ontwerpen worden bij voorkeur hagen toegepast als erfafscheiding 11. Ontwerp voor gebouwbewonende soorten Nieuwe gebouwen worden zoveel mogelijk ontworpen met (geïntegreerde) nestruimte voor vleermuis, huismus, gierzwaluw en spreeuw. Neststenen voor insecten zijn optioneel. Stadsvogels en vleermuizen delen al honderden jaren hun woonruimte met mensen. Maar deze dieren hebben het moeilijk gekregen door klimaatverandering, verdichting van de gebouwde omgeving en een andere manier van bouwen Figuur 16: Natuurinclusieve sporthal Gouwehal
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
22
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
Natuur & Recreatie
2.2.1. Recreatie in natuurgebieden In en om Waddinxveen zijn meerdere natuur- en recreatiegebieden, namelijk het Bentwoud, het Gouwebos, ‘t Weegje, de Voorofsche Polder en Polder Bloemendaal. Met de Vredenburghzone in ontwikkeling krijgt Waddinxveen er een zesde natuur- en recreatiegebied bij. Dit zorgt voor een veelzijdig aanbod van recreatie binnen een kleine straal. De bestaande natuurgebieden zijn niet in eigendom of beheer van de gemeente. Op figuur 17 is dat te zien
2.2.
Recreatie Recreatie heeft een positieve invloed op het welzijn van mensen doordat het stress vermindert en bijdraagt aan zowel fysieke als mentale gezondheid. Vrijetijdsactiviteiten zorgen voor gevoelens van geluk en verbondenheid2. Daarnaast suggereren studies dat regelmatige deelname aan recreatie helpt om werk-gerelateerde vermoeidheid tegen te gaan en persoonlijke veerkracht te bevorderen3. Vooral activiteiten in de natuur hebben een significant kalmerend effect op mensen. Deze bevindingen benadrukken dat recreatie een essentieel onderdeel is van een gezonde levensstijl4. In dit hoofdstuk wordt recreatie in natuurgebieden beschreven en recreatieve verbindingen. Andere vormen van recreatie zoals bewegen, sporten, spelen, gezonde voorzieningen, evenementen worden behandeld in hoofdstuk 4 Gezondheid. Welke vormen van recreatie mogelijk zijn in een EVZ, zijn opgenomen in de Inrichtingsmatrix (figuur 9).
2 3 4
Iwasaki, Y., & Mannell, R. C. (2018). Leisure, stress, and health. Sonnentag, S. (2012). Psychological detachment from work during leisure time. Kaplan, R., & Kaplan, S. (1989). The Experience of Nature: A Psychological Perspective.
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
Figuur 17: Kaart natuur- en recreatiegebieden van Waddinxveen
23
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
Natuur & Recreatie
Gemeentelijke ambities voor natuurgebieden of een visie op natuurgebieden realiseert de gemeente niet zelf (met uitzondering van Vredenburghzone). De wethouder is vertegenwoordigd in de besturen en kan hierdoor een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de gebieden. Waddinxveen draagt jaarlijks financieel bij aan het Bentwoud en de Groenalliantie (Gouwebos en 't Weegje) voor het beheer en onderhoud van de gebieden. Budgetten voor recreatieontwikkeling heeft de gemeente niet, maar komen vaak voort uit provinciale subsidies.
• •
• •
De eigenaren van de natuur en recreatiegebieden hebben de afgelopen jaren visies opgesteld die aangeven welke invulling er voor ogen is. De gemeente is nauw betrokken bij deze organisaties en geeft waar mogelijk input voor de visies. Er wordt gezamenlijk invulling gegeven aan de recreatiebehoefte. Hieronder is per natuur- en recreatiegebied een samenvatting van de visies beschreven:
1.
• • •
Bentwoud
Verbeteren van de toegankelijkheid en aantrekkelijkheid van de entrees; Creëren van veilige oversteekplaatsen voor fietsers en wandelaars. Wandelaars en fietsers worden zoveel mogelijk gescheiden. Daarnaast wordt er onderscheid gemaakt tussen lange, doorgaande routes en kortere recreatieve wandelroutes. De voorzieningen worden geconcentreerd rond de toegangspoorten. De inrichting is afhankelijk van de zonering in het gebied zodat een goede balans ontstaat tussen recreatieve en natuurbelevingsvoorzieningen. Alleen middelgrote en kleine evenementen zijn toegestaan. Variatie van open en gesloten beplanting wordt behouden. Verbetering van het watersysteem, wat gunstig is voor de aanwezige flora en fauna. Aanleg van groene verbindingen, ofwel "groene vingers," naar nabijgelegen woonwijken in Waddinxveen en het Gouwebos om de natuur toegankelijker te maken.
In het jaar 2000 is gestart met de eerste werkzaamheden in het Bentwoud. Sindsdien zijn er zo’n 2,5 miljoen bomen en struiken geplant en 80 kilometer aan wandel- en fietspaden aangelegd. De basisinrichting was in 2016 afgerond. In het ruim 800 hectare grote gebied is veel ruimte voor natuur en recreatie, maar het is geen officieel natuurgebied. In 2022 is het Ontwikkelperspectief Bentwoud opgesteld: In 2040 is het Bentwoud uitgegroeid tot een volwassen bos met een divers ecosysteem van bomen, struiken, graslanden en waterpartijen met natuurvriendelijke oevers. Bezoekers kunnen dan genieten van een uitgebreid netwerk van wandel-, fiets- en ruiterpaden, met opties voor zowel ontspannende als uitdagende tochten, binnen een rijke, natuurlijke omgeving die het oude verkavelingspatroon respecteert maar waarin de natuur zich verder heeft ontwikkeld. Dit is uitgewerkt in een Uitvoeringsprogramma (vastgesteld november 2024). Het programma zet in op de volgende punten:
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
Figuur 18: Recreatie in Bentwoud (Bron Uitvoeringsprogramma Bentwoud)
2.
Gouwebos Het Gouwebos is een stadspark met de allure van een natuurgebied. Er zijn wandelpaden, gazons, waterpartijen, speelplaatsen, openbare sportfaciliteiten en zitgelegenheden. Het gebied ligt tussen de bebouwing van Boskoop en Waddinxveen en wordt in tweeën gedeeld door de spoorlijn
24
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
Gouda - Alphen aan den Rijn In het Ontwikkelplan Groenalliantie 2030 wordt de visie op het Gouwebos toegelicht. Groenalliantie wil de verbinding tussen het Gouwebos en Voorofsche Polder / Gouwe verbeteren, omdat beide gebieden momenteel grotendeels los van elkaar functioneren, met slechts één verbinding onder het spoor bij Boskoop. Ook de recreatieve relatie met het Bentwoud kan worden versterkt. Het doel is om van het Gouwebos een groen en natuurlijk bos te maken, met een grotere ecologische waarde en betere verbindingen met de omgeving. Hierbij is er speciale aandacht voor het vergroten van de toegankelijkheid voor ouderen en mensen met een handicap. Verder is het plan om nog meer kleinschalige voorzieningen aan te leggen voor sport, ontspanning en hondenrecreatie.
Natuur & Recreatie
• • •
4.
3.
Versterking natuurwaarden en biodiversiteit; Uitbreiden fietsenstalling; Route en voorzieningen voor mensen met een beperking.
't Weegje Net zoals voor het Gouwebos heeft Groenalliantie een visie opgesteld voor 't Weegje. ’t Weegje is een klein, besloten natuurgebied met veel water, waarin de centrale plas een belangrijk onderdeel vormt. 't Weegje wordt intensief gebruikt door fietsers, wandelaars, hondeneigenaars, vissers en roeiers. De mogelijkheden om het te verbinden zijn beperkt. Samen met omliggende gebieden de spoorzone en de Oostpolder zou 't Weegje één geheel voor natuur en recreatie kunnen vormen. De visie richt zich daarom op het versterken van dat gebied. Het project kijkt verder naar het versterken van de natuur door het ontwikkelen van leefgebieden, zoals moeraszones, poelen en oevergebieden. Verder is het uitvoeren van ecologisch beheer een belangrijk agendapunt.
Voorofsche Polder De Voorofsche Polder is een veenweidegebied aan de Gouwe, in eigendom van het Zuid-Hollands Landschap. Het gebied staat bekend om een hoge dichtheid van broedende weidevogels. De laatste jaren is het aantal broedvogels echter sterk afgenomen. Om het broedsucces voor o.a. grutto's te verbeteren investeert Zuid-Hollands Landschap in het project "Code Rood voor Weidevogels." Er zijn nieuwe sloten gegraven en dammetjes en stuwen aangelegd langs de randen van het gebied. Er wordt een klein molentje geplaatst waarmee in het voorjaar water het gebied in kan worden gepompt. Dit zorgt voor nattere, minder snelgroeiende graslanden, waardoor kruiden meer ruimte krijgen. Ook zijn er plannen, in samenwerking met de Provincie Zuid Holland om de otter een plaats te geven in dit gebied. Vanwege de gevoelige natuur is dit gebied niet toegankelijk voor recreanten.
Projecten op de investeringsagenda zijn: • • •
Een natuurroute voor kinderen; Thematische routes, zoals een amfibieënroute en een hondenroute; Routes aangepast voor mensen met een rollator of rolstoel.
5.
Polder Bloemendaal •
Stichting Weids Bloemendaal (SWB) streeft ernaar om polder Bloemendaal en de Winterdijk te behouden en te herstellen in de oorspronkelijke natuurlijke en culturele staat. Het doel van SWB is om door middel van natuurvriendelijk weide-, landschap- en waterbeheer het aantal weidevogels te laten toenemen en het traditionele slagenlandschap (strokenverkaveling) te behouden. Om dat te realiseren wordt het volgende gedaan:
Daarnaast zullen er wandelroutes worden aangelegd, waaronder:
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
25
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
Natuur & Recreatie
ONTWERPPRINCIPES • • • • • •
Aankoop grond; Faciliteren van watercompensatie; Natuurinclusieve landbouwprojecten en experimenteren met natte teelt; Aanleg en beheer van natuurvriendelijke oevers; Versterking van het educatiecentrum en informatiecentrum aan de Otweg; Integratie van een volkstuinencomplex in het landschap.
Daarnaast wil SWB het wandelroutenetwerk optimaliseren en daarmee recreatie ondersteunen. Aanvullende wandelroutes zijn gewenst door SWB maar nog niet nader uitgewerkt, op de volgende plaatsen: 1. 2. 3. 4.
6.
wandelpad in noord – zuid richting; wandelpad Henegouwerweg – Middelburgseweg; 2e wandelpad tussen Winterdijk en Bloemendaalse weg; aansluiting wandelpaden op de Brugweg.
Polder Achterof Voor de volledigheid wordt deze polder opgenomen in dit overzicht maar eigenlijk is het geen natuurgebied. Polder Achterof is het agrarische buitengebied van Waddinxveen. De polder heeft een open landschap met weids uitzicht. Er liggen meerdere ruimteclaims op dit gebied die we allemaal willen realiseren: • • • • • •
Behoud huidige agrarische functie; Omvorming naar kleinschalige biologische agrarische activiteiten zoals herenboeren/ plukbos Natuurontwikkeling ter versterking van het Bentwoud; Aanleg verlengde Bentwoudlaan; Uitbreiding van de recreatiemogelijkheden; Aanleg ecologische verbindingszone, zie H1.
1. De gemeente stemt af met de organisaties De gemeente zorgt in overleg met de desbetreffende natuurorganisaties voor de invulling van de recreatiebehoefte. Dit gebeurt door de visies en programma’s vanuit de organisaties af te stemmen met het gemeentelijk beleid 2. Raadpleeg de matrix De gemeente verleent bij voorkeur medewerking aan ruimtelijke plannen in de EVZ als ze passend zijn in het gebied volgens de inrichtingsmatrix (zie figuur 9) 3. Stimuleer fiets- en wandelpaden Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen die tussen de natuur- en recreatiegebieden liggen, belemmeren de (mogelijke) fietsen wandelpaden niet en dragen waar mogelijk bij aan de realisatie van fiets- en wandelpaden 4. Houd rekening met hondenbeleid Voor de inrichting en het gebruik van hondenuitlaatplaatsen wordt het beleidsdocument 'Thuis in Waddinxveen 2012' geraadpleegd 5. Bekijk de Visie op de Vredenburghzone Voor ontwikkelingen binnen de Vredenburghzone wordt de Visie op de Vredenburghzone gehanteerd De Vredenburghzone is een ontwikkeling die zich richt op de duurzame ontwikkeling van een groene bufferzone aan de rand van de wijken Zuidplas en Park Triangel. Dit gebied van bijna 40 hectare zal worden ontwikkeld tot een toegankelijk natuurgebied dat ecologische waarde combineert met extensieve recreatie. Het draagt ook bij aan een versterking van de gezonde leefomgeving.
Belangrijke elementen zijn het behoud van cultuurhistorische landschapskenmerken, het versterken van water- en groenstructuren, en de landschappelijke inpassing van infrastructuur zoals de Vredenburghlaan. Een deel van de Vredenburghzone is inmiddels gerealiseerd. In de komende jaren worden de overige deelgebieden ontwikkeld
Alle ruimtelijke ontwikkelingen worden in dit gebied in overleg met de grondeigenaren en de Provincie Zuid Holland uitgevoerd.
Figuur 19: Vredenburghzone
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
26
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
Natuur & Recreatie
BEHEERPRINCIPES 1. Bekijk de beheerprincipes bij natuur De beheerprincipes vanuit het onderwerp Natuur zijn ook gewenst binnen de natuurgebieden. Het is de rol van de gemeente om deze principes onder de aandacht te brengen bij de desbetreffende natuurorganisaties
2.2.2. Recreatieve verbindingen We werken aan een doorlopend netwerk van aantrekkelijke (groene) routes. Dit houdt in dat woonwijken en belangrijke voorzieningen en natuurgebieden op een veilige en uitnodigende manier met elkaar worden verbonden. De hoofdvoetgangersroute en de doorfietsroute spelen hierbij een centrale rol en vormen de ‘ruggengraat’ van Waddinxveen. Deze herkenbare routes zorgen voor een goede verbinding binnen Waddinxveen en met omliggende plaatsen zoals Boskoop en Gouda. Om het netwerk voor voetgangers en fietsers te optimaliseren zijn maatregelen uitgewerkt in het Omgevingsprogramma Mobiliteit en verkeer. Op onderstaande afbeeldingen zijn de wensbeelden voor wandelen en fietsen te zien uit het Omgevingsprogramma mobiliteit. Hierop is aangegeven hoe de (recreatieve) verbindingen tot stand kunnen worden gebracht tussen het Bentwoud en het Gouwebos, tussen de Vredenburghzone en het bebouwde gebied en tussen t’ Weegje en het Gouwebos.
Figuur 20: Wensbeeld lopen (Omgevingsprogramma Mobiliteit en Verkeer)
Paden binnen een natuurgebied zijn geen onderdeel van het Omgevingsprogramma mobiliteit en verkeer. Omdat de gemeente in veel gevallen geen eigenaar is van de grond van een natuurgebied kan er ook geen plan worden opgesteld door de gemeente over de aanleg van paden. Wel kan de gemeente medewerking verlenen aan ruimtelijke plannen die recreatieve mogelijkheden verbeteren en de gemeente kan helpen bij het opstellen van uitvoeringsprogramma’s zoals het Uitvoeringsprogramma Bentwoud.
Figuur 21: Wensbeeld fietsen (bron Omgevingsprogramma mobiliteit en verkeer)
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
27
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
ONTWERPPRINCIPES 1. Borg toegankelijkheid en inclusiviteit Nieuwe wandel- en fietsverbindingen in en naar recreatiegebieden zijn toegankelijk voor iedereen en inclusief. Dit betekent dat ze zoveel mogelijk toegankelijk zijn voor rolstoelen. De richtlijn is dat er na iedere 300m zitgelegenheid is
Natuur & Recreatie
6. Zorg voor een landschappelijke aansluiting Projecten aangrenzend aan de natuurgebieden (zie kaart 17) zorgen binnen het stedenbouwkundig ontwerp voor een landschappelijke aansluiting. Dit kan bijvoorbeeld middels groen of water. Indien het project binnen 100 meter van een EVZ ligt is het groenontwerp zoveel mogelijk gebaseerd op het Adviesrapport Ecologische Verbindingszones (zie bijlage II)
Referentie bestaand beleid Natuur & Recreatie:
2. Zorg voor bereikbaarheid Wandel- en fietspaden tussen natuurgebieden zijn bereikbaar vanuit de bebouwde kom 3. Koppel functies aan elkaar Zitgelegenheid wordt waar mogelijk gekoppeld aan een andere functie zoals spelen of natuur 4. Bescherm natuur, ecologische en cultuurhistorische waarde Bij het aanleggen van nieuwe paden wordt bestaande natuur met ecologische of cultuurhistorische waarde niet aangetast (bijv. het Wilgenlaantje en het Lindenlaantje) 5. Paden passen bij het ecologische ontwikkelperspectief De gemeente kan toestemming geven voor de aanleg van nieuwe paden in natuurgebieden indien de plannen passen bij het ecologische ontwikkelperspectief van het betreffende gebied. Hiervoor wordt de inrichtingsmatrix (figuur 9) geraadpleegd
• • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
Koersdocument Duurzaamheid (link) Uitvoeringsprogramma Bentwoud (link) Uitvoeringsprogramma Ecologisch Beheer bermen, watergangen en oevers* Ontwikkelplan Groenalliantie (link) Uitvoeringsplan Groen 2026-2030** Algemeen Plaatselijke Verordening Waddinxveen (link) Motie groen i.p.v. stenen (link) Uit in Waddinxveen 2012 (hondenuitlaatplaatsen)* Beheerplan natuurvriendelijke oevers gemeente Waddinxveen 2018- 2027* Biodiversiteit in de Stad (link) Zwarte lijst bomen (link) Handboek Bomen (link) Handreiking droogtebestendig openbaar groen Waddinxveen* Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR)** Soortentabel WUR (link) Lijst invasieve exoten (link) Adviesrapport Ecologische Verbindingszones Waddinxveen (zie bijlage II) Beleid Klimaatadaptatie & Biodiversiteit* Soortenmanagementplan (SMP) Waddinxveen* Kansenkaart Biodiversiteit Waddinxveen (link)
Bestaand beleid dat bij ingang van dit programma wordt ingetrokken: • Groenstructuur en Groenbeleid Waddinxveen *Documenten zonder link zijn op te vragen bij https://www.waddinxveen.nl/contact/contactformulier/ **Deze beleidsdocumenten worden in 2025 opgesteld
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
28
3 Klimaatadaptatie Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
29
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
Klimaatadaptatie
Op basis van een 0-meting klimaatadaptatie is in beeld gebracht welk klimaatlabel een gebied heeft. Door het college is besloten dat we bij alle ruimtelijke projecten streven naar verbetering van twee labels omhoog totdat label A is bereikt. Om het bovenstaande te vertalen naar haalbare doelstellingen voor ruimtelijke plannen, zijn ontwerpprincipes ontwikkeld voor klimaatadaptatie. Dit kader biedt gemeentelijke projectleiders, ontwerpers, beheerders en externe partijen houvast bij het afwegen van acties en maatregelen. In dit hoofdstuk worden de ontwerpprincipes per onderwerp beschreven.
3.
Klimaatadaptatie Door extreme neerslag, hitte en droogte kan veel overlast en (financiële) schade ontstaan. Hitte kan ook leiden tot een toename van sterfte bij kwetsbare groepen zoals ouderen. Wateroverlast, hitte en droogte zijn daarom thema’s die bij alle ruimtelijke ontwikkelingen/ projecten in Waddinxveen meegenomen worden. Bij nieuwe ontwikkelingen geldt dat ze bij voorkeur geen extra overlast en schade op de omgeving veroorzaken door een gebrek aan klimaatadaptieve maatregelen. Aan het begin van ieder nieuw initiatief en project wordt de vraag gesteld hoe we overlast en schade door extreme neerslag, hitte en droogte kunnen verminderen zodat daarmee de leefbaarheid in de betreffende straat of buurt verbetert. Belangrijkste uitkomsten van de KNMI klimaatscenario’s 2023:
Figuur 23: Overzichtstabel klimaatlabels per thema per buurt (situatie 2022 Royal Haskoning) Figuur 22: De KNMI’23klimaatscenario’s voor Nederland samengevat (KNMI)
Figuur 24: Toelichting op de klimaatlabels
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
30
Omgevingsprogramma Duurzame Leefomgeving
Klimaatadaptatie
ONTWERPPRINCIPES 1. Start met een analyse Gebiedsplanning start met water- en bodemanalyse om te bepalen wat in het betreffende gebied passend is. Hierbij wordt ook gekeken naar de eisen die worden gesteld door de Hoogheemraadschappen en naar de zorgplicht voor afvalwater, hemelwater, grondwater en oppervlaktewater zoals beschreven in het Gemeentelijk Water Plan (GWP)
3.1.
Water & Bodemsturend Voor klimaatadaptatie en biodiversiteit vormt de bodem het essentiële fundament, waarop veerkrachtige ecosystemen en duurzame oplossingen rusten. De bodem is bepalend voor de groei van planten, voor de mogelijkheden om water te verwerken en voor veilige woningbouw. De bodem van Waddinxveen kent grofweg 3 zones. De hoogteverschillen tussen die zones zijn ook groot. Bij ruimtelijke projecten is het belangrijk om de bodem centraal te stellen. Zo worden kansen benut en risico’s gemitigeerd. Landelijk zien we deze denkwijze ook terug in de beleidsbrief Water en bodem sturend. De gedachte hierachter is dat water en bodem het fundament zijn van ons bestaan. Er worden 7 uitgangspunten benoemd in de beleidsbrief die wij meenemen bij de inrichting van de openbare ruimte en nieuwe ontwikkelingen. Een voorbeeld daarvan is dat er minimaal 1 woonlaag boven NAP moet zijn zodat er evacuatiemogelijkheden zijn bij een overstroming